Het fijne van dit blog is dat ik hier (bijna helemaal) mezelf kan zijn; schrijven wat ik wil schrijven, ideetjes uitproberen, vermeende verbanden neerzetten. Het kan voorkomen dat je iets zou willen opschrijven, maar het niet kunt; omdat je rol een andere is in die omgeving of omdat je niet genoeg ruimte tot je beschikking hebt.
Vandaag was ik bij de, tweede, Open Pandendag in Leiden. Nogal ruw geschetst: dat is een bijeenkomst voor (startende) ondernemers, georganiseerd door gemeente, makelaars, en andere partijen die belang hebben bij het tegengaan van leegstand. Het Leidse Centrum Management, dat zich profileert als verbinder, als middelpunt. Zij zijn het die enthousiasme proberen op te wekken bij de aanwezigen voor de beschikbare (winkel)panden. Dat doe je níet door mensen meer dan twee uur te laten stáán en luisteren naar overduidelijke PRverhalen.
Naar zoiets kan ik met verbazing kijken. Als je mensen warm wilt laten lopen voor iets, dan zul je wel moeten aansluiten bij hun belevingswereld, hun taal. Dan neem je ze serieus. Natuurlijk, Powerpoint is een verplicht nummer en ook de parade van kerncijfers en hitlijstnoteringen. Teveel tamboereren op je eigen organisatie is dan níet slim. Dat geldt ook voor je taalgebruik en optreden. Daar begint het mee.
Wat me frappeerde, is dat de organisatie eigenlijk heel marginaal, héél, in ging op de wat afwijkende vragen; twee met name. De eerste ging over de manier waarop de stad van plan was hun ambities te verwezenlijken en de kapitaalkrachtige jonge intellectuele Leidenaar aan de stad te binden. Die, zo was vastgesteld, is in slechts 50% van de gevallen op de stad geöriënteerd. Het antwoord kwam nooit. Dat is ook niet zo vreemd. Wie bijvoorbeeld Florida's gedachtegoed las, weet dat het mensen zélf zijn die bepalen wat zij een prettig woon-, vrijetijds- en werkklimaat vinden. Dat is een kwestie van cultuur en dat op zijn beurt is veel meer dan kengetallen. Sterker, het is vooral een kwestie van mentaliteit. Die best wel eens op gespannen voet kan staan met planmatig denken van gemeenten.
De andere vraag is minstens zo interessant: wat is eigenlijk de invloed van Internet-aankopen op stedelijke ontwikkeling? Voor een stad waarin men vindt dat er een grote creatieve klasse is en waar men de binnenstadsontwikkeling volstrooit met termen als 'beleving', lijkt het een makkie. Maar dat is het dus niet.
Toch is het enorm belangrijk voor de (beginnende) ondernemers. Want, tja, hoe verdien je je geld? En waar zit je concurrent; niet per sé in de straat, stad of zelfs land. Voor stadsontwikkelaars is toch echt een wezenlijke vraag.
Mijn eigen idee is dat de winkel zoals we die kennen, zal verdwijnen. Die is nu volop bezig het loodje te leggen. En eigenlijk is de opvolger allang bekend. Zowat íedereen in de wereld van de detaillisten - sorry, retail - beschrijft het. Wij, de consument, komen in de winkel kijken, voelen, horen, vasthouden en informeren. Maar kopen...... dat doen we steeds meer online bij de goedkoopste leverancier.
Het vereist niet veel fantasie om te voorzien dat de kleinwinkel dat niet overleeft. Maar het vereist ook niet veel fantasie om de kans te zien: wordt etalage, één grote etalage voor verschillende merken. Ga er van uit dat er niets wordt verkocht vanúit je winkel. Ga er wel vanuit dat jouw winkel het voorportaal is voor leveranciers. Jouw bestaansrecht zal gaan bestaan uit het creëren van een plaats waar consumenten komen om te kiezen: deskundig advies, sfeer en assortiment worden belangrijk. Ná de keuze wordt gekocht bij een ander. Mij gaat het niet verbazen als de business case leidt tot inkomsten uit de toeleiding naar de uiteindelijke verkoper en niet uit een marge op eigen inkoop van het product.
Die gesprekken ontbraken in Leiden. Daar werd nog steeds gedacht in vierkante meters verkoopoppervlak (en gróte winkels). Terwijl een mogelijke andere realiteit is dat er behoefte ontstaat aan kleinere, sfeervolle (authentieke) panden en vooral een stádsbeleving. Want op den duur wordt ook Leiden één grote website waarin wij zelf rondlopen.
Posts tonen met het label Visie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Visie. Alle posts tonen
woensdag 17 september 2014
dinsdag 16 september 2014
Tot je er zélf in gelooft
Claimen van succes: persoonlijk ben ik er slecht in. Voor mij voelt het net zo aan als jezelf neerzetten als 'expert' of, nog vele malen erger, 'guru'. Het zijn waarderingen; en waardering kríjg je, die neem je niet. Toch zijn er zat mensen die heel actief bezig zijn met eigenschouderklopjes, zelfpromotie en zelfvervullende voorspellingen. Vooral van die laatste heb ik er veel gezien in mijn leven.
Ken je dat? Van die collega's die zichzelf een mooie, vaak niet eens bestaande, functietitel toekennen en die vanaf dan gaan hanteren. Na verloop van tijd ís dat vaak ook hun functie. Stomweg omdat niemand meer stilstaat bij het waarheidsgehalte. Vaak omdat 'het toch de moeite niet waard is in welke functie iemand zichzelf presenteert'. En eigenlijk is die reactie nog zorgwekkender, vooral omdat het vaak leidinggevenden zijn die zo redeneren. De valse secreetversie van mijn brein denkt dan dat zij zelf ook aan dat pimpen van positie doen of hebben gedaan. Het vereist een dief om een dief te herkennen. Toch?
Zulke vervormingstrucs zie je vrij veel. Vooral in politieke functies. Dat zijn niet per sé politici, maar al die mensen die zich behoedzaam denken te moeten opstellen om anderen, in eigenbelang, niet voor het hoofd te stoten. Doe je dat nét teveel, dan ben je een kruiperige slijmbal. Het is de grootste bedreiging voor het poldermodel: een gebrek aan eerlijkheid en rechte rug, maar een overschot aan politiek manoeuvreren.
Ik heb ooit een directeur gekend die dat deed: pas een standpunt innemen nadat hij had kunnen bepalen hoe het krachtenveld lag. Da's een goede manier van beslissen als je er níet van uitgaat dat een directeur leiding geeft en visie heeft. Het is de werkwijze van een vergadervoorzitter; een geheel andere functie. Je wordt wel speelbal van verschillende krachten, waardoor het verwijt zal komen dat je autoritair beslist en aan vriendjespolitiek doet. Voor een toeschouwer kies je immers pas achteraf positie, partij.
Wat veel gebeurt, is het creatief krom redeneren. Dát is wel iets des politici, geloof ik. Pas geleden zag ik een citaat van minister Schippers waarin werd gesteld dat de ontwikkelingen in de (ziekenhuis)zorg goed waren 'want de patiënttevredenheid was in Nederland erg hoog'. Wat me frappeerde, is het gelegde verband. Alsof patiënttevredenheid plots de maat der dingen is, maar vooral alsof er een causale, een verklarende relatie is tussen die twee. Het zijn woorden die je alertheid moeten opwekken: want, omdat, doordat. Hoezo: want, omdat of doordat?
Economisch herstel. Als ik het kort zou moeten duiden: we weten niet hoe dat precies gaat. Wat we weten, is dat als je aan een touwtje trekt dat uit de kluwen 'economie' steekt, dat er dan iets gebeurt. Net als touwtje trekken op de kermis. En toch wordt er geclaimd bij het leven.
Daar kan ik me figuurlijk aan ergeren.
Nederland heeft geen invloed op z'n eigen economisch herstel. Die zin ga je niet vaak zien of horen. Maar hij lijkt wel overal onder geschoven te zijn. De beroemde 'tekenen van herstel' zijn grotendeels gebaseerd op handelsnatiekracht: export, import en doorvoer. Dat zijn wel factoren waarin klanten bepalend zijn: 'het buitenland'. De ellende van handelen is dat je vrienden te vriend moet houden. Teveel opvallen, is niet per sé positief. Oubolliger geformuleerd: de kruideniersmentaliteit past dan goed, zuinig en onopvallend. Dát is ook exact wat VVD/PvdA nu doen. Zonder expliciete eigen visie reactief bewegen en vooral bezuinigen. Zonder expliciete visie is dat risicovol. Zonder visie moeten er geforceerde verbanden en effecten worden voorgespiegeld.
Zo een is het vreemde verband dat men meent te zien tussen economisch herstel en beurskoersen. Blijkbaar is speculatiewinst causaal gerelateerd aan óns inkomen. Alsof 'het vertrouwen van beleggers' ook maar iets zegt over 'vertrouwen in de economie'. Het zegt iets over hun vertrouwen in de winstgevendheid van dát bedrijf; ook als dat grootschalig reorganiseert en de daaruit voortvloeiende (uitkerings)lasten bij de samenleving parkeert, ook als het bedrijf doorstart en anderen met de lasten achterlaat. Dát zou op enigerlei wijze iets over 'de economie' zeggen?!
De ellende? Ze zijn er zelf in gaan geloven: de oppimpers, de politieke talers, de niet-leiders.
Ken je dat? Van die collega's die zichzelf een mooie, vaak niet eens bestaande, functietitel toekennen en die vanaf dan gaan hanteren. Na verloop van tijd ís dat vaak ook hun functie. Stomweg omdat niemand meer stilstaat bij het waarheidsgehalte. Vaak omdat 'het toch de moeite niet waard is in welke functie iemand zichzelf presenteert'. En eigenlijk is die reactie nog zorgwekkender, vooral omdat het vaak leidinggevenden zijn die zo redeneren. De valse secreetversie van mijn brein denkt dan dat zij zelf ook aan dat pimpen van positie doen of hebben gedaan. Het vereist een dief om een dief te herkennen. Toch?
Zulke vervormingstrucs zie je vrij veel. Vooral in politieke functies. Dat zijn niet per sé politici, maar al die mensen die zich behoedzaam denken te moeten opstellen om anderen, in eigenbelang, niet voor het hoofd te stoten. Doe je dat nét teveel, dan ben je een kruiperige slijmbal. Het is de grootste bedreiging voor het poldermodel: een gebrek aan eerlijkheid en rechte rug, maar een overschot aan politiek manoeuvreren.
