"The medium is the message". Wie kent dat wereldberoemd zinnetje niet? Als om de kracht van dat medium te bewijzen, staat er overigens niet 'message' maar 'massage'. Zetduiveltje.
Ik moet er geregeld aan denken als mijn gedachten wegzwerven naar de toekomst van papier.
In de loop van de tijd ben ik steeds minder geneigd het verdwijnen van papier als communicatieplatform te zien gebeuren. Da's een best wel ingewikkelde situatie. De krant is een goed voorbeeld.
Stap één is de vermenging van (nieuws)feiten en duiding. Wie een krant open sloeg, opende een venster op de wereld. De krant bracht je nieuws en plaatste dat in een perspectief. En omdat er daarvan veel bestaan, van die perspectieven, kun je tal van krantentitels hebben.
Met de komst van radio en tv verdween de krant niet. Da's best vreemd, want nieuws kon véél sneller worden gebracht en de duiding kon veel gedetailleerder. Maar radio en tv ontwikkelden zich vooral als vermaaksmedia. Zelfs 'nieuwsfeit' is door die media van karakter veranderd.
Stap twee is de verongelijkte (schrijvende) journalist. De oorzaak? Internet en de komst van 'burgerjournalistiek'. Dat is een houding die past bij een zwaktebod en een identiteitscrisis als gevolg van een erváren bedreiging. Blijkbaar is er een grens overschreden, want burgerjournalistiek was er al en ontwikkelde zich. Neem alleen al de piratenzenders die vlak voordat de kabelnetten (porno)uitzendingen maakten. Een deel van die radio- en tvmensen is doorgegaan in de lokale en regionale omroepen. Ooit ondenkbaar: programmamakers en verslaggevers uit die sferen die terecht komen op de nationale zenders.
Stap drie is de beklijving. Dát vind ik de interessantste, zeker met McLuhans beroemde woorden in het achterhoofd. Het medium 'digitaal' versus 'papier' heeft karakteristieken. Sneller, beweeglijker, veelvormig: allemaal waar. Ook is waar dat steeds meer mensen dit medium kunnen gebruiken.
Maar wat óók waar is, is dat 'digitaal' inmiddels zulke kwantitatieve vormen heeft aangenomen dat het niet meer te behappen is. Kiezen, kiezen, kiezen. Infostress, infobesitas, filter failure: het is teveel en leidt tot een lijdende mens.
Ik zie dat anders.
Als ik zie wat er gebeurt, dan is dat er een enorme groeimogelijkheid ligt voor journalisten en magazine-achtigen. Het medium 'digitaal' is vluchtig. Dat wat je digitaal leest, beklijft slecht. Je vergeet het snel. Wellicht omdat je diagonaler leest, wellicht omdat je sneller leest, wellicht omdat het adagium 'korter is beter' daar geldt: de reden maakt niet uit. Mijn indruk is dat 'digitaal' ideaal is voor (nieuws)feiten en snelle lectuur. Maar dat het waardeloos is voor duiding en diepgang.
De digitale krant (of een e-boek) lezen, betekent dat na uit lezen geen ankerpunt, geen herinnering in je omgeving achterblijft. Wat je níet ziet, zal verdwijnen. Zo merk ik dat een digitale krant ongelooflijk veel vluchtiger is dan een papieren krant.
Het is die eigenschap van 'digitaal' die mij steeds overtuigd laat raken dat er wel degelijk kansen zijn voor 'papier'. Voor mooi uitgevoerde boeken, waar je voor gaat zítten. Maar zeker ook voor bladen die achtergronden gaan bieden. Ik schreef het al 'ns: waarom de VPROgids nog steeds programmagegevens brengt en niet véél meer achtergrondartikelen. Blendle is leuk, maar daarin zit de ontwerpfout te denken dat krant digitaliseren de kern is (ooit gelet op de code-fouten in de digitale kranten?). Wat dat betreft zit De Correspondent er dichterbij. Maar die zou op papier moeten. Want long reads zijn helemaal niet dood.
