Een studentenstad als Leiden is een broeinest van ergernisjes; net als in een gezin met opgroeiende kinderen.
"Het is hier [god/verdomme] geen hotél!" Mijn vermoeden is dat iedere ouder die zin, in- of exclusief de nodige krachttermen, weleens heeft gebezigd. Kinderen die de puinzooi achter zich laten slingeren. Kinderen die menen dat de Goddelijke Hand echt bestaat en de was doet. Kinderen die het normaal vinden dat ze om 13.00 opstaan, om 16.00 uur douchen en om 01.00 uur snacks maken. Die dingen dus. Als je ze nog niet hebt meegemaakt, volgt nu de ontnuchtering: ze kómen! Wees gerust, de kans dat je ze mist, is erg klein.
Het zijn overlastgevers, studenten, en, naar verluidt, Marokkaanse jongeren.
Het is niet vreemd; ze hebben een heel eigen cultuur. Het valt niet te ontkennen: ze leven in een parallelle wereld. Studie en vermaak hebben een eigen invulling.
Leiden heeft last van meeuwen. Afval, voor zover aan de stoeprand aangeboden, moeten we bij voorkeur in gele plastic huisvuilzakken aanbieden. Okay, die zíjn duurder. Maar ze zouden werken. Totdat onze Leidse lolbroeken ze te pakken krijgen.
Pure onderbroekenlol. Je loop 's avonds/'s nachts over straat en ziet het huisvuil staan. Wat is er dan leuker die zakken leeg te kiepen of kapot te scheuren? En als je dan toch bezig bent: een potplant leegscheppen ofwel omgooien, is ook gierend hilarisch. Die verdraaide meeuwen krijgen toch wel de schuld. De ophaaldienst laat de zooi toch wel liggen. De bewoners maken de straat weer schoon. Per slot van rekening betalen we daarvoor belasting. En niemand die weet wie het waren.
Jammer genoeg valt de optie 'meeuw' vrij snel af als de zakken in een soort logische wandeling vanuit de binnenstad liggen en plots stoppen. Je zou haast denken dat een van de huizen daar in de buurt de haardstede is van de onverlaten. Maar bewijs dat maar 's.
Cultuur is een moeilijke in het openbare leven. Wat is 'gewoon'?
Je maakt toch helemaal geen herrie als je hard praat of muziek draait? Dat is alleen maar perceptie van mensen die de pik hebben op je. Toch?! Wat mauwen ze toch? Omdat jij je niet aan hún routine wilt houden? "Wíj leven op andere tijden dan het klootjesvolk dat 's ochtends weer naar de baas moet."
Die houding wekt ergernis.
Alsof je je willens en wetens aan het maatschappelijk leven in de stad onttrekt. Zo'n stad is een levend iets. Dat betekent ook grenzen, waardoor al die verschillende levensstijlen binnen een beperkte oppervlakte kunnen bestaan. Water bij de wijn en zo. Rekening houden met elkaar. Non-conformisme ligt moeilijk. In de volksmond heet dat a-sociaal (tenzij je kunstenaar of excentriek persoon bent; dan past het bij jou als individu).
Af en toe wordt de ergernis zichtbaar. Dan wordt er gekankerd en gedaan. Liefst in eigen kring en lekker generaliserend over "die luibakken die maar doen waar ze zin in hebben".
Overlastgevers moet je niet in al te grote groepen in je gemeente hebben. Die kunnen het tolerantievermogen aantasten.
O, shit. Ik gebruikte al teveel woorden en heb het hiervoor alleen maar over studenten en studentenleven gehad. Zou 't toeval zijn dat sommigen van de lezers hier vooral Marokkaanse jongeren lazen waar 'ze' of 'je' staat? Zou het toeval zijn dat we veel meer accepteren van wat later 'onze bestuurlijke elite' moet worden, ook als dat objectief gezien net zo fout of hinderlijk is als wat andere jongeren doen?
