Posts tonen met het label initiatief. Alle posts tonen
Posts tonen met het label initiatief. Alle posts tonen

zondag 4 mei 2014

Wijkagent

Dit is een blijk van waardering voor de twitterende wijkagent en in het bijzonder een Rotterdamse.

Wijkagenten zijn al een poosje te vinden op Twitter. De eerste is een Leidse: Bas Slutter. Dat was best baanbrekend, want opsporingsambtenaar is toch een serieus en te respecteren beroep wat zich slecht verhoudt tot zoiets frivools als Twitter. Toch? Dát was de situatie waarin Bas c.s. instapten.

Toch hadden ze gelijk.

Meer dan andere hebben de wijkagenten een band nodig met de wijkbewoners. Ze moeten weten wat er speelt. Ze moeten aanspreekbaar zijn. Ze moeten dichtbij staan en tegelijk ook met gezag kunnen optreden. Gezag is een sleutelwoord. Dat zit niet als embleem op je uniform genaaid. Het is iets wat je kríjgt.

Dat hebben de wijkagenten steeds meer door. Goed, de een wat meer en beter dan de ander, maar da's des mensen. Er zijn mensen die er meer gevoel bij hebben. Gelukkig zijn we allemaal níet hetzelfde.

Het belangrijkst is dat de wijkagenten zich laten zien in hun rol, die veel meer is dan orde-handhaver. De Leidse wijkagent Eric van Dommelen kun je volgen en dan merk je dat hij zich over veel meer druk maakt dan alleen maar 'overlastgevende jongeren'. Die krijgen óoḱ aandacht, maar de voedselbank óók. Het zijn gesprekken over van alles, van inderdaad politie-zaken tot en met de wedstrijden van Ajax.

In de Twittergids kun je de Top100 vinden. Als daarin ronddwaalt, zul je merken dat ze Twitter allemaal anders gebruiken, passend bij wat hem of haar bevalt. Ook niet allemaal evenveel twitterend; wél allemaal een behoorlijk aantal volgers (1000+). 'De burger' is blijkbaar nieuwsgierig.

Een wijkagent die ik helemaal niet ken en ook niet nodig heb - ik woon in Leiden - is de Rotterdamse Wilco Berenschot.

De eerste keer dat opkeek, was toen ik 'm heel wat maanden geleden 'zag' sjouwen met een tafel. Om het contact met wijkbewoners makkelijker te maken, deed hij precies wat de theorie zegt: gá naar buiten. In het oude opbouwwerk heette dat vindplaatsgericht werken. Ook de marketingmensen hebben het ontdekt: zoek je klant op en luister. Maar een echte tafel zomaar ergens op straat neerzetten; ík vond en vind 'm grandioos.

Ruim een jaar zie ik zijn tweets over die tafel voorbij komen, in weer en wind, zomer en winter. Maar hij heeft weer een nieuwe vorm van betrokkenheid.

Ook een wijkagent is een mens en moet eten. Geïnspireerd door #manbijthond is er nu #agentbijthond met de vraag "Mag ik mijn brood bij u op eten?". Afgaand op de tweets wordt hem dat nooit geweigerd. Of dat zo is, maakt niet eens uit. De foto's zijn goud waard: een min of meer wildvreemde agent zit ineens in je huis z'n lunchpakket te verwerken. Hoe beter wil je wijkcontacten hebben?

Even zag het er naar uit dat de leiding van de Nationale Politie dwars zou gaan liggen bij twitterend personeel. Natuurlijk zijn er uitglijders geweest en hadden sommige dingen anders gekund. Waar mensen zijn, zijn fouten. Maar wat uiteindelijk overblijft, is een aantal politiemedewerkers die een enorme versnelling en inhoud geven aan hun werk. Alleen dát al zou, als ik baas van de politie was, zoveel waarde moeten hebben dat je dit gedrag moet stimuleren.

En dat geldt voor álle bazen en hun medewerkers.

maandag 23 september 2013

Uitbesteden?!

Weet je. Zo af en toe - vaker toe dan af overigens - kan ik verbaasd kijken naar ons uitbesteedgedrag. Het lijkt wel alsof we collectief aan een chronisch gebrek aan zelfvertrouwen leiden.