Ik heb ooit een directeur gekend die dat deed: pas een standpunt innemen nadat hij had kunnen bepalen hoe het krachtenveld lag. Da's een goede manier van beslissen als je er níet van uitgaat dat een directeur leiding geeft en visie heeft. Het is de werkwijze van een vergadervoorzitter; een geheel andere functie. Je wordt wel speelbal van verschillende krachten, waardoor het verwijt zal komen dat je autoritair beslist en aan vriendjespolitiek doet. Voor een toeschouwer kies je immers pas achteraf positie, partij.
Wat veel gebeurt, is het creatief krom redeneren. Dát is wel iets des politici, geloof ik. Pas geleden zag ik een citaat van minister Schippers waarin werd gesteld dat de ontwikkelingen in de (ziekenhuis)zorg goed waren 'want de patiënttevredenheid was in Nederland erg hoog'. Wat me frappeerde, is het gelegde verband. Alsof patiënttevredenheid plots de maat der dingen is, maar vooral alsof er een causale, een verklarende relatie is tussen die twee. Het zijn woorden die je alertheid moeten opwekken: want, omdat, doordat. Hoezo: want, omdat of doordat?
Economisch herstel. Als ik het kort zou moeten duiden: we weten niet hoe dat precies gaat. Wat we weten, is dat als je aan een touwtje trekt dat uit de kluwen 'economie' steekt, dat er dan iets gebeurt. Net als touwtje trekken op de kermis. En toch wordt er geclaimd bij het leven.
Daar kan ik me figuurlijk aan ergeren.
Nederland heeft geen invloed op z'n eigen economisch herstel. Die zin ga je niet vaak zien of horen. Maar hij lijkt wel overal onder geschoven te zijn. De beroemde 'tekenen van herstel' zijn grotendeels gebaseerd op handelsnatiekracht: export, import en doorvoer. Dat zijn wel factoren waarin klanten bepalend zijn: 'het buitenland'. De ellende van handelen is dat je vrienden te vriend moet houden. Teveel opvallen, is niet per sé positief. Oubolliger geformuleerd: de kruideniersmentaliteit past dan goed, zuinig en onopvallend. Dát is ook exact wat VVD/PvdA nu doen. Zonder expliciete eigen visie reactief bewegen en vooral bezuinigen. Zonder expliciete visie is dat risicovol. Zonder visie moeten er geforceerde verbanden en effecten worden voorgespiegeld.
Zo een is het vreemde verband dat men meent te zien tussen economisch herstel en beurskoersen. Blijkbaar is speculatiewinst causaal gerelateerd aan óns inkomen. Alsof 'het vertrouwen van beleggers' ook maar iets zegt over 'vertrouwen in de economie'. Het zegt iets over hun vertrouwen in de winstgevendheid van dát bedrijf; ook als dat grootschalig reorganiseert en de daaruit voortvloeiende (uitkerings)lasten bij de samenleving parkeert, ook als het bedrijf doorstart en anderen met de lasten achterlaat. Dát zou op enigerlei wijze iets over 'de economie' zeggen?!
De ellende? Ze zijn er zelf in gaan geloven: de oppimpers, de politieke talers, de niet-leiders.
vrijdag 18 april 2014
Dualisme
Leiding geven en sturen zijn lastig om goed te doen. Alhoewel het land inmiddels is vergeven van de leidinggevenden zijn er maar weinig leidinggevenden. Dat vereist charisma en visie, waarop gezag is gestoeld. De misleiden van nu die zichzelf leiding vinden geven, doen dat in negen van de tien gevallen op basis van macht.
In de gesprekken die ik de afgelopen maanden met Leidse politici voerde, kwam het verschijnsel leiding geven ook aan de orde. Met gedachten die de moeite waard zijn om bij stil te staan.
Er lijkt in Leiden een zekere consensus te bestaan dat een stadsbestuurder aan vier jaar te weinig heeft. Eigenlijk zou hij er zes moeten hebben om plannen voor te bereiden en uit te voeren.
Dat klinkt logisch. Maar het reikt óók een mogelijke verklaring voor de inertie aan die 'de overheid' karakteriseert in de ogen van half Nederland. Leiding geven is níet afhankelijk zijn van de omgeving, maar in wat zij de politieke realiteit noemen is dat wel de situatie. Leiding geven bij de overheid zou dan níet lijken op leiding geven elders.
Daarin zit een grote, harde kern van waarheid. De vraag is of je die moet accepteren als onvermijdelijk. Dat leidt tot (de indruk van) besluiteloosheid en zeker tot machtsstrijd als gevolg van onduidelijke krachts- en machtsverhoudingen. Gezaghebbend leiderschap heeft een functie. Zeker overleg op basis van gelijkwaardigheid - level playing field - kan niet goed zonder zo'n gezaghebbend knopendoorhakker.
Blijkbaar is 'de overheid' daar niet goed in (en z'n semi-publieke sector trouwens evenmin), waardoor het niet zozeer een kwestie is van meer tijd aan de wethouder gunnen als gezaghebbende wethouders. En dan moet je de oude gedachte van de vierde macht weer eens afstoffen. Want dat gezag krijg je niet als wethouder. Dat word je gegund, vooral ook door je ambtenaren. Die weten dat. Wellicht ken je de voorbeelden zelf? Overleg, leidend tot een moeizaam akkoord waar niemand zich helemaal wel of helemaal niet in vind, en dan, na de vergadering en afspraken, niets ervan uitvoert.
Zeker, er valt iets te zeggen vóoŕ die zes jaar. Net zo goed als dat er valt te zeggen vóór een prestatieafspraak.
Wie met wethouders spreekt, krijgt de indruk dat zij over het algemeen tevreden zijn over het duale stelsel waarin de gemeenteraad vooraf de koers uitzet en gedurende de rit op hoofdlijnen controleert. Mij lijkt dat ook logisch. Een eng keurslijf en op je vingers kijkende raadsleden geeft niet allure en vrijheid van een bestuurder, maar van een uitvoerder. Vrijheid van handelen en zelf kunnen reageren op (veranderende) omstandigheden, is dan veel aantrekkelijker. Helemaal mee eens.
Toch is die verhouding ongelooflijk essentieel, omdat het eerder een bestuur is met twéé kapiteins dan met één. Ja maar, zeg jij, in ziekenhuizen en theaters gaat dat ook goed met een zakelijk directeur en een inhoudelijke? Nog afgezien van wie een mogelijke onenigheid 'wint' - ik gok op de zakelijke overweging - is de verhouding anders. Het zijn niet twee meningen, maar een mening en een serie meningen die samen moeten optrekken. Alsof je samenwerkt met een collega die zijn standpunt nog niet heeft bepaald en daar ook nog wel even mee bezig is.
Een bestuursakkoord, dus? Daarin regel je de basale zaken, zoals ondermeer dit:
Het zal mijn kritische ik zijn die me toefluisterde: met dat eerste aandachtstreepje zet je de raad aardig op afstand als je dat wenst en partijen buitenspel. Je zal maar een wethouder naar voren schuiven die niet sterk in z'n schoenen staat en opschuift.
Zou je dus niets kunnen zónder de steun van de partijen die daardoor sterker werden?!
In de gesprekken die ik de afgelopen maanden met Leidse politici voerde, kwam het verschijnsel leiding geven ook aan de orde. Met gedachten die de moeite waard zijn om bij stil te staan.
Er lijkt in Leiden een zekere consensus te bestaan dat een stadsbestuurder aan vier jaar te weinig heeft. Eigenlijk zou hij er zes moeten hebben om plannen voor te bereiden en uit te voeren.
Dat klinkt logisch. Maar het reikt óók een mogelijke verklaring voor de inertie aan die 'de overheid' karakteriseert in de ogen van half Nederland. Leiding geven is níet afhankelijk zijn van de omgeving, maar in wat zij de politieke realiteit noemen is dat wel de situatie. Leiding geven bij de overheid zou dan níet lijken op leiding geven elders.
Daarin zit een grote, harde kern van waarheid. De vraag is of je die moet accepteren als onvermijdelijk. Dat leidt tot (de indruk van) besluiteloosheid en zeker tot machtsstrijd als gevolg van onduidelijke krachts- en machtsverhoudingen. Gezaghebbend leiderschap heeft een functie. Zeker overleg op basis van gelijkwaardigheid - level playing field - kan niet goed zonder zo'n gezaghebbend knopendoorhakker.
Blijkbaar is 'de overheid' daar niet goed in (en z'n semi-publieke sector trouwens evenmin), waardoor het niet zozeer een kwestie is van meer tijd aan de wethouder gunnen als gezaghebbende wethouders. En dan moet je de oude gedachte van de vierde macht weer eens afstoffen. Want dat gezag krijg je niet als wethouder. Dat word je gegund, vooral ook door je ambtenaren. Die weten dat. Wellicht ken je de voorbeelden zelf? Overleg, leidend tot een moeizaam akkoord waar niemand zich helemaal wel of helemaal niet in vind, en dan, na de vergadering en afspraken, niets ervan uitvoert.
Zeker, er valt iets te zeggen vóoŕ die zes jaar. Net zo goed als dat er valt te zeggen vóór een prestatieafspraak.
Wie met wethouders spreekt, krijgt de indruk dat zij over het algemeen tevreden zijn over het duale stelsel waarin de gemeenteraad vooraf de koers uitzet en gedurende de rit op hoofdlijnen controleert. Mij lijkt dat ook logisch. Een eng keurslijf en op je vingers kijkende raadsleden geeft niet allure en vrijheid van een bestuurder, maar van een uitvoerder. Vrijheid van handelen en zelf kunnen reageren op (veranderende) omstandigheden, is dan veel aantrekkelijker. Helemaal mee eens.
Toch is die verhouding ongelooflijk essentieel, omdat het eerder een bestuur is met twéé kapiteins dan met één. Ja maar, zeg jij, in ziekenhuizen en theaters gaat dat ook goed met een zakelijk directeur en een inhoudelijke? Nog afgezien van wie een mogelijke onenigheid 'wint' - ik gok op de zakelijke overweging - is de verhouding anders. Het zijn niet twee meningen, maar een mening en een serie meningen die samen moeten optrekken. Alsof je samenwerkt met een collega die zijn standpunt nog niet heeft bepaald en daar ook nog wel even mee bezig is.
