Posts tonen met het label stad. Alle posts tonen
Posts tonen met het label stad. Alle posts tonen

woensdag 10 september 2014

Het stadsjongetje en de hondenmeneer

Een typisch stadsjongetje was het, vind ik. Z'n ouders leken dat ook te vinden; haar dat halflang, donkerblond en met gekrulde lokken wordt gedragen. Een stijl die je zomaar ook in Wassenaar aantreft als statement voor vrije geesten. Dit jochie had iets van Pietje Bell; alsof-i net ijs had gegeten en met de kring gesmolten chocolade-ijs om z'n mond was weg gegaan. Geen tijd om schoon te maken.

Hij zal iets van elf jaar zijn: een jochie op een fiets die nog nét een slag te groot is. "Op de groei gekocht". Zo eentje waar je wel goed op kunt fietsen, maar waar je met moeite opstapt. Je kunt er wel al net zo hard mee als op een 'echte fiets'. Het meest lijkt het op zo'n servet-tafellaken-situatie: het een niet meer, het andere nog niet.

Hij moest de straat oversteken, vlak nadat de spoorwegovergang open was gegaan. Dan heb je even meer verkeer door die straat. De verkeersgolf was al voorbij. En dan zie je plots een jochie van een jaar of elf oversteken. Zo'n beeld dat je tientallen keren kunt zien.

Het was niet het jochies uiterlijk of z'n fiets die me frappeerden, maar z'n alertheid. Een echt stadskind dat weet wat een stad ís. Het is een soort toegevoegde laag. Een laag die je eigenlijk pas herkent als je een vergelijkbaar kind uit 'een dorp' ernaast zet. Je kunt het streetwise noemen, maar persoonljk vind ik dat teveel het schoffieskarakter benadrukken. Het is veel meer een kind dat qua ervaring verder is dan de kinderwereld, meer op de hoogte van de echte wereld en z'n gevaren. Dat wil niet zeggen dat die kinderwereld er niet meer is.

Het deed me denken aan m'n eigen verhuizing uit de stad naar een dorp. De afkeurende opmerkingen over taalgebruik: meer dan vijftig jaar later weet je nog steeds dat die zijn gemaakt. Maar ook mijn eigen beeld van het dorp: waar ze ietwat simpel leken te zijn.

In de honderd meter dat-i voor me fietste, flitste dat door me heen. Bij iedere beweging die hij met z'n grote fiets maakte, keek-i goed om zich heen. In tegenstelling tot heel wat volwassenen passeerde hij geen andere fietsers zonder eerst om te kijken. Aan de manier waarop-i dat deed, zag je dat-i goed wist wat (verkeers)gevaar is.

Net op het moment dat ik dacht "die red het wel in de wereld" reed-i rechtdoor waar de weg rechtsaf ging. Zonder z'n hand uit te steken. Op één van de gevaarlijkste plekken die Leiden kent. Er was geen auto te zien, da's waar.

Elders in de stad heb je meer van die plekken, waarbij doorgaand verkeer feitelijk een bocht maakt maar wel voorrang heeft. Als je daar rechtdoor wilt, is het best link. Je slaat af en staat 'tegen de weghelft opgesteld'. Het voelt alsof je een stilstaand doelwit bent.

's Middags dacht ik dat iemand dat doelwit letterlijk opvatten. Op de weghelft van het tegemoetkomend verkeer en een meter of twee ná de bocht stond een man. "Die is gek", denk je dan, "want een automobilist zal je nét te laat zien.". Daar ga je toch niet staan?

Het was nog gekker. De reden dat de man daar stilstond, stond naast hem. Een hond, zo groot als een veel te dikke big, die nodig moest en had besloten dat dáár te doen. En dan heb je weer zo'n beeld: een dikke bulldogteef die gehurkt haar plasje doet midden op de rijbaan en een baas aan het lijntje die er met z'n grijze haar en grijze snor schaapachtig bij staat te grimassen. Een volslagen zot beeld.

De man ademde met z'n grimas ook iets uit van 'ik kan er ook niets aan doen'. De tien kilo vlees bepaalde blijkbaar wat er gebeurde. Op een weg die, als honderd meter verderop het verkeerslicht groen zou geven, vol zou lopen met auto's.

