Het zal me een worst zijn hoe jij je in het verkeer gedraagt, zolang ik (wij) er geen last van heb. Da's, denk ik, mijn grondhouding.
Het komt er op neer dat ik naar regels kijk als instrumenten om een geschil te beslechten. Rode stoplichten zijn onzinnig op wegen waar ('s avonds bij voorbeeld) in geen velden of wegen ander verkeer is te bekennen. Het is betwistbaar of je daar dan voor moet stoppen 'omdat de regel nu eenmaal zo is'. Maar áls er iets misgaat, ben je wel de lul als je daar door rood reed.
Hoe drukker, hoe belangrijker hoe jíj met regels om gaat. Rood licht negeren, is dáár vragen om problemen. En recht op het aanstormende verkeer in een eenrichtingstraat af rijden, verdient ook geen schoonheidsprijs. Die leveren conflicten op, die je subiet verliest.
In dat kader heb ik met verbazing gekeken naar fietsers in (oost-)Berlijn. Die nemen, alsof het de gewoonste zaak van de wereld is, de stoepen, zwenkend tussen voetgangers. Ik heb me laten vertellen dat het een overblijfsel is uit de pre-fietsperiode. De brede wegen waren voor de tram, bus en auto. Op de trottoirs is dat nog terug te zien in de vorm van de bestrating: veel stoepen hebben een centrale strook van afwijkend materiaal. Dat schijnt fietspad aan te duiden. En dus rijdt iedereen - bíjna iedereen - over de stoep. Vooral het 'tegen het verkeer in fietsen' is populair.
Op de weg fietsen doen minder mensen. En dat terwijl de wegen eigenlijk gewoon geschikt zijn, zowel oost als west en zowel de drukke als de stille. Dat neemt niet weg dat een 'tegengestelde stoepfietser' ons toebeet 'Primitiven' te zijn. Terwijl het toch echt fietsstrook was.
Hoe kan het dat die enorme stad op die manier met fietsers omgaat? Wij hebben er hier concepten voor nodig; zoals shared spaces.
Vandaag dacht ik het te zien. De Berlijners accepteren de fietsers. Dat is één. Maar belangrijker: beide respecteren elkaar. Eigenlijk heb ik geen enkele van de tientallen ontmoetingen gezien dat de voetganger níet opzij ging voor de stoepfietsers, heb ik geen enkele keer gezien dat de stoepfietser zijn weg af dwong of heb ik gezien dat beide elkaar stonden verrot te schelden.
Vandaag zag ik met andere ogen ons Nederlands gedrag. Da's anders, in zijn bedoeling. De Nederlandse verkeersdeelnemer lijkt uit te gaan van superioriteit, de zijne. Ik wil die kant op, jij gaat maar opzij. Oók fietsers doen daaraan volop mee. Tegenfietsers zijn eerder provocateurs of spelers van chicken games. In elk geval zijn het geen coöperatieve type-jes.
Wij negeren regels in volledig en uitsluitend eigenbelang. Het is frappant te zien hoe Nederlanders in staat zijn anderen in problemen te brengen zolang zíj maar veilig zijn.
Nederland is o zo trots op z'n open samenleving, onze volksaard. Dat dat 'open' feitelijk zou moeten worden vervangen door het veel terechtere 'onverschillig' werd voor mij (weer) bewezen, in Berlijn deze keer. Want in het land dat bekend staat om z'n Gründlichkeit en het misbruikte Befehl ist Befehl, blijkt men véél socialer en volwassener te zijn dan hier.
Blijkbaar is het voor Nederlanders noodzakelijker regels en scheidsrechters te hebben.
Posts tonen met het label politie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label politie. Alle posts tonen
dinsdag 2 september 2014
woensdag 4 juni 2014
Belastering of erkenning?
Het hysterische deel van de pers - als je ze zo wilt noemen - gebruikt zoals het ze aankleeft van die hyper-bewoordingen als 'staatsvijand nummer één'. Daar past nuance slecht bij. Niet voor niets zijn wetenschappers en hun schrijfsels vaak zo onbegrijpelijk: het kán dit zijn, maar óók dat.
