Posts tonen met het label leren. Alle posts tonen
Posts tonen met het label leren. Alle posts tonen

maandag 15 september 2014

Ik, het molecuul

Wat heb ik eigenlijk gedáán?

Gisteren ben ik vrijwillig en volkomen bij zinnen pion geweest. Pión! Iemand anders bepaalde mijn handelen. Niet nadenken, maar doen wat wordt gevraagd. Nee, geen oefening van militaire reservisten - ik ben zelfs helemaal nooit in dienst geweest.

Tweeëntwintig onbekenden van elkaar hebben zich laten gebruiken voor de ontwikkeling van een locatietheatervoorstelling die volgend jaar moet worden gespeeld. De kans is groot dat daarvoor veel meer spelers nodig zijn. Maar hoeveel? En hoe zet je ze neer? Hoe ziet het 'toneelbeeld' er uit 'in het echt'? Daarvoor waren wij, de pionnen, nodig. En dus draafden we door een bosschage om weer op tijd op onze opkomstplaatsen te komen, deden we oefeningen, stonden op grotere en kortere afstand van elkaar, liepen (bedacht) willekeurig door elkaar zoals moleculen dat doen.

http://www.youtube.com/watch?v=xuWkqdb6zro&feature=player_detailpage

Daar ben je dan een middag zoet mee. Met het uitproberen van twee scenes, op een landgoed aan de andere kant van het land en op een prachtige zondagmiddag. Als je het zo leest, bekruipt je de vraag wat iemand bezielt om dit te gaan doen.

Mijn antwoord is simpel: nieuwsgierigheid. Ik heb ervaring met theater, maar dan in de techniek en nadat de voorstelling helemaal is uitontwikkeld. Scheppend heb ik die ervaring niet. Aangezien dát iets is wat me al jaren fascineert, leek het me wel wat mee te werken. Het is dezelfde vraag als die ik (componerende) muzikanten wel 's stel: hoe maak je muziek? Hoe ontstaat een lied? Wat 'zie' je, een compleet geheel of groeit het gaandeweg? Precies dezelfde vragen kun je stellen aan schillders; en aan theatermakers, zeker zij die niet een bestaand verhaal volgen.

Ik heb het niet ontdekt. Ook gisteren niet. Maar wel andere dingen.

Eén van die dingen is dat het lastig is 'toeval en chaos' te imiteren. Ook mensen gedragen zich steeds minder chaotisch als de druk wordt opgevoerd. Lullig, maar op een bepaalde manier rijzen we niet boven het niveau van een hersenloos molecuul uit. Ga maar 's chaotisch door elkaar lopen. Gisteren hoorde daar ook een oefening bij in het chaotisch lopen. Frappant was dat hoe kleiner de oppervlakte hoe geordender de groep bewoog. Niet bepaald een gevolg van een natuurwet van aantrekking en afstoting, maar wel sociale conventies dat we elkaar niet te dicht willen naderen of raken.

Die oefeningen zijn, eerlijk gezegd, ook een reden geweest om mee te doen. Of ik ooit toneel ga spelen, weet ik zo zeker nog niet (alhoewel deze voorstelling geen tekst heeft en de spelers vermomd/gekostumeerd zijn). Maar iets anders heb ik wel bevestigd gezien: theatermaken laat je even uit de dagelijkse sleur stappen, uit je rituelen, uit je identiteit. Dat opent tal van perspectieven waarmee ik, samen met enkele anderen in Leiden, ongetwijfeld iets ga doen (even cryptisch, want we willen niet álles weggeven). Elkaar lichtjes aanraken, elkaar volgen... je overwint een drempeltje.