Posts tonen met het label overlast. Alle posts tonen
Posts tonen met het label overlast. Alle posts tonen
dinsdag 1 april 2014
zaterdag 15 maart 2014
Meeuwen
Ik zal ze nog missen ook: de Leidse meeuwen. Althans, er van uitgaand dat ze ook echt verdwijnen gaan.
Leiden heeft last van meeuwen. Ze maken onze vuilniszakken op. Ze krijsen. Ze schijten enorme flatsen bijtende meeuwenpoep. Ze jatten. En ze kijken vals. Maar ze hóren bij Leiden.
Ons stadsbestuur heeft nu (eindelijk) de stap genomen naar ondergrondse vuilcontainers. Dat moet meeuwenoverlast tegengaan. Eerlijk gezegd, vind ik dat een dolkomische - want onzinnige en onjuiste - redenatie. De bovengrondse containers waren immers ook al meeuwenproof, hoor. Ik heb nog nooit een meeuw een stalen omhulsel zien doorprikken, ondanks de vervaarlijk snavels die de grotere exemplaren hebben. Niet het ondergrondse is relevant, maar de grootte. De bovengrondse waren te snel vol, werden te laat geleegd en 'dus' zette de mens het vuil ernaast.
En dan de meeuw de schuld geven.
Voorlopig zijn we ook niet van de meeuw af, hoor. Want die vuilnisbakken waren maar één van hun voedselbronnen. Wie goed om zich heen keek, zag de meeuw ook vaardig voedsel uit openbare vuilnisbakken halen. Vast afgekeken van de spreeuw trekken ze daar van alles en nog wat uit. Omdat ook die dingen vaak te vol zijn en te laat worden geleegd, zijn ook dit prima fourageerplekken. Iets kleiner, dat wel, maar toch. Mensen zijn nogal domme dieren, weten de meeuwen. Als een afvalbak vol is, zoeken ze geen andere maar gooien het er naast. Een meeuwenbuffet.
Natuurlijk hebben de meeuwen gelijk. Mensen zijn dol op dieren, voor zover die niet storen, niet met teveel zijn, niet verharen, niet vervuilen, geen nare geluiden maken - op ongewenste tijden ook nog - en aaibaar zijn; kortom, zich als surrogaatmens gedragen.
De dieren passen zich wel aan, hoor. De koe kijkt al lang niet meer op van de trein. Langs de snelweg staat het wild óns te bekijken (of, veel fantasierijker, te denken over "eerst links en dan rechts kijken voor het oversteken"). De buizerd weet zich al zo veilig dat-i tegenwoordig op heel veel paaltjes te zien is. En de reiger dingt mee naar de titel Meest Opdringerige Vogel, terwijl-i ooit 'zeldzaam en schuw' was.
Leiden gaat niet veel meeuwen kwijtraken, hoor. Wel gaan de meeuwen meer moeite moeten doen om te kunnen eten.
Gisteren fietste ik langs een lantaarnpaal, waaronder fietsers, scooters en auto's voorbijraasden. Niemand keek naar boven. Bovenop het armatuur zaten twee meeuwen. Ze keken rond en negeerden de wereld ónder hen volkomen.
Leiden heeft last van meeuwen. Ze maken onze vuilniszakken op. Ze krijsen. Ze schijten enorme flatsen bijtende meeuwenpoep. Ze jatten. En ze kijken vals. Maar ze hóren bij Leiden.
Ons stadsbestuur heeft nu (eindelijk) de stap genomen naar ondergrondse vuilcontainers. Dat moet meeuwenoverlast tegengaan. Eerlijk gezegd, vind ik dat een dolkomische - want onzinnige en onjuiste - redenatie. De bovengrondse containers waren immers ook al meeuwenproof, hoor. Ik heb nog nooit een meeuw een stalen omhulsel zien doorprikken, ondanks de vervaarlijk snavels die de grotere exemplaren hebben. Niet het ondergrondse is relevant, maar de grootte. De bovengrondse waren te snel vol, werden te laat geleegd en 'dus' zette de mens het vuil ernaast.
En dan de meeuw de schuld geven.
