Posts tonen met het label beleid. Alle posts tonen
Posts tonen met het label beleid. Alle posts tonen

maandag 14 juli 2014

Benauwende imago's

Om te beginnen: ook ik heb het ervaren. Ook ik heb uiteraard de ogen gesloten. En ook jij bent er mee in aanraking geweest: de vraag of je uiterlijk wel past bij je imago. Of andersom. Het is een vraag die iedere teenager, zo heetten wij ooit, bezighoudt, enórm bezighoudt.

Als ik nu over nadenk en probeer een beeld terug te halen, dan schieten me idiote beelden binnen. Tijdloze, want ik zie ze vandaag de dag nog steeds bij jongeren. Vooral bij warm weer vallen ze me weer op.

Op een bepaalde leeftijd ga je je verzetten als weg om een eigen plek te krijgen in de sociale structuur. Puberteit!! Dan móet je onbedwingbaar dat doen wat anderen niet doen of afkeuren. Als je dan ook nog kind bent van een hele generatie opstandigen, dan weet je het wel.

Mijn herinnering is die aan lang haar, militaire (sic!) jasjes en pukkels, afghaanse jassen, zwarte of witte, strakke, heel strakke broeken, buttons tegen en over ik weet niet meer wat. Van de schoenen kan ik me vooral canvas bergwandelschoenen en Roots herinneren.

full26196508_a

Het uniform van de onaangepaste. Heerlijk doorzichtig, maar dat wisten wij natuurlijk niet.

Omdat het feitelijk een uniform was, moest het ook iedere dag worden gedragen. In mijn herinnering zijn de schoenen en de jassen, tot op de draad versleten, gedragen. En toen kwam plots, echt in een moment, het eind; m'n sliertig lang haar ging er af. Zomaar. Zonder aanleiding.

Wat me vandaag de dag opvalt bij de moderne 'zestienjarige' is diezelfde uniformdrang en -dwang. Ik herken ze echt niet allemaal, maar eentje lijkt onveranderd.

Die laat zich heel makkelijk herkennen. Ondanks de hoge zomerse temperatuur weigert-i andere kleding. Een kórte broek? Onmogelijk! Een shirt met korte mouwen? Hoe haal je het in je hoofd. Zelfs in de grootste hitte zijn ze in staat hun favoriete (winter)jas, liefst zwart, aan te houden. Ze sjokken door het zand met een rood hoofd van hun veel te warme lichaam, maar wel met het uniform aan.

Ze zijn er nog steeds. Norsig en dwars. Zeker als je met je ouders wordt gezien. Onwetend van oudere mensen die je zien gaan of staan en die zichzelf herkennen in die verhitte, donkere wolk. Een wolk die zich op een naar eigen idee uníeke manier verzet. Zoals generaties daarvoor en generaties daarna vast ook zullen doen. Zó uniek.

Je moet vast wat ouder zijn om je iets voor te stellen bij de gedachten die rond wervelen in het brein van zulke uniformdragers. Persoonlijk vind ik dat ook het leukst. Het herkennen van alle uitingen van jeugdculturen is niet het belangrijkste. Dat is net zoiets als alle losse lemma in een encyclopedie kennen. Dat levert geen enkel begrip op.

Jeugd en -culturen zijn en blijven onderzocht. Als economisch fenomeen - ze hebben enorm veel te besteden -, als biologisch fenomeen - het puberbrein -, als criminologisch fenomeen - wat veroorzaakt crimineel gedrag in deze groep -, als sociologisch fenomeen - bestaat de groep wel of is het een beleidsindeling.

Wat ik echter nog nooit ben tegen gekomen - maar ik zóek ook niet meer zo actief - is het antwoord op de vraag hoe ze nu écht die periode beleven. Dus los van de invloed van de groep waartoe je wilt behoren of het antwoord dat het zo mooi is.

Misschien is het ook wel een vraag die je pas kunt en wilt beantwoorden als je die periode al lang weer uit bent. Als je denkt er vrijuit over te kunnen praten. Zoals je op steeds hogere leeftijd over steeds meer zaken des levens vrijuit kunt praten.

