Posts tonen met het label groep. Alle posts tonen
Posts tonen met het label groep. Alle posts tonen

vrijdag 1 augustus 2014

Wij zelfkwellers

Eigenlijk zijn we steeds grotere zelfkwellers geworden. Mensen die zichzelf pijnigen met onzekerheid, met tegenstrijdige adviezen, met regels, patronen en blauwdrukken. O, en met het aloude elkaar in de smiezen houden en de maat nemen. Vooral dát niet vergeten.

In mijn kudde stokpaarden is dit een belangrijk exemplaar. Alle levende wezens hebben zo hun eigen gewoontes, normen en waarden. Niet dat de eencelligen zich daarvan bewust zijn, maar ook zij worden de dupe van 'fout gedrag'. Hét grote verschil met ons mensen, naast dat bewustzijn, is dat de meeste andere levende wezens niet bepaald onderhandelen over de leefregels. Eten of gegeten worden, is, geloof ik, wel de bottom line waaraan alles wordt getoetst.

Maar wij vreten elkaar niet op. Sterker, er zijn zelfs mensen die denken dat we geneigd zijn tot het vermijden van geweld. Persoonlijk vind ik dat een linke houding, want in een geweldvermijdende omgeving is één geweldgebruikende idioot al snel de machtigste.

Groepen mensen hebben diverse manieren ontwikkeld om samen te leven. Die zijn niet per definitie gericht op vréédzame coëxistentie op basis van gelijkheid. Meer- en mindermachtigen zullen er altijd zijn. Hoe pijnlijk ook: zelfs in dictaturen kan het dagelijks leven vreedzaam zijn, terwijl de verhouding volledig zoek is. Omdat het draagvlak voor een dictator over het algemeen smal is, zal die toch altijd omvallen. Voor bestendiging is dat draagvlak nodig. Een gedeeld wereldbeeld is dan prima. Een geloof bijvoorbeeld kan heel goed machtsverdeling legitimeren.

In veel westerse landen wordt daar ietwat meewarig naar gekeken. Moslims, boeddhisten, animisten: ze zijn toch echt wel achterlijk ten opzichte van onze inzichten. Niet alleen is dat een enorm arrogante houding van iemand die meent een absolute wijsheid en waarheid in pacht te hebben; het roept ook de vraag op hoe het hier dan zo goed zit?

Slecht, denk ik.

Het was de zoveelste aanprijzing voor een cursus die me ertoe bracht dit op te schrijven. Het ging over een cursus hoe je meer klanten kunt binnenhalen door op de juiste manier de telefoon op te nemen. Het zal vast goed bedoeld zijn en het zal vast ook geen totale onzin zijn. Maar het tekent wel ons geloof.

Het lijkt wel alsof niets meer spontaan kan worden gedaan.

De afgelopen twintig, dertig jaar is er een hele industrie ontstaan van mensen die ons kunnen en willen vertellen 'hoe het moet'. Daarmee verdienen zij hun geld. Daarmee worden wij steeds onzekerder en steeds gedisciplineerder. Daardoor wordt ons (gedeeld) wereldbeeld steeds functioneler.

De sociologie heeft ons ondermeer het inzicht gebracht dat 'de maatschappij' alleen kan worden gezien als je 'm isoleert in verschillende perspectieven. Het is de waarde die jij toekent aan een perspectief die bepaalt hoe jij oordeelt. Maar je buurman kan daarover heel anders denken, met evenveel gelijk. Het gaat om daaraan ten grondslag liggende veronderstellingen en oordelen.

Maar langzamerhand fixeren wij onszelf. Niet eens aan meermachtige mensen, maar aan systemen en een geloof, in regels code. We ontwikkelen een seculier geloof. Een cijfermaatschappij (en, ja, dat is een conclusie op basis van een manier van kijken).

Eerlijk gezegd, zie ik de vooruitgang niet per sé als verbetering. Je moet dat woord code eens ruimer opvatten dan alleen softwarecode. Ook al die 10 regels naar geluk, naar rijkdom, naar succes; de 8 tips voor succesvol ondernemerschap, solliciteren, een goed huwelijk; de 20 geheimen voor een gezond dieet, een atletenlichaam of een stralend gebit: allemaal ontnemen ze je een stukje van je eigen intuïtie en gevoel. De RK-kerk schrijft op vrijdag vis voor? Welnu, methode Y schrijft deze stappen voor als je succes wilt hebben in ..... .

