Posts tonen met het label plannen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label plannen. Alle posts tonen

woensdag 5 maart 2014

De verstorende oudere

Tijdens de introductie vond ik het een wat vreemde nadruk: "vooral klein leed aan de orde laten komen". Dat leek, en lijkt, me nu niet bepaald een openingszin bij een openbaar debat. Hij is, eufemistisch, koersbepalend. Toch?!

En wat ís 'klein leed'?

Even terug. Het is woensdagmiddag en buiten begint de lente op stoom te komen. Binnen hebben zich ouderen verzameld om met kandidaatraadsleden te praten over zaken die ouderen bezig houden. Zes raadsleden en een stuk of zestig ouderen. Met m'n - haast - 59 bevind ik me onderaan hun leeftijdspyramide. Da's het decor.

Klein leed; waarom zouden we het zo nadrukkelijk moeten hebben over klein leed? Dat houd me vanaf het moment dat ik het denk bezig. Zijn die ouderen nu echt nergens anders mee bezig dan klein leed? Hun eigen kleine leed?

Voor zover ik het begreep, is de sneeuw- en ijsbestrijding klein leed. Of, juister, het ontbreken ervan, waardoor het buiten glad en kledderig is. Het is, in Leiden, het idee dat het verdwijnen van gescheiden voet- en fietspaden een achteruitgang is. Het schijnt dat wij ouderen ons ongemakkelijk voelen in een situatie waarin we een vlak moeten delen met auto's en fietsen. Nou, die fietsen - en soms auto's - kom je ook op die vrijliggende voetgangersstoep tegen, hoor.

Maar goed, klein leed is dus klein leed. En in mijn beleving narrig gemor. Van dat ouwezeuren gezeik. Precies passend bij het vooroordeel van 'ouderen'. Dáár zaten we in Leiden op te wachten. Gaan die oude knarren zich eindelijk eens serieus ergens voor interesseren, worden ze meteen weer in het hokje terug gejaagd.

Gelukkig ging het al vrij snel mis.

Diezelfde ochtend had ik met een aantal mensen mijn, onze ideeën over maatschappelijke participatie door ouderen besproken (ergens in de komende maanden zul je daar, in Leiden, vast meer over horen). Ik moet er nog wat tekst omheen fabriceren, maar de kern is dit:
het is doodzonde inactiviteit op te leggen aan mensen die nog actief willen en kunnen zijn
.

Een poos terug maakte ik er al 's een blogpost over: Open brief aan de wethouder Werkgelegenheid. De rest van de ideeën zijn, sluw, verwerkt in andere blogposts. Gelukkig is het gesprek met de wethouder er aan het eind van de zomer van 2013 gekomen. Niet dat we dat goed afrondden, want na anderhalf uur kregen we honger. De wethouder sloot met de woorden "zullen we hier een komma zetten? Ik bespreek het met het management van de sociale dienst en kom dan bij je terug.".

Nooit meer iets over gehoord.

Gelukkig spreek ik hem vrij vaak. En hij was er vandaag ook. En helemaal mooi - mooi, hè, dat twee keer 'en'?... Helemaal mooi is dat die wethouder aan het eind van de middag zei dat degene die pleitte voor het waarderen en benutten van het kapitaal van ouderen hém het meest had geïnspireerd.

Dat was ik dus niet.

Nu zal me dat een relatieve biet wezen. "Jan, claim je eigen ideeën nu eens. Houd ze bij jezelf. Houd de regie." Hoe vaak ik dát wel niet hoorde in m'n leven, en zeker de laatste paar jaren. Maar dat ga ik dus nooit leren. De mentaliteit van 'delen' ligt me niet alleen meer; het is m'n natuurlijke houding. En dus was het idee allang gedeeld met het kerngroepje, waardoor één van de leden daarvan de wethouder kon inspireren.

Nu nog even zorgen dat het plan verder komt. Delen is één, maar er moet nog 's een optelsom van komen: the disruptive citizen.

woensdag 22 januari 2014

Plots gebeurt het

Zojuist is er een mailbericht verstuurd aan een drietal heren. Mijn bericht heeft een verheugende inhoud.

In de afgelopen jaren heb ik me steeds weer verbaasd over het gegeven dat we, als samenleving, zoveel kapitaal vernietigen. Kapitaal dien je dan op te vatten als sociaal kapitaal, maar ook als economisch kapitaal - geld, kosten - en als kennis. De wegwerpmaatschappij laat zich echt niet alleen maar herkennen in wegwerp-artíkelen.

Vandaag zijn er in Leiden belangrijke stappen gezet.