Dat wordt geen sinecure. Om te komen waar we willen, zal het nodig zijn om beleidsmakers te overtuigen. Maar óók theatermensen. Waar de een waarschijnlijk last zal hebben zich voor te stellen wat we voorstaan, zal de ander zich verzetten tegen devaluatie van hun professie en vakmanschap. Beide hebben gelijk.... áls de balans te ver doorslaat. De uitdaging zal zijn de balans te handhaven en daardoor nieuwe kansen te creëren. Ik ga in elk geval een theatermaker uitdagen zélf uit z'n comfort zone te stappen.

In oktober komt er een weekeinde waarin weer wordt geprobeerd. Als het even kan, doe ik mee. Het is een weekeinde en dus eigen tijd. Blijft wel de drempel dat de reis naar de andere kant van Nederland, en weer terug, begrotelijk is. Maar daarvoor hebben we al decennia het carpoolen. Hopelijk kom ik weer een millimetertje dichterbij het antwoord op de vraag hoe je creëert.

zondag 18 mei 2014

Het herbarium

De foto's heb ik gemaakt op de terugweg. Het idee drong zich op op de heenweg.

De bloemetjes deden een jeugdherinnering opflakkeren.

Het zal in de eerste of tweede klas van de middelbare achool zijn geweest. Biologie-les. Het niveau was dat van de bloempjes en de bijtjes, de stampers en de meeldraden, de bloeiwijzen en de bladvormen. Boeiend materiaal, kortom.

Photo 18-05-14 15 57 12

Maar de top was de les waarin de lerares, meen ik toch, aankondigde dat we allemaal een herbarium moesten maken. Ik denk dat niemand van ons enig idee had wat dat was. Maar dat veranderde snel. Een herbarium, zo hoorden wij, was een boek met gedroogde planten. Dat was handig om planten te 'determineren'. In één klap zaten we in een wereld van moeilijke woorden en gedróógde planten. Dat er bij dat determineren ook nog een dik, rood boek hoort, wisten we toen nog niet. O, gelukkige onwetendheid.

We moesten - en liefst in het voorjaar, want dan bloeit alles - wilde planten verzamelen en daarmee een herbarium aanleggen. Daarna werd uit de doeken gedaan dat je daarvoor de natuur - het weiland - in moest en bloeiende planten verzamelen. Thuis moesten die worden platgeperst met een speciale pers. Niet zomaar; de bloem en enkele blaadjes moest je achteraf nog kunnen herkennen. En het persen moest lang duren, want alles moest droog zijn.

Photo 18-05-14 15 57 56

Doen ze dat tegenwoordig nog? Of is het zo dat de leerlingen het veld in gaan gewapend met een smart phone om alles vast te leggen? Zo ja, dan missen ze wat. Achteraf misschien nog het leerzaamste. Toen in elk geval het frustrerendste.

Al die plantjes op de foto's heb ook ik verzameld. Het heet niet voor niets onkruid. Makkelijk te vinden spul. Wij verzamelden dus snel grote hoeveelheden. Zoals een docent betaamt, werden we wel gepest met een opdracht die een net iets groter aantal plantjes bevatte dan het aantal makkelijk te vinden soorten.

Photo 18-05-14 16 05 11

Het drogen bleek het leerzaamste onderdeel. Was het niet voor biologie, dan toch wel voor zelfbeheersing.

Die rotplantjes hadden de neiging onmiddellijk dood te gaan nadat ze waren losgerukt. Dan kwam je thuis met verlept materiaal. Wat ook zo verschrikkelijk was, is dat die plantjes niet op hun plek bleven liggen. Dan lagen de blaadjes goed, maar verschoof het bloemetje. Had je ze met een snelle beweging toch vastgeklemd tussen de papierlagen, dan moest je dat geheel weer zien te persen. Het persje was véél te klein voor massaproductie. Onder bedden moeten in die weken heel veel bakstenen kunnen zijn gevonden op oude kranten. Voor ons, jongens - de meisjes deden het veel beter zouden we later zien - was dat belangrijk: snelheid.