Snappu?

Als je het allemaal te serieus neemt, wordt je niet alleen angstig maar ook gemodelleerd, willoos. En de grootste grap is dat de meeste van die adviezen na verloop van tijd weer worden betwijfeld of, erger, aangetoond onjuist zijn. Want, tja, het ligt maar net aan het perspectief wat je kiest als waarheid.

Ik ben voor jóuw intuïtie en jouw eigen gezond verstand.

woensdag 30 juli 2014

We zijn een zak micro-organismen

Ik ben een beetje een veelvraat. Het kost me grote moeite me te committeren aan één onderwerp. De hoogleraar waarvoor ik ooit werkte, heeft het me weleens gevraagd: "Zou je niet willen promoveren?". Mijn antwoord was er direct. Ik zou niet weten waarop, want er zijn teveel fascinerende onderwerpen én - belangrijker - ik wilde niet gekoppeld worden aan één onderwerp. Het is me ook nooit echt gelukt. Ik volg mijn nieuwsgierigheid en dat bevalt enorm goed.

Die houding laat me reageren op zeer diverse dingen. Niet dat ik daarvan alles weet, maar omdat het me boeit en vaak ook vragen oproept. En vragen, dat weet jij als lezer van dit blog inmiddels, zijn de motor achter vooruitgang. Zo, nu snap je, als scherpe lezer, meteen ook waar mijn fascinatie met innovatie vandaan komt (en mijn scepsis): die vooruitgang.

Innovatie is geen technologisch trucje. Dat dreigt het wel te worden met alle aandacht voor technologische vernieuwing. Maar dat zijn merendeels gevalletjes Oude Wijn In Nieuwe Zakken. Bestaande procedures en producten worden gedigitaliseerd, versneld of verkleind en dan innovatie genoemd. Innovatie vereist echter eerder een heel nieuwe manier van kijken.

Dat is echt verschrikkelijk moeilijk. Een zijstapje. Ik ben al een ruim half jaar bezig een project te starten waarin het, volgens mij, essentieel is dat het begrip 'arbeid' wordt geherdefinieerd. Alleen als je die stap kunt zetten, ben je in staat de broodnodige verandering te zien. Wat me opvalt, is dat de mensen met wie ik dit traject doe - en die echt open staan en wíllen - geregeld tóch terugvallen op bestaande concepten. Niet dat het mij makkelijk af gaat of dat ik het beter kan; mijn conclusie is dat het voor iedereen tergend moeilijk is. Als een kunstenaar die zijn meesterwerk voor zijn geestesoog ziet, maar het niet op het doek krijgt.

Als ik me niet vergis, schreef de De Volkskrant er afgelopen zaterdag ook al iets over: het werk van Nicole King cum suis. Niet dat ik ooit eerder van hen had gehoord. Maar wat ze poneren, pakt wel. In Quanta Magazine - ook nooit eerder van gehoord, overigens - brengt daarover een artikel onder de titel Where Animals Come From.

Historically, photosynthetic bacteria pumped oxygen into the oceans for billions of years, setting the stage for complex multicellular life. And according to the endosymbiotic theory, proposed in the 20th century and now widely accepted, the mitochondria inside every eukaryotic cell were once free-living bacteria. At some point more than a billion years ago, they took up residence inside other cells in a symbiotic relationship that endures in nearly every animal cell to this day. In their role as dinner, bacteria also likely provided raw genetic material for the first animals, which probably incorporated chunks of microbial DNA directly into their own genomes as they digested their meals.


Het gaat niet eens om actualiteit, want uit het artikel kun je opmaken dat deze kennis al tijden beschikbaar is. Het gaat om het innovatieve karakter van de gedachte: bacterieën, die ook ons hebben gevormd, en waardoor je eigenlijk naar mensen en dieren zou moeten kijken als samenlevende en samenwerkende kolonies micro-organismes.

Ooit leerde ik dat we grotendeels uit water bestaan. Nu komt er een nieuwe dimensie bij: en voor de rest uit materiaal van duizenden, miljoenen eerdere organismen. Genetisch materiaal. Dat samenvoegen is intrigerend, want er is geen enkele reden waarom dat proces nú, met ons, zou stoppen. Maar als het doorgaat; waar leidt het dan toe? Dan zijn we een tussenstap. Dat wisten we al, want de omgeving bepaalt welke vorm zich handhaaft ('survival of the fittest').