Voorlopig zijn we ook niet van de meeuw af, hoor. Want die vuilnisbakken waren maar één van hun voedselbronnen. Wie goed om zich heen keek, zag de meeuw ook vaardig voedsel uit openbare vuilnisbakken halen. Vast afgekeken van de spreeuw trekken ze daar van alles en nog wat uit. Omdat ook die dingen vaak te vol zijn en te laat worden geleegd, zijn ook dit prima fourageerplekken. Iets kleiner, dat wel, maar toch. Mensen zijn nogal domme dieren, weten de meeuwen. Als een afvalbak vol is, zoeken ze geen andere maar gooien het er naast. Een meeuwenbuffet.
Natuurlijk hebben de meeuwen gelijk. Mensen zijn dol op dieren, voor zover die niet storen, niet met teveel zijn, niet verharen, niet vervuilen, geen nare geluiden maken - op ongewenste tijden ook nog - en aaibaar zijn; kortom, zich als surrogaatmens gedragen.
De dieren passen zich wel aan, hoor. De koe kijkt al lang niet meer op van de trein. Langs de snelweg staat het wild óns te bekijken (of, veel fantasierijker, te denken over "eerst links en dan rechts kijken voor het oversteken"). De buizerd weet zich al zo veilig dat-i tegenwoordig op heel veel paaltjes te zien is. En de reiger dingt mee naar de titel Meest Opdringerige Vogel, terwijl-i ooit 'zeldzaam en schuw' was.
Leiden gaat niet veel meeuwen kwijtraken, hoor. Wel gaan de meeuwen meer moeite moeten doen om te kunnen eten.
Gisteren fietste ik langs een lantaarnpaal, waaronder fietsers, scooters en auto's voorbijraasden. Niemand keek naar boven. Bovenop het armatuur zaten twee meeuwen. Ze keken rond en negeerden de wereld ónder hen volkomen.
maandag 23 december 2013
Vuurwerk!!!!!
Morgen ga ik het bestellen: een portie vuurwerk, bij de plaatselijke biljartshop die nu plots is gemetamorfoseerd tot vuurwerkwinkel(tje). Het is zo'n winkeltje waarvan ik me al jaren achtereen afvraag waarvan ze in vredesnaam de rest van het jaar leven. Mijn vermoeden is dat ze over een verholen netwerk van kopers beschikken. Langs de gevels scharrelenden mannetjes in beduimelde trenchcoats. Zoiets als De Vieze Man van Van Kooten&De Bie.
Een week per jaar is die winkel niet meer. Dan is alles er uit verdwenen en vervangen door leegte. En een toonbank. Ieder weldenkend mens zal het interieur bezien als volledig mislukt. Zeker vóór kerst is het een desolaat geheel.
De winkelbel doet het nog als je binnen gaat. Achter de winkel is een soort woonkamer. Daar is het warmer, staan ook echte (oude) fauteuils en daar bivakkeren de verkopers dan ook. Wie nu precies wie van wie is, is me na al die jaren nog niet helemaal duidelijk. Laten we het houden op vader, moeder, zoon en aanhang.
Je bestelling vul je natuurlijk thuis al in en je rekent daar ook al uit wat je kwijt zult zijn. Desalniettemin wordt ter plekke alles nog 's dunnetjes over gedaan. In een lege winkel met de moeder. Een beetje ouwehoerend over het weer, de drukte die er aan komt, de jochies die gevaarlijke dingen proberen met vuurwerk, de dag waarop we het pakket zullen afhalen.
Een pin-apparaat is er niet. Contact afrekenen aub. "En de bon goed bewaren, hè. Dat is meteen je lot voor een grote kleuren-tv.' Ik heb de winnende cijfers nog nooit gezien. Het bonnetje garandeert wel een snelle afhandeling tijdens de officiële verkoopdagen. Gewoon binnenlopen met je bon omhoog en binnen een minuut heb je de bestelling te pakken.