Photo 18-05-14 15 55 47 (1)

In de pers kon je wel zes, zeven lagen plantjes kwijt. Althans, als je de lengte van de vleugelmoer als indicatie hanteerde. In elk geval heb ik de meerlaags aanpak gevolgd en van alles in één keer gedroogd.

Op die leeftijd is ongeduld een goede zaak en geduld iets voor die verfoeide ouderen. Zodoende kwamen de gedroogde plantjes bijna droog tevoorschijn. Voor ons droog en plat genoeg.

Photo 18-05-14 16 17 57

Dan krijg je weer een lesje geduld. De meeste plantjes zagen er vrij droog uit. Later zou blijken dat schimmels zich er desondanks prima konden handhaven. Ernstiger was wat tevoorschijn kwam. Plantjes waarvan de bladeren afbraken. Onbruikbaar. Plantjes waarvan in die bliksemsnelle beweging de bladeren tóch verkeerd waren terechtgekomen en nu gedraaid of erger waren. Onbruikbaar. Plantjes die waren verdwenen: "Ik weet zeker dat er vijf in de pers zaten". Die waren over het algemeen mét het droogpapier weggegooid. Onbruikbaar.

Maar de grootste ellende waren 'de dikke bloemen'. Kijk, die tere bloemetjes die plet je wel. Maar die dikkere dus niet. En wat je ook niet moest doen, zo bleek, is een aantal daarvan in één ruk op elkaar proberen te drogen. Dan werkt de pers niet en drogen de bloemetjes haast niet.

Photo 18-05-14 16 18 18 (1)

Nee, de grootste ellende - en die gedachte schoot me dus te binnen op de heenweg - waren die dikkoppen. Daarvan had niemand verteld hoe je díe droogt. De distels, maar ook de paardebloemen; die verdomde bloemen, die zo dik zijn dat ze volgens ons helemaal niet eens geplet of gedroogd kúnnen worden.

Dan zijn moderne media als oplossing msisschien wel leuk. Maar je hebt die erváring van een herbarium (moeten) maken niet. Een gemis.

zaterdag 2 november 2013

Zijn we sociaal? Of egoïstisch?

De meeste mensen vinden het verdraaid lastig dat wij mensen niet logisch zijn. We zijn in staat volslagen - of is het: ogenschijnlijk volslagen - tegengesteld te redeneren of handelen. We neigen ertoe het een óf het ander als verklaring te gebruiken en dat dan 'logischerwijs' aan te houden.

Waarom we die neiging hebben, weet ik na 58 jaar nog steeds niet.

Mij is het nog steeds een raadsel waarom we zo denken. Wat ik weet, is dat mensen al eeuwenlang bezig zijn met de vraag naar de ware aard van de mens. Zijn we nu sociale wezens of egoïstische? Grote denkers - en dat waren echt hele grote denkers vergeleken met 'onze' grote denkers - in de oudheid zijn daar al mee bezig. Maar waarom eigenlijk?!

Laat ik me daar maar even niet over buigen.

We zullen inmiddels toch minstens zijn gaan twíjfelen aan dat digitale zwartwit denken?! Dat meer kennis over menselijk gedrag niet per sé betekent dat het daarmee makkelijker (te begrijpen) wordt: het zij zo. Mensen zijn zo heerlijk onvoorspelbaar. Tot grote treurnis van economen, helderzienden, beleidsmakers en trendwatchers; die zitten er daardoor keer op keer naast.

Nu schijnt er een nieuw boek te zijn verschenen dat mooi aansluit bij ons goed-fout denken. In de New York Times webeditie stond een recensie van Social, geschreven door Matthew Lieberman. Die is voor mij reden het boek op het lijstje Boeken Die Ik Ooit Nog Eens Moet Lezen ga zetten.

Eigenlijk vooral vanwege van die ogenschijnlijke open deuren als dat "negeren ervaren wordt als pijn". Lieberman schrijft dat dat aantoonbaar is met MRIscans. Ongeacht de discussie over de bewijskracht en interpretatie van die scans; het idee dat 'sociale pijn' net zo pijnlijk wordt ervaren als fysieke pijn, lijkt me in hoge mate in overeenstemming met onze eigen ervaringen.