Maar daar hoort iets bij. Het is niet alleen de best aangepaste. Het zou ook de best samenwerkende, samengestelde kunnen zijn. Ik vind dát soort denken dus innovatief.

The influence of microbes is even inscribed on our genome: More than a third of human genes have their origins in bacteria.

zaterdag 1 maart 2014

Zelfportret met een BN-er

Grappig. Ik heb me jarenlang bezig gehouden met het oppikken van innovaties die invloed zouden kunnen hebben op sociaal gedrag. In principe gebeurde dat binnen de reikwijdte van de organisaties waarvoor ik heb gewerkt. Robotisering, bijvoorbeeld, is iets wat ik marginaal heb gevolgd. Maar social media en vooral de komst en spectaculaire opkomst van mobiele apparaten zijn een heel ander hoofdstuk.

Voorzien dat 'mobiel' groot zou worden, vereist echt geen groot genie, hoor. Dat het zó snel zou gaan, was tot de komst van de allereerste iPhone en Androïd niemand duidelijk. Niet dat dat vreemd is. Mensen zijn sociale wezens en dat betekent interactie. Interactie, op zijn beurt, bestaat niet alleen uit communicatie, maar óók uit beweging. Sociale groepen ontstaan als ze kunnen bewegen.

De afgelopen tijd - en de komende - ben ik veel bezig geweest met politici en de komende gemeenteraadsverkiezingen. Meestal zijn dat debatten die moeten worden verslagen of interviews met politici. Die interviews zijn nog het leukst. Vandaag was de Onvermijdelijke Dag: de grote partijen trommelden hun Grote Namen op om kiezers duidelijk te maken wie zij wel niet in hun partijgelederen hadden. In Leiden telden we op één zaterdag twee Toppers en één Subtopper.

Ik ben met één van de Toppers meegelopen voor een verslag. Nee, niet iemand van mijn stemkeuze.

Verrast was ik wel. Niet door de drukte en zo. Dat kun je verwachten. Niet door de foto's en zo. Ook dat kun je verwachten. Ik was wél verrast door de apparaten zelf en het gebruik.

Eerlijk gezegd, had ik verwacht dat veel mensen hun slimme telefoon annex fototoestel annex leesboek annex filmscherm annex navigatiesysteem annex geheugenondersteuner zouden pakken en foto's maken. De smartphone was inderdaad het best vertegenwoordigd. Altijd handig om even snel iets vast te leggen.

Maar wat me werkelijk verraste, was het aantal fotocameraatjes. Het leek er zowaar op alsof een fors aantal mensen met een kleine fotocamera op zak rondwandelt.

De enige verklaring die ik tot nu kan bedenken, is dat men die cameraatjes doelbewust juist nú bij zich had. Maar dat spoorde niet met het gedrag. Veel te veel van die fotografen wekten bij mij de indruk te worden overvallen door de ontmoeting met een Topper.

Over het algemeen is het fotograferen wat men doet ietwat bevreemdend. Ik vind het nog steeds wonderlijk te zien hoeveel mensen met een Bekende Nederlander op een foto willen. Maar goed, ieder zijn voorkeuren.

Het ís helemaal geen fotograferen, heb ik nu voor mezelf geconstateerd.

Al die mensen die vandaag de Topper op de foto zetten, stopten hun apparaat onmiddellijk daarna weer weg. Niemand - voor zover ik kon zien - was verder geïnteresseerd in andere foto-onderwerpen. De kleurrijke bloemen- of notenkraam? Nee. De blinde hond met staargrijze ogen in het kinderwagentje? Nee. De kinderen? De meeuwen? Nee. Of het moeten de toeristen zijn geweest.

Da's iets wat me nu pas opviel; dat met de komst van mobiele apparaten en de mogelijkheid om overal zowat alles te registreren velen er van zijn uit gegaan dat daarmee ook heel veel informatie zou worden gedeeld. Dat laatste klopt wel. Maar het lijkt in slechts beperkte mate informatie te zijn die ook relevant is voor anderen, voor mensen buiten eigen sociale netwerken.

