Posts tonen met het label verdienmodel. Alle posts tonen
Posts tonen met het label verdienmodel. Alle posts tonen

woensdag 5 november 2014

Taylor Swift?!

Volgens haar fans moet ik me nu schamen. Maar ik weet niet wie Taylor Swift is. Geen idee. Het is pas sinds een paar dagen dat ik weet dat ze blijkbaar zingt. Als je me nu vraagt wát ze zingt en waarvan ik haar zou moeten kennen: geen idee. Werkelijk. Het is dat ze haar muziek heeft terug getrokken van Spotify dat ik van haar hoorde.

Het is uiteraard ieders goed recht eigen werk wel of niet te publiceren, en ook zich te bedenken en gepubliceerd werk weer in te trekken. Een beetje moeilijk als dat al een eigen leven in het openbare leven leidde. Dan haal je het niet zo eenvoudig meer terug. In Den Haag vergeleken ze het weer intrekken van een mening niet voor niets met het intrekken van een keutel. Ook lastig.

Het is een lastige situatie, dat vinden van nieuwe verdienmodellen in een situatie die blijkbaar meer dan voorheen is gebaseerd op 'delen'. Dat wordt nog eens gecompliceerd door overvloed. Overvloed aan aanbieders. Overvloed aan makers. Overvloed aan realisatie. Het was een gedachte van Herman Pley, die zei dat het ook een situatie van teleurstelling is. 'Ik maakte iets en niemand wil het hebben'. Die teleurstelling wordt gevoed door de wel succesvollen wier verhalen breed worden uitgemeten. Dat roept inderdaad het typisch kapitalistisch idee op dat iedereen alles kan bereiken wat-i wil, als je maar je best doet.

Dat 'delen' en 'overvloed' blijft intrigeren. Al voordat dit werkelijkheid werd, was al bekend dat we leven in een situatie van geforceerde schaarste. Het idee is immers dat vraag en aanbod de (markt)prijs bepalen en dus zal het aanbod niet té groot moeten worden. In de jaren zestig en zeventig kende de Nederlandse landbouw de boterberg, melkplas en andere overschotten. In de uitzendingen van het Journaal uit mijn jeugd was het doordraaien (van tomaten) veelgehoord. Als kind snap je dat niet: als er veel is, wordt het toch goedkoper? En anders geef je het toch weg aan de arme kindertjes in Biafra?

Het is blijkbaar een vastgezette gedachte, dat er vaste prijzen mogelijk zijn. Marktdenken lijkt selectief te worden gebruikt: als het kan meer winst, maar wel een bodemprijs. Er is geen markt, nergens.

Die Taylor Swift is daarvan een voorbeeld. De Volkskrant haalde een citaat uit de Wall Street Journal aan:
De zangeres en haar platenmaatschappij Big Machine keerden zich eerder tegen het gratis weggeven van muziek. 'Muziek is kunst, en daarmee belangrijk en schaars. Voor zulke waardevolle dingen moet je betalen. Daarom zou muziek niet gratis verkrijgbaar moeten zijn', schreef ze deze zomer in een opiniestuk in de Wall Street Journal.


Uiteindelijk gaat het weer om geld. Wat ik echter veel belangrijker vind, is de gedachte dat 'muziek kunst is, en daarmee belangrijk en schaars', dat háár muziek kunst is en dus geld waard.

Hoezo?

Muziek ís helemaal niet "belangrijk en schaars en daarom waardevol". Er is kunst in overvloed. De wereld is inmiddels vergeven van de schrijvers en musici, die allemaal hun lol beleven aan hun vaardigheid. Er is een overschot (met als uitzondering, nog, de beeldend kunstenaar).

Stel dat de huidige superbands en grootverdieners in die sector er niet zouden zijn; zouden er dan niet anderen zijn opgestaan? Het is nog steeds een jammerlijke fout te denken dat je récht hebt op die inkomsten. Met het beschikbaar maken van véél meer muziek zal de overvloed het steeds moeilijker maken uitbijter te worden. Dat lijkt eerder een probleem voor de kapitaaldenkende artiest: de concurrentie.