Dat je een loodgieter of andere vakman belt om een technisch complexe klus in of aan je huis te laten uitvoeren; soit, da's duidelijk. Als individu heb je nu eenmaal beperkingen. Dan ben je wel genoodzaakt iemand in te schakelen. Of je probeert het zelf en schakelt daarná iemand in om de nog grotere puinhoop te herstellen. DHZ heet dat, is me ooit verteld: doe het zelf.

Waar ik echter bar weinig van begrijp, is dat ook organisaties er last van hebben. Of eigenlijk: helemaal níets lijken te kunnen. Da's raar.

Heb jij je ooit gerealiseerd hoeveel cursussen, trainingen, conferenties, workshops, bezinningsweekeinden, bijspijkersessies over gemeenten worden uitgestort? Bizar veel.

Als we er van uitgaan dat die aanbieders er genoeg aan verdienen, móet de conclusie wel zijn dat het gemeenten schromelijk schort aan kennis. Waarom zou je anders al die uren kennisvergaring nodig hebben? Toch niet voor de lol?!

Of zou het anders zijn?

Als je voor zo'n club hebt gewerkt, worden je wel wat zaken duidelijker. De belangrijkste is dat hun klanten zichzelf veel te onkundig inschatten; en de aanbieder veel te hoog (en anders wordt het ze wel ingefluisterd als een nog ongezien probleem).

Het is allemaal zo logisch. Je krijgt te horen dat er wéér iets verandert, raakt enigszins in paniek (want de invoeringstermijn is uiteraard te kort) en meent hulp nodig te hebben. Dát, immers, is de natuurlijke reactie in geval van paniek: hulp!

En die is er dan. In sommige gevallen wordt zelfs voorshands afgestemd: hele trainingen en ondersteuningsinstrumenten die worden gemaakt nog vóórdat een wijziging ingaat. Daś - gelukkig - geen gewoonte. Gebruikelijker is dat vernieuwing wordt begeleid door een heel aanbod aan trainingen en zo. Denk nu niet: gemeenten. Het geldt veel breder. Cursussen 'gebruik van de iPad'... alsof we - ook ouderen - niet zelf op ontdekkingstocht zouden moeten (kunnen) gaan. Nee, net zoals we ons voor alles en meer verzekeren, beginnen we niet meer onbevangen.

Er wordt daardoor niet alleen ongelooflijk veel geld weggegooid, door bedrijven en overheden. Daar zou je nog van kunnen beredeneren dat er dan in elk geval geld wordt rondgepompt in de economie.

Maar er wordt iets destructievers in gang gezet.

Dat niet meer vertrouwen op eigen kennis en kunde leidt er ook toe dat overheden en bedrijven minder creatief worden, minder probleemoplossend en meer routinematig. Als voor iedere anomalie in het proces menskracht van buiten moet komen, is dat óók een teken van sterke routines.

Het wordt weleens beweerd dat al dat 'verzorgen' zwakkere mensen voortbrengt. Mensen die niet voor zichzelf kunnen zorgen, die geen oplossingen of eigen initiatief voortbrengen. Mensen die afwachten, als lambs to the slaughter.

Omdat organisaties worden gevormd door en uit mensen, lijkt het me niet heel erg vergezocht te denken dat óók organisaties zo passief-afwachtend zijn geworden. En dát is ernstig.

Een zelfredzame burger (ver)eist een zelfredzame overheid.

zaterdag 27 april 2013

De kortetermijn van Leiden

Mijn buurman is een geleerd man. Sterker, hij is een erkénd geleerd man. Zijn werk is nadenken, onderzoeken, publiceren en lesgeven. En daarenboven draagt-i een titel die zijn geleerdheid aangeeft. Hij houdt zich bezig met de bestuurskundige kant van Nederland. En hij vliegt van hot naar haar over de wereld, in gesprek blijvend met vakgenoten.

We kunnen goed met elkaar opschieten. Wij zorgen tijdens vakanties voor hun konijn. We nemen pakjes aan van de pakjesbezorgers als er niemand thuis is. Kinderen weten waar een noodsleutel is te halen als zij de hunne zijn vergeten. Zo, dus. En we spreken elkaar af en toe verdergaand dan de standaardzinnen. Dat begint vaak over het weer, of zo'n konijnenafspraak, en kabbelt dan voort in de richting van heel andere onderwerpen.

