Verandering en vernieuwing zijn fascinerend. En vaak ook bijzonder complex. Zeker in deze tijden waarin allerlei types de kans krijgen, en nemen, prachtige theorieën en waarheden te debiteren.
Neem de gedachte dat 'delen (van kennis)' goed is.
Da's een aansprekende gedachte. Als niet iedereen bovenop zijn eigen gedachtespinsel blijft zitten, maar ze openbaar maakt, zal er méér met die gedachte worden gedaan. De mooiste beeldspraak over delen, is: als twee mensen een idee delen, hebben ze daarna allebei dat idee. Delen ze een product, dan heeft daarna nog steeds één van beide niets.
Wat mij betreft, is het een pracht idee. Bijna socialistisch.
Je kunt je voorstellen dat er dan een vrije stroom aan informatie, aan ideeën ontstaat (ook dat is een oud ideaal, van sommigen). Om zoiets tot stand te brengen heb je een netwerk nodig als drager. In principe is dat een netwerk van mensen verbonden door een netwerk van technologieën. Informatie die over zoiets als het internet zwerft zonder dat er ergens iets mee wordt gedaan, is zinloos... tenzij er een andere entiteit gebruik van maakt. Dat kan dat infame Internet of Things zijn. Of een singulariteit.
In dat concept van delen - en van netwerk-economie - zit een vreemde draai.
Delen, in welke vorm dan ook, is gebaseerd op onderling vertrouwen. Geven is prima; incidenteel. Permanent geven is dat niet. Dat staat bekend als parasiteren - free riders. Die situatie is eenzijdig in tegenstelling tot symbiose waarin inderdaad wederzijds winst wordt behaald uit de samenwerking, het netwerk.
De vreemde draai is dat die symbiotische toestand tot uitgangspunt lijkt te zijn gemaakt. Alsof delen in beginsel altijd positieve gevolgen heeft. Ik denk waar te nemen dat de parasiterende houding meer voorkomend is en de symbiotische is voorbehouden aan een select gezelschap.
In de afgelopen jaren heb ik vele malen zien gebeuren dat ideeën heel idealistisch werden besproken en gedeeld. En vaak, denk ik, in de periode daarna te hebben gezien hoe bepaalde partijen daaruit in hun ogen groeibriljantjes pikten. Zoals de wederkerigheid uit het Internet verdween, zo verdwijnt het vertrouwen in de effecten van delen ook.
De ellende is dat dat parasitaire gedrag is gekoppeld aan karakter (vandaar dat selecte gezelschap; van mensen die werkelijk altruïstisch zijn en niet wanna be's).
Het zijn deels de karakters die het prima vinden anderen de kooltjes uit het vuur te laten slepen om daarna zélf de verdere ontwikkeling ter hand te nemen als zijnde hún idee. Dat zijn dus niet uitsluitend de spreekwoordelijke sluwe ondernemers. Het zijn minstens net zo hard mensen die rondbazuinen hoe de nieuwe werkelijkheid er uit zal gaan zien en dat 'delen' en 'netwerken' daarin een grote rol spelen.
Persoonlijk ben ik er al een paar keer ideeën aan kwijtgeraakt. Werkgevers die netwerkcontacten verruïneerden, die délen van concepten dachten te kunnen gebruiken. Maar ook mensen die ík vertrouwde en die nu aan de slag zijn - in hun eigen netwerken - met plannen die erg lijken op eerder besproken. Of mensen die in hun oude gedrag vervallen en centrale posities claimen.
Hoe ik het wend of keer: blijkbaar is dat zichzelf bewijzen-gedrag veel sterker dan gehoopt (ook door mij) en is 'delen' synoniem geworden voor makkelijke grondstofwinning.
Wat dat betreft; dat heeft de weg geopend voor een digitale vorm van hyperkapitalisme waarin dat delen leidt tot profijt voor enkelen. Da's wel een cynische conclusie.
Posts tonen met het label delen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label delen. Alle posts tonen
dinsdag 29 april 2014
woensdag 5 maart 2014
De verstorende oudere
Tijdens de introductie vond ik het een wat vreemde nadruk: "vooral klein leed aan de orde laten komen". Dat leek, en lijkt, me nu niet bepaald een openingszin bij een openbaar debat. Hij is, eufemistisch, koersbepalend. Toch?!
