De vraag kwam pas later bij me op. Wat maakt een mens de mens? Dat is een vraag die ons al eeuwen bezig houdt en waarop misschien wel nooit een volkomen sluitend antwoord komt. De essentie van de mens wordt immers vaak gezocht in het onbegrepene en we gaan steeds meer begrijpen. Steeds meer. Da's niet synoniem voor 'alles'.
Gisteravond was ik één van de zowat vier-, vijfduizend bezoekers van de Nacht Van Kunst en Kennis in Leiden. Het is een festival in de zin dat er meerdere disciplines op meerdere plekken 'hun kunstje' vertonen. De bezoeker mag kiezen (en komt er niet uit omdat er zovéél is dat de moeite waard is). De kracht is dat alles zich beweegt op het niveau van populair-wetenschappelijkheid: geen avantgarde, maar ook nog geen mainstream.
Eén van de gesprekken die werd gevoerd, ging over de inzet van robots bij eenzaamheid. Op zich was dat verrassend want de aankondiging was dat "ons liefdesleven over dertig jaar" zou worden geschetst. "Kun je verliefd worden op een robot?" was wel de eerste vraag. Dat wel.
Als je dan zo zit te luisteren naar een wetenschapper die meent dat je mensen kunt nabouwen, maar dat het zo complex is en dus ongelooflijk kostbaar waardoor het er nog niet is.
Het is een leuke vraag: waarop word je dan verliefd? Met wát communiceer je? En, vooral, met welke emoties?
Robots die op mensen - of aaibare hondjes - lijken. Robots die net echt zijn. Maar hoe echt zijn ze dan voor de ander? Een mooie redenering is die waarin je uitgaat van het repareren van een biologisch mens met kunstmatige onderdelen. Die vervangingsmogelijkheden groeien. Stel dat op enig moment dat biologisch mens helemaal is vervangen door kunstmatigheid: wat is-i dan?
Eerlijk gezegd vind ik dat vooral een definitie-kwestie en niet de kern. De kern zou moeten zijn op welke manier de machine ook ongewenst kan reageren.
Als je je voorstelt dat je een robothulp krijgt, maken de meeste mensen daarvan dat je een machine krijgt die doet wat jij wilt. Dat is een kwestie van programmeren. Daar ligt de crux: wat jij wilt.
Relaties tussen mensen zijn vaak onderhandelingsrelaties: geven en nemen, soms ruziënd en soms liefhebbend, 'for better and for worse'. Dat lijkt overigens enigszins te veranderen als je op face value scheidingen ziet 'om meer ruimte voor mezelf te hebben'. Of het klopt?!
Het gesprek over wat die robot dan moet doen en kunnen, roept zulke vragen wel op. Ongetwijfeld zullen er mensen verliefd (kunnen) worden op een robot, zoals er nu verliefd worden op een foto of op een projectie. Zo zullen er ook mensen zijn die in een eigen wereld verdwijnen waar ze het verschil tussen mensen en robots niet (meer) opmerken en dus minder eenzaam zijn.
Maar dat alles gaat voorbij aan vragen als wat de mogelijke functie - liever: effecten - zijn van gedwongen eenzaamheid. Gedwongen, want de zelfgekozen situatie is wezenlijk anders. Wat de effecten zijn van voornamelijk meegaand gedrag.
We zijn geneigd de wereld beter te maken. Daarin past de coöperatieve machine. Maar de samenleving is anders, een mengsel van Kwaad en Goed. De vraag is wat de functie is van Kwaad. Of een samenleving van Goed uiteindelijk niet een dystopie is.
Posts tonen met het label kennis. Alle posts tonen
Posts tonen met het label kennis. Alle posts tonen
zondag 21 september 2014
zondag 11 mei 2014
Erven
'De erven zijn van mening...'. Ik vind dat tóch een raar iets.
Mijn hele leven verbaas ik me er al over. Dat mensen zich kunnen baseren op wat voorouders deden. Het is natuurlijk aardig om te weten dat je afstamt van - willekeurige naam - Michiel de Ruyter. Het heeft iets folkloristisch als je adellijke titels erft. Dat geeft kleur aan de samenleving.
Anders wordt het als het erven gepaard gaat met voorrechten.
Nu ga ik niet beweren dat dat niet zou mógen. Of het nu over een erfenis van €1 of €1.000.0000.000 gaat: het principe hoort hetzelfde te zijn. Je hebt mazzel dat je in die bloedlijn bent geboren. Maar realiseer te wel dat je er geen bál voor hebt gedaan om in die bevoorrechte positie te zijn. En dus ben je met wellicht een gouden besték in de mond geboren.
Het is een aspect aan erfenissen dat bij mij verwondering oproept: wat geeft de erven eigenlijk het (morele) recht te beschikken? Vooral als het gaat om erfgoed wat met alle gemak gezien kan en moet worden als wereld-erfgoed.
"Mijn oom had die schilderijen en nu eis ik ze, als erfgenaam, op". Raar toch eigenlijk, hoe in die zin het onderwerp verspringt alsof het de gewoonste zaak van de wereld is: 'mijn oom' en 'ik'. Dat het vaak om buitensporige bedragen gaat, zal vast een rol spelen. Maar feitelijk is dat niet eens relevant.
De erfenis gaat toch over dat wat bij het overlijden aanwezig is? Dat wat in het leven van de overledene is verdwenen, is verdwenen. Of het nu gestolen is, of niet: het is weg. En wordt het terug gevonden, dan lijkt me het collectief, de samenleving, de staat de aangewezen ontvanger. Mij ontgaat ten enenmale waarom bijvoorbeeld de ervan Goudstikker, particulieren, 'recht hebben op' teruggave van roofkunst. Zíj zijn niet beroofd.
