Posts tonen met het label gedrag. Alle posts tonen
Posts tonen met het label gedrag. Alle posts tonen

zondag 28 september 2014

Een huis voor een kat

Hallucineren is werkelijk niet moeilijk.

Wij hebben twee katten: een oudere van zo'n 15 en een jongere van zo'n 10. Inderdaad, er zit een voortgaande reeks in. De jongere is er al opdat er weer een nieuwe jongere kan komen als de oudere de pijp uit gaat. Dat verwachten we al drie jaar, maar het lukt 'm niet echt. Wel wordt-i steeds miauweriger, (overdreven) aanhankelijker, vergeetachtiger, kippiger en minder sterk (waardoor-i tégen de bank aanspringt in plaats van er op).

De jongere is een dondersteen geweest. Hij is dol op schooien en doet dat ook dagen achtereen. Of het regent of sneeuwt: meneer is altijd op pad. Af en toe rust-i hier uit of laat zich verzorgen. We hebben hem hier al heel vaak zien arriveren als grijze kat - hij is wít - omdat-i in de stof heeft liggen dwarrelen. Hij kan zwartgevlekt zijn, van de smeerolie onder auto's (waarvan ik me nog steeds afvraag wat die katten bezielt om kopjes te geven aan áuto's), pikzwart-stinkend (hij donderde ooit in ons vijvertje. 1,5 x 1 x 0,5! Zó klein), en ook bijna helemaal rood van het bloed. Zo'n kat. Eentje die nu alweer maanden rondloopt met allerlei korstjes aan z'n oren die een gevolg zijn van, ja wat?

De heren verdedigen hun territorium met hand en tand. De oudere steeds minder (die snurkt), de jongere niet echt fanatiek. Als-i vecht, doet-i dat volgens de dierenarts niet altijd even slim. Maar als er een vreemde kat in de tuin is, doen ze wel aan freeze, fligt of fight. Vooral freeze kan dolkomisch uitpakken: 'nee, jôh, ik zie jou niet. Ik doe net of je er niet bent' of ze springen van verrassing een meter de lucht in. Meestal werkt blazen aardig. Mocht de wapenwedloop een stapje zetten, dan komt een heel arsenaal aan enge geluiden tevoorschijn. En soms vliegen ze elkaar in de haren, meestal omdat er geen uitweg is voor één van beide.

Sinds een jaar zijn er weer nieuwe katten in de buurt. Dat verstoort de balans.

Een paar huizen verderop wonen nu twee nieuwe katten. Met één van hen kan de jongere heel goed opschieten, met de andere minder. Beide nieuwkomers, een roodwit gevlekte en een rode, zijn echter ook donderstenen. Ze staan fanatiek kopjes te geven aan ons raamkozijn en naar binnen te gluren. Op zoek naar eten natuurlijk. Met van die pretoogjes en een oogopslag van Pietje Bell.

Als het raam open staat - en dat is vaak - zijn ze inmiddels zo ver dat zij in elk geval geen bezwaar zien in binnensluipen. Hup, door het raam en wandelen maar door een huis dat verdraaid lijkt op hun eigen, qua indeling. Meestal heeft onze oudere niet eens door dat-i bezoek heeft. De enkele keer dat dat wel gebeurt, valt-i bijna om van verbazing. Zo kijkt-i althans, alsof er een fata morgana, een zinsbegoocheling optreedt. Vanmiddag kwam onze witte de rode tegen op de onze trap; neuzen tegen elkaar en doorlopen, alsof het de gewoonste zaak van de wereld is.

Het lastige is wel dat de jongens nog geluidloos zijn (de rode springt nu net naar binnen). Dat is misschien nog wel een probleempje voor mij. Dat ik zit te tikken en door de randen van mijn bril denk iets te zien bewegen, of niet. Vaak is het niets. Maar de kans is serieus aanwezig dat er katte-iemand voorbij sluipt. Of -en dat gebeurde me al een paar keer - dat ik denk dat het een van onze katten is die naast me op de grond ligt.

zondag 22 juni 2014

Meepraten?!

Het is één van die situaties die heerlijk eenvoudig tot misverstanden leiden: dat toegankelijkheid van het debat voldoende voorwaarde is om mee te doen. Er is echter een andere, noodzakelijke voorwaarde nodig.

Internet heeft de publieke debatruimte enorm vergroot. De toegang tot die ruimte is laagdrempeliger dan ooit: de enige benodigdheden zijn een computer of een smartphone en een internetverbinding.
(...)
Een stuk democratischer dan de klassieke media: radio, televisie, kranten en tijdschriften, waar de poort nog altijd bewaakt wordt door een selecte groep.


