Posts tonen met het label innovatie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label innovatie. Alle posts tonen

zaterdag 8 november 2014

Scenariodenken is levensgevaarlijk

Vorige week heb ik weer meegemaakt: een teleurgesteld mens. Stomweg omdat de realiteit anders bleek.

In de jaren dat ik bezig was met innovatie(strategie) heb ik vaak meegemaakt hoe mensen naar mijn werken keken met een idee dat 'dát toch leuk werk moet zijn'. Een van mijn collega's vond het zelfs 'de hele dag spelen'. Natuurlijk, het wás en ís ook leuk in contact te zijn met creatieve mensen, met energie die van hen afspat, met mensen die idealen hebben en die najagen, en bezig te zijn hoe al die ontwikkelingen gaan uitpakken in de toekomst. Gáán?!

Gaan uitpakken. Dát is de valkuil.

Toekomstvoorspellingen zijn nog steeds net zo stevig als in de tijd van de kermiswaarzegster en haar kristallen bol, kaarten of kippebotjes. Grosso modo mag je er van uit dat er geen voorspelling juist is; hoe indrukwekkend (dwaalsporig) de redenering of de rekenmethode die als bewijs moet dienen ook is. Hoe specifieker, hoe minder waarschijnlijk juist. De voorspelling dat Internet ooit groot zou worden, is een stuk eenvoudiger geweest dan de precieze aanduiding hóe dan wel (en er zijn ook heel veel voorspellingen geweest dat het nooit iets worden).

Daar hoef je je helemaal niet druk over te maken. Er bestaat een oplossing voor: scenariodenken. In essentie is het een slimme manier van voorspellingen als je niet weet wat de randvoorwaarden gaan zijn. Dan bepaal je zelf welke randvoorwaarde wat doet. Een 'wat als...'-redenering. Of eigenlijk: meerdere 'wat als...'en. Waarschijnlijk doe jij dat in heel andere omgevingen ook al: wat als ik een trein eerder of later neem, of gebruikmakend van een via-station?

Scenario's zijn levensgevaarlijk. Als je het meervoud over het hoofd ziet en het bestaan van meerdere oplossingsrichtingen.

Precies dát is wat ik vaak meemaakte en -maak. Mensen die zichzelf flexibel en innovatief vinden, maar denken in één scenario. Voor mij is het nog steeds een indicatie of iemand wel of niet innovatief wíl denken. Het gros der leidinggevenden is dat op die grond, niet. Zij zoeken zekerheid. Ik heb eens een poging gedaan met scenariodenken aan de slag te gaan door in ons bedrijf een bijzonder goed gezelschap geleerde mensen bij elkaar te krijgen. Tot mijn stomme verbazing kon een aantal van hen de flexibiliteit om van eigen denklijnen af te stappen, niet opbrengen, de directeur voorop. Daar heb je dus helemaal niets aan.

Het levensgevaarlijke van namaak-scenariodenken is desillusie en teleurstelling. Het vaakst maak je mee dat we - ik kan mezelf niet uitsluiten - een goed idee hebben en dan een weg daarnaartoe zien. Een weg. Mij kost het moeite om dan heel kritisch op mezelf te blijven. "Sceptisch, Jan. Cynisch. Negatief." Dat hoor je dan vaak. En toch is dat essentieel. Schop je eigen idee onderuit. Luister naar anderen en neem over.

Tot nu ken ik één uitzondering op die regel: als je idee uitgaat van volledig andere uitgangspunten (paradigma's). Ook dan moet je schoppen, maar net iets beter opletten of je niet de basis verwijdert of dat je wetmatigheden uit een 'oude' situatie overzet. Díe discussies zijn dan ook de lastigste. De kans dat je te maken krijgt met mensen die níet kunnen meedenken is tientallen keren groter dan dat je die ene scenariodenker treft. Dát is dus de mindere kant geweest van mijn werk: onbegrip, onwil en angst voor de toekomst.

De valkuil van één scenario is diep en frustrerend. Je hebt een geniaal idee, maar al die anderen, de klungels, willen dat maar niet snappen. Ze liggen niet eens dwars. Ze negeren het. Ze zíen het niet. Klopt. En jíj bent vergeten dat jouw scenario verschillende vrijheidsgraden kent en zich gaandeweg ontwikkelt. Maar vooral dat verandering tijd kost en - ook voor jou - pijnlijk is. Een innovator is zelden de man op het podium, maar wel degene met de langste adem. Geduldig en hardnekkig.

dinsdag 28 oktober 2014

Wees een Machiavelli

Eén van de grootste complimenten die ik afgelopen twee jaar kreeg, was dit: "Jij manipuleert niet. Je spant mensen niet voor je karretje. Je gebruikt ze niet voor je eigen belang." Het was niet eens bedoeld als compliment. Dit is wat een groot loopbaanbegeleidingsbureau bij monde van een medewerker me antwoordde toen ik 'm vroeg hoe het toch kwam dat je (ik) vaak met lege handen achter blijft als je samenwerkt.

Het klopt.

Het is een zwaar ondergewaardeerd fenomeen. Dit lijkt de periode van onbegrensde mogelijkheden. De periode waarin iedereen met een goed idee een serieuze poging kan doen dat te verwezenlijken, vooral als er 'tech' bij is betrokken. Ik schreef er al eerder over. Links, rechts, boven en beneden zien mensen kansen; kansen om mee te scoren. De modernste inzichten gebruiken prachtige namen als Lean Startup, maar zijn in essentie niet anders dan wat ondernemers ondernemer maakt: het lef om te starten en bij te sturen richting winst. Niet eerst uitdenken of doordenken. Dóen.

Veel daarvan is gebaseerd op ideologie, een afzetten tegen de gevestigde orde en de conventionele aanpak. "Wij doen het anders." Daar doet zich iets vreemd voor. Want het blijkt een flinterdun laagje, die 'andere, nieuwe aanpak'. In de loop van de tijd blijken veel initiatieven kapot te slaan op de rotsen van de gevestigde orde of zich te bekeren tot geloof in de conservatiefste van de oude waarden: géld verdienen.

Ik durf te wedden dat over een jaar of twintig een groot aantal idealistische ondernemers aan de andere kant van de lijn zijn beland; zoals ook de jaren zestig-idealist is opgeslokt. Wat rest - en dat is wel degelijk belangrijk - is de póging op een andere manier te werken: coöperatief, ad hoc en in netwerken. Maar pas als 'geld' in al zijn perversiteit wordt ontmaskerd, zal dat echt mogelijk worden.

In de tussentijd gaan heel veel mensen beschadigd worden.

Het zullen nog steeds de grote bekken, de ego-trippers, de zelfvoldanen en de manipulatoren zijn die 'winnen'. Winnen, in de huidige vervliegende betekenis van het woord: zij zullen verdienen, zij zullen aandacht krijgen en zij zullen daaraan macht ontlenen. We zullen wolven in schaapskleren zien. Dat klinkt zwartgallig. Maar ik denk het te zien gebeuren, stukje bij beetje. De wolven bevinden zich in een Land van Overdaad; een land waar schapen 'delen' vanzelfsprekend beginnen te vinden zonder zich druk te maken over wie wat doet met het gedeelde.

Wentelen in weelde - of dat nu fysiek of virtueel is, juwelen of geluk zeg maar - is blijkbaar een menselijke voorkeur. Het maakt het huidig tijdsgewricht woest en gewelddadig. Want oude waarden en normen botsen nu met mogelijk nieuwe. Die botsing is echter een frontale. Of is het een slim opnemen (assimileren) van nieuwe mogelijkheden door feitelijk conservatieve ondernemers?

Wat ik je brom: in de komende jaren zullen veel ideeën van eigenaar wisselen. Erger dan ooit zal er worden gejat en geclaimd. Het wrange zal zijn dat de nieuwe denkers helemaal gelijk hebben: een gedeeld idee hééft meer en dus betere kansen realiteit te worden. Het ironische ervan is dat degenen die daarvan profijt zullen trekken, juist níet de innovatieve denkers zijn maar de surrogaat-innovatoren.

Me dunkt, toch weer iets om over na te denken.

woensdag 1 oktober 2014

vrijwilliger als norm

Mijn ervaring als vrijwilliger is gevarieerd en lang. Als ik er 's bij stilsta, besef ik dat het eigenlijk net zo omvangrijk is als m'n professionele cv. Maar de waarde ervan is volledig anders.

Pas geleden schreef ik me in voor een cursus bij één van de organisaties waar ik werk. Op zich niets bijzonders; ik ben er nog steeds van overtuigd dat je nooit te oud bent om te leren en van het principe 'levenslang leren'. Wel vat ik dan 'leren' niet op als boeken- of opleidingswijsheid opdoen, maar vooral ook als levenslessen en praktijkkennis. En nee, daarmee devalueer je die eerste groep niet, maar (her)waardeer je wel de tweede. Na negenenvijftig jaar zie ik steeds meer hoe we de balans hebben laten doorslaan.

"Nou, dat wordt dus een vrijwilligersmiddag". De woorden zijn van de secretaresse die de registratie bijhoudt. Op de lijst blijken alleen maar vrijwillige medewerkers te staan. De betaalde medewerkers met name blinken uit door afwezigheid. Wellicht dat de komende dagen nog verandert.

Mij deed het wel denken: waarom zijn er wel vrijwillige krachten ingeschreven?