Immaterieel gebeurt het ook. Ene Anne Frank schrijft een standaard dagboek dat uitgroeit tot een iconisch werk. Eiegnlijk vind ik het te gek voor woorden dat zo'n werk bezit kan zijn van iets anders dan de wereldbevolking. Of het nu de vader, een stichting of een museum denken te zijn: ook hier vraag ik me af wat hen het recht geeft.
Muziekstukken, toneelstukken en literatuur hebben er mee te maken. Erven die gaan bepalen wat wel en niet kan, en daarbij de redenering volgen dat de familieband overtuigend bewijs is dat zíj weten wat de overledene dreef. Alsof mijn neven en nichten, die ik zelden zag, dat zouden kunnen. Alsof de verre neef van Anne Frank beter weet wie zij was vanwege de gezamenlijke achternaam en bloedlijn.
De vraag is niet die naar het juridisch recht. De vraag is hoe het kan dat iemand meent te kunnen handelen in de geest van een ander, die er niet meer is. Wie zegt me dat Goudstikker niet anders had besloten? Wie zegt me dat Anne Frank niet anders had besloten? Wie zegt me dat al die kunstenaars wier erven beslissen over het gebruik van iets wat zij nooit maakten, niet anders zouden hebben besloten?
Erven zijn niet anders dan min of meer toevallig afgeleiden. Mensen die vanuit hún belang handelen. Dat kan ook niet anders.
Stel, jij of ik doen iets enorm bijzonders en waardevols. Dan rijdt er een tram over één van ons (liever jij, dan toch maar). Ik ben dan toch echt heel benieuwd wie dan in míjn belang en met míjn overwegingen kan handelen. Daar zou je 's bij moeten stilstaan: wie in jouw omgeving - nú - kan jouw zieleroerselen zo goed doorgronden, dat je zegt "díe kan het".
Die zijn er niet. Altijd zullen er interpretaties meespelen. Altijd zullen mensen ook voor de intiemste relaties enigma's blijven.
Erven, kortom, die beweren in de geest van de overledene te handelen, zwetsen. Eerlijker zou zijn als ze aangeven dan wel erven te zijn, maar te handelen in eigenbelang. Hoe goedbedoeld: dát is het en niet anders.
Mijn hele leven verbaas ik me er al over. Dat mensen zich kunnen baseren op wat voorouders deden. Het is natuurlijk aardig om te weten dat je afstamt van - willekeurige naam - Michiel de Ruyter. Het heeft iets folkloristisch als je adellijke titels erft. Dat geeft kleur aan de samenleving.
Anders wordt het als het erven gepaard gaat met voorrechten.
Nu ga ik niet beweren dat dat niet zou mógen. Of het nu over een erfenis van €1 of €1.000.0000.000 gaat: het principe hoort hetzelfde te zijn. Je hebt mazzel dat je in die bloedlijn bent geboren. Maar realiseer te wel dat je er geen bál voor hebt gedaan om in die bevoorrechte positie te zijn. En dus ben je met wellicht een gouden besték in de mond geboren.
Het is een aspect aan erfenissen dat bij mij verwondering oproept: wat geeft de erven eigenlijk het (morele) recht te beschikken? Vooral als het gaat om erfgoed wat met alle gemak gezien kan en moet worden als wereld-erfgoed.
"Mijn oom had die schilderijen en nu eis ik ze, als erfgenaam, op". Raar toch eigenlijk, hoe in die zin het onderwerp verspringt alsof het de gewoonste zaak van de wereld is: 'mijn oom' en 'ik'. Dat het vaak om buitensporige bedragen gaat, zal vast een rol spelen. Maar feitelijk is dat niet eens relevant.
De erfenis gaat toch over dat wat bij het overlijden aanwezig is? Dat wat in het leven van de overledene is verdwenen, is verdwenen. Of het nu gestolen is, of niet: het is weg. En wordt het terug gevonden, dan lijkt me het collectief, de samenleving, de staat de aangewezen ontvanger. Mij ontgaat ten enenmale waarom bijvoorbeeld de ervan Goudstikker, particulieren, 'recht hebben op' teruggave van roofkunst. Zíj zijn niet beroofd.
Immaterieel gebeurt het ook. Ene Anne Frank schrijft een standaard dagboek dat uitgroeit tot een iconisch werk. Eiegnlijk vind ik het te gek voor woorden dat zo'n werk bezit kan zijn van iets anders dan de wereldbevolking. Of het nu de vader, een stichting of een museum denken te zijn: ook hier vraag ik me af wat hen het recht geeft.
Muziekstukken, toneelstukken en literatuur hebben er mee te maken. Erven die gaan bepalen wat wel en niet kan, en daarbij de redenering volgen dat de familieband overtuigend bewijs is dat zíj weten wat de overledene dreef. Alsof mijn neven en nichten, die ik zelden zag, dat zouden kunnen. Alsof de verre neef van Anne Frank beter weet wie zij was vanwege de gezamenlijke achternaam en bloedlijn.
De vraag is niet die naar het juridisch recht. De vraag is hoe het kan dat iemand meent te kunnen handelen in de geest van een ander, die er niet meer is. Wie zegt me dat Goudstikker niet anders had besloten? Wie zegt me dat Anne Frank niet anders had besloten? Wie zegt me dat al die kunstenaars wier erven beslissen over het gebruik van iets wat zij nooit maakten, niet anders zouden hebben besloten?