Liefdesverdriet, pesten, rouwverwerking, hatelijkheid: ze komen net zo aan als een rechtse hoek. Complimenten en lach werken uit als een stevige knuffel. Lieberman komt op basis daarvan tot de conclusie dat mensen toch echt sociale wezens zijn, die zich inleven in anderen en daar op reageren.

Het interessantste citaat daarover, via Zite, is dit:


20131102-202149.jpg

Even nog een keer lezen en laten doordringen?!

maandag 28 oktober 2013

Wolkenridders met penseel

Dit maakte ik er van:

20131028-173415.jpg

Er zijn zo van die dingen die je pas in de loop van de tijd leert. De leraar Nederlands die wij op de middelbare school hadden, was iemand die vol was over z'n vak (en alcohol). Een kleurrijk mens dat ons vruchteloos liefde voor literaar en met name poëzie trachtte bij te brengen. Nu, jaren later, weet ik wat voor martelend monnikenwerk hij verrichtte; en wat talloze leraren waarschijnlijk nog steeds verrichten. Pubers en fijngevoeligheid: toch niet de beste combinatie.

Jaren later, als je 'er klaar voor bent', schiet je die wereld plots in. Dan heb je ineens - waarom?! - een dichtbundel in je handen. Dan luister je ineens - waarom?! - naar die toen verafschuwde klassieke muziek. Ineens is de verbinding er. Niet teveel romantiseren; ik lees nog steeds veel te weinig, lees nog steeds veel te weinig poëzie, en luister weinig klassiek. Het past gewoon niet. Dat je dat 'moet leren waarderen' vind ik nog steeds de grootste onzin. De kunst moet je aanspreken. Kennis geeft het niet meer dan extra diepte.

Wat ik wel grappig vond, was de ontdekking dat ik achteraf een voorkeur kan reconstrueren voor een periode: het interbellum, plusminus. Mij verraste het toch wel toen ik een jaar of twintig terug ontdekte dat de muziek, dans, literatuur en schilderkunst die ik mooi vind allemaal zo'n beetje is gemaakt aan het begin van vorige eeuw. Hoe ik dat Freudiaans moet interpreteren, weet ik nog niet.

Een andere ervaring vond plaats in Parijs, de lichtstad en stad der liefde (en inmiddels de peperdure stad). Daar staat het Musée d'Orsay, een voormalig treinstation. Parijs was één van de steden waar het herbestemmen begon. Orsay zou daar een voorbeeld van zijn. Dat wilden wij zien. Dat er een schilderijenmuseum in was gevestigd, nam ik op de koop toe. Eigenlijk ging het om het gebouw.

Na een paar uur - ik meen, twee - kwam ik er toch anders uit. In Orsay hangen schilderijen van Nederlandse landschapsschilders. Die had ik met één grootse beweging weggezet als saaierikken. Wat was er nou in vredesnaam móói aan, nauwkeurig-realistisch, geschilderde wolkenluchten?! Tot je dus in Orsay van twintig meter afstand die doeken ziet en ineens de schoonheid herkent: de schoonheid van die eindeloze wolkenluchten boven Hollands laagland.

Het zíjn ook prachtige majestueuze wolkenluchten.

Het is eigenlijk wel logisch dat toeristen er van onder de indruk kunnen zijn. Gratis, echte schilderijen. Felwitte torenwolken tegen een knalhardblauwe lucht. Of, vandaag, van die stormwolken met al die kleuren geel, zwart, grijs, wit, rood. Geen twee keer hetzelfde. En als je er een foto van wilt maken, moet je snel zijn. Een moment later is de magie anders of misschien wel weg. Geen tijd dus voor uitsnede of belichting. Trap op sprinten en snel die kleuren vast leggen.

