Posts tonen met het label uitbuiting. Alle posts tonen
Posts tonen met het label uitbuiting. Alle posts tonen

vrijdag 2 mei 2014

Ik heb iets met onrecht; althans, met wat ík als onrecht beschouw. Want net als geloof en andere normenstelsels bestaat er geen absoluut recht of onrecht. Hippe vogels benoemen dat nu als contextgevoelig. Mij zal het een biet zijn, zolang het maar rekenschap geeft dat ook die context historisch en cultureel bepaald is.

Vandaag zag ik dit werk van Joep van Lieshout. Het is te zien in de Leidse De Lakenhal.

Photo 02-05-14 12 47 23

In De lakenhal is een tentoonstelling te zien over het beroemde Leidse laken. Hoe dat zit en wat er te zien is, mag je elders opzoeken of op de website van het museum.

Wat dit werk van Van Lieshout voor mij zo bijzonder maakt, is - naast het esthetisch element - dat het het sinistere, het duistere van die Gouden Eeuw verbeeldt. Van Lieshout zelf vertelde dat iedereen er in kan zien, wat-i wil, maar uit zijn eigen woorden valt ontegenzeglijk op te maken dat hijzelf de donkere kant voor ogen had: "De geschiedenis van de lakenindustrie is er ook een van onderdrukking en uitbuiting".

Het is mij opgevallen dat veel kunst, zeker de figuratieve, vooral positieve, haast utopische beelden aanbieden. Dat heeft ongetwijfeld ook met het tijdsbeeld te maken. Maar het effect is wel dat je makkelijk het beeld krijgt dat het geschilderde op de realiteit lijkt.

Toen ik dit beeld zag, was het eerste gevoel iets van beklemming. Ik zie nog steeds een mens die aan de trekkracht van de (weef)machine probeert te ontsnappen; alsof-i met rubberbanden vastzit en je wéét dat-i op een gegeven moment weer snoeihard wordt terug getrokken.

Het bijzondere is, dat, als je aan de andere kant gaat staan, je een heel ander gevoel krijgt. Dan zie je de stok in de rechterhand van het persoon veel beter, waardoor plots een 'heer' de machine trekt.

Kijk. Dat vind ik dus heel bijzonder: dat je perspectief zo'n verschil kan maken. Van Lieshout maakte een sculptuur die mooi is, maatschappij-kritisch én blijkbaar verschillende perspectieven in zich heeft. Nu heb ik geen idee of hij dat zo ook bedoeld - díe vraag stelde ik niet omdat-i pas later opborrelde - maar mij maakt het niet uit.

Ik zie het zo, en dat mocht van hem. Toch?

zaterdag 7 december 2013

Bedrijfsboycot!

Correct Nederland stond zowat op z'n kop toen de afgelopen jaren bleek dat discounters 'hun personeel slecht behandelen'. Precies datzelfde wolvengehuil liet de meute horen toen Kwantum aan hun schandpaal werd genageld. "'Rotzooi' wordt er verkocht. Het personeel uitgebuit." Je hóórde, en hoort, het dedain, niet eens verholen. Ketens als Aldi en Liddl, Kwantum en Action, Primark, Zeeman en Wibra: ze zijn er voor "een ander soort mensen".

Het klopt.

Dat van die kwaliteit maar zeer ten dele. Inmiddels is toch echt wel duidelijk dat zeker de beide grootgrutters qua kwaliteit minstens op gelijke voet staan met de veel duurdere ketens. Maar dáár betaal je dan ook indirect voor de beschikbaarheid van koffie en andere koffietafelgezelligheid. Voor de boodschappende mens daardoor een hindernisbaan.

Dat van dat uitgebuite personeel klopt ook maar ten dele. De bewering klopt, maar de komma, en alles daarna, is weggelaten. De bekende politieke truc van selectief antwoorden en beweren. Wie denkt dat de 'correcte' supermarkten hun personeel niet tot het uiterste uitknijpen, leeft in een andere wereld. De bekende blauw-witten zijn bijvoorbeeld ijzersterk in hun leeftijdsbewust beleid: tot 16 jaar kunnen we je gebruiken, maar daarna zijn er echt jongere, goedkopere scholieren. En bij die keten krijg je in ruil niet eens goedkope aankopen!