Eerlijk gezegd denk ik dat het álles te maken heeft met motivatie. Veruit de meeste vrijwillige medewerkers zijn - nog wel - mensen die intrinsiek gemotiveerd zijn. Ze zijn niet met extrinsieke verleiders verlokt. Geen (hoger) salaris, geen (grotere) auto, geen bonus; van die extrensieke lokkers is bekend dat ze maar tijdelijk werken; lang genoeg om een medewerker vast te houden.

Dan zit je daar. Als één van de velen die dan wel aardig verdient, maar toch ontevreden is (en toch niet weg gaat). Accenture beweert in 2012:
More than half of respondents (57 percent of women, 59 percent of men) indicated they are dissatisfied with their jobs


Het is de ape-val die je vasthoudt. Kokosnoot, met touw vastgemaakt. Gat erin, net groot genoeg voor een gestrekte hand. Met in de noot aas. Aas beetpakken, betekent dat je zonder loslaten niet los komt. En, hup: aap gevangen, want die schijnen niet te willen loslaten of te laat loslaten. De extrinsieke motivatoren zijn het aas in jouw val.

Eigenlijk is het de omgekeerde wereld en zouden we onbetaald vrijwilligerswerk tot norm moeten nemen.

Ik denk dat er geen werkgever is die het aan zou durven het bedrijf zoals-i dat nu heeft te baseren op vrijwilligheid. Te baseren op intrinsieke motivatie van medewerkers. De kans is enorm dat op duizenden plekken de mensen weglopen. Dat is een veeg teken, want het impliceert dat er ongelooflijk veel mensen op plekken zitten die ze niet bevalt. Maar ook dat ze het werk daar ongeïnspireerd doen. Dat wat voor loyaliteit wordt versleten feitelijk gevangenschap is. Alsof een gevangene loyaal is aan z'n gevangenis omdat-i niet weg gaat.

Zonder basisinkomen of iets dergelijks kom je niet veel verder. Maar een slimme werkgever werft actief onbetaalde vrijwilligers. Die mensen zullen op den duur de motivatie van anderen kunnen beïnvloeden. Lol brengen in en op het werk. Dan denk je over vrijwillig werk op een veel constructievere manier dan als gratis oplossing voor je probleem.

Maar dan moet je wel de vrijwílliger (en zijn motivatie) tot norm maken.

vrijdag 26 september 2014

Tegelijk voor- en achteruit

Vandaag was ik in Leiden aanwezig bij een 'publiekssymposium', het vijfde alweer. De titel: Human potential: Optimaliseer jezelf, train je hersenen. Negen hoogleraren deden zo'n 800 aanwezigen kond van ontwikkelingen op hun vakgebied die te maken hebben met human potential, vertaald als vitaliteit. Een - vrij beperkte - reportage vind je bij VOLnieuws, de regionale nieuwswebsite.

Het is goed te zien dat eindelijk wordt erkend dat gezondheid, een belangrijke factor in het licht van vitaliteit, niet generiek te benoemen is. Gezondheid en ook vitaliteit zijn individueel bepaald. Voor de regelmatige lezers van dit blog is dat geen ontdekking. Het wordt hier al langer beweerd. Wat voor de een positief is, kan dat voor de buurman niet zo zijn. We zijn uniek, en slechts in beperkte mate vergelijkbaar. Ja, dat geldt voor meningen, gevoelens of voorkeuren, zul je zeggen. Welnu, de wetenschap weet nu dat het ook geldt voor gedrag dat (deels) wordt opgeroepen door chemische reacties. Het pilletje dat bij de een goed werkt, hoeft dat niet per definitie - in een vergelijkbare situatie - ook te doen bij een ander.

Het is wel iets om bij stil te staan.

In de huidige tijd horen wel overal om ons dat we te maken hebben met innovaties die ons leven ingrijpend zullen veranderen, zeker in het gezondheidsdomein. Dat zal wellicht ook gebeuren. Maar wie weer eens hoort hoe medische ontwikkelaars daarin staan, houdt de overdrachtelijke slag om de arm. Het gaat nog heel lang duren.

Wat techpredikers bijna altijd ontbreekt, is vakkennis van het betreffende domein. Zonder rekening te houden met de restricties die wellicht daaruit voortvloeien worden toekomstbeelden vrijblijvend. Dan gaan robots ons op vrij korte termijn helpen en op middellange termijn worden bestuurd door hersengolven. De eerste voorbeelden zijn er immers al.

Die eerste voorbeelden zijn echter in onze lekenogen indrukwekkend, maar vaak nog niet meer dan vingeroefeningen. Vooral de hersengolvenbesturing heeft iets verleidelijks en komt geregeld om de hoek. Vandaag bleek weer 's hoe ver die nog zijn.

We kunnen met hersenactiviteit machines bedienen. Dat is zo. We weten ook vrij goed welk gebied van de hersenen wat doet. Maar we weten ook dat hoe nauwkeuriger we kijken, hoe complexer en gedetailleerder die bediening werkt. En vooral: hoe persoonlijk. En dan hebben we het nog niet eens over het niet kunnen determineren uit hersengolven of we aan een hamburger of aan een pizza denken als we aan voedsel denken, zoals één van de hoogleraren, eufemistisch 'een internationaal vermaard deskundige', zei.

Dat het nog een tijd gaat duren heeft met het verkrijgen van die kennis te maken. En met de eisen die men stelt. Er moet ook bewijs zijn dat die aansturing klinisch werkt, dat ze generiek is, dat ze 99,9% betrouwbaar werkt. Het mag niet zijn, zoals nu nog gebeurt, dat de door een ALSpatiënt met hersenactiviteit bestuurde robotarm plots gaat zwenken en zwaaien, omdat de aandacht verschoof.

Die erkenning van de unieke mens is mogelijk een nog grotere verandering dan de technische snufjes en deeloplossingen. Het betekent dat de medicus (weer) vakman moet worden en minder technisch specialist of operator. De chirurg kan dat nog worden, maar de internisten en de oncologen niet. Sterker, die laatsten zijn al geconfronteerd met de per patiënt unieke medicatiemix.

Ooit weleens bij stilgestaan dat wij, westerse werelden, wel eens een fasewisseling kunnen doormaken die ons dan wel op een technisch hoger level laat leven, maar met dezelfde onbekendheden die de chirurgijn had aan het eind van de middeleeuwen? Vooruitgang én achteruitgang in een. Fascinerend.

maandag 22 september 2014

JA! - fondsen

Innoveren is verschrikkelijk lastig. Als men je niet voor volslagen geschift houdt, is het minste toch wel de vraag of je kunt aantonen dat gaat gebeuren wat jij zegt. Of dat het wat opbrengt. Per slot van rekening leven de meeste mensen in een wereld die wordt gedomineerd door (het verdienen, krijgen en houden van) geld. Alles draait om geld. Vooral in bedrijven kan men er wat van. Daar vragen ze zonder van schaamte van kleur te verschieten om bizniz cases. Da's leuk als je boekje zevenendertig van een nieuwe vormgeving voorziet, maar niet als je nog onbewezen technieken wilt gaan inzetten. Dan blijkt je eerste barrière je eigen werk(gever).

Het is geen bijzonder verschijnsel. Als je het ietsje verbreedt, zie je het 'overal'. NWO kent subsidies en beurzen toe; de klacht is dat het een tombola is en dat de mogelijk baanbrekende ideeën niet doordringen omdat ze nog onbewijsbaar zijn. Theatergezelschappen moeten kunnen aantonen hoeveel toeschouwers zij bij een voorstelling, die pas over twee of drie jaar 'staat', verwachten. Of, nog erger, ze moeten zaalgroottes aanvragen in plaats van voorstellingen. Welzijn lijdt er al decennia onder: de aantoondrift. Kwantificeren, benchmarken en protocolleren: termen die van onbegrip voor mensenwerk getuigen. Als een soort van kippedrift gaat bewijsvoering door het land.

De idioterie is dat er wel geld is voor vernieuwing. Maar die is onbereikbaar als je niet aan 'de regels' voldoet. En één van die regels is vaak een uitgebreid bewijsplan. Paradox: geld voor vernieuwing is vooral gericht op status quo.

Inmiddels ben ik zo ver dat ik denk dat we stomweg al die fondsen, overheden, bureaus de rug moeten toekeren en het zelf doen. Je hebt vooral last van bemoeials als je de gebruikelijke wegen naar geld kiest.

Mijn idee is het JA!-fonds.

Eén van de mooiere ontwikkeling van deze tijd is het verschijnsel crowdfunding. Ben ik nog uit de generatie voor wie directe democratie een (ijdele) hoop was; nu is daar plots directe financiën. Wat is er mooier dan dat ík kan kiezen waaraan ik mijn €100 - of meer - besteed? Websites zát waar honderden ideeën staan, die steun zoeken. En als jij en ik daarin iets zien, kunnen wíj dat steunen. Hoezo gemeente? Hoezo bank? Hoezo fonds? Communis opinio!

De variant waarvoor ik pleit, is hierop gebaseerd. Het enige verschil is dat je niet een concreet project steunt, maar een fonds. Een fonds met de nadrukkelijke doelstelling innovaties die niet direct kunnen worden bewezen, te steunen. Het 'Ja, doen we' in plaats van 'Nee, want' of 'Ja, maar'. Idealistisch? Zeker. De inleggers zullen ook idealistisch zíjn en gelóven in (maatschappelijke) projecten in plaats van financiële opbrengst. Het structureren zal nog voeten in aarde hebben. Om misbruik te reduceren zal zo'n fonds moeten worden opgeknipt in kleinere delen met allemaal dezelfde stichtingsdoelen. Kleinere delen maken de verleiding om 'een héél klein beetje te sjoemelen' kleiner.

