Ik kreeg gisteren een vraag die me verbaasde: "Ben jij degene die we zoeken? De expert social media, die ons kan vertellen over de state of the art?"
Oppervlakkig beluisterd, is het een logische vraag. Je koopt iets en wilt uiteraard de beste kwaliteit voor je geld. Zou ik ook doen. Zou jij ook doen. Dan vraag je "ben jij de beste?". Als je mij een beetje kent, weet je het antwoord al. Ik zal dat nooit van mezelf zeggen. Kwaliteitsbeoordelingen móeten van anderen komen, willen ze een béétje overtuigend zijn. Al die social media experts en goeroe's; zelfverklaarde keurslagers die ook nog eens zelf het vlees keuren. Als je dat gelooft en die wilt inhuren: succes!
Als je wilt weten of ik goed ben, zul je me bezig moeten zien. Er bestáán helemaal geen social media experts.
Die term wekt de indruk alsof social media een losstaand fenomeen zijn. Dat zijn ze niet. In de afgelopen jaren heb ik tal van figuren de revue zien passeren als expert. Meestal waren ze dan expert in het gebruik van een softwareprogramma of een techniek. In principe niets anders dan al die hardwerkende trainers in het gebruik van Word of Outlook indertijd. Welk knopje doet wat. Daarmee wil ik zeker níet beweren dat dat onbelangrijk werk is.
Social media halen echter zoveel overhoop en zo aan het vervlechten met het reële leven, dat heel andere kennis nodig is om ze te begrijpen. Degene die me de vraag stelde of ik iets kan uitleggen over social media is op zoek naar een geesteswetenschapper. En, ja, dat ben ik en daar weet ik wel wat van.
De grap is dat de vraag zo breed is dat-i lijkt op de vraag of iemand je iets over het leven kan vertellen. Om te begrijpen wat social media doen, zul je je moeten verdiepen in bijvoorbeeld sociologie. Je zult menselijk (groeps)gedrag moeten snappen. Dat is iets anders dan een beetje grasduinen in de sociologische onderzoeken en er uit halen wat in je kraam te pas komt.
De vraagsteller maakt me weer eens duidelijk hoe mensen die die wereld níet kennen, er beelden over hebben. Vooral alsof het een heel andere wereld is. Da's vreemd. Want de mensen die de toetsenborden of de schermen beroeren, zijn gewone mensen met een reëel leven.
Wat je ziet, is dus niet zozeer een andere wereld. Het is een ander venster op onze wereld. Een venster dat ook tot dan verborgen facetten zichtbaar maakt. Fraude, criminaliteit en (kinder)porno zíjn geen internet-uitvindingen. Ze zijn mensen eigen. Dat geldt ook voor meningen, pesten en korte lontjesgedrag; niets nieuws. Wel sneller, sterker en breder zichtbaar.
Da's schrikken.
Wat mij echt heel erg veel deugd doet, is dat de social media ontwikkelingen een grotere aandacht voor de geesteswetenschappen met zich meebrengt. Steeds meer mensen zijn geïnteresseerd geraakt in de sociologie en de psychologie. Wat mij betreft, is dat winst omdat daardoor ook meer begrip zal (kunnen) ontstaan voor maatschappelijke verhoudingen. Meer mensen zullen gaan denken over maatschappijvormen, over solidariteit of over het wezen van de mens.
Het gáát niet om techniek, niet om apps, niet om de instellingen in Facebook of Twitter. Het gaat om ons, mensen, en ons groepsgedrag. En da's 'best wel' ingewikkeld. Dat kan ik je wél vertellen.
vrijdag 1 november 2013
dinsdag 29 oktober 2013
Vrijheid komt met ... beperkingen
Sommige zaken zijn wat mij betreft onbespreekbaar. Daar heb je je maar bij neer te leggen. Dat klínkt niet autoritair; dat ís autoritair.
Om vrijheid te hebben, zul je vrijheid moeten inleveren.
Alhoewel het klinkt als een paradox, is het dat echt niet. Als je met tegen de zeventien miljoen mensen op een krappe 34.000 km2 leeft, is het druk. Temeer daar van die oppervlakte ook delen gebruikt moeten worden voor landbouw, veeteelt, ontspanning. Dan heb je regeltjes en regels nodig.
Ook als je principieel tegenstander bent van 'regels'; die zijn er altijd. Precies zoals kinderen spelen en bedrijven ontstaan, ontstaan regels. Eerst de vanzelfsprekende, onuitgesproken regels. Dan, na een eerste conflictje over 'wat mag', spreek je expliciet uit wat de regel is. Voor je het weet, worden afspraken vastgelegd in contractuele regels waaraan partijen kunnen refereren én zich moeten houden. Een neutrale derde kan dat beoordelen.
Die idealistische aanpak gaat scheef lopen als je het woord 'afspraken' ziet staan. Dat insinueert een stadium van onderhandeling, van gelijkwaardigheid en wederzijdse instemming. We wéten dat dat niet is. Als je werkgever zegt 'dan hebben we dat zó afgesproken', is de kans groot dat-i daarmee zíjn mening doordrukte en van een dun, aantrekkelijk vernislaagje probeert te voorzien. Als je wordt geboren, kom je op enige leeftijd echt niet in een situatie waarin jij, als individu, kunt onderhandelen over de invulling van jouw leven. De bestaande groep is zo groot en zo ingesteld op bestaande regels dat veranderen daarvan nogal moeilijk gaat.
Vrijheid is niet oneindig.
Vrijheid gaat tot waar het de vrijheid van een ander beïnvloedt. Dat is een mooi uitgangspunt; in een drukbevolkte omgeving wordt dat verdomd ingewikkeld. Misschien kun je het nog het beste met een goed plekje zoeken om op een festival iets te zien van een podiumact. Een stap opzij, naar voor of naar achter; in bijna al die gevallen kom je in aanraking met iemand die dáár al staat. Dan heb je het nog niet eens over die lange mensen die plompverloren voor anderen gaan staan. Of de kleintjes die nergens overheen kunnen kijken. Met gelijke lengtes is het al lastig.
Maar waar ligt die grens? Da's dus een lastige. Omdat het een permanent gesprek hoort te zijn, omdat ideeën en meningen veranderen. Omdat wat voor de een persoonlijk is, dat voor de ander niet zo hoeft te zijn. Omdat het maar de vráág is of jij wel water bij de wijn wílt doen voor een ander.
Afgelopen weekeinde overleed een meisje van zeventien. Aan mazelen. Voor mij is dat een overschreden grens. Niet zozeer dat overlijden; daarvan kun je beargumenteren dat het een persoonlijke keuze is. De overschreden grens is die van het weigeren van een preventieve inenting, terwijl je wéét dat daardoor het leven van anderen in gevaar komt. Je hébt geen keuze dan. Daar ligt de grens tussen jouw persoonlijke vrijheid en onze collectieve.
