Posts tonen met het label literatuur. Alle posts tonen
Posts tonen met het label literatuur. Alle posts tonen

maandag 7 oktober 2013

Paarse krokodillen tegen de kandeleer

Ik ben een liefhebber van onze taal en van Onze Taal. Niet dat ik een groot talent heb voor onze taal, maar Onze Taal verslind ik meestal wel. Onze Taal is, slim lezertje, een tijdschrift over de Nederlandse taal.

Eindelijk staat er in Onze Taal een artikel wat goed aansluit bij mijn idee over taal. Dat idee lijkt wat wankelmoedig, maar is 't niet.

Ik heb een hekel aan taalslordigheid. Ik ben een groot fan van taalcreativiteit. Het verschil tussen die twee is een flinterdunne scheidslijn: intentie. Ergerlijk is degene die slordig is in z'n woordkeuze, die niet de tijd neemt even na te denken over 'd', 't' of 'dt'. Dan moet je niet aankomen met 'maar Nederlands is een levende taal die verandert'. Dit is gewoon fouten maken. Dat veeg je niet onder het tapijt met modieuze drogredeneringen.

Opzéttelijke taalfouten werken als een komiek die als onhandige kluns over z'n eigen voeten struikelt. Die opzet haal je vaak ook uit het ritme, de pauzes. Gelukkig zijn er genoeg taalkunstenaars om tegenwicht te bieden aan de taalslonzen. In Tram 7 van Jurk! zitten er een paar:

Toen kwam ze binnen
Een mooie meid met donker haar
Ze zag me zitten
En ik haar
(...)
En ik heb het echt niet meer
of juist te pakken


Het aller-, aller-, allermooiste vind ik in onbruik geraakte woorden. Niet allemaal, maar er zitten echt wel pareltjes tussen. 'Nochtans': mooi toch? Om dergelijke woorden weg te mikken 'omdat niemand weet wat ze betekenen' of 'omdat het begrippen uit een voorbije tijd zijn', vind ik wel heel erg bruut. Het in gébruik houden van die woorden houdt ook kennis en taalrijkdom in leven.

Precies dát dacht ik aan te treffen in Onze Taal, in een artikel over "oude spreekwoorden in een nieuw jasje". Dat is een gaaf project, van Laurens Bosman en Wilmar Versprille las ik daar. Zij willen spreekwoorden vernieuwen om te voorkomen dat de bóódschap van het spreekwoord in vergetelheid wordt verzwolgen. Op 8 oktober wordt bekend gemaakt wie dat het beste deed. Maar dat ter zijde.

Er zitten werkelijk práchtige vernieuwingen bij.

Photo 07-10-13 20 38 08

Maar wat ik wel jammer vind; die oude, vervangen spreekwoorden hóeven toch niet weg? Waarom zou je "Om der wille van de smeer likt de kat de kandeleer" niet meer moeten kennen? Of, nee: er in elk geval eens bij je lessen Nederlands bij hebben stil gestaan. Je hoeft ze toch niet per sé in je dagelijks taalgebruik op te nemen? Maar een kleine beetje weten waar de klok de klepel haalt en Abraham de mosterd.... Lijkt mij ook bijdragen aan algemene - en leuke - algemene ontwikkeling.

Wat mij écht heel erg verbaasde, is de bewering dat sommige woorden stomweg niet meer worden begrepen. Nu ben ik heel slecht in het inschatten van mensen, maar iemand als Giel Beelen lijkt mij een gemiddelde Nederlander. Die zou niet weten wat 'kaf' is?! Je weet wel, van 'het kaf van het koren scheiden'. Ook het woord 'baken' zou velen een raadsel zijn. Kijk: dát vind ik dan weer zeer verontrustend. Dan wordt Nederlands - van laten we zeggen dertig jaar terug - voor sommigen gelijk aan een vreemde taal. Vreemdeling in eigen land.

Dat zou ik graag willen: dat op Paarsekrokodillentranen die oude-van-dagen-spreekwoorden nog een poos in het spreekwoordenbejaardenhuis kunnen bestaan.

Opdat we ons realiseren dat taal lééft.

vrijdag 16 augustus 2013

De werk-naar-werk mythe

Hoe langer ik erover denk, hoe meer mensen ik spreek en hoe langer ik er zelf mee wordt geconfronteerd, hoe meer ik er van overtuigd raak dat het een mythe is.