Koppen als deze, zijn aandachttrekkers: Gelekt dossier: Brenno is Staatsvijand Nummer 1
Afgezien van het feit dat het niet waar is, staan er wat opkloppertjes in. Dat veelgehoorde aandachtsvestiging is helemaal geen opsporingsbericht in de betekenis van 'Opsporen, Aanhouden en in Bewaringstellen'. Dat doe je met boeven en ander gespuis. Een aandachtsvestiging is precies wat het woord zegt. Het vestigt de aandacht - uitsluitend van politieambtenaren - op iemand die voor een bepaalde periode in de gaten moet worden gehouden. Van die AV's gaan er per jaar zo'n 10.000 uit.
Politiewerk is al járen informatiewerk. Wellicht dat je, als je teveel Amerikaanse politieseries kijkt, het beeld hebt van stoere, krachtdadige, vierkante kinnen mannen. Die niet alleen losse handjes hebben, maar ook losjes schieten. Een erg groot deel van het werk is informatie verzamelen en vastleggen.
De grap is dat we ons keer op keer verkneukelen over 'die sufferds bij de politie die niet eens konden voorkómen dat X werd neergeslagen, neergeschoten, bedreigd, gechanteerd, naar het buitenland verdween'. En als 'we' op zoek zijn naar vermiste personen is het 'toch wel handig dat er Burgernet is en er heel veel mensen kunnen meekijken' (ongeacht het antwoord op de vraag of het wel een doeltreffend systeem is). Alles draait om kijken en informeren.
Het lijkt me bijzonder als je ontdekt dat er een aandachtsvestiging voor je bestaat. Maar om nu meteen hoog van de toren te blazen dat je daarmee wordt gecriminaliseerd.... Dát gaat te ver.
Ik zag het bericht een poos geleden langskomen en míjn eerste gedachte was: "Bingo, Brenno, je hebt het gered tot persoon die serieus wordt genomen. Blijkbaar heb je zoveel indruk gemaakt met je 'undercover'werk dat men bang is voor wat je tijdens de nucleaire top zou kunnen aantonen over falende beveiliging." En inderdaad, dat is deels aangetoond door studenten die president Obama dicht konden naderen zonder accreditatie-controle.
Persoonlijk vind ik het dus een waardéring voor het werk van een onderzoeksjournalist als men zó op je reageert.
Is het terecht dat je vanwege dat werk in de gaten wordt gehouden? Jazeker. Het zou anders zijn als er geen enkele aanleiding voor is. Als de voornaam reden voor een aandachtsvestiging is, of lengte, of huidskleur. Maar als je weet dat je te maken hebt met iemand die scherp beveiligingslekken aan de kaak kan stellen? Dan is zo'n tijdelijke aandacht niet ondenkbaar.
Dat is het nadeel. Om te publiceren moet je jezelf bekend maken. Op een gegeven moment snelt je reputatie je dan vooruit. Niet voor niets moest ene Gunter Walraff zich van een andere identiteit voorzien voor zijn journalistieke openbaringen.
Koppen als deze, zijn aandachttrekkers: Gelekt dossier: Brenno is Staatsvijand Nummer 1
Afgezien van het feit dat het niet waar is, staan er wat opkloppertjes in. Dat veelgehoorde aandachtsvestiging is helemaal geen opsporingsbericht in de betekenis van 'Opsporen, Aanhouden en in Bewaringstellen'. Dat doe je met boeven en ander gespuis. Een aandachtsvestiging is precies wat het woord zegt. Het vestigt de aandacht - uitsluitend van politieambtenaren - op iemand die voor een bepaalde periode in de gaten moet worden gehouden. Van die AV's gaan er per jaar zo'n 10.000 uit.
Politiewerk is al járen informatiewerk. Wellicht dat je, als je teveel Amerikaanse politieseries kijkt, het beeld hebt van stoere, krachtdadige, vierkante kinnen mannen. Die niet alleen losse handjes hebben, maar ook losjes schieten. Een erg groot deel van het werk is informatie verzamelen en vastleggen.
De grap is dat we ons keer op keer verkneukelen over 'die sufferds bij de politie die niet eens konden voorkómen dat X werd neergeslagen, neergeschoten, bedreigd, gechanteerd, naar het buitenland verdween'. En als 'we' op zoek zijn naar vermiste personen is het 'toch wel handig dat er Burgernet is en er heel veel mensen kunnen meekijken' (ongeacht het antwoord op de vraag of het wel een doeltreffend systeem is). Alles draait om kijken en informeren.