Langzaam komen 'we' erachter dat het een en-en-en-situatie is; de graal. Digitaliseren (sec) is het niet. Bang zijn voor anderen is het niet. De hoeveelheid alleen maar ordenen, is het niet. Kort als noodzakelijke vervanging voor lang is het niet. Vanuit doelmatigheid redeneren is het niet.
Mij zal het niet verbazen als 'papier', maar dan met andere inhoud, als een feniks uit z'n as herrijst.
Posts tonen met het label krant. Alle posts tonen
Posts tonen met het label krant. Alle posts tonen
dinsdag 13 mei 2014
zaterdag 18 januari 2014
Vereist: spreek- en schrijfvaardigheid
Vandaag verscheen in de De Volkskrant een artikel van een journalist die werkloos is geworden.* Hij beschrijft daarin die eerste paar maanden die iedere werkloze wel kent. Maar ook de ervaringen met het UWV en met Werk.nl. De reacties van je omgeving en de gedachten die door je hoofd spoken.
Het is een lezenswaardig artikel. Alhoewel het de indruk wekt je een goed beeld te geven van de indruk die werkloosheid op je maakt, weet ik zeker dat het nog maar de oppervlakte is. Er worden niet veel woorden aan vuil gemaakt; maar de totale paniek alleen al die je in die eerste maanden naar de keel kan vliegen, verdient evenveel aandacht. Of de onduidelijke voorlichting door het UWV; iedere medewerker lijkt een eigen invalshoek te hebben en tot overmaat van ramp doen UWV en UWV Werkbedrijf of ze zelfstandige bedrijven zijn.
Lees het artikel, en probeer je in te leven in wat er staat. Ik herkende bijna ieder woord, iedere emotie. Of iemand die er niet mee is geconfronteerd op basis van deze beschrijving een juister gevoel heeft van werkloos-zijn... ik betwijfel het, eerlijk gezegd.
Honderdduizenden mensen zijn werkloos. Honderden, duizenden schreven erover; in blogs - ikke - of op andere wijze. Slechts een enkeling haalt de kolommen van de krant.
Da's eigenlijk iets waar we makkelijk overheen kijken.
Alsof alleen mensen die vloeiend kunnen spreken of schrijven, de moeite waard zijn. De ervaringen die de De Volkskrant vandaag publiceerde, zijn niet bijzonder. Sterker, ze zijn al járen in omloop als het gaat over de manier waarop we met onze sociale zekerheid om springen. Spreek maar eens met iemand die werkloos is, iemand die met het UWV in aanraking is, iemand die bijstand krijgt, iemand die 'een reïntegratietraject is ingegaan,...
De tijd is allang voorbij dat de laaggeletterde een achterstand heeft. Aan die achterstandsgroep wordt langzamerhand ook degene toegevoegd die niet soepeltjes spreekt of schrijft. Verwonderlijk is het niet als je je realiseert dat ook in ons onderwijssysteem de nadruk verkeerd ligt. De handarbeider, de vakman, de handige (voormalig) LTSer, ze marginaliseren ook daardoor.
Een waarschuwing is echt wel op z'n plaats. De waarschuwing dat we bezig zijn heel systematisch mensen onmondig te maken door hen niet de ruimte te bieden op eigen wijze ervaringen en meningen te laten formuleren. Ik schreef er al eerder over: Wilders heeft dat scherp in de smiezen en beweert juist dat geluid te willen laten horen.
Voor journalisten ligt er voor eeuwen werk. Zo lang er mensen zijn, zullen er verhalen verwoord kunnen worden. Maar dan wel álle verhalen en meningen.
*Mits ik het niet vergeet: als de link naar het artikel mij bekend is, zet ik het erbij.
Het is een lezenswaardig artikel. Alhoewel het de indruk wekt je een goed beeld te geven van de indruk die werkloosheid op je maakt, weet ik zeker dat het nog maar de oppervlakte is. Er worden niet veel woorden aan vuil gemaakt; maar de totale paniek alleen al die je in die eerste maanden naar de keel kan vliegen, verdient evenveel aandacht. Of de onduidelijke voorlichting door het UWV; iedere medewerker lijkt een eigen invalshoek te hebben en tot overmaat van ramp doen UWV en UWV Werkbedrijf of ze zelfstandige bedrijven zijn.