Dat, alleen dát al, is een belangrijk signaal voor onderzoekers en beleidsmakers: hoe werkelijk is de werkelijkheid?

dinsdag 25 februari 2014

Blauwe zones-onzin

Er wordt beweerd dat regeren vooruitzien is. Dat zou betekenen dat besturen - ook een vorm van regeren, regie voeren - dat ook moet zijn en dat bestuursknechten, de beleidsmakers, dat ook doen.

Daar geloof ik steeds minder van.

Over gemeente-ambtenaren werd door (ex-)collega's laatdunkend gesproken. Buiten hun gehoord, uiteraard, want het waren wel de opdrachtgevers. Maar wat ik ervan begreep, is dat het niet veel zaaks is. Niet veel kennis en niet veel visie, om het nog netjes te herformuleren. Toen ik dat voor het eerst hoorde, weet ik nog, dacht ik: 'dat kan niet waar zijn. Dat zien ze verkeerd'.

Nou, er zit een kern van waarheid in. Inmiddels ben ik zo ver dat ik stevig twijfel.

Ongelooflijk veel 'beleid' is die titel niet waard. Uit mijn SCPtijd weet ik dat tóen al is vastgesteld dat op lokaal niveau beleidsstukken werden gekopieerd en dat externe bureaus leefden van het schrijven van lokaal beleid voor diverse gemeenten. Zeker als een nieuwe wet in uitvoering moest worden genomen, werd driftig 'inspiratie gezocht bij collega-gemeenten'. Die praktijken zullen vandaag de dag niet anders zijn. Het bewijs daarvoor zijn al die die organisaties die nog steeds een goede boterham verdienen aan dergelijke 'implementatietrajecten'; of zoals momenteel 'transities'.

Maar dat is omdat het niet hun éigen beleid is, niet hún visie. Dat is dus omdat ze iets móeten uitvoeren, zul je wellicht ter verdediging aanvoeren. Daarin heb je deels gelijk (zij dat het nogal wat zegt over het draagvlak als implementaties zó moeten verlopen).

Toch zit het dieper.

Neem in Leiden het parkeren. Da's echt zo'n onderwerp dat in veel steden en dorpen als onkruid in een aangeharkte tuin een probleem vormt.

Net als overal neemt ook in Leiden de parkeerdruk toe. Dat heeft álles te maken met nieuwe vormen en mogelijkheden van mobiliteit. Vormen die overigens de komende twintig jaar fundamenteel zullen kunnen gaan veranderen, denk ik. Voorlopig zitten we er nog even mee: meer auto's - en autogebruik - dan parkeerplekken.

Maar als mensen vaak of vaker de auto nemen om zich te verplaatsen, dan moeten ze die auto ook ergens kwijt; daar waar je woont, waar je werkt, waar je koopt en waar je recreërt. De hoogste in die pikorde is 'daar waar je woont', want dat vervoermiddel is vooral handig als je het 'bij de hand' hebt. Volgens sommigen is dat synoniem aan 'recht voor de deur'.

In een omgeving met weinig parkeerplaatsen en veel behoefte daaraan levert dat dus een probleem op. Binnensteden zijn ook botsende belangen van bewoners en bezoekers. In de meeste gevallen hebben de bouwers uit de 17de, 18de en 19de eeuw, en eerder, geen rekening gehouden met automobiliteit.

Wat bedenkt een gemeente in zo'n geval? De druk krijg je naar beneden door het parkeren in die ongewenste gebieden te ontmoedigen. 'Van die hot spots maken we blauwe zônes." En dus worden de stoepbanden bij stations en in winkelgebieden blauw geverfd: kort-parkeren toegestaan. Of er wordt een vergunningensysteem ingevoerd. Dat levert nog wat óp ook.

Wat mij betreft een voorbeeld van geen-beleid. Wat onmiddellijk gebeurt - ook in Leiden - is dat de automobilist uitwijkt naar omliggende wijken waar parkeren zonder beperkingen nog wél mogelijk is. Inderdaad, nu ontstaat dáár het probleem. Dat had een kind kunnen voorzien. Pas als een kritische afstand tot de bestemming wordt bereikt stopt dat verspreidingseffect. In een kleine stad als Leiden is dat dus een probleem.