Het lijkt me bijzonder als je ontdekt dat er een aandachtsvestiging voor je bestaat. Maar om nu meteen hoog van de toren te blazen dat je daarmee wordt gecriminaliseerd.... Dát gaat te ver.
Ik zag het bericht een poos geleden langskomen en míjn eerste gedachte was: "Bingo, Brenno, je hebt het gered tot persoon die serieus wordt genomen. Blijkbaar heb je zoveel indruk gemaakt met je 'undercover'werk dat men bang is voor wat je tijdens de nucleaire top zou kunnen aantonen over falende beveiliging." En inderdaad, dat is deels aangetoond door studenten die president Obama dicht konden naderen zonder accreditatie-controle.
Persoonlijk vind ik het dus een waardéring voor het werk van een onderzoeksjournalist als men zó op je reageert.
Is het terecht dat je vanwege dat werk in de gaten wordt gehouden? Jazeker. Het zou anders zijn als er geen enkele aanleiding voor is. Als de voornaam reden voor een aandachtsvestiging is, of lengte, of huidskleur. Maar als je weet dat je te maken hebt met iemand die scherp beveiligingslekken aan de kaak kan stellen? Dan is zo'n tijdelijke aandacht niet ondenkbaar.
Dat is het nadeel. Om te publiceren moet je jezelf bekend maken. Op een gegeven moment snelt je reputatie je dan vooruit. Niet voor niets moest ene Gunter Walraff zich van een andere identiteit voorzien voor zijn journalistieke openbaringen.
zondag 4 mei 2014
Wijkagent
Dit is een blijk van waardering voor de twitterende wijkagent en in het bijzonder een Rotterdamse.
Wijkagenten zijn al een poosje te vinden op Twitter. De eerste is een Leidse: Bas Slutter. Dat was best baanbrekend, want opsporingsambtenaar is toch een serieus en te respecteren beroep wat zich slecht verhoudt tot zoiets frivools als Twitter. Toch? Dát was de situatie waarin Bas c.s. instapten.
Toch hadden ze gelijk.
Meer dan andere hebben de wijkagenten een band nodig met de wijkbewoners. Ze moeten weten wat er speelt. Ze moeten aanspreekbaar zijn. Ze moeten dichtbij staan en tegelijk ook met gezag kunnen optreden. Gezag is een sleutelwoord. Dat zit niet als embleem op je uniform genaaid. Het is iets wat je kríjgt.
Dat hebben de wijkagenten steeds meer door. Goed, de een wat meer en beter dan de ander, maar da's des mensen. Er zijn mensen die er meer gevoel bij hebben. Gelukkig zijn we allemaal níet hetzelfde.
Het belangrijkst is dat de wijkagenten zich laten zien in hun rol, die veel meer is dan orde-handhaver. De Leidse wijkagent Eric van Dommelen kun je volgen en dan merk je dat hij zich over veel meer druk maakt dan alleen maar 'overlastgevende jongeren'. Die krijgen óoḱ aandacht, maar de voedselbank óók. Het zijn gesprekken over van alles, van inderdaad politie-zaken tot en met de wedstrijden van Ajax.
In de Twittergids kun je de Top100 vinden. Als daarin ronddwaalt, zul je merken dat ze Twitter allemaal anders gebruiken, passend bij wat hem of haar bevalt. Ook niet allemaal evenveel twitterend; wél allemaal een behoorlijk aantal volgers (1000+). 'De burger' is blijkbaar nieuwsgierig.
Een wijkagent die ik helemaal niet ken en ook niet nodig heb - ik woon in Leiden - is de Rotterdamse Wilco Berenschot.
De eerste keer dat opkeek, was toen ik 'm heel wat maanden geleden 'zag' sjouwen met een tafel. Om het contact met wijkbewoners makkelijker te maken, deed hij precies wat de theorie zegt: gá naar buiten. In het oude opbouwwerk heette dat vindplaatsgericht werken. Ook de marketingmensen hebben het ontdekt: zoek je klant op en luister. Maar een echte tafel zomaar ergens op straat neerzetten; ík vond en vind 'm grandioos.
Ruim een jaar zie ik zijn tweets over die tafel voorbij komen, in weer en wind, zomer en winter. Maar hij heeft weer een nieuwe vorm van betrokkenheid.