Lees het artikel, en probeer je in te leven in wat er staat. Ik herkende bijna ieder woord, iedere emotie. Of iemand die er niet mee is geconfronteerd op basis van deze beschrijving een juister gevoel heeft van werkloos-zijn... ik betwijfel het, eerlijk gezegd.
Honderdduizenden mensen zijn werkloos. Honderden, duizenden schreven erover; in blogs - ikke - of op andere wijze. Slechts een enkeling haalt de kolommen van de krant.
Da's eigenlijk iets waar we makkelijk overheen kijken.
Alsof alleen mensen die vloeiend kunnen spreken of schrijven, de moeite waard zijn. De ervaringen die de De Volkskrant vandaag publiceerde, zijn niet bijzonder. Sterker, ze zijn al járen in omloop als het gaat over de manier waarop we met onze sociale zekerheid om springen. Spreek maar eens met iemand die werkloos is, iemand die met het UWV in aanraking is, iemand die bijstand krijgt, iemand die 'een reïntegratietraject is ingegaan,...
De tijd is allang voorbij dat de laaggeletterde een achterstand heeft. Aan die achterstandsgroep wordt langzamerhand ook degene toegevoegd die niet soepeltjes spreekt of schrijft. Verwonderlijk is het niet als je je realiseert dat ook in ons onderwijssysteem de nadruk verkeerd ligt. De handarbeider, de vakman, de handige (voormalig) LTSer, ze marginaliseren ook daardoor.
Een waarschuwing is echt wel op z'n plaats. De waarschuwing dat we bezig zijn heel systematisch mensen onmondig te maken door hen niet de ruimte te bieden op eigen wijze ervaringen en meningen te laten formuleren. Ik schreef er al eerder over: Wilders heeft dat scherp in de smiezen en beweert juist dat geluid te willen laten horen.
Voor journalisten ligt er voor eeuwen werk. Zo lang er mensen zijn, zullen er verhalen verwoord kunnen worden. Maar dan wel álle verhalen en meningen.
*Mits ik het niet vergeet: als de link naar het artikel mij bekend is, zet ik het erbij.
zaterdag 4 januari 2014
Push&Pull
We hebben de papieren krant opgezegd. Niet dat we nu helemaal geen krant meer hebben: per 1 april gaan we over op de digitale versie van dezelfde krant. Op zaterdag krijgen we nog wel het weekeinde-exemplaar.
Vandaag viel die dus weer in de bus. Zoals hij al meer dan dertig jaar trouw dag in dag uit wordt bezorgd. Veel meer dan zeven exemplaren zullen we niet zijn misgelopen. Terzijde daarom: enorme waardering, ook in kerstfooi, voor onze ochtendbezorger!
Die zaterdagkrant doorbladerend bedacht ik me plots wat het effect zou gaan zijn van onze stap. Goed, het ís goedkoper. En we lezen eigenlijk zelden de héle krant. Ook zal de krant op meer apparaten beschikbaar zijn. Maar op een of andere manier knaagt er onbehagen bij ons eigen besluit.
Ik denk nu wat dat veroorzaakt: de papieren krant brengt nieuws.
Met opzet heb ik het klemtoonteken weggelaten: bréngt. Dat is de clou. Hoe ik het ook zou proberen; de krant wordt iedere ochtend bezorgd. Het is niet de beschikbaarheid van nieuws dat onderscheid maakt. Het is z'n bréngfactor, het aanbieden, de push.
Het klinkt zo logisch. We zijn geïnteresseerd in nieuws, en dan nog eens in het bijzonder het nieuws wat ons echt interesseert of raakt. Het medium is daaraan ondergeschikt en dus is de rationele veronderstelling dat papieren kranten dood zijn en digitale de toekomst hebben.
Ik denk dat dat te absoluut is.
Mijn vermoeden is dat ook jij dit beeld kent: dat je slechts één, twee keer per jaar allerlei abonnementen en financiële stukken doorneemt en ordent. Het ene moment is de jaarwisseling, het andere de dag(en) voor de belastingaangifte. Dat zijn momenten waarop je je realiseert hoeveel (overbodige) verzekeringen je hebt, hoeveel abonnementen waar je eigenlijk weinig mee hebt en hoeveel goede doelen je steunt. En zeer waarschijnlijk bedenk je zelf op dit moment nog meer voorbeelden.