Het zijn dingen als dit die mij aan twijfelen brachten: wordt er nu echt zo slecht nagedacht?

dinsdag 28 januari 2014

Is de rechter onmachtig?!

De vrijheid van meningsuiting is voor de poorten van de hel weggesleept, zo leek het vandaag. Het hof in Den Haag heeft uitspraak gedaan in het hoger beroep tegen BREIN over het afsluiten van The Pirate Bay. Zonder alle details: dat is het verhaal van een clubje, BREIN, dat ten strijde trekt tegen de, in hun ogen malafide, aanbieders van torrent-bestanden. Daarin bevinden zich boeken, films, muziek, van alles. En volgens BREIN mag dat niet. De strategie die zij kozen, is het blokkeren van de toegangspoorten. Providers als XS4all en Ziggo moesten de toegang tot die sites blokkeren, te beginnen met The Pirate Bay.

De eerste slag was een daalder waard. BREIN won. Dat het een Pyrrus-overwinning was, bleek daarna. De blokkade werd aan alle kanten omzeild. En vandaag oordeelde de rechter in hoger beroep dat BREINs actie niet doeltreffend is om de bedrijfsvoering van twee bedrijven daarmee te hinderen. BREIN verliest.

Het is een interessant vonnis geworden.

Vergeef me mijn niet-juridische (haar)kloverij. Dat zal vast uit maken, maar ik doe het toch maar in mijn eigen vocabulaire.

Het opvallendst is dat de rechter geen principiële uitspraak doet over vrijheid van meningsuiting. Dat was wel het belangrijkste verweer tegen de aantijgingen van BREIN. Daaraan wordt overigens niet helemaal voorbij gegaan.

De rechter is kritisch. Alhoewel het juridisch is toegestaan torrent-bestanden te downloaden, is het maar de vraag of dat ook op de keper zo is. De gebruiker, stelt de rechter, downloadt niet alleen, maar uploadt tegelijkertijd. Illegaal dus.

Ook bijzonder zijn de verbaasde opmerkingen van de rechter bij de keuze van BREIN om niet het downloaden van artwork, hoezen etcetera, mee te nemen. Was dat wel gebeurt, zo las ik het vonnis, dan was de zaak sterker geweest omdat juist dát stuk wel aan te pakken was geweest. Gemiste kans, BREIN.

De verbazing van de rechter spreekt in zijn algemeenheid uit het vonnis. Het is ook daarom niet een vonnis over de legitimiteit van downloaden, maar over de uitvoerbaarheid, over de strategische keuze.

Volgens mij is dit een sleutel-alinea.

Nu rechterlijke bevelen/verboden tegen de beheerders van TPB niet uitvoerbaar zijn gebleken, ligt het niet – althans niet zonder meer – in de rede dat eventueel tegen de beheerders van de andere ‘grootste uitwassen’-websites te verkrijgen rechterlijke uitspraken wel uitvoerbaar zouden zijn.


In 5.24 staat dit citaat. Nadat omstandig is betoogd dat onderzoek van TNO aantoont dat de blokkade van The Pirate Bay niet effectief is, stelt de rechter de vraag waarom BREIN niet meteen voor een algehele blokkade van alle (grote) torrentsites koos. Nu is gekozen voor een testcase. Die geeft aan dat een blokkade niet werkt. Dat op zijn beurt leidt tot de vraag of blokkade van meerdere sites dan wél zou werken, hebben gewerkt. Nee, stelt de rechter, dat zal waarschijnlijk niet werken. De aannames van BREIN zijn daarmee speculatief. En de basis onder hun strategie valt weg.

Maar nog interessanter vind ik zijn woordkeuze "nu rechterlijke bevelen (...) niet uitvoerbaar zijn gebleken ...". Eerlijk gezegd vind ik dat véél interessanter.

Staat hier dat de rechter zoiets als het internet buiten zijn jurisdictie ziet of plaatst? Acht hij zich onmachtig? Niet voorzien van het juiste instrumentarium?