Pas stonden we te praten over de staat van het land. Niet dat wij dat denken te gaan oplossen. Maar we hebben wel zo onze meningen en ideeën. Zo denken we allebei dat de groep die de grote klap gaat krijgen de zogenoemde middenklasse is. Zonder lullig te willen zijn: dat is het gros van Nederland en de kans is groot dat jij ertoe hoort. In de snel opkomende economieën zie je de middenklasse snel groeien, maar vooral ook snel aan macht winnen. Bij 'ons' - en da's inclusief de VS - dondert de middenklasse in elkaar. Inderdaad, de verhoudingen kantelen, draaien 180 graden.

De verwachting - die ik deel - is dat de makers de winnaars zullen zijn. Niet de beleidsmakers of de managers, die hebben afgedaan maar weten dat nog niet. Niet de zuivere denkers maar de doeners gaan de pijlers worden waarop we zullen moeten bouwen (voor een dubbel linkshandige als ik geen prettig idee). Nu moet je dat 'maken' niet onmiddellijk klassiek vertalen in: 'A ha! Arbeiders! Industrie!'. Fout! Dát wordt dus níet bedoeld.

De toekomst is er een waarin lijntjes weer kort zijn. Een waarin in kleine groepen wordt gewerkt. Een waarin wonen en werken weer geïntegreerd worden. Een waarin de samenleving meer autarkisch is dan nu. Dat klinkt allemaal enorm romantisch. Toch is het dat niet. Het is de tegenpool van de huidige situatie. En het is de situatie in wat wij nu nog derdewereldlanden noemen.

En de voorspelling is dat die mindermachtigen, die derde wereld, zich binnen enkele jaren híer bevindt.

Dat betekent niet per sé armoede. Het betekent wel andere verhoudingen. Kleinschaligheid zal belangrijker zijn dan ze de afgelopen decennia was. De wederopbouw van de economie zal afhankelijk zijn van makers.

Toen we zo stonden te praten, schoot me onze stad Leiden te binnen. Die gaat dus een zware periode tegemoet. We hebben hier haast geen makers meer. Wat we wel hebben, zijn denkers aan de universiteit en de hogeschool. We hebben veel dienstverlenende bedrijven. Dat zijn ook geen makers. Gelukkig hebben we wel een grote ROC en bijvoorbeeld een uniek instituut als de Leidse Instrumentmakersschool. Maar het is en blijft wat magertjes.

Leiden zal het zwaar krijgen. Maar de stad heeft ook kansen. De stad is historisch gezien al helemaal voorbereid op kleinschaligheid. Dat immers was eeuwen geleden de maat der dingen. De stad herbergde veel, zo niet alle, elementen uit een keten. Niet helemaal autarkisch, maar een stuk meer dan Leiden anno 2013 waarin van alles van buiten moet worden aangevoerd. Dat kan minder en zal ook anders gáán gebeuren. Stomweg omdat de recessie dat gaat afdwingen.

Als het over een poosje weer mooi weer is, ga ik toch 'ns verder praten met de buurman over deze situatie. Een stad als Leiden: met die soms vervloekt beperkte infrastructuur (middeleeuwers kenden bar weinig auto's), met jonge goed-opgeleide bewoners, strategisch gelegen. Dat moet toch kansen bieden? Dan moet je daar wél op inzetten, Leiden.