Die grens heeft een grillig verloop, net zo onlogisch als ons gedrag. Ogenschijnlijk gelijke zaken worden verschillend beoordeeld. Dan kun je wel hoog of laag springen, maar je verandert niet dat de oudste gewoonten de sterkste rechten hebben. De nieuwkomer zal een plek moeten bevechten. Dat wás zo, dat ís zo en dat blíjft zo.
Overleg, gesprek en dialoog zijn daarom belangrijke instrumenten. Eenieder die zich daaraan onttrekt, geeft ook zijn eigen vrijheid uit handen. Niet dat deelnemen meteen gelijk krijgen inhoudt. Het probleem zal je nu wel duidelijk zijn: tot waar en wanneer blijf je in gesprek? Het is nogal onpraktisch permanent te debatteren. Er moet ook worden geleefd en dus moeten er knopen worden doorgehakt.
Wij zijn zelf de motor achter iets engs (in mijn ogen). Als het voorgaande klopt, dan zal er een situatie gaan ontstaan waarin een dictatuur de samenleving regelt, die bepaalt wat kan en mag, die - helemaal waanzinnig - bepaalt wat geluk is. Die dystopie is niet ondenkbeeldig indien de bevolkingsgroei en -concentratie blijven als nu. Alhoewel chaos ook orde brengt, is het maar de vraag of mensen met chaos als ordeningsschema kunnen omgaan. Ik vermoed dat de meesten zullen neigen naar orde.
Je zou verwachten dat een steeds beter opgeleide bevolking steeds beter in staat miet zijn zichzelf te organiseren. Maar wie om zich heen kijkt in de publieke ruimte ziet wel enorm veel voorbeelden hoe we dat níet doen. Het verkeer, de politiek, gezondheidszorg, openbare financiën, religie, culturele gewoonten: de chaos neemt toe en we hebben er geen antwoord op.
Zo'n mazelenprik doet me ertoe neigen die prik dan maar door een centrale autoriteit te laten opleggen. Da's dan wel weer een stap naar die dystopie van den centralische systeem. En ik denk nog steeds te geloven in die chaosgedachte.
Om vrijheid te hebben, zul je vrijheid moeten inleveren.
Alhoewel het klinkt als een paradox, is het dat echt niet. Als je met tegen de zeventien miljoen mensen op een krappe 34.000 km2 leeft, is het druk. Temeer daar van die oppervlakte ook delen gebruikt moeten worden voor landbouw, veeteelt, ontspanning. Dan heb je regeltjes en regels nodig.
Ook als je principieel tegenstander bent van 'regels'; die zijn er altijd. Precies zoals kinderen spelen en bedrijven ontstaan, ontstaan regels. Eerst de vanzelfsprekende, onuitgesproken regels. Dan, na een eerste conflictje over 'wat mag', spreek je expliciet uit wat de regel is. Voor je het weet, worden afspraken vastgelegd in contractuele regels waaraan partijen kunnen refereren én zich moeten houden. Een neutrale derde kan dat beoordelen.
Die idealistische aanpak gaat scheef lopen als je het woord 'afspraken' ziet staan. Dat insinueert een stadium van onderhandeling, van gelijkwaardigheid en wederzijdse instemming. We wéten dat dat niet is. Als je werkgever zegt 'dan hebben we dat zó afgesproken', is de kans groot dat-i daarmee zíjn mening doordrukte en van een dun, aantrekkelijk vernislaagje probeert te voorzien. Als je wordt geboren, kom je op enige leeftijd echt niet in een situatie waarin jij, als individu, kunt onderhandelen over de invulling van jouw leven. De bestaande groep is zo groot en zo ingesteld op bestaande regels dat veranderen daarvan nogal moeilijk gaat.
Vrijheid is niet oneindig.
Vrijheid gaat tot waar het de vrijheid van een ander beïnvloedt. Dat is een mooi uitgangspunt; in een drukbevolkte omgeving wordt dat verdomd ingewikkeld. Misschien kun je het nog het beste met een goed plekje zoeken om op een festival iets te zien van een podiumact. Een stap opzij, naar voor of naar achter; in bijna al die gevallen kom je in aanraking met iemand die dáár al staat. Dan heb je het nog niet eens over die lange mensen die plompverloren voor anderen gaan staan. Of de kleintjes die nergens overheen kunnen kijken. Met gelijke lengtes is het al lastig.
Maar waar ligt die grens? Da's dus een lastige. Omdat het een permanent gesprek hoort te zijn, omdat ideeën en meningen veranderen. Omdat wat voor de een persoonlijk is, dat voor de ander niet zo hoeft te zijn. Omdat het maar de vráág is of jij wel water bij de wijn wílt doen voor een ander.
Afgelopen weekeinde overleed een meisje van zeventien. Aan mazelen. Voor mij is dat een overschreden grens. Niet zozeer dat overlijden; daarvan kun je beargumenteren dat het een persoonlijke keuze is. De overschreden grens is die van het weigeren van een preventieve inenting, terwijl je wéét dat daardoor het leven van anderen in gevaar komt. Je hébt geen keuze dan. Daar ligt de grens tussen jouw persoonlijke vrijheid en onze collectieve.
Die grens heeft een grillig verloop, net zo onlogisch als ons gedrag. Ogenschijnlijk gelijke zaken worden verschillend beoordeeld. Dan kun je wel hoog of laag springen, maar je verandert niet dat de oudste gewoonten de sterkste rechten hebben. De nieuwkomer zal een plek moeten bevechten. Dat wás zo, dat ís zo en dat blíjft zo.
Overleg, gesprek en dialoog zijn daarom belangrijke instrumenten. Eenieder die zich daaraan onttrekt, geeft ook zijn eigen vrijheid uit handen. Niet dat deelnemen meteen gelijk krijgen inhoudt. Het probleem zal je nu wel duidelijk zijn: tot waar en wanneer blijf je in gesprek? Het is nogal onpraktisch permanent te debatteren. Er moet ook worden geleefd en dus moeten er knopen worden doorgehakt.
Wij zijn zelf de motor achter iets engs (in mijn ogen). Als het voorgaande klopt, dan zal er een situatie gaan ontstaan waarin een dictatuur de samenleving regelt, die bepaalt wat kan en mag, die - helemaal waanzinnig - bepaalt wat geluk is. Die dystopie is niet ondenkbeeldig indien de bevolkingsgroei en -concentratie blijven als nu. Alhoewel chaos ook orde brengt, is het maar de vraag of mensen met chaos als ordeningsschema kunnen omgaan. Ik vermoed dat de meesten zullen neigen naar orde.
