Posts tonen met het label ervaren. Alle posts tonen
Posts tonen met het label ervaren. Alle posts tonen

zondag 18 mei 2014

Het herbarium

De foto's heb ik gemaakt op de terugweg. Het idee drong zich op op de heenweg.

De bloemetjes deden een jeugdherinnering opflakkeren.

Het zal in de eerste of tweede klas van de middelbare achool zijn geweest. Biologie-les. Het niveau was dat van de bloempjes en de bijtjes, de stampers en de meeldraden, de bloeiwijzen en de bladvormen. Boeiend materiaal, kortom.

Photo 18-05-14 15 57 12

Maar de top was de les waarin de lerares, meen ik toch, aankondigde dat we allemaal een herbarium moesten maken. Ik denk dat niemand van ons enig idee had wat dat was. Maar dat veranderde snel. Een herbarium, zo hoorden wij, was een boek met gedroogde planten. Dat was handig om planten te 'determineren'. In één klap zaten we in een wereld van moeilijke woorden en gedróógde planten. Dat er bij dat determineren ook nog een dik, rood boek hoort, wisten we toen nog niet. O, gelukkige onwetendheid.

We moesten - en liefst in het voorjaar, want dan bloeit alles - wilde planten verzamelen en daarmee een herbarium aanleggen. Daarna werd uit de doeken gedaan dat je daarvoor de natuur - het weiland - in moest en bloeiende planten verzamelen. Thuis moesten die worden platgeperst met een speciale pers. Niet zomaar; de bloem en enkele blaadjes moest je achteraf nog kunnen herkennen. En het persen moest lang duren, want alles moest droog zijn.

Photo 18-05-14 15 57 56

Doen ze dat tegenwoordig nog? Of is het zo dat de leerlingen het veld in gaan gewapend met een smart phone om alles vast te leggen? Zo ja, dan missen ze wat. Achteraf misschien nog het leerzaamste. Toen in elk geval het frustrerendste.

Al die plantjes op de foto's heb ook ik verzameld. Het heet niet voor niets onkruid. Makkelijk te vinden spul. Wij verzamelden dus snel grote hoeveelheden. Zoals een docent betaamt, werden we wel gepest met een opdracht die een net iets groter aantal plantjes bevatte dan het aantal makkelijk te vinden soorten.

Photo 18-05-14 16 05 11

Het drogen bleek het leerzaamste onderdeel. Was het niet voor biologie, dan toch wel voor zelfbeheersing.

Die rotplantjes hadden de neiging onmiddellijk dood te gaan nadat ze waren losgerukt. Dan kwam je thuis met verlept materiaal. Wat ook zo verschrikkelijk was, is dat die plantjes niet op hun plek bleven liggen. Dan lagen de blaadjes goed, maar verschoof het bloemetje. Had je ze met een snelle beweging toch vastgeklemd tussen de papierlagen, dan moest je dat geheel weer zien te persen. Het persje was véél te klein voor massaproductie. Onder bedden moeten in die weken heel veel bakstenen kunnen zijn gevonden op oude kranten. Voor ons, jongens - de meisjes deden het veel beter zouden we later zien - was dat belangrijk: snelheid.

Photo 18-05-14 15 55 47 (1)

In de pers kon je wel zes, zeven lagen plantjes kwijt. Althans, als je de lengte van de vleugelmoer als indicatie hanteerde. In elk geval heb ik de meerlaags aanpak gevolgd en van alles in één keer gedroogd.

Op die leeftijd is ongeduld een goede zaak en geduld iets voor die verfoeide ouderen. Zodoende kwamen de gedroogde plantjes bijna droog tevoorschijn. Voor ons droog en plat genoeg.

Photo 18-05-14 16 17 57

Dan krijg je weer een lesje geduld. De meeste plantjes zagen er vrij droog uit. Later zou blijken dat schimmels zich er desondanks prima konden handhaven. Ernstiger was wat tevoorschijn kwam. Plantjes waarvan de bladeren afbraken. Onbruikbaar. Plantjes waarvan in die bliksemsnelle beweging de bladeren tóch verkeerd waren terechtgekomen en nu gedraaid of erger waren. Onbruikbaar. Plantjes die waren verdwenen: "Ik weet zeker dat er vijf in de pers zaten". Die waren over het algemeen mét het droogpapier weggegooid. Onbruikbaar.