Erven zijn niet anders dan min of meer toevallig afgeleiden. Mensen die vanuit hún belang handelen. Dat kan ook niet anders.
Stel, jij of ik doen iets enorm bijzonders en waardevols. Dan rijdt er een tram over één van ons (liever jij, dan toch maar). Ik ben dan toch echt heel benieuwd wie dan in míjn belang en met míjn overwegingen kan handelen. Daar zou je 's bij moeten stilstaan: wie in jouw omgeving - nú - kan jouw zieleroerselen zo goed doorgronden, dat je zegt "díe kan het".
Die zijn er niet. Altijd zullen er interpretaties meespelen. Altijd zullen mensen ook voor de intiemste relaties enigma's blijven.
Erven, kortom, die beweren in de geest van de overledene te handelen, zwetsen. Eerlijker zou zijn als ze aangeven dan wel erven te zijn, maar te handelen in eigenbelang. Hoe goedbedoeld: dát is het en niet anders.
Labels:
betekenis,
bezit,
erfenis,
kennis,
overerving,
recht,
standen,
werelderfgoed,
zeggenschap
woensdag 5 maart 2014
De verstorende oudere
Tijdens de introductie vond ik het een wat vreemde nadruk: "vooral klein leed aan de orde laten komen". Dat leek, en lijkt, me nu niet bepaald een openingszin bij een openbaar debat. Hij is, eufemistisch, koersbepalend. Toch?!
En wat ís 'klein leed'?
Even terug. Het is woensdagmiddag en buiten begint de lente op stoom te komen. Binnen hebben zich ouderen verzameld om met kandidaatraadsleden te praten over zaken die ouderen bezig houden. Zes raadsleden en een stuk of zestig ouderen. Met m'n - haast - 59 bevind ik me onderaan hun leeftijdspyramide. Da's het decor.
Klein leed; waarom zouden we het zo nadrukkelijk moeten hebben over klein leed? Dat houd me vanaf het moment dat ik het denk bezig. Zijn die ouderen nu echt nergens anders mee bezig dan klein leed? Hun eigen kleine leed?
Voor zover ik het begreep, is de sneeuw- en ijsbestrijding klein leed. Of, juister, het ontbreken ervan, waardoor het buiten glad en kledderig is. Het is, in Leiden, het idee dat het verdwijnen van gescheiden voet- en fietspaden een achteruitgang is. Het schijnt dat wij ouderen ons ongemakkelijk voelen in een situatie waarin we een vlak moeten delen met auto's en fietsen. Nou, die fietsen - en soms auto's - kom je ook op die vrijliggende voetgangersstoep tegen, hoor.
Maar goed, klein leed is dus klein leed. En in mijn beleving narrig gemor. Van dat ouwezeuren gezeik. Precies passend bij het vooroordeel van 'ouderen'. Dáár zaten we in Leiden op te wachten. Gaan die oude knarren zich eindelijk eens serieus ergens voor interesseren, worden ze meteen weer in het hokje terug gejaagd.
Gelukkig ging het al vrij snel mis.
Diezelfde ochtend had ik met een aantal mensen mijn, onze ideeën over maatschappelijke participatie door ouderen besproken (ergens in de komende maanden zul je daar, in Leiden, vast meer over horen). Ik moet er nog wat tekst omheen fabriceren, maar de kern is dit:
Een poos terug maakte ik er al 's een blogpost over: Open brief aan de wethouder Werkgelegenheid. De rest van de ideeën zijn, sluw, verwerkt in andere blogposts. Gelukkig is het gesprek met de wethouder er aan het eind van de zomer van 2013 gekomen. Niet dat we dat goed afrondden, want na anderhalf uur kregen we honger. De wethouder sloot met de woorden "zullen we hier een komma zetten? Ik bespreek het met het management van de sociale dienst en kom dan bij je terug.".
Nooit meer iets over gehoord.
Gelukkig spreek ik hem vrij vaak. En hij was er vandaag ook. En helemaal mooi - mooi, hè, dat twee keer 'en'?... Helemaal mooi is dat die wethouder aan het eind van de middag zei dat degene die pleitte voor het waarderen en benutten van het kapitaal van ouderen hém het meest had geïnspireerd.
Dat was ik dus niet.
Nu zal me dat een relatieve biet wezen. "Jan, claim je eigen ideeën nu eens. Houd ze bij jezelf. Houd de regie." Hoe vaak ik dát wel niet hoorde in m'n leven, en zeker de laatste paar jaren. Maar dat ga ik dus nooit leren. De mentaliteit van 'delen' ligt me niet alleen meer; het is m'n natuurlijke houding. En dus was het idee allang gedeeld met het kerngroepje, waardoor één van de leden daarvan de wethouder kon inspireren.
Nu nog even zorgen dat het plan verder komt. Delen is één, maar er moet nog 's een optelsom van komen: the disruptive citizen.
En wat ís 'klein leed'?
Even terug. Het is woensdagmiddag en buiten begint de lente op stoom te komen. Binnen hebben zich ouderen verzameld om met kandidaatraadsleden te praten over zaken die ouderen bezig houden. Zes raadsleden en een stuk of zestig ouderen. Met m'n - haast - 59 bevind ik me onderaan hun leeftijdspyramide. Da's het decor.
Klein leed; waarom zouden we het zo nadrukkelijk moeten hebben over klein leed? Dat houd me vanaf het moment dat ik het denk bezig. Zijn die ouderen nu echt nergens anders mee bezig dan klein leed? Hun eigen kleine leed?