zaterdag 11 augustus 2012

Raaaarrrr...... Die studiekeuze


Vreemd bericht eigenlijk, van FNV Jongeren. Ze maken zich zorgen over MBOers die studies kiezen voor beroepen waarnaar geen vraag is op de arbeidsmarkt. Klinkt sympathiek, toch? De vakbond die zich zorgen maakt over jouw toekomst.
Maar het is een vreemde houding.
Het afgelopen anderhalf jaar heb ik de discussie een aantal keer gehoord: we moeten iets doen aan al die jonge mensen die verkeerde studiekeuzes maken. Niet dat altruïsme daarin een rol speelt, of zelfs maar empathie voor het lot van die jongeren. Nee, belangrijke drijfveer was de verspilling van geld, van overheidsgeld. Ons geld, heet dat dan. En dus zien bedrijven mogelijkheden om te verdienen aan overheden, gemeenten die iets willen doen aan die verspilling van 'ons geld', door zélf dat geld te innen voor initiatieven die die jongeren moeten informeren. Is 'ons geld' toch weg, maar in een andere zak. Een app, een website, een adviestraject: je bent er als gemeente (veel te veel) geld aan kwijt.
Dat wat je doet, moet bij je pássen. Zoveel is ons allemaal wel duidelijk. Wie niet in de wieg is gelegd voor top-atleet, zal dat ook nooit worden. Hoe het Amerikaanse sprookje - dat je alles kunt bereiken als je maar wílt en doorzet - ons ook anders wil doen geloven: zonder de juiste genetische aanleg voor spiermassa of oog-hand coördinatie red je het in bepaalde sporten echt niet.
Maar wat bij je past, is niet alleen fysiek bepaald. Het heeft ook alles te maken met je karakter en je interesses, met je afkomst en je opvoeding. Wie ooit een (meester)schrijnwerker, een fijnmetaalbewerker of een goudsmid aan het werk zag, zal kunnen beamen dat dat rust en een goede controle over de fijne motoriek vereist. En mocht je bijziend zijn: die handicap is een vóórdeel in beroepen waar wordt gewerkt met heel kleine details.
20120808-194235.jpg
Die relatie is uiteraard niet in beton gegoten. Was dat wel zo, dan zou sprake zijn van predestinatie, voorbestemming. Dan zou het ook bar weinig uitmaken of je je wel of niet inspant om iets nieuws te doen. Dat, immers, zou gedoemd zijn te mislukken.
De werkelijkheid ligt ergens in het midden. We kunnen, binnen onze eigen individueel bepaalde grenzen, wel degelijk bewegen. En zeker de niet-ambachtelijke banen, de niet-beroepen, bieden dan kansen. Iconisch zijn de managers, waarvan lang werd gedacht dat die 'om het even welk bedrijf' zouden kunnen leiden. Sterker, de ambachtslieden, de mensen die een productieve váárdigheid bezitten, raakten in status en beloning steeds verder achterop. De moderne samenleving maakte het voor de meerderheid mogelijk méér inkomen te vergaren dan de generatie van zijn ouders. Die opstapeling maakt ook dat steeds meer mensen zich primair richtten op het vergaren van zoveel mogelijk status in casu geld. Niet het vak, maar het te bereiken doel, casu quo inkomen, werd maatgevend. En masse zijn we gaan studeren, want de geconstrueerde toegang tot die banen is geregeld via opleidingsniveau.
Daarmee is wel een scheiding ontstaan tussen beroep en roeping. Dat laatste woord lijkt uit de mode, maar het is wel een sleutelwoord. Roeping, passie, opdracht, missie, metier, bestemming; allemaal woorden voor hetzelfde: werk doen wat bij je past.
En dat is het vreemde in het verhaal van de opleidingen-arbeidsmarktdiscussie.
Want die gaat absoluut níet uit van een mens als compleet en zelfstandig wezen, maar van een mens als instrument op een arbeidsmarkt. Het gaat dan immers niet om de bevrediging van een individu, maar van een goede aanvoer van arbeidsmiddelen voor de werkgevers. In feite reduceert die opstelling werknemers tot willoze instrumenten.
20120808-194227.jpg
In een tijd waarin veel wordt geëist van het probleemoplossend vermogen van de samenleving, is het noodzakelijk maximaal gebruik te maken van onze capaciteiten. Al tijden wordt beweerd dat 'we dringend behoefte aan ondernemingszin en aan initiatief' hebben. Welnu, dat stimuleer door mensen de ruimte te geven. Wat is er mooier als net-afgestudeerden niet in loondienst gaan en uitgekauwde wegen bewandelen, maar nieuwe, eigen initiatieven ontplooien? Dat gaan ze vast niet allemaal doen. Een groot deel zal zelfs noodgedwóngen zzp-er worden.
Maar het is waarschijnlijk helemaal niet de bedóeling dat studenten en leerlingen zelf initiatief nemen. De teneur die veel duidelijker uit dit soort van acties spreekt, is die van werkgevers om hun gevestigde positie en belangen te beveiligen door, voor nieuwkomers, de toegang tot hun markt te bemoeilijken en door zorg te dragen voor een geregelde, een maakbaar arbeidspotentieel. En dat beide tegelijk. Door de poortwachter Onderwijs te 'gebruiken'.
Ik wil maar zeggen: het ligt er maar net aan hoe je naar economie kijkt. Wat mij betreft, is dat óns belang en niet exclusief een ondernemersdomein. En dan past het, vind ik, níet om onderwijs op deze manier te reguleren. Goed informeren: prima. Afraden vanwege risico's: prima. Maar ook prima: nieuwe bedrijven, initiatieven en concurrenten. Dat willden 'we' toch?!
20120808-194218.jpg