Een bestuursakkoord, dus? Daarin regel je de basale zaken, zoals ondermeer dit:
Over het vertrouwen
- het vertrouwen in een wethouder niet op te zeggen, als deze ander beleid uitvoert dan de eigen fractie voorstond of voorstaat; de enige manier om dat beleid te stuiten is door een raadsmeerderheid te vinden die het onderliggende besluit wijzigt;
- de vertrouwensregel uitsluitend te gebruiken binnen de controlerende taak van de raad; als gevolg hiervan valt een college niet als een wethouder moet aftreden, maar wordt deze vervangen door de partij waaruit hij/zij afkomstig is, dan wel wordt desgewenst een andere
partij in het college betrokken;
- beheersing te betrachten in de beoordeling van bestuurlijk handelen wanneer dit individuele en incidentele gevallen betreft waarbij de gemeente een bijzondere verantwoordelijkheid heeft.
Over de omgang met elkaar
- respectvol te zullen omgaan met elkaar, met alle inwoners, met partners en ambtenaren, zoals ook opgenomen in de gedragscode voor raads- en commissieleden;
- terughoudend te zijn met het agenderen van individuele en incidentele kwesties , zoals die mogelijk voortkomen uit de decentralisaties in het sociale domein;
- om in stellingnames het belang van en de omgang met de minderheid mee te wegen.
Het zal mijn kritische ik zijn die me toefluisterde: met dat eerste aandachtstreepje zet je de raad aardig op afstand als je dat wenst en partijen buitenspel. Je zal maar een wethouder naar voren schuiven die niet sterk in z'n schoenen staat en opschuift.
Zou je dus niets kunnen zónder de steun van de partijen die daardoor sterker werden?!
Labels:
akkoord,
dichttimmeren,
Leiden,
politiek,
Visie
donderdag 27 februari 2014
Stad der ouderen
Eerlijk gezegd, is het geen dagelijkse gedachte. Zo af en toe fladdert-i weer 's binnen. Waarom, waardoor opgewekt? Geen (bewust) idee.
Het gaat over ouderdom en tijd. Vandaag bedacht ik het me weer toen ik door Leiden reed:
Mocht je nu dubbelknikken van de lach over deze open deur, heb je er weleens bij stilgestaan?
Inmiddels zal het iedereen wel bekend zijn dat niet alle ontwikkelingen in dezelfde pas lopen. Sommige, zeker de moderne, gaan waanzinnig snel in vergelijking tot andere, bijvoorbeeld biologische aanpassingen. Tot de komst van computers was dat uit de pas lopen nog binnen een hanteerbare bandbreedte, alhoewel de apocalytische essays al tijdens de Industriële Revolutie piekten.
Passagiers zíjn niet gestikt door zuurstofgebrek als gevolg van té snel rijdende treinen. De auto maakte de mens niet onvruchtbaar. En de telefoon heeft niet geleid tot vooral veel leeghoofdig vrouwengeklets.
Die voorspellingen zijn echt gedaan. Bij vernieuwing hoort angst voor het onbekende. Interessant is vooral dat de snelheid van verandering een grote rol speelt. Snel, té snel vooral, werkt weerstand in de hand.
Dan ben je geneigd te denken dat het vooral de technologische ontwikkelingen zijn die voor die spanning zorgen. Maar jouw stad of dorp is het ook!
Steden leven. Ze veranderen. Over de jaren heen verandert het straatbeeld, de winkels, de woningen, de staat van de woningen, de aanwezigheid van hoogbouw, de esthetische waarden. Zo'n stad past zich aan aan z'n bewoners. Maar... binnen grenzen.
De samenleving veroudert. Het aantal ouderen in stad, dorp en gehucht zal toenemen. Daarop zie je de stad al wat anticiperen. Twintig jaar geleden was een opticien een normaal beeld in de winkelstraat. Vandaag vind je er ook de handel in gehoorapparaten en verkoopt de supermarkt rollators.
Maar de stad is nog lang niet gereed.
Er zijn nog een jaar of twintig te gaan en dan gaat die hausse aan ouderen loskomen. Maar is de stád dan klaar? Want die ouderen zijn langzamer, onnauwkeuriger in hun fijne motoriek, slechthorender, slechtziender. Dat hoef j niet eens dramatisch voor te stellen om de gevolgen te voorzien.
Alleen het verkeer al. Een stad als Leiden wil een rustige, wandelbare binnenstad hebben. Da's een prima beeld toch, zul je denken. Het is een beeld dat goed aansluit bij gezonde mensen, maar niet bij minder mobiele. Parkeergarages aan de rand van de stad? Hopelijk wel met brede parkeerplaatsen en brede aan- en afvoerwegen. En in die binnenstad zijn toch wel voldoende rustplaatsen? En goed sanitair? Wat? Liggen er kinderhoofdjes? Maar hoe rollator je daar overheen?
Op die manier wordt een binnenstad speelplaats voor gezonden. Draconisch voorgesteld: de oudere medemens wordt - bewust of onbewust - in de buitenwijken gehouden. Een reservaat: die hippe en leuke binnenstad, of de saaie en vergeten buitenwijken?
Het gaat over ouderdom en tijd. Vandaag bedacht ik het me weer toen ik door Leiden reed:
een stad verandert langzamer dan een mens
Mocht je nu dubbelknikken van de lach over deze open deur, heb je er weleens bij stilgestaan?
Inmiddels zal het iedereen wel bekend zijn dat niet alle ontwikkelingen in dezelfde pas lopen. Sommige, zeker de moderne, gaan waanzinnig snel in vergelijking tot andere, bijvoorbeeld biologische aanpassingen. Tot de komst van computers was dat uit de pas lopen nog binnen een hanteerbare bandbreedte, alhoewel de apocalytische essays al tijdens de Industriële Revolutie piekten.
Passagiers zíjn niet gestikt door zuurstofgebrek als gevolg van té snel rijdende treinen. De auto maakte de mens niet onvruchtbaar. En de telefoon heeft niet geleid tot vooral veel leeghoofdig vrouwengeklets.
Die voorspellingen zijn echt gedaan. Bij vernieuwing hoort angst voor het onbekende. Interessant is vooral dat de snelheid van verandering een grote rol speelt. Snel, té snel vooral, werkt weerstand in de hand.
Dan ben je geneigd te denken dat het vooral de technologische ontwikkelingen zijn die voor die spanning zorgen. Maar jouw stad of dorp is het ook!
Steden leven. Ze veranderen. Over de jaren heen verandert het straatbeeld, de winkels, de woningen, de staat van de woningen, de aanwezigheid van hoogbouw, de esthetische waarden. Zo'n stad past zich aan aan z'n bewoners. Maar... binnen grenzen.
De samenleving veroudert. Het aantal ouderen in stad, dorp en gehucht zal toenemen. Daarop zie je de stad al wat anticiperen. Twintig jaar geleden was een opticien een normaal beeld in de winkelstraat. Vandaag vind je er ook de handel in gehoorapparaten en verkoopt de supermarkt rollators.
Maar de stad is nog lang niet gereed.
Er zijn nog een jaar of twintig te gaan en dan gaat die hausse aan ouderen loskomen. Maar is de stád dan klaar? Want die ouderen zijn langzamer, onnauwkeuriger in hun fijne motoriek, slechthorender, slechtziender. Dat hoef j niet eens dramatisch voor te stellen om de gevolgen te voorzien.
Alleen het verkeer al. Een stad als Leiden wil een rustige, wandelbare binnenstad hebben. Da's een prima beeld toch, zul je denken. Het is een beeld dat goed aansluit bij gezonde mensen, maar niet bij minder mobiele. Parkeergarages aan de rand van de stad? Hopelijk wel met brede parkeerplaatsen en brede aan- en afvoerwegen. En in die binnenstad zijn toch wel voldoende rustplaatsen? En goed sanitair? Wat? Liggen er kinderhoofdjes? Maar hoe rollator je daar overheen?
Op die manier wordt een binnenstad speelplaats voor gezonden. Draconisch voorgesteld: de oudere medemens wordt - bewust of onbewust - in de buitenwijken gehouden. Een reservaat: die hippe en leuke binnenstad, of de saaie en vergeten buitenwijken?
woensdag 22 januari 2014
Plots gebeurt het
Zojuist is er een mailbericht verstuurd aan een drietal heren. Mijn bericht heeft een verheugende inhoud.
In de afgelopen jaren heb ik me steeds weer verbaasd over het gegeven dat we, als samenleving, zoveel kapitaal vernietigen. Kapitaal dien je dan op te vatten als sociaal kapitaal, maar ook als economisch kapitaal - geld, kosten - en als kennis. De wegwerpmaatschappij laat zich echt niet alleen maar herkennen in wegwerp-artíkelen.
Vandaag zijn er in Leiden belangrijke stappen gezet.
Een aantal mensen - zowel 'denkers', strategen en dat soort, als beleidsmensen - heeft elkaar gevonden in die opvatting. Na al die tijd is het idee aan het landen en vinden gelijkdenkenden elkaar. Plots en onverwacht, zoals ik had verwacht.
Onze analyse is dat dat vernietigen, dat defaitisme, wordt gevoed door de economische crisis, maar óók - en vooral, denk ik - door de manier van denken. Het is idioot te menen dat de weg uit de crisis moet komen uit het bedrijfsleven dat momenteel op grootse en meeslepende wijze banen verlíest. Van hen kun je met goed fatsoen zoiets dús niet verwachten. Ze hebben de grootste moeite niet zelf ten onder te gaan.
De oplossing ligt in onszelf.
Lang hebben we geleefd in een situatie waarin alles was gericht op disciplinering ten behoeve van werkgévers. Dat er zoiets als werktijd naast vrije tijd bestaat, is meer dan een taalkwestie. Er bestaat een verschil. Over vrij tijd kun je zelf, vrij, beschikken. Werktijd is verkochte tijd. Niet dat niemand plezier had in z'n werk, maar dat was geen vereiste. Ik schreef het al eerder: daardoor geeft nu 66% van de werknémers aan te weinig werkplezier te hebben.
Het belangrijkste effect is echter dat we met veel werknemers zitten; mensen die níet zijn gericht op eigen initiatief, eigen creativiteit of eigen capaciteiten. Die welke de werkgever nodig had, zijn de enig belangrijk. En dus zijn ze een slapend bestaan gaan leiden.
Zonder werk lijken we doelloos en zinloos. Líjken, want in feite gebeurt er iets anders: we zijn niet (goed) in staat een alternatief te vinden voor het verlorene.
Daar ging het bericht dus over.
