Posts tonen met het label kapitalisme. Alle posts tonen
Posts tonen met het label kapitalisme. Alle posts tonen

dinsdag 28 oktober 2014

Wees een Machiavelli

Eén van de grootste complimenten die ik afgelopen twee jaar kreeg, was dit: "Jij manipuleert niet. Je spant mensen niet voor je karretje. Je gebruikt ze niet voor je eigen belang." Het was niet eens bedoeld als compliment. Dit is wat een groot loopbaanbegeleidingsbureau bij monde van een medewerker me antwoordde toen ik 'm vroeg hoe het toch kwam dat je (ik) vaak met lege handen achter blijft als je samenwerkt.

Het klopt.

Het is een zwaar ondergewaardeerd fenomeen. Dit lijkt de periode van onbegrensde mogelijkheden. De periode waarin iedereen met een goed idee een serieuze poging kan doen dat te verwezenlijken, vooral als er 'tech' bij is betrokken. Ik schreef er al eerder over. Links, rechts, boven en beneden zien mensen kansen; kansen om mee te scoren. De modernste inzichten gebruiken prachtige namen als Lean Startup, maar zijn in essentie niet anders dan wat ondernemers ondernemer maakt: het lef om te starten en bij te sturen richting winst. Niet eerst uitdenken of doordenken. Dóen.

Veel daarvan is gebaseerd op ideologie, een afzetten tegen de gevestigde orde en de conventionele aanpak. "Wij doen het anders." Daar doet zich iets vreemd voor. Want het blijkt een flinterdun laagje, die 'andere, nieuwe aanpak'. In de loop van de tijd blijken veel initiatieven kapot te slaan op de rotsen van de gevestigde orde of zich te bekeren tot geloof in de conservatiefste van de oude waarden: géld verdienen.

Ik durf te wedden dat over een jaar of twintig een groot aantal idealistische ondernemers aan de andere kant van de lijn zijn beland; zoals ook de jaren zestig-idealist is opgeslokt. Wat rest - en dat is wel degelijk belangrijk - is de póging op een andere manier te werken: coöperatief, ad hoc en in netwerken. Maar pas als 'geld' in al zijn perversiteit wordt ontmaskerd, zal dat echt mogelijk worden.

In de tussentijd gaan heel veel mensen beschadigd worden.

Het zullen nog steeds de grote bekken, de ego-trippers, de zelfvoldanen en de manipulatoren zijn die 'winnen'. Winnen, in de huidige vervliegende betekenis van het woord: zij zullen verdienen, zij zullen aandacht krijgen en zij zullen daaraan macht ontlenen. We zullen wolven in schaapskleren zien. Dat klinkt zwartgallig. Maar ik denk het te zien gebeuren, stukje bij beetje. De wolven bevinden zich in een Land van Overdaad; een land waar schapen 'delen' vanzelfsprekend beginnen te vinden zonder zich druk te maken over wie wat doet met het gedeelde.

Wentelen in weelde - of dat nu fysiek of virtueel is, juwelen of geluk zeg maar - is blijkbaar een menselijke voorkeur. Het maakt het huidig tijdsgewricht woest en gewelddadig. Want oude waarden en normen botsen nu met mogelijk nieuwe. Die botsing is echter een frontale. Of is het een slim opnemen (assimileren) van nieuwe mogelijkheden door feitelijk conservatieve ondernemers?

Wat ik je brom: in de komende jaren zullen veel ideeën van eigenaar wisselen. Erger dan ooit zal er worden gejat en geclaimd. Het wrange zal zijn dat de nieuwe denkers helemaal gelijk hebben: een gedeeld idee hééft meer en dus betere kansen realiteit te worden. Het ironische ervan is dat degenen die daarvan profijt zullen trekken, juist níet de innovatieve denkers zijn maar de surrogaat-innovatoren.

