Het is járen geleden dat ik 'besloot' geen boeken meer te lezen of films te gaan kijken over 'de oorlog'. Ik had er m'n buik van vol. Een overdosis helden en heldhaftigheid was me opgebroken. Op de een of andere manier werd het allemaal ongeloofwaardig.
Voor mijn gevoel klopte het allemaal niet. De verhaallijnen zullen vast ergens een kern van waarheid hebben (gehad). Waar ik niet uit kwam, is het beeld van de samenleving in die periode. Dat is decor, dat snap ik. Maar waar was eigenlijk de aandacht, als thema voor een speelfilm, voor dat leven? Nederland, zo lijkt het, zat vol met verzetstrijders en moedige mensen.
Ik geloof er geen barst van.
Natuurlijk zullen er Duitse militairen in het straatbeeld zijn geweest. Hoeveel zou het straatbeeld zijn afgeweken? Zou in 95% van de tijd en voor 95% van de mensen de wereld haast onveranderd hebben geleken? Met zonnige en regenachtige dagen, bomen en planten die in de lente uitlopen, de herfst die storm brengt en kortere dagen?
Dat was een bezetting. Da's wel een heel heftige. Zeker de interventies zullen indrukwekkend zijn geweest. De arrestaties, de verdwijningen, de aanslagen, de razzia's, de ge- en verboden. En toch blijft me de vraag bezighouden in hoeveel Nederlandse straten eigenlijk niet veel gebeurd is in die periode.
Hoe ziet het dagelijks leven er uit? Persoonlijk is dat de vraag die míj boeit. Dat je voor een landschap staat, geschilderd tijdens de Kleine IJstijd, en je je afvraagt hoe dat die dagen voelde. Hoe kóud was het? Die schaatsende mensen: wat deden en dachten ze? Hoe was het leven in een middeleeuwse stad? Ik schreef er al eerder over. Echt heel mooi zijn De Gekaapte Brieven. Ik vind het zo gaaf dat je een beeld krijgt van het alledaagse in een bepaalde periode.
Eigenlijk zou je het ook eens moeten doen; liefst bij ons in Leiden. Zoek een stukje stad wat nog 'ongerept' is. De kans is heel groot dat het misschien maar tien meter zijn. Zoek een plek waar je niet de hedendaagse samenleving ziet. Stop dan. Kijk héél aandachtig om je heen, vooral ook naar boven. Probeer je nu eens voor te stellen dat hier, op deze plek, heel lang geleden óoḱ mensen keken naar wat jij nu ziet. Wat deden ze? Hoe zagen zij het?
Dat fascineert me (het alledaagse vandaag de dag ook, hoor).
In Den Haag liep ik pas geleden een smal straatje uit toen ik het ineens realiseerde. Ik lóóp nu in een historische periode. Dat heeft geen bal met dat straatje te maken. Wat ik me realiseerde is dat de geschiedenisboekjes over een paar jaar gewag zullen maken van een forse wereldcrisis als gevolg van het annexeren van de Krim. Met een beetje pech gaat het ook nog eens verder dan 'een crisis'.
Zo voelt het dus. Wellicht.
Den Haag bleef Den Haag. Het lentelicht het lentelicht. De trein naar Leiden de trein naar Leiden (maar: op tijd!). Kortom, niks veranderd. De dreiging en de crisis waren nergens tastbaar. Ze zijn, voor ons!, virtueel; nieuwsberichten in krant en op tv. Een wereldwijde dreiging zoals de Cubacrisis (Varkensbaai, schepen met raketten, atoombomaanvalsdreiging), leerden wij, hield de wereld in zijn greep. De Koude Oorlog met z'n Wapenwedloop ook.
Het zijn geen oorlogen in jóuw vaderland. Maar toch: een historische periode - 'waar was jij, toen ...'- en je merkt het niet.
Posts tonen met het label samenleving. Alle posts tonen
Posts tonen met het label samenleving. Alle posts tonen
woensdag 19 maart 2014
vrijdag 7 maart 2014
Een georganiseerde vriendschap
De term was me nieuw: georganiseerde vriendschap. Toch is het een vriendschap die de komende jaren enorm belangrijk zal gaan worden; let op mijn woorden.
De term werd gebruikt door de coördinator van de Vriendendienst in Leiden. Dat is een vrijwilligersverband van mensen die belangeloos contact opnemen en onderhouden met mensen die heel erg verlegen zitten om sociaal contact. De reden daartoe doet er hier niet toe. Zo'n vriendendienst verzorgt een koppeling tussen jou en je maatje. Als dat klikt, onderhoud je een jaar lang dat contact. De inhoud ervan is wisselend. De een wil sporten - en krijgt mij haast zeker nooit als maatje - de ander wil er op uit, terwijl een derde wellicht vooral iemand zoekt om mee te praten.