Dat is precies waarnaar ik benieuwd ben. We zijn niet zo bezig met onze gewoontes. En abonnementen en meerjarige verplichtingen kun je met gerust hart gewoontes noemen.
Mijn verwachting is dat digitaal nieuws een verschraling gaat opleveren. Niet omdat er minder nieuws is, of omdat de kwaliteit slechter is, maar omdat het stomweg geen push meer is maar pull. Je moet zélf áctie ondernemen om bij het nieuws te komen. Daar waar de krant nadrukkelijk op de deurmat lag, valt de nieuwsattendering niet op tussen de andere berichten. Daar waar de krant zich aan je oog (en hersens) ópdringt, doet de digitale versie dat niet. Die kun je zelfs helemaal over het hoofd zien.
Mijn gok is dat we momenteel veel verwachten van digitaal nieuws omdat we (allemaal) nog steeds een papieren bron als uitvalsbasis hebben. Het digitale nieuws is een aanvulling daar op. Vrienden die je attenderen op goede artikelen in hún krant. Het snelle (112-achtige) nieuws dat via social media, ongecontroleerd en vaak nét bezijden de waarheid, ronddwarrelt.
Het wordt nog een spannende ontwikkeling. In tegenstelling tot een jaar of twee terug geef ik nu toch meer geld voor kranten dan 'geen rooie cent'. Niet dat ze het makkelijker zullen krijgen, niet dat ze overleven in deze vorm. Maar dat vraag-aanbod, push-pull, brengen-halen...
mijn gok is nu dat de digitale vorm net zo drammend aanwezig moet zijn als de doffe klap waarmee de papieren krant op de deurmat valt.
Vandaag viel die dus weer in de bus. Zoals hij al meer dan dertig jaar trouw dag in dag uit wordt bezorgd. Veel meer dan zeven exemplaren zullen we niet zijn misgelopen. Terzijde daarom: enorme waardering, ook in kerstfooi, voor onze ochtendbezorger!
Die zaterdagkrant doorbladerend bedacht ik me plots wat het effect zou gaan zijn van onze stap. Goed, het ís goedkoper. En we lezen eigenlijk zelden de héle krant. Ook zal de krant op meer apparaten beschikbaar zijn. Maar op een of andere manier knaagt er onbehagen bij ons eigen besluit.
Ik denk nu wat dat veroorzaakt: de papieren krant brengt nieuws.
Met opzet heb ik het klemtoonteken weggelaten: bréngt. Dat is de clou. Hoe ik het ook zou proberen; de krant wordt iedere ochtend bezorgd. Het is niet de beschikbaarheid van nieuws dat onderscheid maakt. Het is z'n bréngfactor, het aanbieden, de push.
Het klinkt zo logisch. We zijn geïnteresseerd in nieuws, en dan nog eens in het bijzonder het nieuws wat ons echt interesseert of raakt. Het medium is daaraan ondergeschikt en dus is de rationele veronderstelling dat papieren kranten dood zijn en digitale de toekomst hebben.
Ik denk dat dat te absoluut is.
Mijn vermoeden is dat ook jij dit beeld kent: dat je slechts één, twee keer per jaar allerlei abonnementen en financiële stukken doorneemt en ordent. Het ene moment is de jaarwisseling, het andere de dag(en) voor de belastingaangifte. Dat zijn momenten waarop je je realiseert hoeveel (overbodige) verzekeringen je hebt, hoeveel abonnementen waar je eigenlijk weinig mee hebt en hoeveel goede doelen je steunt. En zeer waarschijnlijk bedenk je zelf op dit moment nog meer voorbeelden.
Dat is precies waarnaar ik benieuwd ben. We zijn niet zo bezig met onze gewoontes. En abonnementen en meerjarige verplichtingen kun je met gerust hart gewoontes noemen.