Me dunkt, toch weer iets om over na te denken.

zondag 26 oktober 2014

De omgekeerde stad

Verandering is leven. Wat niet verandert, ís dood of gáát dood. Survival of the fittest: niet de sterkste maar de best aangepaste (fittest) overleeft.

Deze verwarring wordt grotendeels toegeschreven aan de gewijzigde betekenis van fittest. Toen deze term ontstond in Engeland betekende fittest vooral meest passend (to fit → passen) of het geschiktst in tegenstelling tot in de beste fysieke conditie.


Veranderende betekenis is vaak een bron van ellende; zeker als-i bewúst wordt toegepast.

Het naakte feit dat een stad als Leiden aan city marketing doet, is op de keper beschouwd een veeg teken voor de inwoners. Tal van initiatieven zijn bezig met het verkopen van de stad. Waar marketing zich richt op 'klantrelaties' doet zich echter iets opvallends voor. De klant is primair niet de inwoner. De klant is de toerist, de dagjesmens, de winkelende mens, de congresbezoeker, degene van búiten de stad.

Daarmee is de stad omgekeerd. Was het decennia geleden nog de plek waar werd samengewoond, -geleefd en -geproduceerd in de vorm van een samenleving, is het nu een productiemiddel geworden. De stad als onderneming, als bedrijf. Niet de inwoner, zijn voorkeuren en belangen zijn richtinggevend, maar het daarvan losstaande belang van de vreemdeling. Dat impliceert principieel vervreemding in de stad. Waar ooit mensen naar Leiden kwamen omdat ónze sfeer hen beviel en aantrok, nu wordt de sfeer aangepast aan hún wensen. Dat in toeristische kernen als Amsterdam en Barcelona de inwoners de stad hún stad niet meer vinden, is in dat licht geen onverwachte ontwikkeling. Ook Leiden loopt dat risico.

Een stad is van en voor z'n inwoners. Dat kan inderdaad frustrerend zijn op het moment dat de resultante daarvan niet jóuw gewenste resultante is. Wellicht ís een stad als Leiden wel een slaperig provinciestadje en niet een creatieve broedplaats of dynamisch cultureel centrum. Soit. Incasseren, dus. Maar nooit proberen om die stadsgeest te ontkennen en tóch iets anders te maken. Daarmee vervreemdt je.

Ik denk dat (veel van de) stads- en burgerinitiatieven daaraan leiden: een vervreemding van de stad, die zij zien als een neutraal, kneedbaar geheel. Waarin niet de gevolgen voor het samenleven, maar wel voor 'de toerist' of 'de economie' aandacht krijgen. Dan heb je de stad omgedraaid, ten dienste van andere belangen. Zonder dat uit te spreken.

Het is het eeuwig probleem van (sociale) verandering en vernieuwing. Dat gaat altijd gepaard met die survival of the fittest, overal en altijd.

Het betekent al helemaal niet dat de 'sterkste' het morele recht heeft te doen wat hij wil met de 'zwakkere' met de motivatie dat dat nu eenmaal zo werkt in de natuur. Kapitalisten, fascisten en nazi's gebruikten dit argument om hun imperialistische aspiraties te verdedigen.


Het laadt verantwoordelijkheid op jouw schouders; als je verandering wilt bewerkstelligen. De verantwoordelijkheid serieus aandacht te schenken aan degenen die géén voordeel zullen behalen, degenen die nádeel zullen ondervinden en degenen die geen stem hebben. Je mag het ook 'eerlijk spelen' noemen. Niet voor niets kost verandering tijd. Die is nodig voor gewenning en overdenking. Een stad leeft langzamer dan een beleidsnota bestaat.

woensdag 30 april 2014

Een nieuwe Marx?

Gisteren blogde ik een gedachte over parasitair en symbiotisch gedrag als aspect van een mogelijk ontstaan van een deeleconomie. Vandaag sprak ik met een goede kennis over een gevolg van parasitair gedrag.