Ons contact duurt nu ruim anderhalf jaar. Officieel te lang, dus. Ook omdat mijn maatje vooral iemand nodig heeft voor weekeinde-bezigheden - en ik dat te weinig kan 'leveren' - was er contact met de coördinator. In het gesprek met haar kwam de aanleiding voor deze blogpost voorbij.
De vriendendienst wordt overstelpt met verzoeken voor maatjes. En er zijn te weinig vrijwilligers. Deels is dat een gevolg van achterstallige werving (vanwege een, tot mijn ontsteltenis, terminale ziekte bij een sleutelpersoon), maar ook vanwege iets wat veel grotere zorgen moet baren.
De vriendendienst merkt al een poos een grotere aanwas van hulpvragen. Een aanwas die vooral lijkt te kunnen worden verklaard uit de veranderingen in de ggz en uit de komst van cliënten uit de ggz naar de gemeente. Hulpvragen ook waarvan de coördinator zelf zegt dat die 'veel te zwaar zijn voor vrijwilligers'.
Leuk om even bij stil te staan.
We hebben het over vrijwilligers die allemaal een - korte - training hebben gehad, die positief gemotiveerd zijn om dit werk te doen, die tijd en energie willen steken in zo'n relatie; en die niet geschikt zijn voor een deel van de huidige aanwas omdat die té complexe problematieken en gedrag met zich meebrengen. Dat zijn dus wel mensen die nú de steden binnen komen. Dat zijn dus wel mensen die nú bij de gemeente gaan aankloppen. Dat zijn dus wel mensen die nú worden opgevangen door... ja, door wie dan wel als de professionele opvang er niet meer is en de vrijwillige te licht.
Ga eens praten bij je lokale hulpverleningsinstantie. Geheel vrijblijvend. Niet eens om je aan te zetten je aan te melden als maatje of iets dergelijks. Vooral om je eens goed te informeren. Over de puinhoop die langzaamaan is ontstaan en die binnen twee jaar zichtbaar wordt.
De term werd gebruikt door de coördinator van de Vriendendienst in Leiden. Dat is een vrijwilligersverband van mensen die belangeloos contact opnemen en onderhouden met mensen die heel erg verlegen zitten om sociaal contact. De reden daartoe doet er hier niet toe. Zo'n vriendendienst verzorgt een koppeling tussen jou en je maatje. Als dat klikt, onderhoud je een jaar lang dat contact. De inhoud ervan is wisselend. De een wil sporten - en krijgt mij haast zeker nooit als maatje - de ander wil er op uit, terwijl een derde wellicht vooral iemand zoekt om mee te praten.
Ons contact duurt nu ruim anderhalf jaar. Officieel te lang, dus. Ook omdat mijn maatje vooral iemand nodig heeft voor weekeinde-bezigheden - en ik dat te weinig kan 'leveren' - was er contact met de coördinator. In het gesprek met haar kwam de aanleiding voor deze blogpost voorbij.
De vriendendienst wordt overstelpt met verzoeken voor maatjes. En er zijn te weinig vrijwilligers. Deels is dat een gevolg van achterstallige werving (vanwege een, tot mijn ontsteltenis, terminale ziekte bij een sleutelpersoon), maar ook vanwege iets wat veel grotere zorgen moet baren.
De vriendendienst merkt al een poos een grotere aanwas van hulpvragen. Een aanwas die vooral lijkt te kunnen worden verklaard uit de veranderingen in de ggz en uit de komst van cliënten uit de ggz naar de gemeente. Hulpvragen ook waarvan de coördinator zelf zegt dat die 'veel te zwaar zijn voor vrijwilligers'.
Leuk om even bij stil te staan.
We hebben het over vrijwilligers die allemaal een - korte - training hebben gehad, die positief gemotiveerd zijn om dit werk te doen, die tijd en energie willen steken in zo'n relatie; en die niet geschikt zijn voor een deel van de huidige aanwas omdat die té complexe problematieken en gedrag met zich meebrengen. Dat zijn dus wel mensen die nú de steden binnen komen. Dat zijn dus wel mensen die nú bij de gemeente gaan aankloppen. Dat zijn dus wel mensen die nú worden opgevangen door... ja, door wie dan wel als de professionele opvang er niet meer is en de vrijwillige te licht.