Het jochie. De man. De stad.

donderdag 10 oktober 2013

Storm?!

In eerste instantie dacht ik: "Zijn we gek geworden?". Maar in tweede instantie, een seconde later, schoten me de woorden van oudere mensen te binnen: "Als de kinderen zo onrustig zijn, is er storm op komst.". Zou dat ook voor slechter weer gelden? In dat geval kloppen beide.

Ik heb het al 's eerder geschreven: de samenleving versneld én vertraagd. Da's een niet mis te verstaan probleem voor de toekomst; niks 'uitdaging'.
Enerzijds gaan technologische ontwikkelingen steeds sneller, gaan veranderingen die dat voortbrengt steeds sneller, wordt de hoeveelheid informatie met de seconden groter, wordt de kennis die je nodig hebt om 'samen te leven' steeds groter.

En tegelijk worden steeds meer mensen langzamer, worden steeds meer mensen gebrekkiger, zoeken steeds meer mensen houvast.

Waardoor? Door de versnelling die nu eenmaal het gevolg is van onze economische principes, en het biologische gegeven dat we steeds ouder (kunnen) worden. Dat wringt.

Vandaag was weer eens zo'n dag waarop ik dacht: "Wat als jíj oud zou zijn?". Zo'n dag met van die kleine akkefietjes die meestal onopgemerkt door je waarneming schieten. Van die momenten dat je even zou kunnen denken: "Als we meer ouderen hebben, gaan we dit dus veel meer meemaken.".

Zo'n bus met rolstoellift bijvoorbeeld. Die moet bij voorkeur vlak staan. Dan struikelt er niemand bij het op- of afstappen en dan wringt het platform ook niet. Als ik vandaag bij de flat van een hoogbejaarde slecht ter been zijnde dame aankom, staan er twéé auto's asociaal dubbel geparkeerd. Daardoor moet de bus, achteruit stekend, heel scheef aanrijden. Het gevolg? Dat iemand van 95 meer risico moet nemen omdat iemand van een jaar of 25 te beroerd is om zich aan regels te houden.

Hoezo, 25? Dat is mijn schatting, want de chauffeur en bijrijder stapten net uit toen ik achteruit stak. Tja, die heb ik in onvervalst Nederlands en woede duidelijk gemaakt dat door hun gedrag nu een oude dame risico moest nemen. Jammer genoeg zei m'n bijrijder toen hij terugkwam dat het volgens hem Polen waren die geen woord hadden begrepen van wat ik zei.

Die bussen zijn een bron van inspiratie om je druk te maken over verkeersgedrag. Maak je borst maar nat, als je je eraan ergert dat die busjes behoedzaam verkeersdrempels en andere obstakels in de weg nemen. Het worden er alleen maar meer. En ook de scootmobiel en de trage chauffeur gaan in aantallen toenemen.

Niet dat dat sommigen ervan weerhoudt dergelijke busjes over de tegenliggerbaan links in te halen, het doodnormaal te vinden dat je van stoplicht naar stoplicht rijdt op basis van een noodstop'techniek' of elkaar proberen op te jutten door te kleven.

Die mensen zullen me worst wezen. Ze doen maar. Het kost hén hartkloppingen, hoge bloeddruk en een hoog benzineverbruik. O, en wellicht tien-twaalf seconden tijdwinst.

Belangrijker is weer die spanning tussen haast en kalmte. Want als er steeds meer langzamen gaan komen; gaan die levensgevaarlijk rijdende snellen dan langzamer? Of blijven ze menen werkelijk béter te zijn in het verkeer?

Leiden voert een op papier goed beleid voor langzaam verkeer. Bij vrij veel stoplichten krijgt langzaam verkeer een groot vak vooraan; ook vóór de eerste wachtende auto.

Jammer genoeg bestaat er een soort bestuurder op wie die situatie als een rode lap werkt. Of, zoals vandaag, gewoon niet eens zíen dat dat vlak is aangebracht. Hoppa, we duwen die fietsers gewoon opzij. En een scootmobiel ook. Net zo makkelijk.

Zoals ik zei: het gaat niet om het niet naleven van verkeersregels. Het gaat me om het conflicterende van snel en langzaam. Dat wordt echt een dingetje, waarvoor we oplossingen nodig zullen hebben.