Het is onzin dat het een slechte zaak is als je niet vanuit werk naar ander werk overstapt of solliciteert.

Voor een werkgever is het wel een voordeel. Werknemers in dienstverband zijn geconditioneerd. Veruit de meeste werken nog steeds in een hiërarchische bevelsstructuur, alhoewel veel bazen van zichzelf menen 'sociaal', 'menselijk' of zelfs 'maatschappelijk verantwoord' te ondernemen. Maar uiteindelijk gaat het om maar één hachje, niet dat van de werknemer.

Werknemers búiten die structuur - ZZP-ers met name - zijn niet onderhevig meer aan die conditionering. Zíj zijn er om hun werk goed te doen én hun eigen belang te bewaken. Dat betekent onderhandelen. Alhoewel dat in de huidige economische situatie makkelijk moet gaan, is het wel zo dat een snel groeiende groep werknemers aan het ontstaan is die, ná de recessie, geroken hebben aan die zelfstandigheid. In 'Nederland dienstenland' kan dat nog weleens verrassend gaan uitpakken.

Hoe kortzichtig werkgevers (kunnen) zijn, vind ik blijken uit geluiden die geregeld opduiken als dat 'werklozen geen ervaring meer hebben', dat 'ouderen een te groot risico vormen'. Als jij dat denkt, moet je eens zelfkritisch naar je denkbeelden kijken.

Geen ervaring? Nee, de machinebankwerker die maanden thuis zit, zal inderdaad een deel van zijn handvaardigheid kwijt raken. Maar, met als fietsen, dat heeft hij of zij binnen een week weer in de vingers.

Voor iemand die in de dienstensector werkt, ligt het echter anders. Die zal juist béter kunnen zijn dan de zittende werknemers. Die kans is echt niet ondenkbaar. Ga maar na.

Binnen veel organisaties zijn de declarabele uren het enige en alles waar alles om draait. Netwerkcontacten, conferenties, vakliteratuur? Niet declarabel. Liever dus zo min mogelijk tijd in steken. Het heeft mij een poos verbaasd hoe het toch kwam dat bijna alle innovatie-kennis búiten de grotere organisaties zit, bij ZZPers en start ups. Dit is een deel van de verklaring: de mensen die er werken, wéten helemaal niet veel en krijgen evenmin de ruimte om dat niveau te halen. Mijn cynische helft ziet een beeld opdoemen van personeel dat als een vrucht wordt leeggezogen en dan weggegooid. Ik ben bang dat dat beeld klopt.

Om die ontwikkelingen bij te houden - je vakkennis - heb je tijd nodig. De tijd dat de toegang tot die vakkennis werd beheerst door de werkgevers, ligt ver achter ons. Dure tijdschriften, een bibliotheek, kostbaar conferentiebezoek? Zij maakten dat mogelijk. Maar zo ligt het niet meer dankzij met name het Internet en vooral sociale netwerken. Heel erg veel informatie is nu vanuit de spreekwoordelijke leunstoel bereikbaar. En hét grote verschil is dat werknemers in loondienst een heleboel mínder tijd hebben om daarvan op de hoogte te blijven dan andere groepen; zoals werklozen en sommige zelfstandigen.

Geen werkgever die - echt waar - vond 'literatuur bijhouden doe je maar 's avonds. In je eigen tijd'. Dan snap je er bar weinig van. Dan bén je zo'n sinaasappeluitperser. Ik ben er bijna van afgekickt en weer aan het lezen en kennis vergaren geslagen. Juist omdát ik níet van werk naar werk ga.

O, en dat 'ouderen zijn een te groot risico'?! Heb je je al gerealiseerd dat in die leeftijd de stress, zorg en uitval(!) vanwege kinderen en andere perikelen voorbij is? Ooit bij stilgestaan dat dit de flexibelste mensen zijn, omdat ze weer 'ongebonden' zijn en ervaring hebben?

Mythes; net als legendes en sprookjes zijn ze niet waar. Als ze goed worden verteld, zijn het spannende verhalen. De wolf ís niet uit op mensenvlees, terwijl teveel Roodkapje je dat wel doet geloven.