Posts tonen met het label disruptive. Alle posts tonen
Posts tonen met het label disruptive. Alle posts tonen

woensdag 7 mei 2014

De ontwrichtende buitenstaander ontdekt

Je zult dit hele blog moeten lezen om het plan terug te vinden. Goede zoektermen helpen je vast wel. Wat ik wil zeggen: ik ga het hier niet nog 's beschrijven.

Grof geschetst: ik ben een paar jaar terug begonnen met het warm maken van mensen voor m'n projecten gericht op het (re)activeren van mensen. Dat mag je lezen als losweken uit de bestaande conventies, zoals dat betaald werk en geld bepalend zijn (voor je identiteit). Kul. Ook jij hebt veel meer in je dan dat dagelijks werk.

Vandaag heb ik, samen met een groepje gelijkgezinden, weer een stapje gezet. Op onze leeftijd gaat het allemaal weloverwogen, zullen we maar denken.

Het stapje is een belangrijke. We hebben er iemand met verbeelding - bijna - bij betrokken. Niet de verbeelding die ook ik heb, maar de verbeelding die een theatermaker heeft. Die belangrijke vraagstellende en ontwrichtende verbeelding die nodig is om te komen tot vernieuwing.

De vernieuwing die we zoeken, is ingrijpend. Dat kan alleen als je in staat bent bestaande normen en perspectieven (even) los te laten. Even je fantasie aan te spreken en díe beelden realiteit proberen te maken.

Hoe zou het zijn als.....

Er komt iets moois uit. Of het nu in het kader van het ene of van een ander idee gebeurt, maakt niet eens uit. Maar we hebben wel iets gevonden waarmee we de kokosnoot van sociale dwanggedachten kunnen open breken. Daar gaat 'de samenleving', in mijn geval de stad Leiden, veel voordeel uit putten. Als ze zichzelf de kans geven het te zien en snappen.

Het grootste deel van mijn loonvormende leven heb ik me daarvoor geïnteresseerd: het scheppend vermogen van mensen dat we soms creativiteit en soms innovatie noemen. Daarover circuleren talloze verhalen, theorieën, onderzoeken, oordelen. De bekendste is wellicht dat goede ideeën op onverwachte momenten komen: onder de douche, op de hei, kreunend op het toilet. Dat kán. Maar creativiteit is zelden een solo-actie. Het vereist groepsdynamiek en werken. Let maar op: in groepen ontstaan de ideeën op basis van wat anderen zeggen of doen.

Dat is volgens mij de crux of de belangrijkste factor: meerdimensionaliteit.

Dus verkondig ik al jaar en dag dat ieder bedrijf dat beweert aan innovatie te doen "een idioot" in dienst moet hebben. Dat is overdrachtelijk bedoeld, zoals je vast begrijpt. De essentie is echt niet hogere wiskunde: zorg voor diverse perspectieven die met elkaar in gesprek zijn.

En dat me de meeste bedrijven een partij moeite.

Het denkraam is volslagen verkeerd. Veel managers denken op veel te korte termijn en in oppervlakkigheden. Alsof het een kwestie is van ingrediënten samenvoegen tot een meesterwerk leidt. Meesterkok wordt je door vlijmscherpe messen en de beste, verse ingrediënten.

Terwijl creativiteit en innovatie juist opbloeien in de randen van crisis en conflict.

Stuit ik me vandaag dus op een oude blogpost van Bob Sutton: Twelve Weird Ideas That Work.
Photo 07-05-14 18 53 45

Weet je. Ik zet er een punt achter. Dit is het. Hierom gaat het.

Vandaar dat veel bedrijven het niet lukt en ik veel verwacht van ons vandaag gemaakte contact.

woensdag 5 maart 2014

De verstorende oudere

Tijdens de introductie vond ik het een wat vreemde nadruk: "vooral klein leed aan de orde laten komen". Dat leek, en lijkt, me nu niet bepaald een openingszin bij een openbaar debat. Hij is, eufemistisch, koersbepalend. Toch?!

En wat ís 'klein leed'?

