Posts tonen met het label leven. Alle posts tonen
Posts tonen met het label leven. Alle posts tonen

maandag 8 september 2014

Een levende stad

Blogde ik gisteren over sociale-archeologie; vandaag zat ik weer te grasduinen in de foto's die ik in steden maak. Veruit de meeste daarvan zijn echt herinneringskiekjes. Van die foto's die je, soms heel impulsief, maakt als je iets ziet en je weet dat je dat gaat vergeten áls je niet....... Dat soort foto's.

Sommige zijn met knippen en andere bewerkingen nog een beetje acceptabel te maken. Ik ben er niet gefocust en vakman genoeg voor om direct bruikbare beelden te maken. Als je er een aantal maakt, zijn daartussen echter altijd wel leuke te vinden.

Het zijn die beelden die mij boeien. Groots, verborgen, petieterig klein: alles kan. En soms is het maar even echt mooi, of in het echt nog véél mooier. Deze bijvoorbeeld knalde eruit doordat de zakkende zon vooral het stuk beschilderde muur bescheen:
foto

Eén van de mooiste schilderingen vond ik deze. De boom hoort er gewoon bij:
Photo 26-08-14 18 04 28

En voor deze ben ik met m'n ontstoken voet zelfs terug gelopen omdat ik na tweehonderd meter ineens bedacht: "Maar dat was een collage, op die buitenmuur achter de steiger":

Photo 26-08-14 19 36 28

Ik weet 't. Het zijn geen prijswinnende foto's. Dat hoeft ook niet. Het zijn privé kiekjes. Voor deze keer gebruikt om jou te laten zien dat de stad leeft, als je 'm de kans geeft.

donderdag 17 juli 2014

Speeltuin van de toekomst

Daar heeft Leiden een jaar of twintig geleden dus een mooie kans laten liggen. Dat is de periode waarin een groep wijkbewoners een speeltuin wilde realiseren. Ik was één van hen.

Wat de gemeente liet liggen, is de kans een speeltuin te realiseren die nu Speeltuin van de Toekomst schijnt te zijn; in Den Haag ligt, en gerealiseerd wordt onder de vleugels van de Richard Krajicek Foundation.*

Mijn idee is dat dát doorslaggevend is bij overheden.

Burgers hebben geen ideeën. Wat moet je met individuen met een visie, een goed idee. Veel vanzelfsprekender is het een autoriteit te volgen; een groot adviesbureau, een concern, een bekende naam, een 'foundation'. Daar ben ik inderdaad nogal cynisch over: burgerparticipatie. Het organisatievermogen is bepalend (en de connecties met de ambtenaren, voor een deel van hen het eigen beroep).

De speeltuin die wij wilden ontwikkelen, is er uiteindelijk wel gekomen. Maar anders. Ons idee was een combinatie van spelen en natuur. Anders, maar in hoge mate overeenkomstig met wat nu in Den Haag als Speeltuin van de Toekomst wordt betiteld. Het is een lang proces geweeest. Ik denk dat we vijf tot zeven jaar ermee bezig zijn geweest.

De wijk is één van de welvarendste in Leiden. Maar openbáár groen, laat staan speelplekken: die zijn er haast niet. Toch leven ook in die wijk veel kinderen die willen ravotten. Er staan ook nog eens een áántal basisscholen op een kleine oppervlakte. In de buurt: een park, slecht onderhouden en op de nominatie te worden opgekalefaterd. De plek werd dus daar, een deel van het park (het gedoe daarover is een zelfstandig verhaal over vooroordelen en weerstand tegen verandering).

Het gedoe om een speeltuin te realiseren - geld, scepsis bij de bestaande Leidse speeltuinen, vergaderingen, lobby-werk - sla ik over; met uitzondering van de inrichting. Dat was voor mij een ervaring.

In Leiden bleek het godsonmogelijk een wilde speeltuin te realiseren. Ondanks de inzet van een professioneel speeltuin-ontwerper - waarvan ik tot dan niet eens wist dat die bestáán - is dat nooit gelukt. Geen klim- en ravotplek. Geen waterspeelmogelijkheid met modder. Overal veiligheidseisen. Voor mij de grootste desillusie; dat de gemeente niet in staat bleek los te komen van de veiligheidsgedachte.