En die zullen echt niet alleen in de techniek moeten worden gevonden. Het is een vooral een kwestie van mentaliteit. Zoals bij veel volkeren respect voor ouderen een groot goed is, zo zullen wij dat ook moeten zien terug te vinden.

dinsdag 13 augustus 2013

Een stads ecosysteem

Het is zo'n modieus misbruik van een term: ecosysteem. In de oorspronkelijke betekenis van het woord is het de (symbiotische) samenhang tussen leven, organisme, en (dode) omgeving. Sinds een paar jaar wordt de term veel breder gebruikt. Vooral in de zoektocht naar nieuwe werkelijkheden, waarden, normen en wetmatigheden die de digitalisering met zich meebrengt, is het een populair begrip geworden.

Ecosysteem is in die context een samenwerking tussen elementen zonder welk de afzonderlijke elementen niet floreren. Zuiver geredeneerd zou waarschijnlijk de term 'biotoop' een juistere benaming zijn, ware het niet dat juist het woorddeel 'systeem' in ecosysteem dynamiek en interactie suggereert. En juist dat systeem - wie, wat, (waarom en) hoe beïnvloedt - is wat eerst moet worden begrepen van de nieuwe situatie. 'Eco' voorkomt een te mechanistische denkwijze, doordat het een veel organischer, holistisch perspectief introduceert.

Hét grote gevaar van dit soort van analogieën is dat ze te makkelijk worden ingezet als antwoord. 'Er gaat een nieuwe werkelijkheid, een nieuw ecosysteem ontstaan'(voor uitgevers bij voorbeeld) is té makkelijk, té ontwijkend. Waaruit blijkt dat dan? Zijn nieuwe (technische) mogelijkheden voldoende grond om te spreken van een nieuw ecosysteem? Is dat nieuwe systeem dan een aanpassing aan de nieuwe biotoop van het oude systeem, of is het werkelijk principieel nieuw?

De term benadrukt het belang van afhankelijkheden en processen. In dat opzicht is het een belangrijk verschil met de klassieke benadering. Niet langer pyramidestructuren, top downaanpakken of hiërarchieën, maar netwerken en interdependenties. Het is daarmee een ander paradigma. een andere manier om naar de werkelijkheid te kijken en die te beschrijven. Ondanks de wellicht formele 'fout' is dát zuivere winst: het breken van de individualiseringsgolf. Het is de meerwaarde die telt en die voortkomt uit de som die groter is dan de optelling van de delen.

Ook naar de stad kun je kijken alsof het ecosysteem is. De stedelijke biotoop is er eentje waarin vooral de mens gedijt, alhoewel ook een fors, en groeiend, aantal dieren zich er thuis voelt. Het ecosysteem zit 'm er in dat er dingen gebeuren.

De stad 'leeft'.

Rationeel weten we dat er mensen bij betrokken zijn. Huisvuil 'verdwijnt' niet. Aanplakbiljetten 'plakken zichzelf' niet. Straten en gebouwen 'repareren zichzelf' niet. Containers bouwafval die 'ineens vol' zijn. Dat doen mensen. Mensen die we niet altijd zien, waardoor de indruk ontstaat dat iets 'ineens' anders is.

Of langzaam verdwijnt. Verteert door de stad.

20130813-112159.jpg

Een fiets - zoals een kalf of een ziek dier buiten de kudde - achtergelaten op een te rustige plek, of te lang op één plek; die wordt verorberd.

De fiets hierboven staat in Leiden, op een plaats waar dagelijks veel mensen langskomen. Als je een stop motionfilm zou maken, dan krijg je een mooie geleidelijke aftakeling van de fiets te zien.

Met wat voorstellingsvermogen kun je je dan makkelijk de stad voorstellen als een organisme. Dat dooreet tot het laatste onverteerbare botje.

En dan boert.

zaterdag 6 juli 2013

Het Leids waterweb

Leiden zelf heeft het idee 'stad van ontdekkingen' te zijn. Persoonlijk vind ik het een waardeloze slagzin. Niemand snapt 'm direct - en da's toch echt wel de bedoeling van zo'n zin - en als je hem probeert uit te leggen, stuit je ook op problemen. Ontdekkingen. Welke dan? Die van universitair medewerkers van weleer? Leuk hoor, het weetje dat in Leiden voor het eerst in de geschiedenis het absoluut nulpunt werd bereikt. Ook iets voor Triviant: Rembrandt is geboren en getogen in Leiden. Maar beroemd is hij er níet geworden. Niet dat ik het wil bagatelliseren, maar veel van Leidens roemruchte ontdekkingen passen in de categorie: heeft deze deurknop vastgehouden. Leiden associeert helemaal niet met 'ontdekking'.