Mij doet het meer aan een dealer denken: eerst pushen en dan de afhankelijkheid uitbuiten. Een strategie die alleen werkt bij werkelijke schaarste. En tja................

maandag 4 februari 2013

Wat is dat toch met kranten en nieuws?


Van de week was-t-i er weer 's: de discussie over de positie en rol van journalisten in het nieuwslandschap. Eigenlijk is dat al winst, omdat de meeste gesprekken de afgelopen jaren gingen over 'de krant'.

De krant is niets. Dat is een stapeltje papier, niet eens met een nietje erdoorheen. Nog erger is dat die krant helemaal niet hoogwaardig is. Als het regent, krijg je een zielig pakketje door de brievenbus gepropt. Als je geluk hebt en een dus een goede krantenbezorger. Een krant is ook binnen de kortste keren kapot. Zo'n natte krant helemaal, maar een droge scheurt ook lekker snel. Wat ook lekker gaat, is jezelf verdonkeren met kranteninkt. Dat is wel minder geworden dan het ooit was - héél erg - maar nog steeds kun je heel snel een lichte broek of een licht overhemd van zwarte strepen voorzien. Ik wel in elk geval.

Dat dat medium het loodje legt, is nooit zo moeilijk voorspellen geweest. Alle alternatieven waren beter, schoner, steviger; van televisie en radio tot en met de glanzende tijdschriften. Wat daarin geen rol speelt, is de inhoud. Dit gaat uitsluitend en alleen om het medium. In een trage wereld is dat schrijven, drukken en verspreiden van nieuws snel genoeg in vergelijking met de maanden tot jaren die nieuws in de vroege middeleeuwen nodig had om te verspreiden. In een snelle wereld word je echter voorbijgesneld door andere media waarmee het nieuws zich verspreid. In de krant lezen wat je ook op de radio al hoorde? Wat al op televisie was te zien en te horen? Wat je op het internet kon lezen en zien? Nee, dan is de krant te langzaam en de kwaliteit van het gebruikte papier stomweg te slecht om nog waardevol te zijn.

<a href="http://medunkt2011.files.wordpress.com/2013/02/20130203-190800.jpg"><img src="http://medunkt2011.files.wordpress.com/2013/02/20130203-190800.jpg" alt="20130203-190800.jpg" class="alignnone size-full" /></a>

Interessanter wordt het als je in die ontwikkeling gaat kijken naar de inhoud. Dat ligt een stuk ingewikkelder.

Nieuws is eigenlijk alles waarover een verhaal is te vertellen; hetzij omdat het nog nooit eerder voorkwam, hetzij omdat het te vertellen verhaal nog niet eerder zo werd verteld. En dan zijn er tal van variaties uiteraard; "nog nooit eerder" is immers ook te begrijpen als "de anderen wisten dat nog niet". Autoongelukken als zodanig zijn geen nieuws meer, maar de afzonderlijke ongelukken weer wél zij het dat het flinterdunne verhalen oplevert. Die zullen eerder het niveau hebben van een basisschoolleerling die in zijn of haar opstel schrijft "en toen en toen en toen".

De discussie die nog steeds plaatsvindt, gaat over - bijvoorbeeld - de vraag wat eigenlijk de basis is voor het nieuws. Wie dat analyseert, zoals <a href="http://www.journalism.org/">Pew</a> in 2010 deed, stelt vast dat <a href="http://www.journalism.org/sites/journalism.org/files/Baltimore%20Study_Jan2010_0.pdf">veel informatie oorspronkelijk afkomstig is uit klassiekere media</a>. Het beeld wat zich daaruit opdringt, is dat zonder die basis de hele piramide ineenstort. Vraag één is echter hoe terecht het beeld van die piramide is.

Wat gebeurt, is dat sterk hiërarchisch  wordt geredeneerd vanuit die basis. Nieuws, zo lijkt het dan, is één homogeen geheel dat via een beperkt aantal kanalen wordt gegenereerd. Maar nieuws is een sociaal fenomeen en zeer zeker niet in omvang te bepalen. Wat voor de een wel nieuws is, is dat voor de eerstvolgende niet. En de manier waarop naar een nieuwsfeit wordt gekeken, verschilt met het gehanteerde achterliggende wereldbeeld. In die dynamiek kunnen daarom meerdere nieuwsmedia opereren. Maar in die dynamiek kunnen dus ook geheel nieuwe kanalen ontstaan.