Je zou verwachten dat een steeds beter opgeleide bevolking steeds beter in staat miet zijn zichzelf te organiseren. Maar wie om zich heen kijkt in de publieke ruimte ziet wel enorm veel voorbeelden hoe we dat níet doen. Het verkeer, de politiek, gezondheidszorg, openbare financiën, religie, culturele gewoonten: de chaos neemt toe en we hebben er geen antwoord op.
Zo'n mazelenprik doet me ertoe neigen die prik dan maar door een centrale autoriteit te laten opleggen. Da's dan wel weer een stap naar die dystopie van den centralische systeem. En ik denk nog steeds te geloven in die chaosgedachte.
maandag 28 oktober 2013
Wolkenridders met penseel
Dit maakte ik er van:

Er zijn zo van die dingen die je pas in de loop van de tijd leert. De leraar Nederlands die wij op de middelbare school hadden, was iemand die vol was over z'n vak (en alcohol). Een kleurrijk mens dat ons vruchteloos liefde voor literaar en met name poëzie trachtte bij te brengen. Nu, jaren later, weet ik wat voor martelend monnikenwerk hij verrichtte; en wat talloze leraren waarschijnlijk nog steeds verrichten. Pubers en fijngevoeligheid: toch niet de beste combinatie.
Jaren later, als je 'er klaar voor bent', schiet je die wereld plots in. Dan heb je ineens - waarom?! - een dichtbundel in je handen. Dan luister je ineens - waarom?! - naar die toen verafschuwde klassieke muziek. Ineens is de verbinding er. Niet teveel romantiseren; ik lees nog steeds veel te weinig, lees nog steeds veel te weinig poëzie, en luister weinig klassiek. Het past gewoon niet. Dat je dat 'moet leren waarderen' vind ik nog steeds de grootste onzin. De kunst moet je aanspreken. Kennis geeft het niet meer dan extra diepte.
Wat ik wel grappig vond, was de ontdekking dat ik achteraf een voorkeur kan reconstrueren voor een periode: het interbellum, plusminus. Mij verraste het toch wel toen ik een jaar of twintig terug ontdekte dat de muziek, dans, literatuur en schilderkunst die ik mooi vind allemaal zo'n beetje is gemaakt aan het begin van vorige eeuw. Hoe ik dat Freudiaans moet interpreteren, weet ik nog niet.
Een andere ervaring vond plaats in Parijs, de lichtstad en stad der liefde (en inmiddels de peperdure stad). Daar staat het Musée d'Orsay, een voormalig treinstation. Parijs was één van de steden waar het herbestemmen begon. Orsay zou daar een voorbeeld van zijn. Dat wilden wij zien. Dat er een schilderijenmuseum in was gevestigd, nam ik op de koop toe. Eigenlijk ging het om het gebouw.
Na een paar uur - ik meen, twee - kwam ik er toch anders uit. In Orsay hangen schilderijen van Nederlandse landschapsschilders. Die had ik met één grootse beweging weggezet als saaierikken. Wat was er nou in vredesnaam móói aan, nauwkeurig-realistisch, geschilderde wolkenluchten?! Tot je dus in Orsay van twintig meter afstand die doeken ziet en ineens de schoonheid herkent: de schoonheid van die eindeloze wolkenluchten boven Hollands laagland.
Het zíjn ook prachtige majestueuze wolkenluchten.
Het is eigenlijk wel logisch dat toeristen er van onder de indruk kunnen zijn. Gratis, echte schilderijen. Felwitte torenwolken tegen een knalhardblauwe lucht. Of, vandaag, van die stormwolken met al die kleuren geel, zwart, grijs, wit, rood. Geen twee keer hetzelfde. En als je er een foto van wilt maken, moet je snel zijn. Een moment later is de magie anders of misschien wel weg. Geen tijd dus voor uitsnede of belichting. Trap op sprinten en snel die kleuren vast leggen.
Als een schilder daarna de dramatiek van het moment aandikken. Want dít is het onbewerkte beeld: Leiden, 28 oktober 2013, 17.27 uur:

Er zijn zo van die dingen die je pas in de loop van de tijd leert. De leraar Nederlands die wij op de middelbare school hadden, was iemand die vol was over z'n vak (en alcohol). Een kleurrijk mens dat ons vruchteloos liefde voor literaar en met name poëzie trachtte bij te brengen. Nu, jaren later, weet ik wat voor martelend monnikenwerk hij verrichtte; en wat talloze leraren waarschijnlijk nog steeds verrichten. Pubers en fijngevoeligheid: toch niet de beste combinatie.
Jaren later, als je 'er klaar voor bent', schiet je die wereld plots in. Dan heb je ineens - waarom?! - een dichtbundel in je handen. Dan luister je ineens - waarom?! - naar die toen verafschuwde klassieke muziek. Ineens is de verbinding er. Niet teveel romantiseren; ik lees nog steeds veel te weinig, lees nog steeds veel te weinig poëzie, en luister weinig klassiek. Het past gewoon niet. Dat je dat 'moet leren waarderen' vind ik nog steeds de grootste onzin. De kunst moet je aanspreken. Kennis geeft het niet meer dan extra diepte.
Wat ik wel grappig vond, was de ontdekking dat ik achteraf een voorkeur kan reconstrueren voor een periode: het interbellum, plusminus. Mij verraste het toch wel toen ik een jaar of twintig terug ontdekte dat de muziek, dans, literatuur en schilderkunst die ik mooi vind allemaal zo'n beetje is gemaakt aan het begin van vorige eeuw. Hoe ik dat Freudiaans moet interpreteren, weet ik nog niet.
Een andere ervaring vond plaats in Parijs, de lichtstad en stad der liefde (en inmiddels de peperdure stad). Daar staat het Musée d'Orsay, een voormalig treinstation. Parijs was één van de steden waar het herbestemmen begon. Orsay zou daar een voorbeeld van zijn. Dat wilden wij zien. Dat er een schilderijenmuseum in was gevestigd, nam ik op de koop toe. Eigenlijk ging het om het gebouw.
Na een paar uur - ik meen, twee - kwam ik er toch anders uit. In Orsay hangen schilderijen van Nederlandse landschapsschilders. Die had ik met één grootse beweging weggezet als saaierikken. Wat was er nou in vredesnaam móói aan, nauwkeurig-realistisch, geschilderde wolkenluchten?! Tot je dus in Orsay van twintig meter afstand die doeken ziet en ineens de schoonheid herkent: de schoonheid van die eindeloze wolkenluchten boven Hollands laagland.
