Posts tonen met het label biologie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label biologie. Alle posts tonen

woensdag 30 juli 2014

We zijn een zak micro-organismen

Ik ben een beetje een veelvraat. Het kost me grote moeite me te committeren aan één onderwerp. De hoogleraar waarvoor ik ooit werkte, heeft het me weleens gevraagd: "Zou je niet willen promoveren?". Mijn antwoord was er direct. Ik zou niet weten waarop, want er zijn teveel fascinerende onderwerpen én - belangrijker - ik wilde niet gekoppeld worden aan één onderwerp. Het is me ook nooit echt gelukt. Ik volg mijn nieuwsgierigheid en dat bevalt enorm goed.

Die houding laat me reageren op zeer diverse dingen. Niet dat ik daarvan alles weet, maar omdat het me boeit en vaak ook vragen oproept. En vragen, dat weet jij als lezer van dit blog inmiddels, zijn de motor achter vooruitgang. Zo, nu snap je, als scherpe lezer, meteen ook waar mijn fascinatie met innovatie vandaan komt (en mijn scepsis): die vooruitgang.

Innovatie is geen technologisch trucje. Dat dreigt het wel te worden met alle aandacht voor technologische vernieuwing. Maar dat zijn merendeels gevalletjes Oude Wijn In Nieuwe Zakken. Bestaande procedures en producten worden gedigitaliseerd, versneld of verkleind en dan innovatie genoemd. Innovatie vereist echter eerder een heel nieuwe manier van kijken.

Dat is echt verschrikkelijk moeilijk. Een zijstapje. Ik ben al een ruim half jaar bezig een project te starten waarin het, volgens mij, essentieel is dat het begrip 'arbeid' wordt geherdefinieerd. Alleen als je die stap kunt zetten, ben je in staat de broodnodige verandering te zien. Wat me opvalt, is dat de mensen met wie ik dit traject doe - en die echt open staan en wíllen - geregeld tóch terugvallen op bestaande concepten. Niet dat het mij makkelijk af gaat of dat ik het beter kan; mijn conclusie is dat het voor iedereen tergend moeilijk is. Als een kunstenaar die zijn meesterwerk voor zijn geestesoog ziet, maar het niet op het doek krijgt.

Als ik me niet vergis, schreef de De Volkskrant er afgelopen zaterdag ook al iets over: het werk van Nicole King cum suis. Niet dat ik ooit eerder van hen had gehoord. Maar wat ze poneren, pakt wel. In Quanta Magazine - ook nooit eerder van gehoord, overigens - brengt daarover een artikel onder de titel Where Animals Come From.

Historically, photosynthetic bacteria pumped oxygen into the oceans for billions of years, setting the stage for complex multicellular life. And according to the endosymbiotic theory, proposed in the 20th century and now widely accepted, the mitochondria inside every eukaryotic cell were once free-living bacteria. At some point more than a billion years ago, they took up residence inside other cells in a symbiotic relationship that endures in nearly every animal cell to this day. In their role as dinner, bacteria also likely provided raw genetic material for the first animals, which probably incorporated chunks of microbial DNA directly into their own genomes as they digested their meals.


Het gaat niet eens om actualiteit, want uit het artikel kun je opmaken dat deze kennis al tijden beschikbaar is. Het gaat om het innovatieve karakter van de gedachte: bacterieën, die ook ons hebben gevormd, en waardoor je eigenlijk naar mensen en dieren zou moeten kijken als samenlevende en samenwerkende kolonies micro-organismes.

Ooit leerde ik dat we grotendeels uit water bestaan. Nu komt er een nieuwe dimensie bij: en voor de rest uit materiaal van duizenden, miljoenen eerdere organismen. Genetisch materiaal. Dat samenvoegen is intrigerend, want er is geen enkele reden waarom dat proces nú, met ons, zou stoppen. Maar als het doorgaat; waar leidt het dan toe? Dan zijn we een tussenstap. Dat wisten we al, want de omgeving bepaalt welke vorm zich handhaaft ('survival of the fittest').

Maar daar hoort iets bij. Het is niet alleen de best aangepaste. Het zou ook de best samenwerkende, samengestelde kunnen zijn. Ik vind dát soort denken dus innovatief.

The influence of microbes is even inscribed on our genome: More than a third of human genes have their origins in bacteria.

zondag 18 mei 2014

Het herbarium

De foto's heb ik gemaakt op de terugweg. Het idee drong zich op op de heenweg.

De bloemetjes deden een jeugdherinnering opflakkeren.

Het zal in de eerste of tweede klas van de middelbare achool zijn geweest. Biologie-les. Het niveau was dat van de bloempjes en de bijtjes, de stampers en de meeldraden, de bloeiwijzen en de bladvormen. Boeiend materiaal, kortom.