Soms gaat het mis. Je bestelde iets wat er niet meer is. Eén van de inpakkers maakte een fout. Da's nog nooit een probleem geweest. Eén belletje en een fietstochtje verder is alles opgelost met een vervangend stuk.
Helemaal prachtig.
Het blijft me boeien, dat vuurwerk. Gaat het voldoen aan de verwachting? Wij geven niet zoveel geld eraan uit. Dan is de keuze nogal bepalend vanwege een gebrek aan alternatieve oplossingen als het tegenvalt. Maar om nu honderden euro's aan dat pleziertje te besteden. Zo'n €50/€60 is een mooi, risicoloos 'verliesbedrag'. Per slot van rekening is het vergelijkbaar met gokken in het casino: één keer inzetten en wég is het geld.
Moet je iets wat 'slecht is voor de mens' verbieden? De open deurwedervraag is uiteraard wie dat dan wel bepaalt voor mij. Afgezien daarvan is het leuk zélf vuurwerk af te steken. Natuurlijk is het effect belangrijk - daarop selecteerde je immers - maar dat gevoel van 'die vuurpijl daar, die stak ík af' is minstens zo belangrijk. Even mag je kind zijn en fikkie stoken.
Als jochie stak je kerstbomen in de fik (ik niet, hoor). Hier in Leiden is dat op een gegeven moment gereglementeerd. Opgehaalde kerstbomen leverden een lot op en een enorme brandstapel. Toen die brandstapel als milieubelastend werd betiteld, is het een kerstbomenversnipperaar geworden. En een lot. En een voorgoed verdwenen charme. Alleen de loterij bleef over. De zakelijkheid - het gaat om het winnen - wéér die verdoemde zakelijkheid.
Alhoewel ik me goed kan voorstellen dat er mensen zijn die vinden dat vuurwerk afsteken alleen mag gebeuren door deskundigen, ben ik er toch mordicus tegen. Juist omdat het de samenleving saai, doodsaai maakt. Het 'ik heb er last van' geeft geen ruimte voor 'ik gun iemand anders z'n lol, ook als dat niet mijn idee van lol is'. De norsen, de sombermensen en de bange mensen; je moet ze niet volledig negeren.
Maar om nu alles wat we doen te laten afhangen van hen. Soms moet je gewoon even niet zanikken.
Een week per jaar is die winkel niet meer. Dan is alles er uit verdwenen en vervangen door leegte. En een toonbank. Ieder weldenkend mens zal het interieur bezien als volledig mislukt. Zeker vóór kerst is het een desolaat geheel.
De winkelbel doet het nog als je binnen gaat. Achter de winkel is een soort woonkamer. Daar is het warmer, staan ook echte (oude) fauteuils en daar bivakkeren de verkopers dan ook. Wie nu precies wie van wie is, is me na al die jaren nog niet helemaal duidelijk. Laten we het houden op vader, moeder, zoon en aanhang.
Je bestelling vul je natuurlijk thuis al in en je rekent daar ook al uit wat je kwijt zult zijn. Desalniettemin wordt ter plekke alles nog 's dunnetjes over gedaan. In een lege winkel met de moeder. Een beetje ouwehoerend over het weer, de drukte die er aan komt, de jochies die gevaarlijke dingen proberen met vuurwerk, de dag waarop we het pakket zullen afhalen.
Een pin-apparaat is er niet. Contact afrekenen aub. "En de bon goed bewaren, hè. Dat is meteen je lot voor een grote kleuren-tv.' Ik heb de winnende cijfers nog nooit gezien. Het bonnetje garandeert wel een snelle afhandeling tijdens de officiële verkoopdagen. Gewoon binnenlopen met je bon omhoog en binnen een minuut heb je de bestelling te pakken.
Soms gaat het mis. Je bestelde iets wat er niet meer is. Eén van de inpakkers maakte een fout. Da's nog nooit een probleem geweest. Eén belletje en een fietstochtje verder is alles opgelost met een vervangend stuk.
Helemaal prachtig.