En wat ís 'klein leed'?
Even terug. Het is woensdagmiddag en buiten begint de lente op stoom te komen. Binnen hebben zich ouderen verzameld om met kandidaatraadsleden te praten over zaken die ouderen bezig houden. Zes raadsleden en een stuk of zestig ouderen. Met m'n - haast - 59 bevind ik me onderaan hun leeftijdspyramide. Da's het decor.
Klein leed; waarom zouden we het zo nadrukkelijk moeten hebben over klein leed? Dat houd me vanaf het moment dat ik het denk bezig. Zijn die ouderen nu echt nergens anders mee bezig dan klein leed? Hun eigen kleine leed?
Voor zover ik het begreep, is de sneeuw- en ijsbestrijding klein leed. Of, juister, het ontbreken ervan, waardoor het buiten glad en kledderig is. Het is, in Leiden, het idee dat het verdwijnen van gescheiden voet- en fietspaden een achteruitgang is. Het schijnt dat wij ouderen ons ongemakkelijk voelen in een situatie waarin we een vlak moeten delen met auto's en fietsen. Nou, die fietsen - en soms auto's - kom je ook op die vrijliggende voetgangersstoep tegen, hoor.
Maar goed, klein leed is dus klein leed. En in mijn beleving narrig gemor. Van dat ouwezeuren gezeik. Precies passend bij het vooroordeel van 'ouderen'. Dáár zaten we in Leiden op te wachten. Gaan die oude knarren zich eindelijk eens serieus ergens voor interesseren, worden ze meteen weer in het hokje terug gejaagd.
Gelukkig ging het al vrij snel mis.
Diezelfde ochtend had ik met een aantal mensen mijn, onze ideeën over maatschappelijke participatie door ouderen besproken (ergens in de komende maanden zul je daar, in Leiden, vast meer over horen). Ik moet er nog wat tekst omheen fabriceren, maar de kern is dit:
Een poos terug maakte ik er al 's een blogpost over: Open brief aan de wethouder Werkgelegenheid. De rest van de ideeën zijn, sluw, verwerkt in andere blogposts. Gelukkig is het gesprek met de wethouder er aan het eind van de zomer van 2013 gekomen. Niet dat we dat goed afrondden, want na anderhalf uur kregen we honger. De wethouder sloot met de woorden "zullen we hier een komma zetten? Ik bespreek het met het management van de sociale dienst en kom dan bij je terug.".
Nooit meer iets over gehoord.
Gelukkig spreek ik hem vrij vaak. En hij was er vandaag ook. En helemaal mooi - mooi, hè, dat twee keer 'en'?... Helemaal mooi is dat die wethouder aan het eind van de middag zei dat degene die pleitte voor het waarderen en benutten van het kapitaal van ouderen hém het meest had geïnspireerd.
Dat was ik dus niet.
Nu zal me dat een relatieve biet wezen. "Jan, claim je eigen ideeën nu eens. Houd ze bij jezelf. Houd de regie." Hoe vaak ik dát wel niet hoorde in m'n leven, en zeker de laatste paar jaren. Maar dat ga ik dus nooit leren. De mentaliteit van 'delen' ligt me niet alleen meer; het is m'n natuurlijke houding. En dus was het idee allang gedeeld met het kerngroepje, waardoor één van de leden daarvan de wethouder kon inspireren.
Nu nog even zorgen dat het plan verder komt. Delen is één, maar er moet nog 's een optelsom van komen: the disruptive citizen.
En wat ís 'klein leed'?
Even terug. Het is woensdagmiddag en buiten begint de lente op stoom te komen. Binnen hebben zich ouderen verzameld om met kandidaatraadsleden te praten over zaken die ouderen bezig houden. Zes raadsleden en een stuk of zestig ouderen. Met m'n - haast - 59 bevind ik me onderaan hun leeftijdspyramide. Da's het decor.
Klein leed; waarom zouden we het zo nadrukkelijk moeten hebben over klein leed? Dat houd me vanaf het moment dat ik het denk bezig. Zijn die ouderen nu echt nergens anders mee bezig dan klein leed? Hun eigen kleine leed?
