Posts tonen met het label supermarkt. Alle posts tonen
Posts tonen met het label supermarkt. Alle posts tonen

woensdag 2 oktober 2013

Sociale innovatie uit de supermarkt

Weet jij waaraan we in Nederland de koelkast hebben te danken? Niet zozeer het apparaat zelf als het gebruik. Waardoor heeft de koelkast een hoge vlucht genomen?

Dat was onze nationale keukenleermeester, Albert Heyn.

Zoals dat gaat: op het juiste (toevallige) moment een actie hebben met goedkope koelkasten. Vanaf dan gaat het gestaag en tegenwoordig hoort de koelkast als vanzelfsprekend tot de standaardkeukenuitrusting.

De koelkast maakte dat je minder vaak dan voorheen inkopen kon doen. Of anders geformuleerd: meer in één keer kon inkopen. Ik ben van een generatie die het nog nét meemaakte; dat de melkboer langs de huizen kwam. Die verkocht, uit grote melktonnen, met een maatschep uitgeschepte melk. Die was niet zo lang houdbaar als de melk uit de fles, de zak en het karton die daarna kwamen. Zeker voor zuivelprodukten en vlees was de koelkast een uitkomst. Dat was langer voedseltechnisch veilig te bewaren. Luxe werd ook toegevoegd. Dranken die konden worden gekoeld. Gebak dat langer goed bleef.

Het frappante is dat in die eerste periode ook minder werd weggegooid. Dat wat overbleef, kon in een koelkast worden bewaard tot 'de kliekjesdag' die veel gezinnen kenden. Maar de kennis over hoeveelheden verdween, veranderde. Dat kun je niet alleen op het conto van de koelkast of de supermarkt schrijven. Maar zonder die twee was het wél lastiger geweest en langzamer gegaan. Er werd steeds meer gegeten en ook steeds meer weggegooid, verspild. Ook door toegenomen welvaart waardoor abundance, overvloed vanzelfsprekend was: het bijbelse land van melk en honing.

En de koelkast is "groter gegroeid" in de loop der jaren. De eerste modellen koelkast worden nu tafelmodel genoemd. Standaard is een bijna kamerhoog apparaat. Veel ruimte nodigt tot vullen. En dat dóen we.

Feestdagen waren al een fenomeen. Waar láát je al dat voedsel? Nu, met de recessie, komt die situatie vaker voor. Waar láát je al die aanbiedingen? Invriezen is een goede optie. Maar sommige dingen kún je niet invriezen.

Met dat in je achterhoofd moet je dit plaatje eens bekijken.
Photo 29-09-13 18 27 21

Het komt uit een folder van Lidl en is, denk ik, een ongelooflijk slimme vernieuwing.

"Die pakken drank zijn best wel goedkoop, maar waar laat ik die in de koelkast? En ik moet ze best snel achter elkaar opdrinken, want ze zijn beperkt houdbaar. Laat ik het dus maar niet doen."

Dat is nu net wat Lidl níet wil, dat je iets níet koopt. Maar Lidl lijkt goed in de gaten te hebben dat je de supermarkt ook kunt positioneren als een verlengde van de huiskoelkast. Ze zíjn al veel vaker open, in veel steden is er ook op zondag wel een supermarkt open. Dat was stap één.

Wat hier gebeurt, is een service die nog verder gaat. Oók als het artikel wél in de schappen ligt, kun je het nog even laten liggen en later toch tegen de aanbiedingsprijs meenemen. Da's wel wat anders dan de coupons die er bestaan als artikelen er níet meer zijn. Je kunt nu met een gerust hart een week, of twee, later die andere fles halen.

Dat scheelt ruimte in je koelkast. Dat levert je altijd versere - voor zover vers nog vérs is - produkten in je koelkast op. En de supermarkt verkoopt.

Sociale innovatie: de supermarkt als ook jóuw persoonlijke voorraad(koel)kast. Dat heeft Albert Heyn met z'n 'gezelligheid en kopjes koffie' niet. Nóg niet.

vrijdag 2 augustus 2013

5 min. à gauche

Vijf minuten. Wat zijn 5 minuten nu helemaal? Niet veel toch? Toch zijn ze in staat je in een staat van opwinding te brengen.

