Posts tonen met het label werkgelegenheid. Alle posts tonen
Posts tonen met het label werkgelegenheid. Alle posts tonen

donderdag 1 mei 2014

Een stadsloods

Soms loop je tegen een idee aan dat zo simpel in eenvoud is dat je er weinig woorden voor nodig hebt.

Vanochtend vertelde m'n collega Dick W. over zijn vakantie in Praag van jaren geleden. Ons gesprek ging over het gemak van navigatie-apparatuur. Het is volgens velen een van de beste uitvindingen van de afgelopen jaren; in elk geval voor automobilisten. Onbekend terrein boezemt steeds minder angst in doordat 'de stem' je overal veilig doorheen loodst. Je weet zéker dat je op je bestemming aan komt.

Dick vertelde van zijn oplossing uit het pre-navigatie tijdperk.

In een wildvreemde stad rondrijden op zoek naar je bestemming is geen sinecure. Erdoorheen worden geleid, is vaak iets anders omdat je dan de doorgaande routes rijdt. Maar als je naar een hotel, appartement, pension, het maakt niet uit wat, moet, wordt het anders. Dan kom je in de smallere straatjes.

Dick had indertijd een hotel geboekt in het centrum van Praag. Maar hoe kom je daar, in de de drukte, met een kaartlezende echtgenote naast je (het zijn wel erg vaak de echtgenotes die de kaart lazen, hè?). Dat wordt een ramp en het stressniveau wil nog weleens tot kritieke grenzen stijgen.

Wat ik dus verdraaid slim vond, is om zo snel mogelijk naar een taxi-standplaats te rijden en de taxi te nemen naar het hotel. Níet door alles over te laden en in te stappen. Nee, je zegt in gebarentaal en gebrabbel waarheen je wilt en vólgt de taxi naar je bestemming. "Wel pas achteraf betalen" is een goed advies "want anders ben je zo je gids kwijt". Op basis van zijn eerste ervaring met deze oplossing voegt hij er nog aan toe "en de taxi op het hart drukken niet te hard te rijden. Die eerste keer in Praag scheurde de chauffeur door de stad en nam kruisingen met snelheden die wij niet aandurfden. Vandaar ook dat achteraf betalen".

Ik vond het wel een mooi beeld: een 'pilot', een stadsloods.

2009-follow-me_4x3_460x345

Het zou wel een mooie service zijn van een stadsbestuur. Dat je als toerist met je kampeerauto of anderszins op een paar kilometer buiten de stad een stadsloods kunt vinden. Misschien is mijn woonplaats, Leiden, er net te klein voor. Maar de grotere steden of die met nog ingewikkelder straatpatronen kunnen er echt een interessante dienst van maken.

Zie je het voor je? Langs de snelwegen naar de steden bevinden zich (stop and pilot)voorzieningen. Een parkeerplaats waar uniforme, kleine autootjes staan die je naar je bestemming loodsen. Hét voordeel daarvan is dat die loodsen de stad kennen en de actuéle verkeerssituatie. Verdwalen is dan echt onmogelijk.

Die stadsloodsen kun je met energiezuinige karretjes laten rijden. Het uniforme zorgt ervoor dat allerlei schnabbelaars, drugsrunners of andersoortige boeven zich niet zo makkelijk over de toerist 'ontfermen'.

GPS vertelt je waar je bent. De P-borden vertellen je de route en de hoeveelheid plaatsen. In al die gevallen wordt er van de vreemdeling in de stad verwacht dat-i meerdere dingen doet en weet: de borden lezen of 'de stem' in de gaten houden én ook nog 's wéten welke plek de handigste is ten opzicht van de bestemming. Ik vind het al zo idioot dat gemeenten vrij vaak melden dat weg zus en zo is geblokkeerd. Dan moet je dus wel wéten of jij die weg nodig hebt.

De stadsloods is niet alleen veel handiger voor de reiziger omdat-i alléén voor hem de route wijst. Een stadsloods levert ook veiliger verkeer en een snellere doorstroming op.