Mijn droom is dat zo'n JA!-fonds in iedere stad te vinden is. Megalomane landelijke maatschappelijk projecten rieken al naar onzin doordat ze plaatselijke (cultuur)verschillen ontkennen en omdat ze blijkbaar uit gaan van standaardmensen en standaardoplossingen. Die tijd is voorbij. Die projecten moeten stoppen. En dus is een lokale financieringsstroom nodig. Eentje die 'van ons' is. Eentje die 'risico' kan en moet nemen als het gaat om sociale projecten die nog onbewijsbaar zijn. Eentje die niet gek is en zich laat 'misbruiken', maar wel uitgaat van vertrouwen.

Dán laat je de bestaande structuren achter je en stoomt op. Dan heb je geen burgerinitiatief, maar burger(s) met initiatief. Dan hebben we weer meer heft in handen.

vrijdag 12 september 2014

Het omgedraaid Leids bushokje

Bij innovatie denken veel mensen meteen aan Grote Uitvindingen. De telefoon, elektriciteit, atoombommen, de ontdekking van het wiel, het pokkenvaccin, ze komen meestal wel voorbij. Of de Industriële Revolutie en het Internet. Meestal zijn het grootse dingen en meestal zijn het uitvindingen.

Innovatie hoeft niet per sé nieuw te zijn. Innovatie moet wel nieuw zijn in zijn gevolgen of mogelijkheden. Apple is een beruchte. Dat bedrijf innoveert door slim te combineren wat al beschikbaar is. Voor de paperclip is nooit een nieuw materiaal ontwikkeld noch een nieuwe techniek ontwikkeld; wel een heel slimme buiging.

Innovaties kunnen in heel kleine veranderingen zitten. Maar wel veranderingen die - relatief grotere - effecten hebben. Het innovatieve aan Apple zijn niet de apparaten op zich, maar wel de herpositionering van de computer ín het huishouden - de iMac was toonbaar in de woonkamer - of de mobiliteit - na de iPhone is er niemand die nog vreemd opkijkt van een computer in je broekzak. Die kleine aanpassingen maken het ook zo lastig innovatie te onderscheiden van marketing; de mensen die menen dat wij altijd 'iets nieuws' willen. Daardoor staren jij en ik naar reclames over slimme, zelfnadenkende tandpasta's, diamantstof als huidschuurmiddel in de crème of koffie die ook ons haar oppept.

Lachwekkende onzin.

Toch moet je oppassen de kleintjes niet meteen allemaal af te doen als onzin. Misschien zijn ze niet allemaal spectaculair; ze kunnen best handig zijn.

Vandaag moest ik wachten op het doen van een oogmeting. Omdat het erg mooi najaarsweer was, ben ik voor de winkel in het zonnetje gaan staan. De winkel ligt aan een straat die weer eens wordt her-ingericht in een (wanhopige) poging 'm aantrekkelijk te maken: andere lantaarnpalen, ietsiepietsie aangepaste stoep, haast onzichtbare 'historische elementen' die worden terug gebracht. Zo'n straat gaat dan helemaal op de schop.

Ik blijf van mening dat er teveel energie in wordt gestoken, maar op (minstens?!) één punt zag ik vandaag wel iets innovatiefs: de bushokjes. Die zijn 'omgekeerd' en naar de winkels gericht. In eerste instantie, denk je, 'ze staan verkeerd om'. Dat is niet zo.

In de oude situatie stonden ze conservatief met hun rug naar de winkels, beschutting biedend aan de wachtende reiziger. Als je weet dat daardoor áchter de bushokjes een loopruimte overbleef van zo'n anderhalve meter, dan zie je de flessenhalzen al ontstaan. Winkels áchter de bushokjes hadden de slechtste plek die je je zo ongeveer kan bedenken.

Nu zijn ze dus omgedraaid, de bushokjes. Maar dat niet alleen; ze zijn ook open. De ontwerper beledigend: het is een dak met twee zijkanten.* Want informatie en reclame moeten we natuurlijk nog steeds kwijt. Nog steeds is het geen oplossing voor 'een bushok op een smalle stoep', maar het zou wel tot effect kunnen hebben dat de stoep breder óógt. En dat je als wachtende niet suffig naar het wegdek staart tot de bus komt.

Het bushokje omdraaien. Kan het kleiner, anders dan het bushokje weghalen, de stoep verbreden of de halte verplaatsen? Maar ik vind deze oplossing veel uitdagender, vooral omdat-i convénties ter discussie stelt. Waarom zou een bushokje moeten zijn zoals-i altijd was?

Mijn enige wens zou nog zijn een soort van rolluik waarmee bij regen en sneeuw tijdelijk! tóch nog meer bescherming wordt geboden.

* Een paar dagen later heb ik de vormgeving nog eens beter bekeken. De strekking van de blogpost verandert niet, maar het bushokje is best wel anders dan "een dak met twee zijkanten". Het is een veel ijler geheel, veel opener en transparanter, waarbij een halve 'achterwand' het enige gesloten platte vlak is en het dak verder wordt ondersteund door dunne balken.

woensdag 30 juli 2014

We zijn een zak micro-organismen

Ik ben een beetje een veelvraat. Het kost me grote moeite me te committeren aan één onderwerp. De hoogleraar waarvoor ik ooit werkte, heeft het me weleens gevraagd: "Zou je niet willen promoveren?". Mijn antwoord was er direct. Ik zou niet weten waarop, want er zijn teveel fascinerende onderwerpen én - belangrijker - ik wilde niet gekoppeld worden aan één onderwerp. Het is me ook nooit echt gelukt. Ik volg mijn nieuwsgierigheid en dat bevalt enorm goed.

Die houding laat me reageren op zeer diverse dingen. Niet dat ik daarvan alles weet, maar omdat het me boeit en vaak ook vragen oproept. En vragen, dat weet jij als lezer van dit blog inmiddels, zijn de motor achter vooruitgang. Zo, nu snap je, als scherpe lezer, meteen ook waar mijn fascinatie met innovatie vandaan komt (en mijn scepsis): die vooruitgang.

Innovatie is geen technologisch trucje. Dat dreigt het wel te worden met alle aandacht voor technologische vernieuwing. Maar dat zijn merendeels gevalletjes Oude Wijn In Nieuwe Zakken. Bestaande procedures en producten worden gedigitaliseerd, versneld of verkleind en dan innovatie genoemd. Innovatie vereist echter eerder een heel nieuwe manier van kijken.

Dat is echt verschrikkelijk moeilijk. Een zijstapje. Ik ben al een ruim half jaar bezig een project te starten waarin het, volgens mij, essentieel is dat het begrip 'arbeid' wordt geherdefinieerd. Alleen als je die stap kunt zetten, ben je in staat de broodnodige verandering te zien. Wat me opvalt, is dat de mensen met wie ik dit traject doe - en die echt open staan en wíllen - geregeld tóch terugvallen op bestaande concepten. Niet dat het mij makkelijk af gaat of dat ik het beter kan; mijn conclusie is dat het voor iedereen tergend moeilijk is. Als een kunstenaar die zijn meesterwerk voor zijn geestesoog ziet, maar het niet op het doek krijgt.

Als ik me niet vergis, schreef de De Volkskrant er afgelopen zaterdag ook al iets over: het werk van Nicole King cum suis. Niet dat ik ooit eerder van hen had gehoord. Maar wat ze poneren, pakt wel. In Quanta Magazine - ook nooit eerder van gehoord, overigens - brengt daarover een artikel onder de titel Where Animals Come From.

Historically, photosynthetic bacteria pumped oxygen into the oceans for billions of years, setting the stage for complex multicellular life. And according to the endosymbiotic theory, proposed in the 20th century and now widely accepted, the mitochondria inside every eukaryotic cell were once free-living bacteria. At some point more than a billion years ago, they took up residence inside other cells in a symbiotic relationship that endures in nearly every animal cell to this day. In their role as dinner, bacteria also likely provided raw genetic material for the first animals, which probably incorporated chunks of microbial DNA directly into their own genomes as they digested their meals.


Het gaat niet eens om actualiteit, want uit het artikel kun je opmaken dat deze kennis al tijden beschikbaar is. Het gaat om het innovatieve karakter van de gedachte: bacterieën, die ook ons hebben gevormd, en waardoor je eigenlijk naar mensen en dieren zou moeten kijken als samenlevende en samenwerkende kolonies micro-organismes.

Ooit leerde ik dat we grotendeels uit water bestaan. Nu komt er een nieuwe dimensie bij: en voor de rest uit materiaal van duizenden, miljoenen eerdere organismen. Genetisch materiaal. Dat samenvoegen is intrigerend, want er is geen enkele reden waarom dat proces nú, met ons, zou stoppen. Maar als het doorgaat; waar leidt het dan toe? Dan zijn we een tussenstap. Dat wisten we al, want de omgeving bepaalt welke vorm zich handhaaft ('survival of the fittest').

Maar daar hoort iets bij. Het is niet alleen de best aangepaste. Het zou ook de best samenwerkende, samengestelde kunnen zijn. Ik vind dát soort denken dus innovatief.