Photo 18-05-14 15 57 12

Maar de top was de les waarin de lerares, meen ik toch, aankondigde dat we allemaal een herbarium moesten maken. Ik denk dat niemand van ons enig idee had wat dat was. Maar dat veranderde snel. Een herbarium, zo hoorden wij, was een boek met gedroogde planten. Dat was handig om planten te 'determineren'. In één klap zaten we in een wereld van moeilijke woorden en gedróógde planten. Dat er bij dat determineren ook nog een dik, rood boek hoort, wisten we toen nog niet. O, gelukkige onwetendheid.

We moesten - en liefst in het voorjaar, want dan bloeit alles - wilde planten verzamelen en daarmee een herbarium aanleggen. Daarna werd uit de doeken gedaan dat je daarvoor de natuur - het weiland - in moest en bloeiende planten verzamelen. Thuis moesten die worden platgeperst met een speciale pers. Niet zomaar; de bloem en enkele blaadjes moest je achteraf nog kunnen herkennen. En het persen moest lang duren, want alles moest droog zijn.

Photo 18-05-14 15 57 56

Doen ze dat tegenwoordig nog? Of is het zo dat de leerlingen het veld in gaan gewapend met een smart phone om alles vast te leggen? Zo ja, dan missen ze wat. Achteraf misschien nog het leerzaamste. Toen in elk geval het frustrerendste.

Al die plantjes op de foto's heb ook ik verzameld. Het heet niet voor niets onkruid. Makkelijk te vinden spul. Wij verzamelden dus snel grote hoeveelheden. Zoals een docent betaamt, werden we wel gepest met een opdracht die een net iets groter aantal plantjes bevatte dan het aantal makkelijk te vinden soorten.

Photo 18-05-14 16 05 11

Het drogen bleek het leerzaamste onderdeel. Was het niet voor biologie, dan toch wel voor zelfbeheersing.

Die rotplantjes hadden de neiging onmiddellijk dood te gaan nadat ze waren losgerukt. Dan kwam je thuis met verlept materiaal. Wat ook zo verschrikkelijk was, is dat die plantjes niet op hun plek bleven liggen. Dan lagen de blaadjes goed, maar verschoof het bloemetje. Had je ze met een snelle beweging toch vastgeklemd tussen de papierlagen, dan moest je dat geheel weer zien te persen. Het persje was véél te klein voor massaproductie. Onder bedden moeten in die weken heel veel bakstenen kunnen zijn gevonden op oude kranten. Voor ons, jongens - de meisjes deden het veel beter zouden we later zien - was dat belangrijk: snelheid.

Photo 18-05-14 15 55 47 (1)

In de pers kon je wel zes, zeven lagen plantjes kwijt. Althans, als je de lengte van de vleugelmoer als indicatie hanteerde. In elk geval heb ik de meerlaags aanpak gevolgd en van alles in één keer gedroogd.

Op die leeftijd is ongeduld een goede zaak en geduld iets voor die verfoeide ouderen. Zodoende kwamen de gedroogde plantjes bijna droog tevoorschijn. Voor ons droog en plat genoeg.

Photo 18-05-14 16 17 57

Dan krijg je weer een lesje geduld. De meeste plantjes zagen er vrij droog uit. Later zou blijken dat schimmels zich er desondanks prima konden handhaven. Ernstiger was wat tevoorschijn kwam. Plantjes waarvan de bladeren afbraken. Onbruikbaar. Plantjes waarvan in die bliksemsnelle beweging de bladeren tóch verkeerd waren terechtgekomen en nu gedraaid of erger waren. Onbruikbaar. Plantjes die waren verdwenen: "Ik weet zeker dat er vijf in de pers zaten". Die waren over het algemeen mét het droogpapier weggegooid. Onbruikbaar.

Maar de grootste ellende waren 'de dikke bloemen'. Kijk, die tere bloemetjes die plet je wel. Maar die dikkere dus niet. En wat je ook niet moest doen, zo bleek, is een aantal daarvan in één ruk op elkaar proberen te drogen. Dan werkt de pers niet en drogen de bloemetjes haast niet.

Photo 18-05-14 16 18 18 (1)

Nee, de grootste ellende - en die gedachte schoot me dus te binnen op de heenweg - waren die dikkoppen. Daarvan had niemand verteld hoe je díe droogt. De distels, maar ook de paardebloemen; die verdomde bloemen, die zo dik zijn dat ze volgens ons helemaal niet eens geplet of gedroogd kúnnen worden.