Het zíjn ook prachtige majestueuze wolkenluchten.
Het is eigenlijk wel logisch dat toeristen er van onder de indruk kunnen zijn. Gratis, echte schilderijen. Felwitte torenwolken tegen een knalhardblauwe lucht. Of, vandaag, van die stormwolken met al die kleuren geel, zwart, grijs, wit, rood. Geen twee keer hetzelfde. En als je er een foto van wilt maken, moet je snel zijn. Een moment later is de magie anders of misschien wel weg. Geen tijd dus voor uitsnede of belichting. Trap op sprinten en snel die kleuren vast leggen.
Als een schilder daarna de dramatiek van het moment aandikken. Want dít is het onbewerkte beeld: Leiden, 28 oktober 2013, 17.27 uur:
Labels:
kijken,
kunst,
leeftijd,
leren,
lucht,
schilderkunst,
school,
waardering,
wolk
zondag 27 oktober 2013
Maatvoering
Eén van de mooiere boektitels die ik ken, is deze Een kaart, niet het gebied. De inhoud kan ik me eerlijk gezegd niet herinneren. Ook niet na een zoekopdracht naar de handige boeksamenvattingen van middelbare scholieren. De titel daarentegen is me altijd bijgebleven.
Het fascinerende aan reductie is het weglaten. Wát laat de weergave niet zien? Een kaart ís het gebied niet. Zou dat wel zijn, dan is de kaart waardeloos want net zo groot als het gebied. Is-t-i te schematisch, dan is-t-i waardeloos omdat je er te weinig houvast aan hebt.
Dat we reductie nodig hebben, staat buiten kijf. De hele dag, ons hele sociale leven reduceren we. Mensen worden in groepen ingedeeld: handzamer om te onthouden. Nuances willen we in een beslissingsproces zoveel mogelijk voorkomen omdat ze beslissen vaak bemoeilijken. Het blijkt lastig om te gaan met zaken die goed én slecht zijn, positief én negatief, aantrekken én afstoten.
Toch zitten we zo in elkaar.
De menselijke maat is een moeilijke. Het is de maatvoering tot waar we ons behaaglijk voelen. Wordt-i overstegen, dan gaat het onbehagen toenemen: we bevatten het niet meer. De een sneller dan de ander.
Vaak wordt gedacht dat die menselijke maat vooral op gaat voor historische gebeurtenissen. Geen van ons kan zich voorstellen hoeveel mensen het leven lieten op de modderige slagvelden van de Eerste Wereldoorlog, hoe bloederig Wounded Knee of een Aztekenofferplaats er uit zagen, of hoe verscheurd een vliegtuigongeluk waarbij iedereen het leven liet. Het is stomweg teveel. Alleen de kille cijfers, maar geen beeld van te vormen.
Menselijke maat is belangrijk.
Niet voor niets lieten megalomane heersers, ook kerkvorsten, gebouwen neerzetten waarin het individu nietig wordt. Kleineren, is de opzet. Het overweldigt de bezoeker. De grootsheid van het gebouw, de structuur, overheerst.
Dat megalomane, onmenselijke is bij lange na niet verdwenen. Sterker, het steeds verder verwijderen van de menselijke maat lijkt eerder toe- dan af te nemen.
Bedrijven. De buurtwinkel werd supermarkt. Supermarkten werden groter en groter. De weidewinkels; tientallen kassa's en 'alles onder één dak te koop'. Binnenkort ook in Nederland? Woonwarenhuizen. Tuincentra. Groter groeien ze. Of: groeiden ze. Inmiddels tekent zich een ook lichtjes een tegenbeweging af naar kleinschaliger en lokaal geöriënteerd.
Als je slim bent, zorg je dus dat je die menselijk maat in de gaten houdt. Vooral als je de goegemeente wilt belazeren, moet je niet al te groot zijn.
Zo'n NSA-affaire had ongetwijfeld mínder aandacht gekregen als ze minder grootschalig was geweest. Ik acht het zelfs aannemelijk dat een kleinschaliger opzet búiten de aandacht was gebleven, óók als de optelsom van die kleinschaligen even groot was als nu. Want denk je nu echt dat alleen de NSA zo bezig is? Natuurlijk niet. Ook andere 'geheime' diensten doen aan list en bedrog. Maar de klungels in de VS doen het meteen zó groot dat de rest van de wereld underdog werd.
Da's nu precies het gevoel wat je moet zien te vermijden. Dat betrokkenen zich machteloos, een nummer voelen. Het gaat gebeuren, hoor: de zorginstellingen zullen worden ingehaald door kleinschalige, menselijke voorzieningen. Onderwijsinstituten idem. Centralisatie in één gebouw gaat worden beconcurreerd door onderwijs is gebouwen die sféér hebben, menselijk zijn.
Het leek allemaal zo doelmatig. Ook hier zal gaan gelden dat een netwerk de oplossing kan zijn. Een netwerk dat zich aandient als een kaart. Een netwerk wat we snappen. Een netwerk van vele samenwerkende kleintjes.
Niet dat het een structúúrprobleem is. Als je dit wilt, dan zul je een cultúúr moeten hebben gericht op sámenwerken. Dát wordt pas lastig: de macht verdélen.
Het fascinerende aan reductie is het weglaten. Wát laat de weergave niet zien? Een kaart ís het gebied niet. Zou dat wel zijn, dan is de kaart waardeloos want net zo groot als het gebied. Is-t-i te schematisch, dan is-t-i waardeloos omdat je er te weinig houvast aan hebt.
Dat we reductie nodig hebben, staat buiten kijf. De hele dag, ons hele sociale leven reduceren we. Mensen worden in groepen ingedeeld: handzamer om te onthouden. Nuances willen we in een beslissingsproces zoveel mogelijk voorkomen omdat ze beslissen vaak bemoeilijken. Het blijkt lastig om te gaan met zaken die goed én slecht zijn, positief én negatief, aantrekken én afstoten.
Toch zitten we zo in elkaar.
De menselijke maat is een moeilijke. Het is de maatvoering tot waar we ons behaaglijk voelen. Wordt-i overstegen, dan gaat het onbehagen toenemen: we bevatten het niet meer. De een sneller dan de ander.
Vaak wordt gedacht dat die menselijke maat vooral op gaat voor historische gebeurtenissen. Geen van ons kan zich voorstellen hoeveel mensen het leven lieten op de modderige slagvelden van de Eerste Wereldoorlog, hoe bloederig Wounded Knee of een Aztekenofferplaats er uit zagen, of hoe verscheurd een vliegtuigongeluk waarbij iedereen het leven liet. Het is stomweg teveel. Alleen de kille cijfers, maar geen beeld van te vormen.