The influence of microbes is even inscribed on our genome: More than a third of human genes have their origins in bacteria.

vrijdag 6 juni 2014

De aapmens

Een makkie. Een paar citaten uit de VPROgids die een interview plaatste met Frans de Waal, apenkenner. Als je het dán nog niet begrijpt of wilt begrijpen, wordt het lastig. En zeg niet dat het 'maar apen zijn'. De nuanceringen over het verschil mens - aap zijn ook benoemd.

http://www.youtube.com/watch?v=XCTk4IMoSlU&feature=youtube_gdata_player

De essentie?! Luie aap! Goed dan, in mijn woorden. Apen, en mensen, kiezen voor een sociale, rechtvaardige beloning voor gelijke inspanning. De reden is afkeer van ongelijkheid. Ongelijke beloning wordt best wel geaccepteerd, mits het niet té eenzijdig naar één kant is en als het gaat om ongevraagde giften.

Koppels (kapucijnaapjes, JvdS) bij wie we de beloning afwisselden waren veel langer bereid samen te werken dan koppels waarin telkens dezelfde aap de beste beloning kreeg.


Sociale ontwrichting is ook voor apen een gevaar, en de reden waarom zelfs de machtigste alfaman chimpansee nooit al het eten voor zichzelf houdt. Er is altijd kans op een massale reactie.


Let wel: het gaat hier over belóning, niet over bezit. De huidige discussie in mensenland gaat over beide: de grote vermogensverschillen tussen arm en rijk én de exorbitant hoge inkomens van sommigen.

Wat mij betreft het bedreigendste citaat is dit hieronder. Vooral omdat het griezelig goed past in een tendens waarin directe relaties worden vervangen door indirecte. Of dat nu goed of slecht is, of meer dan wel minder gaat worden; dit verklaart het. Niet om vrólijk van te worden als je het tot je laat doordringen.

Mensen vermijden ongelijkheid om dezelfde reden als apen, omwille van de samenwerking. Maar dat geldt voor persoonlijke relaties. Mensen die anoniem zijn gedragen zich anders. Dat verklaart waarom er tegenwoordig meer ongelijkheid is dan in de samenlevingen van onze voorouders.


Een romantisch terugblikken op 'de tijd toen geluk nog heel gewoon was'? Da's te eenvoudige repliek en feitelijk domweg de ogen sluitend. Alsof alleen 'vooruit, vooruit' in de innovatie-wedloop een goede keuze is.

We leerden allemaal dat de Romeinse heersers gebruik maakten van 'brood en spelen'. Welnu, Marieke Drost vat het in de VPROgids prima samen:

(...) onze intuïtieve afkeer van ongelijkheid wordt gedempt door door onze toegenomen welvaart en autonomie. Dat zou verklaren waarom onze verontwaardiging beperkt tot mopperen tegen de tv, en zelden tot opstand leidt. We zijn geen apen.

woensdag 7 mei 2014

De ontwrichtende buitenstaander ontdekt

Je zult dit hele blog moeten lezen om het plan terug te vinden. Goede zoektermen helpen je vast wel. Wat ik wil zeggen: ik ga het hier niet nog 's beschrijven.

Grof geschetst: ik ben een paar jaar terug begonnen met het warm maken van mensen voor m'n projecten gericht op het (re)activeren van mensen. Dat mag je lezen als losweken uit de bestaande conventies, zoals dat betaald werk en geld bepalend zijn (voor je identiteit). Kul. Ook jij hebt veel meer in je dan dat dagelijks werk.

Vandaag heb ik, samen met een groepje gelijkgezinden, weer een stapje gezet. Op onze leeftijd gaat het allemaal weloverwogen, zullen we maar denken.

Het stapje is een belangrijke. We hebben er iemand met verbeelding - bijna - bij betrokken. Niet de verbeelding die ook ik heb, maar de verbeelding die een theatermaker heeft. Die belangrijke vraagstellende en ontwrichtende verbeelding die nodig is om te komen tot vernieuwing.

De vernieuwing die we zoeken, is ingrijpend. Dat kan alleen als je in staat bent bestaande normen en perspectieven (even) los te laten. Even je fantasie aan te spreken en díe beelden realiteit proberen te maken.

Hoe zou het zijn als.....

Er komt iets moois uit. Of het nu in het kader van het ene of van een ander idee gebeurt, maakt niet eens uit. Maar we hebben wel iets gevonden waarmee we de kokosnoot van sociale dwanggedachten kunnen open breken. Daar gaat 'de samenleving', in mijn geval de stad Leiden, veel voordeel uit putten. Als ze zichzelf de kans geven het te zien en snappen.

Het grootste deel van mijn loonvormende leven heb ik me daarvoor geïnteresseerd: het scheppend vermogen van mensen dat we soms creativiteit en soms innovatie noemen. Daarover circuleren talloze verhalen, theorieën, onderzoeken, oordelen. De bekendste is wellicht dat goede ideeën op onverwachte momenten komen: onder de douche, op de hei, kreunend op het toilet. Dat kán. Maar creativiteit is zelden een solo-actie. Het vereist groepsdynamiek en werken. Let maar op: in groepen ontstaan de ideeën op basis van wat anderen zeggen of doen.

Dat is volgens mij de crux of de belangrijkste factor: meerdimensionaliteit.

Dus verkondig ik al jaar en dag dat ieder bedrijf dat beweert aan innovatie te doen "een idioot" in dienst moet hebben. Dat is overdrachtelijk bedoeld, zoals je vast begrijpt. De essentie is echt niet hogere wiskunde: zorg voor diverse perspectieven die met elkaar in gesprek zijn.

En dat me de meeste bedrijven een partij moeite.

Het denkraam is volslagen verkeerd. Veel managers denken op veel te korte termijn en in oppervlakkigheden. Alsof het een kwestie is van ingrediënten samenvoegen tot een meesterwerk leidt. Meesterkok wordt je door vlijmscherpe messen en de beste, verse ingrediënten.

Terwijl creativiteit en innovatie juist opbloeien in de randen van crisis en conflict.

Stuit ik me vandaag dus op een oude blogpost van Bob Sutton: Twelve Weird Ideas That Work.
Photo 07-05-14 18 53 45

Weet je. Ik zet er een punt achter. Dit is het. Hierom gaat het.

Vandaar dat veel bedrijven het niet lukt en ik veel verwacht van ons vandaag gemaakte contact.

zaterdag 3 mei 2014

Leidse cosmetica

Hoe zou het zijn als....? Een vraag die me vaak te binnen schiet. Even anders kijken naar wat je voor vanzelfsprekend aan neemt; dat trucje. Het werkt het best op plaatsen waar je vaak komt en die je 'dus' niet meer echt beleeft.

Zo kletst een deel van Leiden alweer een hele poos over de Breestraat. Een straat waaraan weinig méér eer is te behalen, omdat-i fundamenteel verkeerd is: te smal én te breed, één van de twee verkeersaders in de stad, en zonder karakter. De oplossingen zijn voorspelbaar: maak er een voetgangersgebied van waar het 'gezellig' toeven is. Geen idee wat 'gezellig' precies is, maar blijkbaar zijn dat terrassen.

Eerder heb ik geschreven dat veel rigoureuzere richtingen zouden moeten worden ingeslagen: leg een beek aan. De Breestraat is niet vlak, maar valsplat. Hoe mooi zou het zijn als over de as van de weg, in twee richtingen, een ondiep beekje stroomt? Wedden dat het een enorm effect heeft op hoe de straat wordt beleefd? En dus hoe men zich er gedraagt.

conduit

Een stad levendig maken, vereist dat je leven, beweging zichtbaar maakt. Op die gedachte is het volgende gebaseerd.

Laat de gemeente Leiden tientallen abri-achtige panelen plaatsen, door héél de stad. Maar laat die panelen niet gebruiken voor reclame maar om het stadsleven in een cirkel van 250 meter rond het paneel te tonen.

Met stadsleven bedoel ik niet het straatleven - da's immers juist te weinig - maar het vanaf de straat onzichtbare leven om je heen. Bewegend en live.

Loop over de Oude Vest en kijk naar binnen in één van de zalen van de Lakenhal. Loop over de Breestraat en kijk binnen bij winkels of zie hoe wordt geconfereerd in de Stadsgehoorzaal. Loop door een woonstraat en zie de achtertuin of achtergevel (alhoewel ik hier nog de meeste problemen zou verwachten).

De techniek - kleine, eenvoudige camera's - is er. In Limburg, weet ik, zit een bedrijf dat bezig is met stadsschermen en contextgevoelige informatie. Dit is een variant en eenvoudiger.

Als toerist of dagjesmens, of als Leienaar!, loop je dan door de stad en je kunt zien wat er in je omgeving is te zien áchter de gevels. Vooral musea en dergelijke kunnen een veel groter bereik halen op die manier. Zij gaan naar de bezoeker in diens habitus tóe! Een restaurant, een winkel: effe kijken hoe het er van binnen uit ziet.

De beelden zijn te koppelen aan het moment. 's Avonds zal er in de stikdonkere musea niets te zien zijn. Dan zijn de café's levendig. Als er maar geen (statische) reclame te zien is. Da's dodelijk. Het systeem kan betaald worden doordat de bedrijven die meedoen een deelnamebedrag betalen voor de uitzending.

Ik zie het wel voor me, hoor.

Privacy? Die is net zo als met gordijnen en winkeletalages: mensen die langs lopen, werpen een blik naar binnen. Zijn de gordijnen dicht of de etalages donker achter rolluiken, dan zie je niets. Meedoen is zoiets als de gordijnen open of dichtgetrokken hebben.