Wellicht is het de bedoeling dat 'ontdekking' een verwijzing is naar 'de ontdekking die om de hoek ligt'. Het onverwachte vergezicht. Of dat indrukwekkende gebouw. Dat klopt al meer. Leiden heeft bijzondere gebouwen, heeft mooie doorkijkjes, heeft verstilde hofjes, heeft plaatsen met een verhaal. Je moet ze wel zoeken. De stad als geheel ademt dat 'stad van ontdekkingen' helemaal níet uit. Da's ook niet verbazingwekkend. Hoe in godesnaam verbeeld je 'stad van ontdekkingen' in de publieke ruimte? En zeg nu niet 'door te verwijzen naar musea'.

Soms ligt het antwoord voor je neus, maar zie je het niet. Zelf heb ik de indruk dat Leiden te hoogdravend inzet. Natuurlijk, de stad heeft beroemde kunstenaars en wetenschappers gehuisvest. De stad hééft een turbulente geschiedenis. Leiden hééft de oudste universiteit en de mooiste Hortus Botanicus (vind ik). We hebben hier de oudste betonnen draagbalkconstructie van Nederland, in de meelfabriek. En een heel uniek raam in de Breestraat.

Maar dat zijn allemaal feiten, feitjes en voetnoten bij de geschiedenis. Als de je de stad zíet, zie je dat niet. Inderdaad, ik heb er al 's iets over gezegd.

Wat je wél ziet, is al het water in Leiden. Het barst hier van de kanalen, singels en rivieren. Zeker de binnenstad is ermee vergeven. En we hebben dus ook bruggen: oude, nieuwe, lelijke, mooie, fotogenieke.

Water is bijzonder. Het leeft. Je hebt maar een zuchtje wind nodig en het beweegt. Het kan spiegelend glad zijn, maar ook dampend. Het kan veranderen in ijs! Er leeft van alles op en in water. En in een stad ligt er ook nog eens van alles in het water, of drijft er rond. Maar: het lééft!

Niet voor niets zie je veel toeristen foto's maken van Leiden met een wateroppervlak er op. Doorkijkjes onder bruggen door. Zonsondergangen of imposante wolkenpartijen vanaf de Hoogstraat, met molen De Put op de achtergrond.

Dat waterweb van Leiden heeft minstens zoveel kracht als 'stad van ontdekkingen'. Als in de stad iets wordt georganiseerd, is daar vaak het water bij betrokken, zeker in de zomer. De Peurbakkentocht en de Dragon Boatwedstrijden. Op het water. Terrassen en podia? Op het water. En dan moeten we vooral mijn favoriete zomervermaak niet vergeten: bootjes kijken op de Nieuwe Rijn(man, man, wat kunnen wij Nederlanders varen, zeg).

Zeker met mooi weer geeft het de stad iets extra's. 'Ben even boodschappen doen. Met de sloep naar Leiden, Hendrik-Jan'. In file-formatie parade-varen langs de terrassen (en, fantaseer ik daar dan vaak bij, maar hopen dat je geen stuurblunder begaat).

Photo 06-07-13 15 07 43

Vandaag was zo'n dag. Zaterdag. Markt. Mooi weer. En dus bootjes, heel veel bootjes. Daartussen de schuiten waarop een aantal bands muziek uit de Woodstocktijd ten gehore bracht. Zolang je maar geen top-uitvoeringen verwacht, is het prima. Schippers die moeite hebben de schuiten voor een drijvend terras stil te leggen, een band die heel erg z'n best doet, de zon die straalt, de markt die als achtergrond dient. Momenten.