Even terug. Het is woensdagmiddag en buiten begint de lente op stoom te komen. Binnen hebben zich ouderen verzameld om met kandidaatraadsleden te praten over zaken die ouderen bezig houden. Zes raadsleden en een stuk of zestig ouderen. Met m'n - haast - 59 bevind ik me onderaan hun leeftijdspyramide. Da's het decor.

Klein leed; waarom zouden we het zo nadrukkelijk moeten hebben over klein leed? Dat houd me vanaf het moment dat ik het denk bezig. Zijn die ouderen nu echt nergens anders mee bezig dan klein leed? Hun eigen kleine leed?

Voor zover ik het begreep, is de sneeuw- en ijsbestrijding klein leed. Of, juister, het ontbreken ervan, waardoor het buiten glad en kledderig is. Het is, in Leiden, het idee dat het verdwijnen van gescheiden voet- en fietspaden een achteruitgang is. Het schijnt dat wij ouderen ons ongemakkelijk voelen in een situatie waarin we een vlak moeten delen met auto's en fietsen. Nou, die fietsen - en soms auto's - kom je ook op die vrijliggende voetgangersstoep tegen, hoor.

Maar goed, klein leed is dus klein leed. En in mijn beleving narrig gemor. Van dat ouwezeuren gezeik. Precies passend bij het vooroordeel van 'ouderen'. Dáár zaten we in Leiden op te wachten. Gaan die oude knarren zich eindelijk eens serieus ergens voor interesseren, worden ze meteen weer in het hokje terug gejaagd.

Gelukkig ging het al vrij snel mis.

Diezelfde ochtend had ik met een aantal mensen mijn, onze ideeën over maatschappelijke participatie door ouderen besproken (ergens in de komende maanden zul je daar, in Leiden, vast meer over horen). Ik moet er nog wat tekst omheen fabriceren, maar de kern is dit:
het is doodzonde inactiviteit op te leggen aan mensen die nog actief willen en kunnen zijn
.

Een poos terug maakte ik er al 's een blogpost over: Open brief aan de wethouder Werkgelegenheid. De rest van de ideeën zijn, sluw, verwerkt in andere blogposts. Gelukkig is het gesprek met de wethouder er aan het eind van de zomer van 2013 gekomen. Niet dat we dat goed afrondden, want na anderhalf uur kregen we honger. De wethouder sloot met de woorden "zullen we hier een komma zetten? Ik bespreek het met het management van de sociale dienst en kom dan bij je terug.".

Nooit meer iets over gehoord.

Gelukkig spreek ik hem vrij vaak. En hij was er vandaag ook. En helemaal mooi - mooi, hè, dat twee keer 'en'?... Helemaal mooi is dat die wethouder aan het eind van de middag zei dat degene die pleitte voor het waarderen en benutten van het kapitaal van ouderen hém het meest had geïnspireerd.

Dat was ik dus niet.

Nu zal me dat een relatieve biet wezen. "Jan, claim je eigen ideeën nu eens. Houd ze bij jezelf. Houd de regie." Hoe vaak ik dát wel niet hoorde in m'n leven, en zeker de laatste paar jaren. Maar dat ga ik dus nooit leren. De mentaliteit van 'delen' ligt me niet alleen meer; het is m'n natuurlijke houding. En dus was het idee allang gedeeld met het kerngroepje, waardoor één van de leden daarvan de wethouder kon inspireren.

Nu nog even zorgen dat het plan verder komt. Delen is één, maar er moet nog 's een optelsom van komen: the disruptive citizen.

woensdag 18 december 2013

Beter mét social media?!

Eén plus één is drie; zo'n gezegde dat we allemaal wel kennen. Ik interpreteer 'm vanaf de lagere school als dat je iets moet dóen, meerwaarde toevoegen, informatie gebruiken en er kennis van maken. Als je over intelligentie denkt, is het ook een treffend gezegde. Intelligentie is niet een kwestie van IQ of feitenkennis, maar een zaak van nieuwe combinaties maken, van 1+1=3.

Even wat zaken combineren.

In de Harvard Business Review vond ik een mooi citaat. Het verwoordt de volledige onderschatting van zijn tegenspeler door de marktleider.