Menselijke maat is belangrijk.
Niet voor niets lieten megalomane heersers, ook kerkvorsten, gebouwen neerzetten waarin het individu nietig wordt. Kleineren, is de opzet. Het overweldigt de bezoeker. De grootsheid van het gebouw, de structuur, overheerst.
Dat megalomane, onmenselijke is bij lange na niet verdwenen. Sterker, het steeds verder verwijderen van de menselijke maat lijkt eerder toe- dan af te nemen.
Bedrijven. De buurtwinkel werd supermarkt. Supermarkten werden groter en groter. De weidewinkels; tientallen kassa's en 'alles onder één dak te koop'. Binnenkort ook in Nederland? Woonwarenhuizen. Tuincentra. Groter groeien ze. Of: groeiden ze. Inmiddels tekent zich een ook lichtjes een tegenbeweging af naar kleinschaliger en lokaal geöriënteerd.
Als je slim bent, zorg je dus dat je die menselijk maat in de gaten houdt. Vooral als je de goegemeente wilt belazeren, moet je niet al te groot zijn.
Zo'n NSA-affaire had ongetwijfeld mínder aandacht gekregen als ze minder grootschalig was geweest. Ik acht het zelfs aannemelijk dat een kleinschaliger opzet búiten de aandacht was gebleven, óók als de optelsom van die kleinschaligen even groot was als nu. Want denk je nu echt dat alleen de NSA zo bezig is? Natuurlijk niet. Ook andere 'geheime' diensten doen aan list en bedrog. Maar de klungels in de VS doen het meteen zó groot dat de rest van de wereld underdog werd.
Da's nu precies het gevoel wat je moet zien te vermijden. Dat betrokkenen zich machteloos, een nummer voelen. Het gaat gebeuren, hoor: de zorginstellingen zullen worden ingehaald door kleinschalige, menselijke voorzieningen. Onderwijsinstituten idem. Centralisatie in één gebouw gaat worden beconcurreerd door onderwijs is gebouwen die sféér hebben, menselijk zijn.
Het leek allemaal zo doelmatig. Ook hier zal gaan gelden dat een netwerk de oplossing kan zijn. Een netwerk dat zich aandient als een kaart. Een netwerk wat we snappen. Een netwerk van vele samenwerkende kleintjes.
Niet dat het een structúúrprobleem is. Als je dit wilt, dan zul je een cultúúr moeten hebben gericht op sámenwerken. Dát wordt pas lastig: de macht verdélen.
zaterdag 26 oktober 2013
Groei, tot de dood erop volgt
Vraagtekens. Lastig.
Je zult maar ermee zijn opgezadeld: de neiging bij alles vraagtekens te plaatsen. Is dat wel zo, zoals die ander zegt? Klopt het wel wat ik zie? Eeuwige twijfel lijkt dan je lot. Niets is minder waar. Vraagtekens plaatsen is niet identiek met continue twijfel, maar wel met een kritische houding. Niet dat je dat tot in het absurde moet doorvoeren, want dan loop je meer dan een risico op stijfkoppige volharding. Dan kom je in de categorie Gelovigen: onwrikbaar onwerkbaar.
Voor mij is dat vraagteken een groot goed. Het is een beveiliging tegen ondoordachtzaamheid. Ik heb het afgelopen jaar een paar keer vrij snel een conclusie getrokken en ook een paar keer gemerkt dat dat de foute was. Stomweg omdat ik even niet lang genoeg dacht. Het nadeel van nadenken is wel dat je in een wereld die steeds sneller wordt, achterop raakt. Dit herken je misschien wel: dat je tijdens een overleg een slim idee krijgt op het moment dat 'de vergadering' alweer drie agendapunten verder is. Snelle doortastendheid, geïdealiseerd in beelden als 'goede managers kunnen snel beslissen' of 'beter snel minder goed beslissen dan langzaam'.
Het is allemaal vooruitgangsdenken en -streven, waarbij bij vaak het beeld tevoorschijn plopt van Drs. P. die dicht-zingt over trojka's die, achtervolgt door wolven, door het besneeuwde bos raast. Onder druk beslissend gaat het ene na andere kind overboord. Toch worden allen verorberd: Dodenrit.
Onvermijdelijk het (nood)lot tegemoet; dat was wat me te binnen schoot toen ik dit artikel - Ketters in de economie - las in de De Volkskrant:

Het zijn drie, korte, portretten dwarsdenkende economen. Uit de maat lopende mensen zijn vaak de interessantste. Dat geldt hier ook. Maar bij eentje, Alfred Kleinknecht, sloeg bij mij wat twijfel toe. Dat kwam door deze twee citaten:
Ik kan ze niet verenigen.
De eerste spreekt me aan: je móet inderdaad marktwerking soms (vaak?) uitschakelen. Maar de tweede past, wat mi betreft, er niet logisch achteraan.
Innovatie wordt impliciet neergezet als vooruitgang, als groei. Deels komt dat tot uiting in beloning.
Maar waarom zou innovatie niet ook versobering kunnen zijn? Waarom denken zovelen bijna Pavloviaans dat gróei het doel is? Dat vooruitgang niet beweging is, maar beweging voorúit?
Kleinknecht neemt feitelijk een uitermate klassieke positie in als hij stelt dat salaris en zekerheid noodzakelijke voorwaarden zijn om personeel te binden. In de huidige context heeft-i daarin geen ongelijk.
Maar er ontstaat tegelijkertijd ook iets nieuws. Grote groepen in de samenleving hebben de buik meer dan vol van graaiers, van bonus- en baantjes-najagers, en van 'sneller, groter, beter, duurder'.
Nu ben ik dus wel benieuwd of Kleinknecht ook mogelijkheden ziet om innovatie tot stand te brengen die is gericht op duurzaamheid, soberheid en solidariteit. Anders geformuleerd: waarom zou innovatie altijd groei moeten betekenen?
Waarom zou loonmatiging funest zijn voor innovatie? Waarom zou flexibilisering dat zijn (alhoewel ik me op dit punt meer verwant voel met hem)? Waarom wordt idealistische innovatie, zoals veel startups in de creatieve sector najagen, niet gezien en de klassieke wél? Waarom zou je de mammoet van 'meer, meer, meer' niet kunnen stoppen? Waarom zouden innovaties niet veel meer gebaseerd kunnen (moeten!) zijn op overtúiging?
Als jij het weet: hieronder bevindt zich een reactieveld.
