Posts tonen met het label journalist. Alle posts tonen
Posts tonen met het label journalist. Alle posts tonen

woensdag 4 juni 2014

Belastering of erkenning?

Het hysterische deel van de pers - als je ze zo wilt noemen - gebruikt zoals het ze aankleeft van die hyper-bewoordingen als 'staatsvijand nummer één'. Daar past nuance slecht bij. Niet voor niets zijn wetenschappers en hun schrijfsels vaak zo onbegrijpelijk: het kán dit zijn, maar óók dat.

Koppen als deze, zijn aandachttrekkers: Gelekt dossier: Brenno is Staatsvijand Nummer 1

Afgezien van het feit dat het niet waar is, staan er wat opkloppertjes in. Dat veelgehoorde aandachtsvestiging is helemaal geen opsporingsbericht in de betekenis van 'Opsporen, Aanhouden en in Bewaringstellen'. Dat doe je met boeven en ander gespuis. Een aandachtsvestiging is precies wat het woord zegt. Het vestigt de aandacht - uitsluitend van politieambtenaren - op iemand die voor een bepaalde periode in de gaten moet worden gehouden. Van die AV's gaan er per jaar zo'n 10.000 uit.

Politiewerk is al járen informatiewerk. Wellicht dat je, als je teveel Amerikaanse politieseries kijkt, het beeld hebt van stoere, krachtdadige, vierkante kinnen mannen. Die niet alleen losse handjes hebben, maar ook losjes schieten. Een erg groot deel van het werk is informatie verzamelen en vastleggen.

De grap is dat we ons keer op keer verkneukelen over 'die sufferds bij de politie die niet eens konden voorkómen dat X werd neergeslagen, neergeschoten, bedreigd, gechanteerd, naar het buitenland verdween'. En als 'we' op zoek zijn naar vermiste personen is het 'toch wel handig dat er Burgernet is en er heel veel mensen kunnen meekijken' (ongeacht het antwoord op de vraag of het wel een doeltreffend systeem is). Alles draait om kijken en informeren.

Het lijkt me bijzonder als je ontdekt dat er een aandachtsvestiging voor je bestaat. Maar om nu meteen hoog van de toren te blazen dat je daarmee wordt gecriminaliseerd.... Dát gaat te ver.

Ik zag het bericht een poos geleden langskomen en míjn eerste gedachte was: "Bingo, Brenno, je hebt het gered tot persoon die serieus wordt genomen. Blijkbaar heb je zoveel indruk gemaakt met je 'undercover'werk dat men bang is voor wat je tijdens de nucleaire top zou kunnen aantonen over falende beveiliging." En inderdaad, dat is deels aangetoond door studenten die president Obama dicht konden naderen zonder accreditatie-controle.

Persoonlijk vind ik het dus een waardéring voor het werk van een onderzoeksjournalist als men zó op je reageert.

Is het terecht dat je vanwege dat werk in de gaten wordt gehouden? Jazeker. Het zou anders zijn als er geen enkele aanleiding voor is. Als de voornaam reden voor een aandachtsvestiging is, of lengte, of huidskleur. Maar als je weet dat je te maken hebt met iemand die scherp beveiligingslekken aan de kaak kan stellen? Dan is zo'n tijdelijke aandacht niet ondenkbaar.

Dat is het nadeel. Om te publiceren moet je jezelf bekend maken. Op een gegeven moment snelt je reputatie je dan vooruit. Niet voor niets moest ene Gunter Walraff zich van een andere identiteit voorzien voor zijn journalistieke openbaringen.

zondag 16 maart 2014

Integriteit

Daarom geloof ik steeds minder dat er een echte bedreiging uitgaat van de nieuwe verslaggevers. Als je genoeg tijd doorbrengt tussen de mensen die lokaal nieuws verslaan, dan zal je gaan opvallen dat dat een een cultuurtje is.