Mijn verwachting is dat digitaal nieuws een verschraling gaat opleveren. Niet omdat er minder nieuws is, of omdat de kwaliteit slechter is, maar omdat het stomweg geen push meer is maar pull. Je moet zélf áctie ondernemen om bij het nieuws te komen. Daar waar de krant nadrukkelijk op de deurmat lag, valt de nieuwsattendering niet op tussen de andere berichten. Daar waar de krant zich aan je oog (en hersens) ópdringt, doet de digitale versie dat niet. Die kun je zelfs helemaal over het hoofd zien.
Mijn gok is dat we momenteel veel verwachten van digitaal nieuws omdat we (allemaal) nog steeds een papieren bron als uitvalsbasis hebben. Het digitale nieuws is een aanvulling daar op. Vrienden die je attenderen op goede artikelen in hún krant. Het snelle (112-achtige) nieuws dat via social media, ongecontroleerd en vaak nét bezijden de waarheid, ronddwarrelt.
Het wordt nog een spannende ontwikkeling. In tegenstelling tot een jaar of twee terug geef ik nu toch meer geld voor kranten dan 'geen rooie cent'. Niet dat ze het makkelijker zullen krijgen, niet dat ze overleven in deze vorm. Maar dat vraag-aanbod, push-pull, brengen-halen...
mijn gok is nu dat de digitale vorm net zo drammend aanwezig moet zijn als de doffe klap waarmee de papieren krant op de deurmat valt.
Labels:
business model,
innovatie,
krant,
lui,
media,
papieren krant,
toekomst
dinsdag 13 augustus 2013
Een stads ecosysteem
Het is zo'n modieus misbruik van een term: ecosysteem. In de oorspronkelijke betekenis van het woord is het de (symbiotische) samenhang tussen leven, organisme, en (dode) omgeving. Sinds een paar jaar wordt de term veel breder gebruikt. Vooral in de zoektocht naar nieuwe werkelijkheden, waarden, normen en wetmatigheden die de digitalisering met zich meebrengt, is het een populair begrip geworden.
Ecosysteem is in die context een samenwerking tussen elementen zonder welk de afzonderlijke elementen niet floreren. Zuiver geredeneerd zou waarschijnlijk de term 'biotoop' een juistere benaming zijn, ware het niet dat juist het woorddeel 'systeem' in ecosysteem dynamiek en interactie suggereert. En juist dat systeem - wie, wat, (waarom en) hoe beïnvloedt - is wat eerst moet worden begrepen van de nieuwe situatie. 'Eco' voorkomt een te mechanistische denkwijze, doordat het een veel organischer, holistisch perspectief introduceert.
Hét grote gevaar van dit soort van analogieën is dat ze te makkelijk worden ingezet als antwoord. 'Er gaat een nieuwe werkelijkheid, een nieuw ecosysteem ontstaan'(voor uitgevers bij voorbeeld) is té makkelijk, té ontwijkend. Waaruit blijkt dat dan? Zijn nieuwe (technische) mogelijkheden voldoende grond om te spreken van een nieuw ecosysteem? Is dat nieuwe systeem dan een aanpassing aan de nieuwe biotoop van het oude systeem, of is het werkelijk principieel nieuw?
De term benadrukt het belang van afhankelijkheden en processen. In dat opzicht is het een belangrijk verschil met de klassieke benadering. Niet langer pyramidestructuren, top downaanpakken of hiërarchieën, maar netwerken en interdependenties. Het is daarmee een ander paradigma. een andere manier om naar de werkelijkheid te kijken en die te beschrijven. Ondanks de wellicht formele 'fout' is dát zuivere winst: het breken van de individualiseringsgolf. Het is de meerwaarde die telt en die voortkomt uit de som die groter is dan de optelling van de delen.
Ook naar de stad kun je kijken alsof het ecosysteem is. De stedelijke biotoop is er eentje waarin vooral de mens gedijt, alhoewel ook een fors, en groeiend, aantal dieren zich er thuis voelt. Het ecosysteem zit 'm er in dat er dingen gebeuren.
De stad 'leeft'.
Rationeel weten we dat er mensen bij betrokken zijn. Huisvuil 'verdwijnt' niet. Aanplakbiljetten 'plakken zichzelf' niet. Straten en gebouwen 'repareren zichzelf' niet. Containers bouwafval die 'ineens vol' zijn. Dat doen mensen. Mensen die we niet altijd zien, waardoor de indruk ontstaat dat iets 'ineens' anders is.