Terecht dat consumenten kritisch zijn op dergelijke misstanden. CAO's zijn er niet voor niets en rechtsbescherming van werknemers evenmin. Deze bedrijfstak - geheel toevallig - laat zien wat ook jou te wachten staat als die vermaledijde 'flexibilisering en vermindering van regeldruk' doorzetten. Eenlingen, een makkelijke prooi. De sukkels die menen dat vakbonden iets uit de oude doos zijn, gaan van een ijskoude kermis thuiskomen als ze zonder machtsmiddelen voor hun eigen belang moeten opkomen.

Wat mij ook bevreemdt, is dat we ons wel druk maken over personeel in de consumentensector. Supermarktpersoneel, produktiemedewerkers in verre buitenlanden; die moeten beschermd (en ik geloof er werkelijk níets van dat de duurdere winkels géén misbruik maken).

Als we als individuele consument kiezen, maken we ons terecht druk over deze misstanden. Als diezelfde individuen als onderdeel van een organisatie beslissen, valt dat besef ineens weg.

Bedrijven die klussen - zoals adviestrajecten - aanbesteden, kijken nóóit naar dat aspect van het betrokken bedrijf. Waar we Nederland haast opriepen tot een consumentenboycot vanwege arbeidsomstandigheden in de supermarkt, worden opdrachten kritiekloos uitgezet.

Dames en heren, u heeft bóter op het hoofd.

Waarom beoordeelt u niet ook de arbeidsomstandigheden? Net als bij de supermarkt houdt u met uw opdracht een manier van werken in stand. U bént verantwoordelijk, nog meer dan de verfoeide koppelbaas!

Zeker overheden dienen dat meewegen standaard te doen. Gaat u er van uit dat alleen lichamelijk werk uitbuiting met zich meebrengt? Denkt u dat stress niet voortkomt uit werkdruk? Hoe zou het toch komen dat bijna de hélft - 43% -, van alle werknemers het níet naar de zin heeft op het werk? In een diensteneconomie als de Nederlandse zijn dat echt niet allemaal productiemedewerkers.

Met name in deze tijden is het heel eenvoudig beoordelen. Vraag bij een aanbesteding niet alleen naar de financiële bedrijfsresultaten, maar ook naar aantallen stagiaires, aantallen ontslagaanvragen, dreiging met rechtszaken door werknemers, aantallen afvloeiingsregelingen, ziektepercentage, ondernemingsraad-advies, werknemerstevredenheidsonderzoeken. Vooral die dreiging met rechtszaken is een prima indicator voor managementkwaliteit, weet ik.

Natuurlijk gaat het management tegenspartelen en liegen om de zaak schoon te poetsen en, net als de supermarkten, eerst wijzen op non-informatie als ISO- en andere certificaten. De aantoonbaarheid van liegen kan echter wél leiden tot contractbreuk en strafmaatregelen.

(Overheden,) waarom gebeurt het stellen van deze voorwaarden nog steeds niet bij aanbestedingen?

vrijdag 6 december 2013

De idioterie van stages

In de jeugd van mijn moeder heetten ze volontairs. De Depressie heeft dan grote delen van het Westen in zijn greep, waardoor het vinden van werk een hele opgave is. Zoals nu nog steeds, wordt dan een heel scala aan methoden aangesproken. De advertenties in de couranten, met hun geheimtaal om ruimte te winnen, lijken als twee druppels water op de SMScodes die we nu kennen. 'b.b.h.h.'; enig idee wat dat betekent? Inschrijven bij de Arbeidsbeurs: bekend?! Rondlopen met een sandwichbord: goed, die zul je niet snel meer zien in die vorm. En dan waren er de werkervaringsplaatsen.