De speeltuin is geopend in de maand dat wij uit de wijk weg verhuisden. Hij bestaat nog steeds, maar anders.

De Haagse en de Leidse verhalen vind ik tekenend. Niet voor de noodzaak met namen te kunnen zwaaien om iets voor elkaar te krijgen, maar voor de angstige terughoudendheid. Een terughoudendheid die voortkomt, denk ik, uit je niet kunnen verplaatsen in wat kinderen leuk vinden en doen. Iedere ouder kent het: kinderen vinden stukken hout vaak leuker dan het prachtigste speelgoed. En van spelregels houden ze ook niet als ze zelf niet mogen aanpassen, tussen twee haakjes.

Eerder heb ik al eens gepleit voor dieren en produktie(fruit)bomen in Leiden. Dit past naadloos daarin. Het is van de zotte dat we speciaal aangewezen en ingerichte gebieden nodig hebben voor kinderen om te spelen. Dat heb ik anderszins ook meegemaakt: dat buurtbewoners kinderen wég sturen van veilige plekken naar de straat 'omdat ze anders mijn eigendom beschadigen'.

Goed dat de Krajicek Foundation deze speeltuin voor elkaar krijgt, goed dat er speeltuinen zíjn, maar ik vraag me al jaren af waarom gemeenten geen speelbeleid ontwikkelen. Niet over speeltuinen, maar over de mogelijkheid overal in stad of dorp te kunnen spelen. Dat betekent echt niet per sé 'regelen en betalen'. Dat betekent wél nadenken over wat je je inwoners, de kinderen, te bieden hebt en vooral waarom.


* Jammer genoeg heeft de De Volkskrant het artikel daarover achter een betaalmuur geplaatst.

dinsdag 13 augustus 2013

Een stads ecosysteem

Het is zo'n modieus misbruik van een term: ecosysteem. In de oorspronkelijke betekenis van het woord is het de (symbiotische) samenhang tussen leven, organisme, en (dode) omgeving. Sinds een paar jaar wordt de term veel breder gebruikt. Vooral in de zoektocht naar nieuwe werkelijkheden, waarden, normen en wetmatigheden die de digitalisering met zich meebrengt, is het een populair begrip geworden.

Ecosysteem is in die context een samenwerking tussen elementen zonder welk de afzonderlijke elementen niet floreren. Zuiver geredeneerd zou waarschijnlijk de term 'biotoop' een juistere benaming zijn, ware het niet dat juist het woorddeel 'systeem' in ecosysteem dynamiek en interactie suggereert. En juist dat systeem - wie, wat, (waarom en) hoe beïnvloedt - is wat eerst moet worden begrepen van de nieuwe situatie. 'Eco' voorkomt een te mechanistische denkwijze, doordat het een veel organischer, holistisch perspectief introduceert.

Hét grote gevaar van dit soort van analogieën is dat ze te makkelijk worden ingezet als antwoord. 'Er gaat een nieuwe werkelijkheid, een nieuw ecosysteem ontstaan'(voor uitgevers bij voorbeeld) is té makkelijk, té ontwijkend. Waaruit blijkt dat dan? Zijn nieuwe (technische) mogelijkheden voldoende grond om te spreken van een nieuw ecosysteem? Is dat nieuwe systeem dan een aanpassing aan de nieuwe biotoop van het oude systeem, of is het werkelijk principieel nieuw?

De term benadrukt het belang van afhankelijkheden en processen. In dat opzicht is het een belangrijk verschil met de klassieke benadering. Niet langer pyramidestructuren, top downaanpakken of hiërarchieën, maar netwerken en interdependenties. Het is daarmee een ander paradigma. een andere manier om naar de werkelijkheid te kijken en die te beschrijven. Ondanks de wellicht formele 'fout' is dát zuivere winst: het breken van de individualiseringsgolf. Het is de meerwaarde die telt en die voortkomt uit de som die groter is dan de optelling van de delen.

Ook naar de stad kun je kijken alsof het ecosysteem is. De stedelijke biotoop is er eentje waarin vooral de mens gedijt, alhoewel ook een fors, en groeiend, aantal dieren zich er thuis voelt. Het ecosysteem zit 'm er in dat er dingen gebeuren.

De stad 'leeft'.