Ga eens praten bij je lokale hulpverleningsinstantie. Geheel vrijblijvend. Niet eens om je aan te zetten je aan te melden als maatje of iets dergelijks. Vooral om je eens goed te informeren. Over de puinhoop die langzaamaan is ontstaan en die binnen twee jaar zichtbaar wordt.
maandag 16 december 2013
Kil licht
Najaar. Grijs weer. Wind. Guur. De tijd van de doeltreffend-warme in plaats van de verleidelijk-dunne kleding. De tijd van de háástige stap in plaats van het lome zitten. De tijd van korte dagen en een aanslag op je hoeveelheid vitamine B.
Je stemming wordt beïnvloed door je omgeving. Of je nu wilt of niet. Je moet wel een ongelooflijk groot zonhater zijn om niet het opwekkend effect te (her)kennen van een zonnige dag. Of het nu zomer of winter is: een zon-dag máákt verschil. Je mag het context noemen; je omgeving. Het weer is daarin de factor die je het minst (niet) kunt beïnvloeden. Een andere groep mensen om je heen? Kun je voor kiezen (alhoewel ontslag nemen omdat je collega's niet precies dat zijn wat je zoekt, gaat wel ver). Een andere fysieke ruimte? Idem dito. Het is een vrij keuze tussen twee kwaden.
Deze tijd van het jaar herinnert me aan een invloedsfactor die we licht over het hoofd zien: de invloed van licht. Niet dat zonlicht; dat is wel de vorm die we allemaal het nadrukkelijkst ervaren. Maar heb je weleens gekeken naar al ons kunstlicht? Dat kan (nog) niet tippen aan het licht van de zon. Maar we zien er ervaren het veel.
De ontwikkeling naar milieuvriendelijke lampen lijkt logisch. Daarbij doen zich van die kleine wreveligheden voor zoals het plots niet beschikbaar zijn van nou net dat ene gloeilampje dat in je armatuur paste. Een ander effect is de moeite waard echt bij stil te staan: de kleur.
In verleden tijden was licht warm. Eenieder die romans heeft gelezen - of tekenfilms zag - kent vast wel het beeld: door een openstaande deur of raam naar buiten vallend licht. Dat is warm licht (ook omdat de hoofdpersoon ondertussen staat te vernikkelen van de kou of ellende).
Met de komst van elektrisch licht is het suizen van de gaslamp al vervangen door stilte. Het gloeien bleef; aangestoken door vuur of elektrische weerstand. De gloeilamp bracht gelig, warm licht. Niet voor niets hebben gasontladingsbuizen het niet tot de huiskamers geschopt. Enorm geschikt als fel, kil licht in de keuken, boven de snelweg of als 'buigzaam licht' voor neonreclames (die zie je ook niet veel meer).
Maar ik zie het kille licht oprukken.
Als je over straat gaat, zie je het verschil goed. De kerstversieringen die zijn gemaakt met de aloude gloeilamjes en die met de ledlampjes. Die laatste zijn feller wit, en echt wit in plaats van gelig.
Natuurlijk onze kennis over de invloed van licht op ons leven is groter dan ooit. Maar ik zit me nu dus wel af te vragen in hoeverre dat killere licht ook onze geestesgesteldheid beïnvloeden gaat. Lekker sluipend, want wie maakt zich nu zorgen over licht? Licht is licht. Toch? Als er maar genoeg licht is om te doen wat je wilt doen.
Ga je je dan uitgebreid druk maken over de kleurtemperatuur van licht? Of draaien we de goedkoopste variant er in?
En als dan killer licht algemeen wordt; worden wij dan ook killer?!
Je stemming wordt beïnvloed door je omgeving. Of je nu wilt of niet. Je moet wel een ongelooflijk groot zonhater zijn om niet het opwekkend effect te (her)kennen van een zonnige dag. Of het nu zomer of winter is: een zon-dag máákt verschil. Je mag het context noemen; je omgeving. Het weer is daarin de factor die je het minst (niet) kunt beïnvloeden. Een andere groep mensen om je heen? Kun je voor kiezen (alhoewel ontslag nemen omdat je collega's niet precies dat zijn wat je zoekt, gaat wel ver). Een andere fysieke ruimte? Idem dito. Het is een vrij keuze tussen twee kwaden.
Deze tijd van het jaar herinnert me aan een invloedsfactor die we licht over het hoofd zien: de invloed van licht. Niet dat zonlicht; dat is wel de vorm die we allemaal het nadrukkelijkst ervaren. Maar heb je weleens gekeken naar al ons kunstlicht? Dat kan (nog) niet tippen aan het licht van de zon. Maar we zien er ervaren het veel.