Een nieuwsjager zal ik niet snel worden. Dat behoeft enige uitleg. Want onderzoeksjournalistiek - voor mij een synoniem voor langere artikelen met diepgang - lijkt me weer wél wat. Wat me niet boeit, is de jacht op nieuwtjes en 'de eerste zijn'. Ik vond, vind en zal vast blijven vinden dat mensen die dat nastreven met vuur spelen. In hun gefixeerdheid op de scoop lopen ze een reëel risico de realiteit uit ogen te verliezen, of interpretatiefouten te maken. Het heeft iets van de beruchte jacht op bonussen.

Wat je vastlegt, zijn je eigen waarneming en interpretatie. In de afgelopen jaren heb ik gemerkt hoe dat tot verschillen kan leiden, óók bij ogenschijnlijk triviale zaken. Een politicus op verkiezingstournee die één kraam bezoekt, bezoekt ook één kraam, maar elders "bleef (hij) staan bij kramen'. Meervoud. Zeker nu, in verkiezingstijd, sta ik af en toe verbaasd en denk "waren wij echt bij dezelfde bijeenkomst?!".

Het heeft allemaal volgens de deskundigen te maken met professionaliteit. De professional, de opgeleide journalist, betrap je niet op interpretatie. Nou, mooi wel. Zeker voor 'het plaatje' maken televisieverslaggevers ook esthetische keuzes, waardoor de context wordt beïnvloed. Da's wezenlijk anders dan de werkelijkheid manipuleren, zoals critici nogal makkelijk-ongenuanceerd geregeld brullen.

Het grote verschil tussen beide groepen is, denk ik nu, de integriteit.

Ook mensen die niet de beroepsopleiding hebben gevolgd, kunnen heel goed journalist zijn. Een goede pen, een scherpe blik en een goed stel hersens zijn belangrijke instrumenten. De beroepsopleiding voegt daaraan in essentie niets toe, anders dan methodieken. De belangrijkste, ethiek en integriteit, léér je niet echt. Daar moet je wel van op de hoogte zijn, maar, net als levenservaring, zal ervaring met de dilemma's vormend zijn.

Wat ik denk te zien, is dat veel van de nieuwe verslaggevers zich vooral daar niet al te veel mee bezig houden. Er lijkt veel te worden gewerkt vanuit een zeer particuliere interesse. Dat speelt altijd een rol, zoals ik beweerde, maar nu beïnvloedt het het keuzemoment. Da's wezenlijk anders: iemand die ergens wel of niet naartoe gaat en iemand die schrijft wat-i zag of hoorde (en dat alleen vanuit eigen perspectief kán).

Dat is wat me opvalt bij lokale media: de selectieve interesse. Stomweg omdat het geen dagelijks werk is in de zin van loonvormend en er 'dus' minder tijd aan kan worden besteedt, of wordt besteed. In het gros van de gevallen is het (vergelijkbaar met) vrijwiligerswerk. Zelfs met dat gegeven bekend en geaccepteerd, is er nog steeds selectie op basis van voorkeur, niet van praktische belemmeringen en bezwaren.

Dát lijkt mij dus wel een reusachtig interessant en relevant onderzoek: de werkwijze van journalisten bij lokale media. Niet dat ik enthousiast word van een invulling als 'is er hoor en wederhoor' toegepast, maar wel 'waarom is iets gekozen als nieuwswaardig'. Ik zou als hypothese willen stellen dat lokale verslaggevers ceteris paribus, onder gelijke omstandigheden, selectiever zijn.

Vooralsnog ga ík er van uit dat dat waar is en dat de integriteit van veel lokale verslagleggers betwistbaar is; omdat ze sommige dingen niet wíllen verslaan.

zaterdag 18 januari 2014

Vereist: spreek- en schrijfvaardigheid

Vandaag verscheen in de De Volkskrant een artikel van een journalist die werkloos is geworden.* Hij beschrijft daarin die eerste paar maanden die iedere werkloze wel kent. Maar ook de ervaringen met het UWV en met Werk.nl. De reacties van je omgeving en de gedachten die door je hoofd spoken.