Kijk, dát zou nog eens nieuws zijn.

woensdag 22 januari 2014

Plots gebeurt het

Zojuist is er een mailbericht verstuurd aan een drietal heren. Mijn bericht heeft een verheugende inhoud.

In de afgelopen jaren heb ik me steeds weer verbaasd over het gegeven dat we, als samenleving, zoveel kapitaal vernietigen. Kapitaal dien je dan op te vatten als sociaal kapitaal, maar ook als economisch kapitaal - geld, kosten - en als kennis. De wegwerpmaatschappij laat zich echt niet alleen maar herkennen in wegwerp-artíkelen.

Vandaag zijn er in Leiden belangrijke stappen gezet.

Een aantal mensen - zowel 'denkers', strategen en dat soort, als beleidsmensen - heeft elkaar gevonden in die opvatting. Na al die tijd is het idee aan het landen en vinden gelijkdenkenden elkaar. Plots en onverwacht, zoals ik had verwacht.

Onze analyse is dat dat vernietigen, dat defaitisme, wordt gevoed door de economische crisis, maar óók - en vooral, denk ik - door de manier van denken. Het is idioot te menen dat de weg uit de crisis moet komen uit het bedrijfsleven dat momenteel op grootse en meeslepende wijze banen verlíest. Van hen kun je met goed fatsoen zoiets dús niet verwachten. Ze hebben de grootste moeite niet zelf ten onder te gaan.

De oplossing ligt in onszelf.

Lang hebben we geleefd in een situatie waarin alles was gericht op disciplinering ten behoeve van werkgévers. Dat er zoiets als werktijd naast vrije tijd bestaat, is meer dan een taalkwestie. Er bestaat een verschil. Over vrij tijd kun je zelf, vrij, beschikken. Werktijd is verkochte tijd. Niet dat niemand plezier had in z'n werk, maar dat was geen vereiste. Ik schreef het al eerder: daardoor geeft nu 66% van de werknémers aan te weinig werkplezier te hebben.

Het belangrijkste effect is echter dat we met veel werknemers zitten; mensen die níet zijn gericht op eigen initiatief, eigen creativiteit of eigen capaciteiten. Die welke de werkgever nodig had, zijn de enig belangrijk. En dus zijn ze een slapend bestaan gaan leiden.

Zonder werk lijken we doelloos en zinloos. Líjken, want in feite gebeurt er iets anders: we zijn niet (goed) in staat een alternatief te vinden voor het verlorene.

Daar ging het bericht dus over.

Over ons antwoord daarop; hoe geef je dát proces een zetje? Tot nu is het een Leids idee. Als Leiden de kans waarneemt, dan wordt het na volwassenwording geëxporteerd; als 'de Leidse aanpak'.

Of het lukt? Geen idee. In tegenstelling tot al die bedrijven die de gebaande - en improductieve - paden bewandelen, gaan we iets onbekends proberen. Maar als ik eerlijk ben en oordeel op basis van de reacties?

Natúúrlijk lukt het. Het sluit precies aan bij mensen, niet bij systemen.

vrijdag 20 december 2013

Werkloosheid dáált?!

Weet je hoeveel definities van 'inkomen' we hebben? Niet één. Vele. Het is alweer jaren terug dat we met een onderzoeksgroep op dergelijke vervelende problemen stuitten. Vervelend, omdat ze vergelijking van cijfers lastig tot onmogelijk maakten en maken. 'Armoede' ook zo'n mooie; ook daarvan bestaan er verschillende. De grootste ellende en diepste triestigheid is dat alle definities alleen maar bestaan in het belang van de maker, niet van het subject, het onderwerp.

Mocht je me niet geloven. Zoek maar eens op "definities van inkomen". Je krijgt een waslijst te zien, met ondermeer een rapport van m'n ex-werkgever SCP over het begrip en een, veel beter leesbaar en recenter, van Regioplan. Dat laatste is tussen twee haakjes ook informatief over het begrip ZZP. Inderdaad; hebben we ook meerdere betekenissen voor.

Dan lees je van de week "werkloosheid daalt opnieuw".