Een citaat uit een artikel van Jennie Barbier in de De Volkskrant, over die eerste zin.

Dat roept twee vragen op. Is téchnische toegankelijkheid voldoende? En, zijn er geen poortwachters? Beide vragen zul je met 'nee' moeten beantwoorden.

Waar overheen wordt gestapt, is dat aanwezigheid nog lang niet voldoende is. Om een bijdrage aan een debat te leveren, zijn veel meer factoren van belang.

Zo zal je je mening moeten kunnen formuleren. Dat is een stokoude. Niet iedereen is in staat zijn mening zó te verwoorden dat één van de (oude) media die oppakken. Dat is inderdaad de kracht van social media; er is geen filter op jouw inbreng. Dat betekent echter nog niet dat je ook in staat bent de juiste tone of voice, het juiste groepsgevoel te verwoorden. Nog steeds gaat het allergrootste deel ten onder in het geroezemoes.

Tijdigheid speelt ook een rol. Ik hoop nooit alle mensen te eten te moeten geven die de zin "dat zei of schreef ik al járen geleden" hebben gebruikt. Het gaat niet alleen om de inhoud, maar zeker óók om het moment. Je kunt 'voor de troepen uit lopen', heet dat zalvend.

De belangrijkste factor is er echter een die - onaangenaam - níet in het beeld van een open, sociaal en democratisch systeem past.

Oók in de wereld van de social media maakt het uit wíe je bent.

Ik heb het al 'ns beschreven. Ook - met name?! - in gesprekken via social media gebeurt het vaak dat mensen zich niet verwaardigen je te antwoorden. Dan mag je de BN'ers overslaan. Degenen met enorme aantallen relaties kun je als twijfelgeval zien, maar ook zij zijn wel degelijk poortwachter. Het gaat er om dat niet iedereen in een gesprek betrokken wordt. Daarvan kun je denken: 'maar als het er teveel zijn, dan is dat toch logisch?!'.

Oh? En wie bepaalt dan wie er wel en wie niet mee mág doen? Exact.

Daarenboven: stel een mening neemt serieuze vormen aan. Ook dan is er geen enkele garantie op effect. Daarvoor heb je ook nog eens de beslissers nodig.

Hoe je het wendt of keert; social media hebben geen effect op het groepsproces rond gesprekken. Wat ze wél deden, is nieuwe beïnvloeders een kans (platform) geven. Dat is de (bekende) beweging die zich laat herkennen; het ontstaan van groepen die zichzelf dezelfde status toekennen ('peers') en feitelijk daarmee anderen buiten sluiten. Omdat het 'ook maar gewoon ménsen zijn' gedraagt men zich ook zoals in de ademende wereld: het zoekplaatje Old Boys Network.

Het is eigenlijk allemaal basale kennis van sociale groepen en hun dynamiek. Maar de belangrijkste is wellicht wel dat de digitale wereld geen onmenselijke is. Dat degene die de computer bedient een mens is. En dat die in de basis niet ineens fundamenteel ánders is.

vrijdag 6 juni 2014

De aapmens

Een makkie. Een paar citaten uit de VPROgids die een interview plaatste met Frans de Waal, apenkenner. Als je het dán nog niet begrijpt of wilt begrijpen, wordt het lastig. En zeg niet dat het 'maar apen zijn'. De nuanceringen over het verschil mens - aap zijn ook benoemd.

http://www.youtube.com/watch?v=XCTk4IMoSlU&feature=youtube_gdata_player

De essentie?! Luie aap! Goed dan, in mijn woorden. Apen, en mensen, kiezen voor een sociale, rechtvaardige beloning voor gelijke inspanning. De reden is afkeer van ongelijkheid. Ongelijke beloning wordt best wel geaccepteerd, mits het niet té eenzijdig naar één kant is en als het gaat om ongevraagde giften.

Koppels (kapucijnaapjes, JvdS) bij wie we de beloning afwisselden waren veel langer bereid samen te werken dan koppels waarin telkens dezelfde aap de beste beloning kreeg.


Sociale ontwrichting is ook voor apen een gevaar, en de reden waarom zelfs de machtigste alfaman chimpansee nooit al het eten voor zichzelf houdt. Er is altijd kans op een massale reactie.


Let wel: het gaat hier over belóning, niet over bezit. De huidige discussie in mensenland gaat over beide: de grote vermogensverschillen tussen arm en rijk én de exorbitant hoge inkomens van sommigen.