Als een schilder daarna de dramatiek van het moment aandikken. Want dít is het onbewerkte beeld: Leiden, 28 oktober 2013, 17.27 uur:

20131028-173403.jpg

donderdag 8 augustus 2013

Snappu?!

Het werkt echt. Als je iets uitlegt, komt een boodschap beter binnen. Het vreemde is dat we dat allemaal weten, want op school werkte dat al zo. Dat wat je begreep (en leuk vond) onthield je beter dan kennis waar jij niets mee had.

Waarom leggen we dan niet alles uit?

Mij verbaast het nog steeds: het afdwingen van gelijk omdat 'de regels zo zijn'. Blijkbaar hebben we een zo complex geheel gemaakt dat ook de uitvoerders de ratio niet meer kennen. En dan val je, logischerwijs, terug op de regels zelf. Met als gevolg dat op den duur niemand meer echt weet waarom het is zoals het is.

Leg me maar eens uit waarom de maximumsnelheid binnen de bebouwde kom, voor auto's, 50 km/u is. Dat geldt net zo goed voor regels die te maken hebben met vestigingseisen, met afspraken om een paspoort te verlengen, met aanbieden van vuilnis langs de straatkant of met toelating tot Nederland. Talloos vaak gebeurt het; dat je eigenlijk niet goed begrijpt waarom het is of gaat zoals het is of gaat.

Uitleggen werkt. Verschillende gemeenten casu quo ambtenaren hebben al 'ontdekt' wat ze dus vanuit hun schooltijd al lang wisten. Groningen meldt dat zo'n aanpak tot 38% intrekking van bezwaarschriften leidde.

Let wel. Het gaat hier dus niet om informatieverstrekking over je rechten of iets dergelijks. Het gaat om informatie over jóuw situatie op dát moment. Dat is dan ook de makke bij al die partijen die menen dat publieksvriendelijke informatieverstrekking voldoende is. Algemene informatie in begrijpelijk Nederlands voegt net zo weinig toe als algemene informatie in ónbegrijpelijk Nederlands.

Waar ze dat goed hebben doorgehad, is in de wereld van de verkeersregeling.

Bijna iedere stad heeft ze inmiddels wel: van die verkeerslichten die aangeven hoe lang het nog gaat duren voordat je groen licht krijgt. Ze schijnen zebraklokken te heten. In het ene geval tellen de cijfers de seconden af. In andere gevallen loopt een lichtring leeg. In alle gevallen is het de bedoeling dat de wachtende wéét waarop-i wacht.

200px-Fietsverkeerslicht_Amsterdam

In Leiden hebben we die dingen ook. Of wij ze echt goed hebben ingesteld, weet ik zo net nog niet. Vlakbij het oude belastingkantoor stond ik afgelopen lente te wachten voor zo'n verkeerslicht. Maar daar deed zich het idiote verschijnsel voor dat de lichtring een keer of drie weer helemaal opnieuw begon, als-t-i bijna leeg was.

Kijk, dan sta je als fietser te kijken hoe autoverkeer keer op keer voorrang krijgt. En jij mag blijven wachten. Een soort tweederangsburger- of -verkeersdeelnemergevoel.

Begrip kan ook tot geheel nieuwe inzichten leiden.

images

zaterdag 1 juni 2013

Nieuwe zakken. Oude wijn.

Geschiedenis is eigenlijk een leuk vak. Dat vond ik in mijn jeugd een fikkie anders. Vooral dat moeten weten wat jaartallen, heeft mij nooit gelegen. Inmiddels weet je dat dat vervelende klusje hoort bij het krijgen van een historisch besef. Zoiets als dat de middeleeuwen toch echt vóór de Verlichting kwamen. Desondanks kan het mij nog steeds níet boeien wat ze nu precies in 1613 of 1741 deden. Of wanneer de Guldensporenslag precies plaatsvond. Ik zal eerlijk zijn: het antwoord daarop weet ik nu - nog steeds? - niet. Daarvoor is er nu Wikipedia.