Of langzaam verdwijnt. Verteert door de stad.

Een fiets - zoals een kalf of een ziek dier buiten de kudde - achtergelaten op een te rustige plek, of te lang op één plek; die wordt verorberd.
De fiets hierboven staat in Leiden, op een plaats waar dagelijks veel mensen langskomen. Als je een stop motionfilm zou maken, dan krijg je een mooie geleidelijke aftakeling van de fiets te zien.
Met wat voorstellingsvermogen kun je je dan makkelijk de stad voorstellen als een organisme. Dat dooreet tot het laatste onverteerbare botje.
En dan boert.
Ecosysteem is in die context een samenwerking tussen elementen zonder welk de afzonderlijke elementen niet floreren. Zuiver geredeneerd zou waarschijnlijk de term 'biotoop' een juistere benaming zijn, ware het niet dat juist het woorddeel 'systeem' in ecosysteem dynamiek en interactie suggereert. En juist dat systeem - wie, wat, (waarom en) hoe beïnvloedt - is wat eerst moet worden begrepen van de nieuwe situatie. 'Eco' voorkomt een te mechanistische denkwijze, doordat het een veel organischer, holistisch perspectief introduceert.
Hét grote gevaar van dit soort van analogieën is dat ze te makkelijk worden ingezet als antwoord. 'Er gaat een nieuwe werkelijkheid, een nieuw ecosysteem ontstaan'(voor uitgevers bij voorbeeld) is té makkelijk, té ontwijkend. Waaruit blijkt dat dan? Zijn nieuwe (technische) mogelijkheden voldoende grond om te spreken van een nieuw ecosysteem? Is dat nieuwe systeem dan een aanpassing aan de nieuwe biotoop van het oude systeem, of is het werkelijk principieel nieuw?
De term benadrukt het belang van afhankelijkheden en processen. In dat opzicht is het een belangrijk verschil met de klassieke benadering. Niet langer pyramidestructuren, top downaanpakken of hiërarchieën, maar netwerken en interdependenties. Het is daarmee een ander paradigma. een andere manier om naar de werkelijkheid te kijken en die te beschrijven. Ondanks de wellicht formele 'fout' is dát zuivere winst: het breken van de individualiseringsgolf. Het is de meerwaarde die telt en die voortkomt uit de som die groter is dan de optelling van de delen.
Ook naar de stad kun je kijken alsof het ecosysteem is. De stedelijke biotoop is er eentje waarin vooral de mens gedijt, alhoewel ook een fors, en groeiend, aantal dieren zich er thuis voelt. Het ecosysteem zit 'm er in dat er dingen gebeuren.
De stad 'leeft'.
Rationeel weten we dat er mensen bij betrokken zijn. Huisvuil 'verdwijnt' niet. Aanplakbiljetten 'plakken zichzelf' niet. Straten en gebouwen 'repareren zichzelf' niet. Containers bouwafval die 'ineens vol' zijn. Dat doen mensen. Mensen die we niet altijd zien, waardoor de indruk ontstaat dat iets 'ineens' anders is.
Of langzaam verdwijnt. Verteert door de stad.
Een fiets - zoals een kalf of een ziek dier buiten de kudde - achtergelaten op een te rustige plek, of te lang op één plek; die wordt verorberd.
De fiets hierboven staat in Leiden, op een plaats waar dagelijks veel mensen langskomen. Als je een stop motionfilm zou maken, dan krijg je een mooie geleidelijke aftakeling van de fiets te zien.
Met wat voorstellingsvermogen kun je je dan makkelijk de stad voorstellen als een organisme. Dat dooreet tot het laatste onverteerbare botje.
En dan boert.
Locatie:
Leiden, Nederland
zondag 12 mei 2013
April? Mei?
maandag 4 februari 2013
Wat is dat toch met kranten en nieuws?
Van de week was-t-i er weer 's: de discussie over de positie en rol van journalisten in het nieuwslandschap. Eigenlijk is dat al winst, omdat de meeste gesprekken de afgelopen jaren gingen over 'de krant'.