De ontwikkeling naar milieuvriendelijke lampen lijkt logisch. Daarbij doen zich van die kleine wreveligheden voor zoals het plots niet beschikbaar zijn van nou net dat ene gloeilampje dat in je armatuur paste. Een ander effect is de moeite waard echt bij stil te staan: de kleur.
In verleden tijden was licht warm. Eenieder die romans heeft gelezen - of tekenfilms zag - kent vast wel het beeld: door een openstaande deur of raam naar buiten vallend licht. Dat is warm licht (ook omdat de hoofdpersoon ondertussen staat te vernikkelen van de kou of ellende).
Met de komst van elektrisch licht is het suizen van de gaslamp al vervangen door stilte. Het gloeien bleef; aangestoken door vuur of elektrische weerstand. De gloeilamp bracht gelig, warm licht. Niet voor niets hebben gasontladingsbuizen het niet tot de huiskamers geschopt. Enorm geschikt als fel, kil licht in de keuken, boven de snelweg of als 'buigzaam licht' voor neonreclames (die zie je ook niet veel meer).
Maar ik zie het kille licht oprukken.
Als je over straat gaat, zie je het verschil goed. De kerstversieringen die zijn gemaakt met de aloude gloeilamjes en die met de ledlampjes. Die laatste zijn feller wit, en echt wit in plaats van gelig.
Natuurlijk onze kennis over de invloed van licht op ons leven is groter dan ooit. Maar ik zit me nu dus wel af te vragen in hoeverre dat killere licht ook onze geestesgesteldheid beïnvloeden gaat. Lekker sluipend, want wie maakt zich nu zorgen over licht? Licht is licht. Toch? Als er maar genoeg licht is om te doen wat je wilt doen.
Ga je je dan uitgebreid druk maken over de kleurtemperatuur van licht? Of draaien we de goedkoopste variant er in?
En als dan killer licht algemeen wordt; worden wij dan ook killer?!
dinsdag 15 oktober 2013
Is de wereld van Wall E fantasie?!
Voorlopig blijft een omroep als de VPRO voor mij nog steeds de betere programma's maken. Gelukkig hebben ze niet het alleenrecht meer. Bijna alle omroepen hebben wel iets goeds te bieden. Cabaret, humor... op een of andere manier heeft de VPRO dat minder: de wereld is blijkbaar alleen maar zeer serieus te benaderen.
Zo kijk ik geregeld een programma als Tegenlicht; niet alles, niet altijd en ik blijf zeker niet thuis voor een televisieprogramma. Meestal zijn het onderwerpen die me aanspreken, én die goed worden uitgewerkt. Natuurlijk, nooit helemaal zoals jouw mening. Maar da's nu juist de lol: achterblijven met vragen en inzichten. Voor het nietszeggend, snel vervliegend vermaak als speelfilms of shownieuws heb je de commerciëlen. En hun tot razernij brengende reclameblokken.
Tegenlicht heeft een voorkeur, zo lijkt het, voor 'de nieuwe maatschappij', voor het effect van de digitalisering. Omdat ik me daar de afgelopen twintig jaar mee heb bezig gehouden, is dat een warm bad. En het is, terecht, een onderwerp waar 'we' de vinger aan de pols moeten houden. Het kwartje kan linksom of rechtsom vallen. De ontwikkeling kan zowel bevrijdend als knechtend uitpakken.
De laatste aflevering van Tegenlicht die ik zag, ging over de techmens: een nondescriptieve, maar hippe term. 'We are into tech'. Zoiets. Plakten we een paar terug overal 2.0 achter, nu is het 'tech' wat de klok slaat. Ik zal blij zijn als die fixatie wat vermindert, want tech is niet bepaald ongevaarlijk-neutraal.
Het was Ben Hammersley (hoofdredacteur van Wired UK) die iets zei waarvan ik meteen dacht: 'Daar gaan we weer'. Hij zei dit (40'):
Goed, die laatste zin had ik niet hoeven citeren. Maar ook die past in mijn beeld van die beroepen. Een klein klierigheidje, dus.
Belangrijker: Hammersley maakt volgens mij een enorme fout. Zijn premissen kloppen, maar de conclusie. Volgt die daar logischerwijze uit? Ik denk het niet.
Waarom zijn mensen dan nog nodig?
Hammersley gaat er van uit dat er behoefte blijft bestaan aan "kunst, poëzie, creativiteit". Hij doet dat echter in een cirkel: die zijn alleen maar interessant voor mensen. Zolang er mensen zijn, zijn die talenten er dus ook. De vraag zal worden: wat is het nut, de toegevoegde waarde van mensen? De kans is groot dat in een rationele - computer-gebaseerde - maatschappij dat nut nihil is. In die diersoort steek je dus niet veel energie.