Volontairs waren onbetaalde werknemers. Denk niet dat 'wij' nu plots het netwerken hebben uitgevonden. Die wetenschap is al lang aanwezig en in gebruik. Dit was de periode waarin andere termen voor precies hetzelfde werden gebezigd. De 'kruiwagen' die je nodig hebt om ergens 'te worden geïntroduceerd'. In de kern is dat niets anders dan de aanbeveling, al dan niet via een social network.

Toch is er iets anders: de volontairs meldden zichzelf meestal aan.

Vandaag de dag menen werkgevers over min of meer ongebreidelde vrijheid te beschikken. Werknemers worden benaderd als sukkelige, rechtelozen, die zelf maar achter hun recht aan moeten (dé reden om vakbonden in ere te houden!). Gelukkig hoor ik nog vaak hoe werkgevers daarna een veelvoud aan kosten kwijt is dan ingeval men in normaal sociaal acceptabel overleg kwijt was geweest.

In dat 'marktdenken' past de gedachte dat arbeid zo goedkoop mogelijk moet zijn. Da's een intrigerende, want op dat punt wordt op twee gedachten gehinkt. Bij het ontslaan is de basis - naast de misbruikte 'bedrijfseconomische resultaten' - vaak een minder goed functioneren vanwege achterblijvende kwaliteit. Hoe huichelachtig dat is, wordt duidelijk als diezelfde werkgever daarna geen enkel probleem heeft met mindere kennis, ervaring en kwaliteit als men bijstandsgerechtigden 'een kans biedt' of stagiaires 'ervaring laat opdoen'.

Stagiaires zijn in meerdere opzichten een fenomeen. Een gezonde redenering zou zijn dat een stage een plek is om in de praktijk uit te vinden of je beroepskeuze inderdaad de juiste was. Of voor de opleiding om te bepalen of er voldoende kennis is opgedaan om in de beroepspraktijk te kunnen functioneren.

Als dat zo is, is het vanzelfsprekend dat de opleiding zorg draagt voor stageplaatsen. het is immers een noodzakelijk onderdeel van het curriculum en dat is waarvoor de opleiding verantwoordelijk is.

De realiteit is dat ook opleidingen steeds meer zijn geperverteerd in hun marktdenken. Feitelijk is het zót dat studenten zélf een stageplaats moeten zien te vinden. En als dat niet lukt, niet kunnen afstuderen. Waarvoor wordt dan nog betaald? De stapeltjes kopieën? De huisvesting? De gast(!)docent? Het is idioot iets te éisen en dat niet aan te bieden in het curriculum. Kom nu niet aan met 'goed voor de sollicitatie-ervaring'; solliciteren is geen opleiding.

De werkgevers hebben zichzelf ook helemaal klem gezet. De stageplaatsen díe er zijn, zijn maar minimaal beschikbaar voor afstudeerders. Toch worden er veel stagiaires ingezet.

Wat feitelijk gebeurt, weten we allemaal: stagiaires worden nu onverholen ingezet als uitgebuite werknemers. Het jarenlang door de vingers zien van de praktijk van de stagiaire als goedkoop hulpje, heeft nu de vormen aangenomen van systematische uitbuiting. Jonge mensen die werkervaring nodig hebben, kun je het best inzetten op een 'stageplaats'. Dan werken ze hard voor een bedrag dat vaker minder dan meer dan de helft van het minimumloon is!

Op korte termijn lijkt het, voor werkgevers, winstgevend. Op langere termijn krijgen ze de klap nog te verwerken. Al die nieuwe werknemers die nu opleidingsstages zoeken en niet meer vinden; als die de eindstreep niet kúnnen halen, ontstaat er een fors tekort.

Hier faalt een markt. Hier faalt een overheid.

Dan gaan we vast, net zoals de sociale werkplaatsen ooit 'beschermd' waren, stagebedrijven krijgen. Mij lijkt dat een prachtbeeld: dat die stagebedrijven gaan concurreren met bedrijven vol stagiaires.

vrijdag 10 mei 2013

Huizen melken

Uit m'n jeugd herinner ik me er nog wel flarden van; van beelden van 'gastarbeiderspensions'. Het is een eufemisme, een verhullend woordgebruik. Zowel dat 'gastarbeider' als het 'pension': het klopt niet.