Wat mij betreft het bedreigendste citaat is dit hieronder. Vooral omdat het griezelig goed past in een tendens waarin directe relaties worden vervangen door indirecte. Of dat nu goed of slecht is, of meer dan wel minder gaat worden; dit verklaart het. Niet om vrólijk van te worden als je het tot je laat doordringen.

Mensen vermijden ongelijkheid om dezelfde reden als apen, omwille van de samenwerking. Maar dat geldt voor persoonlijke relaties. Mensen die anoniem zijn gedragen zich anders. Dat verklaart waarom er tegenwoordig meer ongelijkheid is dan in de samenlevingen van onze voorouders.


Een romantisch terugblikken op 'de tijd toen geluk nog heel gewoon was'? Da's te eenvoudige repliek en feitelijk domweg de ogen sluitend. Alsof alleen 'vooruit, vooruit' in de innovatie-wedloop een goede keuze is.

We leerden allemaal dat de Romeinse heersers gebruik maakten van 'brood en spelen'. Welnu, Marieke Drost vat het in de VPROgids prima samen:

(...) onze intuïtieve afkeer van ongelijkheid wordt gedempt door door onze toegenomen welvaart en autonomie. Dat zou verklaren waarom onze verontwaardiging beperkt tot mopperen tegen de tv, en zelden tot opstand leidt. We zijn geen apen.

dinsdag 6 mei 2014

Afscheid van een politicus: het moet.

Afscheid nemen, is een complexe emotie. Vandaag was ik bij een afscheidsreceptie om in artikelvorm daarvan verslag te doen. Daar sta je dan. Zoals altijd neem ik ruim tijd om de sfeer te proeven en de mensen te bekijken.

Zo'n afscheidsreceptie is een ritueel. De afscheidnemende staat ergens in de ruimte en vóór hem of haar vormt zich een rij om hem of haar de hand te schudden. Die handschudding is meteen ook het moment om een geschenk te overhandigen. Dat wordt overigens snel afgevoerd door een speciaal daarvoor aangewezene, die meteen een naamsticker plakt.

Vandaag namen twee politici afscheid.

Het was druk - of de zaal was te klein; dat kan ook - en afgaand op de lengte van beide rijen waren de heren qua populariteit aan elkaar gewaagd. Ze zullen ook nog wel het een en ander moeten gaan uitpakken, want velen in beide rijen hadden iets in de handen.

Zo'n receptie bekijkend, bekruipt mij de vraag wat ik nu eigenlijk zie.

Die rij is wel duidelijk. Maar verder?

Bekenden die elkaar groeten. De mensen die gezien en gesproken móeten worden, worden toegeknikt. De mensen die er niet toe doen, worden genegeerd. Je haalt de incrowd, de zelfbenoemde elite, er zó uit. Da's best wel leuk om te bekijken: hoe als satellieten de wannabe's rond de top dogs cirkelen. Hoe mensen langs elkaar heen om zich heen spieden wie nog meer interessant is om de hand te schudden. De ietwat over de top reacties. De gesprekken die, als je er flarden van oppikt, vooral gaan over Belangwekkende Zaken: het netwerken en lobbyen.

Eerlijk gezegd, vind ik dat wat bevreemdend. Op de receptie is de aandacht voor degene die onderwerp van de feestelijkheid is, eigenlijk minimaal. In essentie is die terug gebracht tot een handtekening in een gastenboek en een geschudde hand. Daarna gaat het over andere zaken. Zeker in dit geval waar de receptie ook een zeker blijk van waardering zou moeten zijn voor een levend persoon, is dat magertjes.

Niet dat iedereen anekdotes moet ophalen of klungelig in elkaar gezette liedjes zingen, maar toch. Waar is dat eerbetoon? Waar is zijn palmares benoemd? Ondanks de drank en de - erg lekkere - hapjes, is zo'n receptie een kale, zakelijke bedoening.

Het is, vind ik, een teken van tijdelijke belangrijkheid. Het hóórt blijkbaar en dus laat men zijn neus zien. Het ritueel toont de tijdelijkheid van ambten en functies. Waar op begrafenis- en bruidsrecepties de gasten vaak lang blijven, zag je het gros hier al rap verdwijnen. Hand, kado, bekenden, en weg: de werktijd zit er op. Wat zou er gemeend zijn van de aanwezigheid?

Na drie kwartier heb ik besloten weg te gaan. Het artikel is een voor mijn doen erg kort stuk geworden.

dinsdag 1 april 2014

Studenten en Marokkanen

Een studentenstad als Leiden is een broeinest van ergernisjes; net als in een gezin met opgroeiende kinderen.