Classic disruptive innovation says that a cheaper, but lower-quality, innovator can eventually overtake an incumbent by gradually siphoning off customers the incumbent doesn’t find it profitable to defend. As the disruptor improves its offering, though, the incumbent’s position becomes increasingly fragile. Big bang disruption differs in that the start-up offers an innovation that’s not only cheaper, but better — higher quality, more convenient, or both — almost right off the bat.


Nog twee citaten; het eerste wijst op de veranderde relatie met de consument. Feitelijk zijn het variaties op een thema: alles wat als nieuw ter beschikking komt, willen we vandaag nog kunnen gebruiken. Haast, haast, haast, en ongeduld. Maar het is niet de eerste die wint en overleeft. Dat is wat het tweede citaat, uit de reacties op het artikel, aangeeft.

In markets where customers can shop, buy and consume goods and services digitally, innovation is increasingly being driven not by the marketing plans of even dominant providers so much as the seemingly insatiable appetite of consumers for the newest technology. Companies no longer offer—consumers now demand.


Too much focus on the technology, on the business, on the financial indicators.... as opposed to the focus on "what is the job-to-be done" that customers hire an entertainment for (on-demand family entertainment, in this case). Enterprises forget empathy on the customer and confuse their business with the "what" (technology or a persistent business model), rather than the "why" (need, job-to-be done, problem) they are doing business (Simon Sinek).


Het is duidelijk. Houd je bestaansrecht in de gaten en laat je niet (teveel) meesleuren door nieuwe mogelijkheden. ?! Maar ik moet toch ook de nieuwe kansen benutten? Inderdaad, een spagaat.

Toch is er een lijn te bekennen, hoor. Rekening houden met je afnemers betekent heden ten dage ook geconfronteerd worden met (snel) wisselende wensen. Niet voor niets wordt voorspeld dat de levenscyclus van bedrijven dramatisch verkort gaat worden. Jouw dienst wordt op het moment dat jij de productie start al links en rechts voorbij gegaan door nieuwe spelers. Marktleider, overlever zijn, zal steeds korter mogelijk zijn.

Dat geldt niet voor allen.

In dat licht bezien, kijk ik naar ">dit bericht over het gebruik van social media door ziekenhuizen. Blijkbaar zijn hiërarchische ranglijstjes ook in een genetwerkte wereld van belang. We zijn en blijven mensen, zullen we maar denken.

Het is ongetwijfeld prettig om als eerste op een lijstje terecht te komen. Het is eveneens van groot belang je klant, in dit geval de patiënt, serieus te nemen en er goed en serieus naar te luisteren en mee te spreken. De vraag is wel of het gebruik van social media wel zo belangrijk is voor de kernactiviteit van een ziekenhuis. Ik moet bekennen dat ik het in dezelfde categorie zou onderbrengen als de kwaliteit van de kroketten in het patiëntenrestaurant: een additionele voorziening, die wel iets zegt over kwaliteit en dienstverlening, maar níet op zichzelf mag worden beschouwd.

En dat gebeurt nu wel.

vrijdag 20 september 2013

Mueseumvrouwen

Leiden is een rare stad.

Het bekendst is wellicht de gebouwde omgeving: we hebben hier de hoogste monumentdichtheid die je je kunt voorstellen. Het Florence van Nederland is wat overdreven, maar toch... Het barst hier van de oude gebouwen, pittoreske doorkijkjes en veel, heel veel water. Dat kan allemaal overigens ook in je nadeel werken als je wilt vernieuwen. Links- of rechtsom: altijd ligt er wel een monument in de weg.

Het idiote aan Leiden zit 'm er in dat de stad niet echt aan de weg timmert om 'de stad' bekend te maken, anders dan als museumstad. Sinds enkele jaren is dat héél langzaam wat aan het veranderen. Maar Leiden lijkt zich wel te schamen, zich vooral niet te willen neerzetten stad die zich met een gerust hart kan meten met andere grote steden. Als je maar weet waar je moet zoeken. Levende muziek? Het barst er van, zoals je ziet.

Nu blijken we ook nog eens een disruptive museum te herbergen: De Lakenhal.

Da's niet niks. In de wereld van innovatie is de status 'ontregelend' top. Het geeft aan dat je in staat bent een fundamentele verandering in gang te zetten. De Lakenhal kan dat blijkbaar.