Stadsloodsen. Zou 't iets zijn als werkgelegenheidsinitiatief?

woensdag 5 maart 2014

De verstorende oudere

Tijdens de introductie vond ik het een wat vreemde nadruk: "vooral klein leed aan de orde laten komen". Dat leek, en lijkt, me nu niet bepaald een openingszin bij een openbaar debat. Hij is, eufemistisch, koersbepalend. Toch?!

En wat ís 'klein leed'?

Even terug. Het is woensdagmiddag en buiten begint de lente op stoom te komen. Binnen hebben zich ouderen verzameld om met kandidaatraadsleden te praten over zaken die ouderen bezig houden. Zes raadsleden en een stuk of zestig ouderen. Met m'n - haast - 59 bevind ik me onderaan hun leeftijdspyramide. Da's het decor.

Klein leed; waarom zouden we het zo nadrukkelijk moeten hebben over klein leed? Dat houd me vanaf het moment dat ik het denk bezig. Zijn die ouderen nu echt nergens anders mee bezig dan klein leed? Hun eigen kleine leed?

Voor zover ik het begreep, is de sneeuw- en ijsbestrijding klein leed. Of, juister, het ontbreken ervan, waardoor het buiten glad en kledderig is. Het is, in Leiden, het idee dat het verdwijnen van gescheiden voet- en fietspaden een achteruitgang is. Het schijnt dat wij ouderen ons ongemakkelijk voelen in een situatie waarin we een vlak moeten delen met auto's en fietsen. Nou, die fietsen - en soms auto's - kom je ook op die vrijliggende voetgangersstoep tegen, hoor.

Maar goed, klein leed is dus klein leed. En in mijn beleving narrig gemor. Van dat ouwezeuren gezeik. Precies passend bij het vooroordeel van 'ouderen'. Dáár zaten we in Leiden op te wachten. Gaan die oude knarren zich eindelijk eens serieus ergens voor interesseren, worden ze meteen weer in het hokje terug gejaagd.

Gelukkig ging het al vrij snel mis.

Diezelfde ochtend had ik met een aantal mensen mijn, onze ideeën over maatschappelijke participatie door ouderen besproken (ergens in de komende maanden zul je daar, in Leiden, vast meer over horen). Ik moet er nog wat tekst omheen fabriceren, maar de kern is dit:
het is doodzonde inactiviteit op te leggen aan mensen die nog actief willen en kunnen zijn
.

Een poos terug maakte ik er al 's een blogpost over: Open brief aan de wethouder Werkgelegenheid. De rest van de ideeën zijn, sluw, verwerkt in andere blogposts. Gelukkig is het gesprek met de wethouder er aan het eind van de zomer van 2013 gekomen. Niet dat we dat goed afrondden, want na anderhalf uur kregen we honger. De wethouder sloot met de woorden "zullen we hier een komma zetten? Ik bespreek het met het management van de sociale dienst en kom dan bij je terug.".

Nooit meer iets over gehoord.

Gelukkig spreek ik hem vrij vaak. En hij was er vandaag ook. En helemaal mooi - mooi, hè, dat twee keer 'en'?... Helemaal mooi is dat die wethouder aan het eind van de middag zei dat degene die pleitte voor het waarderen en benutten van het kapitaal van ouderen hém het meest had geïnspireerd.

Dat was ik dus niet.

Nu zal me dat een relatieve biet wezen. "Jan, claim je eigen ideeën nu eens. Houd ze bij jezelf. Houd de regie." Hoe vaak ik dát wel niet hoorde in m'n leven, en zeker de laatste paar jaren. Maar dat ga ik dus nooit leren. De mentaliteit van 'delen' ligt me niet alleen meer; het is m'n natuurlijke houding. En dus was het idee allang gedeeld met het kerngroepje, waardoor één van de leden daarvan de wethouder kon inspireren.

Nu nog even zorgen dat het plan verder komt. Delen is één, maar er moet nog 's een optelsom van komen: the disruptive citizen.

woensdag 3 juli 2013

de Deel-economie

Zou 't werken? Zou 't beklijven, blijven bestaan? Of is het een modieuse gril, een gevalletje wensdenken in een tijd waarin niemand de uitweg uit de misère lijkt te vinden?