Voor zover ik het begreep, is de sneeuw- en ijsbestrijding klein leed. Of, juister, het ontbreken ervan, waardoor het buiten glad en kledderig is. Het is, in Leiden, het idee dat het verdwijnen van gescheiden voet- en fietspaden een achteruitgang is. Het schijnt dat wij ouderen ons ongemakkelijk voelen in een situatie waarin we een vlak moeten delen met auto's en fietsen. Nou, die fietsen - en soms auto's - kom je ook op die vrijliggende voetgangersstoep tegen, hoor.
Maar goed, klein leed is dus klein leed. En in mijn beleving narrig gemor. Van dat ouwezeuren gezeik. Precies passend bij het vooroordeel van 'ouderen'. Dáár zaten we in Leiden op te wachten. Gaan die oude knarren zich eindelijk eens serieus ergens voor interesseren, worden ze meteen weer in het hokje terug gejaagd.
Gelukkig ging het al vrij snel mis.
Diezelfde ochtend had ik met een aantal mensen mijn, onze ideeën over maatschappelijke participatie door ouderen besproken (ergens in de komende maanden zul je daar, in Leiden, vast meer over horen). Ik moet er nog wat tekst omheen fabriceren, maar de kern is dit:
het is doodzonde inactiviteit op te leggen aan mensen die nog actief willen en kunnen zijn.
Een poos terug maakte ik er al 's een blogpost over: Open brief aan de wethouder Werkgelegenheid. De rest van de ideeën zijn, sluw, verwerkt in andere blogposts. Gelukkig is het gesprek met de wethouder er aan het eind van de zomer van 2013 gekomen. Niet dat we dat goed afrondden, want na anderhalf uur kregen we honger. De wethouder sloot met de woorden "zullen we hier een komma zetten? Ik bespreek het met het management van de sociale dienst en kom dan bij je terug.".
Nooit meer iets over gehoord.
Gelukkig spreek ik hem vrij vaak. En hij was er vandaag ook. En helemaal mooi - mooi, hè, dat twee keer 'en'?... Helemaal mooi is dat die wethouder aan het eind van de middag zei dat degene die pleitte voor het waarderen en benutten van het kapitaal van ouderen hém het meest had geïnspireerd.
Dat was ik dus niet.
Nu zal me dat een relatieve biet wezen. "Jan, claim je eigen ideeën nu eens. Houd ze bij jezelf. Houd de regie." Hoe vaak ik dát wel niet hoorde in m'n leven, en zeker de laatste paar jaren. Maar dat ga ik dus nooit leren. De mentaliteit van 'delen' ligt me niet alleen meer; het is m'n natuurlijke houding. En dus was het idee allang gedeeld met het kerngroepje, waardoor één van de leden daarvan de wethouder kon inspireren.
Nu nog even zorgen dat het plan verder komt. Delen is één, maar er moet nog 's een optelsom van komen: the disruptive citizen.
Labels:
delen,
disruptive,
kennis,
Leiden,
ouderen,
plannen,
sociaal kapitaal,
waarde,
werkgelegenheid,
werkloos
vrijdag 1 november 2013
De beste expert? Dat ben ík.
Ik kreeg gisteren een vraag die me verbaasde: "Ben jij degene die we zoeken? De expert social media, die ons kan vertellen over de state of the art?"
Oppervlakkig beluisterd, is het een logische vraag. Je koopt iets en wilt uiteraard de beste kwaliteit voor je geld. Zou ik ook doen. Zou jij ook doen. Dan vraag je "ben jij de beste?". Als je mij een beetje kent, weet je het antwoord al. Ik zal dat nooit van mezelf zeggen. Kwaliteitsbeoordelingen móeten van anderen komen, willen ze een béétje overtuigend zijn. Al die social media experts en goeroe's; zelfverklaarde keurslagers die ook nog eens zelf het vlees keuren. Als je dat gelooft en die wilt inhuren: succes!
Als je wilt weten of ik goed ben, zul je me bezig moeten zien. Er bestáán helemaal geen social media experts.
Die term wekt de indruk alsof social media een losstaand fenomeen zijn. Dat zijn ze niet. In de afgelopen jaren heb ik tal van figuren de revue zien passeren als expert. Meestal waren ze dan expert in het gebruik van een softwareprogramma of een techniek. In principe niets anders dan al die hardwerkende trainers in het gebruik van Word of Outlook indertijd. Welk knopje doet wat. Daarmee wil ik zeker níet beweren dat dat onbelangrijk werk is.
Social media halen echter zoveel overhoop en zo aan het vervlechten met het reële leven, dat heel andere kennis nodig is om ze te begrijpen. Degene die me de vraag stelde of ik iets kan uitleggen over social media is op zoek naar een geesteswetenschapper. En, ja, dat ben ik en daar weet ik wel wat van.
De grap is dat de vraag zo breed is dat-i lijkt op de vraag of iemand je iets over het leven kan vertellen. Om te begrijpen wat social media doen, zul je je moeten verdiepen in bijvoorbeeld sociologie. Je zult menselijk (groeps)gedrag moeten snappen. Dat is iets anders dan een beetje grasduinen in de sociologische onderzoeken en er uit halen wat in je kraam te pas komt.
De vraagsteller maakt me weer eens duidelijk hoe mensen die die wereld níet kennen, er beelden over hebben. Vooral alsof het een heel andere wereld is. Da's vreemd. Want de mensen die de toetsenborden of de schermen beroeren, zijn gewone mensen met een reëel leven.