We zijn inmiddels wel doordrongen van het feit dat het schip dat samenleving heet, zwaar slagzij maakt. De vraag is hoe ernstig je die slagzij inschat en ook waar op dat kapseizende schip je je bevindt. Ikzelf voorzien problemen met de hoeveelheid mensen die in de paar beschikbare reddingboten een veilige plek moeten vinden.

De reden dat ik denk dat het een crisissituatie gaat worden, is niet eens zo vergezocht. Er vindt een cumulatie, ophoping van geld plaats bij een kleine groep mensen.

Iedereen die weleens dat (verschrikkelijke) Monopoly speelde, kent het moment waarop de lol er af is. Dan hebben één of twee spelers zoveel huizen en geld dat de anderen eigenlijk niets meer kunnen. De lol is er af en de meligheid, of chagrijn, slaat toe. Vaak is het dan ook al erg laat op de avond.

Dat moment nadert nu in het echte leven. De lol is er bijna af en het chagrijn groeit.

Die cumulatie is extreem aan het worden. Uit één van de rapporten daarover een plaatje en een citaat.

wealth-pyramid

This leads to the most startling figure in the report: "Our estimates suggest that the lower half of the global population possesses barely 1% of global wealth, while the richest 10% of adults own 86% of all wealth, and the top 1% account for 46% of the total."


Het proces is al jaren aan de gang. Degenen die dit toen voorspelden, zijn over het algemeen min of meer weggehoond als marxistische doemdenkers. Als mensen die het bij het helemaal verkeerde eind hebben, want het ging toch iedereen goed? Met de bankencrisis en de grote maatschappelijke gevolgen die daarop volgden, wordt duidelijk dat de verdeling steeds schever wordt.

Da's dus een interessante. Indien een heel klein aantal mensen (Monopoly-spelers) een extreem grote hoeveelheid geld heeft, dan loopt dat geld het risico feitelijk waardeloos te worden. Je zou kunnen redeneren dat iemand die al het geld heeft, ook alles kan kopen. Vergeten wordt dat in die situatie de grootste groep inmiddels andere vormen van ruilen móet hebben ontwikkeld, omdat 'geld' te weinig beschikbaar is.

Wat dat betreft, lijkt het me ook zeer onverstandig van die 'astronomisch rijken' om die situatie te laten ontstaan. Dan blaas je de ballon zo ver op, dat-i klapt.

Het is ondoenlijk te voorspellen waar we gaan uit komen. Zoals ik al vaak beweerde: zoiets als technologie kan naar twéé kanten uitwerken en er niemand die over die richting de regie voert. Het is het uiteindelijk effect van ongelooflijk veel krachten. Maar dat het óók kan leiden tot een nóg scherpere tweedeling, is wel bewezen. Technologie heeft zelden een 'empowerend' effect voor de minst-machtigen. Degene die profiteren, zijn vooral de middenklassen en de hogere.

Klinkt marxistisch?! Tja. Je kúnt je er van af maken met die dooddoener (ik ben dat, tussen twee haakjes, niet, maar dat neemt niet weg dat ik die ongelijkheid en tendens zie).

Ik verwacht dat ik het boek niet koop. Veel te dik. Maar desondanks lijkt het me zinnig kennis te nemen van z'n boodschap. En vandaag vond ik in The Guardian een leesbare bespreking ervan: Thomas Piketty's Capital in de Twenty-first Century.

Capitalism, in short, automatically creates levels of inequality that are unsustainable. The rising wealth of the 1% is neither a blip, nor rhetoric.