Over ons antwoord daarop; hoe geef je dát proces een zetje? Tot nu is het een Leids idee. Als Leiden de kans waarneemt, dan wordt het na volwassenwording geëxporteerd; als 'de Leidse aanpak'.
Of het lukt? Geen idee. In tegenstelling tot al die bedrijven die de gebaande - en improductieve - paden bewandelen, gaan we iets onbekends proberen. Maar als ik eerlijk ben en oordeel op basis van de reacties?
Natúúrlijk lukt het. Het sluit precies aan bij mensen, niet bij systemen.
In de afgelopen jaren heb ik me steeds weer verbaasd over het gegeven dat we, als samenleving, zoveel kapitaal vernietigen. Kapitaal dien je dan op te vatten als sociaal kapitaal, maar ook als economisch kapitaal - geld, kosten - en als kennis. De wegwerpmaatschappij laat zich echt niet alleen maar herkennen in wegwerp-artíkelen.
Vandaag zijn er in Leiden belangrijke stappen gezet.
Een aantal mensen - zowel 'denkers', strategen en dat soort, als beleidsmensen - heeft elkaar gevonden in die opvatting. Na al die tijd is het idee aan het landen en vinden gelijkdenkenden elkaar. Plots en onverwacht, zoals ik had verwacht.
Onze analyse is dat dat vernietigen, dat defaitisme, wordt gevoed door de economische crisis, maar óók - en vooral, denk ik - door de manier van denken. Het is idioot te menen dat de weg uit de crisis moet komen uit het bedrijfsleven dat momenteel op grootse en meeslepende wijze banen verlíest. Van hen kun je met goed fatsoen zoiets dús niet verwachten. Ze hebben de grootste moeite niet zelf ten onder te gaan.
De oplossing ligt in onszelf.
Lang hebben we geleefd in een situatie waarin alles was gericht op disciplinering ten behoeve van werkgévers. Dat er zoiets als werktijd naast vrije tijd bestaat, is meer dan een taalkwestie. Er bestaat een verschil. Over vrij tijd kun je zelf, vrij, beschikken. Werktijd is verkochte tijd. Niet dat niemand plezier had in z'n werk, maar dat was geen vereiste. Ik schreef het al eerder: daardoor geeft nu 66% van de werknémers aan te weinig werkplezier te hebben.
Het belangrijkste effect is echter dat we met veel werknemers zitten; mensen die níet zijn gericht op eigen initiatief, eigen creativiteit of eigen capaciteiten. Die welke de werkgever nodig had, zijn de enig belangrijk. En dus zijn ze een slapend bestaan gaan leiden.
Zonder werk lijken we doelloos en zinloos. Líjken, want in feite gebeurt er iets anders: we zijn niet (goed) in staat een alternatief te vinden voor het verlorene.
Daar ging het bericht dus over.
Over ons antwoord daarop; hoe geef je dát proces een zetje? Tot nu is het een Leids idee. Als Leiden de kans waarneemt, dan wordt het na volwassenwording geëxporteerd; als 'de Leidse aanpak'.
Of het lukt? Geen idee. In tegenstelling tot al die bedrijven die de gebaande - en improductieve - paden bewandelen, gaan we iets onbekends proberen. Maar als ik eerlijk ben en oordeel op basis van de reacties?
Natúúrlijk lukt het. Het sluit precies aan bij mensen, niet bij systemen.
Labels:
beleid,
chaos,
coöperatie,
innovatie,
Leiden,
maatschap,
overheid,
plannen,
sociale zaken,
Visie,
werkloos
vrijdag 10 januari 2014
We kunnen heel goed gewoon 'zijn'
Achter me ligt een spitskool te wachten om verwerkt te worden tot een avondmaal. Dat ga ik overlaten aan een ander gezindslid, want ik heb een idee voor deze blogpost dat ik nú moet opschrijven.
Deze kop en lead deden 't 'm.
Als ik het opschrijf, of jij wellicht al de hyperlink hierboven hebt gevolgd, zul je vast zeggen: wist ik al, dacht ik al. Da's mooi.
The Guardian schrijft over een fenomeen wat nog het best een paradox kan worden genoemd. Met de beschikbaarheid van steeds meer data, meer transparantie, keert een forse groep mensen zich tegelijkertijd áf van controleerbaarheid.
Dat ik het toch maar opschrijf, heeft alles te maken met mijn veronderstelling dat we geneigd zijn sommige groepen te veronachtzamen, of, erger, weg te zetten als domme onbenullen. Wilders-stemmers zijn een berucht voorbeeld. Het is hún mening, hún stem en er is geen enkele regel die een ander het recht geven daarover te oordelen. Daarmee tast je een democratisch beginsel aan. Terwijl veel van die critici zich 'verdedigers van de democratische waarden' achten. Kul.
Het is enorm interessant dat PEW, geciteerd door The Guardian, vaststelt dat een fors deel van de amerikanen niets gelooft van evolutie. Enig idee hoeveel? Zoveel:
(...) 33% of Americans believe that evolution is a vicious rumor, opining that "humans and other living things have existed in their present form since the beginning of time". Genesis is their story and they're sticking to it.
Not insignificantly, rejection of science over religious mythology is distinctly partisan: 48% of Republicans, versus 27% of Democrats, "just say no" to Darwin.
Dat kan reusachtig interessant worden. Ik ben, als je dit blog volgt, niet zo'n feitenmens. Natuurlijk spelen ze een rol. Maar wat veel discussies ontbeert, is emotie, visie en wereldbeeld. Dat kan best leiden tot discussies waarin feiten geen bepalende rol spelen.
Argumenten zijn veel belangrijker. En nog meer: de erkenning dat er niet zoiets bestaat als één waarheid. Als je al zoiets als Waarheid wenst te erkennen, kan die alleen maar bestaan uit de opgetelde, samengestelde waarheden van allen. Een belangrijke reden daarvoor is dat je anders onmondige mensen bestempelt tot minderwaardige. dat je mensen die slecht uit hun woorden komen, afserveert.
Het is duidelijk waarop The Guardian hier doelt:
De maatschappelijk-correcte reactie, een echte Pavlov-, is om dan te pleiten voor meer en beter onderwijs. De vraag zou echter moeten zijn wat voor samenleving we hebben gecreëerd. Als de krant gelijk heeft, keren mensen zich er van af omdat ze het overzicht van, de band met of de kennis erover kwijt zijn. Dan wordt de omgeving bedreigend.
Dat is alarmerend.
Waarheid en realiteit zijn niet absoluut noch waardevrij. Om een zo breed mogelijk beeld te hebben van die twee is het handig ook die onwelgevallige ideeën en opvattingen serieus proberen te snappen.
O. Mijn mening over evolutie of schepping? Ik snap niet waarom er meer zou moeten zijn dan een leven tussen geboorte en dood; waarom er iets vóór de conceptie zou moeten zijn, of iets na de dood. En al helemaal niet waarom we hier met 'een bedoeling' zouden moeten zijn.
We kunnen heel goed gewoon 'zijn'.
Deze kop en lead deden 't 'm.
Who needs facts? We appear to be in the Post-Information Age now
Evidence? Ha. That's for humanists, scientists and who knows what other dangerous–ists. It's all about how we feel now
Als ik het opschrijf, of jij wellicht al de hyperlink hierboven hebt gevolgd, zul je vast zeggen: wist ik al, dacht ik al. Da's mooi.
The Guardian schrijft over een fenomeen wat nog het best een paradox kan worden genoemd. Met de beschikbaarheid van steeds meer data, meer transparantie, keert een forse groep mensen zich tegelijkertijd áf van controleerbaarheid.
Dat ik het toch maar opschrijf, heeft alles te maken met mijn veronderstelling dat we geneigd zijn sommige groepen te veronachtzamen, of, erger, weg te zetten als domme onbenullen. Wilders-stemmers zijn een berucht voorbeeld. Het is hún mening, hún stem en er is geen enkele regel die een ander het recht geven daarover te oordelen. Daarmee tast je een democratisch beginsel aan. Terwijl veel van die critici zich 'verdedigers van de democratische waarden' achten. Kul.
Het is enorm interessant dat PEW, geciteerd door The Guardian, vaststelt dat een fors deel van de amerikanen niets gelooft van evolutie. Enig idee hoeveel? Zoveel:
(...) 33% of Americans believe that evolution is a vicious rumor, opining that "humans and other living things have existed in their present form since the beginning of time". Genesis is their story and they're sticking to it.
Not insignificantly, rejection of science over religious mythology is distinctly partisan: 48% of Republicans, versus 27% of Democrats, "just say no" to Darwin.
Dat kan reusachtig interessant worden. Ik ben, als je dit blog volgt, niet zo'n feitenmens. Natuurlijk spelen ze een rol. Maar wat veel discussies ontbeert, is emotie, visie en wereldbeeld. Dat kan best leiden tot discussies waarin feiten geen bepalende rol spelen.
Argumenten zijn veel belangrijker. En nog meer: de erkenning dat er niet zoiets bestaat als één waarheid. Als je al zoiets als Waarheid wenst te erkennen, kan die alleen maar bestaan uit de opgetelde, samengestelde waarheden van allen. Een belangrijke reden daarvoor is dat je anders onmondige mensen bestempelt tot minderwaardige. dat je mensen die slecht uit hun woorden komen, afserveert.
Het is duidelijk waarop The Guardian hier doelt:
(...) it is comforting to construct a personal reality when actual reality will not do. That is where astrology came from, and voodoo. Also Area 51 and supply-side economics. That's why we've slid into the Post-Information Age. It's going to be a rough patch for Darwin.
De maatschappelijk-correcte reactie, een echte Pavlov-, is om dan te pleiten voor meer en beter onderwijs. De vraag zou echter moeten zijn wat voor samenleving we hebben gecreëerd. Als de krant gelijk heeft, keren mensen zich er van af omdat ze het overzicht van, de band met of de kennis erover kwijt zijn. Dan wordt de omgeving bedreigend.
Dat is alarmerend.
Waarheid en realiteit zijn niet absoluut noch waardevrij. Om een zo breed mogelijk beeld te hebben van die twee is het handig ook die onwelgevallige ideeën en opvattingen serieus proberen te snappen.
O. Mijn mening over evolutie of schepping? Ik snap niet waarom er meer zou moeten zijn dan een leven tussen geboorte en dood; waarom er iets vóór de conceptie zou moeten zijn, of iets na de dood. En al helemaal niet waarom we hier met 'een bedoeling' zouden moeten zijn.