Nog steeds denk ik dat burgerjournalistiek groot kan worden. Maar inmiddels ben ik er ook van overtuigd dat dat alleen gebeurt door bevlógen mensen. Door mensen die gerícht waarnemen, en dat verslaan.

donderdag 12 december 2013

Verlichte tijden

Het voordeel van een stad als Leiden is dat culturen dicht bij elkaar te vinden zijn. Wie van de ene kant van de stad naar de andere fietst - een klusje van 20-30 minuten - doorkruist wijken die heel erg van elkaar verschillen.

Ook in deze tijd van het jaar is dat weer goed zichtbaar.

Mijn route voert me door 'nette wijken' waar orde en netheid heersen en door 'mindere wijken' waar warmte de straat op straalt. Dat laatste mag je zowel overdrachtelijk als letterlijk nemen.

In de volksbuurten, zoals ze vroeger werden genoemd, is een groot aantal voortuinen, gevels en ramen versierd en verlicht met kerstattributen. In tegenstelling tot wat zich wellicht nu voor je geestesoog ontrolt, is het niet extreem buitensporig.

20131212-180906.jpg

Natuurlijk zijn er huizen te vinden die extreem zijn bewerkt. Van die huizen waarvan de buurtbewoners vertellen dat de bewoner "in oktober, november al is begonnen met het van zolder halen van de versiering en het weg sjouwen van een deel van de woonkamermeubels". Het gros van de versierde huizen is veel soberder: het raam is versierd, er staat een kerstboom, er hangt in de woonkamer her en der kerstversiering.

Maar het hangt er wel al vanaf eind november.

Het huis waarvan het huiskamerraam hierboven op de foto staat, is een klein huis. Voor het raam staat een hele verzameling kleine huisjes. Binnen een kerstboom. Als je op een koude, een natte, een stormachtige - of alle tegelijk - avond langs loopt en fietst, oogt dat warme en gemoedelijk.

Dat is wat gebeurt: in die wijken is het plezier - óók - naar buiten gekeerd. De toeschouwer is niet de bewoner. De toeschouwer is de voorbijganger.

Diametraal daar tegenover staat het overgrote deel van de Leidse wijken. Daar wordt met enig dedain neergekeken op die uitbundige feestverlichting. Daar zie je dat dan ook haast niet. De voorbijganger wordt nog wel een blik naar binnen gegund; op een ruime woonkamer, met boekenkast, en af en toe een (grote) kerstboom. De kerstversiering wordt hier niet al te ver voor de feestdagen zichtbaar aangebracht, ín huis. En esthetisch verantwoord.

Alle sociale groepen hebben zo hun normen en waarden. Maar waar de ene groep zich sterker richt op 'buiten´, op andere (anonieme) groepsleden, richt een ander zich juist op de gezelligheid ín huis. Of dat ook iets zegt over sociale betrokkenheid, over de kracht van de buurt, durf ik niet te beweren. Maar het is wel het overdenken waard...

Als studentenstad heeft Leiden uiteraard ook studenten. Die zijn wat moeilijker te plaatsen omdat de variatie in woonvormen zo enorm groot is. Van de 'echte studentenhuizen' kun je wel met een gerust hart stellen dat die zich met hun versiering profileren; liefst over the top of met een schunnige ondertoon. Eén ding staat wél vast: echt serieus is het allemaal niet bedoeld.

Photo 12-12-13 17 14 50

De foto is wat overbelicht op het moment suprême: boven de deur een schattig kersthertje van licht... met een denneboompje suggestief tussen de benen oprijzend.

vrijdag 11 oktober 2013

Van een nieuwe, glorende toekomst

Hoe het Internet is ontstaan, zal de goegemeente inmiddels wel zo ongeveer bekend zijn. Zo ongeveer, want de verhalen erover zijn op details best wel uiteenlopend. Een probleem met geschiedschrijving: ook over de wereldoorlogen kunnen we vandaag de dag nog debatten voeren.

Eén van de belangrijkste motoren achter de ontwíkkeling van het Internet, denk ik, is het beroemde peering geweest. Eenvoudig gezegd: universiteiten cum suis, de eerste gebruikers, hadden niet enorm veel behoefte aan ingewikkelde verrekeningsadministraties voor het gebruik van data, netwerken en rekencentra. Wat is er eenvoudiger dan, op basis van een globale inventarisatie, te stellen: "Als we allemaal evenveel van elkaar gebruiken, dan leveren we ook evenveel. Ergo: we hóeven niets te verrekenen.".