Ook een wijkagent is een mens en moet eten. Geïnspireerd door #manbijthond is er nu #agentbijthond met de vraag "Mag ik mijn brood bij u op eten?". Afgaand op de tweets wordt hem dat nooit geweigerd. Of dat zo is, maakt niet eens uit. De foto's zijn goud waard: een min of meer wildvreemde agent zit ineens in je huis z'n lunchpakket te verwerken. Hoe beter wil je wijkcontacten hebben?
Even zag het er naar uit dat de leiding van de Nationale Politie dwars zou gaan liggen bij twitterend personeel. Natuurlijk zijn er uitglijders geweest en hadden sommige dingen anders gekund. Waar mensen zijn, zijn fouten. Maar wat uiteindelijk overblijft, is een aantal politiemedewerkers die een enorme versnelling en inhoud geven aan hun werk. Alleen dát al zou, als ik baas van de politie was, zoveel waarde moeten hebben dat je dit gedrag moet stimuleren.
En dat geldt voor álle bazen en hun medewerkers.
Wijkagenten zijn al een poosje te vinden op Twitter. De eerste is een Leidse: Bas Slutter. Dat was best baanbrekend, want opsporingsambtenaar is toch een serieus en te respecteren beroep wat zich slecht verhoudt tot zoiets frivools als Twitter. Toch? Dát was de situatie waarin Bas c.s. instapten.
Toch hadden ze gelijk.
Meer dan andere hebben de wijkagenten een band nodig met de wijkbewoners. Ze moeten weten wat er speelt. Ze moeten aanspreekbaar zijn. Ze moeten dichtbij staan en tegelijk ook met gezag kunnen optreden. Gezag is een sleutelwoord. Dat zit niet als embleem op je uniform genaaid. Het is iets wat je kríjgt.
Dat hebben de wijkagenten steeds meer door. Goed, de een wat meer en beter dan de ander, maar da's des mensen. Er zijn mensen die er meer gevoel bij hebben. Gelukkig zijn we allemaal níet hetzelfde.
Het belangrijkst is dat de wijkagenten zich laten zien in hun rol, die veel meer is dan orde-handhaver. De Leidse wijkagent Eric van Dommelen kun je volgen en dan merk je dat hij zich over veel meer druk maakt dan alleen maar 'overlastgevende jongeren'. Die krijgen óoḱ aandacht, maar de voedselbank óók. Het zijn gesprekken over van alles, van inderdaad politie-zaken tot en met de wedstrijden van Ajax.
In de Twittergids kun je de Top100 vinden. Als daarin ronddwaalt, zul je merken dat ze Twitter allemaal anders gebruiken, passend bij wat hem of haar bevalt. Ook niet allemaal evenveel twitterend; wél allemaal een behoorlijk aantal volgers (1000+). 'De burger' is blijkbaar nieuwsgierig.
Een wijkagent die ik helemaal niet ken en ook niet nodig heb - ik woon in Leiden - is de Rotterdamse Wilco Berenschot.
De eerste keer dat opkeek, was toen ik 'm heel wat maanden geleden 'zag' sjouwen met een tafel. Om het contact met wijkbewoners makkelijker te maken, deed hij precies wat de theorie zegt: gá naar buiten. In het oude opbouwwerk heette dat vindplaatsgericht werken. Ook de marketingmensen hebben het ontdekt: zoek je klant op en luister. Maar een echte tafel zomaar ergens op straat neerzetten; ík vond en vind 'm grandioos.
Ruim een jaar zie ik zijn tweets over die tafel voorbij komen, in weer en wind, zomer en winter. Maar hij heeft weer een nieuwe vorm van betrokkenheid.
Ook een wijkagent is een mens en moet eten. Geïnspireerd door #manbijthond is er nu #agentbijthond met de vraag "Mag ik mijn brood bij u op eten?". Afgaand op de tweets wordt hem dat nooit geweigerd. Of dat zo is, maakt niet eens uit. De foto's zijn goud waard: een min of meer wildvreemde agent zit ineens in je huis z'n lunchpakket te verwerken. Hoe beter wil je wijkcontacten hebben?
Even zag het er naar uit dat de leiding van de Nationale Politie dwars zou gaan liggen bij twitterend personeel. Natuurlijk zijn er uitglijders geweest en hadden sommige dingen anders gekund. Waar mensen zijn, zijn fouten. Maar wat uiteindelijk overblijft, is een aantal politiemedewerkers die een enorme versnelling en inhoud geven aan hun werk. Alleen dát al zou, als ik baas van de politie was, zoveel waarde moeten hebben dat je dit gedrag moet stimuleren.