Wat je ziet, is dus niet zozeer een andere wereld. Het is een ander venster op onze wereld. Een venster dat ook tot dan verborgen facetten zichtbaar maakt. Fraude, criminaliteit en (kinder)porno zíjn geen internet-uitvindingen. Ze zijn mensen eigen. Dat geldt ook voor meningen, pesten en korte lontjesgedrag; niets nieuws. Wel sneller, sterker en breder zichtbaar.
Da's schrikken.
Wat mij echt heel erg veel deugd doet, is dat de social media ontwikkelingen een grotere aandacht voor de geesteswetenschappen met zich meebrengt. Steeds meer mensen zijn geïnteresseerd geraakt in de sociologie en de psychologie. Wat mij betreft, is dat winst omdat daardoor ook meer begrip zal (kunnen) ontstaan voor maatschappelijke verhoudingen. Meer mensen zullen gaan denken over maatschappijvormen, over solidariteit of over het wezen van de mens.
Het gáát niet om techniek, niet om apps, niet om de instellingen in Facebook of Twitter. Het gaat om ons, mensen, en ons groepsgedrag. En da's 'best wel' ingewikkeld. Dat kan ik je wél vertellen.
Oppervlakkig beluisterd, is het een logische vraag. Je koopt iets en wilt uiteraard de beste kwaliteit voor je geld. Zou ik ook doen. Zou jij ook doen. Dan vraag je "ben jij de beste?". Als je mij een beetje kent, weet je het antwoord al. Ik zal dat nooit van mezelf zeggen. Kwaliteitsbeoordelingen móeten van anderen komen, willen ze een béétje overtuigend zijn. Al die social media experts en goeroe's; zelfverklaarde keurslagers die ook nog eens zelf het vlees keuren. Als je dat gelooft en die wilt inhuren: succes!
Als je wilt weten of ik goed ben, zul je me bezig moeten zien. Er bestáán helemaal geen social media experts.
Die term wekt de indruk alsof social media een losstaand fenomeen zijn. Dat zijn ze niet. In de afgelopen jaren heb ik tal van figuren de revue zien passeren als expert. Meestal waren ze dan expert in het gebruik van een softwareprogramma of een techniek. In principe niets anders dan al die hardwerkende trainers in het gebruik van Word of Outlook indertijd. Welk knopje doet wat. Daarmee wil ik zeker níet beweren dat dat onbelangrijk werk is.
Social media halen echter zoveel overhoop en zo aan het vervlechten met het reële leven, dat heel andere kennis nodig is om ze te begrijpen. Degene die me de vraag stelde of ik iets kan uitleggen over social media is op zoek naar een geesteswetenschapper. En, ja, dat ben ik en daar weet ik wel wat van.
De grap is dat de vraag zo breed is dat-i lijkt op de vraag of iemand je iets over het leven kan vertellen. Om te begrijpen wat social media doen, zul je je moeten verdiepen in bijvoorbeeld sociologie. Je zult menselijk (groeps)gedrag moeten snappen. Dat is iets anders dan een beetje grasduinen in de sociologische onderzoeken en er uit halen wat in je kraam te pas komt.
De vraagsteller maakt me weer eens duidelijk hoe mensen die die wereld níet kennen, er beelden over hebben. Vooral alsof het een heel andere wereld is. Da's vreemd. Want de mensen die de toetsenborden of de schermen beroeren, zijn gewone mensen met een reëel leven.
Wat je ziet, is dus niet zozeer een andere wereld. Het is een ander venster op onze wereld. Een venster dat ook tot dan verborgen facetten zichtbaar maakt. Fraude, criminaliteit en (kinder)porno zíjn geen internet-uitvindingen. Ze zijn mensen eigen. Dat geldt ook voor meningen, pesten en korte lontjesgedrag; niets nieuws. Wel sneller, sterker en breder zichtbaar.
Da's schrikken.
Wat mij echt heel erg veel deugd doet, is dat de social media ontwikkelingen een grotere aandacht voor de geesteswetenschappen met zich meebrengt. Steeds meer mensen zijn geïnteresseerd geraakt in de sociologie en de psychologie. Wat mij betreft, is dat winst omdat daardoor ook meer begrip zal (kunnen) ontstaan voor maatschappelijke verhoudingen. Meer mensen zullen gaan denken over maatschappijvormen, over solidariteit of over het wezen van de mens.
Het gáát niet om techniek, niet om apps, niet om de instellingen in Facebook of Twitter. Het gaat om ons, mensen, en ons groepsgedrag. En da's 'best wel' ingewikkeld. Dat kan ik je wél vertellen.
Labels:
epert,
guru,
kennis,
presentatie,
social media,
sociologie
woensdag 2 oktober 2013
Sociale innovatie uit de supermarkt
Weet jij waaraan we in Nederland de koelkast hebben te danken? Niet zozeer het apparaat zelf als het gebruik. Waardoor heeft de koelkast een hoge vlucht genomen?
Dat was onze nationale keukenleermeester, Albert Heyn.
Zoals dat gaat: op het juiste (toevallige) moment een actie hebben met goedkope koelkasten. Vanaf dan gaat het gestaag en tegenwoordig hoort de koelkast als vanzelfsprekend tot de standaardkeukenuitrusting.
De koelkast maakte dat je minder vaak dan voorheen inkopen kon doen. Of anders geformuleerd: meer in één keer kon inkopen. Ik ben van een generatie die het nog nét meemaakte; dat de melkboer langs de huizen kwam. Die verkocht, uit grote melktonnen, met een maatschep uitgeschepte melk. Die was niet zo lang houdbaar als de melk uit de fles, de zak en het karton die daarna kwamen. Zeker voor zuivelprodukten en vlees was de koelkast een uitkomst. Dat was langer voedseltechnisch veilig te bewaren. Luxe werd ook toegevoegd. Dranken die konden worden gekoeld. Gebak dat langer goed bleef.