Maar wat mij wel altijd heeft geboeid, zijn de verhalen.

Van de lagere school herinner ik me bar weinig. Eén van de dingen die ik me wél herinner, is een geschiedenisles. Op het zwarte schoolbord - niks groen, niks smartboard - had de meester een Romeins fort getekend. Man, wat kon die meester vertellen. Dat is toch wel enorm bepalend, hoor: het enthousiasme wat iemand uitstraalt. Op de middelbare school had ik bijvoorbeeld leraren die zelfs wiskunde en natuurkunde zó aantrekkelijk maakten, dat ik die koos in het vakkenpakket. Dat er grenzen zijn aan het effect, bewees in diezelfde periode de leraar scheikunde. Die man maakte iedere les tot een belevenis. Toch is het me nooit gelukt dát vak onder de knie te krijgen.

Door de regionale nieuwswebsite VOLnieuws, waarvoor ik ook schrijf als correspondent, werd ik gevraagd van de week een artikel te schrijven over de kennismakingsbijeenkomst van Erfgoed Leiden en Omstreken. Dat is dus smullen als je van verhalen houdt. Man, man, wat een verhalen. Man, man, waarom vertellen ze die niet als verhálen?

Het erfgoedcentrum beheert: monumenten, archieven, museumstukken. Het erfgoedcentrum ontsluit; zeker de digitalisering heeft dat een impuls gegeven. Het Leids regionaal archief benut bijvoorbeeld de mogelijkheden van crowdsourcing door iedereen de mogelijkheid te geven mee te werken aan het digitaliseren. Maar ook wordt actief meegewerkt aan verzoeken om materiaal te gebruiken voor bijvoorbeeld televisieprogramma's. Basisscholen krijgen les in museumbezoek. Het erfgoedcentrum maakt boekjes en brochures.

Het samenbrengen van bouwhistorie, archief en archeologie in één organisatie is uniek in Nederland, zo werd me verteld. Het effect van die samenwerking merken de medewerkers al. Details worden rijker. Begrip van de geschiedenis groter. Aanwijzingen voor nieuwe stappen komen uit nieuwe hoeken. Maar wat mij verbaast, ook hier: men vertélt de verhalen niet. Daarnaar gevraagd, is het standaardantwoord dat al het materiaal beschikbaar wordt gesteld om zélf mee aan de slag te gaan.

Maar hoe ga je aan de slag met informatie waarover je onvoldoende kennis hebt?

Uit de kudde stokpaarden er dus maar eentje opgediept: een pleidooi voor verhalen vertellen. En dan vooral ingekleurd. Dat betekent dat historie niet afschermend werkt - "ja, maar dat hebben we nooit kunnen bewijzen" - maar als leidraad. Vul het historisch verantwoord raamwerk in met onbewezen details. Vanwege wetenschappelijke integriteit zou je zelfs kunnen overwegen om de verhalenvertellers een aparte functie te laten zijn. Sterker: ik zou daarvoor pleiten, want verhalen vind je overal. Wat denk je van hulpverleners? Een beter begrip van een vak krijg je als je het beter begrijpt.

De bijeenkomst in Leiden vond plaats op één van die oude plekken in de stad. Daarvan hebben we er nogal wat. Je loopt er inmiddels achteloos aan voorbij. Deze ook. Als je er langs loopt op de Oude Rijn zie je niet veel meer dan een oud huis. Totdat je dus een keer naar binnen kan.