Somber? Niet echt. Het is makkelijk wegwuiven door dit beeld af te doen als science fiction. Natuurlijk, een Wall-E-samenleving zoekt niemand vrijwillig op. Dat is een dystopie, voor de mens.
Toch zijn we er naartoe op weg. Steeds vaker laten we beslissingen over aan machines. Steeds meer laten we machines ons gedrag bepalen. Steeds afhankelijker maken we onszelf van apparaatjes en apparaten. Steeds slimmer maken we al die apparaten.
Maar da's niet de bedreiging. De Techmens is niet de bedreiging. De opmars van het Rationele als Waarheid is het enge. Hammersley zou geen rechter worden, want een machine kan recht spreken omdat dat een beslisboom is. Is dat zo?!
Rationaliseren doordrenkt steeds meer maatschappelijke sferen.
Onderwijs? Dat moet doelmatig worden georganiseerd, en vooral geen zesjescultuur zijn. O, en creativiteit?!
Een gezin, kinderen? Is dat een langdurig verbond, of iets toevalligs?
Gezondheid, welvaart, welzijn... doelmatig beleven?!
Ik beklaag de komende generaties.
Omdat wíj, verblind door het positieve, het negatieve niet onderkennen. Omdat we hen niet opscheppen met een financieel probleem, maar met een veel immenser maatschappelijk probleem.
Zo kijk ik geregeld een programma als Tegenlicht; niet alles, niet altijd en ik blijf zeker niet thuis voor een televisieprogramma. Meestal zijn het onderwerpen die me aanspreken, én die goed worden uitgewerkt. Natuurlijk, nooit helemaal zoals jouw mening. Maar da's nu juist de lol: achterblijven met vragen en inzichten. Voor het nietszeggend, snel vervliegend vermaak als speelfilms of shownieuws heb je de commerciëlen. En hun tot razernij brengende reclameblokken.
Tegenlicht heeft een voorkeur, zo lijkt het, voor 'de nieuwe maatschappij', voor het effect van de digitalisering. Omdat ik me daar de afgelopen twintig jaar mee heb bezig gehouden, is dat een warm bad. En het is, terecht, een onderwerp waar 'we' de vinger aan de pols moeten houden. Het kwartje kan linksom of rechtsom vallen. De ontwikkeling kan zowel bevrijdend als knechtend uitpakken.
De laatste aflevering van Tegenlicht die ik zag, ging over de techmens: een nondescriptieve, maar hippe term. 'We are into tech'. Zoiets. Plakten we een paar terug overal 2.0 achter, nu is het 'tech' wat de klok slaat. Ik zal blij zijn als die fixatie wat vermindert, want tech is niet bepaald ongevaarlijk-neutraal.
Het was Ben Hammersley (hoofdredacteur van Wired UK) die iets zei waarvan ik meteen dacht: 'Daar gaan we weer'. Hij zei dit (40'):
Als ik mezelf loopbaanadvies moest geven voor over vijftig jaar, dan zou ik kijken naar alle dingen die een computer kan doen. Dus alles wat gebaseerd is op feiten en logisch redeneren. En dat zou ik mijden als de pest. En dan zou ik kijken naar alles wat een computer nooit kan. En dat zou ik gaan doen. Dingen zoals kunst, poëzie, creativiteit. Die zijn per definitie menselijk. Ik zou dus van m'n leven geen arts of advocaat worden.
Goed, die laatste zin had ik niet hoeven citeren. Maar ook die past in mijn beeld van die beroepen. Een klein klierigheidje, dus.
Belangrijker: Hammersley maakt volgens mij een enorme fout. Zijn premissen kloppen, maar de conclusie. Volgt die daar logischerwijze uit? Ik denk het niet.
Waarom zijn mensen dan nog nodig?
Hammersley gaat er van uit dat er behoefte blijft bestaan aan "kunst, poëzie, creativiteit". Hij doet dat echter in een cirkel: die zijn alleen maar interessant voor mensen. Zolang er mensen zijn, zijn die talenten er dus ook. De vraag zal worden: wat is het nut, de toegevoegde waarde van mensen? De kans is groot dat in een rationele - computer-gebaseerde - maatschappij dat nut nihil is. In die diersoort steek je dus niet veel energie.
Somber? Niet echt. Het is makkelijk wegwuiven door dit beeld af te doen als science fiction. Natuurlijk, een Wall-E-samenleving zoekt niemand vrijwillig op. Dat is een dystopie, voor de mens.