Het is al lang een kafkaïaans gooi - en smijtwerk met cijfers geworden dat onderzoekers en (hun opdrachtgevende) beleidsambtenaren beoefenen. Het werkelijk diep- en dieptrieste is dat niemand door de bomen het bos meer ziet en snapt wat er gebeurt. Iedere band met de realiteit is, in beleid, verloren, doordat een 'realiteit' wordt gezocht die spoort met de beleidsvisie. Denk niet dat dat overdreven is. Vraag je af en toe maar eens af wát waarom werd gemeten en hoe het mogelijk is dat daarover controverse bestaat. Als het geen aperte meetfout was, is de waarschijnlijkste verklaring 'meerdere definities of interpretaties'.

De werkloosheid dáált helemaal niet.

Het is een zuiver administratief fenomeen. In de registratie van het CBS daalt het cijfer. In de werkelijkheid van alledag neemt de ellende gewoon toe, hoor. Het inactief zijn, werkéloos, zonder baan, zonder baas, somber en sober thuis; het is geen steek verbeterd.
Het CBS geeft terecht aan: "(...) het aantal werklozen (daalt) vooral omdat meer mensen zich terugtrekken van de arbeidsmarkt."

De werkelijke werkloosheid is iets heel anders dan de geregistreerde. Niet voor niets rapporteert het UWV diezelfde dag een tóename van de WW-uitkeringen. Dat zijn helemaal geen tegensprekende cijfers. Het zijn bestandscijfers. Wie daarin niet is opgenomen, wordt niet meegeteld.

Het CBS legt, zoals vaak, de vinger op de juiste plek: de terugtrekking van de arbeidsmarkt. Tijdens de vorige crisis gebeurde dat ook. Ken je de termen nog? De informele economie, de zwartwerker, de overlevings-arrangementen (coping behaviour)?

Dat gebeurt nog steeds. Maar nu veel beter en krachtiger. Kon een informele economie nog worden weggezet als een half-criminele of als een waartoe je niet makkelijk toegang had als je er nog niemand kende; nu is dat anders. Eerlijk gezegd, hoor ik bij diegenen die er hoop uit put.

De huidige stand der techniek maakt die netwerkaanpak nu veel makkelijker. Nog oneindig veel belangrijker is dat ook de manier van denken en werken daarmee veranderd. Het gros van de werknemers sombert. De ZZPer, hoe moeilijk overeind blijvend ook, heeft in tegenstelling tot de freelancer van toen het imago van vrijbuiter, vrije geest, iemand die met plezíer werkt. Grote structuren vallen als zandkastelen uit elkaar. De enige grote zorg is dat dat niet te snel mag gebeuren.

Mijn interpretatie van de cijfers is dat steeds meer mensen zich áf keren van de klassieke arbeidsmarkt. Ik kén ze ook: mensen die geen uitkering meer willen en - hoog opgeleid - zichzelf wel redden. Vanaf dat moment zijn ze onzichtbaar voor de bestaande detectiesystemen. Als de overheid zelfredzaamheid propageert, dan krijgt ze dat ook; inclusief het verminderen van zicht op de samenleving.

De transitie nu gaande is, lijkt te zijn, zal voorlopig nog onduidelijk blijven. Beweren dat de werkloosheid daalt, is echter sovjetrussisch geloof in cijfers. De echte, informele wereld groeit. Ten goede? Ten kwade? In elk geval onbeheerst door anderen dan de mensen zélf.

maandag 18 november 2013

De ware aard

Mijn beeld is dat gemeenten worden gezien als hét niveau waarop kennis is te vinden over jou en mij. Dat is nog steeds een volslagen onzinnige redenering, omdat 'gemeente' een bestuurslaag is. 'Kennis over' is daar niet per definitie aan gebonden. Dan zou ik liever worden bestuurd door een onderzoeksgroep, welzijnsorganisatie of andere kénnisintensieve club met voeten in de modder.

Maar nee, 'we' leggen de zwartepiet - een andere kaart kun je er niet van maken - bij de gemeenten. Die worden geconfronteerd met takken van sport die zij niet goed kennen. Niet dat zij ze zelf moeten uitvoeren, maar voor het aansturen en coördineren zullen ze er echt verstand van moeten hebben.