"Het is hier [god/verdomme] geen hotél!" Mijn vermoeden is dat iedere ouder die zin, in- of exclusief de nodige krachttermen, weleens heeft gebezigd. Kinderen die de puinzooi achter zich laten slingeren. Kinderen die menen dat de Goddelijke Hand echt bestaat en de was doet. Kinderen die het normaal vinden dat ze om 13.00 opstaan, om 16.00 uur douchen en om 01.00 uur snacks maken. Die dingen dus. Als je ze nog niet hebt meegemaakt, volgt nu de ontnuchtering: ze kómen! Wees gerust, de kans dat je ze mist, is erg klein.

Het zijn overlastgevers, studenten, en, naar verluidt, Marokkaanse jongeren.

Het is niet vreemd; ze hebben een heel eigen cultuur. Het valt niet te ontkennen: ze leven in een parallelle wereld. Studie en vermaak hebben een eigen invulling.

Leiden heeft last van meeuwen. Afval, voor zover aan de stoeprand aangeboden, moeten we bij voorkeur in gele plastic huisvuilzakken aanbieden. Okay, die zíjn duurder. Maar ze zouden werken. Totdat onze Leidse lolbroeken ze te pakken krijgen.

Pure onderbroekenlol. Je loop 's avonds/'s nachts over straat en ziet het huisvuil staan. Wat is er dan leuker die zakken leeg te kiepen of kapot te scheuren? En als je dan toch bezig bent: een potplant leegscheppen ofwel omgooien, is ook gierend hilarisch. Die verdraaide meeuwen krijgen toch wel de schuld. De ophaaldienst laat de zooi toch wel liggen. De bewoners maken de straat weer schoon. Per slot van rekening betalen we daarvoor belasting. En niemand die weet wie het waren.

Jammer genoeg valt de optie 'meeuw' vrij snel af als de zakken in een soort logische wandeling vanuit de binnenstad liggen en plots stoppen. Je zou haast denken dat een van de huizen daar in de buurt de haardstede is van de onverlaten. Maar bewijs dat maar 's.

Cultuur is een moeilijke in het openbare leven. Wat is 'gewoon'?

Je maakt toch helemaal geen herrie als je hard praat of muziek draait? Dat is alleen maar perceptie van mensen die de pik hebben op je. Toch?! Wat mauwen ze toch? Omdat jij je niet aan hún routine wilt houden? "Wíj leven op andere tijden dan het klootjesvolk dat 's ochtends weer naar de baas moet."

Die houding wekt ergernis.

Alsof je je willens en wetens aan het maatschappelijk leven in de stad onttrekt. Zo'n stad is een levend iets. Dat betekent ook grenzen, waardoor al die verschillende levensstijlen binnen een beperkte oppervlakte kunnen bestaan. Water bij de wijn en zo. Rekening houden met elkaar. Non-conformisme ligt moeilijk. In de volksmond heet dat a-sociaal (tenzij je kunstenaar of excentriek persoon bent; dan past het bij jou als individu).

Af en toe wordt de ergernis zichtbaar. Dan wordt er gekankerd en gedaan. Liefst in eigen kring en lekker generaliserend over "die luibakken die maar doen waar ze zin in hebben".

Overlastgevers moet je niet in al te grote groepen in je gemeente hebben. Die kunnen het tolerantievermogen aantasten.

O, shit. Ik gebruikte al teveel woorden en heb het hiervoor alleen maar over studenten en studentenleven gehad. Zou 't toeval zijn dat sommigen van de lezers hier vooral Marokkaanse jongeren lazen waar 'ze' of 'je' staat? Zou het toeval zijn dat we veel meer accepteren van wat later 'onze bestuurlijke elite' moet worden, ook als dat objectief gezien net zo fout of hinderlijk is als wat andere jongeren doen?

maandag 3 februari 2014

Over katten, honden en bazen

Gisteren ben ik ontploft. Overdrachtelijk.

Ons huis heeft een voor- en een achtertuin. Dat ding aan de voorkant mag de naam 'tuin' eigenlijk niet eens voeren. Het beslaat zo'n twee bij vijf meter. We hebben er wat planten in staan omdat we niet zo van de stenenwoestenijen zijn.

We hebben in dat voortuintje ook een bank staan. Die is ietwat vermolmd-pittoresk. Niet dat dat een probleem is. Op dat bankje zitten is niet eens mogelijk omdat een 'enorm stekelige plant met mooie gele bloemen' nu zó groot is geworden dat het bankje er al bijna ónder staat.