Een aantal mensen - zowel 'denkers', strategen en dat soort, als beleidsmensen - heeft elkaar gevonden in die opvatting. Na al die tijd is het idee aan het landen en vinden gelijkdenkenden elkaar. Plots en onverwacht, zoals ik had verwacht.

Onze analyse is dat dat vernietigen, dat defaitisme, wordt gevoed door de economische crisis, maar óók - en vooral, denk ik - door de manier van denken. Het is idioot te menen dat de weg uit de crisis moet komen uit het bedrijfsleven dat momenteel op grootse en meeslepende wijze banen verlíest. Van hen kun je met goed fatsoen zoiets dús niet verwachten. Ze hebben de grootste moeite niet zelf ten onder te gaan.

De oplossing ligt in onszelf.

Lang hebben we geleefd in een situatie waarin alles was gericht op disciplinering ten behoeve van werkgévers. Dat er zoiets als werktijd naast vrije tijd bestaat, is meer dan een taalkwestie. Er bestaat een verschil. Over vrij tijd kun je zelf, vrij, beschikken. Werktijd is verkochte tijd. Niet dat niemand plezier had in z'n werk, maar dat was geen vereiste. Ik schreef het al eerder: daardoor geeft nu 66% van de werknémers aan te weinig werkplezier te hebben.

Het belangrijkste effect is echter dat we met veel werknemers zitten; mensen die níet zijn gericht op eigen initiatief, eigen creativiteit of eigen capaciteiten. Die welke de werkgever nodig had, zijn de enig belangrijk. En dus zijn ze een slapend bestaan gaan leiden.

Zonder werk lijken we doelloos en zinloos. Líjken, want in feite gebeurt er iets anders: we zijn niet (goed) in staat een alternatief te vinden voor het verlorene.

Daar ging het bericht dus over.

Over ons antwoord daarop; hoe geef je dát proces een zetje? Tot nu is het een Leids idee. Als Leiden de kans waarneemt, dan wordt het na volwassenwording geëxporteerd; als 'de Leidse aanpak'.

Of het lukt? Geen idee. In tegenstelling tot al die bedrijven die de gebaande - en improductieve - paden bewandelen, gaan we iets onbekends proberen. Maar als ik eerlijk ben en oordeel op basis van de reacties?

Natúúrlijk lukt het. Het sluit precies aan bij mensen, niet bij systemen.

dinsdag 19 november 2013

de jeugd heeft de toekomst

Zoals jij denkt dat het hoort te zijn, is niet hetzelfde als zoals het ís. Een open deur, zul je zeggen. Toch is het wellicht het meest voorkomende misverstand.

Ooit werkte ik bij een club die alles wist van zorg en welzijn. De mensen die er werkten, waren allemaal deskundigen op hun terrein(tje). Voor het gros van hen betekende dat, dat je ook de klant van zorg en welzijn serieus neemt. Da's helemaal niet zo vanzelfsprekend als je denkt nu je het zo leest.

Dienstverleners zullen moeten snáppen wat hun klanten willen. Onderzoekers proberen dat te snappen en hun kennis over te dragen. Een echte deskundige snapt drijfveren en gedrag; ook als dat onwelgevallig is.

Jongeren zijn een bijzonder slag mensen, waarin je je danig kunt vergissen. Als je stopt met school of werk, krijg je niet direct een uitkering. Die 'wachtperiode' is bedoeld om de jongere 'te prikkelen' werk te gaan zoeken. Ik heb collega's gehad die geloofden dat het zo ook werkt.

Het hele systeem is gebaseerd op het idee dat jongeren een uitkering aanvragen om te kunnen leven. Dat doet een hele categorie niet. Het concept 'calculerende burger' heeft kinderen voortgebracht. Kinderen die op een heel andere manier in de wereld staan; voor wie die uitkering helemaal níet vanzelfsprekend is.

Aan gemeenten die zich inspannen om jongeren naar de arbeidsmarkt te leiden, wordt verdiend. Die adviesorganisaties en die gemeenten stellen zich zelden de vraag wat jongeren beweegt, terwijl dat nogal relevant is.

Het pad zoals de overheid dat voor zich ziet, ís helemaal niet vanzelfsprekend. Een gemeente die denkt alle niet-werkende jongeren goed in beeld te hebben, draait zichzelf een rad voor ogen. Een (groot?) deel van 'de jongeren' onttrekt zich heel bewust aan hun waarneming. Die leven van kleine baantjes, vrij sober - met uitzondering van de feesten - en vooral van dag tot dag. Deels is dat de levensfase, maar deels ook iets nieuws: een bewust vermíjden van een overheid, "een bemoeizuchtige gemeente" die "niets met mijn leven heeft te maken".