Het frappante is dat in die eerste periode ook minder werd weggegooid. Dat wat overbleef, kon in een koelkast worden bewaard tot 'de kliekjesdag' die veel gezinnen kenden. Maar de kennis over hoeveelheden verdween, veranderde. Dat kun je niet alleen op het conto van de koelkast of de supermarkt schrijven. Maar zonder die twee was het wél lastiger geweest en langzamer gegaan. Er werd steeds meer gegeten en ook steeds meer weggegooid, verspild. Ook door toegenomen welvaart waardoor abundance, overvloed vanzelfsprekend was: het bijbelse land van melk en honing.
En de koelkast is "groter gegroeid" in de loop der jaren. De eerste modellen koelkast worden nu tafelmodel genoemd. Standaard is een bijna kamerhoog apparaat. Veel ruimte nodigt tot vullen. En dat dóen we.
Feestdagen waren al een fenomeen. Waar láát je al dat voedsel? Nu, met de recessie, komt die situatie vaker voor. Waar láát je al die aanbiedingen? Invriezen is een goede optie. Maar sommige dingen kún je niet invriezen.
Met dat in je achterhoofd moet je dit plaatje eens bekijken.

Het komt uit een folder van Lidl en is, denk ik, een ongelooflijk slimme vernieuwing.
"Die pakken drank zijn best wel goedkoop, maar waar laat ik die in de koelkast? En ik moet ze best snel achter elkaar opdrinken, want ze zijn beperkt houdbaar. Laat ik het dus maar niet doen."
Dat is nu net wat Lidl níet wil, dat je iets níet koopt. Maar Lidl lijkt goed in de gaten te hebben dat je de supermarkt ook kunt positioneren als een verlengde van de huiskoelkast. Ze zíjn al veel vaker open, in veel steden is er ook op zondag wel een supermarkt open. Dat was stap één.
Wat hier gebeurt, is een service die nog verder gaat. Oók als het artikel wél in de schappen ligt, kun je het nog even laten liggen en later toch tegen de aanbiedingsprijs meenemen. Da's wel wat anders dan de coupons die er bestaan als artikelen er níet meer zijn. Je kunt nu met een gerust hart een week, of twee, later die andere fles halen.
Dat scheelt ruimte in je koelkast. Dat levert je altijd versere - voor zover vers nog vérs is - produkten in je koelkast op. En de supermarkt verkoopt.
Sociale innovatie: de supermarkt als ook jóuw persoonlijke voorraad(koel)kast. Dat heeft Albert Heyn met z'n 'gezelligheid en kopjes koffie' niet. Nóg niet.
Dat was onze nationale keukenleermeester, Albert Heyn.
Zoals dat gaat: op het juiste (toevallige) moment een actie hebben met goedkope koelkasten. Vanaf dan gaat het gestaag en tegenwoordig hoort de koelkast als vanzelfsprekend tot de standaardkeukenuitrusting.
De koelkast maakte dat je minder vaak dan voorheen inkopen kon doen. Of anders geformuleerd: meer in één keer kon inkopen. Ik ben van een generatie die het nog nét meemaakte; dat de melkboer langs de huizen kwam. Die verkocht, uit grote melktonnen, met een maatschep uitgeschepte melk. Die was niet zo lang houdbaar als de melk uit de fles, de zak en het karton die daarna kwamen. Zeker voor zuivelprodukten en vlees was de koelkast een uitkomst. Dat was langer voedseltechnisch veilig te bewaren. Luxe werd ook toegevoegd. Dranken die konden worden gekoeld. Gebak dat langer goed bleef.
Het frappante is dat in die eerste periode ook minder werd weggegooid. Dat wat overbleef, kon in een koelkast worden bewaard tot 'de kliekjesdag' die veel gezinnen kenden. Maar de kennis over hoeveelheden verdween, veranderde. Dat kun je niet alleen op het conto van de koelkast of de supermarkt schrijven. Maar zonder die twee was het wél lastiger geweest en langzamer gegaan. Er werd steeds meer gegeten en ook steeds meer weggegooid, verspild. Ook door toegenomen welvaart waardoor abundance, overvloed vanzelfsprekend was: het bijbelse land van melk en honing.
En de koelkast is "groter gegroeid" in de loop der jaren. De eerste modellen koelkast worden nu tafelmodel genoemd. Standaard is een bijna kamerhoog apparaat. Veel ruimte nodigt tot vullen. En dat dóen we.
Feestdagen waren al een fenomeen. Waar láát je al dat voedsel? Nu, met de recessie, komt die situatie vaker voor. Waar láát je al die aanbiedingen? Invriezen is een goede optie. Maar sommige dingen kún je niet invriezen.
Met dat in je achterhoofd moet je dit plaatje eens bekijken.
Het komt uit een folder van Lidl en is, denk ik, een ongelooflijk slimme vernieuwing.
"Die pakken drank zijn best wel goedkoop, maar waar laat ik die in de koelkast? En ik moet ze best snel achter elkaar opdrinken, want ze zijn beperkt houdbaar. Laat ik het dus maar niet doen."
Dat is nu net wat Lidl níet wil, dat je iets níet koopt. Maar Lidl lijkt goed in de gaten te hebben dat je de supermarkt ook kunt positioneren als een verlengde van de huiskoelkast. Ze zíjn al veel vaker open, in veel steden is er ook op zondag wel een supermarkt open. Dat was stap één.