We kunnen heel goed gewoon 'zijn'.
Labels:
big data,
evolutie,
feiten,
Garfield,
guardian,
macht,
mening,
onderdrukking,
opstand,
Verelendung,
Visie,
weerstand
donderdag 24 oktober 2013
Wat wil je nou, gemeente?
Het afgelopen jaar heb ik het vaker beweerd: technologie biedt geen oplossing voor ongewenst menselijk gedrag; hoe je ermee schudt of er in roert. De reden daarvoor is vrij simpel: ik zie te vaak een haast naïef geloof dat technologie ons gaat verlossen van allerlei ongemakken.
Dat is baarlijke nonsens.
Het is zo verleidelijk; de gedachte dat de inzet van technologie problemen gaat oplossen. Het is zo verleidelijk dat velen het ook wíllen geloven. En er zíjn ook voorbeelden te vinden van successen.
Een sector waar de aandacht voor technologie al jaren vrij groot is, is de thuiszorg. Niet dat die aandacht is gericht op het verhogen van de kwaliteit. De aandacht is vooral gericht op het reduceren van kosten. Da's iets wezenlijk anders.
In de thuiszorg was men er als de kippen bij om technologie in te zetten die tijdregistratie tot op de minuut nauwkeurig mogelijk maakt. Het beeld van dictatoriale registratiesystemen die zorgden voor in- en uit vliegende thuiszorgmedewerkers bij cliënten, is echt niet ver bezijden de werkelijkheid. Nog steeds niet. Dat voor bijna alle cliënten de thuiszorgmedewerker een essentiële levenslijn is naar de buitenwereld, doet in 'het plaatje' niet ter zake.
Dat zouden de ontwikkelaars van apps en andere toepassingen voor gebruik in de thuiszorg zich goed moeten afvragen: draag ik op deze manier bij aan een betere zorg? Of aan een goedkopere? Wie heeft baat bij die ontwikkeling?
Het klinkt zo mooi: technologie in zetten om mensen - jou en mij - langer thuis te laten wonen. Daar valt geld (aan) te verdienen. Dat gebeurt dan ook. Het ene na het andere registratie- of communicatiessysteem wordt ontwikkeld, is innovatiever dan het andere, en verdwijnt vaker in de vergetelheid dan dat het een nationaal succes wordt.
Want zorg is mensenwerk.
Dat kun je dus heel erg fout doen. We dienen ons dan af te vragen waarom dat fout ging. Twee voorbeelden van vandaag.
Vanaf 07.00 zit in Leiden een oudere alleenwonende mevrouw te wachten op een thuiszorgmedewerker die antipsychotica komt bezorgen en laten innemen. 's Middags hoor ik dit: de thuiszorgmedewerker had gebeld, maar er werd niet open gedaan: "De bel was stuk" (die doet het gewoon). Maar wat ernstig is, is het niveau van deze medewerker die blijkbaar niet in staat is te bedenken dat je: kunt bellen naar het huis, via de buren hulp kunt vragen en zeker niet er van mag uit gaan dat er níets ernstigs aan de hand is. Ik vind het stuitend stom. Geen ander woord voor. Voor hetzelfde geld ligt er iemand op de grond en 'doet de bel het niet'.
Dit is geen uitzondering. De bejegening en probleemoplossing zijn structurele problemen. Naar mijn waarneming ook samenvallend met het inkopen van goedkopere zorg; verleend door goedkopere medewerkers, met andere motivatie dan 'zorgen'. Dan kun je leuk apps maken, maar als de zorg die wordt geboden ver beneden de maat is, zet dat geen enkele zode aan de dijk; laat staan, zoden.
Dan belazer je als gemeente-inkoper jezelf. Dan ben je bezig met het creëren van excuussituaties.
Die fixatie op kosten in plaats van effecten zag ik vandaag ook terug komen in het bericht dat in het gecontracteerd taxibusjesvervoer de milieunormen niet worden gehaald. Al die busjes voor schoolvervoer, voor gehandicaptenvervoer, voor ziekenvervoer: de meeste daarvan rijden nog steeds op diesel.
Het is een mooi streven van de plaatselijke overheden om milieuvriendelijk vervoer aan te besteden. Jammer genoeg willen diezelfde aanbesteders ook voor een dubbeltje op de eerste rang zitten. Dat gaat niet werken, gemeente. Concentreren op kosten betekent dat er gereden wordt met goedkopere dieselbusjes. Je kunt er vergif op innemen dat er ook steeds oudere, oncomfortabele busjes worden ingezet. Kosten tellen. Niet de kwaliteit.
Wat dit allemaal te maken heeft met innovatie?
Alles! Het tekent een volledig gebrek aan doelbepaling. Het enige wat er uit blijkt is dat een weifelende opdrachtgever die álles wil. Het tekent een opdrachtgever die spijtig genoeg ook in de illusie verkeert dat dat kán.
Het tekent ook de zoveelste situatie waarin de opdrachtgever veel te kwetsbaar is voor het argument dat 'hiermee al uw problemen worden opgelost'.
Dat is baarlijke nonsens.
Het is zo verleidelijk; de gedachte dat de inzet van technologie problemen gaat oplossen. Het is zo verleidelijk dat velen het ook wíllen geloven. En er zíjn ook voorbeelden te vinden van successen.
Een sector waar de aandacht voor technologie al jaren vrij groot is, is de thuiszorg. Niet dat die aandacht is gericht op het verhogen van de kwaliteit. De aandacht is vooral gericht op het reduceren van kosten. Da's iets wezenlijk anders.
In de thuiszorg was men er als de kippen bij om technologie in te zetten die tijdregistratie tot op de minuut nauwkeurig mogelijk maakt. Het beeld van dictatoriale registratiesystemen die zorgden voor in- en uit vliegende thuiszorgmedewerkers bij cliënten, is echt niet ver bezijden de werkelijkheid. Nog steeds niet. Dat voor bijna alle cliënten de thuiszorgmedewerker een essentiële levenslijn is naar de buitenwereld, doet in 'het plaatje' niet ter zake.
Dat zouden de ontwikkelaars van apps en andere toepassingen voor gebruik in de thuiszorg zich goed moeten afvragen: draag ik op deze manier bij aan een betere zorg? Of aan een goedkopere? Wie heeft baat bij die ontwikkeling?
Het klinkt zo mooi: technologie in zetten om mensen - jou en mij - langer thuis te laten wonen. Daar valt geld (aan) te verdienen. Dat gebeurt dan ook. Het ene na het andere registratie- of communicatiessysteem wordt ontwikkeld, is innovatiever dan het andere, en verdwijnt vaker in de vergetelheid dan dat het een nationaal succes wordt.
Want zorg is mensenwerk.
Dat kun je dus heel erg fout doen. We dienen ons dan af te vragen waarom dat fout ging. Twee voorbeelden van vandaag.
Vanaf 07.00 zit in Leiden een oudere alleenwonende mevrouw te wachten op een thuiszorgmedewerker die antipsychotica komt bezorgen en laten innemen. 's Middags hoor ik dit: de thuiszorgmedewerker had gebeld, maar er werd niet open gedaan: "De bel was stuk" (die doet het gewoon). Maar wat ernstig is, is het niveau van deze medewerker die blijkbaar niet in staat is te bedenken dat je: kunt bellen naar het huis, via de buren hulp kunt vragen en zeker niet er van mag uit gaan dat er níets ernstigs aan de hand is. Ik vind het stuitend stom. Geen ander woord voor. Voor hetzelfde geld ligt er iemand op de grond en 'doet de bel het niet'.
Dit is geen uitzondering. De bejegening en probleemoplossing zijn structurele problemen. Naar mijn waarneming ook samenvallend met het inkopen van goedkopere zorg; verleend door goedkopere medewerkers, met andere motivatie dan 'zorgen'. Dan kun je leuk apps maken, maar als de zorg die wordt geboden ver beneden de maat is, zet dat geen enkele zode aan de dijk; laat staan, zoden.
Dan belazer je als gemeente-inkoper jezelf. Dan ben je bezig met het creëren van excuussituaties.
Die fixatie op kosten in plaats van effecten zag ik vandaag ook terug komen in het bericht dat in het gecontracteerd taxibusjesvervoer de milieunormen niet worden gehaald. Al die busjes voor schoolvervoer, voor gehandicaptenvervoer, voor ziekenvervoer: de meeste daarvan rijden nog steeds op diesel.
Het is een mooi streven van de plaatselijke overheden om milieuvriendelijk vervoer aan te besteden. Jammer genoeg willen diezelfde aanbesteders ook voor een dubbeltje op de eerste rang zitten. Dat gaat niet werken, gemeente. Concentreren op kosten betekent dat er gereden wordt met goedkopere dieselbusjes. Je kunt er vergif op innemen dat er ook steeds oudere, oncomfortabele busjes worden ingezet. Kosten tellen. Niet de kwaliteit.
Wat dit allemaal te maken heeft met innovatie?
Alles! Het tekent een volledig gebrek aan doelbepaling. Het enige wat er uit blijkt is dat een weifelende opdrachtgever die álles wil. Het tekent een opdrachtgever die spijtig genoeg ook in de illusie verkeert dat dat kán.
Het tekent ook de zoveelste situatie waarin de opdrachtgever veel te kwetsbaar is voor het argument dat 'hiermee al uw problemen worden opgelost'.
Labels:
app,
doel,
doelbepaling,
geld,
gemeente,
inkoop,
kosten,
technologie,
thuiszorg,
Visie
dinsdag 15 oktober 2013
Is de wereld van Wall E fantasie?!
Voorlopig blijft een omroep als de VPRO voor mij nog steeds de betere programma's maken. Gelukkig hebben ze niet het alleenrecht meer. Bijna alle omroepen hebben wel iets goeds te bieden. Cabaret, humor... op een of andere manier heeft de VPRO dat minder: de wereld is blijkbaar alleen maar zeer serieus te benaderen.
Zo kijk ik geregeld een programma als Tegenlicht; niet alles, niet altijd en ik blijf zeker niet thuis voor een televisieprogramma. Meestal zijn het onderwerpen die me aanspreken, én die goed worden uitgewerkt. Natuurlijk, nooit helemaal zoals jouw mening. Maar da's nu juist de lol: achterblijven met vragen en inzichten. Voor het nietszeggend, snel vervliegend vermaak als speelfilms of shownieuws heb je de commerciëlen. En hun tot razernij brengende reclameblokken.
