Posts tonen met het label gunnen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label gunnen. Alle posts tonen

zaterdag 31 augustus 2013

Phthonos regeert over Nederland

In de tijd dat ik onderzoek deed, ontspon zich een discussie die je zo naar vandaag de dag kunt overzetten. In al die jaren zijn we geen steek opgeschoten. De discussie ging over armoede. Wat is arm?

Dat we geen steek zijn opgeschoten, heeft naar mijn mening alles te maken met gunnen en niets met armoede. Een stelliger schrijver zou hier mogelijk zelfs neerzetten dat die stagnatie wordt verklaard door áfgunst.

Waar ligt de 'arm'grens?

Zal ik wedden dat jij dat precies weet? Voor jezelf? Dat je heel goed aanvoelt wanneer je te weinig hebt om nog op een aanvaardbare manier te leven, de dagen door te komen. Dat je voor jezelf uitmaakt dat als je dít niet meer kan, dat dán sprake is van armoede.

Wat 'dít' en 'dán' zijn, is aan jou gekoppeld.

Wat voor de een armoede is, is dat voor een ander niet. Het is een subjectief begrip. Dat maakt het dus onmogelijk in generieke termen precies vast te stellen waar de grens ligt. In onze technocratische bureaucratieën willen, en moeten, we dat wel. Zonder normen en regels lopen systemen immers vast. denken we.

De discussie die inherent is aan onze beschaafde opvatting dat we voor onze medemens moeten zorgen, een vangnet aanbieden, een verzorgingsstaat zijn, is een onzuivere.

Ga maar eens na. De toerist die na drie weken Afrika constateert dat "dáár sprake is van armoede. Hier bestaat dat niet". De ochtendhumeurige forens die stelt dat "armoede een gevolg is van niet je best doen". De gierige bankspaarder die vindt dat "je voor die situatie maar had moeten sparen". En niet te versmaden de uitvoerende technocraten, bureaucraten en ambtenaren die niet in staat zijn "zonder richtlijnen te bepalen of ondersteuning echt nodig is".

Als je er eens eventjes bij stil staat, zijn het vaak beweringen en stelingnames die zijn gebaseerd op oordelen, meningen en zienswijzen: gunsten.

Na al die jaren denk ik meer dan ooit dat het allemaal draait om de ander iets gúnnen.

Berucht voorbeeld uit 'mijn' tijd was de televisie. Als je die had, dan kón je niet arm zijn. Die werd je niet gegund. Dat ging ook op voor de videorecorder. En de auto. De vaatwasser. Richtlijnen bepaalden wat nog wel kon. Een derdehands Gevaar Op De Weg-brik kon nog net. Ironisch kun je het niet noemen - het is veel erger dan dat - maar door die beknibbeling werd het níet goedkoper. Goedkoop is en blijft duurkoop: goedkoop voedsel is vaker ongezond, goedkope spullen sneller kapot, armoede-huisarrest leidt tot gezondheidsklachten.

Jacques_Callot,_The_Seven_Deadly_Sins_-_Envy

Eerlijk, zijn naam heb ik moeten opzoeken want die wist ik niet meer. Maar hier is-i dan:

Phthonos (afgunst) bestaat erin om alles in het werk te stellen (via irrationele middelen) om je buur niet het “goede”, het succes te laten bezitten of genieten. Het gaat om een destructieve houding. (opm. Aritoteles gaf zelf het tegengif voor de phthonos, nl. “zelos”. “Zelos” is een goede kracht, en “een karakteristiek van goede mensen”. Zelos is de gezonde kracht van scheppende mededinging, wedijver).

In een gezonde samenleving zijn dergelijke krachten in balans. We zíjn niet het een óf het ander. We zijn - jij en ik net zo goed - mengsels van gevoelens, capaciteiten en inzichten. Ingrediënten die ook heel goed tegengestelde effecten kunnen hebben. We kunnen slecht én goed zijn.

Maar onze systemen kunnen dat niet.

Zeg het me maar, schrijf het hieronder op of spreek me aan op Twitter; onze systemen cultiveren de afgunst. Waar ooit de wetgever de bedoeling had 'minderbedeelden' - léés dat woord - te ondersteunen, zijn we nu bezig hen aan hun lot over te laten.

Ja, ja, daar komen ze al: maar het is allemaal te duur, ze zijn uitvreters, het valt wel mee, ik moet er toch voor werken, verschil móet er zijn, ik offer er van alles voor op. Als je dat vindt: luister dan eens naar jezelf.