Het is een lezenswaardig artikel. Alhoewel het de indruk wekt je een goed beeld te geven van de indruk die werkloosheid op je maakt, weet ik zeker dat het nog maar de oppervlakte is. Er worden niet veel woorden aan vuil gemaakt; maar de totale paniek alleen al die je in die eerste maanden naar de keel kan vliegen, verdient evenveel aandacht. Of de onduidelijke voorlichting door het UWV; iedere medewerker lijkt een eigen invalshoek te hebben en tot overmaat van ramp doen UWV en UWV Werkbedrijf of ze zelfstandige bedrijven zijn.

Lees het artikel, en probeer je in te leven in wat er staat. Ik herkende bijna ieder woord, iedere emotie. Of iemand die er niet mee is geconfronteerd op basis van deze beschrijving een juister gevoel heeft van werkloos-zijn... ik betwijfel het, eerlijk gezegd.

Honderdduizenden mensen zijn werkloos. Honderden, duizenden schreven erover; in blogs - ikke - of op andere wijze. Slechts een enkeling haalt de kolommen van de krant.

Da's eigenlijk iets waar we makkelijk overheen kijken.

Alsof alleen mensen die vloeiend kunnen spreken of schrijven, de moeite waard zijn. De ervaringen die de De Volkskrant vandaag publiceerde, zijn niet bijzonder. Sterker, ze zijn al járen in omloop als het gaat over de manier waarop we met onze sociale zekerheid om springen. Spreek maar eens met iemand die werkloos is, iemand die met het UWV in aanraking is, iemand die bijstand krijgt, iemand die 'een reïntegratietraject is ingegaan,...

De tijd is allang voorbij dat de laaggeletterde een achterstand heeft. Aan die achterstandsgroep wordt langzamerhand ook degene toegevoegd die niet soepeltjes spreekt of schrijft. Verwonderlijk is het niet als je je realiseert dat ook in ons onderwijssysteem de nadruk verkeerd ligt. De handarbeider, de vakman, de handige (voormalig) LTSer, ze marginaliseren ook daardoor.

Een waarschuwing is echt wel op z'n plaats. De waarschuwing dat we bezig zijn heel systematisch mensen onmondig te maken door hen niet de ruimte te bieden op eigen wijze ervaringen en meningen te laten formuleren. Ik schreef er al eerder over: Wilders heeft dat scherp in de smiezen en beweert juist dat geluid te willen laten horen.

Voor journalisten ligt er voor eeuwen werk. Zo lang er mensen zijn, zullen er verhalen verwoord kunnen worden. Maar dan wel álle verhalen en meningen.

*Mits ik het niet vergeet: als de link naar het artikel mij bekend is, zet ik het erbij.

donderdag 15 augustus 2013

De journalist als verblekend construct

Soms praten we over niet-bestaande zaken alsof ze wél bestaan. En ze bestaan ook wel, maar niet tastbaar of aanwijsbaar. Soms zijn dat metafysische concepten als 'hemel', 'hel' en 'ziel'. In aanwijsbare vorm bestaan die niet.

Die categorie concepten is interessant. Ze zijn allemaal door de mens geconstrueerd. Er is geen lieveheersbeestje dat nadenkt over naar de hemel gaan en geen vliegenvangende zonnedauw die bezig is met de hel. Concepten zijn menselijke constructen.

Om de wereld, en onszelf, te begrijpen, zijn die concepten handig als ordening. Zijn groepen als 'jongeren' en 'ouderen' nog enigszins voor te stellen op basis van fysieke kwaliteiten, andere worden een graadje moeilijker. Uniformen en andere onderscheidingstekens helpen nog weleens. Maar bij sommige is ook dat een probleem. 'Ouders'; die herken je zonder kinderen niet. En toch hebben we het geregeld over de kwaliteit van 'de opvoeding door huidige ouders'.