Onze achtertuin ligt pal noord en dus de voortuin... pal zuid. In de zomer kan het er verschroeiend heet zijn. In voor- en najaar - en zelfs deze wínterdag - is het echter een ideale temperatuur daar. Voor katten.

De beste plek, begrijp ik, is ingeklemd liggen tussen de bankleuning en het keukenraam waar i voor staat. Maar dat is een voorbehouden recht van onze eigen (buiten)kat. Gasten, mits gedoogd door hem, mogen wel op de bankzítting van de zon genieten. En dus ligt er geregeld wel een of andere kat daar te soezen.

Dat klinkt allemaal heel idyllisch. Dat kan het soms ook zijn. Het kan ook dolkomisch zijn als een jonge vriend zich vergist en door het keukenraam naar binnen klautert, alwaar een oude (dementerende?) binnenkat hem stomverbaasd aanstaart. Waar háál je de euvele moed vandaan?

Niet alle katten zijn vriendjes en vriendinnetjes. Geregeld is het knokken. Althans, in drie van de vier gevallen maken ze enorm veel misbaar om de ander te verjagen. Die denkt dat ook zo te moeten doen en dus zitten de klungels minutenlang tegenover elkaar te imponeren.

En dan zijn er de honden.

Die moeten in Leiden zijn aangelijnd, tenzij op daartoe aangewezen plaatsen. De meeste eigenaren houden zich daaraan. Een enkeling niet. Zo iemand woont aan de overkant.

Zijn hond heeft het idee dat katten er zijn om achtervolgt te worden. Da's een onverstandig idee. Als een kat al in het nauw kan worden gedreven door hem, dan is het gevaar alleen maar groter geworden. Die kat zal uithalen, naar de neus en de ogen. Veilig is anders. Zo'n hond aan de lijn is toch echt veiliger voor 'm.

Die hond is dom. De katten zijn slim. Dat stralen ze ook uit als ze in de voortuin zitten. 'Dit is privé terrein. Lekker op het stoepje blijven, Fikkie. Mij krijg je niet.'. De stommerd trekt zich daar niets van aan en staat dan tussen de planten op een krappe meter van de kat zijn longen uit het lijf te imponeren.

Gisteravond was ik dat zat.

De baas van die hond laat z'n hond lekker los lopen. Dat mag niet, maar als je je hond echt onder controle hebt lijkt mij dat geen probleem. Dat is 't 'm. Baas loopt shaggie lurkend door en laat de hond de hond. Als-t-i merkt dat wij zien dat zijn Fikkie midden in 't tuintje staat, stapt ook hij plompverloren op zaaigoed en jonge plantjes om zijn hond terug te slepen. Geen woord of gebaar van "Sorry..". Niks.

Dit is dus zo'n situatie die heel frustrerend kan uitpakken als je niets kunt doen. Hoe klein ook: het is ónze voortuin en wíj accepteren die katten daar. Het kan toch niet zo zijn dat dat allemaal niets voorstelt?

Vandaag ben ik dus naar het politiebureau geweest voor advies. "En niet: wees de wijste. Als oudste in het gezin heb ik dat al te lang, te vaak moeten doen." Dat was het advies ook niet. Men wilde weten hoe die man heet en waar hij woont. Dan kan-i worden aangesproken op z'n gedrag, en dat van z'n hond.

maandag 16 december 2013

Kil licht

Najaar. Grijs weer. Wind. Guur. De tijd van de doeltreffend-warme in plaats van de verleidelijk-dunne kleding. De tijd van de háástige stap in plaats van het lome zitten. De tijd van korte dagen en een aanslag op je hoeveelheid vitamine B.

Je stemming wordt beïnvloed door je omgeving. Of je nu wilt of niet. Je moet wel een ongelooflijk groot zonhater zijn om niet het opwekkend effect te (her)kennen van een zonnige dag. Of het nu zomer of winter is: een zon-dag máákt verschil. Je mag het context noemen; je omgeving. Het weer is daarin de factor die je het minst (niet) kunt beïnvloeden. Een andere groep mensen om je heen? Kun je voor kiezen (alhoewel ontslag nemen omdat je collega's niet precies dat zijn wat je zoekt, gaat wel ver). Een andere fysieke ruimte? Idem dito. Het is een vrij keuze tussen twee kwaden.

Deze tijd van het jaar herinnert me aan een invloedsfactor die we licht over het hoofd zien: de invloed van licht. Niet dat zonlicht; dat is wel de vorm die we allemaal het nadrukkelijkst ervaren. Maar heb je weleens gekeken naar al ons kunstlicht? Dat kan (nog) niet tippen aan het licht van de zon. Maar we zien er ervaren het veel.