Voor zover ik het begreep, is de sneeuw- en ijsbestrijding klein leed. Of, juister, het ontbreken ervan, waardoor het buiten glad en kledderig is. Het is, in Leiden, het idee dat het verdwijnen van gescheiden voet- en fietspaden een achteruitgang is. Het schijnt dat wij ouderen ons ongemakkelijk voelen in een situatie waarin we een vlak moeten delen met auto's en fietsen. Nou, die fietsen - en soms auto's - kom je ook op die vrijliggende voetgangersstoep tegen, hoor.
Maar goed, klein leed is dus klein leed. En in mijn beleving narrig gemor. Van dat ouwezeuren gezeik. Precies passend bij het vooroordeel van 'ouderen'. Dáár zaten we in Leiden op te wachten. Gaan die oude knarren zich eindelijk eens serieus ergens voor interesseren, worden ze meteen weer in het hokje terug gejaagd.
Gelukkig ging het al vrij snel mis.
Diezelfde ochtend had ik met een aantal mensen mijn, onze ideeën over maatschappelijke participatie door ouderen besproken (ergens in de komende maanden zul je daar, in Leiden, vast meer over horen). Ik moet er nog wat tekst omheen fabriceren, maar de kern is dit:
het is doodzonde inactiviteit op te leggen aan mensen die nog actief willen en kunnen zijn.
Een poos terug maakte ik er al 's een blogpost over: Open brief aan de wethouder Werkgelegenheid. De rest van de ideeën zijn, sluw, verwerkt in andere blogposts. Gelukkig is het gesprek met de wethouder er aan het eind van de zomer van 2013 gekomen. Niet dat we dat goed afrondden, want na anderhalf uur kregen we honger. De wethouder sloot met de woorden "zullen we hier een komma zetten? Ik bespreek het met het management van de sociale dienst en kom dan bij je terug.".
Nooit meer iets over gehoord.
Gelukkig spreek ik hem vrij vaak. En hij was er vandaag ook. En helemaal mooi - mooi, hè, dat twee keer 'en'?... Helemaal mooi is dat die wethouder aan het eind van de middag zei dat degene die pleitte voor het waarderen en benutten van het kapitaal van ouderen hém het meest had geïnspireerd.
Dat was ik dus niet.
Nu zal me dat een relatieve biet wezen. "Jan, claim je eigen ideeën nu eens. Houd ze bij jezelf. Houd de regie." Hoe vaak ik dát wel niet hoorde in m'n leven, en zeker de laatste paar jaren. Maar dat ga ik dus nooit leren. De mentaliteit van 'delen' ligt me niet alleen meer; het is m'n natuurlijke houding. En dus was het idee allang gedeeld met het kerngroepje, waardoor één van de leden daarvan de wethouder kon inspireren.
Nu nog even zorgen dat het plan verder komt. Delen is één, maar er moet nog 's een optelsom van komen: the disruptive citizen.
Labels:
delen,
disruptive,
kennis,
Leiden,
ouderen,
plannen,
sociaal kapitaal,
waarde,
werkgelegenheid,
werkloos
woensdag 3 juli 2013
de Deel-economie
Zou 't werken? Zou 't beklijven, blijven bestaan? Of is het een modieuse gril, een gevalletje wensdenken in een tijd waarin niemand de uitweg uit de misère lijkt te vinden?
The Economist noemde het The rise of the sharing economy: On the internet, everything is for hire.
De afbeelding waarmee het artikel begint, zegt genoeg. Zo lijkt het. Peer-to-peer rental, zoals The Economist het noemt, is het particulier verhuren van producten en diensten. Wat is daar nu bijzonder aan?
De motivatie.
Uiteraard heel cynisch gezegd, is dat nog steeds: geld (verdienen). Maar er is nog iets aan de gang wat dit wel degelijk bijzonder maakt. Dat is wellicht beter benoemd door Jeremiah Owyang van Altimeter: The Collaborative Economy.
De vraag die je je kunt stellen, is of dit allemaal zo nieuw en spectaculair is. Nee, dus. Uitlenen en delen doen we allemaal ons hele leven. Waarom zou dit dan ontregelend kunnen zijn, zoals sommigen menen?
Hierom:
Dát is dus wel wezenlijk anders, als het echt doorzet. Niet langer koop je diensten en goederen voor gebruik door jou zelf. Natuurlijk, je koopt primair nog steeds uit eigen behoefte. Maar de stap die daarvoor is gekomen, is het nagaan of er niet iemand in jouw omgeving die dienst of dat product al heeft en kan leveren. Tegen betaling.