Het blijft me boeien, dat vuurwerk. Gaat het voldoen aan de verwachting? Wij geven niet zoveel geld eraan uit. Dan is de keuze nogal bepalend vanwege een gebrek aan alternatieve oplossingen als het tegenvalt. Maar om nu honderden euro's aan dat pleziertje te besteden. Zo'n €50/€60 is een mooi, risicoloos 'verliesbedrag'. Per slot van rekening is het vergelijkbaar met gokken in het casino: één keer inzetten en wég is het geld.
Moet je iets wat 'slecht is voor de mens' verbieden? De open deurwedervraag is uiteraard wie dat dan wel bepaalt voor mij. Afgezien daarvan is het leuk zélf vuurwerk af te steken. Natuurlijk is het effect belangrijk - daarop selecteerde je immers - maar dat gevoel van 'die vuurpijl daar, die stak ík af' is minstens zo belangrijk. Even mag je kind zijn en fikkie stoken.
Als jochie stak je kerstbomen in de fik (ik niet, hoor). Hier in Leiden is dat op een gegeven moment gereglementeerd. Opgehaalde kerstbomen leverden een lot op en een enorme brandstapel. Toen die brandstapel als milieubelastend werd betiteld, is het een kerstbomenversnipperaar geworden. En een lot. En een voorgoed verdwenen charme. Alleen de loterij bleef over. De zakelijkheid - het gaat om het winnen - wéér die verdoemde zakelijkheid.
Alhoewel ik me goed kan voorstellen dat er mensen zijn die vinden dat vuurwerk afsteken alleen mag gebeuren door deskundigen, ben ik er toch mordicus tegen. Juist omdat het de samenleving saai, doodsaai maakt. Het 'ik heb er last van' geeft geen ruimte voor 'ik gun iemand anders z'n lol, ook als dat niet mijn idee van lol is'. De norsen, de sombermensen en de bange mensen; je moet ze niet volledig negeren.
Maar om nu alles wat we doen te laten afhangen van hen. Soms moet je gewoon even niet zanikken.
zondag 7 oktober 2012
De oplossing levert een probleem
Een probleem is pas een probleem als het als probleem wordt ervaren. Dat lijkt de afdeling Open Deuren. Maar toch...
Een probaat middel om kleine irritaties te laten uitgroeien tot problemen is schaarste creëren. En schaarste krijg je al snel als we maar met velen op één plek zijn. Dan wordt huisvesting - en scheefwonen - een probleem. Dan wordt huisvuil een probleem. Dan worden buitenspelen voor kinderen een probleem.
Een beetje bevolkt gebied laat je zien hoe dat kan werken. Een stad is nog beter. Neem maar eens een lekker drukke dag en ga er eens rustig voor zitten.
Het begint al met de stromen mensenmassa's. Je zou zeggen dat die vrij soepel lopen, want we zijn toch allemaal gewend 'rechts te houden'? Als dat zo zou zijn, zouden op roltrappen geen bordjes nodig zijn dat stilstaan rechtsstaan is en doorlopen links. Overigens: de roltrap is alleen sneller dan de trap als je er ook op doorloopt. Dat is ook de ontwerpbasis. Maar die mensenmassa's lopen zelden gesmeerd. Er is altijd wel een obstakel. Ofwel een vernauwing in het pad, ofwel een aantal tegenliggers die hun eigen pad kiezen. Gewoon kennissen spreken die je ziet staan. Gewoon even oversteken. Gewoon gedrieën naast elkaar slenteren. Geen enkel probleem als er ruimte genoeg is. Maar een irritatie en probleem als die ruimte er niet (meer) is.
In het onderwijs is het verschijnsel ook bekend: de ouders. Ga maar eens na. Veel basisscholen kampen met het probleem van de ouders die kinderen met de auto brengen en halen. Naast degenen die te lui zijn om naar de school te fietsen, zijn er degenen met argumenten als "anders verlies ik teveel tijd op weg naar werk" of "fietsen?! Veel te gevaarlijk met die kinderen. In de auto is het veiliger". Bij school klagen de ouders en masse over de gevaarlijke verkeerssituaties. En omdat het blijkbaar bijzonder moeilijk is naar jezelf te kijken: veel van die verkeersonveiligheid veroorzaken de automobilisten zelf.