Je zult maar ermee zijn opgezadeld: de neiging bij alles vraagtekens te plaatsen. Is dat wel zo, zoals die ander zegt? Klopt het wel wat ik zie? Eeuwige twijfel lijkt dan je lot. Niets is minder waar. Vraagtekens plaatsen is niet identiek met continue twijfel, maar wel met een kritische houding. Niet dat je dat tot in het absurde moet doorvoeren, want dan loop je meer dan een risico op stijfkoppige volharding. Dan kom je in de categorie Gelovigen: onwrikbaar onwerkbaar.
Voor mij is dat vraagteken een groot goed. Het is een beveiliging tegen ondoordachtzaamheid. Ik heb het afgelopen jaar een paar keer vrij snel een conclusie getrokken en ook een paar keer gemerkt dat dat de foute was. Stomweg omdat ik even niet lang genoeg dacht. Het nadeel van nadenken is wel dat je in een wereld die steeds sneller wordt, achterop raakt. Dit herken je misschien wel: dat je tijdens een overleg een slim idee krijgt op het moment dat 'de vergadering' alweer drie agendapunten verder is. Snelle doortastendheid, geïdealiseerd in beelden als 'goede managers kunnen snel beslissen' of 'beter snel minder goed beslissen dan langzaam'.
Het is allemaal vooruitgangsdenken en -streven, waarbij bij vaak het beeld tevoorschijn plopt van Drs. P. die dicht-zingt over trojka's die, achtervolgt door wolven, door het besneeuwde bos raast. Onder druk beslissend gaat het ene na andere kind overboord. Toch worden allen verorberd: Dodenrit.
Onvermijdelijk het (nood)lot tegemoet; dat was wat me te binnen schoot toen ik dit artikel - Ketters in de economie - las in de De Volkskrant:

Het zijn drie, korte, portretten dwarsdenkende economen. Uit de maat lopende mensen zijn vaak de interessantste. Dat geldt hier ook. Maar bij eentje, Alfred Kleinknecht, sloeg bij mij wat twijfel toe. Dat kwam door deze twee citaten:
Als innovatie-econoom vind ik dat je soms doelgericht marktwerking moet uitschakelen.
(...) loonmatiging en flexibilisering zijn uitingen van defensief beleid. Dat is funest voor innovatie, bijvoorbeeld omdat bij groot personeelsverloop kennis weglekt.
Ik kan ze niet verenigen.
De eerste spreekt me aan: je móet inderdaad marktwerking soms (vaak?) uitschakelen. Maar de tweede past, wat mi betreft, er niet logisch achteraan.
Innovatie wordt impliciet neergezet als vooruitgang, als groei. Deels komt dat tot uiting in beloning.
Maar waarom zou innovatie niet ook versobering kunnen zijn? Waarom denken zovelen bijna Pavloviaans dat gróei het doel is? Dat vooruitgang niet beweging is, maar beweging voorúit?
Kleinknecht neemt feitelijk een uitermate klassieke positie in als hij stelt dat salaris en zekerheid noodzakelijke voorwaarden zijn om personeel te binden. In de huidige context heeft-i daarin geen ongelijk.
Maar er ontstaat tegelijkertijd ook iets nieuws. Grote groepen in de samenleving hebben de buik meer dan vol van graaiers, van bonus- en baantjes-najagers, en van 'sneller, groter, beter, duurder'.
Nu ben ik dus wel benieuwd of Kleinknecht ook mogelijkheden ziet om innovatie tot stand te brengen die is gericht op duurzaamheid, soberheid en solidariteit. Anders geformuleerd: waarom zou innovatie altijd groei moeten betekenen?
Waarom zou loonmatiging funest zijn voor innovatie? Waarom zou flexibilisering dat zijn (alhoewel ik me op dit punt meer verwant voel met hem)? Waarom wordt idealistische innovatie, zoals veel startups in de creatieve sector najagen, niet gezien en de klassieke wél? Waarom zou je de mammoet van 'meer, meer, meer' niet kunnen stoppen? Waarom zouden innovaties niet veel meer gebaseerd kunnen (moeten!) zijn op overtúiging?
Als jij het weet: hieronder bevindt zich een reactieveld.
vrijdag 25 oktober 2013
Amazons les voor de (thuis)zorg
Van die berichtjes waar je te nonchalant naar keek: Amazon brengt een nieuwe tablet uit. Dat is van dat nieuws wat vooral gadgetfreaks in verrukking kan brengen, stel ik me zo voor. Echte innovaties, zoals Apple's iMac - de computer óp de tafel ín de huiskamer - of de iPhone - een zakcomputer - zijn er niet vaak. En de achterliggende technologische innovaties zijn moeilijk te visualiseren. Of, eerlijk zijn, soms stomweg nog niet begrijpen voor een non-technicus.
Je valt dus snel terug op andere bronnen die die kennis voor jou voorverteren en begrijpelijk presenteren. We zijn koeien, met meerdere magen, die rustig in de zonnige wei liggen te herkauwen op al die informatie. Voor het geval je dacht dat die koeien níet mijmeren of grootse filosofieën ontwikkelen.
Die nieuwe tablet is, vind ik, niet zo woest interessant; op één aspect na. Het is The Verge die me er op wees in z'n eerste artikelen. Amazon biedt de gebruiker van z'n tablet 7x24x365 ondersteuning. Ja, zeg jij nu, dát doen er meer. Dan kun je bellen met een 'gratis' nummer, of een vraag achterlaten in een supportboard. Het antwoord komt vanzelf wel een keer. Niks nieuws, toch?
Toch wel. Want Amazon biedt de gebruiker de optie om binnen 15 seconden contact te hebben met een supportmedewerker, ongeacht tijd of datum. Mayday heet dat, naar de variant van SOS. Die medewerker neemt je Kindle over, kijkt met je mee, en kan op die manier advies geven of problemen oplossen. Ook dat is den techniek die al bestaat. Altijd handig als je oude moeder problemen heeft met haar computer en honderden kilometers, of tientallen meters, verderop woont: Teamviewer en andere kunnen dat, niet altijd met beeld.
Mayday is geen technologisch hoogstandje. Mayday is een organisatorisch hoogstandje. Mayday is een nieuwe stap in klantondersteuning.
We zullen nog moeten afwachten hoe dat zal gaan met Mayday. Kukelt het systeem om als (teveel) gebruikers er gebruik van gaan maken? Zijn de medewerkers echt in staat problemen op te lossen, of zijn het vooral eerstelijns brandjesblussers? Die escaleren immers al vrij snel naar een volgend niveau. En als dát niet permanent beschikbaar.... heb je een dooie mus waarmee je blij moet zijn.
Mayday is wel een goed voorbeeld hoe het zou móeten werken.
Gisteren schreef ik al over apps voor cliënten van de thuiszorg. Veruit de meeste van die apps pretendéren ondersteuning te bieden, maar doen dat feitelijk maar zeer marginaal. Je kunt er afspraken mee plannen. Je kunt er zorgplannen mee inzien. En, inderdaad, er bestaat soms ook de mogelijkheid een videokanaal te openen.