Een nieuwe Marx? Zo te zien niet. Maar toch ook weer wel.

vrijdag 22 juni 2012

Dan doen we het toch zónder jullie

Fan van plat kapitalistisch of vrijemarktdenken zal ik nooit worden (alhoewel: zeg nooit ‘nooit’). Het idee dat als van natúre in een door ménsen ontwikkeld systeem de juiste boven komt drijven, is in mijn ogen aperte onzin. Het is een verhaspelde, verkrachte ‘variant’ van Origin of Species en de gedachte dat de best aangepaste soort zal overleven. Dat alles gebaseerd op de idee dat natuurlijk selectie per definitie altijd de juiste keuze maakt. Inmiddels is wel duidelijk geworden dat de factor toeval een belangrijke rol speelt bij die ‘natuurlijke selectie’.
Maar goed, ik moet toegeven dat het weer een kwestie van té is: te veel of te weinig… nooit goed.
Waar álle ruimte aan het individu wordt gegeven, is zoveel ruimte dat-i verdwaalt door gebrek aan oriëntatiepunten. Waar géén ruimte wordt gegeven, wordt-i verstikt door te weinig bewegingsvrijheid. De balans ligt dus ergens in het midden.
Aan die spanning tussen vrijheid en gebondenheid moest ik denken toen ik vandaag twee voorbeelden zag van opgeëiste ruimte. Die zijn daarom zo interessant omdat ze systeemfalen aanduiden. Systeemfalen dat vaak wordt veroorzaakt door (verkeerd?) gebruik van regels. Regels die niet een waarheid op zich zijn, maar bedoeld zijn als instrumenten om een systeem te sturen en beheersen. Regels de schuld geven is dan ook niet veel anders dan de erkenning niet te weten wat en hoe te willen bereiken.
Langs de weg staan een paar geiten, een paar kippen, hangbuikzwijntjes, twee paarden en een geit. Tussen een paar bomen staat een oude legertent en een houten bouwsel. Als je er met de auto langsrijdt, is de eerste gedachte vast iets in de trant van ‘pittoresk’ – positief denkend – of ‘krottenbouw’ – de negatievere variant. Op het terrein van twintig bij veertig meter lopen ook wat mensen rond.
Tot mijn verrassing ken ik er mensen. Sterker, het blijkt de initiatiefnemer.
Het veldje met dieren, waar ik al jaren eens per week langsrijdt, is niet anders dan een dagbestedingsactiviteit voor autistische kinderen. Een paar kilometer verderop ligt de instelling waar zij thuishoren. Daar leverde het idee van omgang met dieren vooral veel gepraat over regels op. En dus is er iemand zelf begonnen. Op een terrein waarvan overigens niet helemaal duidelijk is van wie dat eigenlijk is.
Het andere voorbeeld is dat van een oudere man die enorm veel weet van roofvogels, vooral uilen. Al heel lang heeft hij in een uilenopvang. Naast de vier huizen is, middenin de weilanden, een heel klein plukje bos; ideaal voor het in alle rust laten herstellen van de vogels. In de loop van de jaren is die uitgegroeid, want iedereen in het dorp die een roofvogel vond, bracht die daar.
Na al die jaren woont nu in het huis naast het bosje dus een roofvogel-expert. Omdat hij dat is, wordt hij – ook door autoriteiten – geraadpleegd en komen er mensen langs voor rondleidingen.
Maar alles is er vergunningloos, met alle – incidenteel onaangename – gevolgen van dien als er weer ‘s wordt gecontroleerd of dit allemaal wel mag.
Wat mij betreft, zijn dit voorbeelden van initiatieven waar vrijheid ook toe kan leiden. Tot de realisatie van idealen, ongeacht het al of niet bestaan van regels en in zeker opzicht ook ongeacht een realististisch perspectief bij de start. Wat er wel in ruime mate aanwezig is, is idealisme. En juist dat, dat idealisme om iets voor een ander te doen, onderscheidt dit vrijemarktdenken, dit soort van ondernemer van degenen die vooral uit zijn op eigen gewin
Ik hoop zó dat we meer van dit soort van idealisten aan het werk zullen gaan zien de komende jaren. Míjn instemming hebben ze.