Tegenlicht heeft een voorkeur, zo lijkt het, voor 'de nieuwe maatschappij', voor het effect van de digitalisering. Omdat ik me daar de afgelopen twintig jaar mee heb bezig gehouden, is dat een warm bad. En het is, terecht, een onderwerp waar 'we' de vinger aan de pols moeten houden. Het kwartje kan linksom of rechtsom vallen. De ontwikkeling kan zowel bevrijdend als knechtend uitpakken.
De laatste aflevering van Tegenlicht die ik zag, ging over de techmens: een nondescriptieve, maar hippe term. 'We are into tech'. Zoiets. Plakten we een paar terug overal 2.0 achter, nu is het 'tech' wat de klok slaat. Ik zal blij zijn als die fixatie wat vermindert, want tech is niet bepaald ongevaarlijk-neutraal.
Het was Ben Hammersley (hoofdredacteur van Wired UK) die iets zei waarvan ik meteen dacht: 'Daar gaan we weer'. Hij zei dit (40'):
Goed, die laatste zin had ik niet hoeven citeren. Maar ook die past in mijn beeld van die beroepen. Een klein klierigheidje, dus.
Belangrijker: Hammersley maakt volgens mij een enorme fout. Zijn premissen kloppen, maar de conclusie. Volgt die daar logischerwijze uit? Ik denk het niet.
Waarom zijn mensen dan nog nodig?
Hammersley gaat er van uit dat er behoefte blijft bestaan aan "kunst, poëzie, creativiteit". Hij doet dat echter in een cirkel: die zijn alleen maar interessant voor mensen. Zolang er mensen zijn, zijn die talenten er dus ook. De vraag zal worden: wat is het nut, de toegevoegde waarde van mensen? De kans is groot dat in een rationele - computer-gebaseerde - maatschappij dat nut nihil is. In die diersoort steek je dus niet veel energie.
Somber? Niet echt. Het is makkelijk wegwuiven door dit beeld af te doen als science fiction. Natuurlijk, een Wall-E-samenleving zoekt niemand vrijwillig op. Dat is een dystopie, voor de mens.
Toch zijn we er naartoe op weg. Steeds vaker laten we beslissingen over aan machines. Steeds meer laten we machines ons gedrag bepalen. Steeds afhankelijker maken we onszelf van apparaatjes en apparaten. Steeds slimmer maken we al die apparaten.
Maar da's niet de bedreiging. De Techmens is niet de bedreiging. De opmars van het Rationele als Waarheid is het enge. Hammersley zou geen rechter worden, want een machine kan recht spreken omdat dat een beslisboom is. Is dat zo?!
Rationaliseren doordrenkt steeds meer maatschappelijke sferen.
Onderwijs? Dat moet doelmatig worden georganiseerd, en vooral geen zesjescultuur zijn. O, en creativiteit?!
Een gezin, kinderen? Is dat een langdurig verbond, of iets toevalligs?
Gezondheid, welvaart, welzijn... doelmatig beleven?!
Ik beklaag de komende generaties.
Omdat wíj, verblind door het positieve, het negatieve niet onderkennen. Omdat we hen niet opscheppen met een financieel probleem, maar met een veel immenser maatschappelijk probleem.
Zo kijk ik geregeld een programma als Tegenlicht; niet alles, niet altijd en ik blijf zeker niet thuis voor een televisieprogramma. Meestal zijn het onderwerpen die me aanspreken, én die goed worden uitgewerkt. Natuurlijk, nooit helemaal zoals jouw mening. Maar da's nu juist de lol: achterblijven met vragen en inzichten. Voor het nietszeggend, snel vervliegend vermaak als speelfilms of shownieuws heb je de commerciëlen. En hun tot razernij brengende reclameblokken.
Tegenlicht heeft een voorkeur, zo lijkt het, voor 'de nieuwe maatschappij', voor het effect van de digitalisering. Omdat ik me daar de afgelopen twintig jaar mee heb bezig gehouden, is dat een warm bad. En het is, terecht, een onderwerp waar 'we' de vinger aan de pols moeten houden. Het kwartje kan linksom of rechtsom vallen. De ontwikkeling kan zowel bevrijdend als knechtend uitpakken.
De laatste aflevering van Tegenlicht die ik zag, ging over de techmens: een nondescriptieve, maar hippe term. 'We are into tech'. Zoiets. Plakten we een paar terug overal 2.0 achter, nu is het 'tech' wat de klok slaat. Ik zal blij zijn als die fixatie wat vermindert, want tech is niet bepaald ongevaarlijk-neutraal.
Het was Ben Hammersley (hoofdredacteur van Wired UK) die iets zei waarvan ik meteen dacht: 'Daar gaan we weer'. Hij zei dit (40'):
Als ik mezelf loopbaanadvies moest geven voor over vijftig jaar, dan zou ik kijken naar alle dingen die een computer kan doen. Dus alles wat gebaseerd is op feiten en logisch redeneren. En dat zou ik mijden als de pest. En dan zou ik kijken naar alles wat een computer nooit kan. En dat zou ik gaan doen. Dingen zoals kunst, poëzie, creativiteit. Die zijn per definitie menselijk. Ik zou dus van m'n leven geen arts of advocaat worden.
Goed, die laatste zin had ik niet hoeven citeren. Maar ook die past in mijn beeld van die beroepen. Een klein klierigheidje, dus.
Belangrijker: Hammersley maakt volgens mij een enorme fout. Zijn premissen kloppen, maar de conclusie. Volgt die daar logischerwijze uit? Ik denk het niet.
Waarom zijn mensen dan nog nodig?
Hammersley gaat er van uit dat er behoefte blijft bestaan aan "kunst, poëzie, creativiteit". Hij doet dat echter in een cirkel: die zijn alleen maar interessant voor mensen. Zolang er mensen zijn, zijn die talenten er dus ook. De vraag zal worden: wat is het nut, de toegevoegde waarde van mensen? De kans is groot dat in een rationele - computer-gebaseerde - maatschappij dat nut nihil is. In die diersoort steek je dus niet veel energie.
Somber? Niet echt. Het is makkelijk wegwuiven door dit beeld af te doen als science fiction. Natuurlijk, een Wall-E-samenleving zoekt niemand vrijwillig op. Dat is een dystopie, voor de mens.
Toch zijn we er naartoe op weg. Steeds vaker laten we beslissingen over aan machines. Steeds meer laten we machines ons gedrag bepalen. Steeds afhankelijker maken we onszelf van apparaatjes en apparaten. Steeds slimmer maken we al die apparaten.
Maar da's niet de bedreiging. De Techmens is niet de bedreiging. De opmars van het Rationele als Waarheid is het enge. Hammersley zou geen rechter worden, want een machine kan recht spreken omdat dat een beslisboom is. Is dat zo?!
Rationaliseren doordrenkt steeds meer maatschappelijke sferen.
Onderwijs? Dat moet doelmatig worden georganiseerd, en vooral geen zesjescultuur zijn. O, en creativiteit?!
Een gezin, kinderen? Is dat een langdurig verbond, of iets toevalligs?
Gezondheid, welvaart, welzijn... doelmatig beleven?!
Ik beklaag de komende generaties.
Omdat wíj, verblind door het positieve, het negatieve niet onderkennen. Omdat we hen niet opscheppen met een financieel probleem, maar met een veel immenser maatschappelijk probleem.
Labels:
dystopie,
loopbaan,
positief,
reflectie,
samenleving,
tegenlicht,
toekomst,
Visie,
VPRO
dinsdag 25 juni 2013
Open brief aan de wethouder Werkgelegenheid
Geachte heer, mevrouw,
U heeft de oplossing zelf in handen. Waarvoor? Laat ik proberen dat uit te leggen.
Naar alle waarschijnlijkheid droomt u 's nachts dat uw gemeente bruist van energie. Voor uw geestesoog ontrolt zich het beeld van een nijver volkje. Enthousiaste ondernemers haasten zich door de straten. Met een tevreden glimlach. De hele stád straalt dat optimisme uit.
De ochtend is dan wat minder. Leiden is in last. Nederland luidt de noodklok. De economische motor hapert, stottert, stagneert. De energie vloeit weg uit uw gemeente.
Wat te doen?
Een belangrijk deel van de oplossing ligt in uw gemeente voor het oprapen. Menskracht die te gebruiken is en die feitelijk al is bekostigd waardoor ze min of meer gratis is.
In Leiden is pas een actieplan gepresenteerd om jongeren aan het werk te krijgen of (bij) te scholen. Dat is allemaal niet bijzonder. Ook niet zo heel bijzonder, maar wél belangrijk om vast te stellen, is dat Leiden en zijn partners een dynamische aanpak kiezen. De jonge werkloze en zijn mogelijkheden zijn leidend. Oplossingen moeten daarbij aansluiten, ook onorthodoxe. Maakt u zich, als bestuurder, geen zorgen dat dat 'u vraagt, wij draaien' wordt in Leiden; de inspanning zal van twee kanten moeten komen.
U beschikt over deskundigheid in uw gemeente, die níet wordt benut. Energie die weglekt en ervaring die verstoft raakt. Waarom die niet aangesproken in het belang van uw lokale economie en van de betrokkenen?
Het eist wel wat lef. Maar 'wie niet waagt, die niet wint' is niet voor niets een wijsheid.
Uw gemeente herbergt een aantal 55plussers, die in de systemen van het UWV zijn terecht gekomen. Mensen waarvan duidelijk is dat het voor hen uitermate moeilijk is weer een plaats te vinden in loondienst. Mensen ook die wel werk- én levenservaring meebrengen. Mensen die niet zo snel meer in paniek raken of onder de indruk. Mensen die kunnen relativeren.
En u weet net zo goed als ik dat dat niet hetzelfde is als 'Ja, maar...'-denken of 'niet met de tijd meegaand'. Ook u weet dat dat een leeftijd-ónafhankelijke mindset is. Of heeft u nooit gehoord van de vroegoude jongere, de antipode van Koos Koets?
Al die energie komt uw richting op. Ná de periode onder de hoede van het UWV zal een fors aantal via IOW of WWB uw verantwoordelijkheid worden. U gaat er een kostenpost bij krijgen de komende jaren.
Een kostenpost?!
Ik zeg: draai het om. U heeft ineens de beschikking over een impulskracht. Als u slim bent en slim opereert, kunt u een stevige zwengel geven aan uw lokale economie.