Peering: tussen gelijken, peers, met gesloten beurzen uitwisselen.

De stimulans die daar van uit ging, is ontzagwekkend geweest. Het effect was dat veel mensen zijn gaan denken dat 'alles op het Internet gratis is'. Een de geldeconomie typerende verwringing: waarvoor niet wordt betaald, is gratis en heeft blijkbaar niets gekost. Productie en waarde zijn (ver) uit elkaar getrokken.

Als je het hebt over innovatie, dan is dit zo'n mechanisme wat nog steeds zijn invloed doet gelden.

Wederkerigheid is niet spectaculair nieuw. Wel is het eeuwenlang verdrongen geweest door kapitalistisch denken, waarin eigenbelang, winst en competitie centraler staan. Als economisch (handels)principe is dat geen slecht idee; als sociaal (maatschappelijk) principe wel. Met het internet brak dat sociale element door tot in economische principes. Zo leek het.

Dat is het spannende aan deze tijd. Niet de vraag welke technologie gaat 'winnen'. De vraag welk uitgangspunt voor de samenleving we gaan gebruiken - er wordt niets gekozen. Het zal 'ontstaan' - is relevanter. En, ja, ook daarin moet je eigenlijk ook weer differentiëren naar culturen.

Vandaag kwam een berichtje voorbij over Leiden. Daar wordt gestart met een Free Little Library.

Een Free Little Library is een persóónlijk, openbaar uitwisselingssysteem. Eline Levering, de Leidse initiator, moet nog wel een mooi buitenboekenkastje timmeren, dat wel. Daar kun je een boek uithalen en er eentje terug zetten. Zonder kosten. Een mooie aanvulling op andere initiatieven. We hebben bij voorbeeld De Boekenzolder. Daar kun je per keer zeven boeken meenemen, gratis, voor niets,met als enige voorwaarde dat je ze niet mag (door)verkopen. Houden? Terug brengen? Beide zijn prima. Persoonlijk vind ik Bookcrossing ook een erg mooie oplossing: boeken 'in het wild loslaten'.

Wat mij frappeert, is de onderliggende gedachte. Dat is niet die van handel(s-kapitalisme) maar die van wederkerigheid. Geproduceerd en geconsumeeerd in dat eerste domein, worden producten gedééld in het tweede. Da's nieuw. Nieuwér.

In de innovatietheorie onderkent men verschillende golflengtes: er zijn snelle, krachtige innovaties en er zijn langzamere. Die eerste groep is soms lastig te onderscheiden van hypes. De tweede omdat ze de neiging heeft onopvallend te zijn. Als je een aantal ontwikkelingen in samenhang ziet, ontrolt zich het beeld van zo'n langzamere golf: de Kondratieff-golf.

Kondratieff_Wave

Dat-i onomkoombaar is, ga'k niet beweren. Wel dat-i aan kracht wint. De beweging die is gebaseerd op wederkerigheid. daarin past niet alleen het uitwisselen van boeken, daarin past ook het beschikbaar stellen van slaapgelegenheid, couch surfing, particuliere auto's, leensystemen als Peerby.

Het lenen van auto's is strikt genomen geen wederkerigheid meer. Die hoort in een categorie niet-bedrijfsmatige, kleinschalige verhuur. Die categorie explodeert. Niet verwonderlijk in deze tijd. Wel interessant is dat ook dit weer aanschurkt tegen saamhorigheid: er hoeven geen (grote) winsten te worden gemaakt. Een maaltijd? Thuisafgehaald. Oppas nodig? Buurthulp. En ga maar door.

Wat al deze initiatieven zo interessant maakt, is dat ze veel socialer zijn dan de zogeheten reële economie. Heel lang werd dat weggezet als de informele, of zelfs de zwarte, economie. De vraag is of de zaak aan het kantelen is. Of de basis waarop we moeten bouwen, niet júist die informele, wederkerige economie is.