De ontwikkeling naar milieuvriendelijke lampen lijkt logisch. Daarbij doen zich van die kleine wreveligheden voor zoals het plots niet beschikbaar zijn van nou net dat ene gloeilampje dat in je armatuur paste. Een ander effect is de moeite waard echt bij stil te staan: de kleur.

In verleden tijden was licht warm. Eenieder die romans heeft gelezen - of tekenfilms zag - kent vast wel het beeld: door een openstaande deur of raam naar buiten vallend licht. Dat is warm licht (ook omdat de hoofdpersoon ondertussen staat te vernikkelen van de kou of ellende).

Met de komst van elektrisch licht is het suizen van de gaslamp al vervangen door stilte. Het gloeien bleef; aangestoken door vuur of elektrische weerstand. De gloeilamp bracht gelig, warm licht. Niet voor niets hebben gasontladingsbuizen het niet tot de huiskamers geschopt. Enorm geschikt als fel, kil licht in de keuken, boven de snelweg of als 'buigzaam licht' voor neonreclames (die zie je ook niet veel meer).

Maar ik zie het kille licht oprukken.

Als je over straat gaat, zie je het verschil goed. De kerstversieringen die zijn gemaakt met de aloude gloeilamjes en die met de ledlampjes. Die laatste zijn feller wit, en echt wit in plaats van gelig.

Natuurlijk onze kennis over de invloed van licht op ons leven is groter dan ooit. Maar ik zit me nu dus wel af te vragen in hoeverre dat killere licht ook onze geestesgesteldheid beïnvloeden gaat. Lekker sluipend, want wie maakt zich nu zorgen over licht? Licht is licht. Toch? Als er maar genoeg licht is om te doen wat je wilt doen.

Ga je je dan uitgebreid druk maken over de kleurtemperatuur van licht? Of draaien we de goedkoopste variant er in?

En als dan killer licht algemeen wordt; worden wij dan ook killer?!

zondag 25 augustus 2013

Ik volg het niet meer

Deze blogpost is een bekentenis. De bekentenis dat ik het soms niet kan volgen. Of nauwkeuriger: dat ik de ruzies en twisten die op social media niet kan volgen omdat ik de deelnemers niet kan plaatsen.

Zoals zoveel mensen - álle mensen - heb ook ik de neiging andere mensen in hokjes te stoppen. Daarvan heb ik een onnoemelijk aantal en dus een enorme variëteit. 'Mensen die ik mag', 'die ik niet mag', 'een beetje mag', 'ietsje meer dan een beetje mag'. Ik ken ook 'engerds' en 'mooie mensen', 'slimme' en 'sluwe', 'te vertrouwen' en 'vertrouwenwekkende'. En zo kun je wel een uurtje of wat doorgaan. Er zijn vast ook categorieën waar maar een exemplaar van is. En nee, dat is niet per sé 'mensen met wie getrouwd zou willen zijn'.

Nu is de ellende aan mensen en hun gedrag dat het eigenlijk niet in hokjes ís te stoppen. Voor een moment, voor eenonderzoek of voor een analyse werkt het nog wel een beetje. Maar in het dagelijks leven openbaren de gebreken zich al snel. De mensen die jij vertrouwt, kunnen dat vertrouwen beschamen. Degene die je verleden nog mocht, blijkt wellicht een ongelooflijke eikel. Mensen veranderen én wij zijn niet zo goed in het inschatten van een ander.

Hoe mis dat kan gaan, bewijzen te snelle oordelen. Dat is iets waar ik (actief) alert op ben: op te snel oordelen. Niet dat ik het echt kan uitbannen. Soms word je in een deel van een seconde zó kwaad, verdrietig of blij dat je voorgenomen afstandelijkheid even wordt gepasseerd. Dat zijn mooie momenten om de verkeerde dingen te zeggen of denken. En soms gebeurt het ook haast automatisch. Vooroordelen - want daarover gaat het - herken je vaak pas achteraf. Als je jezelf afvraagt op basis waarvan je eigenlijk oordeelde. Dat maakt vooroordelen geen onzin. Ze kunnen beschermend werken. Een groep jonge mannen in het donker wekt onrust op als je ze nadert. Niet vreemd, want je weet niet wie het zijn. Een donker getinte jongen met een hoody over z'n hoofd getrokken, maakt waakzaam. Niet vreemd, want we zijn overspoeld met daderbeschrijvingen die er zo uitzagen.