De krant is niets. Dat is een stapeltje papier, niet eens met een nietje erdoorheen. Nog erger is dat die krant helemaal niet hoogwaardig is. Als het regent, krijg je een zielig pakketje door de brievenbus gepropt. Als je geluk hebt en een dus een goede krantenbezorger. Een krant is ook binnen de kortste keren kapot. Zo'n natte krant helemaal, maar een droge scheurt ook lekker snel. Wat ook lekker gaat, is jezelf verdonkeren met kranteninkt. Dat is wel minder geworden dan het ooit was - héél erg - maar nog steeds kun je heel snel een lichte broek of een licht overhemd van zwarte strepen voorzien. Ik wel in elk geval.
Dat dat medium het loodje legt, is nooit zo moeilijk voorspellen geweest. Alle alternatieven waren beter, schoner, steviger; van televisie en radio tot en met de glanzende tijdschriften. Wat daarin geen rol speelt, is de inhoud. Dit gaat uitsluitend en alleen om het medium. In een trage wereld is dat schrijven, drukken en verspreiden van nieuws snel genoeg in vergelijking met de maanden tot jaren die nieuws in de vroege middeleeuwen nodig had om te verspreiden. In een snelle wereld word je echter voorbijgesneld door andere media waarmee het nieuws zich verspreid. In de krant lezen wat je ook op de radio al hoorde? Wat al op televisie was te zien en te horen? Wat je op het internet kon lezen en zien? Nee, dan is de krant te langzaam en de kwaliteit van het gebruikte papier stomweg te slecht om nog waardevol te zijn.
<a href="http://medunkt2011.files.wordpress.com/2013/02/20130203-190800.jpg"><img src="http://medunkt2011.files.wordpress.com/2013/02/20130203-190800.jpg" alt="20130203-190800.jpg" class="alignnone size-full" /></a>
Interessanter wordt het als je in die ontwikkeling gaat kijken naar de inhoud. Dat ligt een stuk ingewikkelder.
Nieuws is eigenlijk alles waarover een verhaal is te vertellen; hetzij omdat het nog nooit eerder voorkwam, hetzij omdat het te vertellen verhaal nog niet eerder zo werd verteld. En dan zijn er tal van variaties uiteraard; "nog nooit eerder" is immers ook te begrijpen als "de anderen wisten dat nog niet". Autoongelukken als zodanig zijn geen nieuws meer, maar de afzonderlijke ongelukken weer wél zij het dat het flinterdunne verhalen oplevert. Die zullen eerder het niveau hebben van een basisschoolleerling die in zijn of haar opstel schrijft "en toen en toen en toen".
De discussie die nog steeds plaatsvindt, gaat over - bijvoorbeeld - de vraag wat eigenlijk de basis is voor het nieuws. Wie dat analyseert, zoals <a href="http://www.journalism.org/">Pew</a> in 2010 deed, stelt vast dat <a href="http://www.journalism.org/sites/journalism.org/files/Baltimore%20Study_Jan2010_0.pdf">veel informatie oorspronkelijk afkomstig is uit klassiekere media</a>. Het beeld wat zich daaruit opdringt, is dat zonder die basis de hele piramide ineenstort. Vraag één is echter hoe terecht het beeld van die piramide is.
Wat gebeurt, is dat sterk hiërarchisch wordt geredeneerd vanuit die basis. Nieuws, zo lijkt het dan, is één homogeen geheel dat via een beperkt aantal kanalen wordt gegenereerd. Maar nieuws is een sociaal fenomeen en zeer zeker niet in omvang te bepalen. Wat voor de een wel nieuws is, is dat voor de eerstvolgende niet. En de manier waarop naar een nieuwsfeit wordt gekeken, verschilt met het gehanteerde achterliggende wereldbeeld. In die dynamiek kunnen daarom meerdere nieuwsmedia opereren. Maar in die dynamiek kunnen dus ook geheel nieuwe kanalen ontstaan.
