Posts tonen met het label ggz. Alle posts tonen
Posts tonen met het label ggz. Alle posts tonen

vrijdag 7 maart 2014

Een georganiseerde vriendschap

De term was me nieuw: georganiseerde vriendschap. Toch is het een vriendschap die de komende jaren enorm belangrijk zal gaan worden; let op mijn woorden.

De term werd gebruikt door de coördinator van de Vriendendienst in Leiden. Dat is een vrijwilligersverband van mensen die belangeloos contact opnemen en onderhouden met mensen die heel erg verlegen zitten om sociaal contact. De reden daartoe doet er hier niet toe. Zo'n vriendendienst verzorgt een koppeling tussen jou en je maatje. Als dat klikt, onderhoud je een jaar lang dat contact. De inhoud ervan is wisselend. De een wil sporten - en krijgt mij haast zeker nooit als maatje - de ander wil er op uit, terwijl een derde wellicht vooral iemand zoekt om mee te praten.

Ons contact duurt nu ruim anderhalf jaar. Officieel te lang, dus. Ook omdat mijn maatje vooral iemand nodig heeft voor weekeinde-bezigheden - en ik dat te weinig kan 'leveren' - was er contact met de coördinator. In het gesprek met haar kwam de aanleiding voor deze blogpost voorbij.

De vriendendienst wordt overstelpt met verzoeken voor maatjes. En er zijn te weinig vrijwilligers. Deels is dat een gevolg van achterstallige werving (vanwege een, tot mijn ontsteltenis, terminale ziekte bij een sleutelpersoon), maar ook vanwege iets wat veel grotere zorgen moet baren.

De vriendendienst merkt al een poos een grotere aanwas van hulpvragen. Een aanwas die vooral lijkt te kunnen worden verklaard uit de veranderingen in de ggz en uit de komst van cliënten uit de ggz naar de gemeente. Hulpvragen ook waarvan de coördinator zelf zegt dat die 'veel te zwaar zijn voor vrijwilligers'.

Leuk om even bij stil te staan.

We hebben het over vrijwilligers die allemaal een - korte - training hebben gehad, die positief gemotiveerd zijn om dit werk te doen, die tijd en energie willen steken in zo'n relatie; en die niet geschikt zijn voor een deel van de huidige aanwas omdat die té complexe problematieken en gedrag met zich meebrengen. Dat zijn dus wel mensen die nú de steden binnen komen. Dat zijn dus wel mensen die nú bij de gemeente gaan aankloppen. Dat zijn dus wel mensen die nú worden opgevangen door... ja, door wie dan wel als de professionele opvang er niet meer is en de vrijwillige te licht.

Ga eens praten bij je lokale hulpverleningsinstantie. Geheel vrijblijvend. Niet eens om je aan te zetten je aan te melden als maatje of iets dergelijks. Vooral om je eens goed te informeren. Over de puinhoop die langzaamaan is ontstaan en die binnen twee jaar zichtbaar wordt.

woensdag 11 september 2013

Gemeente-psychiatrie :waanzin

Ik heb er een hard hoofd in; of gemeenten wel zijn opgewassen tegen de naar hen gedecentraliseerde taken. Als je zo eens terugkijkt, dan zijn gemeenteambtenaren een onbekende variant van Superman: ze kunnen alles, en op korte termijn. Zowel de bepaling van huursubsidie (ooit) als de vaststelling van hondenbelasting(tarieven). Zowel de regels voor acceptabele bouw als de kwinkslagen bij een huwelijksvoltrekking. Zowel ideeën over de aanpak van hangjeugd als de doorgang van het openbaar vervoer. Werkelijk Superman.

Maar ja, het blijken toch maar gewoon mensen.

De ambtenaar bestaat uiteraard niet. Het zijn allemaal afzonderlijke werknemers, met een bijzondere werkgever: een overheid. Op zich is dat niet zo heel erg bijzonder dus. Je kunt onder ambtenaren dan ook goede en slechte aantreffen: de bevlogen vakman én de slonzige ongeïnteresseerde. Da's nu eenmaal zoals wij mensen zijn, allemaal verschillend met verschillende interesses en ambities.

Van de week zat ik met een goede kennis te praten over mijn idee om iets te doen met het kenniskapitaal dat iedere gemeente heeft in de vorm van niet-loonvormenden. Nu is zijn positie in de ambtelijke hiërarchie hoog. Voor mij dus een ideale gesprekspartner om ideeën aan te spiegelen: we kunnen elkaar vertrouwen en open spreken, en híj weet veel van de uitvoeringspraktijk sociale zekerheid.

Mijn conclusie?! Ik heb nog wat te doen. Het idee is goed. De analyse klopt. Maar de politieke gemeentelijke praktijk zal dwarsliggen. De engelstaligen noemen dat toch een reality check?

Uit ons gesprek bleek dat zo'n check ook hoognodig met ambtenaren moet worden gedaan. Of misschien nog eerder met de beleidmakers die 'de lijnen uitzetten'. Feitelijk zijn dát degenen die geen benul hebben van hun werk.

Eén van de grootste dreigingen die op de gemeenten afkomt, is wellicht die van de psychiatrisch patiënt. De praktijk van de politie ís er al een waarin psychiatrische problematieken een belangrijk rol speelt. Niet in de vorm van Hollywoodachtige seriemoordenaars, maar wel in de vorm van overlastgevende schizofrenen en dergelijke. Niets spectaculairs, maar je zult maar naast iemand wonen die permanent lasg heeft van wanen en daardoor overlast geeft.

Nóg hebben we een infrastructuur die mensen die in psychische nood verkeren redelijk opvangen. Maar doe brokkelt snel, heel snel af. Ook hier rukt de inflattoire term 'zelfredzaamheid' op. 'De buurt' moet in staat zijn de eigen problemen op te lossen. De betrokkene moet zelf een kring van helpenden om zich heen organiseren. Dat mensen die dergelijke problemen ondervinden nu juist degenen zijn die het minst sterk in de sociale structuur staan, is blijkbaar een ongewenst feit. Toch is dat wel zo. En dus onderschat men het probleem; op een enorme manier.

Omgaan met psychiatrische patiënten eist nogal wat. Je hebt te maken met mensen die zich niet voorspelbaar gedragen. Geduld, empathie en vakkennis zijn het minimum wat je nodig hebt. Nogmaals, het gaat óók om mensen als jij en ik, die een depressieve periode doormaakte. Maar ook om mensen met andersoortige aandoeningen.

En dan hoor je een anekdote als deze, uit de praktijk van een grote stedelijke sociale dienst:
Een medewerker van mij komt binnen met de mededeling: "Ik heb het gehad met die man. Vier keer een gesprek gehad. Hij doet 't niet, snapt 't niet, wil niet. Ik weet 't niet meer. Volgens mij is-i gek." Het lukt niet zo'n klant binnen de kaders te (bege)leiden.

Dat tekent het verschil. De professionele hulpverlener is voorbereid op zulk gedrag. Heeft tijd, geduld en vakkennis. Weet wat kan gebeuren. En wat niet. Daar is genoegzaam bekend dat je vormvrij moet kunnen werken. Liefst maatwerk leveren, op maat van de betrokkene.

Maar mededogen en vormvrij werken passen niet in een regelgeleide cultuur. Dat wordt dus nog wat met gemeenteambtenaren die met abnormaal gedrag worden geconfronteerd. Die gaan heel bijzondere situaties tegemoet.