20130601-200118.jpg

Dan blijkt het huis niet zomaar een huis, maar een restant van het Catharina Gasthuis. En dát is een complex aan verhalen. Man, man, smúllen! Wie het 'woonhuis' doorloopt, komt in een binnentuin. Om je heen kijkend, zie je daar het huis waar je net uit komt. Dat blijkt het pockhuys te zijn geweest. Niks pokken, syphilis. Afkomstig uit het buitenland. Je ziet de achterkant van een kerk. En hoort dat dat eerst een ziekenzaal met kapel was en pas láter in zijn geheel kerk. Je blijkt een stuk onkruid overwoekert groen te zien: ergens daaronder ligt de middeleeuwse 'inpandige' begraafplaats. De plattegrond hierboven, via het Erfgoedcentrum beschikbaar, geeft je wat aanwijzingen.

Maar er zijn uit de archieven mooie ínkleuringen van het leven daar, te horen. Van vee dat binnen het gasthuisterrein liep. De ongelooflijk nauwkeurige administratie van bouw en van de bakkerij; je zíet de balken en de rekeningen. Niet direct des gasthuis', maar wel erg leuk zijn ook de verhalen die zijn terug te vinden in de rechtbankregisters. Zo blijkt er ooit een man ter dood te zijn veroordeeld vanwege het - in spiegelbeeld!, de klungel - in grote aantallen vervalsen van gasthuisgeld.

Vertél dat verhaal!

Dan kom je ook tot de ontdekking dat sommige vraagstukken blijkbaar van alle tijden zijn. Het gsthuis was bedoeld voor de armen en hulpbehoevenden. Maar je kon je 'inkopen' als je zorgbehoevend was. Daarvoor gaf je al je bezit aan het gasthuis in ruil voor zorg. Bij overlijden verviel dat bezit aan het gasthuis. Inderdaad, dat bezat in de hele omgeving stukken grond. Het doet wel wat denken aan de moderne discussies over aanspreken van spaargeld. Daarbij is het wel belangrijk je te realiseren dat de grond, of het huis, ook toen niet direct in geld konden worden omgezet. In dat opzicht verschilt het mechanisme dus wel degelijk van het direct zelf betalen voor zorg.

Indertijd nam het gásthuis de gok dat de provenier voldoende zou opbrengen om de kosten te dekken.

maandag 6 augustus 2012

18 Mooie casussen over fouten, verlies, ziekte ... en winst!


Voor de ongeduldige: lees gewoon dit artikel, want daarover gaat deze blogpost.
Het is een blogpost uit het blog van Attendly. Niet dat ik dat ken, maar de titel van de blogpost trok me wel aan: Stories of Failure and Redemption. 18 Verhalen over mislukking en verlossing. Mooi, toch? Dat redemption heeft toch wel iets spiritueels, iets religieus. Het zijn dan ook achttien verhalen van uiteindelijk succesvolle startups. Maar de focus ligt nu eens niet op dat succes als lineair volgens uit de start, maar op het absolute dieptepunt vóórdat die top werd bereikt.
En dat zijn leermomenten, hoor. Niet omdat ze anderen van dezelfde fouten zullen behoeden. Maar wel maken ze allemaal duidelijk dat het mensenwerk is, met menselijke emoties en beslissingen. Het maakt duidelijk dat niet alles van leien daken gaat. Dat je ook als beginnend ondernemer 's nachts, kotsend van de zenuwen over betalingen, boven de wc-pot kunt hangen.
Het zijn allemaal mensen die het doen.
Dat maakt de verhalen ook herkenbaar: de keuze voor een beduidend goedkopere bouwer. En de daaropvolgende zenuwslopende bouwtrajecten. Ik zie de potten kalmeringstabletten al voor me.
20120802-185354.jpg
Of de, denk ik, onwaarschijnlijk moeilijke beslissing afscheid te nemen van je geesteskind en opnieuw te beginnen.
20120802-185338.jpg
Ik blijf erbij: het delen van ervaringen is de essentie van het Nieuwe Ondernemen. Dat betekent leren van elkaar en dat doe je door zowel de successen als de missers te benoemen. En je te realiseren dat fouten niet kunnen worden voorkomen. Nooit.