Posts tonen met het label vakkennis. Alle posts tonen
Posts tonen met het label vakkennis. Alle posts tonen

woensdag 11 september 2013

Gemeente-psychiatrie :waanzin

Ik heb er een hard hoofd in; of gemeenten wel zijn opgewassen tegen de naar hen gedecentraliseerde taken. Als je zo eens terugkijkt, dan zijn gemeenteambtenaren een onbekende variant van Superman: ze kunnen alles, en op korte termijn. Zowel de bepaling van huursubsidie (ooit) als de vaststelling van hondenbelasting(tarieven). Zowel de regels voor acceptabele bouw als de kwinkslagen bij een huwelijksvoltrekking. Zowel ideeën over de aanpak van hangjeugd als de doorgang van het openbaar vervoer. Werkelijk Superman.

Maar ja, het blijken toch maar gewoon mensen.

De ambtenaar bestaat uiteraard niet. Het zijn allemaal afzonderlijke werknemers, met een bijzondere werkgever: een overheid. Op zich is dat niet zo heel erg bijzonder dus. Je kunt onder ambtenaren dan ook goede en slechte aantreffen: de bevlogen vakman én de slonzige ongeïnteresseerde. Da's nu eenmaal zoals wij mensen zijn, allemaal verschillend met verschillende interesses en ambities.

Van de week zat ik met een goede kennis te praten over mijn idee om iets te doen met het kenniskapitaal dat iedere gemeente heeft in de vorm van niet-loonvormenden. Nu is zijn positie in de ambtelijke hiërarchie hoog. Voor mij dus een ideale gesprekspartner om ideeën aan te spiegelen: we kunnen elkaar vertrouwen en open spreken, en híj weet veel van de uitvoeringspraktijk sociale zekerheid.

Mijn conclusie?! Ik heb nog wat te doen. Het idee is goed. De analyse klopt. Maar de politieke gemeentelijke praktijk zal dwarsliggen. De engelstaligen noemen dat toch een reality check?

Uit ons gesprek bleek dat zo'n check ook hoognodig met ambtenaren moet worden gedaan. Of misschien nog eerder met de beleidmakers die 'de lijnen uitzetten'. Feitelijk zijn dát degenen die geen benul hebben van hun werk.

Eén van de grootste dreigingen die op de gemeenten afkomt, is wellicht die van de psychiatrisch patiënt. De praktijk van de politie ís er al een waarin psychiatrische problematieken een belangrijk rol speelt. Niet in de vorm van Hollywoodachtige seriemoordenaars, maar wel in de vorm van overlastgevende schizofrenen en dergelijke. Niets spectaculairs, maar je zult maar naast iemand wonen die permanent lasg heeft van wanen en daardoor overlast geeft.

Nóg hebben we een infrastructuur die mensen die in psychische nood verkeren redelijk opvangen. Maar doe brokkelt snel, heel snel af. Ook hier rukt de inflattoire term 'zelfredzaamheid' op. 'De buurt' moet in staat zijn de eigen problemen op te lossen. De betrokkene moet zelf een kring van helpenden om zich heen organiseren. Dat mensen die dergelijke problemen ondervinden nu juist degenen zijn die het minst sterk in de sociale structuur staan, is blijkbaar een ongewenst feit. Toch is dat wel zo. En dus onderschat men het probleem; op een enorme manier.

Omgaan met psychiatrische patiënten eist nogal wat. Je hebt te maken met mensen die zich niet voorspelbaar gedragen. Geduld, empathie en vakkennis zijn het minimum wat je nodig hebt. Nogmaals, het gaat óók om mensen als jij en ik, die een depressieve periode doormaakte. Maar ook om mensen met andersoortige aandoeningen.

En dan hoor je een anekdote als deze, uit de praktijk van een grote stedelijke sociale dienst:
Een medewerker van mij komt binnen met de mededeling: "Ik heb het gehad met die man. Vier keer een gesprek gehad. Hij doet 't niet, snapt 't niet, wil niet. Ik weet 't niet meer. Volgens mij is-i gek." Het lukt niet zo'n klant binnen de kaders te (bege)leiden.

Dat tekent het verschil. De professionele hulpverlener is voorbereid op zulk gedrag. Heeft tijd, geduld en vakkennis. Weet wat kan gebeuren. En wat niet. Daar is genoegzaam bekend dat je vormvrij moet kunnen werken. Liefst maatwerk leveren, op maat van de betrokkene.