Omdat constructen en concepten afspraken zijn tussen mensen zijn het ideale voedingsbodems voor twist. Sommige duren voort - bij voorbeeld die over geloofszaken - terwijl andere min of meer beslecht zijn - de 'beschermde beroepen' zijn daarvan een voorbeeld. 'Min of meer' omdat die beslechting niet onwankelbaar is. Met name de technologische vooruitgang maakt breuklijnen.

Medici zijn een voorbeeld daarvan. Naast de ontdekking van de psychiatrie als serieus onderdeel van de medische wetenschap, zijn het vooral de functies die zijn gekoppeld aan medische apparatuur die voor discussie (gaan) zorgen. Een diagnose stellen, mag alleen een arts in casu een mens met de juiste opleiding. Maar wat te doen met de technologie die het mogelijk maakt (eenvoudige vooralsnog) diagnoses te stellen? De reactie is voorspelbaar: de beroepsgroep stelt dat alleen zij dat kan en mag.

Iets vergelijkbaars doen journalisten. Die bestaan helemaal niet. Wel zijn er mensen met een goed stel hersens en een vlotte pen die, omdat ze een opleiding volgden, menen een unieke aanspraak te kunnen maken op die titel. Omdat 'journalist' geen beschermd beroep is, is een eigen systeem gemaakt. 'Echte journalisten' zijn die lid zijn van de NVJ. En daarvan kan echt niet iedereen lid worden.

Ze voeren echter een achterhoedegevecht, in een veranderd medialandschap.

Wat mij zo verbaast aan de discussie in en over media en journalistiek, is dat er zo strak wordt vastgehouden aan oude beelden. In de media wandelen inmiddels tal van types rond die journalist werden genoemd toen ze bekend werden. En 'de media' is minder en minder het unieke domein van omroepen, kranten of tijdschriften. Jij en ik kunnen daar ook een plek in nemen.

Uit de meeste discussies blijkt hoe weinig adaptief vermogen de media en journalistiek hebben. In plaats van uit te gaan van coöperaties van mensen en middelen, verknoeit men tijd met hopeloze discussies over concepten: wat is het beroep journalist? Wat een publieke omroep?

Daar spelen dan ook nog eens afgunst, naijver en geld een rol. Zelden wordt het gesprek gevoerd over de kwaliteit van goed sámenwerkend journalistiek werken. Nee, het gaat om de afgeleide: marktwerking en -verstoring. Het publieke bestel is de start van alles. Zakelijke geesten zagen kans geld te verdíenen met 'media', maar probeerden meteen de spelregels te veranderen. Als dat niet lukt, klaag je, als nieuwkomer, over de spelbreker, degene die als eerste bezig waren. Dan is de publieke omroep een spelbreker, een marktverstoorder, en de overheid een financier die daarin partner in crime is.

Dat is een haast groteske reductie van de werkelijkheid.

Wij, de consumenten, zijn niet zo loyaal als gedacht. Als zich betere mogelijkheden voordoen, stappen we zonder scrupules over. Bínnen het omroepbestel wilden we nog wel lid zijn van een omroep en op die manier een statement maken. Dat gold ook voor de krant: er wás geen keus, anders dan deze steeds beperktere.

Maar de fase is al veranderd. Er komt meer en meer keuze. En we springen nu dan ook weg van onze gastheren, op weg naar talloze nieuwe. Op het Internet. Nog niet massaal, maar dat duurt geen generaties meer.

U bent een construct, dames heren journalisten en mediamensen. U bent aan het verbleken in het plaatje. Binnenkort bestaat u in deze vorm niet meer. Dan hebben we nieuwe constructen.

maandag 4 februari 2013

Wat is dat toch met kranten en nieuws?


Van de week was-t-i er weer 's: de discussie over de positie en rol van journalisten in het nieuwslandschap. Eigenlijk is dat al winst, omdat de meeste gesprekken de afgelopen jaren gingen over 'de krant'.