En dat geldt voor álle bazen en hun medewerkers.
woensdag 11 september 2013
Gemeente-psychiatrie :waanzin
Ik heb er een hard hoofd in; of gemeenten wel zijn opgewassen tegen de naar hen gedecentraliseerde taken. Als je zo eens terugkijkt, dan zijn gemeenteambtenaren een onbekende variant van Superman: ze kunnen alles, en op korte termijn. Zowel de bepaling van huursubsidie (ooit) als de vaststelling van hondenbelasting(tarieven). Zowel de regels voor acceptabele bouw als de kwinkslagen bij een huwelijksvoltrekking. Zowel ideeën over de aanpak van hangjeugd als de doorgang van het openbaar vervoer. Werkelijk Superman.
Maar ja, het blijken toch maar gewoon mensen.
De ambtenaar bestaat uiteraard niet. Het zijn allemaal afzonderlijke werknemers, met een bijzondere werkgever: een overheid. Op zich is dat niet zo heel erg bijzonder dus. Je kunt onder ambtenaren dan ook goede en slechte aantreffen: de bevlogen vakman én de slonzige ongeïnteresseerde. Da's nu eenmaal zoals wij mensen zijn, allemaal verschillend met verschillende interesses en ambities.
Van de week zat ik met een goede kennis te praten over mijn idee om iets te doen met het kenniskapitaal dat iedere gemeente heeft in de vorm van niet-loonvormenden. Nu is zijn positie in de ambtelijke hiërarchie hoog. Voor mij dus een ideale gesprekspartner om ideeën aan te spiegelen: we kunnen elkaar vertrouwen en open spreken, en híj weet veel van de uitvoeringspraktijk sociale zekerheid.
Mijn conclusie?! Ik heb nog wat te doen. Het idee is goed. De analyse klopt. Maar de politieke gemeentelijke praktijk zal dwarsliggen. De engelstaligen noemen dat toch een reality check?
Uit ons gesprek bleek dat zo'n check ook hoognodig met ambtenaren moet worden gedaan. Of misschien nog eerder met de beleidmakers die 'de lijnen uitzetten'. Feitelijk zijn dát degenen die geen benul hebben van hun werk.
Eén van de grootste dreigingen die op de gemeenten afkomt, is wellicht die van de psychiatrisch patiënt. De praktijk van de politie ís er al een waarin psychiatrische problematieken een belangrijk rol speelt. Niet in de vorm van Hollywoodachtige seriemoordenaars, maar wel in de vorm van overlastgevende schizofrenen en dergelijke. Niets spectaculairs, maar je zult maar naast iemand wonen die permanent lasg heeft van wanen en daardoor overlast geeft.
Nóg hebben we een infrastructuur die mensen die in psychische nood verkeren redelijk opvangen. Maar doe brokkelt snel, heel snel af. Ook hier rukt de inflattoire term 'zelfredzaamheid' op. 'De buurt' moet in staat zijn de eigen problemen op te lossen. De betrokkene moet zelf een kring van helpenden om zich heen organiseren. Dat mensen die dergelijke problemen ondervinden nu juist degenen zijn die het minst sterk in de sociale structuur staan, is blijkbaar een ongewenst feit. Toch is dat wel zo. En dus onderschat men het probleem; op een enorme manier.
Omgaan met psychiatrische patiënten eist nogal wat. Je hebt te maken met mensen die zich niet voorspelbaar gedragen. Geduld, empathie en vakkennis zijn het minimum wat je nodig hebt. Nogmaals, het gaat óók om mensen als jij en ik, die een depressieve periode doormaakte. Maar ook om mensen met andersoortige aandoeningen.
En dan hoor je een anekdote als deze, uit de praktijk van een grote stedelijke sociale dienst:
Dat tekent het verschil. De professionele hulpverlener is voorbereid op zulk gedrag. Heeft tijd, geduld en vakkennis. Weet wat kan gebeuren. En wat niet. Daar is genoegzaam bekend dat je vormvrij moet kunnen werken. Liefst maatwerk leveren, op maat van de betrokkene.