Toch zijn we er naartoe op weg. Steeds vaker laten we beslissingen over aan machines. Steeds meer laten we machines ons gedrag bepalen. Steeds afhankelijker maken we onszelf van apparaatjes en apparaten. Steeds slimmer maken we al die apparaten.
Maar da's niet de bedreiging. De Techmens is niet de bedreiging. De opmars van het Rationele als Waarheid is het enge. Hammersley zou geen rechter worden, want een machine kan recht spreken omdat dat een beslisboom is. Is dat zo?!
Rationaliseren doordrenkt steeds meer maatschappelijke sferen.
Onderwijs? Dat moet doelmatig worden georganiseerd, en vooral geen zesjescultuur zijn. O, en creativiteit?!
Een gezin, kinderen? Is dat een langdurig verbond, of iets toevalligs?
Gezondheid, welvaart, welzijn... doelmatig beleven?!
Ik beklaag de komende generaties.
Omdat wíj, verblind door het positieve, het negatieve niet onderkennen. Omdat we hen niet opscheppen met een financieel probleem, maar met een veel immenser maatschappelijk probleem.
Labels:
dystopie,
loopbaan,
positief,
reflectie,
samenleving,
tegenlicht,
toekomst,
Visie,
VPRO
zondag 30 juni 2013
Hoezo 'nieuw'?!
In eerste instantie legde ik de opmerking bijna weer terzijde. Maar omdat juist die achteloze soms tot nadenken (zouden moeten) stemmen, gilde dat inwendig virtuele stemmetje dat dát niet de bedoeling is. En dus...
Iemand die over het algemeen verstandige dingen zegt, beweerde dat een tekst van een columnist niet zo interessant was omdat
Kijk, en dáár ben ik het dus hartgrondig níet mee eens. Als je dit blog 'doorbladert', zul je hopelijk zien dat ik probeer over te brengen dat het loont het alledaagse van een andere kant te bekijken. Dat levert je nieuwe beelden en inzichten op. Gegarandeerd.
Jóu!
De stelling moet verdedigbaar zijn, dat het haast onmogelijk is geworden iets te bedenken, beargumenteren wat elders nog niet is gedacht, wat uniek is. Degene die met de eer van een Waarlijk Unieke Gedachte aan de haal gaat, is degene die het verwoordt. Da's best vreemd, toch? Dat is niet degene die de gedachte het eerst dénkt, maar de eerste die 'm deelt. Voor mij is dit een reden om bijvoorbeeld ieders gedachten serieus te nemen; ook de bespiegelingen van de glazenwasser over de samenleving.
Maar goed: uniek.
Het citaat ademt 'waardevrijheid' uit. Dat zal de spreekster níet met me eens zijn, maar ik zeg het tóch. Het argument wordt losgekoppeld van z'n context en beoordeeld aan de hand van een soort meetlat van uniciteit. En omdát veel anderen het gebruiken, is het lager gewaardeerd. Dat is echter, zoals de Engelsen dat zo mooi zeggen, in the eye of the beholder. Het is maar net wie ernaar kijkt.
Ik hoop echt dat je af en toe met een andere blik naar de wereld om je heen kijkt. Dat lukt lang niet genoeg. Het is lastig. Je vergeet het, en bekende patronen zijn snel en makkelijk. Maar toch... af en toe?! Zelfs mij lukt het, af en toe.
Als je - bijvoorbeeld als samenleving - wilt vernieuwden, dan is die open geest onontbeerlijk.in dat licht bezien, ben ik ook niet zo enorm onder de indruk van wat er zoal wordt 'geïnnoveerd'. Veel van die innovatoren blijken bij doorluisteren juist déze kwaliteit, openheid, te missen. In tegenstelling tot wat je zou verwachten bedoelen veel van die lui met 'wat goed is voor de mensen' 'wat ík vind dat goed is voor de mensen'. Innovatie is dan bevoogdend.
Dat werpt nieuw licht op de zaak. Het betekent - en ik denk dat ook te zien - veel trial and error, vallen en opstaan. Proberen. Niet omdat dat een goede ontwikkelstrategie is - dat deel ik volledig - maar vooral omdat je niet snapt wat je beoogde gebruikers wíllen. Dat de indrukwekkendste innovaties en de belangwekkendste theorieën levenswerken waren, dát vergeten we nog weleens. Haastige tijden maken dat we minder tijd nemen om goed te luisteren. Wat rest, is dan inderdaad de Aanpak van het Schot Breedspreidends Hagel: veel projecten starten en bij geen direct succes meteen weer stoppen.
Agile. Het eufemisme voor 'eigenlijk heb ik geen benul van de richting'?! En dús ook de beste aanpak?!