Waarom geeft u al die oudere werklozen - laten we het beestje bij z'n naam noemen - niet de ruimte om zich maximaal in te zetten? In te zetten voor uw samenleving.
Natuurlijk, het is niet politiek-correct te accepteren dat mensen niet meer in loondienst zullen werken. Maar het ontkennen, is niet alleen het ontkennen van de werkelijkheid; het is ook het doodslaan van energie omdat men wordt verplicht energie te steken in zinloos tijdverdrijf: het met alle geweld vinden van een betaalde baan.
Als u het lef en de visie heeft: waarom zo'n groep niet ontslaan van die verplichting en via individuele gesprekken nagaan waar ze aan de slag kunnen. Niet dwingend, maar hen faciliterend. Voor de een zal dat vrijwilligerswerk zijn en voor de ander het begeleiden van beginnende ondernemers. De een zal ondersteunend kunnen zijn in het onderwijs en de ander een poging willen doen tóch ZZPer te worden. Er zullen ook dure externe adviseurs vervangen kunnen worden.
Maar laat ze dat dan dóen. Zonder de dreiging een uitkering te verliezen of belemmeringen in het aantal uren.
U bent niet voor niets wethouder. Waarom niet met het UWV onderhandelt over het al eerder kunnen inzetten van die groepen? Waarom niet een poging gewaagd het UWV te bewegen te investeren in úw toekomstige medewerkers? Waarom niet de minister overtuigen van een flexibele oplossing voor oudere werkzoekenden die ook nog eens maatschappelijk rendement oplevert? De báten komen uw kant op.
Met vriendelijke groet,
Jan van der Sluis
PS
meneer Jan-Jaap de Haan, wethouder in Leiden,
míj kunt u bellen om dit eens verder uit te werken. En ik ken nog wel mensen in Leiden die geïnteresseerd zijn.
U heeft de oplossing zelf in handen. Waarvoor? Laat ik proberen dat uit te leggen.
Naar alle waarschijnlijkheid droomt u 's nachts dat uw gemeente bruist van energie. Voor uw geestesoog ontrolt zich het beeld van een nijver volkje. Enthousiaste ondernemers haasten zich door de straten. Met een tevreden glimlach. De hele stád straalt dat optimisme uit.
De ochtend is dan wat minder. Leiden is in last. Nederland luidt de noodklok. De economische motor hapert, stottert, stagneert. De energie vloeit weg uit uw gemeente.
Wat te doen?
Een belangrijk deel van de oplossing ligt in uw gemeente voor het oprapen. Menskracht die te gebruiken is en die feitelijk al is bekostigd waardoor ze min of meer gratis is.
In Leiden is pas een actieplan gepresenteerd om jongeren aan het werk te krijgen of (bij) te scholen. Dat is allemaal niet bijzonder. Ook niet zo heel bijzonder, maar wél belangrijk om vast te stellen, is dat Leiden en zijn partners een dynamische aanpak kiezen. De jonge werkloze en zijn mogelijkheden zijn leidend. Oplossingen moeten daarbij aansluiten, ook onorthodoxe. Maakt u zich, als bestuurder, geen zorgen dat dat 'u vraagt, wij draaien' wordt in Leiden; de inspanning zal van twee kanten moeten komen.
U beschikt over deskundigheid in uw gemeente, die níet wordt benut. Energie die weglekt en ervaring die verstoft raakt. Waarom die niet aangesproken in het belang van uw lokale economie en van de betrokkenen?
Het eist wel wat lef. Maar 'wie niet waagt, die niet wint' is niet voor niets een wijsheid.
Uw gemeente herbergt een aantal 55plussers, die in de systemen van het UWV zijn terecht gekomen. Mensen waarvan duidelijk is dat het voor hen uitermate moeilijk is weer een plaats te vinden in loondienst. Mensen ook die wel werk- én levenservaring meebrengen. Mensen die niet zo snel meer in paniek raken of onder de indruk. Mensen die kunnen relativeren.
En u weet net zo goed als ik dat dat niet hetzelfde is als 'Ja, maar...'-denken of 'niet met de tijd meegaand'. Ook u weet dat dat een leeftijd-ónafhankelijke mindset is. Of heeft u nooit gehoord van de vroegoude jongere, de antipode van Koos Koets?
Al die energie komt uw richting op. Ná de periode onder de hoede van het UWV zal een fors aantal via IOW of WWB uw verantwoordelijkheid worden. U gaat er een kostenpost bij krijgen de komende jaren.
Een kostenpost?!
Ik zeg: draai het om. U heeft ineens de beschikking over een impulskracht. Als u slim bent en slim opereert, kunt u een stevige zwengel geven aan uw lokale economie.
Waarom geeft u al die oudere werklozen - laten we het beestje bij z'n naam noemen - niet de ruimte om zich maximaal in te zetten? In te zetten voor uw samenleving.
Natuurlijk, het is niet politiek-correct te accepteren dat mensen niet meer in loondienst zullen werken. Maar het ontkennen, is niet alleen het ontkennen van de werkelijkheid; het is ook het doodslaan van energie omdat men wordt verplicht energie te steken in zinloos tijdverdrijf: het met alle geweld vinden van een betaalde baan.
Als u het lef en de visie heeft: waarom zo'n groep niet ontslaan van die verplichting en via individuele gesprekken nagaan waar ze aan de slag kunnen. Niet dwingend, maar hen faciliterend. Voor de een zal dat vrijwilligerswerk zijn en voor de ander het begeleiden van beginnende ondernemers. De een zal ondersteunend kunnen zijn in het onderwijs en de ander een poging willen doen tóch ZZPer te worden. Er zullen ook dure externe adviseurs vervangen kunnen worden.
Maar laat ze dat dan dóen. Zonder de dreiging een uitkering te verliezen of belemmeringen in het aantal uren.
U bent niet voor niets wethouder. Waarom niet met het UWV onderhandelt over het al eerder kunnen inzetten van die groepen? Waarom niet een poging gewaagd het UWV te bewegen te investeren in úw toekomstige medewerkers? Waarom niet de minister overtuigen van een flexibele oplossing voor oudere werkzoekenden die ook nog eens maatschappelijk rendement oplevert? De báten komen uw kant op.
Met vriendelijke groet,
Jan van der Sluis
PS
meneer Jan-Jaap de Haan, wethouder in Leiden,
míj kunt u bellen om dit eens verder uit te werken. En ik ken nog wel mensen in Leiden die geïnteresseerd zijn.
Labels:
55plus,
dynamisch,
iow,
lef,
Leiden,
maatschappelijke waarde,
netwerk,
onorthodox,
oplossing,
uwv,
Visie,
werkloos,
werkzoekend,
ww
Locatie:
Leiden, Nederland
zaterdag 27 april 2013
De kortetermijn van Leiden
Mijn buurman is een geleerd man. Sterker, hij is een erkénd geleerd man. Zijn werk is nadenken, onderzoeken, publiceren en lesgeven. En daarenboven draagt-i een titel die zijn geleerdheid aangeeft. Hij houdt zich bezig met de bestuurskundige kant van Nederland. En hij vliegt van hot naar haar over de wereld, in gesprek blijvend met vakgenoten.
We kunnen goed met elkaar opschieten. Wij zorgen tijdens vakanties voor hun konijn. We nemen pakjes aan van de pakjesbezorgers als er niemand thuis is. Kinderen weten waar een noodsleutel is te halen als zij de hunne zijn vergeten. Zo, dus. En we spreken elkaar af en toe verdergaand dan de standaardzinnen. Dat begint vaak over het weer, of zo'n konijnenafspraak, en kabbelt dan voort in de richting van heel andere onderwerpen.
Pas stonden we te praten over de staat van het land. Niet dat wij dat denken te gaan oplossen. Maar we hebben wel zo onze meningen en ideeën. Zo denken we allebei dat de groep die de grote klap gaat krijgen de zogenoemde middenklasse is. Zonder lullig te willen zijn: dat is het gros van Nederland en de kans is groot dat jij ertoe hoort. In de snel opkomende economieën zie je de middenklasse snel groeien, maar vooral ook snel aan macht winnen. Bij 'ons' - en da's inclusief de VS - dondert de middenklasse in elkaar. Inderdaad, de verhoudingen kantelen, draaien 180 graden.
De verwachting - die ik deel - is dat de makers de winnaars zullen zijn. Niet de beleidsmakers of de managers, die hebben afgedaan maar weten dat nog niet. Niet de zuivere denkers maar de doeners gaan de pijlers worden waarop we zullen moeten bouwen (voor een dubbel linkshandige als ik geen prettig idee). Nu moet je dat 'maken' niet onmiddellijk klassiek vertalen in: 'A ha! Arbeiders! Industrie!'. Fout! Dát wordt dus níet bedoeld.
De toekomst is er een waarin lijntjes weer kort zijn. Een waarin in kleine groepen wordt gewerkt. Een waarin wonen en werken weer geïntegreerd worden. Een waarin de samenleving meer autarkisch is dan nu. Dat klinkt allemaal enorm romantisch. Toch is het dat niet. Het is de tegenpool van de huidige situatie. En het is de situatie in wat wij nu nog derdewereldlanden noemen.
En de voorspelling is dat die mindermachtigen, die derde wereld, zich binnen enkele jaren híer bevindt.
Dat betekent niet per sé armoede. Het betekent wel andere verhoudingen. Kleinschaligheid zal belangrijker zijn dan ze de afgelopen decennia was. De wederopbouw van de economie zal afhankelijk zijn van makers.
Toen we zo stonden te praten, schoot me onze stad Leiden te binnen. Die gaat dus een zware periode tegemoet. We hebben hier haast geen makers meer. Wat we wel hebben, zijn denkers aan de universiteit en de hogeschool. We hebben veel dienstverlenende bedrijven. Dat zijn ook geen makers. Gelukkig hebben we wel een grote ROC en bijvoorbeeld een uniek instituut als de Leidse Instrumentmakersschool. Maar het is en blijft wat magertjes.
Leiden zal het zwaar krijgen. Maar de stad heeft ook kansen. De stad is historisch gezien al helemaal voorbereid op kleinschaligheid. Dat immers was eeuwen geleden de maat der dingen. De stad herbergde veel, zo niet alle, elementen uit een keten. Niet helemaal autarkisch, maar een stuk meer dan Leiden anno 2013 waarin van alles van buiten moet worden aangevoerd. Dat kan minder en zal ook anders gáán gebeuren. Stomweg omdat de recessie dat gaat afdwingen.