Geen van die apps heeft een paniekknop die in één klap je hele apparaat omzet in een communicatiekanaal. Dat is één. Maar veel relevanter is de vraag welke dienst er eigenlijk wordt geboden. Dat is wat Amazon ons leert.
Als je zo'n optie biedt, moet die ook snel en relevant zijn. Een thuiszorg-app die een lijn opent naar een centralist die daarna eigenlijk niet veel kán, is onzin en werkt niet. De cliënt verwacht húlp en móet dat dan ook krijgen. Dat kan best wel eens betekenen dat een app-aanbieder veel meer moet organiseren dan een app-verkoopkanaal.
Toch maar eens beter nadenken misschien voordat iedereen links en rechts apps gaat (laten!!) maken?!
Je valt dus snel terug op andere bronnen die die kennis voor jou voorverteren en begrijpelijk presenteren. We zijn koeien, met meerdere magen, die rustig in de zonnige wei liggen te herkauwen op al die informatie. Voor het geval je dacht dat die koeien níet mijmeren of grootse filosofieën ontwikkelen.
Die nieuwe tablet is, vind ik, niet zo woest interessant; op één aspect na. Het is The Verge die me er op wees in z'n eerste artikelen. Amazon biedt de gebruiker van z'n tablet 7x24x365 ondersteuning. Ja, zeg jij nu, dát doen er meer. Dan kun je bellen met een 'gratis' nummer, of een vraag achterlaten in een supportboard. Het antwoord komt vanzelf wel een keer. Niks nieuws, toch?
Toch wel. Want Amazon biedt de gebruiker de optie om binnen 15 seconden contact te hebben met een supportmedewerker, ongeacht tijd of datum. Mayday heet dat, naar de variant van SOS. Die medewerker neemt je Kindle over, kijkt met je mee, en kan op die manier advies geven of problemen oplossen. Ook dat is den techniek die al bestaat. Altijd handig als je oude moeder problemen heeft met haar computer en honderden kilometers, of tientallen meters, verderop woont: Teamviewer en andere kunnen dat, niet altijd met beeld.
Mayday is geen technologisch hoogstandje. Mayday is een organisatorisch hoogstandje. Mayday is een nieuwe stap in klantondersteuning.
We zullen nog moeten afwachten hoe dat zal gaan met Mayday. Kukelt het systeem om als (teveel) gebruikers er gebruik van gaan maken? Zijn de medewerkers echt in staat problemen op te lossen, of zijn het vooral eerstelijns brandjesblussers? Die escaleren immers al vrij snel naar een volgend niveau. En als dát niet permanent beschikbaar.... heb je een dooie mus waarmee je blij moet zijn.
Mayday is wel een goed voorbeeld hoe het zou móeten werken.
Gisteren schreef ik al over apps voor cliënten van de thuiszorg. Veruit de meeste van die apps pretendéren ondersteuning te bieden, maar doen dat feitelijk maar zeer marginaal. Je kunt er afspraken mee plannen. Je kunt er zorgplannen mee inzien. En, inderdaad, er bestaat soms ook de mogelijkheid een videokanaal te openen.
Geen van die apps heeft een paniekknop die in één klap je hele apparaat omzet in een communicatiekanaal. Dat is één. Maar veel relevanter is de vraag welke dienst er eigenlijk wordt geboden. Dat is wat Amazon ons leert.
Als je zo'n optie biedt, moet die ook snel en relevant zijn. Een thuiszorg-app die een lijn opent naar een centralist die daarna eigenlijk niet veel kán, is onzin en werkt niet. De cliënt verwacht húlp en móet dat dan ook krijgen. Dat kan best wel eens betekenen dat een app-aanbieder veel meer moet organiseren dan een app-verkoopkanaal.
Toch maar eens beter nadenken misschien voordat iedereen links en rechts apps gaat (laten!!) maken?!
donderdag 24 oktober 2013
Wat wil je nou, gemeente?
Het afgelopen jaar heb ik het vaker beweerd: technologie biedt geen oplossing voor ongewenst menselijk gedrag; hoe je ermee schudt of er in roert. De reden daarvoor is vrij simpel: ik zie te vaak een haast naïef geloof dat technologie ons gaat verlossen van allerlei ongemakken.
Dat is baarlijke nonsens.
Het is zo verleidelijk; de gedachte dat de inzet van technologie problemen gaat oplossen. Het is zo verleidelijk dat velen het ook wíllen geloven. En er zíjn ook voorbeelden te vinden van successen.
Een sector waar de aandacht voor technologie al jaren vrij groot is, is de thuiszorg. Niet dat die aandacht is gericht op het verhogen van de kwaliteit. De aandacht is vooral gericht op het reduceren van kosten. Da's iets wezenlijk anders.
In de thuiszorg was men er als de kippen bij om technologie in te zetten die tijdregistratie tot op de minuut nauwkeurig mogelijk maakt. Het beeld van dictatoriale registratiesystemen die zorgden voor in- en uit vliegende thuiszorgmedewerkers bij cliënten, is echt niet ver bezijden de werkelijkheid. Nog steeds niet. Dat voor bijna alle cliënten de thuiszorgmedewerker een essentiële levenslijn is naar de buitenwereld, doet in 'het plaatje' niet ter zake.
Dat zouden de ontwikkelaars van apps en andere toepassingen voor gebruik in de thuiszorg zich goed moeten afvragen: draag ik op deze manier bij aan een betere zorg? Of aan een goedkopere? Wie heeft baat bij die ontwikkeling?
Het klinkt zo mooi: technologie in zetten om mensen - jou en mij - langer thuis te laten wonen. Daar valt geld (aan) te verdienen. Dat gebeurt dan ook. Het ene na het andere registratie- of communicatiessysteem wordt ontwikkeld, is innovatiever dan het andere, en verdwijnt vaker in de vergetelheid dan dat het een nationaal succes wordt.
Want zorg is mensenwerk.
Dat kun je dus heel erg fout doen. We dienen ons dan af te vragen waarom dat fout ging. Twee voorbeelden van vandaag.
Vanaf 07.00 zit in Leiden een oudere alleenwonende mevrouw te wachten op een thuiszorgmedewerker die antipsychotica komt bezorgen en laten innemen. 's Middags hoor ik dit: de thuiszorgmedewerker had gebeld, maar er werd niet open gedaan: "De bel was stuk" (die doet het gewoon). Maar wat ernstig is, is het niveau van deze medewerker die blijkbaar niet in staat is te bedenken dat je: kunt bellen naar het huis, via de buren hulp kunt vragen en zeker niet er van mag uit gaan dat er níets ernstigs aan de hand is. Ik vind het stuitend stom. Geen ander woord voor. Voor hetzelfde geld ligt er iemand op de grond en 'doet de bel het niet'.