Wat hier gebeurt, is een service die nog verder gaat. Oók als het artikel wél in de schappen ligt, kun je het nog even laten liggen en later toch tegen de aanbiedingsprijs meenemen. Da's wel wat anders dan de coupons die er bestaan als artikelen er níet meer zijn. Je kunt nu met een gerust hart een week, of twee, later die andere fles halen.
Dat scheelt ruimte in je koelkast. Dat levert je altijd versere - voor zover vers nog vérs is - produkten in je koelkast op. En de supermarkt verkoopt.
Sociale innovatie: de supermarkt als ook jóuw persoonlijke voorraad(koel)kast. Dat heeft Albert Heyn met z'n 'gezelligheid en kopjes koffie' niet. Nóg niet.
donderdag 8 augustus 2013
Snappu?!
Het werkt echt. Als je iets uitlegt, komt een boodschap beter binnen. Het vreemde is dat we dat allemaal weten, want op school werkte dat al zo. Dat wat je begreep (en leuk vond) onthield je beter dan kennis waar jij niets mee had.
Waarom leggen we dan niet alles uit?
Mij verbaast het nog steeds: het afdwingen van gelijk omdat 'de regels zo zijn'. Blijkbaar hebben we een zo complex geheel gemaakt dat ook de uitvoerders de ratio niet meer kennen. En dan val je, logischerwijs, terug op de regels zelf. Met als gevolg dat op den duur niemand meer echt weet waarom het is zoals het is.
Leg me maar eens uit waarom de maximumsnelheid binnen de bebouwde kom, voor auto's, 50 km/u is. Dat geldt net zo goed voor regels die te maken hebben met vestigingseisen, met afspraken om een paspoort te verlengen, met aanbieden van vuilnis langs de straatkant of met toelating tot Nederland. Talloos vaak gebeurt het; dat je eigenlijk niet goed begrijpt waarom het is of gaat zoals het is of gaat.
Uitleggen werkt. Verschillende gemeenten casu quo ambtenaren hebben al 'ontdekt' wat ze dus vanuit hun schooltijd al lang wisten. Groningen meldt dat zo'n aanpak tot 38% intrekking van bezwaarschriften leidde.
Let wel. Het gaat hier dus niet om informatieverstrekking over je rechten of iets dergelijks. Het gaat om informatie over jóuw situatie op dát moment. Dat is dan ook de makke bij al die partijen die menen dat publieksvriendelijke informatieverstrekking voldoende is. Algemene informatie in begrijpelijk Nederlands voegt net zo weinig toe als algemene informatie in ónbegrijpelijk Nederlands.
Waar ze dat goed hebben doorgehad, is in de wereld van de verkeersregeling.
Bijna iedere stad heeft ze inmiddels wel: van die verkeerslichten die aangeven hoe lang het nog gaat duren voordat je groen licht krijgt. Ze schijnen zebraklokken te heten. In het ene geval tellen de cijfers de seconden af. In andere gevallen loopt een lichtring leeg. In alle gevallen is het de bedoeling dat de wachtende wéét waarop-i wacht.

In Leiden hebben we die dingen ook. Of wij ze echt goed hebben ingesteld, weet ik zo net nog niet. Vlakbij het oude belastingkantoor stond ik afgelopen lente te wachten voor zo'n verkeerslicht. Maar daar deed zich het idiote verschijnsel voor dat de lichtring een keer of drie weer helemaal opnieuw begon, als-t-i bijna leeg was.
Kijk, dan sta je als fietser te kijken hoe autoverkeer keer op keer voorrang krijgt. En jij mag blijven wachten. Een soort tweederangsburger- of -verkeersdeelnemergevoel.
Begrip kan ook tot geheel nieuwe inzichten leiden.
Waarom leggen we dan niet alles uit?
Mij verbaast het nog steeds: het afdwingen van gelijk omdat 'de regels zo zijn'. Blijkbaar hebben we een zo complex geheel gemaakt dat ook de uitvoerders de ratio niet meer kennen. En dan val je, logischerwijs, terug op de regels zelf. Met als gevolg dat op den duur niemand meer echt weet waarom het is zoals het is.
Leg me maar eens uit waarom de maximumsnelheid binnen de bebouwde kom, voor auto's, 50 km/u is. Dat geldt net zo goed voor regels die te maken hebben met vestigingseisen, met afspraken om een paspoort te verlengen, met aanbieden van vuilnis langs de straatkant of met toelating tot Nederland. Talloos vaak gebeurt het; dat je eigenlijk niet goed begrijpt waarom het is of gaat zoals het is of gaat.
Uitleggen werkt. Verschillende gemeenten casu quo ambtenaren hebben al 'ontdekt' wat ze dus vanuit hun schooltijd al lang wisten. Groningen meldt dat zo'n aanpak tot 38% intrekking van bezwaarschriften leidde.
Let wel. Het gaat hier dus niet om informatieverstrekking over je rechten of iets dergelijks. Het gaat om informatie over jóuw situatie op dát moment. Dat is dan ook de makke bij al die partijen die menen dat publieksvriendelijke informatieverstrekking voldoende is. Algemene informatie in begrijpelijk Nederlands voegt net zo weinig toe als algemene informatie in ónbegrijpelijk Nederlands.
Waar ze dat goed hebben doorgehad, is in de wereld van de verkeersregeling.
Bijna iedere stad heeft ze inmiddels wel: van die verkeerslichten die aangeven hoe lang het nog gaat duren voordat je groen licht krijgt. Ze schijnen zebraklokken te heten. In het ene geval tellen de cijfers de seconden af. In andere gevallen loopt een lichtring leeg. In alle gevallen is het de bedoeling dat de wachtende wéét waarop-i wacht.