Burgerjournalistiek is er zo een. Wat je ervan mag denken; het ís er en het wordt gebruikt. Hoe eenvoudiger het onderwerp hoe makkelijker te doen. Een ongeluk beschrijven is net makkelijker dan een opstootje. Een omkoopschandaal is echt van een andere orde; dat vereist kennis en inspanning. Natuurlijk is daarmee niet gezegd dat burgerjournalistiek per definitie slechter is dan professionele. Net zomin als dat het andersom niet geldt. Het verschil zit 'm in goede en slechte journalisten; en in de instroom van heel veel mensen die ook wel een kans willen wagen goede journalist te zijn. Omdat dat kán, gebeurt het ook: "journalist is iedereen en kan iedereen zijn".
Is dat dan helemaal nietszeggend geworden, dat journalistieke vak? Dat lijkt me niet. Maar het is wel nogal aan het veranderen. Nu het niet meer dé toegang is tot het publicerende medium, de krant bijvoorbeeld, is het meer dan ooit een concurrentiestrijd geworden. Een concurrentiestrijd met iedereen met een goed stel hersens. Een goed schrijvend of presenterend wetenschapper is heden ten dage ook geaccepteerd als journalist. De buurman die alles weet van de stad, is vast en zeker in staat mooie verhalen te vertellen over die stad.
Het onderscheidende zit 'm niet meer in de beroepsopleiding. Het zit 'm eerder in twee zaken: het kunnen vertellen van verhalen en het vinden van verhalen. Vooral die laatste is een interessante. Journalisten zijn meer dan ooit de agenda-bepalers. Dat wat zij doen, is vaak het startpunt voor veere gesprekken. In de kantoren, de huiskamers, de cafés, op <em>social media</em>, in samengestelde media (curatie bijvoorbeeld). Maar de vinder en benoemen van het nieuwtje is de journalist. Dat is wezenlijk anders dan de oude vorm, die eerder andersom werkte.
Eerlijk gezegd, zie ik het allemaal wel hoopvol tegemoet. Goed, het is een waanzinnige tijd waarin onduidelijk is wie wat is en waarom hoeveel krijgt. Laten we er vanuit gaan dat dat een gegeven is, maar dat er een nieuwe orde zal ontstaan. Hoe zou dit er uit kunnen zien?
<a href="http://medunkt2011.files.wordpress.com/2013/02/20130203-190811.jpg"><img src="http://medunkt2011.files.wordpress.com/2013/02/20130203-190811.jpg" alt="20130203-190811.jpg" class="alignnone size-full" /></a>
Ik denk dat daarin dat eenvoudige nieuws, de 'feiten', grotendeels door onszelf wordt gemaakt. De mensen op straat hebben allemaal <em>smartphones</em> en een voldoende grote groep de behoefte anderen te vertellen wat ze zien.
Wat we nog niet zien, is het werk voor mensen die daar tijd en energie in steken. Dat zijn dus de journalisten. Waarom die aan één kanaal zouden moeten zijn gebonden, is een vraag uit een voorbije tijd. De journalist zal eerder een ongebonden geest zijn, die zijn stukken aanbiedt aan 'een markt'.
Of dat zo gaat worden? Geen idee. Mijn koffiedik is net zoveel waard als die van een ander. Maar als ik bijvoorbeeld een initiatief zie als <a href="http://www.360magazine.nl/">360 Magazine</a>, dan denk ik dat zíj in de goede richting zoeken. Door de keuze voor, naar hun mening, goede stukken, leggen ze nadruk op wat journalistiek werk is: goede, dieper gravende stukken en daarmee de publieke agenda (mede)bepalend.
Mij zal het nog benieuwen wat er uiteindelijk over een paar jaar ligt. Maar wat mij wél opvalt, is de moeite die sommige journalisten hebben om uit hun comfort zone te worden gehaald. Of het zo is dat burgerjournalisten "lui" zijn?! Dan zijn veel 'professionele journalisten' dat ook. En net als al die andere beroepsgroepen die zich beroepen op hun professionaliteit, is alleen al die kreet het teken dat we inmiddels in een achterhoedegevecht zijn terecht gekomen.
Labels:
berichten,
burgerjournalist,
journalist,
krant,
nieuws,
ugc,
verdienmodel,
zelfstandige
Locatie:
Leiden, Nederland
Abonneren op:
Posts (Atom)