Inbrekers? Ach, kom. De schermen zijn buiten geplaatst en niet elders op te vragen dan binnen die straal van 250 meter. De inbreker zal dus nog steeds op stap moeten en nog steeds observeren. Net als altijd.

Dat zal vast wel gebeuren: de Ja, maar-reactie. Varkens in het Singelpark, camera's met stadsgezichten, een beekje door de Breestraat, kijkers in de stad.... Ja, maar....

Innovatie. Het lijkt er in Leiden meer op dat dat het van een strik voorzien van de spreekwoordelijke doos in out of the box is.

donderdag 27 februari 2014

Stad der ouderen

Eerlijk gezegd, is het geen dagelijkse gedachte. Zo af en toe fladdert-i weer 's binnen. Waarom, waardoor opgewekt? Geen (bewust) idee.

Het gaat over ouderdom en tijd. Vandaag bedacht ik het me weer toen ik door Leiden reed:
een stad verandert langzamer dan een mens


Mocht je nu dubbelknikken van de lach over deze open deur, heb je er weleens bij stilgestaan?

Inmiddels zal het iedereen wel bekend zijn dat niet alle ontwikkelingen in dezelfde pas lopen. Sommige, zeker de moderne, gaan waanzinnig snel in vergelijking tot andere, bijvoorbeeld biologische aanpassingen. Tot de komst van computers was dat uit de pas lopen nog binnen een hanteerbare bandbreedte, alhoewel de apocalytische essays al tijdens de Industriële Revolutie piekten.

Passagiers zíjn niet gestikt door zuurstofgebrek als gevolg van té snel rijdende treinen. De auto maakte de mens niet onvruchtbaar. En de telefoon heeft niet geleid tot vooral veel leeghoofdig vrouwengeklets.

Die voorspellingen zijn echt gedaan. Bij vernieuwing hoort angst voor het onbekende. Interessant is vooral dat de snelheid van verandering een grote rol speelt. Snel, té snel vooral, werkt weerstand in de hand.

Dan ben je geneigd te denken dat het vooral de technologische ontwikkelingen zijn die voor die spanning zorgen. Maar jouw stad of dorp is het ook!

Steden leven. Ze veranderen. Over de jaren heen verandert het straatbeeld, de winkels, de woningen, de staat van de woningen, de aanwezigheid van hoogbouw, de esthetische waarden. Zo'n stad past zich aan aan z'n bewoners. Maar... binnen grenzen.

De samenleving veroudert. Het aantal ouderen in stad, dorp en gehucht zal toenemen. Daarop zie je de stad al wat anticiperen. Twintig jaar geleden was een opticien een normaal beeld in de winkelstraat. Vandaag vind je er ook de handel in gehoorapparaten en verkoopt de supermarkt rollators.

Maar de stad is nog lang niet gereed.

Er zijn nog een jaar of twintig te gaan en dan gaat die hausse aan ouderen loskomen. Maar is de stád dan klaar? Want die ouderen zijn langzamer, onnauwkeuriger in hun fijne motoriek, slechthorender, slechtziender. Dat hoef j niet eens dramatisch voor te stellen om de gevolgen te voorzien.

Alleen het verkeer al. Een stad als Leiden wil een rustige, wandelbare binnenstad hebben. Da's een prima beeld toch, zul je denken. Het is een beeld dat goed aansluit bij gezonde mensen, maar niet bij minder mobiele. Parkeergarages aan de rand van de stad? Hopelijk wel met brede parkeerplaatsen en brede aan- en afvoerwegen. En in die binnenstad zijn toch wel voldoende rustplaatsen? En goed sanitair? Wat? Liggen er kinderhoofdjes? Maar hoe rollator je daar overheen?

Op die manier wordt een binnenstad speelplaats voor gezonden. Draconisch voorgesteld: de oudere medemens wordt - bewust of onbewust - in de buitenwijken gehouden. Een reservaat: die hippe en leuke binnenstad, of de saaie en vergeten buitenwijken?

zaterdag 8 februari 2014

Drijfveren

Innovatie is verandering. Toch?! In de jaren dat ik heb rondgekeken in dat wereldje is me daar wel iets opgevallen: de drijfveren.

Innovatie is niet iets wat zomaar uit de lucht valt. Ploef, en we innoveren. Waarmee ik maar wil zeggen dat het geen autonoom proces is. Of, zoals anderen het zouden zeggen, een middel en geen doel. Het beeld van een hamer is wellicht verhelderend. Het maakt nogal uit met welke intentie je een hamer vasthoudt voor de bepaling of het werktuig of een moordwapen is.

Innoveren, innovaties en innovatoren hebben iets vergelijkbaars: hun beweegredenen.

In de afgelopen jaren ben ik twee belangrijke tegen gekomen bij mensen: nieuwsgierigheid en angst.

Nieuwsgierigheid is een drijfveer die je verwacht bij academici. Dat zijn immers van die mensen die dingen uitzoeken om het uitzoeken. Fundamenteel (natuurwetenschappelijk) onderzoek is daarom zo kwetsbaar. Daar wordt onderzoek gedaan, gericht op kennisvermeerdering. Hoe je die daarna praktisch kunt gebruiken speelt geen rol. Mág geen rol spelen, vind ik zelf.

Angst, de andere drijfveer, ligt een stuk moeilijker. Die wordt, natuurlijk, zeer zelden zo benoemd. Toch is dit wellicht de belangrijkere drijfveer voor innovatie. Zeker als je innovatie opvat als de concrete verandering van gedrag, produkten of diensten.

Met angst bedoel ik niet de directe angst die ontstaat als je oog in oog staat met een woeste tijger of een ontsnapte dierentuingorilla, evenmin de angst voor een examen of het je eigen slechtnieuwsgesprek. Nee, dit gaat over de angst die zich op meta-niveau bevindt. De angst in de vergetelheid te verdwijnen is er zo eentje. Ik noem het angsten. Anderen zullen het wellicht het ontkennen van de realiteit noemen of het overwinnen van de natuur.

De reden dat ik er op kom, is dat ik pas geleden in de krant las dat er weer een prachtige toepassing is bedacht voor alzheimer patiënten. In navolging van het lifelogging - de godganse dag op intervalbasis foto's maken van wat je doet - lijkt het zo handig voor mensen met geheugenproblemen geheugensteuntjes te maken.

Maar waarom?!

Dat er brillen en gehoorapparaten bestaan, lijkt me verklaarbaar. Beide grijpen direct in op de gevolgen van het gebrek. Overigens heeft ongetwijfeld ook dáár de angst slechter te zien of te horen een rol gespeeld. Maar bij zoiets als geheugenproblemen lijkt dat een nog grotere rol te spelen, met als summum het uitstellen van ouderdom en de dood.

Waarom zou dat zo belangrijk zijn? Omdat angst een slechte raadgever is. Een van de grootste verschillen tussen beide drijfveren is dat de nieuwsgierige zowel voor- als nadelen in kaart brengt. De angst-versie zal dat niet zo vanzelfsprekend doen. Zoals patiënten selectief luisteren. Zoals slechtnieuwsgesprekken vaak maar half gehoord worden.

Dat je dan mensen krijgt die hun tijd van leven voor een deel gebruiken om pilletjes te slikken die hun leven wellicht verlengen, is tot daar aan toe. Wat je aan tijd verslikt, krijg je wellicht terug. Het lijkt me echter wel een variant van Zeno's Achilles en de Schildpad.

Wat wel nodig is in deze turbulente tijden is jezelf de vraag stellen wat die drijfveren mogelijkerwijs zijn. Want verandering omwille van de verandering bestaat niet echt. Wel verandering omwille van een onuitgesproken reden en doel. En zeker dat laatste is toch echt wel belangrijk.

Anders verkoop je een klauwhamer als moordwapen.

donderdag 23 januari 2014

Reïntegratie? Speel toneel!

Van dramaturgie heb ik geen verstand. Heel veel verder dan “Gôh, dat was boeiend, of mooi” durf ik oordelend niet te gaan. Natuurlijk, meerlagigheid herken ik wel. Maar een voorstelling moet je vooral raken. Daarvoor ben ik publiek; primair om te genieten en wellicht daarnaast te worden uitgedaagd. Niet andersom: l'art pour l'art.

Eén van de rare fenomenen in Nederland is dat we propageren dat we 'levenlang moeten (kunnen) leren'. Logischerwijs kent het onderwijs dan ook tal van mogelijkheden. Na de middelbare school en mogelijk een vervolgopleiding bestaat er een rijk scala aan cursussen en (zelf)studie-mogelijkheden. Studium Generale is een begrip. Maar het vreemde is dat 'leren' enorm beperkt wordt opgevat: feitenkennis en cognitieve vaardigheden. Kennis is weten, zo lijkt.

DSC_0140

Wie een poos optrekt met cast and crew van Een Nieuwe Wereldsymfonie van De Veenfabriek realiseert zich dat op enig moment. Zeker als het een socioloog is, zoals ik. Die voorstelling, geheel opgebouwd rond en met oudere mensen, is veel meer dan een voorstelling. Ook dít is levenlang leren.

Leren is niet alleen kennis vergaren. Leren is ook vaardigheden opdoen en eigen grenzen en mogelijkheden ontdekken. Dat kan alleen als je uitdagingen aangaat; kán aangaan. De Veenfabriek biedt die kans door er een volwaardige productie van te maken. Niks experimentje, welzijnsproject of dagbestedingstoneel. Nee, een professioneel regisseur, een professioneel team en een duidelijk doel: een goede, verkoopbare voorstelling maken. Zoals de ROC's ook al lang geen laboratoriumsituaties gebruiken voor de horeca-opleidingen, maar echte restaurants exploiteren.