Dat is wat de crisis ons gaat opleveren: veel initiatief waarin die sociale component centraal staat. Doodzonde dat al die politici, beleidsambtenaren en -adviseurs die boot aan het missen zijn en achterblijven in de oude wereld.

woensdag 21 augustus 2013

Een parallelle wereld

Dat we met z'n allen op deze planeet zijn, is duidelijk. En onze kennis is toch wel zo groot dat we weten dat we niet allemaal hetzelfde zijn, hetzelfde denken, hetzelfde doen of zelfs maar bij elkaar in de buurt wonen. Er zijn verschillen.

Zo af en toe - maar steeds vaker, bedenk ik me nu - waait één van de twee zoons aan. Hij woont op kamers in de binnenstad. Op een mooi plekje, aan een drukke straat. Maar als het zomer is, is het er warm. Als het winter is, bevriezen de leidingen nog weleens. En het is duur, want in een studentenstad kun je nog steeds goudgeld vragen voor kamers. Je ziet: redenen genoeg om bij paps en mams langs te gaan. Heel toevallig en nonchalant uiteraard.

Eerlijk gezegd, ben ik blij dat-i langskomt.

Uiteraard omdat het een teken is dat-i het hier vertrouwt en prettig vindt (nee, cynicus, niet altijd om geld te lenen, bier mee te sjouwen of lekker te douchen). Het is ook een moment om weer eens een poging te doen uit hem te persen hoe het met zijn 'studie' gaat, en met z'n financiën. Leuk dat-i die vragen vindt....
Voor een goede balans: de andere zoon, die nog thuis woont, doet precies hetzelfde met als belangrijke verschil dat híj op zolder woont. Maar ook die moet je uitpersen om te weten hoe hij in het leven staat of hoe z'n studie vordert. Overigens, doen ze beide dezelfde opleiding waarbij de jongste twee studiejaren voorloopt op de oudste.

De dagen dat-i er is, zijn ook de dagen dat je je weer eens realiseert dat met z'n allen op één planeet wonen, niet hetzelfde is als werelden delen. Sterker, die deling gaat tot in het gezin. Je bent geneigd te kijken naar de momenten die je gezamenlijk hebt. Maar minstens zo aardig is het eens te kijken naar de afwijkingen.

Zo zet de thuiswonende zoon zowel op zolder als in de huiskamer altijd de televisie aan. Echt altijd. En als hij die ruimte verlaat, blijft de tv aan. Alsof het een soort van inrichtingselement is zoals een bankstel of een schemerlamp.

Maar het tekenendst vind ik nog hun programmakeuzes. Politieachtervolgingen, douaneperikelen, lollige huisgemaakte video's, reallife onzin over opgezette popsterren, journaals, politieke programma's: in een vreemde mengelmoes komt het allemaal voorbij. Zeker niet alles wordt ook bekeken. Zeker niet alles wat wordt bekeken, wordt serieus genomen. Gelukkig. Het is allemaal bewegend behang rond etenstijd.

Het is wél iets om eens bij stil te staan. Ik zie immers ineens programma's die ik zelf nooit, of niet snel, zou kiezen. Ineens is er een venster naar een andere wereld.

Wat je doet, kun je je voorstellen als koorden die zich achter je ontrollen. Dat is een uiterst gebrekkige beeldspraak die onrecht doet aan de complexiteit van onszelf. Maar hij maakt wel duidelijk dat koorden elkaar kunnen raken, kruisen, verknopen. En hij maakt duidelijk dat die momenten absoluut géén indicatie zijn voor een leven, voor een identiteit. We kunnen inderdaad heel goed een dure auto rijden én goedkoop ondergoed aanschaffen. We kunnen inderdaad heel goed tegen buitenlanders zijn én hen tot onze vriendenkring rekenen. We kunnen inderdaad heel goed lammetjes schattig vinden én plofkip kopen. De lígging van het koord zijn we. Niet een los punt op dat koord.

Het moet dus ook heel goed mogelijk zijn om bijvoorbeeld hele avonden te vullen met televisiekeuzes die mij zouden verrassen. Gewoon, omdat ik die keuze niet zou maken. En jij zou ook andere maken. Er moet dus een parallelle wereld bestaan van mensen die, in dit geval, kijken en praten over programma's die mij vreemd zijn. En zij weten op hun beurt weer niets van mij.

Fascinerend: dat je op straat mensen tegenkomt die ook in een heel andere wereld leven.

maandag 5 augustus 2013

De functionele tent-indeling

Ze kwamen op een zaterdag terwijl wij weg waren. Bij terugkeer stond-i er: een blauw met oranje bungalowtent met eromheen de gevolgen van een soort bominslag.