Dan zijn moderne media als oplossing msisschien wel leuk. Maar je hebt die erváring van een herbarium (moeten) maken niet. Een gemis.

zondag 24 november 2013

Beessies

Vandaag zag ik een filmpje - reclame - van een fotograaf die een camera had gemonteerd op het onderstel een afstandbestuurd autootje. Daarmee maakte hij foto's van leeuwinnen. Daar zaten mooie bij en je realiseert je nu ook dat voor één prachtfoto een heleboel mindere moeten worden gemaakt en sneuvelen. De manier waarop de leeuwinnen met het vreemde beest fototoestel op wieltjes om sprongen, vond ik, eerlijk gezegd, nog het leukst: nieuwsgierig, zelfverzekerd.

Dan blijf je toch een beetje hangen in de wereld van fotografen. Hoe ik daarna hier terechtkwam, kan ik niet reconstrueren. Bladerend, zullen we maar op z'n webs zeggen.

Dat 'hier' is een fotografenwebsite. Het waren foto's als de twee hieronder die me boeiden:

20131124-190253.jpg

20131124-190304.jpg

Natuurlijk ben ik ook even afgedwaald naar de mooie meisjeslichamen. Maar het zijn de ogen van deze diertjes die me vasthielden. Meer dan twee ogen! De hoeveelheid pootjes, de beharing; die doen me niet zoveel. Maar al die ogen... Die maken hen tot onaardse wezens. Hetgeen onzin is, want ze zijn er al langer dan wij.

zondag 23 september 2012

Biologisch personeelsmanagement

Omdat het dan toch herfst bleek te zijn geworden met behoorlijk onaangenaam herfstig buitenweer, verdwaalde ik op tv in een natuurdocumentaire. Dat is een wonderlijk fenomeen. Want alhoewel ik de indruk heb dat ik ermee word doodgegooid, zit je geregeld toch verbaasd te kijken. Er is over natuur zo verschrikkelijk veel te vertellen.

In de afrikaanse Drakensbergen gebeurt nogal wat, ondanks het ruige karakter. Er leeft bijvoorbeeld de lammergier. In het engels de bearded vulture en in het belgisch de baardgier; veel mooiere en adequate omschrijvingen. Alhoewel ik ooit ergens had opgepikt dat gieren botten verorberen, was ik toch onder de indruk van zo'n gier die een fors dijbeenbot mee omhoog neemt, van grote hoogte laat vallen en daarna de grote brokstukken naar binnen werkt. Een beetje een slangenaanpak in een vogellijf.

20120923-192133.jpg

Overleven in zo'n omgeving wordt gezien als 'natuurlijke selectie'. Baviaantjes die het loodje leggen en door treurende bavianenouders worden gered van een lot als eenhapsmaaltijd voor de gier. De antilopen die, blijkbaar al duizenden jaren lang, de Drakensbergen overtrekken met alle dodelijke gevolgen van dien. Maar in al die tijd is er op de kam van de bergrug nu een indrukwekkend antilopenpad uitgesleten.

Natuurdocumentaires gaan áltijd over het leven; over de voortplanting der plantjes, en over leven en dood. Meeste emotie worden waarschijnlijk opgeroepen door de moordpartijen: de krokodillen die als ware sluipmoordenaars dieren het water in sleuren, of de wrede dood van jonge dieren. De rouwende olifant of baviaan; het zijn beelden waarin we onszelf herkennen, mogelijke emoties die we zelf voelen in die situatie.

Dat projecteren is best wel link.

Dat idee dat de sterkste overblijft, is zoiets. Ik heb een baas gehad die echt leek te menen dat dat toepasbaar is in arbeidsverhoudingen. "Mijn aanpak is die van Knijp en Piep. Gewoon mensen onder druk zetten, levert uiteindelijk het best op wat je er uit kunt halen. En die grens bepaal je omdat ze dan gaan piepen". Zelden zulk idioot gewauwel gehoord. Het hele systeem legt de verantwoordelijkheid bij de werknemer. Stel dat die niet kán of dúrft te piepen: wie heeft hem of haar dan dan kapot gedrukt? Toch echt degene die de druk uitoefende, niet degene die het onderging.

Onder managers is dat gebazel vaker te horen. Wellicht dat men meent dat er natuurwetten zijn die ook in het bedrijfsleven zijn en waarmee zij schone handen kunnen houden. Maar zoiets bestaat niet. Natuurlijke selectie waarin de besten overblijven, werkt niet. Sterker, het begrip natuurlijke selectie is een lange termijnbegrip: het is een belang van de soort (om aangepast aan de omstandigheden te zijn). Die aanpassing is er niet binnen één generatie. En alhoewel sommige ondernemers zichzelf onsterfelijkheid toedichten: die tijd is hen níet gegeven.

20120923-192142.jpg