Daar ben ik het helemaal mee eens.

Photo 20-09-13 15 46 48

De Lakenhal doet iets bijzonders. Als ik het zou mogen samenvatten, is het museum van mening dat een museum niet moet worden beperkt door z'n fysieke omgeving. De Lakenhal lijkt zich te ontwikkelen naar het eerste netwerkmuseum van Nederland. Het eerste museum dat zich op meerdere plaatsen tegelijk manifesteert en ook nog in onderling verband. Let wel: da's dus wel iets heel anders dan museumstukken uitlenen of lesbrieven maken voor scholieren. Dat is ook belangrijk, maar De Lakenhal gaat een grote stap verder.

In De Lakenhal kun je bijvoorbeeld binnenkort een pracht tentoonstelling zien over Utopia. Natuurlijk; het begint met kunst. Maar het stopt niet bij kunst. De tentoonstelling is opgezet langs twee lijnen in de avant gardekunst: de expressionisten en de constructivisten. Wat zo bijzonder is, is dat die worden opgevat als sociale bewegingen, als bewegingen gericht op een nieuwe samenleving.

Photo 20-09-13 15 06 56

Dat is nogal afwijkend. De Lakenhal werpt z'n oude, oubollige jas definitief af. Niet langer bepalen museale tradities mede de inhoud, maar bepaalt de inhoud de inhoud. De tentoonstelling laat je dus ook film zien, architectuur, mode, huishoudelijke voorwerpen, kinderspeelgoed, typografie, dans. Want in al die vormen is het utopisch denken van beide stromingen terug te vinden. De Lakenhal stelt zich, volkomen terecht, op het standpunt dat alleen beeldende kunst een té beperkt beeld geeft.

Maar het mooiste is dat De Lakenhal zich in dezelfde periode ook buiten het museum manifesteert. Een lezingencyclus, artikelen in tijdschriften, een dansvoorstelling - uit de periode 1920-1940 - en een voorstelling van de film Aelita in de Leidse Schouwburg (met levende muziek). Allemaal als satellietprogramma van Utopia.
Denk nu niet dat dat alleen dán gebeurt of gekoppeld aan deze tentoonstelling. In de Leidse Meelfabriek vind je De Lakenhal ook terug. In de digitale wereld ook, volgend jaar. Met heel andere projecten.

Kijk. Dát is dus waar Leiden waanzinnig trots op zou moeten zijn. Op een museum dat actief naar buiten treedt, dat wil verbinden. En die trots moeten we dan niet vóór ons houden. Die moet wereldkundig worden gemaakt. Door de stad zélf!

Weet je wat mij daarnaast zo opviel? De Lakenhal is een 'vrouwenmuseum'. Het waren vrouwen die vandaag de (internationale) pers een voorproefje gaven van de tentoonstelling. Eerlijk gezegd, denk ik dat dat een belangrijke sleutel is: wij mannen zijn te 'competitief' om dergelijke samenwerkingen tot stand te brengen. Het zal vast niet helemaal kloppen. Maar ik weet zéker dat ik dicht bij een kern van waarheid zit.

De Lakenhal bewijst het: een 'vrouwelijke aanpak' leidt tot de realisatie van mooie, nieuwe concepten.

Photo 20-09-13 14 59 10

zaterdag 15 juni 2013

Wanneer komt de splijtende schokgolf?

Innovatie is een nogal lastig begrip. Zeker voor diegenen die behoefte hebben aan vastigheid, is het een moeilijke. Innovatie laat zich namelijk niet voorspellen noch sturen. Dat wat we wel kunnen voorspellen en sturen, mag haast het etiket innovatie niet dragen. Niet voor niets wordt innovatie in die gevallen heel erg letterlijk genomen: 'alles wat verandert'. En dus is ook de nieuwe verpakking van de tandpasta, de nieuwe omschrijving van de bedrijfsvisie, de nieuwe naam van de bestaande frisdrank: innovatie.

Zullen we daar maar eens mee ophouden?