Wat je als gemeente dus vangt, zijn degenen die in het patroon (willen) passen of daar heel tegenaan schurken. Over ontwijkers hoor je zelden iemand.

Precies datzelfde hoor ik ook over zorggebruik. Dat is een zorgwekkend(er) verhaal.

Waargebeurd: een middentwintiger die een hoofdwond oploopt en daarmee lópend naar de eerste hulp gaat omdat 'de ambulance anders door mij betaald moet worden'. Die overigens chagrijnig wordt als hij vrienden hoort vertellen dat de vier hechtingen bij de huisartsenpost gratis waren en hij bij de búren, ziekenhuis-eerstehulp, €230 moest betalen. Het is geen grap als die jongens zeggen de volgende keer zelf wel iets te bedenken.

Dát is zorgwekkend. Niet dat mensen zorg mijden. Iedereen die daarvoor de ogen nog sluit, leeft in een fantasiewereld. Zorgwekkend is dat deze jongeren iets verwoorden dat óók mogelijk is geworden: zelfzorg.

Om kosten te besparen zelf medicijnen inzetten. Om kosten te besparen zélf kleine ingrepen doen (dat 'ik hecht zelf wel' is echt niet zo imaginair als jij nu denkt). Om kosten te besparen, wordt de medicus verwijderd. DoeHetZelf-zorg.

De jeugd heeft de toekomst. Maar past die in de plannen?

dinsdag 10 september 2013

Tijd is het probleem niet

Wat heb ik me daar vaak over verbaasd: over mensen, vaak 'managers', die aan de slag gingen met tijd- en stroomschema's. In veruit het grootst aantal gevallen was de aanleiding platvloers opdrijven. Eerlijk gezegd heb ik de meesten van hen amateurs gevonden op dit vlak. Zoals ze ook vaak aan de slag gaan met 'nieuwe organigrammen' en denken daarmee iets te veranderen. De ergste zijn degenen die de wijsheid in pacht hebben die stelt dat cultuur de structuur volgt en je dús cultuurverandering krijgt door de structuur te wijzigen.

Over tijd is heel veel gedacht en geschreven; ook over arbeidstijd. De samenleving die we momenteel hebben, is sterk gericht op doelmatigheid en snelheid. Daar is op zich niets mis mee, mits je je realiseert dat ook daaraan grenzen zijn.

TIME had een mooi artikel daarover: The Mistake Busy People Make. Als je het leest, is de belangrijkste boodschap er een die heel veel mensen bekend zal voorkomen.

Planningen, schema's en agenda's zijn één. Je legt de tijd vast die je nodig hebt om een activiteit uit te voeren. '... de tijd vast...' is essentieel. Want om de activiteit daadwerkelijk uit te voeren, heb je meer nodig dan tijd. Daarin spelen ook aspecten een rol met namen als (na)Denken, Mijmeren, Omschakelen. In het artikel wordt dat bandbreedte genoemd. En dat gedraagt zich níet zoals tijd.

Dat weet iedereen: dat je wel heel scherp kunt plannen, maar dat er ook 'tijd wordt vermorst'. Vermorst?! Niet dus, dat is noodzakelijke tijd. Maar jammer genoeg zijn er amateurs die dat niet weten en denken dat je tijdblokken stijf tegen elkaar aan kunt plannen.

But bandwidth cannot be dissected like time can. Picture yourself at dinner with a friend whose marriage is on the rocks and wants some advice. Now imagine her request comes at a time when you have a big-project deadline looming. You value her friendship so you make time for dinner, but once you’re there, you find your mind wandering back to that project. You hear the advice you’re giving and feel it’s muddied. You try to console her, but it feels a bit off-key: after all you’ve only heard 70% of what she’s said. The problem of course is that while you’ve made time for her, you didn’t make bandwidth for her.

This is the big mistake: we focus on managing time and end up mismanaging bandwidth. Here is another example. An important strategy memo requires two hours to write. As a good time manager, you find the time for it — a one-hour block between two meetings and two half-hour blocks later. But by the time you’re really focused and have got the previous meeting off your mind, your first hour is nearly over. And the other half hours might as well not have been there. Your two hours got you maybe 30 minutes of quality work.

Maar mogelijkerwijs zijn er mensen die dit alles niet wíllen begrijpen omdat het niet past in hun doelmatigheidsdenken. Dat er zoiets als doelmatige ondoelmatigheid bestaat, wordt genegeerd.