Maar mededogen en vormvrij werken passen niet in een regelgeleide cultuur. Dat wordt dus nog wat met gemeenteambtenaren die met abnormaal gedrag worden geconfronteerd. Die gaan heel bijzondere situaties tegemoet.

vrijdag 16 augustus 2013

De werk-naar-werk mythe

Hoe langer ik erover denk, hoe meer mensen ik spreek en hoe langer ik er zelf mee wordt geconfronteerd, hoe meer ik er van overtuigd raak dat het een mythe is.

Het is onzin dat het een slechte zaak is als je niet vanuit werk naar ander werk overstapt of solliciteert.

Voor een werkgever is het wel een voordeel. Werknemers in dienstverband zijn geconditioneerd. Veruit de meeste werken nog steeds in een hiërarchische bevelsstructuur, alhoewel veel bazen van zichzelf menen 'sociaal', 'menselijk' of zelfs 'maatschappelijk verantwoord' te ondernemen. Maar uiteindelijk gaat het om maar één hachje, niet dat van de werknemer.

Werknemers búiten die structuur - ZZP-ers met name - zijn niet onderhevig meer aan die conditionering. Zíj zijn er om hun werk goed te doen én hun eigen belang te bewaken. Dat betekent onderhandelen. Alhoewel dat in de huidige economische situatie makkelijk moet gaan, is het wel zo dat een snel groeiende groep werknemers aan het ontstaan is die, ná de recessie, geroken hebben aan die zelfstandigheid. In 'Nederland dienstenland' kan dat nog weleens verrassend gaan uitpakken.

Hoe kortzichtig werkgevers (kunnen) zijn, vind ik blijken uit geluiden die geregeld opduiken als dat 'werklozen geen ervaring meer hebben', dat 'ouderen een te groot risico vormen'. Als jij dat denkt, moet je eens zelfkritisch naar je denkbeelden kijken.

Geen ervaring? Nee, de machinebankwerker die maanden thuis zit, zal inderdaad een deel van zijn handvaardigheid kwijt raken. Maar, met als fietsen, dat heeft hij of zij binnen een week weer in de vingers.

Voor iemand die in de dienstensector werkt, ligt het echter anders. Die zal juist béter kunnen zijn dan de zittende werknemers. Die kans is echt niet ondenkbaar. Ga maar na.

Binnen veel organisaties zijn de declarabele uren het enige en alles waar alles om draait. Netwerkcontacten, conferenties, vakliteratuur? Niet declarabel. Liever dus zo min mogelijk tijd in steken. Het heeft mij een poos verbaasd hoe het toch kwam dat bijna alle innovatie-kennis búiten de grotere organisaties zit, bij ZZPers en start ups. Dit is een deel van de verklaring: de mensen die er werken, wéten helemaal niet veel en krijgen evenmin de ruimte om dat niveau te halen. Mijn cynische helft ziet een beeld opdoemen van personeel dat als een vrucht wordt leeggezogen en dan weggegooid. Ik ben bang dat dat beeld klopt.

Om die ontwikkelingen bij te houden - je vakkennis - heb je tijd nodig. De tijd dat de toegang tot die vakkennis werd beheerst door de werkgevers, ligt ver achter ons. Dure tijdschriften, een bibliotheek, kostbaar conferentiebezoek? Zij maakten dat mogelijk. Maar zo ligt het niet meer dankzij met name het Internet en vooral sociale netwerken. Heel erg veel informatie is nu vanuit de spreekwoordelijke leunstoel bereikbaar. En hét grote verschil is dat werknemers in loondienst een heleboel mínder tijd hebben om daarvan op de hoogte te blijven dan andere groepen; zoals werklozen en sommige zelfstandigen.

Geen werkgever die - echt waar - vond 'literatuur bijhouden doe je maar 's avonds. In je eigen tijd'. Dan snap je er bar weinig van. Dan bén je zo'n sinaasappeluitperser. Ik ben er bijna van afgekickt en weer aan het lezen en kennis vergaren geslagen. Juist omdát ik níet van werk naar werk ga.

O, en dat 'ouderen zijn een te groot risico'?! Heb je je al gerealiseerd dat in die leeftijd de stress, zorg en uitval(!) vanwege kinderen en andere perikelen voorbij is? Ooit bij stilgestaan dat dit de flexibelste mensen zijn, omdat ze weer 'ongebonden' zijn en ervaring hebben?

Mythes; net als legendes en sprookjes zijn ze niet waar. Als ze goed worden verteld, zijn het spannende verhalen. De wolf ís niet uit op mensenvlees, terwijl teveel Roodkapje je dat wel doet geloven.