Je gúnt het anderen niet.


woensdag 3 juli 2013

de Deel-economie

Zou 't werken? Zou 't beklijven, blijven bestaan? Of is het een modieuse gril, een gevalletje wensdenken in een tijd waarin niemand de uitweg uit de misère lijkt te vinden?

The Economist noemde het The rise of the sharing economy: On the internet, everything is for hire.

De afbeelding waarmee het artikel begint, zegt genoeg. Zo lijkt het. Peer-to-peer rental, zoals The Economist het noemt, is het particulier verhuren van producten en diensten. Wat is daar nu bijzonder aan?

De motivatie.

Uiteraard heel cynisch gezegd, is dat nog steeds: geld (verdienen). Maar er is nog iets aan de gang wat dit wel degelijk bijzonder maakt. Dat is wellicht beter benoemd door Jeremiah Owyang van Altimeter: The Collaborative Economy.


De vraag die je je kunt stellen, is of dit allemaal zo nieuw en spectaculair is. Nee, dus. Uitlenen en delen doen we allemaal ons hele leven. Waarom zou dit dan ontregelend kunnen zijn, zoals sommigen menen?

Hierom:
The collaborative economy reflects a more sustainable economy where the needs of the population quickly outstrip the ability of the planet to create products.

Dát is dus wel wezenlijk anders, als het echt doorzet. Niet langer koop je diensten en goederen voor gebruik door jou zelf. Natuurlijk, je koopt primair nog steeds uit eigen behoefte. Maar de stap die daarvoor is gekomen, is het nagaan of er niet iemand in jouw omgeving die dienst of dat product al heeft en kan leveren. Tegen betaling.

Wat anders is, is de reikwijdte. Waar je vroeger alleen in eigen kennissenkring zocht, maakt nu de technologie het mogelijk veel breder te zoeken. Wat ook anders is, is dat steeds vaker producten worden 'verhuurd' die tot voor kort werden gezien als privé. De auto is wellicht nog het beste voorbeeld. Je eigen auto verhuren; wie had dat vijf jaar geleden gedacht?

Maar echt ontregelend, zijn de mogelijke gevolgen van dat delen.

Bij die auto blijvend. Waarom zouden er nog zoveel auto's moeten rondrijden, worden gekocht en dus worden gemaakt, als we gaan delen? De tijd dat het huishouden de maat der dingen, voor bezit was, lijkt voorbij. Waarom zou iedereen een eigen grasmaaier moeten hebben, als je die toch maar eens per week gebruikt. Een zware betonboor: wie gebruikt zo'n ding vaker dan eens per jaar? Kinderoppas? Nee, ouderenverzorging: uit de buurt? Boodschappenservice: doen de buurjongens dat niet?

De transitie van een bezits- naar een deeleconomie, zal niet eenvoudig zijn. De economische ongezondheid levert wel een rugwind op: het persoonlijk hébben, is gebaseerd op voldoende financiële middelen. En die nemen af.

Mijn voorspelling zou zijn dat de maakindustrie dan nog zware klappen gaat krijgen. Die is immers helemaal gebaseerd op het ons allemaal afzonderlijk verkopen van producten. Delen leidt tot minder omzet. Krimp is onvermijdelijk. Daarentegen gaat een andere tak van sport meer kansen krijgen. Intensiever gebruik leidt tot relatief snellere slijtage. (Kleinschalige) Reparatiewerkplaatsen zouden daarvan kunnen profiteren.

Kleinschaligheid is het woord bij uitstek wat in deze ontwikkeling past. Omdat de schaaloriëntatie veel plaatselijker wordt, zal ge- en verbruik ook door die schaal worden bepaald. De vreemde figuur doemt dan op dat we ons meer en meer richten op de fysieke lokale omgeving én op de wereldwijde.

Want dat delen; dat zie je net zo goed terug in globale systemen. Niet alleen de 'kamerverhuurders', maar zeker ook in de opkomst van directe financiering (crowdfunding bijvoorbeeld). Díe beweging zet de investeringsfunctie van banken onder grote druk. Maar ook de financiering van grote ondernemingen. Ik verwacht dat niet heel veel mensen een los productinitiatief van van een multinationale onderneming zouden ondersteunen, anders dan als aandeelhouder in het hele bedrijf. Het zou wel een test waard zijn.

Toch nog die 78 dia's aan het begin van deze blogpost doorkijken?! Lijkt me geen gek idee...