Maar de grootste ellende waren 'de dikke bloemen'. Kijk, die tere bloemetjes die plet je wel. Maar die dikkere dus niet. En wat je ook niet moest doen, zo bleek, is een aantal daarvan in één ruk op elkaar proberen te drogen. Dan werkt de pers niet en drogen de bloemetjes haast niet.

Photo 18-05-14 16 18 18 (1)

Nee, de grootste ellende - en die gedachte schoot me dus te binnen op de heenweg - waren die dikkoppen. Daarvan had niemand verteld hoe je díe droogt. De distels, maar ook de paardebloemen; die verdomde bloemen, die zo dik zijn dat ze volgens ons helemaal niet eens geplet of gedroogd kúnnen worden.

Dan zijn moderne media als oplossing msisschien wel leuk. Maar je hebt die erváring van een herbarium (moeten) maken niet. Een gemis.

zondag 30 maart 2014

Groene waas

Fotografen kennen een magisch moment. Zo tegen het vallen van de avond heb je een uurtje wonderbaarlijk mooi licht, mits zomer, mits onbewolkt, mits onbelemmerd. Nogal wat mitsen, waardoor je de echte magie slechts sporadisch ervaart. Overigens, ook 's ochtends gebeurt het. Maar ik ben om een of andere reden nimmer in staat bij het krieken van de dag wakker te zijn en met een camera de magie te vangen.

Nog steeds ben ik blij dat ik (ooit) fotografeerde en licht ben gaan waarderen. In de loop van de jaren is het versleten vaardigheid geworden: kíjken. Het terughalen daarvan blijkt niet eens zo eenvoudig. Je merkt hoe je geleidelijk steeds oppervlakkiger bent geworden.

Gelukkig kwam er toen een cursus mindfulness langs (om andere redenen overigens).

Mindfulness leert je 'in het moment te leven'. Dat vónd ik toch vaag. Inmiddels weet ik iets beter. Er wordt niets anders mee bedoelt dan dat je je bewust moet zijn van wat er op dít moment gebeurt, is te zien, is te ervaren. En hoe jij daarin staat, met welke gevoelens, welke pijnen, welke vreugde. Nog steeds heb ik het idee dat je daar ondermeer leert te kijken als een fotograaf.

Vandaag fietsten we van Leiden naar Wassenaar. Een weg waar niets valt te zien, zo langs de A44. Totdat je toch eens beter kijkt.

Dan zitten er futen te broeden in de sloten. Dan zijn de sloten eigenlijk wel enorm mooi helder. Dan staan er heel veel meer bloeiende planten. Dan is het ruisen van snelweg-autobanden ineens haast muziek. Dan voel je de zwakke wind in je rug. Dan zie je de haas, de vader en zoon die een skate-ramp bouwen (het ís Wassenaar), de familie op het terras. Dan zie je de narcissen in groepjes in het bos (wie zette die daar?!) en het licht dat met de nog kale takken speelt.

Dan zie je ineens meer.

Mijn mooiste moment was de boom die langs de A44 staat. Een berk, als ik eega geloof (en die heeft daar meer kijk op dan ik). Het eerste wat je ziet, is zo'n gouden moment. De boom staat in een groene waas. Over een paar weken is dat z'n bladerdak. Nu staat er een boom in pasteltint groen. Het blad kruipt de knop uit. Mooie naam voor de kleur: Kwetsbaar Groen.

Meestal is het slecht weer in deze tijd van het jaar en fiets je stug stug door. Nu was het stralend weer en kwamen we precies in de gouden periode van de boom langs.

Het tweede zag ik niet, maar zij zag het wel. Berken hebben een witte stam. Deze waren grijs. De snelweg?!

In één object: de belofte van nieuw leven en de grauwheid van vernietiging.