De krant is niets. Dat is een stapeltje papier, niet eens met een nietje erdoorheen. Nog erger is dat die krant helemaal niet hoogwaardig is. Als het regent, krijg je een zielig pakketje door de brievenbus gepropt. Als je geluk hebt en een dus een goede krantenbezorger. Een krant is ook binnen de kortste keren kapot. Zo'n natte krant helemaal, maar een droge scheurt ook lekker snel. Wat ook lekker gaat, is jezelf verdonkeren met kranteninkt. Dat is wel minder geworden dan het ooit was - héél erg - maar nog steeds kun je heel snel een lichte broek of een licht overhemd van zwarte strepen voorzien. Ik wel in elk geval.

Dat dat medium het loodje legt, is nooit zo moeilijk voorspellen geweest. Alle alternatieven waren beter, schoner, steviger; van televisie en radio tot en met de glanzende tijdschriften. Wat daarin geen rol speelt, is de inhoud. Dit gaat uitsluitend en alleen om het medium. In een trage wereld is dat schrijven, drukken en verspreiden van nieuws snel genoeg in vergelijking met de maanden tot jaren die nieuws in de vroege middeleeuwen nodig had om te verspreiden. In een snelle wereld word je echter voorbijgesneld door andere media waarmee het nieuws zich verspreid. In de krant lezen wat je ook op de radio al hoorde? Wat al op televisie was te zien en te horen? Wat je op het internet kon lezen en zien? Nee, dan is de krant te langzaam en de kwaliteit van het gebruikte papier stomweg te slecht om nog waardevol te zijn.

<a href="http://medunkt2011.files.wordpress.com/2013/02/20130203-190800.jpg"><img src="http://medunkt2011.files.wordpress.com/2013/02/20130203-190800.jpg" alt="20130203-190800.jpg" class="alignnone size-full" /></a>

Interessanter wordt het als je in die ontwikkeling gaat kijken naar de inhoud. Dat ligt een stuk ingewikkelder.

Nieuws is eigenlijk alles waarover een verhaal is te vertellen; hetzij omdat het nog nooit eerder voorkwam, hetzij omdat het te vertellen verhaal nog niet eerder zo werd verteld. En dan zijn er tal van variaties uiteraard; "nog nooit eerder" is immers ook te begrijpen als "de anderen wisten dat nog niet". Autoongelukken als zodanig zijn geen nieuws meer, maar de afzonderlijke ongelukken weer wél zij het dat het flinterdunne verhalen oplevert. Die zullen eerder het niveau hebben van een basisschoolleerling die in zijn of haar opstel schrijft "en toen en toen en toen".

De discussie die nog steeds plaatsvindt, gaat over - bijvoorbeeld - de vraag wat eigenlijk de basis is voor het nieuws. Wie dat analyseert, zoals <a href="http://www.journalism.org/">Pew</a> in 2010 deed, stelt vast dat <a href="http://www.journalism.org/sites/journalism.org/files/Baltimore%20Study_Jan2010_0.pdf">veel informatie oorspronkelijk afkomstig is uit klassiekere media</a>. Het beeld wat zich daaruit opdringt, is dat zonder die basis de hele piramide ineenstort. Vraag één is echter hoe terecht het beeld van die piramide is.

Wat gebeurt, is dat sterk hiërarchisch  wordt geredeneerd vanuit die basis. Nieuws, zo lijkt het dan, is één homogeen geheel dat via een beperkt aantal kanalen wordt gegenereerd. Maar nieuws is een sociaal fenomeen en zeer zeker niet in omvang te bepalen. Wat voor de een wel nieuws is, is dat voor de eerstvolgende niet. En de manier waarop naar een nieuwsfeit wordt gekeken, verschilt met het gehanteerde achterliggende wereldbeeld. In die dynamiek kunnen daarom meerdere nieuwsmedia opereren. Maar in die dynamiek kunnen dus ook geheel nieuwe kanalen ontstaan.