Iemand die over het algemeen verstandige dingen zegt, beweerde dat een tekst van een columnist niet zo interessant was omdat
zijn argument is ook niet fout, het is verschrikkelijk voorspelbaar en uitgekauwd. (...) Het is een argument dat iedere eerstejaars maakt. Gaap.
Kijk, en dáár ben ik het dus hartgrondig níet mee eens. Als je dit blog 'doorbladert', zul je hopelijk zien dat ik probeer over te brengen dat het loont het alledaagse van een andere kant te bekijken. Dat levert je nieuwe beelden en inzichten op. Gegarandeerd.
Jóu!
De stelling moet verdedigbaar zijn, dat het haast onmogelijk is geworden iets te bedenken, beargumenteren wat elders nog niet is gedacht, wat uniek is. Degene die met de eer van een Waarlijk Unieke Gedachte aan de haal gaat, is degene die het verwoordt. Da's best vreemd, toch? Dat is niet degene die de gedachte het eerst dénkt, maar de eerste die 'm deelt. Voor mij is dit een reden om bijvoorbeeld ieders gedachten serieus te nemen; ook de bespiegelingen van de glazenwasser over de samenleving.
Maar goed: uniek.
Het citaat ademt 'waardevrijheid' uit. Dat zal de spreekster níet met me eens zijn, maar ik zeg het tóch. Het argument wordt losgekoppeld van z'n context en beoordeeld aan de hand van een soort meetlat van uniciteit. En omdát veel anderen het gebruiken, is het lager gewaardeerd. Dat is echter, zoals de Engelsen dat zo mooi zeggen, in the eye of the beholder. Het is maar net wie ernaar kijkt.
Ik hoop echt dat je af en toe met een andere blik naar de wereld om je heen kijkt. Dat lukt lang niet genoeg. Het is lastig. Je vergeet het, en bekende patronen zijn snel en makkelijk. Maar toch... af en toe?! Zelfs mij lukt het, af en toe.
Als je - bijvoorbeeld als samenleving - wilt vernieuwden, dan is die open geest onontbeerlijk.in dat licht bezien, ben ik ook niet zo enorm onder de indruk van wat er zoal wordt 'geïnnoveerd'. Veel van die innovatoren blijken bij doorluisteren juist déze kwaliteit, openheid, te missen. In tegenstelling tot wat je zou verwachten bedoelen veel van die lui met 'wat goed is voor de mensen' 'wat ík vind dat goed is voor de mensen'. Innovatie is dan bevoogdend.
Dat werpt nieuw licht op de zaak. Het betekent - en ik denk dat ook te zien - veel trial and error, vallen en opstaan. Proberen. Niet omdat dat een goede ontwikkelstrategie is - dat deel ik volledig - maar vooral omdat je niet snapt wat je beoogde gebruikers wíllen. Dat de indrukwekkendste innovaties en de belangwekkendste theorieën levenswerken waren, dát vergeten we nog weleens. Haastige tijden maken dat we minder tijd nemen om goed te luisteren. Wat rest, is dan inderdaad de Aanpak van het Schot Breedspreidends Hagel: veel projecten starten en bij geen direct succes meteen weer stoppen.
Agile. Het eufemisme voor 'eigenlijk heb ik geen benul van de richting'?! En dús ook de beste aanpak?!
Labels:
chaos,
column,
innovatie,
logica,
nadenken,
ontwikkelen,
orde,
samenleving,
uitdagen,
Vernieuwing
Locatie:
Leiden, Nederland
dinsdag 17 juli 2012
Ken je het Panopticum? Een uitvinding uit de late 18de eeuw, van een zekere Jeremy Bentham. Hij ontwikkelde een principe wat op tal van terreinen is toe te passen: het alziende, het panoptische. De essentie is vrij eenvoudig: het te controleren object wéét dat het bekeken kán worden en zal daardoor zelfcorrigerend zijn. Het bekendste voorbeeld van het principemis de koepelgevangenis. De gevangen weten niet of en door hoeveel bewakers zij vanuit de centrale toren worden bewaakt.


Het principe van een panopticum is op meer plekken toepasbaar, vond Bentham. Hij zag ook wel toepassingen in fabrieken, scholen en psychiatrische instellingen. Voor hem zijn dat plekken waar objecten, mensen, geïsoleerd van elkaar moeten zijn. Scholieren kunnen dan niet spieken. De concentratie van arbeiders neemt toe als ze elkaar niet afleiden. En psychiatrisch patiënten zouden elkaar niet kunnen aansteken als ze volledig geïsoleerd kunnen worden. Overigens is het maar de vraag of Bentham werkelijk solitaire opsluiting voor ogen had. Het systeem werkt immers zolang de bekekene geen zekerheid heeft óf hij wordt bekeken. Dat kan ook met groepen.