In discussies is het precies hetzelfde. Ook daar bepaal je een positie. Maar dat doe je, in tegenstelling tot wat je nu denkt, niet volledig op basis van argumenten. Daar spelen ook sociale processen een rol. Hoeveel mensen staan er aan welke kant? Wie zijn dat? Wat zijn de gevolgen van de ene en van de andere positie? Wie ken je al?

Als ik nu op social media naar sommige discussies kijk, vind ik het ondoenlijk te bepalen wie nu eigenlijk wat vindt.

Zeker de discussies over polemieken - ik noem ze maar even geen 'ruzies' - leiden soms tot verwarring. Ik zie dan stukken van het geheel en ben niet goed in staat ook de context te reconstrueren. Deels omdat niet altijd alle delen van het gesprek zijn terug te vinden, maar vooral ook omdat het moeilijk is iemand te plaatsen. Het is dan heel snel gebeurd: een te snelle conclusie trekken.

Ik weet niet of ik de enige ben die er last van heeft. Het lijkt me sterk. Wat je ziet, is te vergelijken met een lopend gesprek in een café of op een receptie waar jij halverweg aanhaakt. Ook dan heb je tijd nodig om de situatie in kaart te brengen.

Alleen is dat in de wereld van de social media nog een slag moeilijker.

woensdag 21 augustus 2013

Een parallelle wereld

Dat we met z'n allen op deze planeet zijn, is duidelijk. En onze kennis is toch wel zo groot dat we weten dat we niet allemaal hetzelfde zijn, hetzelfde denken, hetzelfde doen of zelfs maar bij elkaar in de buurt wonen. Er zijn verschillen.

Zo af en toe - maar steeds vaker, bedenk ik me nu - waait één van de twee zoons aan. Hij woont op kamers in de binnenstad. Op een mooi plekje, aan een drukke straat. Maar als het zomer is, is het er warm. Als het winter is, bevriezen de leidingen nog weleens. En het is duur, want in een studentenstad kun je nog steeds goudgeld vragen voor kamers. Je ziet: redenen genoeg om bij paps en mams langs te gaan. Heel toevallig en nonchalant uiteraard.

Eerlijk gezegd, ben ik blij dat-i langskomt.

Uiteraard omdat het een teken is dat-i het hier vertrouwt en prettig vindt (nee, cynicus, niet altijd om geld te lenen, bier mee te sjouwen of lekker te douchen). Het is ook een moment om weer eens een poging te doen uit hem te persen hoe het met zijn 'studie' gaat, en met z'n financiën. Leuk dat-i die vragen vindt....
Voor een goede balans: de andere zoon, die nog thuis woont, doet precies hetzelfde met als belangrijke verschil dat híj op zolder woont. Maar ook die moet je uitpersen om te weten hoe hij in het leven staat of hoe z'n studie vordert. Overigens, doen ze beide dezelfde opleiding waarbij de jongste twee studiejaren voorloopt op de oudste.

De dagen dat-i er is, zijn ook de dagen dat je je weer eens realiseert dat met z'n allen op één planeet wonen, niet hetzelfde is als werelden delen. Sterker, die deling gaat tot in het gezin. Je bent geneigd te kijken naar de momenten die je gezamenlijk hebt. Maar minstens zo aardig is het eens te kijken naar de afwijkingen.

Zo zet de thuiswonende zoon zowel op zolder als in de huiskamer altijd de televisie aan. Echt altijd. En als hij die ruimte verlaat, blijft de tv aan. Alsof het een soort van inrichtingselement is zoals een bankstel of een schemerlamp.

Maar het tekenendst vind ik nog hun programmakeuzes. Politieachtervolgingen, douaneperikelen, lollige huisgemaakte video's, reallife onzin over opgezette popsterren, journaals, politieke programma's: in een vreemde mengelmoes komt het allemaal voorbij. Zeker niet alles wordt ook bekeken. Zeker niet alles wat wordt bekeken, wordt serieus genomen. Gelukkig. Het is allemaal bewegend behang rond etenstijd.

Het is wél iets om eens bij stil te staan. Ik zie immers ineens programma's die ik zelf nooit, of niet snel, zou kiezen. Ineens is er een venster naar een andere wereld.

Wat je doet, kun je je voorstellen als koorden die zich achter je ontrollen. Dat is een uiterst gebrekkige beeldspraak die onrecht doet aan de complexiteit van onszelf. Maar hij maakt wel duidelijk dat koorden elkaar kunnen raken, kruisen, verknopen. En hij maakt duidelijk dat die momenten absoluut géén indicatie zijn voor een leven, voor een identiteit. We kunnen inderdaad heel goed een dure auto rijden én goedkoop ondergoed aanschaffen. We kunnen inderdaad heel goed tegen buitenlanders zijn én hen tot onze vriendenkring rekenen. We kunnen inderdaad heel goed lammetjes schattig vinden én plofkip kopen. De lígging van het koord zijn we. Niet een los punt op dat koord.