Vergis je niet. Het zijn zeker niet uitsluitend automobilisten die zulk gedrag vertonen. Sterker, ik denk dat automobilisten niet bestaan en dat dit een menselijk trekje is.
Een stad als Leiden heeft veel fietsers. Die zijn net zo. Laten we duidelijk zijn. Op een drukke markt met een fiets aan de hand rondlopen, is onzin. En je maakt het alleen maar erger als je ook nog eens met die fietsen voor de marktkramen gaat staan. Naar verluidt, regelt de Algemene Plaatselijke Verordening daarover iets. Maar het zit vooral in het denkraam van mensen.
Want de fiets lijkt blijkbaar op de auto. Je zet 'm dus dichtbij de plaats waar je moet zijn; ongeacht de gevolgen. Een landelijk warenhuis heeft daarom in een wanhoopspoging er iets aan te doen een bord neergezet dat fietsen recht voor de in- en uitgang neerzetten, verbiedt. Nu is er zowaar een doorgang van 2-3 meter. Zonder bord stonden de fietsen als een blikken versperring recht voor de deur.
En dat doen fietsers op heel veel plaatsen. De supermarkt die daardoor geen in- en uitgang voor kinderwagens en gehandicapten meer kan gebruiken. De supermarkt waar je met volle boodschappentassen niet meer naar buiten kan zonder een fiets te raken. De fiets die recht voor de ingang van de snoepwinkel wordt gezet 'want er is toch nog een deur?'. De drukke markt waar de fiets-aan-de-hand een hindernis is.

Formeel redenerend is het niet relevant of er wel of geen fatsoenlijke parkeervoorzieningen zijn. Toch merk ik bij mezelf dat dat wel een rol speelt. Als er bij een station een volle stalling is - door welke oorzaak dan ook - dan kan ik me goed voorstellen dat mensen hun fiets in de omgeving stallen. Je moet immers een trein halen; die wacht niet op jou.
Maar in het geval van boodschappen doen, is dat toch echt anders. Dan lijkt het er meer op dat het persoonlijke bezwaar van boodschappentassen moeten dragen zwaarder weegt dan het collectieve van overlast voor anderen.
Dat los je dus echt niet op met wetten en borden. Die worden massaal genegeerd zolang er geen gerede kans is op sancties. Wat dan vaak gebeurd, is dat er een plaag aan paaltjes en hekjes ontstaat. Overal waar je niet op of in mag, komt een paaltje of een hekje te staan. En die rijden we dan weer uit de grond.
De ellende is dat we ons eigen probleem zijn. Het is blijkbaar niet vanzelfsprekend meer rekening te houden met anderen. De grotere ellende is, dat als we zelf de oorzaak zijn, de oplossing ook daar ligt. En, tja, denk niet dat we zonder 'incentives' iets ten nadele van ons eigen gemak zullen doen.
Een probaat middel om kleine irritaties te laten uitgroeien tot problemen is schaarste creëren. En schaarste krijg je al snel als we maar met velen op één plek zijn. Dan wordt huisvesting - en scheefwonen - een probleem. Dan wordt huisvuil een probleem. Dan worden buitenspelen voor kinderen een probleem.
Een beetje bevolkt gebied laat je zien hoe dat kan werken. Een stad is nog beter. Neem maar eens een lekker drukke dag en ga er eens rustig voor zitten.