Spek ik het bekkie voor de bekende verdachten, de advies-organisaties. Je kunt je als gemeente-ambtenaar of bestuurder een slag in de rondte oriënteren, studeren of laten adviseren over de in gang zijnde decentralisaties en transities. Dat op zich is al bijzonder: er is een zo groot aanbod en het taalgebruik is zulk jargon gemaakt, dat je er in verzuipt.

Maar goed: de gemeente gaat het allemaal doen. Móet het gaan doen.

Uiteraard is er dan ook een charme-offensief nodig waaruit moet blijken dat jouw gemeente ook inderdaad de betrouwbare behartiger is van ook jóuw belangen. Dan moet duidelijk zijn dat jouw gemeente sámen met jou, aan de keukentafel, in gesprek gaat over jouw probleem - als je dat hebt uiteraard - en de mogelijke oplossingen. Natuurlijk zijn die gesprekken niet gericht op het laten oplossen van problemen door de overheid: da's te duur en maakt ons maar afhankelijk. Zoals je moeder zei als je door weer en wind kilometers ver naar school moest: "Daar word je groot en stevig van". Een hoopvol perspectief dus; we worden sterker en steviger van minder (jammer dat de rijken dat allemaal mislopen).

Persoonlijk heb ik heel grote vraagtekens bij die nobele intenties. Individuen zullen welgemeend het beste willen doen wat binnen hun macht ligt. Organisaties daarentegen zijn gezichtloos en hebben de neiging uiteindelijk heel anders uit te pakken. Dan spelen bedrijfseconomische overwegingen een rol, ook bij overheden.

Als de kas leeg, stopt de machine. Geen ambtenaar die zichzelf en zijn positie dan ziet als deel van de oplossing. Nee, dan is de cliënt, de burger, degene voor wie je het werk dóet, de afhankelijke, de klos. Dan is het ineens heel belangrijk of je ergens récht op hebt of dat het een voorziening is die eindig is. Samenwerken aan een oplossing met iemand die z'n toezeggingen niet nakomt, doe je maar één, twee keer. Daarna keer je je van hem af als onbetrouwbaar.

Gelukkig zijn gemeenten heel transparant. Hun adviseurs bieden hen diensten en produkten aan om het werk te ondersteunen. Dat zullen ze ongetwijfeld doen vanuit hún beeld van de gemeentelijke doelen.

Zo af en toe stuit je dan op een tekst die dat beeld glashelder maakt. Een tekst die veel bloot geeft aan veronderstellingen. De ambtenaar ís niet competent: hij heeft 'houvast en structuur' nodig, teneinde 'het aantal procedurefouten verder terug te brengen'. Procedurefouten maken een slecht indruk voor de rechter.

Jij bent 'de burger' en met geen woord komt jouw belang terug. Wel dat van de gemeente: "fraudules en onjuist gebruik terugdringen" want anders ontstaat er bij hen "een tekort".

Het is maar dat je het weet: dát is het belang.

Bij handhaving is het belangrijk dat gemeenten scherp sturen op het terugdringen van frauduleus of onjuist gebruik van voorzieningen. Zo voorkomt u tekorten op het Inkomensdeel. ... heeft daarom de ... app ontwikkeld voor de IPad.

Voor wie?
De app ... biedt ambtenaren houvast en structuur tijdens het huisbezoek.

Hoe werkt het?
De app biedt een speciale workflow aan het gesprek. Zo kan er een kwaliteitsprotocol worden ingebouwd in de vragenlijst. Op die manier brengt u het aantal procedurefouten verder terug. Na afloop van het gesprek kan de burger het gespreksverslag op de app ondertekenen.


Overigens bestáát de app nog niet. De organisatie zoekt nog gemeenten die deze handhavings-app willen financieren. Eerlijk: ze hebben óók een keukentafel-app.

zaterdag 27 april 2013

De kortetermijn van Leiden

Mijn buurman is een geleerd man. Sterker, hij is een erkénd geleerd man. Zijn werk is nadenken, onderzoeken, publiceren en lesgeven. En daarenboven draagt-i een titel die zijn geleerdheid aangeeft. Hij houdt zich bezig met de bestuurskundige kant van Nederland. En hij vliegt van hot naar haar over de wereld, in gesprek blijvend met vakgenoten.