Die momenten... dát zijn de ontdekkingen. Voor de gelukkigen.

zondag 3 maart 2013

Fabriek van slaapliedjes


Vooraf moet ik bekennen dat ik nogal een <em>fan</em> ben van vreemde verhalen en verhaalstijlen. Dat zijn er nogal wat, hoor. Van Franz Kafka en Italo Calvino tot Roald Dahl. Van boeken tot films en toneelvoorstellingen. En waarschijnlijk zit het ook wel in mijn muziekvoorkeuren verborgen. Ik omschrijf het zelf maar als 'de aantrekkingskracht van het ongerijmde'.

Ik ben dus dol op het ietwat vreemde. <em>Science fiction</em> met brullende raketten en wandelingen op Mars; nee, die een stuk minder. Veel mooier zijn de verhalen die je ruimte geven voor fantasie. Meestal zijn dat verhalen die nét aan buiten de werkelijkheid staan; die je zo in de dagelijkse realiteit zou kunnen tegenkomen. Níet en toch volledig ondenkbaar zijn.

Nou, dan is een persoon als ik hier dus van onder de indruk. Wat zou ik dit graag op veel meer plekken zien, ook in Nederland.

<a href="http://medunkt2011.files.wordpress.com/2013/02/balcony.jpg"><img src="http://medunkt2011.files.wordpress.com/2013/02/balcony.jpg?w=211" alt="Balcony" width="211" height="300" class="alignnone size-medium wp-image-3498" /></a>

Dit is de <a href="http://www.studioweave.com/projects/the-lullaby-factory/#.USzMzBiSYR0">Lullaby Factory</a>. Het is een project van <a href="http://www.studioweave.com/">Studio Weave</a>; een bezoekje aan hun website meer dan waard.

<a href="http://medunkt2011.files.wordpress.com/2013/02/img_0507.jpg"><img src="http://medunkt2011.files.wordpress.com/2013/02/img_0507.jpg?w=199" alt="IMG_0507" width="199" height="300" class="alignnone size-medium wp-image-3499" /></a>

Wat je ziet, is een stuk <em>unheimisch</em> gebied tussen oud- en nieuwbouw. Zo'n plek die je liever vermijdt. Daar komen nu deze pijpen, toeters en andere vreemde vormen tevoorschijn. Daar kun je nu wegdromen op geluiden die uit de toeters komen. Vreemde, fantasievormende geluiden en muziekjes.
Op de <em>website</em> vind je ook nog eens het verhaal van de Lullaby Factory. Want denk nu niet dat dit 'gewoon is gemaakt'. Het is een heel concept. Echt. Zeker even die <em>website</em> bekijken. Of ziek worden.

<a href="http://medunkt2011.files.wordpress.com/2013/02/img_0671-445x296.jpg"><img src="http://medunkt2011.files.wordpress.com/2013/02/img_0671-445x296.jpg?w=300" alt="IMG_0671-445x296" width="300" height="199" class="alignnone size-medium wp-image-3500" /></a>

Het is een kinderziekenhuis waar dit is gerealiseerd. Maar de fantasie van kinderen is niet exclusief voor kinderen. De uitdaging die in deze speelsheid schuilgaat, is universeel. Volwassenen hebben geleerd die te 'beheersen', lees: onderdrukken.

Wat zou het mooi zijn als op de onverwachtste plekken in een stad of landschap contrapties als deze zouden zijn te vinden. Niet van die toeristische wandelroutes, maar een mysterieus spoor. Wat zou de stad dan mooi en uitnodigend zijn. Ik weet 't. Ik weet 't. Da's niet serieus genoeg. Een routebegeleiding op een <em>smartphone</em> wel.

Jammer.

zondag 7 oktober 2012

De oplossing levert een probleem

Een probleem is pas een probleem als het als probleem wordt ervaren. Dat lijkt de afdeling Open Deuren. Maar toch...

Een probaat middel om kleine irritaties te laten uitgroeien tot problemen is schaarste creëren. En schaarste krijg je al snel als we maar met velen op één plek zijn. Dan wordt huisvesting - en scheefwonen - een probleem. Dan wordt huisvuil een probleem. Dan worden buitenspelen voor kinderen een probleem.

Een beetje bevolkt gebied laat je zien hoe dat kan werken. Een stad is nog beter. Neem maar eens een lekker drukke dag en ga er eens rustig voor zitten.