Een nieuwe omgeving maakt altijd onzeker. Waar staat alles? Waar laat je alles? Waar vind ik wat? Je moet echt je draai vinden.

Heel lang geleden ben ik begonnen met het bepleiten van het denken in termen van life events. In mijn ogen zijn dat ingrijpende veranderingen in je bestaan, waarbij ingrijpend wordt gekarakteriseerd door zijn complexiteit en meerlagigheid. Je leven staat even op zijn kop en de effecten reiken tot in meerdere domeinen van je bestaan. Bekende life events zijn geboorte en dood. Maar ook baanverlies, inbraak(!) en verhuizing horen ertoe.

Life events zijn géén instrument, zoals mijn vorige werkgever maar blééf denken, maar een manier van kijken, beoordelen en werken. Een methodiek?! Dat eerder, ja. Mijn insteek is altijd geweest een alternatief te bieden voor het eendimensionaal (overheids)denken. Alsof we alleen maar bestaan uit simpele, enkelvoudige vragen. Mensen zijn complexer; ónlogisch soms en veel levenssituaties zijn niet tot één vraag terug te brengen. Laat staan tot concepten als 'vraagpatronen'. Wij vereisen een flexibele, responsieve aanpak; geen sjablonen, matrices of schemata.

Sinds deze zomer ben ik er nog meer van overtuigd dat ook 'vakantie' eigenlijk in die rijen van life events hoort. Het is dat 'vakantie' niet een permanente, maar tijdelijke situatie is, maar verder...

Photo 05-08-13 17 23 40

Onze nieuwe Franse overburen bleken niet alleen. Het zijn twee gezinnen: man-vrouw en 1 respectievelijk 3 kinderen. Schuin tegenover was dan ook een futuristische ogende koepeltent opgetrokken. Zo'n ding waarin je je in een ruimtestation waant met slaap- en leefruimtes.

Het meest in het oog springend, was de ontstressing. Dat, althans, maakte ik ervan op basis van wat ik zag. Kinderen die er auditief nogal van langs kregen omdat ze in de weg liepen, iets wilden of iets níet deden. Altijd link als je ouders bij dreigend onweer bezig zijn.

Een half uurtje voordat een enorme onweers- en regenbui losbarstte waren ze klaar en weg naar het zwembad. Jammer dat 'iemand''iets' verkeerd had gedaan of open laten staan, waardoor ná de enorme onweers- en regenbui de halve tent vol water bleek te staan. Een slecht begin, maar niet rampzalig.

Een dag later leek die bom weer ontploft. Alles werd de tent uitgesleept. Niet om te drogen, zo bleek. Blijkbaar was er een lumineus idee ontstaan. De bungalowtent werd de keuken annex eetkamer en het koepelorgaan het collectief slaapverblijf. Na een half uurtje stevig doorsjouwen en vooral langdurig pielen om de gasgestookte campingkoelkasten precies horizontaal te krijgen, was de indeling klaar. Heel functioneel.

Heel opvallend was dat de - verdomd dikke - moeder van het grootste gezin zo te zien altijd de touwtjes in handen had en geen enkele keer echt opgewonden raakte van ook maar iets. Haar man was diametraal het tegenovergestelde: de merde's vlogen in 't rond.

In zo'n week zíe je het systeem zich zetten. Spulletjes krijgen vastere plekken. Er wordt steeds minder gevraagd wat wáár staat. En de rust keert weer, inclusief een stuk ontspannender omgang met de kinderen. De mannen en jongens gingen zelfs vissen in de visvijver. Zonder resultaat.

Het zijn eigenlijk micro life events, die vakantie. Even is alles uit balans. Even ontstaat daardoor spanning op plekken die je niet had voorzien. Even wordt het gezinssysteem aan een krachtproef onderworpen.

En de lol is, dat, als je eenmaal je draai weer hebt gevonden en alles vertrouwd begint te worden, de vakantie voorbij is.

woensdag 31 juli 2013

Witgesokte sandalen

Natuurlijk. Ook ik vind bepaalde zaken mooi en andere lelijk. Niet dat ik dat kan beredeneren, laat staan met esthetisch gefundeerde modellen of verklaringen. Mooi is mooi. Da's zo ongeveer de samenvatting. En mooi... da's alles wat iets bij je teweeg brengt.