Wat anders is, is de reikwijdte. Waar je vroeger alleen in eigen kennissenkring zocht, maakt nu de technologie het mogelijk veel breder te zoeken. Wat ook anders is, is dat steeds vaker producten worden 'verhuurd' die tot voor kort werden gezien als privé. De auto is wellicht nog het beste voorbeeld. Je eigen auto verhuren; wie had dat vijf jaar geleden gedacht?
Maar echt ontregelend, zijn de mogelijke gevolgen van dat delen.
Bij die auto blijvend. Waarom zouden er nog zoveel auto's moeten rondrijden, worden gekocht en dus worden gemaakt, als we gaan delen? De tijd dat het huishouden de maat der dingen, voor bezit was, lijkt voorbij. Waarom zou iedereen een eigen grasmaaier moeten hebben, als je die toch maar eens per week gebruikt. Een zware betonboor: wie gebruikt zo'n ding vaker dan eens per jaar? Kinderoppas? Nee, ouderenverzorging: uit de buurt? Boodschappenservice: doen de buurjongens dat niet?
De transitie van een bezits- naar een deeleconomie, zal niet eenvoudig zijn. De economische ongezondheid levert wel een rugwind op: het persoonlijk hébben, is gebaseerd op voldoende financiële middelen. En die nemen af.
Mijn voorspelling zou zijn dat de maakindustrie dan nog zware klappen gaat krijgen. Die is immers helemaal gebaseerd op het ons allemaal afzonderlijk verkopen van producten. Delen leidt tot minder omzet. Krimp is onvermijdelijk. Daarentegen gaat een andere tak van sport meer kansen krijgen. Intensiever gebruik leidt tot relatief snellere slijtage. (Kleinschalige) Reparatiewerkplaatsen zouden daarvan kunnen profiteren.
Kleinschaligheid is het woord bij uitstek wat in deze ontwikkeling past. Omdat de schaaloriëntatie veel plaatselijker wordt, zal ge- en verbruik ook door die schaal worden bepaald. De vreemde figuur doemt dan op dat we ons meer en meer richten op de fysieke lokale omgeving én op de wereldwijde.
Want dat delen; dat zie je net zo goed terug in globale systemen. Niet alleen de 'kamerverhuurders', maar zeker ook in de opkomst van directe financiering (crowdfunding bijvoorbeeld). Díe beweging zet de investeringsfunctie van banken onder grote druk. Maar ook de financiering van grote ondernemingen. Ik verwacht dat niet heel veel mensen een los productinitiatief van van een multinationale onderneming zouden ondersteunen, anders dan als aandeelhouder in het hele bedrijf. Het zou wel een test waard zijn.
Toch nog die 78 dia's aan het begin van deze blogpost doorkijken?! Lijkt me geen gek idee...
The Economist noemde het The rise of the sharing economy: On the internet, everything is for hire.
De afbeelding waarmee het artikel begint, zegt genoeg. Zo lijkt het. Peer-to-peer rental, zoals The Economist het noemt, is het particulier verhuren van producten en diensten. Wat is daar nu bijzonder aan?
De motivatie.
Uiteraard heel cynisch gezegd, is dat nog steeds: geld (verdienen). Maar er is nog iets aan de gang wat dit wel degelijk bijzonder maakt. Dat is wellicht beter benoemd door Jeremiah Owyang van Altimeter: The Collaborative Economy.
De vraag die je je kunt stellen, is of dit allemaal zo nieuw en spectaculair is. Nee, dus. Uitlenen en delen doen we allemaal ons hele leven. Waarom zou dit dan ontregelend kunnen zijn, zoals sommigen menen?
Hierom:
The collaborative economy reflects a more sustainable economy where the needs of the population quickly outstrip the ability of the planet to create products.
Dát is dus wel wezenlijk anders, als het echt doorzet. Niet langer koop je diensten en goederen voor gebruik door jou zelf. Natuurlijk, je koopt primair nog steeds uit eigen behoefte. Maar de stap die daarvoor is gekomen, is het nagaan of er niet iemand in jouw omgeving die dienst of dat product al heeft en kan leveren. Tegen betaling.