In Leiden hebben we die dingen ook. Of wij ze echt goed hebben ingesteld, weet ik zo net nog niet. Vlakbij het oude belastingkantoor stond ik afgelopen lente te wachten voor zo'n verkeerslicht. Maar daar deed zich het idiote verschijnsel voor dat de lichtring een keer of drie weer helemaal opnieuw begon, als-t-i bijna leeg was.
Kijk, dan sta je als fietser te kijken hoe autoverkeer keer op keer voorrang krijgt. En jij mag blijven wachten. Een soort tweederangsburger- of -verkeersdeelnemergevoel.
Begrip kan ook tot geheel nieuwe inzichten leiden.
Labels:
gemeente Groningen,
informatie,
kennis,
leren,
onrecht,
onverwacht,
schooltijd,
uitleg,
verkeer,
vermeerdering
Locatie:
Leiden, Nederland
zaterdag 11 mei 2013
GeoGuessr: raad de plaats. Of niet.
Bij de VPRO is het al ontdekt. Afgelopen week zag ik een paar keer tweets voorbij komen op Twitter van VPROmedewerkers die GeoGuessr speelden. Watteh?! GeoGuessr!
Omdat het allemaal VPROers zijn die zich beroepsmatig bezig houden met innovatie, word ik dan vanzelf nieuwsgierig. Vooral omdat je sommige mensen een beetje kent en hen enthousiast ziet. Tja, dan ben je kuddedier en volg je de leider.
Niet voor niets. Want GeoGuessr is een leuk tijdverdrijf.
GeoGuessr is een raadspelletje. Maar dan wereldwijd. Je krijgt een 360 graden foto te zien en mag dan raden wáár dat is. Voor de foto wordt - je raadde het al - Google's Streetview gebruikt. Die ken je al lang. Van het opzoeken van je vakantiebestemming en even zien hoe het er 'in het echt' uitziet daar. Of van het weerzien met herinneringen aan plekken uit je jeugd. Of uit de pers die curieuze fenomenen meldt van weggesmeerde 'geheime of niet-bestaande' locaties. En nee, deze kat, die van de week als een bliksemschicht werd doorverteld, bleek dus 'gewoon' beeldbewerkt. Maar wel erg gaaf.

GeoGuessr geeft je dus een foto en de vraag met een speld - een virtuele - aan te geven wáár jij denkt dat die is gemaakt. Hoe dichterbij de juiste lokatie, hoe hoger de score. Eenvoudig, toch?

De spelregels wel. Het spel is dat niet.
De foto's die je krijgt te zien zijn soms te herleiden - ik had er eentje waarop het gemeentegrensbord stond! - maar meestal nogal lastig. Wat lijken zuideuropese straatjes op elkaar. En dan blijken ze niet eens in Europa te liggen! Of wat ook kan: middenin een soort van woestijn. Zoek maar uit waar dat dan is.
Een nadeel is wel dat die ene keer dát je denkt in de buurt te zijn, je die speld nog moet plaatsen. Dat lukte me eerlijk gezegd niet goed. Maar eerlijk is eerlijk: zelfs als ik wel op de door mij gedachte plek had gepind, had ik er nog naast gezeten.
Enfin. Het schijnt verslavend te zijn. Dus houd de tijd wel in de gaten.
Omdat het allemaal VPROers zijn die zich beroepsmatig bezig houden met innovatie, word ik dan vanzelf nieuwsgierig. Vooral omdat je sommige mensen een beetje kent en hen enthousiast ziet. Tja, dan ben je kuddedier en volg je de leider.
Niet voor niets. Want GeoGuessr is een leuk tijdverdrijf.
GeoGuessr is een raadspelletje. Maar dan wereldwijd. Je krijgt een 360 graden foto te zien en mag dan raden wáár dat is. Voor de foto wordt - je raadde het al - Google's Streetview gebruikt. Die ken je al lang. Van het opzoeken van je vakantiebestemming en even zien hoe het er 'in het echt' uitziet daar. Of van het weerzien met herinneringen aan plekken uit je jeugd. Of uit de pers die curieuze fenomenen meldt van weggesmeerde 'geheime of niet-bestaande' locaties. En nee, deze kat, die van de week als een bliksemschicht werd doorverteld, bleek dus 'gewoon' beeldbewerkt. Maar wel erg gaaf.
GeoGuessr geeft je dus een foto en de vraag met een speld - een virtuele - aan te geven wáár jij denkt dat die is gemaakt. Hoe dichterbij de juiste lokatie, hoe hoger de score. Eenvoudig, toch?
De spelregels wel. Het spel is dat niet.
De foto's die je krijgt te zien zijn soms te herleiden - ik had er eentje waarop het gemeentegrensbord stond! - maar meestal nogal lastig. Wat lijken zuideuropese straatjes op elkaar. En dan blijken ze niet eens in Europa te liggen! Of wat ook kan: middenin een soort van woestijn. Zoek maar uit waar dat dan is.
Een nadeel is wel dat die ene keer dát je denkt in de buurt te zijn, je die speld nog moet plaatsen. Dat lukte me eerlijk gezegd niet goed. Maar eerlijk is eerlijk: zelfs als ik wel op de door mij gedachte plek had gepind, had ik er nog naast gezeten.
Enfin. Het schijnt verslavend te zijn. Dus houd de tijd wel in de gaten.
Labels:
beeldmanipulatie,
google,
kennis,
motoriek,
raden,
social,
spel,
verslaving,
wereldwijd
Abonneren op:
Posts (Atom)