Als het over een poosje weer mooi weer is, ga ik toch 'ns verder praten met de buurman over deze situatie. Een stad als Leiden: met die soms vervloekt beperkte infrastructuur (middeleeuwers kenden bar weinig auto's), met jonge goed-opgeleide bewoners, strategisch gelegen. Dat moet toch kansen bieden? Dan moet je daar wél op inzetten, Leiden.
We kunnen goed met elkaar opschieten. Wij zorgen tijdens vakanties voor hun konijn. We nemen pakjes aan van de pakjesbezorgers als er niemand thuis is. Kinderen weten waar een noodsleutel is te halen als zij de hunne zijn vergeten. Zo, dus. En we spreken elkaar af en toe verdergaand dan de standaardzinnen. Dat begint vaak over het weer, of zo'n konijnenafspraak, en kabbelt dan voort in de richting van heel andere onderwerpen.
Pas stonden we te praten over de staat van het land. Niet dat wij dat denken te gaan oplossen. Maar we hebben wel zo onze meningen en ideeën. Zo denken we allebei dat de groep die de grote klap gaat krijgen de zogenoemde middenklasse is. Zonder lullig te willen zijn: dat is het gros van Nederland en de kans is groot dat jij ertoe hoort. In de snel opkomende economieën zie je de middenklasse snel groeien, maar vooral ook snel aan macht winnen. Bij 'ons' - en da's inclusief de VS - dondert de middenklasse in elkaar. Inderdaad, de verhoudingen kantelen, draaien 180 graden.
De verwachting - die ik deel - is dat de makers de winnaars zullen zijn. Niet de beleidsmakers of de managers, die hebben afgedaan maar weten dat nog niet. Niet de zuivere denkers maar de doeners gaan de pijlers worden waarop we zullen moeten bouwen (voor een dubbel linkshandige als ik geen prettig idee). Nu moet je dat 'maken' niet onmiddellijk klassiek vertalen in: 'A ha! Arbeiders! Industrie!'. Fout! Dát wordt dus níet bedoeld.
De toekomst is er een waarin lijntjes weer kort zijn. Een waarin in kleine groepen wordt gewerkt. Een waarin wonen en werken weer geïntegreerd worden. Een waarin de samenleving meer autarkisch is dan nu. Dat klinkt allemaal enorm romantisch. Toch is het dat niet. Het is de tegenpool van de huidige situatie. En het is de situatie in wat wij nu nog derdewereldlanden noemen.
En de voorspelling is dat die mindermachtigen, die derde wereld, zich binnen enkele jaren híer bevindt.
Dat betekent niet per sé armoede. Het betekent wel andere verhoudingen. Kleinschaligheid zal belangrijker zijn dan ze de afgelopen decennia was. De wederopbouw van de economie zal afhankelijk zijn van makers.
Toen we zo stonden te praten, schoot me onze stad Leiden te binnen. Die gaat dus een zware periode tegemoet. We hebben hier haast geen makers meer. Wat we wel hebben, zijn denkers aan de universiteit en de hogeschool. We hebben veel dienstverlenende bedrijven. Dat zijn ook geen makers. Gelukkig hebben we wel een grote ROC en bijvoorbeeld een uniek instituut als de Leidse Instrumentmakersschool. Maar het is en blijft wat magertjes.
Leiden zal het zwaar krijgen. Maar de stad heeft ook kansen. De stad is historisch gezien al helemaal voorbereid op kleinschaligheid. Dat immers was eeuwen geleden de maat der dingen. De stad herbergde veel, zo niet alle, elementen uit een keten. Niet helemaal autarkisch, maar een stuk meer dan Leiden anno 2013 waarin van alles van buiten moet worden aangevoerd. Dat kan minder en zal ook anders gáán gebeuren. Stomweg omdat de recessie dat gaat afdwingen.
Als het over een poosje weer mooi weer is, ga ik toch 'ns verder praten met de buurman over deze situatie. Een stad als Leiden: met die soms vervloekt beperkte infrastructuur (middeleeuwers kenden bar weinig auto's), met jonge goed-opgeleide bewoners, strategisch gelegen. Dat moet toch kansen bieden? Dan moet je daar wél op inzetten, Leiden.
donderdag 4 oktober 2012
Significant niet-causaal
Zit er werkelijk iets in, of is het gewoon giswerk op basis van brute force rekenwerk? Als je wilt, kun je je namelijk helemaal kapót rekenen aan vanalles en nog wat. En ogenschijnlijk nog verbanden vinden ook. Je kent vast het voorbeeld dat vaak wordt gebruikt om de begrippen correlatie en causaliteit uit te leggen. In een dorp wordt een statistisch significant verband berekend tussen aantallen geboorten en de aanwezigheid van ooievaars. De relatie tussen beide fenomenen is echter nul en dus is de relatie onzin. Het een veroorzaakt of verklaart het ander niet; is nuet causaal.
Zoiets gebeurt heel vaak als we nog niet goed snappen wat we zien of meemaken. Dat is ook een logische en zinvolle stap. Het is zo'n beetje: wie niet waagt, die niet wint. En wie niet zoekt, zal ook niet vinden. En dus proberen we veel te kwantificeren om daarna de variabelen met elkaar te kruisen op zoek naar verbanden. In de jaren tachtig, negentig nam dat met het bestaan van data warehouses een enorm, maar vrij korte, vlucht in de publiciteit: datamining. Oneerbiedig: dankzij de ineens beschikbare rekenkracht kon er ineens snel en willekeurig - de brute force - worden gezocht naar onvoorspelde verbanden. Een el dorado voor marketeers moet dat zijn geweest.
Uiteraard heeft datamining significante verbanden opgeleverd, net zo goed als dat er voorbeelden zijn te vinden waarin eerder bevestigend dan exploratief is gezocht. Zowel het zoeken naar verbanden die je verwacht als het vinden van volslagen onverwachte, is een risico.

Eigenlijk is het vrij logisch. Een verband dat je vindt, moet je ook kunnen verklaren. Vast nog niet honderd procent, maar een heel eind moet toch lukken. Een verband vinden dat op geen enkele manier logisch is, is een risico omdat je dan ook een niet-causaal verband kan hebben gevonden. En ja, officieel dien je eerst een theorie te hebben en met onderzoek te proberen die te ontkrachten. Lukt dat 'falsificeren' niet, dan heb je een goede theorie. Maar je moet dus wel een vermoeden, een hypothese, hebben.
In de wereld van de social media is het al een poosje een soort van Wilde Westen, zo lijkt het; een prima omgeving voor dit soort van zaken.
Wellicht dat het vooral marketeers zijn die op zoek zijn naar greep op de social media. Dat zou kunnen verklaren waarom er zo fanatiek wordt gezocht naar 'de beïnvloeders'. Dat het belangrijk wordt gevonden te weten wat de beste tijd is om een tweet te versturen. Wie nu eigenlijk de gebruikers zijn van de onderscheiden social media. Dat kún je lachend afdoen als onzin. Maar al die snippers kennis gaan op den duur vast op in een solide verhaal. En sommige snippers zullen inderdaad overbodig blijken.

Af en toe kun je je wel verbazen over de snippers die we vinden. Vandaag was het weer raak. In Venture Beat staat een artikel over een onderzoek van Compendium. Er hoort een mooie infographic bij die je zelf even mag aanclicken via het oorspronkelijk verhaal. Ook hier weer prachtig snippermateriaal: wat is het effect van het gebruik van uitroeptekens in social media? Of van vraagtekens? En hashtags? Wat zijn de leestijden van onderscheiden social media? En wat de beste lengte voor een tweet of Facebookbericht?
Nu alleen nog snappen waaróm dat zo is.
Zoiets gebeurt heel vaak als we nog niet goed snappen wat we zien of meemaken. Dat is ook een logische en zinvolle stap. Het is zo'n beetje: wie niet waagt, die niet wint. En wie niet zoekt, zal ook niet vinden. En dus proberen we veel te kwantificeren om daarna de variabelen met elkaar te kruisen op zoek naar verbanden. In de jaren tachtig, negentig nam dat met het bestaan van data warehouses een enorm, maar vrij korte, vlucht in de publiciteit: datamining. Oneerbiedig: dankzij de ineens beschikbare rekenkracht kon er ineens snel en willekeurig - de brute force - worden gezocht naar onvoorspelde verbanden. Een el dorado voor marketeers moet dat zijn geweest.
Uiteraard heeft datamining significante verbanden opgeleverd, net zo goed als dat er voorbeelden zijn te vinden waarin eerder bevestigend dan exploratief is gezocht. Zowel het zoeken naar verbanden die je verwacht als het vinden van volslagen onverwachte, is een risico.
Eigenlijk is het vrij logisch. Een verband dat je vindt, moet je ook kunnen verklaren. Vast nog niet honderd procent, maar een heel eind moet toch lukken. Een verband vinden dat op geen enkele manier logisch is, is een risico omdat je dan ook een niet-causaal verband kan hebben gevonden. En ja, officieel dien je eerst een theorie te hebben en met onderzoek te proberen die te ontkrachten. Lukt dat 'falsificeren' niet, dan heb je een goede theorie. Maar je moet dus wel een vermoeden, een hypothese, hebben.
In de wereld van de social media is het al een poosje een soort van Wilde Westen, zo lijkt het; een prima omgeving voor dit soort van zaken.
Wellicht dat het vooral marketeers zijn die op zoek zijn naar greep op de social media. Dat zou kunnen verklaren waarom er zo fanatiek wordt gezocht naar 'de beïnvloeders'. Dat het belangrijk wordt gevonden te weten wat de beste tijd is om een tweet te versturen. Wie nu eigenlijk de gebruikers zijn van de onderscheiden social media. Dat kún je lachend afdoen als onzin. Maar al die snippers kennis gaan op den duur vast op in een solide verhaal. En sommige snippers zullen inderdaad overbodig blijken.
Af en toe kun je je wel verbazen over de snippers die we vinden. Vandaag was het weer raak. In Venture Beat staat een artikel over een onderzoek van Compendium. Er hoort een mooie infographic bij die je zelf even mag aanclicken via het oorspronkelijk verhaal. Ook hier weer prachtig snippermateriaal: wat is het effect van het gebruik van uitroeptekens in social media? Of van vraagtekens? En hashtags? Wat zijn de leestijden van onderscheiden social media? En wat de beste lengte voor een tweet of Facebookbericht?
Nu alleen nog snappen waaróm dat zo is.
Abonneren op:
Posts (Atom)