DSC_0157

Het effect is enorm. Volslagen onbekenden die een paar maanden intensief met elkaar optrekken en zichzelf, overdrachtelijk, blootgeven voor een publiek. Niet iets wat je dagelijks doet. Dan overwin je jezelf. Spelers van zeventig en ouder dit laten ervaren, maakt duidelijk dat levenlang leren niet stopt op een bepaalde leeftijd of bij kennisvermeerdering. Het is ook hervinden van eigenwaarde en waardering door de samenleving.

De logische vraag is eigenlijk waarom De Veenfabriek niet de mogelijkheid heeft meer van dit soort voorstellingen te maken. Nederland heeft behoefte aan deze vorm van 'levenlang leren', van 'reïntegratie', van 'gemeenschapsgevoel', van 'eigenwaarde'.

DSC_0239

Voor ouderen, maar ook GGZ-cliënten, werkenden, arbeidslozen, vereenzaamden, onzekeren, burn outers, zoekenden; vreemd dat we kostbare reïntegratiebureaus wel financieren en de expertise van een professioneel theatergezelschap niet weten te benutten. Als ze willen...


DSC_0218


(Yep. De foto's zijn van de tournee en door mij gemaakt)

woensdag 22 januari 2014

Plots gebeurt het

Zojuist is er een mailbericht verstuurd aan een drietal heren. Mijn bericht heeft een verheugende inhoud.

In de afgelopen jaren heb ik me steeds weer verbaasd over het gegeven dat we, als samenleving, zoveel kapitaal vernietigen. Kapitaal dien je dan op te vatten als sociaal kapitaal, maar ook als economisch kapitaal - geld, kosten - en als kennis. De wegwerpmaatschappij laat zich echt niet alleen maar herkennen in wegwerp-artíkelen.

Vandaag zijn er in Leiden belangrijke stappen gezet.

Een aantal mensen - zowel 'denkers', strategen en dat soort, als beleidsmensen - heeft elkaar gevonden in die opvatting. Na al die tijd is het idee aan het landen en vinden gelijkdenkenden elkaar. Plots en onverwacht, zoals ik had verwacht.

Onze analyse is dat dat vernietigen, dat defaitisme, wordt gevoed door de economische crisis, maar óók - en vooral, denk ik - door de manier van denken. Het is idioot te menen dat de weg uit de crisis moet komen uit het bedrijfsleven dat momenteel op grootse en meeslepende wijze banen verlíest. Van hen kun je met goed fatsoen zoiets dús niet verwachten. Ze hebben de grootste moeite niet zelf ten onder te gaan.

De oplossing ligt in onszelf.

Lang hebben we geleefd in een situatie waarin alles was gericht op disciplinering ten behoeve van werkgévers. Dat er zoiets als werktijd naast vrije tijd bestaat, is meer dan een taalkwestie. Er bestaat een verschil. Over vrij tijd kun je zelf, vrij, beschikken. Werktijd is verkochte tijd. Niet dat niemand plezier had in z'n werk, maar dat was geen vereiste. Ik schreef het al eerder: daardoor geeft nu 66% van de werknémers aan te weinig werkplezier te hebben.

Het belangrijkste effect is echter dat we met veel werknemers zitten; mensen die níet zijn gericht op eigen initiatief, eigen creativiteit of eigen capaciteiten. Die welke de werkgever nodig had, zijn de enig belangrijk. En dus zijn ze een slapend bestaan gaan leiden.

Zonder werk lijken we doelloos en zinloos. Líjken, want in feite gebeurt er iets anders: we zijn niet (goed) in staat een alternatief te vinden voor het verlorene.

Daar ging het bericht dus over.

Over ons antwoord daarop; hoe geef je dát proces een zetje? Tot nu is het een Leids idee. Als Leiden de kans waarneemt, dan wordt het na volwassenwording geëxporteerd; als 'de Leidse aanpak'.

Of het lukt? Geen idee. In tegenstelling tot al die bedrijven die de gebaande - en improductieve - paden bewandelen, gaan we iets onbekends proberen. Maar als ik eerlijk ben en oordeel op basis van de reacties?

Natúúrlijk lukt het. Het sluit precies aan bij mensen, niet bij systemen.

maandag 13 januari 2014

Survival of the... ja, wie?!

In de categorie Misverstanden is dit een van de top-onderwerpen: dat Darwin met survival of the fittest bedoelde dat 'de sterkste' overwon. Hij bedoelde degene die het beste was aangepast aan de condities, de beste 'fit', de beste pasvorm had. Dat kún je zien als 'de beste', maar 'de beste' is een discutabel begrip.

De kracht van Darwins aanpak is dat hij de omgeving als een bepalend gegeven nam. Een organisme met pootjes en longen zal het moeilijker uithouden in een waterrijk milieu dan een met zwemvliezen en kieuwen. Verzuipen of overleven. Dat is natuurlijke selectie.

Totdat je de natuur naar je hand kunt zetten.

Entree homo sapiens, de alwetende-vernietiger.

Wij onttrekken ons aan die selectie. Het is nogal aanmatigend - mensen eigen - te beweren dat wij bovenin die hiërarchie staan. Dat wij het best zijn aangepast. Eerder is het zo dat de mens een éigen milieu heeft gecreëerd, waarin híj floreert (en andere soorten niet; nóg niet). De stedelijke omgeving is een helder voorbeeld daarvan. Ook het gébruiken van de omgeving is er zo een. Als je vierkant stokje in een rond gat wilt krijgen, kun je dat stokje rond maken. Maar ook het gat vierkant. 'Fit' is passend. Dan past het één in het ander. Het zegt niets over wie daarin leidend is.

Wij passen de omgeving aan opdat wíj er in passen. Met als gevolg dat we geen schijn van kans hebben in een onbewerkte natuur. De miljarden jaren evoluerende natuur zou minder stevig zijn dan de relatief snel in elkaar geflanste menselijke (infra)natuur? Die eerste is gebaseerd op de zon. De onze op aardse energie.

Mooi. Dat was de aanloop.

Marktdenkers hebben de neiging te menen dat er een autonoom proces bestaat dat lijkt op die survival of the fittest. Dat proces zou een impliciete 'natuurlijke' balans nastreven. Ongeschikte bedrijven en producten verdwijnen, als gevolg van marktwerking. Maar wat is 'ongeschikt'?

Is de menselijke omgeving wel te vergelijken met een natuurlijke? Of gelden er hele andere regels?

Er zijn geen dieren die meer produceren of doden dan ze zelf nodig hebben; ook de eekhoorn noch de honingbij niet. Wij wel. Boterbergen, melkplassen, doorgedraaide groenten: geen idee waar ik die in het planten- of dierenrijk vind. Wij vernietigen.

De reden is dat er helemaal geen natuurlijke balans ís in een door mensen gemaakte wereld. Er is geen symbiose. 'Parasitair gedrag op een gastheer' past nog het best.

De huidige crises schudden de mensenwereld door elkaar. De tegeltjeswijsheden vliegen je om de oren: dat de bedreigingen als kansen moeten worden gezien, dat iedere crisis voor 'lucht'zorgt, dat zo'n opschudbeurt de slechte bedrijven er uit laat vallen, dat dit o zo goed is voor innovatie, dat nu de creativiteit weer wordt geactiveerd, ...

Flauwekul, gebaseerd op een misplaatst organisch model waarin alles een functie, doel of betekenis heeft.

Ondertussen zie ik dat het systeem, de mogelijkheden en regels worden aangepast. Wéér. En niet aan degene die het meest bijdragen aan een 'sustainable society', de kleinschaligen, maar aan het consolideren van de macht op bestaande plaatsen.

De dominante soort past zijn omgeving aan om maar dominant te blijven.

donderdag 9 januari 2014

StuBru

Muziek is belangrijk voor mij. Niet dat ik het kan máken. Niet dat ik onthoud wie wie is of wie met wie wat speelde. Af en toe twijfel ik er zelfs aan of ik wel goed hoor, of iets wel of niet vals klinkt. Muziek is voor mij iets heel primairs: ik moet het mooi vinden en de rest zal me een worst of een biet zijn en de spreekwoordelijke reet roesten.

Mijn 'muzieksmaak' weergeven, vind ik dan ook een onzinnige bezigheid. Die is nogal omnivorisch. Ik eet alles, zij het van sommige muzikale gerechten meer dan van andere. Je zult me niet betrappen op het mee blèren met André Hazes, maar zijn muziek op zijn tijd is wel degelijk een genot: Nederlandse blues. Van Wagner, van Madame Butterfly, van Le Sacre Du Printemps, of van Orffs Carmina Burana kan ik net zo goed genieten. Eerlijk gezegd wel iets minder lang. Een opera haal ik nooit helemaal tot het eind. Maar symfonische rock en minimal music ook. Vooral live-registraties kunnen bekoren. Ik zal het mezelf wel wijsmaken, maar ik heb de indruk dat daarin meer sfeer huist.

Omdat ik zo'n onuitgesproken smaak heb, is voor mij een dienst als Spotify ideaal. "Alle muziek binnen handbereik"; ietwat overdreven want King Crimson vind ik er al niet, maar toch: heel veel wel. Mijn lot is echter dat ik heel slecht ben in het onthouden. Hoe vaak ik wel niet meemaak dat ik muziek hoor 'die ik ken' en die, zo blijkt dan later, ook héb. Ik troost me met de gedachte dat ik, net als iemand die aan vergeetachtigheid leidt, verrast kan worden met iets wat ik al kende.