Innovatie is onderwerp van veel studie en van veel boeken. Inmiddels weten we het in grote lijnen allemaal wel zo'n beetje. Hoe de diffusie van innovaties verloopt. En je nu dus mensen hebt die zichzelf om hen moverende redenen bestempelen als voorlopers, early adopters, terwijl dat een analytische categorie is. Er wordt lustig op los geraaskald op symposia, in workshops, vooral ook tijdens exclusieve invitational conferences: over rol, functie en business model van innovatie, over valorisatie en opschaling. Da's goed. Vooral voor degenen die er aan verdienen.

Maar innovatie is helemaal geen onderwerp om op die (praktische) manier te behandelen. Innovatie is studie waard, zeker. Maar dan als sociaal fenomeen. Zoals we inmiddels snappen hoe het er in de samenleving aan toe gíng. Zoals we met alle kennis menen een multiculturele samenleving te moeten nastreven, maar niet weten hoe daar te komen. Omdat 'sociaal', ons bindmiddel, net zo ongrijpbaar en vervormbaar is als silliputty. Een mooie term daarvoor, met meer aspecten dan dit, is het concept liquid van Zygmund Bauman. Zijn schets, tussen twee haakjes, is absoluut niet vrolijkstemmend.

In Forbes stond een artikel over innovatie. Het aardige daaraan is dat het ging over het debat of we ons, als samenleving, op een stabiel plateau bevinden waarop weinig innovatie mogelijk en te verwachten is. Of dat we pas aan het begin staan van een enorme omwenteling. Het artikel één citaat wat mij uit het hart is gegrepen:
”…innovation, almost by definition, involves ideas that no one has yet had, which means that forecasts of future technological change can be, and often are, wildly wrong. A safe prediction, I think, is that human innovation and creativity will continue; it is part of our very nature. Another prediction, just as safe, is that people will nevertheless continue to forecast the end of innovation.”

Voor mij is dát inderdaad de kern: dat we mogelijkerwijs op weg zijn naar ontwikkelingen die we nu met geen mogelijkheid kunnen voorzien. Maar het kan dus ook zo zijn dat we daarheen níet op weg zijn. De toekomst is ongewis. Dat neemt allemaal niet weg dat het best wel zo kan zijn dat de heilige graal, de ontregelende vernieuwing, de disruptive innovation al in een schijngestalte is begonnen.

Waarom?

Denk bijvoorbeeld maar eens aan de privacydiscussie. Nadat in de jaren negentig het bestaan van Echelon al werd onthuld, komt er deze weken Prism bij. Een variatie op hetzelfde thema: we leggen vast en alles wat wordt vastgelegd, is te monitoren. Dat zijn publieke geheimen. Dat AH van de bonuskaarthouders weet wat zij in welke volgorde kopen, dat Google weet wat wij zoeken en vragen, dat de vervoerders weten hoe en hoe laat we reizen; we zijn gekend. En met social media is zelfs een der vluchtigste contacten, het informele gesprek, geformaliseerd, vastgelegd. En kan dús worden gevolgd.

Dat lijkt mij dus een ontregelende ontwikkeling van de allerhoogste orde: het verdwijnen van anonimiteit. Dát zou, lijkt me, een discussie vereisen die daar vanuit gaat. Wat doe je in en met een samenleving die geen anonimiteit meer kent? Wat zijn de effecten daarvan? Probeer je wanhopig terug te gaan naar een situatie van weleer?

Of proberen we een nieuwe modus vivendi te vinden?

donderdag 13 juni 2013

Je hele jéugd is examen

In de loop van de dag verschenen ze steeds meer in het straatbeeld. De vlaggen met een tas aan de vlaggenstok gebonden. De variatie is hier in Leiden nog groot ook. Het 'met vlag en wimpel slagen' leidt hier ter stede zeker niet per sé tot een nationale driekleur als vlag. Zeker ook de 'Leidse vlag' - en zelfs een Feyenoordvlag - doet het goed. Die variatie geldt overigens ook de manier van vlaggen.

images

Zo'n examendag maakt ook duidelijk dat het vlaggen in Nederland zeker geen massa-gewoonte is. Vlaggenstok en -houder zijn niet altijd beschikbaar. Maar niet getreurd; dan hang je de vlag gewoon over de raamdorpel. Met als nadeel dat zo'n vlag dan niet vrolijk en feestelijk wappert, maar wat lulligjes tegen de gevel aankleeft.