The Economist noemde het The rise of the sharing economy: On the internet, everything is for hire.

De afbeelding waarmee het artikel begint, zegt genoeg. Zo lijkt het. Peer-to-peer rental, zoals The Economist het noemt, is het particulier verhuren van producten en diensten. Wat is daar nu bijzonder aan?

De motivatie.

Uiteraard heel cynisch gezegd, is dat nog steeds: geld (verdienen). Maar er is nog iets aan de gang wat dit wel degelijk bijzonder maakt. Dat is wellicht beter benoemd door Jeremiah Owyang van Altimeter: The Collaborative Economy.


De vraag die je je kunt stellen, is of dit allemaal zo nieuw en spectaculair is. Nee, dus. Uitlenen en delen doen we allemaal ons hele leven. Waarom zou dit dan ontregelend kunnen zijn, zoals sommigen menen?

Hierom:
The collaborative economy reflects a more sustainable economy where the needs of the population quickly outstrip the ability of the planet to create products.

Dát is dus wel wezenlijk anders, als het echt doorzet. Niet langer koop je diensten en goederen voor gebruik door jou zelf. Natuurlijk, je koopt primair nog steeds uit eigen behoefte. Maar de stap die daarvoor is gekomen, is het nagaan of er niet iemand in jouw omgeving die dienst of dat product al heeft en kan leveren. Tegen betaling.

Wat anders is, is de reikwijdte. Waar je vroeger alleen in eigen kennissenkring zocht, maakt nu de technologie het mogelijk veel breder te zoeken. Wat ook anders is, is dat steeds vaker producten worden 'verhuurd' die tot voor kort werden gezien als privé. De auto is wellicht nog het beste voorbeeld. Je eigen auto verhuren; wie had dat vijf jaar geleden gedacht?

Maar echt ontregelend, zijn de mogelijke gevolgen van dat delen.

Bij die auto blijvend. Waarom zouden er nog zoveel auto's moeten rondrijden, worden gekocht en dus worden gemaakt, als we gaan delen? De tijd dat het huishouden de maat der dingen, voor bezit was, lijkt voorbij. Waarom zou iedereen een eigen grasmaaier moeten hebben, als je die toch maar eens per week gebruikt. Een zware betonboor: wie gebruikt zo'n ding vaker dan eens per jaar? Kinderoppas? Nee, ouderenverzorging: uit de buurt? Boodschappenservice: doen de buurjongens dat niet?

De transitie van een bezits- naar een deeleconomie, zal niet eenvoudig zijn. De economische ongezondheid levert wel een rugwind op: het persoonlijk hébben, is gebaseerd op voldoende financiële middelen. En die nemen af.

Mijn voorspelling zou zijn dat de maakindustrie dan nog zware klappen gaat krijgen. Die is immers helemaal gebaseerd op het ons allemaal afzonderlijk verkopen van producten. Delen leidt tot minder omzet. Krimp is onvermijdelijk. Daarentegen gaat een andere tak van sport meer kansen krijgen. Intensiever gebruik leidt tot relatief snellere slijtage. (Kleinschalige) Reparatiewerkplaatsen zouden daarvan kunnen profiteren.

Kleinschaligheid is het woord bij uitstek wat in deze ontwikkeling past. Omdat de schaaloriëntatie veel plaatselijker wordt, zal ge- en verbruik ook door die schaal worden bepaald. De vreemde figuur doemt dan op dat we ons meer en meer richten op de fysieke lokale omgeving én op de wereldwijde.

Want dat delen; dat zie je net zo goed terug in globale systemen. Niet alleen de 'kamerverhuurders', maar zeker ook in de opkomst van directe financiering (crowdfunding bijvoorbeeld). Díe beweging zet de investeringsfunctie van banken onder grote druk. Maar ook de financiering van grote ondernemingen. Ik verwacht dat niet heel veel mensen een los productinitiatief van van een multinationale onderneming zouden ondersteunen, anders dan als aandeelhouder in het hele bedrijf. Het zou wel een test waard zijn.

Toch nog die 78 dia's aan het begin van deze blogpost doorkijken?! Lijkt me geen gek idee...