Rationeel weten we dat er mensen bij betrokken zijn. Huisvuil 'verdwijnt' niet. Aanplakbiljetten 'plakken zichzelf' niet. Straten en gebouwen 'repareren zichzelf' niet. Containers bouwafval die 'ineens vol' zijn. Dat doen mensen. Mensen die we niet altijd zien, waardoor de indruk ontstaat dat iets 'ineens' anders is.

Of langzaam verdwijnt. Verteert door de stad.

20130813-112159.jpg

Een fiets - zoals een kalf of een ziek dier buiten de kudde - achtergelaten op een te rustige plek, of te lang op één plek; die wordt verorberd.

De fiets hierboven staat in Leiden, op een plaats waar dagelijks veel mensen langskomen. Als je een stop motionfilm zou maken, dan krijg je een mooie geleidelijke aftakeling van de fiets te zien.

Met wat voorstellingsvermogen kun je je dan makkelijk de stad voorstellen als een organisme. Dat dooreet tot het laatste onverteerbare botje.

En dan boert.

woensdag 26 juni 2013

Reglementen des doods

Een verkeerde opvatting of een verkeerd gebruik van regels slaat dood. Regels op zich zíjn helemaal het probleem niet. Het probleem is het gebruikmaken er van.

Je zult niet verrast zijn te lezen dat ik niet zo van de regels ben. Maar de misvatting is dat ik niet van de regels ben. Raar? Mag je over een paar zaken gaan nadenken.

Als eerste en veruit belangrijkste dus dat verschil tussen het bestaan van regels en het gebruiken ervan. We snappen allemaal de uitspraak dat we het recht hebben onze mening te uiten, maar dat we er soms verstandig aan doen dat recht níet te gebruiken. Mijn blogpost van gisteren - de 'open brief' - is ook daarop gebaseerd. Stel je doel centraal en maak je middelen, de regels, daaraan dienstbaar.

De andere waarop je zou kunnen kauwen, is dat regels mensvijandig zijn. Ik geef toe: die is wat erg bars geformuleerd.

Mensen leven. En mensen leven het liefst in een levende omgeving. Maar wat is dat in vredesnaam? In elk geval weer zo'n moeilijk precies aan te duiden begrip. Een levende omgeving.

Da's wel belangrijk. Want regels zijn juist gebaseerd op de veronderstelling dat iets eenduidig is te definiëren. Zo niet, dan krijg je discussie, twist, rechtszaken en andere ellende. Een levende omgeving kun je, moet je niet reglementeren.

Photo 14-04-13 13 54 07

Bovenstaande foto is Leiden. Ik maakte 'm omdat ik er zo mooi het afpellen van de geschiedenis in zie. Er zijn die willen dit soort van borden liefst vervangen door digitale. Die zijn veel netter. En ik zou ze liefst helemaal kwijtspelen en wildplakken toestaan. Niet omdat ik zo'n voorstander ben van Leve de Plaklol, maar wel omdat ik deze gereglementeerde en de bedachte digitale oplossing volslagen sfeerloos vind. Nog afgezien van het doodslaan van creativiteit - hoe trek je de aandacht als mensen jouw affiche moeten zóeken in plaats van naar de Wettelijk Voorgeschreven Plakplaats te gaan? - haalt het ook sfeer uit het straatbeeld. Da's dus zo'n niet te reglementeren beleving: ik vind kraakheldere straten doods. Alsof je weer op bezoek bent bij die oudtante waar het zó schoon was dat je dacht dat er niemand ooit iets deed. Alsof je in een museum zat.

Precies hetzelfde maak je in Leiden mee: een stad om in te wonen of een stad als mueseum. Wat me bijvoorbeeld altijd aan Leiden heeft verbaasd, is het totale gebrek aan bomen. Die hebben we natuurlijk wel. Maar in een discussie over beleving lijken ze een marginale rol te spelen. Terwijl het zo voor de hand liggend is. De grote Leidse winkelstraten hebben geen bomen, zijn geen lanen; maar worden wel vergeleken met lanen als de Ramblas. Daar staan bómen, Bomen met een kapitale B.. En bomen brengen natuurlijke vormen in, leven. Bomen, groen in het algemeen, maakt ook dat de mens als gebruiker van de ruimte centraal staat en niet de gebouwde omgeving. Als in een museum.