En als je de vlag te zwaar maakt... dan kukelt het hele zaakje naar beneden om eerloos te eindigen in de tuin. Ook dát beeld was vandaag te zien. In de Herenstraat.

Die vlaggen doen me denken aan dat gevoel van bevrijding als je bent geslaagd. Klaar. Van school. Weg. Nieuwe kansen en een verse start. En aan de snelheid waarmee in de maanden daarna je nieuwe opleiding of werk weer tot sleur lijkt gebombardeerd. Euforie, hoe jammer ook, duurt nooit echt lang. Voor een volgende flash zul je weer aan de bak moeten.

Examens zijn feitelijk rare situaties. We denken wel dat daarmee wordt bepaald welk kennisniveau de 'kandidaten' hebben. Daar kun je wel vraagtekens bij plaatsen.

images3

Examens meten vooral de onderlinge verschillen tussen de kandidaten, op één moment. Heb je die dag toevallig stekende hoofdpijn, dan is er een gerede kans dat je het slechter doet. Is de lesstof te moeilijk gebleken voor iedereen, dan wordt het beoordelingsschema bijgesteld. Daardoor is de zes van dit jaar niet ongewogen vergelijkbaar met de zes van vorig jaar of andere jaren.

Dat is wat me zo frappeert aan (een deel van) de reacties op 'de gestolen examens'. Vooral de techsavvy, de tech-idealisten reageren daar uitermate eenzijdig op. Zo'n diefstal is toch ook gewoon vanzelfsprekend als we zo ouderwets met papier werken? Nee, de oplossing is een technische. Online bijvoorbeeld. Waarbij de opdrachten pas seconden van tevoren worden vrijgegeven. En de uitslagen sneller beschikbaar komen.

images2

De vraag die we ons zouden móeten stellen, lijkt me echter eerder die naar het bestaansrecht van dit soort van centrale examens. Maar die stellen zij niet. De kansen die nieuwe technieken ons bieden, zouden als het even kan gepaard moeten gaan met heel principiële, fundamentele vragen en heroriëntatie. Een heel basale ontwerpvraag: 'hoe wil je het hebben?'.

Niet dat dat per definitie tot iets nieuws móet leiden. In dit geval is het wellicht aardig er weer eens bij stil te staan.

Mijn idee bij een examen is altijd geweest dat een examen is bedoeld om de kennis van iemand te bepalen. Inmiddels weten we dat je dat bij voorkeur niet op één moment bepaalt, maar gedurende langere tijd. Op de lagere school wordt de hele leerlingloopbaan een dossier met vorderingen bijgehouden. Op de middelbare school worden alle jaren proefwerken in diverse vormen afgenomen. Dat geldt ook voor het beroepsonderwijs en het wetenschappelijk onderwijs. Die loopbanen zeggen véél meer over de kandidaten. Wat is daarin het niveau? Wat is de voortgang? Hoe beoordeel je dat?

Als je weet dat jonge mensen zich volop ontwikkelen. Als je weet dat dat geen lineair proces is, maar een van toppen en dalen. Als je weet dat veel meetpunten een nauwkeuriger beeld opleveren dan minder. Waarom wordt dan niet de hele ontwikkeling van een leerling gebruikt om te bepalen of iemand wel of niet een diploma waard is?

En, daarbij...

waarom gaan we niet over tot examens voor de leraren in plaats van de leerlingen? Als we nu eens heel geregeld vaststellen of degenen die voor ons bepalen of leerlingen een bepaald kennisniveau hebben bereikt, dat ook kúnnen doen?

Zo vreemd is die omkering niet. Hij past beter bij onze kennis over het leerproces en hij maakt fraude een stuk ingewikkelder. Een individuele leraar kan uitschieten - net als nu. Maar een olievlek als gevolg van vijfentwintig gestolen examens is een stuk moeilijker. Daarenboven staat de leraar weer centraal als beoordelaar. Zoals ooit de meester-gezel een jarenlange opleidingsrelatie hadden.

Kijk. Dat soort van (gedachten)experimenten maakt gebruik van de nieuwe technologie. Da's anders dan centrale examens digitaliseren.