Het moet dus ook heel goed mogelijk zijn om bijvoorbeeld hele avonden te vullen met televisiekeuzes die mij zouden verrassen. Gewoon, omdat ik die keuze niet zou maken. En jij zou ook andere maken. Er moet dus een parallelle wereld bestaan van mensen die, in dit geval, kijken en praten over programma's die mij vreemd zijn. En zij weten op hun beurt weer niets van mij.

Fascinerend: dat je op straat mensen tegenkomt die ook in een heel andere wereld leven.

zondag 28 april 2013

Creatief winkelende vrouwen

Een kwartiertje bij de HEMA. Da's soms al genoeg. Niet om genoeg van de HEMA te krijgen - dat lukt niet - maar wel om te kijken. Naar mensen.

Warenhuizen hebben geregeld uitverkoop. De winkeldochters moeten er uit. Winkeldochters die sinds jaren worden ingekocht om winkeldochter te zijn. Over handel gesproken. Maar wij zijn dol op uitverkoop, op koopjes, op voordeeltjes. Sterker, we neigen ernaar behoorlijk verblind te zijn als we in de juiste uitverkoopstemming komen.

Drie Dwaze Dagen, Prijzencircussen, Opheffing, (Lichte) Rookschade; allemaal termen waarop we aanslaan. Daar is te halen. Dáár is het nu goedkoper. En goedkoop is het, hoor: spullen vanaf €5,00. Okay: één artikel en de rest wel íets goedkoper. Of een korting van 60%: ten opzichte van de fabrieks- of adviesprijs; een prijs die ik nog nooit berekend heb zien worden in de detailhandel. Hoe heten die dingen? Bij ING krijg je rentespaarpunten. Die rekenen ook zo grappig met die adviesprijs en komen daarna nog boven de prijs van een Goedkoopteparadijs uit. Ik heb dan ook duizenden punten. Onzin.

Zo'n uitverkoop stimuleert begeerte, hebberigheid. Als groepen mensen iets gaan doen, is de aanzuigende werking enorm. Het is erg, erg moeilijk je te onttrekken aan dat gevoel daar ook bij te moeten zijn. Gelukkig heb ik een nog grotere afkeer van massa's dringende mensen. Dat werkt in mijn nadeel als ik iets echt zou willen hebben (festivalkaartjes!) maar in m'n voordeel in dit soort van situaties.

Zaterdag stond ik een beetje suffig te zijn bij de HEMA. Daar stonden een paar uitverkoopbakken. En dus een aantal vrouwen die bezig waren die door te nemen.

Als je goed keek, was het echter anders dan - ik in elk geval - op het eerste gezicht dacht: graaiend op zoek naar koopjes. Dat zal vast een rol spelen. Maar zo toekijkend, viel me ineens in wat mogelijk een rol speelt bij de aantrekkelijkheid van winkelen: creativiteit.

Wij mannen vinden - of doen alsof - winkelen een crime. Slenteren door een stad, winkelcentrum of koopgoot; grote ellende en op den duur ook tot pijnlijke voeten leidend. Maar omwille van de lieve vrede en de liefde sjokt menig man achter vrouwlief aan. Terwijl dat winkelen toch ook iets anders betekent.

Winkelen is ook continue inschatten wat je met een gevonden artikel kunt. Mannen doen dat minder, vermoed ik. Die vliegen een winkel in, scannen 'm en nemen de waren op hun door de winkelier aangeboden betekenis. Feitelijk is dat enorm beperkt denken. Iemand anders, de winkelier, sorteert je gedachte dan voor. Bij een winkelend mens, vaak een vrouw, gaat dat moeilijker.

Mijn indruk is dat zij tijdens het winkelen veel meer bezig zijn met mogelijkheden inschatten. Wat kán ik hiermee? Dat eist een open geest. Het lijkt een detail. Maar ik zou toch maar eens beter opletten. Mij zou het absoluut niet verbazen als ook dit winkelengedrag past in een patroon dat veel meer creativiteit en flexibiliteit verraadt.

Daarover kunnen mannen dan wel denigrerend doen. Maar of dat terecht is of een achterhoedegevecht moet nog maar blijken. Ik neig naar dat laatste, heren.