Om Spotify in huis te gebruiken, heb ik een paar jaar geleden zo'n Sonos-ding aangeschaft. Puik, maar duur, apparaatje. Niet dat we het gebruiken om in alle kamers eigen muziek te laten schallen. Dan zou het geheel nog veel duurder worden. Maar wel om Spotify-afspeellijsten te kunnen gebruiken alsof ze in de platen-/CDkast staan. Dat het niet alleen maar voordelen oplevert, heb ik al 's beschreven.

Sonos biedt je meer. De makkelijkste optie is internetradio. Duizenden kanalen geluid, van de inlanden van Borneo of de dorre woestenij van Midden Australië, van de tientallen New Yorkse kanalen tot en met... 'ach, bedenk het maar'. Een radio-dominee? Beschikbaar. Jazz, jazz en nog 's jazz? Beschikbaar.  Nieuwszenders? Roep maar vanuit welk gat op deze aardkloot. En dan nog alle 'officiële' zenders.

Internetradio biedt je ook alle publieke omroep- en commerciële omroepzenders. Niet alleen de Nederlandse, ook de buitenlandse. Keuze te over, ook hier.

Dan ga je vergelijken. Ik ben toch uitgekomen op Studio Brussel, StuBru. De reden is vrij eenvoudig. StuBru is muzikaal stukken gevarieerder dan enig Nederlandse zender. Radio3 cum suis, inclusief het commerciële smaldeel, zijn veel te eentonig en eenvormig. Nog afgezien van het geouwehoer van Nederlandse platenbazelaars.

De Nederlandse aanpak leidt vooral tot een wangedrocht, waarin niet muziek en de luisteraar een centrale rol spelen. Die rol is toebedeeld aan de platenmaatschappijen en discjockey's. Programma's draaien om hen en hun muziekkeuze. En hang nu niet het verhaal op dat verkoop- en downloadcijfers dat bepalen. Het muziekspectrum is echt een heel stuk groter.

Het gevolg is wel dat ik nu al meer dan een jaar geen Nederlandse zender meer hoor. Dus ook geen Nederlands nieuws of file-informatie. Niet dat ik daardoor Belg word, maar het roept wel de vraag op wat een Nederlandse zender nog is. Of een Belgische, een Britse, een Franse.

En daarmee ook de vraag wie jij, de luisteraar, dan bent. Een Nederlander?! Steeds minder...

maandag 6 januari 2014

Maar waar zit het wormgat?!

Verschillende werelden. Voor mij een gegeven. Ik schreef er al vaker over: de traagheid van de wereld van oudere mensen (en de tragere samenleving die er dús aankomt). Of dat rare verschijnsel dat je op straat fysiek dwars door het leven en netwerk van volstrekt vreemden loopt (en die binnentreedt door hen aan te spreken). Het moment waarop je je realiseert dat iedereen hetzelfde anders waarneemt (ook deze tekst kan anders aankomen bij jou dan ik bedoelde).

Social media zijn een mooi platform om dat te bekijken. Niet dat het echt goed dekkend is. Het is een weergave van onze netwerken en ons gedrag. Ondanks z'n beperkingen heb ik de indruk dat het wel één van de beste weergaves is. De belangrijkste reden daarvoor is wellicht het ongefilterde, ongecensureerde ervan. Daarmee zijn plots de uitbijters óók in beeld, zowel de negatieve als de positieve. In principe zie je nu echter alles.

Eén van de bekendste waarnemingen met betrekking tot bijvoorbeeld Twitter is dat er niet altijd even goed wordt nagedacht. Het blijft fascinerend te zien hoe een massa omspringt met informatie. De een zal het massa-hysterie noemen, de ander een hype; ikzelf zou er geen waarde-oordeel over willen vellen. Dit is de manier waarop informatie in een massa leeft; on- én offline.

De gevaren zijn ook bekend: vooral dat we elkaar nakakelen en slecht nadenken over wat er precies wordt gezegd. Zeker als de fout wordt gemaakt dat een bekende bron hetzelfde als een betrouwbare. Voorbeeld? De Bekende Nederlander die iets zegt, wat daarna gezien wordt als waarheid. Voor alle duidelijkheid: Bekende Nederlander is zeker niet alleen de media-bekende. Het zijn ook en vooral de mensen die die status binnen de social media hebben gekregen.

Maar wie geeft hen dat?

Da's dus een leuke vraag. Want als ik door m'n wimpers naar de social media kijk, dan zie ik iets opvallends. De toonaangevende mensen zijn andere mensen dan toonaangevende mensen in het 'echte leven'. Da's best opvallend. De grote denkers in het social media-landschap hebben die status te danken aan datzelfde landschap. Het is hun biotoop. Op die biotoop laten ze kennis los die anderen elders vergaarden en benoemden. Zij zijn het ook die de wetten en regelmatigheden benoemen in dat nieuwe biotoop.

In de aanloopfase is dat allemaal nog leuk. Zonder empirie kan iedereen van alles beweren. Degene met de meeste bravoure en overtuigingskracht zal ook toonaangevend kunnen worden. Dat is, denk ik, ook precies wat gebeurde: de duiders waren geen denkers (niet beledigend bedoeld). Dat gaat op grenzen stuiten, zeker als het laaghangend fruit aan inzichten is geplukt.

Mensen zijn een en ondeelbaar. Tegelijk zijn we ongelooflijk flexibel en meerdimensionaal. Niemand kent mij. Zelfs ikzelf kan mezelf nog weleens verbazen. Niemand kent jou zoals jij jezelf kent. Alle middelen waarmee we communiceren, ondersteunen een specifiek beeld van onszelf. In de wereld van social media is het land Twitter echt volslagen anders dan Google+; ook als daar één mens zichtbaar is. Ze vullen aan, nuanceren, sluiten uit, beïnvloeden.

De wormgaten die ik zoek, zijn de openingen tussen die verschillende dimensies. Mijn belangrijkste zoektocht is naar het antwoord op de vraag hoe al die nieuwe mogelijkheden een mens als individu beïnvloeden. Geen geneuzel over de nieuwste techniek. Wel veel geneuzel over de vraag wat het met míj doet als ik die mogelijkheden aan m'n repertoire toevoeg. Krijgt m'n zelfbeeld dan een oppepper? Verandert mijn idee van 'sociaal'?

Waar een vals bericht over een kat en vuurwerk in z'n kont ( het is dus níet waar) toe kan leiden...

zaterdag 4 januari 2014

Push&Pull

We hebben de papieren krant opgezegd. Niet dat we nu helemaal geen krant meer hebben: per 1 april gaan we over op de digitale versie van dezelfde krant. Op zaterdag krijgen we nog wel het weekeinde-exemplaar.

Vandaag viel die dus weer in de bus. Zoals hij al meer dan dertig jaar trouw dag in dag uit wordt bezorgd. Veel meer dan zeven exemplaren zullen we niet zijn misgelopen. Terzijde daarom: enorme waardering, ook in kerstfooi, voor onze ochtendbezorger!

Die zaterdagkrant doorbladerend bedacht ik me plots wat het effect zou gaan zijn van onze stap. Goed, het ís goedkoper. En we lezen eigenlijk zelden de héle krant. Ook zal de krant op meer apparaten beschikbaar zijn. Maar op een of andere manier knaagt er onbehagen bij ons eigen besluit.

Ik denk nu wat dat veroorzaakt: de papieren krant brengt nieuws.

Met opzet heb ik het klemtoonteken weggelaten: bréngt. Dat is de clou. Hoe ik het ook zou proberen; de krant wordt iedere ochtend bezorgd. Het is niet de beschikbaarheid van nieuws dat onderscheid maakt. Het is z'n bréngfactor, het aanbieden, de push.

Het klinkt zo logisch. We zijn geïnteresseerd in nieuws, en dan nog eens in het bijzonder het nieuws wat ons echt interesseert of raakt. Het medium is daaraan ondergeschikt en dus is de rationele veronderstelling dat papieren kranten dood zijn en digitale de toekomst hebben.

Ik denk dat dat te absoluut is.

Mijn vermoeden is dat ook jij dit beeld kent: dat je slechts één, twee keer per jaar allerlei abonnementen en financiële stukken doorneemt en ordent. Het ene moment is de jaarwisseling, het andere de dag(en) voor de belastingaangifte. Dat zijn momenten waarop je je realiseert hoeveel (overbodige) verzekeringen je hebt, hoeveel abonnementen waar je eigenlijk weinig mee hebt en hoeveel goede doelen je steunt. En zeer waarschijnlijk bedenk je zelf op dit moment nog meer voorbeelden.

Dat is precies waarnaar ik benieuwd ben. We zijn niet zo bezig met onze gewoontes. En abonnementen en meerjarige verplichtingen kun je met gerust hart gewoontes noemen.

Mijn verwachting is dat digitaal nieuws een verschraling gaat opleveren. Niet omdat er minder nieuws is, of omdat de kwaliteit slechter is, maar omdat het stomweg geen push meer is maar pull. Je moet zélf áctie ondernemen om bij het nieuws te komen. Daar waar de krant nadrukkelijk op de deurmat lag, valt de nieuwsattendering niet op tussen de andere berichten. Daar waar de krant zich aan je oog (en hersens) ópdringt, doet de digitale versie dat niet. Die kun je zelfs helemaal over het hoofd zien.