Eén van de effecten van in Nederland wonen, is dat je meent dat altijd alles dichtbij is en is geregeld. Zeker sinds we naar internationaal voorbeeld de winkeltijden hebben verruimd, hoef je je over een heleboel zaken geen zorgen meer te maken. Niet dat het allemaal goed gaat, hoor. In Leiden bijvoorbeeld is men van plan de nachtwinkels de nek om te draaien casu quo te laten uitsterven. Er komen geen nieuwe vergunningen.

En - een aparte alinea waard - 'ze', daar in Den Haag, breken wel angstwekkend voortvarend die voorzieningenstructuur af. Het zorgstwekkend daarin vind ik nog de afbraak van de zorg onder het mom dat er geld wordt verspild en alles onbetaalbaar wordt. Ooit was ik jaloers op de Britse National Health, nadat we er een keer gebruik van moesten maken in een vakantie. Wat is dat enorm rustgevend en handig: een systeem dat open en bereikbaar is, waar je je níet eerst druk moet maken over je verzekeringsdekking. En wat doen de idioten hier? Die breken af, maken onbereikbaarder en ongetwijfeld als systeem niet goedkoper.

Dat gemak van 'alles om de hoek' is in vele buitenlanden niet zo vanzelfsprekend (waarbij je nóóit mag vergeten dat onze schaalgrootte anders is, kleiner). En dus is tijdens de vakantie één van de allereerste dingen die moet gebeuren, uitzoeken hoe we aan brood komen en waar de supermarkt is. Nu ik dit tik, realiseer ik me dat we nooit zonder aanleiding hebben gezocht naar de plaatselijke huisarts, tandarts of het ziekenhuis. De supermarkt; díe wel.

Het broodprobleem is meestal heel snel opgelost. Bijna altijd loopt dat via een campingreceptie, mits je dus op een camoing verblijft. De supermarkt is echter van een geheel andere orde.

Alle jaren dat we in Frankrijk onze vakantie doorbrachten, hebben we ons verbaasd over onze onmogelijkheid de Franse manier van denken te doorgronden. In een latere blogpost zal ik er nog een voorbeeld van geven.

Buitenlandse supermarkten hebben op mij aantrekkingskracht. Ik moet er altijd even kijken of ze niet toevallig 'iets speciaals' verkopen. Vorig jaar was dat bijvoorbeeld haaievlees bij de visafdeling. Maar het wordt minder: net als het winkelcentrum uniformeert het assortiment. Zo gaat de lol er wel een beetje af, want de plaatselijke winkels en markten leggen - net als hier - het loodje tegen de giganten. Maar goed, ik bedonder mezelf graag en zoek dus nog steeds naar 'dat speciale'.

Als je dan een bord ziet met de aankondiging dat er een 'hypermarché' in de buurt is, dan ga ik voor de bijl. Die móet ik even in. Welk concern het was, weet ik niet meer.

We vonden de weidewinkel nooit.

Op het bord stond "5 mins à gauche". Eén lange doorlopende weg waar de hypersupermarkt dus na vijf minuten aan onze linkerhand zou opdoemen. Niks van. Na zes en na zeven minuten ook niet. Nooit niet. We zijn dus weer teruggekeerd op onze schreden en hebben netjes de aanwijzingen van mevrouw Navigon gevolgd terug naar de camping.

Dat is dus echt een frustratie van mij: op basis van die borden langs Franse wegen lukt het me nooit een supermarkt te vinden. Vijf minuten rijden?! Hoe snel dan?! Hoe ver is dat dan ongeveer?! Of van die lekker duidelijke "xx minuten op de weg naar Y". Dan mag je nog blij zijn als Y een beetje dórp is. Want die weg vinden, is al een crime.

Van A naar B reizen, is ook cultureel bepaald. Onze afbraakleiders vergeten dat systematisch.

Het voorbeeld van die supermarkt is niet zonder betekenis. Het weerspiegelt een manier van denken die is gebaseerd op autobewegingen. In een land waar de auto min of meer standaardvervoer is, is dat ook vrij logisch. Dan kan een ziekenhuis ook best ietsje verder weg liggen. Maar niet als je OV tot speerpunt maakt. Dan heb je je voorzieningen 'om de hoek' nodig.

Zo moeilijk is dat toch niet?