Wat anders is, is de reikwijdte. Waar je vroeger alleen in eigen kennissenkring zocht, maakt nu de technologie het mogelijk veel breder te zoeken. Wat ook anders is, is dat steeds vaker producten worden 'verhuurd' die tot voor kort werden gezien als privé. De auto is wellicht nog het beste voorbeeld. Je eigen auto verhuren; wie had dat vijf jaar geleden gedacht?
Maar echt ontregelend, zijn de mogelijke gevolgen van dat delen.
Bij die auto blijvend. Waarom zouden er nog zoveel auto's moeten rondrijden, worden gekocht en dus worden gemaakt, als we gaan delen? De tijd dat het huishouden de maat der dingen, voor bezit was, lijkt voorbij. Waarom zou iedereen een eigen grasmaaier moeten hebben, als je die toch maar eens per week gebruikt. Een zware betonboor: wie gebruikt zo'n ding vaker dan eens per jaar? Kinderoppas? Nee, ouderenverzorging: uit de buurt? Boodschappenservice: doen de buurjongens dat niet?
De transitie van een bezits- naar een deeleconomie, zal niet eenvoudig zijn. De economische ongezondheid levert wel een rugwind op: het persoonlijk hébben, is gebaseerd op voldoende financiële middelen. En die nemen af.
Mijn voorspelling zou zijn dat de maakindustrie dan nog zware klappen gaat krijgen. Die is immers helemaal gebaseerd op het ons allemaal afzonderlijk verkopen van producten. Delen leidt tot minder omzet. Krimp is onvermijdelijk. Daarentegen gaat een andere tak van sport meer kansen krijgen. Intensiever gebruik leidt tot relatief snellere slijtage. (Kleinschalige) Reparatiewerkplaatsen zouden daarvan kunnen profiteren.
Kleinschaligheid is het woord bij uitstek wat in deze ontwikkeling past. Omdat de schaaloriëntatie veel plaatselijker wordt, zal ge- en verbruik ook door die schaal worden bepaald. De vreemde figuur doemt dan op dat we ons meer en meer richten op de fysieke lokale omgeving én op de wereldwijde.
Want dat delen; dat zie je net zo goed terug in globale systemen. Niet alleen de 'kamerverhuurders', maar zeker ook in de opkomst van directe financiering (crowdfunding bijvoorbeeld). Díe beweging zet de investeringsfunctie van banken onder grote druk. Maar ook de financiering van grote ondernemingen. Ik verwacht dat niet heel veel mensen een los productinitiatief van van een multinationale onderneming zouden ondersteunen, anders dan als aandeelhouder in het hele bedrijf. Het zou wel een test waard zijn.
Toch nog die 78 dia's aan het begin van deze blogpost doorkijken?! Lijkt me geen gek idee...
Labels:
arbeidsmarkt,
delen,
economie,
gunnen,
innovatie,
maatschappelij,
paradigma,
samenwerken,
sociaal,
sociale groep,
verhoudingen,
werkgelegenheid
Locatie:
Leiden, Nederland
maandag 25 juni 2012
Godverdómme
Vlóek nu gewoon eens lekker hartgrondig. Húil nu gewoon eens tranen met tuiten. Slá bij gebrek aan woorden eens iets kapot. Schrééuw je onmacht uit je lijf.
Vandaag heb ik met opwellende tranen in m’n ogen naar dit schermpje van m’n iPad zitten kijken. Niet gelovend wat ik las: iemand die aankondigt te zullen sterven voordat de middag voorbij zou zijn.
Het is (was) een volslagen vreemde voor mij. En ik snap dan ook niet helemaal waar de emotie precies vandaan komt. Maar ik was niet de enige die hiervan van z’n stuk werd gebracht.
Ik weet niet of jij dit nu met droge ogen tot je door kunt laten dringen. Dat er vanmiddag iemand afscheid moest nemen van het leven omdat dat leven door ziekte te zwaar werd. Longemfyseem en COPD G4 meldt z’n Twitterbio.
Zoals gezegd, ik kende hem niet. En ik wil ook die indruk niet vestigen door links en rechts te citeren. Wat jij, als lezer, zou moeten doen is de tijdlijn eens doorkijken. Koude rillingen. Mij overweldigde die emotie in elk geval.