zondag 24 juni 2012

De samenleving verlangzaamt

Hij moest rechtsaf een steeg in, omdat daar de ingang voor de parkeergarage is. Hij deed dat zorgvuldig. Altijd goed kijken of je geen fietsers de weg afrijdt. Je weet niet zeker of er niet eentje naast je auto rijdt. Zeker niet in deze stad, een stad vol fietsers. En zeker niet vandaag: marktdag en dus drukker en ook volbepakte fietsen. Gelukkig is het droog.

Wij stonden aan de overkant van de weg. Inderdaad, volbeladen fietsen omdat we nét van de zaterdagse markt kwamen.
De Leidse binnenstad is dan een bonte verzameling van mensen: stadsbewoners en toeristen - en voor beide groepen heeft 'de markt bezoeken' een andere betekenis -, alleengaanden en gezinnen, mensen die denken dat de markt erg ruim is - en de fiets meenemen de drukte in - en zij die vinden dat volgorde niet van belang is - de alom gehate 'voordringers'.

Dat krioelt allemaal door elkaar. Soms gaat het bijna mis. Soms gaat het echt mis. Meestal lukt het het gros toch om zonder kleerscheuren uit 'het rondje markt' tevoorschijn te komen.

Maar die meneer die afsloeg, zette me aan het denken.

Je hebt vast de krant gelezen. Een van de nieuwste ideeën is dat we moeten gaan sparen voor onze eigen zorg als we oud worden, want er komen teveel ouderen om het allemaal nog betaalbaar te houden. Het CBS meldt in 2006 al:
Tussen nu en 2038 zal het aantal 65-plussers toenemen van 2,4 naar 4,3 miljoen. Een kwart van de 17 miljoen Nederlanders is dan 65 jaar of ouder.
Over dat - naar mijn mening onzalige en ondoordachte - plan moeten we het maar niet hebben. Anderen hebben daarover al voldoende gezegd.

20120609-185908.jpg

Wat ik me wel afvraag, is of we ook doorhebben hoe de invloed van dat 'ouder worden' zal zijn.

Wellicht heb jij dat ook gehad: maar toen ik een jaar of 16-17 was, had ik het beeld van bejaarden als zittend in een schommelstoel met een boek en een pijpje in de mond (ik ben een man, vandaar). Dat dat beeld niet klopt, kan iedereen in de ouderenzorg je vertellen. Maar ook als je ouders hebt die hoogbejaard worden, kún je meemaken dat je je eigen beeld moet aanpassen. Ouder worden is alleen leuk als je gezond en onafhankelijk blijft.
Van de andere kant, die van de samenleving, bekeken, is er echter ook een effect. Oudere mensen zíjn, grosso modo, cognitief en fysiek anders dan jongeren. Niet alleen zullen zij bijvoorbeeld een heel ander referentiekader hebben, maar ook - ondanks innovatieve interventies - worden geconfronteerd met slechter zicht of met verslechterde fijne motoriek. In een wereld waarin financiële mogelijkheden de kwaliteit van leven gaan bepalen, zal een grote groep mensen 'op de klassieke manier' oud worden: redelijk gebrekkig.