Maar mededogen en vormvrij werken passen niet in een regelgeleide cultuur. Dat wordt dus nog wat met gemeenteambtenaren die met abnormaal gedrag worden geconfronteerd. Die gaan heel bijzondere situaties tegemoet.
Maar ja, het blijken toch maar gewoon mensen.
De ambtenaar bestaat uiteraard niet. Het zijn allemaal afzonderlijke werknemers, met een bijzondere werkgever: een overheid. Op zich is dat niet zo heel erg bijzonder dus. Je kunt onder ambtenaren dan ook goede en slechte aantreffen: de bevlogen vakman én de slonzige ongeïnteresseerde. Da's nu eenmaal zoals wij mensen zijn, allemaal verschillend met verschillende interesses en ambities.
Van de week zat ik met een goede kennis te praten over mijn idee om iets te doen met het kenniskapitaal dat iedere gemeente heeft in de vorm van niet-loonvormenden. Nu is zijn positie in de ambtelijke hiërarchie hoog. Voor mij dus een ideale gesprekspartner om ideeën aan te spiegelen: we kunnen elkaar vertrouwen en open spreken, en híj weet veel van de uitvoeringspraktijk sociale zekerheid.
Mijn conclusie?! Ik heb nog wat te doen. Het idee is goed. De analyse klopt. Maar de politieke gemeentelijke praktijk zal dwarsliggen. De engelstaligen noemen dat toch een reality check?
Uit ons gesprek bleek dat zo'n check ook hoognodig met ambtenaren moet worden gedaan. Of misschien nog eerder met de beleidmakers die 'de lijnen uitzetten'. Feitelijk zijn dát degenen die geen benul hebben van hun werk.
Eén van de grootste dreigingen die op de gemeenten afkomt, is wellicht die van de psychiatrisch patiënt. De praktijk van de politie ís er al een waarin psychiatrische problematieken een belangrijk rol speelt. Niet in de vorm van Hollywoodachtige seriemoordenaars, maar wel in de vorm van overlastgevende schizofrenen en dergelijke. Niets spectaculairs, maar je zult maar naast iemand wonen die permanent lasg heeft van wanen en daardoor overlast geeft.
Nóg hebben we een infrastructuur die mensen die in psychische nood verkeren redelijk opvangen. Maar doe brokkelt snel, heel snel af. Ook hier rukt de inflattoire term 'zelfredzaamheid' op. 'De buurt' moet in staat zijn de eigen problemen op te lossen. De betrokkene moet zelf een kring van helpenden om zich heen organiseren. Dat mensen die dergelijke problemen ondervinden nu juist degenen zijn die het minst sterk in de sociale structuur staan, is blijkbaar een ongewenst feit. Toch is dat wel zo. En dus onderschat men het probleem; op een enorme manier.
Omgaan met psychiatrische patiënten eist nogal wat. Je hebt te maken met mensen die zich niet voorspelbaar gedragen. Geduld, empathie en vakkennis zijn het minimum wat je nodig hebt. Nogmaals, het gaat óók om mensen als jij en ik, die een depressieve periode doormaakte. Maar ook om mensen met andersoortige aandoeningen.
En dan hoor je een anekdote als deze, uit de praktijk van een grote stedelijke sociale dienst:
Een medewerker van mij komt binnen met de mededeling: "Ik heb het gehad met die man. Vier keer een gesprek gehad. Hij doet 't niet, snapt 't niet, wil niet. Ik weet 't niet meer. Volgens mij is-i gek." Het lukt niet zo'n klant binnen de kaders te (bege)leiden.
Dat tekent het verschil. De professionele hulpverlener is voorbereid op zulk gedrag. Heeft tijd, geduld en vakkennis. Weet wat kan gebeuren. En wat niet. Daar is genoegzaam bekend dat je vormvrij moet kunnen werken. Liefst maatwerk leveren, op maat van de betrokkene.
Maar mededogen en vormvrij werken passen niet in een regelgeleide cultuur. Dat wordt dus nog wat met gemeenteambtenaren die met abnormaal gedrag worden geconfronteerd. Die gaan heel bijzondere situaties tegemoet.
Labels:
beoordeling,
gemeente,
ggz,
openbaar vervoer,
overheid,
politie,
reality check,
sociale zekerheid,
vakkennis
Locatie:
Leiden, Nederland
Abonneren op:
Posts (Atom)