Zoals gezegd, ik kende hem niet. En ik wil ook die indruk niet vestigen door links en rechts te citeren. Wat jij, als lezer, zou moeten doen is de tijdlijn eens doorkijken. Koude rillingen. Mij overweldigde die emotie in elk geval.
Heel, heel veel sterkte voor al die mensen die hem nu moeten missen. Oók als je weet dat het gaat gebeuren, komt de klap harder aan dan verwacht.
Het is een treurige aanleiding. Maar het is wel een voorbeeld van een deel van de kracht van social media: het deelbaar maken van emotie, van informatie die anders zo intiem zou zijn gebleven dat ‘wij’, de buitenstaanders, er niets van zouden leren. De keuze om het openbaar(der) te maken, is overigens uitsluitend en alleen aan de betrokkene. Niets móet, veel mág.
Zonder mensen als Hans Groeneweg denken we vaak dat we alleen staan met onze emoties, onzekerheden en beslissingen. Nu is dit wel één van die zeldzame gevallen waarin ons een intiem inkijkje wordt gegund in een extreme situatie. Maar het kan niet anders dan dat ook jij nu denkt over zo’n situatie en hoe jíj zou handelen. Dat is pure winst, want jij wordt er als mens rijker van. Met onbetaalbare dank aan Hans.
Diezelfde winst, maar dan kleiner, kun je nog steeds vinden via social media, zolang er mensen zijn die zich (deels) durven blootgeven. Het blijft bizar om te ervaren hoe er mensen zijn die ‘er niet van zijn gediend’ op Twitter persoonlijke ontboezemingen tegen te komen. ‘Ik ben niet geïnteresseerd in die onzin’ hoor je toch eigenlijk nog best wel ‘s. Diep in m’n hart denk ik dan dat degene die dat beweert ofwel geen méns is ofwel zichzelf niet wil kennen en stomweg wegvlucht in stoerdoenerij.
Want als er iets is wat we als samenleving véél meer moeten doen, dan is dat wel met elkaar práten. Doordat we zo bezig zijn met Belangrijke Dingen als werk en inkomen, vergeten we dat we niet alleen zijn en dat er ook anderen zijn met – wellicht vergelijkbare – ervaringen. Ik zie dat heel sterk vanwege m’n werkloosheid: alle mensen die ik erover spreek of met wie je trainingen doet om weer aan werk te komen, delen dezelfde soort ervaringen. Je bént niet uniek in je gevoel afgedankt te zijn, niet in je constatering dat je lustelozer bent, niet in je gevoel dat ‘je nergens meer aan toe komt en toch zeeën van tijd hebt’, niet… . Het zijn allemaal onderdelen van een proces wat alle mensen die hun baan verliezen doormaken.
En wat mij zo frappeert, is dat ‘we allemaal’ – hopelijk ben jij die Blije Uitzondering – denken alleen te staan in die ervaring. Het is zó waardevol als je met lotgenoten kunt praten. Want slechts in heel enkele gevallen bén je uniek. In veruit de meeste gevallen wéét je gewoon niet genoeg van de situatie van anderen.
En wat mij zo frappeert, is dat ‘we allemaal’ – hopelijk ben jij die Blije Uitzondering – denken alleen te staan in die ervaring. Het is zó waardevol als je met lotgenoten kunt praten. Want slechts in heel enkele gevallen bén je uniek. In veruit de meeste gevallen wéét je gewoon niet genoeg van de situatie van anderen.
Zullen we dat nu ‘s veranderen? Te beginnen door social media weer ietsje meersocial te maken. Dat kunnen we echt alleen zélf. Door onze keuze van wat we delen met de groep.
Ik hoorde pas van een mede-cursist een prachtig spreekwoord: ‘je kómt alleen en je gáát alleen’. Voor degenen die vinden dat dat sociale tijdverspilling is, zou ik daaraan toevoegen: en jij bent alleen en blijft alleen.
Ik hoorde pas van een mede-cursist een prachtig spreekwoord: ‘je kómt alleen en je gáát alleen’. Voor degenen die vinden dat dat sociale tijdverspilling is, zou ik daaraan toevoegen: en jij bent alleen en blijft alleen.
Labels:
copd,
delen,
Dood,
kwetsbaar maken,
leren van emoties,
longemfyseem,
uniek,
verdriet,
werkloos
Locatie:
2321 Leiden, Nederland
Abonneren op:
Posts (Atom)