Burgerjournalistiek is er zo een. Wat je ervan mag denken; het ís er en het wordt gebruikt. Hoe eenvoudiger het onderwerp hoe makkelijker te doen. Een ongeluk beschrijven is net makkelijker dan een opstootje. Een omkoopschandaal is echt van een andere orde; dat vereist kennis en inspanning. Natuurlijk is daarmee niet gezegd dat burgerjournalistiek per definitie slechter is dan professionele. Net zomin als dat het andersom niet geldt. Het verschil zit 'm in goede en slechte journalisten; en in de instroom van heel veel mensen die ook wel een kans willen wagen goede journalist te zijn. Omdat dat kán, gebeurt het ook: "journalist is iedereen en kan iedereen zijn".

Is dat dan helemaal nietszeggend geworden, dat journalistieke vak? Dat lijkt me niet. Maar het is wel nogal aan het veranderen. Nu het niet meer dé toegang is tot het publicerende medium, de krant bijvoorbeeld, is het meer dan ooit een concurrentiestrijd geworden. Een concurrentiestrijd met iedereen met een goed stel hersens. Een goed schrijvend of presenterend wetenschapper is heden ten dage ook geaccepteerd als journalist. De buurman die alles weet van de stad, is vast en zeker in staat mooie verhalen te vertellen over die stad.

Het onderscheidende zit 'm niet meer in de beroepsopleiding. Het zit 'm eerder in twee zaken: het kunnen vertellen van verhalen en het vinden van verhalen. Vooral die laatste is een interessante. Journalisten zijn meer dan ooit de agenda-bepalers. Dat wat zij doen, is vaak het startpunt voor veere gesprekken. In de kantoren, de huiskamers, de cafés, op <em>social media</em>, in samengestelde media (curatie bijvoorbeeld). Maar de vinder en benoemen van het nieuwtje is de journalist. Dat is wezenlijk anders dan de oude vorm, die eerder andersom werkte.

Eerlijk gezegd, zie ik het allemaal wel hoopvol tegemoet. Goed, het is een waanzinnige tijd waarin onduidelijk is wie wat is en waarom hoeveel krijgt. Laten we er vanuit gaan dat dat een gegeven is, maar dat er een nieuwe orde zal ontstaan. Hoe zou dit er uit kunnen zien?

<a href="http://medunkt2011.files.wordpress.com/2013/02/20130203-190811.jpg"><img src="http://medunkt2011.files.wordpress.com/2013/02/20130203-190811.jpg" alt="20130203-190811.jpg" class="alignnone size-full" /></a>

Ik denk dat daarin dat eenvoudige nieuws, de 'feiten', grotendeels door onszelf wordt gemaakt. De mensen op straat hebben allemaal <em>smartphones</em> en een voldoende grote groep de behoefte anderen te vertellen wat ze zien.
Wat we nog niet zien, is het werk voor mensen die daar tijd en energie in steken. Dat zijn dus de journalisten. Waarom die aan één kanaal zouden moeten zijn gebonden, is een vraag uit een voorbije tijd. De journalist zal eerder een ongebonden geest zijn, die zijn stukken aanbiedt aan 'een markt'.

Of dat zo gaat worden? Geen idee. Mijn koffiedik is net zoveel waard als die van een ander. Maar als ik bijvoorbeeld een initiatief zie als <a href="http://www.360magazine.nl/">360 Magazine</a>, dan denk ik dat zíj in de goede richting zoeken. Door de keuze voor, naar hun mening, goede stukken, leggen ze nadruk op wat journalistiek werk is: goede, dieper gravende stukken en daarmee de publieke agenda (mede)bepalend.

Mij zal het nog benieuwen wat er uiteindelijk over een paar jaar ligt. Maar wat mij wél opvalt, is de moeite die sommige journalisten hebben om uit hun comfort zone te worden gehaald. Of het zo is dat burgerjournalisten "lui" zijn?! Dan zijn veel 'professionele journalisten' dat ook. En net als al die andere beroepsgroepen die zich beroepen op hun professionaliteit, is alleen al die kreet het teken dat we inmiddels in een achterhoedegevecht zijn terecht gekomen.