Burgerjournalistiek is er zo een. Wat je ervan mag denken; het ís er en het wordt gebruikt. Hoe eenvoudiger het onderwerp hoe makkelijker te doen. Een ongeluk beschrijven is net makkelijker dan een opstootje. Een omkoopschandaal is echt van een andere orde; dat vereist kennis en inspanning. Natuurlijk is daarmee niet gezegd dat burgerjournalistiek per definitie slechter is dan professionele. Net zomin als dat het andersom niet geldt. Het verschil zit 'm in goede en slechte journalisten; en in de instroom van heel veel mensen die ook wel een kans willen wagen goede journalist te zijn. Omdat dat kán, gebeurt het ook: "journalist is iedereen en kan iedereen zijn".

Is dat dan helemaal nietszeggend geworden, dat journalistieke vak? Dat lijkt me niet. Maar het is wel nogal aan het veranderen. Nu het niet meer dé toegang is tot het publicerende medium, de krant bijvoorbeeld, is het meer dan ooit een concurrentiestrijd geworden. Een concurrentiestrijd met iedereen met een goed stel hersens. Een goed schrijvend of presenterend wetenschapper is heden ten dage ook geaccepteerd als journalist. De buurman die alles weet van de stad, is vast en zeker in staat mooie verhalen te vertellen over die stad.

Het onderscheidende zit 'm niet meer in de beroepsopleiding. Het zit 'm eerder in twee zaken: het kunnen vertellen van verhalen en het vinden van verhalen. Vooral die laatste is een interessante. Journalisten zijn meer dan ooit de agenda-bepalers. Dat wat zij doen, is vaak het startpunt voor veere gesprekken. In de kantoren, de huiskamers, de cafés, op <em>social media</em>, in samengestelde media (curatie bijvoorbeeld). Maar de vinder en benoemen van het nieuwtje is de journalist. Dat is wezenlijk anders dan de oude vorm, die eerder andersom werkte.

Eerlijk gezegd, zie ik het allemaal wel hoopvol tegemoet. Goed, het is een waanzinnige tijd waarin onduidelijk is wie wat is en waarom hoeveel krijgt. Laten we er vanuit gaan dat dat een gegeven is, maar dat er een nieuwe orde zal ontstaan. Hoe zou dit er uit kunnen zien?

<a href="http://medunkt2011.files.wordpress.com/2013/02/20130203-190811.jpg"><img src="http://medunkt2011.files.wordpress.com/2013/02/20130203-190811.jpg" alt="20130203-190811.jpg" class="alignnone size-full" /></a>

Ik denk dat daarin dat eenvoudige nieuws, de 'feiten', grotendeels door onszelf wordt gemaakt. De mensen op straat hebben allemaal <em>smartphones</em> en een voldoende grote groep de behoefte anderen te vertellen wat ze zien.
Wat we nog niet zien, is het werk voor mensen die daar tijd en energie in steken. Dat zijn dus de journalisten. Waarom die aan één kanaal zouden moeten zijn gebonden, is een vraag uit een voorbije tijd. De journalist zal eerder een ongebonden geest zijn, die zijn stukken aanbiedt aan 'een markt'.

Of dat zo gaat worden? Geen idee. Mijn koffiedik is net zoveel waard als die van een ander. Maar als ik bijvoorbeeld een initiatief zie als <a href="http://www.360magazine.nl/">360 Magazine</a>, dan denk ik dat zíj in de goede richting zoeken. Door de keuze voor, naar hun mening, goede stukken, leggen ze nadruk op wat journalistiek werk is: goede, dieper gravende stukken en daarmee de publieke agenda (mede)bepalend.

Mij zal het nog benieuwen wat er uiteindelijk over een paar jaar ligt. Maar wat mij wél opvalt, is de moeite die sommige journalisten hebben om uit hun comfort zone te worden gehaald. Of het zo is dat burgerjournalisten "lui" zijn?! Dan zijn veel 'professionele journalisten' dat ook. En net als al die andere beroepsgroepen die zich beroepen op hun professionaliteit, is alleen al die kreet het teken dat we inmiddels in een achterhoedegevecht zijn terecht gekomen.