Mijn gok is dat we momenteel veel verwachten van digitaal nieuws omdat we (allemaal) nog steeds een papieren bron als uitvalsbasis hebben. Het digitale nieuws is een aanvulling daar op. Vrienden die je attenderen op goede artikelen in hún krant. Het snelle (112-achtige) nieuws dat via social media, ongecontroleerd en vaak nét bezijden de waarheid, ronddwarrelt.

Het wordt nog een spannende ontwikkeling. In tegenstelling tot een jaar of twee terug geef ik nu toch meer geld voor kranten dan 'geen rooie cent'. Niet dat ze het makkelijker zullen krijgen, niet dat ze overleven in deze vorm. Maar dat vraag-aanbod, push-pull, brengen-halen...

mijn gok is nu dat de digitale vorm net zo drammend aanwezig moet zijn als de doffe klap waarmee de papieren krant op de deurmat valt.

donderdag 19 december 2013

Ontregelende innovatie met een klap

Big bang disruption noemen ze het. Het is de titel van een boek dat Paul Nunes en Larry Downes schreven. Niet dat ik het las. Het is nog niet uitgebracht. Dat gebeurt op 7 januari volgend jaar, over tweeëneenhalve week dus. Om de verkoop te stimuleren, schrijven ze wel over hun bevindingen, zoals in Content Loop.

Voordat je me vraagt wat ik van dat voorproefje vind: het lijkt me een leuk en lezenswaardig boek, en tegelijk het zoveelste waarin casuïstiek wordt gebruikt als bewijs. Da's blijkbaar een steeds meer geaccepteerde manier van redeneren. Ik wil wel bekennen dat ik, alhoewel dol op beeldende betogen, inmiddels wel een schreeuwende behoefte heb aan een steviger plaatsing. Al die 'nieuwe wetenschap' lijkt meer op wetenschapsjournalistiek, een vak apart.

Het artikel is een voorbeeld daarvan: goed leesbaar, informatief, maar een belangrijke vraag niet beantwoordend. Denk ik.

Het Internet of Things (IoT) is een begrip wat je inmiddels moet kennen of minstens gehóórd. Het is de situatie waarin apparaten zonder tussenkomst van mensen met elkaar communiceren. Nunes en Downes betogen dat, na een langzame start, die ontwikkeling nu rap sneller gaat. Verklaring daarvoor is het goedkoper, kleiner, sneller en meer beschikbaar worden van componenten. Dat is de Big Bang Disruption. Hieronder de casus Verdigris.

While many IoT applications are still several generations of technology improvement away, the next major disruptor is already massing at the borders: making homes and offices intelligent and networked. We’re entering the age of the connected building.

Early market experiments have already begun, some of them with the potential of Big Bang Disruption. Appliances, sockets and switches are being upgraded with sensors and antenna, making it possible to collect vast information about the performance and energy usage of device that draws power.

Once collected, that information can be sliced and diced to improve energy efficiency, building maintenance, security, and future product design.

The connected building will obviously disrupt real estate developers and property managers, as well as manufacturers of appliances and lighting fixtures. But the impact of having near-perfect information on the performance of so many “dumb” (and often expensive) pieces of infrastructure could reach far beyond the obvious–and deeply into the energy sector.


Tot dan denk je vast: "Mooi toch? Dit gaat leiden tot veel betere woon- en werkomgevingen. En tot milieu-besparingseffecten. Wie kan daar tegen zijn?".

Laat dan even dít citaat bezinken:
Once the information has been collected, the company has developed analytics to make sense of the mountains of information generated by the building’s devices. Right now, the system can recommend changes to facility maintenance schedules, and to the operation of internal systems including lighting, HVAC, ice makers, electrical vehicle chargers and space heaters.
(...)
In the future, the company hopes to “push information back to automate simple things like thermostats, light timers, PCs and other ‘smart’ devices,” (...).


Ik vermoed dat ook jij een gruwelijke hekel hebt aan een huisbaas die bepaalt hoe warm jouw huis- of slaapkamer zal zijn. Of dat de buurman dat bepaalt. Of een algoritme. Dat is wel de werkelijkheid die ontstaat: het genetwerkte huis wórdt beheerd, op basis van referentiepunten. Hoe, en door wie, worden die bepaald?

Precies dát is wat ik bij veel techno-missionarissen mis: de reflectie op de duistere kant. Feitelijk neemt de technologie autonomie weg. De kans is meer dan groot dat ons leefklimaat wordt gespiegeld aan 'gemiddelden'. De koukleum én de hittepetit zullen beide een probleem krijgen. Als uitbijters lopen ze kans het of te koud of te warm te hebben: het gemiddelde houdt met hen immers geen rekening.

Het lijkt zo anti-technologie. Het lijkt zo reactionair. Dat is niet de bedoeling. Wel is het de bedoeling alertheid te stimuleren. Je zal over enkele decennia tot de ontdekking komen dat het licht om 22.00 uur uit gaat. Het volstaat niet om, als weerwoord, te beweren dat dat draconische beelden zijn en dat dit juist níet de bedoeling is. 'We' zouden geen databestanden koppelen. 'We' zouden het SOFInummer niet anders gebruiken dan als sociaal-fiscaal nummer. 'We' zouden niet zonder aanleiding afluisteren en bespieden.

Verdigris is just one of dozens, perhaps hundreds of companies working on real-world solutions for connected building products and services. Once the price and performance of the technology gets cheap enough for mass deployment, these early experiments will quickly turn into rapid and widespread adoption. From smart buildings to smart grids, the transformation of energy may come, to paraphrase Ernest Hemingway, gradually and then suddenly.

We call that adoption model “catastrophic success.” Whether you’re a building manager, an energy provider, or just a tenant, if you aren’t paying attention to these developments now, in other words, it is going to be too late when the disruptors get the formula right and go mainstream.

woensdag 18 december 2013

Beter mét social media?!

Eén plus één is drie; zo'n gezegde dat we allemaal wel kennen. Ik interpreteer 'm vanaf de lagere school als dat je iets moet dóen, meerwaarde toevoegen, informatie gebruiken en er kennis van maken. Als je over intelligentie denkt, is het ook een treffend gezegde. Intelligentie is niet een kwestie van IQ of feitenkennis, maar een zaak van nieuwe combinaties maken, van 1+1=3.

Even wat zaken combineren.

In de Harvard Business Review vond ik een mooi citaat. Het verwoordt de volledige onderschatting van zijn tegenspeler door de marktleider.

Classic disruptive innovation says that a cheaper, but lower-quality, innovator can eventually overtake an incumbent by gradually siphoning off customers the incumbent doesn’t find it profitable to defend. As the disruptor improves its offering, though, the incumbent’s position becomes increasingly fragile. Big bang disruption differs in that the start-up offers an innovation that’s not only cheaper, but better — higher quality, more convenient, or both — almost right off the bat.


Nog twee citaten; het eerste wijst op de veranderde relatie met de consument. Feitelijk zijn het variaties op een thema: alles wat als nieuw ter beschikking komt, willen we vandaag nog kunnen gebruiken. Haast, haast, haast, en ongeduld. Maar het is niet de eerste die wint en overleeft. Dat is wat het tweede citaat, uit de reacties op het artikel, aangeeft.

In markets where customers can shop, buy and consume goods and services digitally, innovation is increasingly being driven not by the marketing plans of even dominant providers so much as the seemingly insatiable appetite of consumers for the newest technology. Companies no longer offer—consumers now demand.


Too much focus on the technology, on the business, on the financial indicators.... as opposed to the focus on "what is the job-to-be done" that customers hire an entertainment for (on-demand family entertainment, in this case). Enterprises forget empathy on the customer and confuse their business with the "what" (technology or a persistent business model), rather than the "why" (need, job-to-be done, problem) they are doing business (Simon Sinek).


Het is duidelijk. Houd je bestaansrecht in de gaten en laat je niet (teveel) meesleuren door nieuwe mogelijkheden. ?! Maar ik moet toch ook de nieuwe kansen benutten? Inderdaad, een spagaat.

Toch is er een lijn te bekennen, hoor. Rekening houden met je afnemers betekent heden ten dage ook geconfronteerd worden met (snel) wisselende wensen. Niet voor niets wordt voorspeld dat de levenscyclus van bedrijven dramatisch verkort gaat worden. Jouw dienst wordt op het moment dat jij de productie start al links en rechts voorbij gegaan door nieuwe spelers. Marktleider, overlever zijn, zal steeds korter mogelijk zijn.

Dat geldt niet voor allen.

In dat licht bezien, kijk ik naar ">dit bericht over het gebruik van social media door ziekenhuizen. Blijkbaar zijn hiërarchische ranglijstjes ook in een genetwerkte wereld van belang. We zijn en blijven mensen, zullen we maar denken.

Het is ongetwijfeld prettig om als eerste op een lijstje terecht te komen. Het is eveneens van groot belang je klant, in dit geval de patiënt, serieus te nemen en er goed en serieus naar te luisteren en mee te spreken. De vraag is wel of het gebruik van social media wel zo belangrijk is voor de kernactiviteit van een ziekenhuis. Ik moet bekennen dat ik het in dezelfde categorie zou onderbrengen als de kwaliteit van de kroketten in het patiëntenrestaurant: een additionele voorziening, die wel iets zegt over kwaliteit en dienstverlening, maar níet op zichzelf mag worden beschouwd.

En dat gebeurt nu wel.