Na de oorlog moet Nederland weer uit z'n as verrijzen. Dat klinkt enorm dramatisch, want feitllijk is de verwoesting vrij lokaal. Het grootste deel van Nederland komt min of meer ongeschonden die periode door. Maar de bevolking is wél veranderd. En de tijdgeest maakt dat meer mensen dan voorheen op zichzelf wilden gaan wonen. Er moest dus massaal worden ge- en herbouwd.

En dat deden we. Wel ietsje te gehaast met slechte en goedkope materialen de term 'revolutiebouw' is niet bepaald een kwaliteitsindicatie - en niet altijd met gekwalificeerde arbeidskrachten. Da's allemaal verklaarbaar: de oorlog had er ingehakt. Veel moest worden geïmporteerd: tot en met de arbeidskrachten.

Gastarbeiders werden ze genoemd. De mensen van wie werd gedacht dat zij tijdelijk zouden helpen de economie op tempo te houden. Uit Italië kwamen 'mijnwerkers', die geregeld nog nooit van hun leven een mijn hadden gezíen, maar ook vaklieden vaklieden als terrazzowerkers (alhoewel die strikt genomen er al eerder waren). Nederland had daartoe in een aantal buitenlanden wervingsbureaus. In bijvoorbeeld Italië en Spanje hebben die een belangrijkere rol gespeeld in de werving dan in Turkije en zeker in Marokko. Maar de kern was: we hebben mensen nodig. En dus kwamen ze en bleven ze.

(...) De belangen van werkgevers gaven de doorslag, niet de opstelling van het departement van Justitie, die tot voorzichtigheid maande. De grenzen voor toelating gingen ook pas dicht toen de oliecrisis zich voordeed. Niemand geloofde toen nog dat eenmaal gevestigde migranten weer zouden teruggaan. Het was ook niet zo, dat er na 1973 ineens helemaal geen werk meer was voor buitenlandse arbeiders. Integendeel, ook toen bleven werkgevers benadrukken hoezeer zij afhankelijk waren van goedkope arbeiders uit het buitenland.


Die opmerking over 'goedkope arbeiders' is relevant. Niet alleen kregen 'gastarbeiders' minder uitbetaald dan autochtone Nederlanders in vergelijkbare fucnties - en was hun rechtspositie veel zwakker - ook werd met de andere hand weer terug gehaald. Dat roetzwarte kantje van 'marktwerking' is nooit verdwenen.

Tot op de dag van vandaag wordt misbruik gemaakt van schaarste in een van de eerste levensbehoeften: onderdak.

De goede voorbeelden zijn er ook. Bedrijven die in elk geval probéérden iets redelijks aan te bieden. NDSM in Amsterdam had zoiets in Noord. Maar verder zijn de gastarbeiders - en later ook studenten - aangewezen op de particuliere markt. Over degenen die zich in de schaduw van de maatschappij moeten ophouden - illegalen - hebben we het dan nog niet eens. Die zijn aan de goden overgeleverd.

Gastarbeiders konden met gemak in 'pensions' worden ondergebracht. Met meerdere personen op één kamer. Brandgevaarlijk, zonder enige privacy en vooral veel huurpenningen opleverend. Het zijn die beelden die mij zijn bij gebleven. Beelden van een land waar je je eigenlijk voor kapot zou moeten schamen.

1971-2428

We zijn geen steek veranderd. Ondanks aangepaste wetgeving - die blijkbaar moet aangeven dat we een beschaafd land zijn, op papier - bestaan ze nog steeds: de huisjesmelkers, de polenhotels, de campings en vakantieparken met 'seizoensarbeiders'. Om de aandacht van het werkelijke probleem af te leiden, maken we ons dan druk over de terminologie. Allochtoon? Gastarbeider? Arbeidsmigrant? Economisch vluchteling? Gelukzoeker? