Posts tonen met het label Kansarm. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Kansarm. Alle posts tonen

zondag 24 juni 2012

De samenleving verlangzaamt

Hij moest rechtsaf een steeg in, omdat daar de ingang voor de parkeergarage is. Hij deed dat zorgvuldig. Altijd goed kijken of je geen fietsers de weg afrijdt. Je weet niet zeker of er niet eentje naast je auto rijdt. Zeker niet in deze stad, een stad vol fietsers. En zeker niet vandaag: marktdag en dus drukker en ook volbepakte fietsen. Gelukkig is het droog.

Wij stonden aan de overkant van de weg. Inderdaad, volbeladen fietsen omdat we nét van de zaterdagse markt kwamen.
De Leidse binnenstad is dan een bonte verzameling van mensen: stadsbewoners en toeristen - en voor beide groepen heeft 'de markt bezoeken' een andere betekenis -, alleengaanden en gezinnen, mensen die denken dat de markt erg ruim is - en de fiets meenemen de drukte in - en zij die vinden dat volgorde niet van belang is - de alom gehate 'voordringers'.

Dat krioelt allemaal door elkaar. Soms gaat het bijna mis. Soms gaat het echt mis. Meestal lukt het het gros toch om zonder kleerscheuren uit 'het rondje markt' tevoorschijn te komen.

Maar die meneer die afsloeg, zette me aan het denken.

Je hebt vast de krant gelezen. Een van de nieuwste ideeën is dat we moeten gaan sparen voor onze eigen zorg als we oud worden, want er komen teveel ouderen om het allemaal nog betaalbaar te houden. Het CBS meldt in 2006 al:
Tussen nu en 2038 zal het aantal 65-plussers toenemen van 2,4 naar 4,3 miljoen. Een kwart van de 17 miljoen Nederlanders is dan 65 jaar of ouder.
Over dat - naar mijn mening onzalige en ondoordachte - plan moeten we het maar niet hebben. Anderen hebben daarover al voldoende gezegd.

20120609-185908.jpg

Wat ik me wel afvraag, is of we ook doorhebben hoe de invloed van dat 'ouder worden' zal zijn.

Wellicht heb jij dat ook gehad: maar toen ik een jaar of 16-17 was, had ik het beeld van bejaarden als zittend in een schommelstoel met een boek en een pijpje in de mond (ik ben een man, vandaar). Dat dat beeld niet klopt, kan iedereen in de ouderenzorg je vertellen. Maar ook als je ouders hebt die hoogbejaard worden, kún je meemaken dat je je eigen beeld moet aanpassen. Ouder worden is alleen leuk als je gezond en onafhankelijk blijft.
Van de andere kant, die van de samenleving, bekeken, is er echter ook een effect. Oudere mensen zíjn, grosso modo, cognitief en fysiek anders dan jongeren. Niet alleen zullen zij bijvoorbeeld een heel ander referentiekader hebben, maar ook - ondanks innovatieve interventies - worden geconfronteerd met slechter zicht of met verslechterde fijne motoriek. In een wereld waarin financiële mogelijkheden de kwaliteit van leven gaan bepalen, zal een grote groep mensen 'op de klassieke manier' oud worden: redelijk gebrekkig.

Ontwerpers van diensten, maar ook van applicaties, zullen zich rekenschap moeten geven van effecten van veroudering. Effecten die te maken zullen hebben met 'vertraging'. Want als er één ding is wat die oudere meneer duidelijk maakte, is dat alles trager gaat: de bocht nemen ging met een slakkegangetje. En denk maar niet dat de andere weggebruikers daar rekening mee wensten te houden. Toeterend maakten ze dat wel duidelijk. En dat terwijl er steeds meer mensen van de leeftijd van die meneer zullen gaan komen. En de wereld zeer waarschijnlijk zal gaan vertragen, verlangzamen. Of je wilt of niet.

zaterdag 23 juni 2012

Het uitbuiten van Soufi

Soufi heet mijn chauffeur. Eigenlijk is dat zijn echte naam niet. En is hij mijn chauffeur niet: we werken samen.

Om het beruchte ‘zwarte gat’ bij werkloosheid enigszins te ontlopen, ben ik vrijwilligerswerk gaan doen, bij een verpleeg- en verzorgingshuis. Iedere dag rijden drie personenbusjes door de stad en omliggende dorpen om patiënten thuis op te halen voor dagbesteding. Iedere dag zijn daar zes vrijwilligers mee bezig.

Soufi en ik doen dat ook. Soufi is een goede, een rustige, chauffeur. Dat is een belangrijke vaardigheid als je je realiseert dat er oude mensen in de bus zitten die slecht ter been zijn. En het is ook erg prettig omdat dan de rolstoellift achterin de bus minder rammelt en voor onrust zorgt.
Mijn taak is het de patiënten van en naar huis te begeleiden. Vooral dat thuisbrengen was even wennen omdat sommigen wel zéggen de weg te weten vanaf de bus, maar bij de eerste de beste bocht de weg alweer kwijt zijn. Tot ín huis begeleiden, dus; en soms pantoffels aan doen, verwarmingen opdraaien of telefoons klaarleggen.

Soufi is geen autochtone Nederlander. Dat zal zijn, door mij gefingeerde, naam wel hebben verraden. Hij komt, voor zover ik weet, uit Irak. Na omzwervingen die hem naar Nederland, Canada en weer terug naar Nederland brachten, is hij bij ons in de stad beland.
Soufi is er een van aanpakken. Hij is niet beroerd om te werken en heeft vanalles gedaan. Het laatst heeft hij als een soort manusje-van-alles gewerkt op een drukkerij. Maar de crisis, hè. En nu zijn we beiden als werkloze aan de slag als vrijwilliger.

Als we ‘s ochtends de eerste klant ophalen, hebben we even tijd wat bij te praten. Dat geeft je wel een ander beeld van Nederland. En niet een prettig. 

Omdat hij zonder werk in het land arriveerde en ook geen huisvesting meer had na al die tijd buitenland, meldde Soufi zich voor een huis. Dáár kon de gemeente geen rol in spelen. Hij moest zich inschrijven als woningzoekende. Dat leidde tot de conclusie dat hij achteraan de rij kwam te staan, een rij van zo’n vijf jaar wachten lang. Geen adres hebben, levert ook een probleem op voor een uitkering. Die kreeg Soufi niet. Pas toen hij kon worden ingeschreven bij de daklozenopvang kreeg hij een uitkering, een daklozenuitkering.

Soufi zoekt dus ondermeer huisvesting. Dat betekent zoeken naar een huurkamer, want andere opties zijn onbereikbaar.
Enig idee hoe Nederland omgaat met kansarmen die kamers zoeken? Je schaamt je de ogen uit je hoofd.

Hij heeft een kamer gezien van vijf, zes vierkante meter, zonder fatsoenlijk raam, voor €300 per maand. Naar zijn zeggen “een grote kast op een balkon”. Hij is zich ook aan het oriënteren op randgemeenten. Niet dat dat veel hoop geeft. In de stad die zich City of Justice noemt, zag hij een kamer in een huis met, laten we zeggen, gastarbeiders: vol, smerig en duur.
En van de week vertelde hij van een aanbod om in een buurgemeente een kamer te huren voor €400 per maand. Een mooie kamer in een huis dat, omdat de bewoner vaak bij zijn vriendin is, vaak leeg staat. Of hij dat zou kunnen doen, vroeg hij, “want een huurcontract kreeg hij niet en de verhuurder huurde het huis en had gezegd dat hij niets mocht zeggen over onderhuur”.

En dan zit je in een forensentrein. En hoort de mensen in de coupé praten over hun werk, hun vrienden en vriendinnen, hun vakantieplannen, hun uitgaven. Als we in Leiden aankomen, is de afstand tussen kansarm en kansrijk hemelsbreed 2 kilometer: de afstand tussen het station en de daklozenopvang.