Ontwerpers van diensten, maar ook van applicaties, zullen zich rekenschap moeten geven van effecten van veroudering. Effecten die te maken zullen hebben met 'vertraging'. Want als er één ding is wat die oudere meneer duidelijk maakte, is dat alles trager gaat: de bocht nemen ging met een slakkegangetje. En denk maar niet dat de andere weggebruikers daar rekening mee wensten te houden. Toeterend maakten ze dat wel duidelijk. En dat terwijl er steeds meer mensen van de leeftijd van die meneer zullen gaan komen. En de wereld zeer waarschijnlijk zal gaan vertragen, verlangzamen. Of je wilt of niet.

vrijdag 22 juni 2012

Dan doen we het toch zónder jullie

Fan van plat kapitalistisch of vrijemarktdenken zal ik nooit worden (alhoewel: zeg nooit ‘nooit’). Het idee dat als van natúre in een door ménsen ontwikkeld systeem de juiste boven komt drijven, is in mijn ogen aperte onzin. Het is een verhaspelde, verkrachte ‘variant’ van Origin of Species en de gedachte dat de best aangepaste soort zal overleven. Dat alles gebaseerd op de idee dat natuurlijk selectie per definitie altijd de juiste keuze maakt. Inmiddels is wel duidelijk geworden dat de factor toeval een belangrijke rol speelt bij die ‘natuurlijke selectie’.
Maar goed, ik moet toegeven dat het weer een kwestie van té is: te veel of te weinig… nooit goed.
Waar álle ruimte aan het individu wordt gegeven, is zoveel ruimte dat-i verdwaalt door gebrek aan oriëntatiepunten. Waar géén ruimte wordt gegeven, wordt-i verstikt door te weinig bewegingsvrijheid. De balans ligt dus ergens in het midden.
Aan die spanning tussen vrijheid en gebondenheid moest ik denken toen ik vandaag twee voorbeelden zag van opgeëiste ruimte. Die zijn daarom zo interessant omdat ze systeemfalen aanduiden. Systeemfalen dat vaak wordt veroorzaakt door (verkeerd?) gebruik van regels. Regels die niet een waarheid op zich zijn, maar bedoeld zijn als instrumenten om een systeem te sturen en beheersen. Regels de schuld geven is dan ook niet veel anders dan de erkenning niet te weten wat en hoe te willen bereiken.
Langs de weg staan een paar geiten, een paar kippen, hangbuikzwijntjes, twee paarden en een geit. Tussen een paar bomen staat een oude legertent en een houten bouwsel. Als je er met de auto langsrijdt, is de eerste gedachte vast iets in de trant van ‘pittoresk’ – positief denkend – of ‘krottenbouw’ – de negatievere variant. Op het terrein van twintig bij veertig meter lopen ook wat mensen rond.
Tot mijn verrassing ken ik er mensen. Sterker, het blijkt de initiatiefnemer.
Het veldje met dieren, waar ik al jaren eens per week langsrijdt, is niet anders dan een dagbestedingsactiviteit voor autistische kinderen. Een paar kilometer verderop ligt de instelling waar zij thuishoren. Daar leverde het idee van omgang met dieren vooral veel gepraat over regels op. En dus is er iemand zelf begonnen. Op een terrein waarvan overigens niet helemaal duidelijk is van wie dat eigenlijk is.
Het andere voorbeeld is dat van een oudere man die enorm veel weet van roofvogels, vooral uilen. Al heel lang heeft hij in een uilenopvang. Naast de vier huizen is, middenin de weilanden, een heel klein plukje bos; ideaal voor het in alle rust laten herstellen van de vogels. In de loop van de jaren is die uitgegroeid, want iedereen in het dorp die een roofvogel vond, bracht die daar.
Na al die jaren woont nu in het huis naast het bosje dus een roofvogel-expert. Omdat hij dat is, wordt hij – ook door autoriteiten – geraadpleegd en komen er mensen langs voor rondleidingen.
Maar alles is er vergunningloos, met alle – incidenteel onaangename – gevolgen van dien als er weer ‘s wordt gecontroleerd of dit allemaal wel mag.
Wat mij betreft, zijn dit voorbeelden van initiatieven waar vrijheid ook toe kan leiden. Tot de realisatie van idealen, ongeacht het al of niet bestaan van regels en in zeker opzicht ook ongeacht een realististisch perspectief bij de start. Wat er wel in ruime mate aanwezig is, is idealisme. En juist dat, dat idealisme om iets voor een ander te doen, onderscheidt dit vrijemarktdenken, dit soort van ondernemer van degenen die vooral uit zijn op eigen gewin
Ik hoop zó dat we meer van dit soort van idealisten aan het werk zullen gaan zien de komende jaren. Míjn instemming hebben ze.