Het begint al met de stromen mensenmassa's. Je zou zeggen dat die vrij soepel lopen, want we zijn toch allemaal gewend 'rechts te houden'? Als dat zo zou zijn, zouden op roltrappen geen bordjes nodig zijn dat stilstaan rechtsstaan is en doorlopen links. Overigens: de roltrap is alleen sneller dan de trap als je er ook op doorloopt. Dat is ook de ontwerpbasis. Maar die mensenmassa's lopen zelden gesmeerd. Er is altijd wel een obstakel. Ofwel een vernauwing in het pad, ofwel een aantal tegenliggers die hun eigen pad kiezen. Gewoon kennissen spreken die je ziet staan. Gewoon even oversteken. Gewoon gedrieën naast elkaar slenteren. Geen enkel probleem als er ruimte genoeg is. Maar een irritatie en probleem als die ruimte er niet (meer) is.

In het onderwijs is het verschijnsel ook bekend: de ouders. Ga maar eens na. Veel basisscholen kampen met het probleem van de ouders die kinderen met de auto brengen en halen. Naast degenen die te lui zijn om naar de school te fietsen, zijn er degenen met argumenten als "anders verlies ik teveel tijd op weg naar werk" of "fietsen?! Veel te gevaarlijk met die kinderen. In de auto is het veiliger". Bij school klagen de ouders en masse over de gevaarlijke verkeerssituaties. En omdat het blijkbaar bijzonder moeilijk is naar jezelf te kijken: veel van die verkeersonveiligheid veroorzaken de automobilisten zelf.

Vergis je niet. Het zijn zeker niet uitsluitend automobilisten die zulk gedrag vertonen. Sterker, ik denk dat automobilisten niet bestaan en dat dit een menselijk trekje is.

Een stad als Leiden heeft veel fietsers. Die zijn net zo. Laten we duidelijk zijn. Op een drukke markt met een fiets aan de hand rondlopen, is onzin. En je maakt het alleen maar erger als je ook nog eens met die fietsen voor de marktkramen gaat staan. Naar verluidt, regelt de Algemene Plaatselijke Verordening daarover iets. Maar het zit vooral in het denkraam van mensen.
Want de fiets lijkt blijkbaar op de auto. Je zet 'm dus dichtbij de plaats waar je moet zijn; ongeacht de gevolgen. Een landelijk warenhuis heeft daarom in een wanhoopspoging er iets aan te doen een bord neergezet dat fietsen recht voor de in- en uitgang neerzetten, verbiedt. Nu is er zowaar een doorgang van 2-3 meter. Zonder bord stonden de fietsen als een blikken versperring recht voor de deur.
En dat doen fietsers op heel veel plaatsen. De supermarkt die daardoor geen in- en uitgang voor kinderwagens en gehandicapten meer kan gebruiken. De supermarkt waar je met volle boodschappentassen niet meer naar buiten kan zonder een fiets te raken. De fiets die recht voor de ingang van de snoepwinkel wordt gezet 'want er is toch nog een deur?'. De drukke markt waar de fiets-aan-de-hand een hindernis is.

20121007-162437.jpg

Formeel redenerend is het niet relevant of er wel of geen fatsoenlijke parkeervoorzieningen zijn. Toch merk ik bij mezelf dat dat wel een rol speelt. Als er bij een station een volle stalling is - door welke oorzaak dan ook - dan kan ik me goed voorstellen dat mensen hun fiets in de omgeving stallen. Je moet immers een trein halen; die wacht niet op jou.
Maar in het geval van boodschappen doen, is dat toch echt anders. Dan lijkt het er meer op dat het persoonlijke bezwaar van boodschappentassen moeten dragen zwaarder weegt dan het collectieve van overlast voor anderen.

Dat los je dus echt niet op met wetten en borden. Die worden massaal genegeerd zolang er geen gerede kans is op sancties. Wat dan vaak gebeurd, is dat er een plaag aan paaltjes en hekjes ontstaat. Overal waar je niet op of in mag, komt een paaltje of een hekje te staan. En die rijden we dan weer uit de grond.

De ellende is dat we ons eigen probleem zijn. Het is blijkbaar niet vanzelfsprekend meer rekening te houden met anderen. De grotere ellende is, dat als we zelf de oorzaak zijn, de oplossing ook daar ligt. En, tja, denk niet dat we zonder 'incentives' iets ten nadele van ons eigen gemak zullen doen.

20121007-162445.jpg