Dit is geen uitzondering. De bejegening en probleemoplossing zijn structurele problemen. Naar mijn waarneming ook samenvallend met het inkopen van goedkopere zorg; verleend door goedkopere medewerkers, met andere motivatie dan 'zorgen'. Dan kun je leuk apps maken, maar als de zorg die wordt geboden ver beneden de maat is, zet dat geen enkele zode aan de dijk; laat staan, zoden.
Dan belazer je als gemeente-inkoper jezelf. Dan ben je bezig met het creëren van excuussituaties.
Die fixatie op kosten in plaats van effecten zag ik vandaag ook terug komen in het bericht dat in het gecontracteerd taxibusjesvervoer de milieunormen niet worden gehaald. Al die busjes voor schoolvervoer, voor gehandicaptenvervoer, voor ziekenvervoer: de meeste daarvan rijden nog steeds op diesel.
Het is een mooi streven van de plaatselijke overheden om milieuvriendelijk vervoer aan te besteden. Jammer genoeg willen diezelfde aanbesteders ook voor een dubbeltje op de eerste rang zitten. Dat gaat niet werken, gemeente. Concentreren op kosten betekent dat er gereden wordt met goedkopere dieselbusjes. Je kunt er vergif op innemen dat er ook steeds oudere, oncomfortabele busjes worden ingezet. Kosten tellen. Niet de kwaliteit.
Wat dit allemaal te maken heeft met innovatie?
Alles! Het tekent een volledig gebrek aan doelbepaling. Het enige wat er uit blijkt is dat een weifelende opdrachtgever die álles wil. Het tekent een opdrachtgever die spijtig genoeg ook in de illusie verkeert dat dat kán.
Het tekent ook de zoveelste situatie waarin de opdrachtgever veel te kwetsbaar is voor het argument dat 'hiermee al uw problemen worden opgelost'.
Dat is baarlijke nonsens.
Het is zo verleidelijk; de gedachte dat de inzet van technologie problemen gaat oplossen. Het is zo verleidelijk dat velen het ook wíllen geloven. En er zíjn ook voorbeelden te vinden van successen.
Een sector waar de aandacht voor technologie al jaren vrij groot is, is de thuiszorg. Niet dat die aandacht is gericht op het verhogen van de kwaliteit. De aandacht is vooral gericht op het reduceren van kosten. Da's iets wezenlijk anders.
In de thuiszorg was men er als de kippen bij om technologie in te zetten die tijdregistratie tot op de minuut nauwkeurig mogelijk maakt. Het beeld van dictatoriale registratiesystemen die zorgden voor in- en uit vliegende thuiszorgmedewerkers bij cliënten, is echt niet ver bezijden de werkelijkheid. Nog steeds niet. Dat voor bijna alle cliënten de thuiszorgmedewerker een essentiële levenslijn is naar de buitenwereld, doet in 'het plaatje' niet ter zake.
Dat zouden de ontwikkelaars van apps en andere toepassingen voor gebruik in de thuiszorg zich goed moeten afvragen: draag ik op deze manier bij aan een betere zorg? Of aan een goedkopere? Wie heeft baat bij die ontwikkeling?
Het klinkt zo mooi: technologie in zetten om mensen - jou en mij - langer thuis te laten wonen. Daar valt geld (aan) te verdienen. Dat gebeurt dan ook. Het ene na het andere registratie- of communicatiessysteem wordt ontwikkeld, is innovatiever dan het andere, en verdwijnt vaker in de vergetelheid dan dat het een nationaal succes wordt.
Want zorg is mensenwerk.
Dat kun je dus heel erg fout doen. We dienen ons dan af te vragen waarom dat fout ging. Twee voorbeelden van vandaag.
Vanaf 07.00 zit in Leiden een oudere alleenwonende mevrouw te wachten op een thuiszorgmedewerker die antipsychotica komt bezorgen en laten innemen. 's Middags hoor ik dit: de thuiszorgmedewerker had gebeld, maar er werd niet open gedaan: "De bel was stuk" (die doet het gewoon). Maar wat ernstig is, is het niveau van deze medewerker die blijkbaar niet in staat is te bedenken dat je: kunt bellen naar het huis, via de buren hulp kunt vragen en zeker niet er van mag uit gaan dat er níets ernstigs aan de hand is. Ik vind het stuitend stom. Geen ander woord voor. Voor hetzelfde geld ligt er iemand op de grond en 'doet de bel het niet'.
Dit is geen uitzondering. De bejegening en probleemoplossing zijn structurele problemen. Naar mijn waarneming ook samenvallend met het inkopen van goedkopere zorg; verleend door goedkopere medewerkers, met andere motivatie dan 'zorgen'. Dan kun je leuk apps maken, maar als de zorg die wordt geboden ver beneden de maat is, zet dat geen enkele zode aan de dijk; laat staan, zoden.
Dan belazer je als gemeente-inkoper jezelf. Dan ben je bezig met het creëren van excuussituaties.
Die fixatie op kosten in plaats van effecten zag ik vandaag ook terug komen in het bericht dat in het gecontracteerd taxibusjesvervoer de milieunormen niet worden gehaald. Al die busjes voor schoolvervoer, voor gehandicaptenvervoer, voor ziekenvervoer: de meeste daarvan rijden nog steeds op diesel.
Het is een mooi streven van de plaatselijke overheden om milieuvriendelijk vervoer aan te besteden. Jammer genoeg willen diezelfde aanbesteders ook voor een dubbeltje op de eerste rang zitten. Dat gaat niet werken, gemeente. Concentreren op kosten betekent dat er gereden wordt met goedkopere dieselbusjes. Je kunt er vergif op innemen dat er ook steeds oudere, oncomfortabele busjes worden ingezet. Kosten tellen. Niet de kwaliteit.
Wat dit allemaal te maken heeft met innovatie?
Alles! Het tekent een volledig gebrek aan doelbepaling. Het enige wat er uit blijkt is dat een weifelende opdrachtgever die álles wil. Het tekent een opdrachtgever die spijtig genoeg ook in de illusie verkeert dat dat kán.
Het tekent ook de zoveelste situatie waarin de opdrachtgever veel te kwetsbaar is voor het argument dat 'hiermee al uw problemen worden opgelost'.
Labels:
app,
doel,
doelbepaling,
geld,
gemeente,
inkoop,
kosten,
technologie,
thuiszorg,
Visie
Abonneren op:
Posts (Atom)