Aan, wat ik maar noem, al dat gelul over kunst en wat wel en wat niet kan in de mode, heb ik een broertje dood. Het zijn juist díe mensen met hun getheoretiseer die het werk van kunstenaars steeds verder isoleren, steeds meer ontfunctionaliseren.

Niet dat alles functioneel moet zijn in de betekenis van praktisch toepasbaar. Functioneel is ook dat wat jou tot nadenken aanzet, even wegzuigt uit de realiteit van alledag. Dan is het van tóegevoegde waarde als er achtergrondinformatie beschikbaar is over het ontstaan. Maar dat is en blijft toegevoegd. Kunst en mode alleen dan 'snappen' als de uitleg beschikbaar is?! Volgens mij klopt er dan iets niet.

Dat ik een weerzin voel tegen "zo hoort het", zal je dus niet verbazen. Wat mij betreft, volgt iedereen zijn eigen voor- en afkeuren. Da's nooit helemaal vrij. Er zíjn conventies. Maar diep in m'n hart vind ik die allemaal betwistbaar.

Zo heb ik een zoon die niet eet volgens de methode Mes Rechts Vork Links. Hij doet het precies andersom. Maar waarom zou ik me daar eigenlijk druk over maken? Het gaat er toch om dat-i kan genieten van het eten. Okay, ook daar twijfel ik weleens aan.

Uiteraard ben ook ik niet vrij van (voor)oordelen. Wat ik hierboven schreef, is vrij rationeel gedacht. Soms zie je toch dingen waarvan je denkt: "Hmmm... was dat nu slim?". Dat heeft alles te maken met schoonheid. En de lol is dat we daar allemaal anders over denken.

Een paar jaar geleden heb ik Alleen Maar Nette Mensen gelezen. Een aardig boek - de kritiek dat het discriminerend of vrouwvijandig is, deel ik niet - maar ik kan me er vooral van herinneren dat ik me geregeld afvroeg wat de hoofdpersoon toch zag in vrouwen met dikke billen. Grote borsten en dikke billen zijn niet mijn associatie met mooie vrouwen.

Toch zijn ze er. En toch zijn er mensen die het allemaal wél mooi vinden. En die mensen hebben alle recht van leven. Ook als ik dat maar niks vind. Want, tja, wie ben ik? Wie ben jij?

In Frankrijk liepen we deze zomer tegen het eind van een hete zomermiddag het strand op. Voor ons een aantal mensen. Ook op zoek naar afkoeling of een bruine huidskleur of weet ik veel met welke reden dan ook. Eén man viel mij op. Hij ging het strand op met een korte beige broek en sandalen aan; sandalen met witte sokken.

Dat heeft me een poosje bezig gehouden. Waarom loop je op sandalen een strand op? Die dingen zijn handig en lekker luchtig. Maar waarom sokken? Het enige wat ik kon bedenken, komt uit m'n eigen ervaring. In m'n tienerjaren had ik een hekel aan zandkorrels als je naar het strand was geweest, in je haar, klevend aan je huid, in m'n kleren. En aan je voeten. Sokken voelden dan veel zachter aan. Niet dat het praktisch was.

Ik ben er al jaren overheen. Maar dat denken in 'functioneel voor míj' is er nog steeds. En ook mijn verwondering over mensen die zich enorm druk kunnen maken over hoe anderen er bij lopen. Vooral in termen van "dát kan echt niet". Hoezo?!

Al die mode-zeloten zouden zich eens moeten realiseren dat ze feitelijk in een ontzagwekkend strak keurslijf leven. Het vreemde daaraan is dat ik iedere keer weer - zeker zomers - tot de ontdekking kom dat allerlei mensen die zichzelf zien als 'bevrijd denker' de ergste zeloten zijn.

Laat ze toch: die buiken die over bikini's blubberen, die witte melkflesstelten, die wítte legging, dat bierbuikje, het 'verkeerd geknoopte' jasje, het 'te jeugdig' korte rokje, de topless oma op het strand, de stijf opgetrokken sokken onder een korte broek,...

Doe lekker wat je zelf prettig vindt, handig vindt of mooi vindt. Sterker, de mode ontstaat grotendeels op straat. Zonder eigenzinnigheid wordt dat niets.