Het aardige aan Bentham's idee is dat het erop lijkt dat we met z'n allen in één groot panopticum zijn terecht gekomen. En daar gedragen we ons naar.
Het eerste wat de meeste mensen dan te binnen schiet, zijn al die camera's die ons bespieden. Staan ze aan? Wie ziet die beelden? Zíet iemand de beelden? Dat is inderdaad panoptisch.
Maar het kan allemaal nog veel subtieler. Wat te denken van de schoolbel? Ook daar is de band tussen degene die het signaal geeft en de degene die iets moet doen, op grotere afstand gekomen. Hoe dat principe van afstand en panopticum werkt, kun je iedere dag zien op lege kruispunten met rode stoplichten en spoorwegovergangen waarvoor (te) lang moet worden gewacht. Hoe vaak, vooral bij die kruispunten, negeren we dan uiteindelijk toch het rode licht? In de fase ervoor heerst echter het panopticum: de angst dat een gezagsdrager de overtreding zal zien.
Maar het kan allemaal nog veel subtieler. Wat te denken van de schoolbel? Ook daar is de band tussen degene die het signaal geeft en de degene die iets moet doen, op grotere afstand gekomen. Hoe dat principe van afstand en panopticum werkt, kun je iedere dag zien op lege kruispunten met rode stoplichten en spoorwegovergangen waarvoor (te) lang moet worden gewacht. Hoe vaak, vooral bij die kruispunten, negeren we dan uiteindelijk toch het rode licht? In de fase ervoor heerst echter het panopticum: de angst dat een gezagsdrager de overtreding zal zien.
En de subtiliteit neemt toe, hoor. Sterker, we beginnen steeds meer 'normaal' te vinden. We zullen het niet hebben over het 'surveillance-gedrag' van de Google's en Facebook-en van deze wereld. Dat zou, hoe terecht ook, te makkelijk zijn.
Maar wat te denken van bijvoorbeeld de burgers die via anonieme meldpunten andere burgers kunnen doorgeven aan autoriteiten. Een perfect panoptische situatie die ook nog eens onzichtbaar is gemaakt. En dan hebben we het níet over de Stasi, maar over Nederland in 2012.
Ook vakantiedagen kunnen panoptische trekjes hebben. Heb je je weleens gerealiseerd dat veel uitkeringsgerechtigden veel alleen thuis zijn vanwege gebrek aan mogelijkheden? En als je weet dat een ww-er per jaar maximaal twintig vakantiedagen mág aanvragen, dan ontstaat het beeld van mensen die vanwege regelgeving gedwongen thuis zitten, of minstens een heel beperkte leefwereld hebben.
En denk niet dat werkenden het beter hebben. Het feit dat je je werk mee naar huis neemt, letterlijk in computers of figuurlijk in gedachten, betekent ook niets anders dan dat je je daartoe gedwongen voelt. Ook als je nu tegen jezelf zegt dat je het doet omdat jij die ene Nederland bent die het echt 100% voor z'n eigen lol doet. Het is jouw gevoel dat zegt dat het móet.
Ook vakantiedagen kunnen panoptische trekjes hebben. Heb je je weleens gerealiseerd dat veel uitkeringsgerechtigden veel alleen thuis zijn vanwege gebrek aan mogelijkheden? En als je weet dat een ww-er per jaar maximaal twintig vakantiedagen mág aanvragen, dan ontstaat het beeld van mensen die vanwege regelgeving gedwongen thuis zitten, of minstens een heel beperkte leefwereld hebben.
En denk niet dat werkenden het beter hebben. Het feit dat je je werk mee naar huis neemt, letterlijk in computers of figuurlijk in gedachten, betekent ook niets anders dan dat je je daartoe gedwongen voelt. Ook als je nu tegen jezelf zegt dat je het doet omdat jij die ene Nederland bent die het echt 100% voor z'n eigen lol doet. Het is jouw gevoel dat zegt dat het móet.
Dat panoptisch karakter van onze samenleving, ook wel de surveillance-maatschappij genoemd, kún je bagatelliseren. Maar daarmee heb je de toenemende effecten van over-stressing niet weggepoetst. Want dát doet het panopticum met het individu: onzekerheid en stress veroorzaken.
Maar daarvan heb jij vast geen last... toch?
Labels:
bewaken,
controle,
Panopticum,
samenleving,
school,
stress,
surveillance,
werk
Locatie:
2321 Leiden, Nederland
Abonneren op:
Posts (Atom)