Het begint al met de stromen mensenmassa's. Je zou zeggen dat die vrij soepel lopen, want we zijn toch allemaal gewend 'rechts te houden'? Als dat zo zou zijn, zouden op roltrappen geen bordjes nodig zijn dat stilstaan rechtsstaan is en doorlopen links. Overigens: de roltrap is alleen sneller dan de trap als je er ook op doorloopt. Dat is ook de ontwerpbasis. Maar die mensenmassa's lopen zelden gesmeerd. Er is altijd wel een obstakel. Ofwel een vernauwing in het pad, ofwel een aantal tegenliggers die hun eigen pad kiezen. Gewoon kennissen spreken die je ziet staan. Gewoon even oversteken. Gewoon gedrieën naast elkaar slenteren. Geen enkel probleem als er ruimte genoeg is. Maar een irritatie en probleem als die ruimte er niet (meer) is.
In het onderwijs is het verschijnsel ook bekend: de ouders. Ga maar eens na. Veel basisscholen kampen met het probleem van de ouders die kinderen met de auto brengen en halen. Naast degenen die te lui zijn om naar de school te fietsen, zijn er degenen met argumenten als "anders verlies ik teveel tijd op weg naar werk" of "fietsen?! Veel te gevaarlijk met die kinderen. In de auto is het veiliger". Bij school klagen de ouders en masse over de gevaarlijke verkeerssituaties. En omdat het blijkbaar bijzonder moeilijk is naar jezelf te kijken: veel van die verkeersonveiligheid veroorzaken de automobilisten zelf.
Vergis je niet. Het zijn zeker niet uitsluitend automobilisten die zulk gedrag vertonen. Sterker, ik denk dat automobilisten niet bestaan en dat dit een menselijk trekje is.
Een stad als Leiden heeft veel fietsers. Die zijn net zo. Laten we duidelijk zijn. Op een drukke markt met een fiets aan de hand rondlopen, is onzin. En je maakt het alleen maar erger als je ook nog eens met die fietsen voor de marktkramen gaat staan. Naar verluidt, regelt de Algemene Plaatselijke Verordening daarover iets. Maar het zit vooral in het denkraam van mensen.
Want de fiets lijkt blijkbaar op de auto. Je zet 'm dus dichtbij de plaats waar je moet zijn; ongeacht de gevolgen. Een landelijk warenhuis heeft daarom in een wanhoopspoging er iets aan te doen een bord neergezet dat fietsen recht voor de in- en uitgang neerzetten, verbiedt. Nu is er zowaar een doorgang van 2-3 meter. Zonder bord stonden de fietsen als een blikken versperring recht voor de deur.
En dat doen fietsers op heel veel plaatsen. De supermarkt die daardoor geen in- en uitgang voor kinderwagens en gehandicapten meer kan gebruiken. De supermarkt waar je met volle boodschappentassen niet meer naar buiten kan zonder een fiets te raken. De fiets die recht voor de ingang van de snoepwinkel wordt gezet 'want er is toch nog een deur?'. De drukke markt waar de fiets-aan-de-hand een hindernis is.
Formeel redenerend is het niet relevant of er wel of geen fatsoenlijke parkeervoorzieningen zijn. Toch merk ik bij mezelf dat dat wel een rol speelt. Als er bij een station een volle stalling is - door welke oorzaak dan ook - dan kan ik me goed voorstellen dat mensen hun fiets in de omgeving stallen. Je moet immers een trein halen; die wacht niet op jou.
Maar in het geval van boodschappen doen, is dat toch echt anders. Dan lijkt het er meer op dat het persoonlijke bezwaar van boodschappentassen moeten dragen zwaarder weegt dan het collectieve van overlast voor anderen.
Dat los je dus echt niet op met wetten en borden. Die worden massaal genegeerd zolang er geen gerede kans is op sancties. Wat dan vaak gebeurd, is dat er een plaag aan paaltjes en hekjes ontstaat. Overal waar je niet op of in mag, komt een paaltje of een hekje te staan. En die rijden we dan weer uit de grond.
De ellende is dat we ons eigen probleem zijn. Het is blijkbaar niet vanzelfsprekend meer rekening te houden met anderen. De grotere ellende is, dat als we zelf de oorzaak zijn, de oplossing ook daar ligt. En, tja, denk niet dat we zonder 'incentives' iets ten nadele van ons eigen gemak zullen doen.
Abonneren op:
Posts (Atom)