We kunnen goed met elkaar opschieten. Wij zorgen tijdens vakanties voor hun konijn. We nemen pakjes aan van de pakjesbezorgers als er niemand thuis is. Kinderen weten waar een noodsleutel is te halen als zij de hunne zijn vergeten. Zo, dus. En we spreken elkaar af en toe verdergaand dan de standaardzinnen. Dat begint vaak over het weer, of zo'n konijnenafspraak, en kabbelt dan voort in de richting van heel andere onderwerpen.

Pas stonden we te praten over de staat van het land. Niet dat wij dat denken te gaan oplossen. Maar we hebben wel zo onze meningen en ideeën. Zo denken we allebei dat de groep die de grote klap gaat krijgen de zogenoemde middenklasse is. Zonder lullig te willen zijn: dat is het gros van Nederland en de kans is groot dat jij ertoe hoort. In de snel opkomende economieën zie je de middenklasse snel groeien, maar vooral ook snel aan macht winnen. Bij 'ons' - en da's inclusief de VS - dondert de middenklasse in elkaar. Inderdaad, de verhoudingen kantelen, draaien 180 graden.

De verwachting - die ik deel - is dat de makers de winnaars zullen zijn. Niet de beleidsmakers of de managers, die hebben afgedaan maar weten dat nog niet. Niet de zuivere denkers maar de doeners gaan de pijlers worden waarop we zullen moeten bouwen (voor een dubbel linkshandige als ik geen prettig idee). Nu moet je dat 'maken' niet onmiddellijk klassiek vertalen in: 'A ha! Arbeiders! Industrie!'. Fout! Dát wordt dus níet bedoeld.

De toekomst is er een waarin lijntjes weer kort zijn. Een waarin in kleine groepen wordt gewerkt. Een waarin wonen en werken weer geïntegreerd worden. Een waarin de samenleving meer autarkisch is dan nu. Dat klinkt allemaal enorm romantisch. Toch is het dat niet. Het is de tegenpool van de huidige situatie. En het is de situatie in wat wij nu nog derdewereldlanden noemen.

En de voorspelling is dat die mindermachtigen, die derde wereld, zich binnen enkele jaren híer bevindt.

Dat betekent niet per sé armoede. Het betekent wel andere verhoudingen. Kleinschaligheid zal belangrijker zijn dan ze de afgelopen decennia was. De wederopbouw van de economie zal afhankelijk zijn van makers.

Toen we zo stonden te praten, schoot me onze stad Leiden te binnen. Die gaat dus een zware periode tegemoet. We hebben hier haast geen makers meer. Wat we wel hebben, zijn denkers aan de universiteit en de hogeschool. We hebben veel dienstverlenende bedrijven. Dat zijn ook geen makers. Gelukkig hebben we wel een grote ROC en bijvoorbeeld een uniek instituut als de Leidse Instrumentmakersschool. Maar het is en blijft wat magertjes.

Leiden zal het zwaar krijgen. Maar de stad heeft ook kansen. De stad is historisch gezien al helemaal voorbereid op kleinschaligheid. Dat immers was eeuwen geleden de maat der dingen. De stad herbergde veel, zo niet alle, elementen uit een keten. Niet helemaal autarkisch, maar een stuk meer dan Leiden anno 2013 waarin van alles van buiten moet worden aangevoerd. Dat kan minder en zal ook anders gáán gebeuren. Stomweg omdat de recessie dat gaat afdwingen.

Als het over een poosje weer mooi weer is, ga ik toch 'ns verder praten met de buurman over deze situatie. Een stad als Leiden: met die soms vervloekt beperkte infrastructuur (middeleeuwers kenden bar weinig auto's), met jonge goed-opgeleide bewoners, strategisch gelegen. Dat moet toch kansen bieden? Dan moet je daar wél op inzetten, Leiden.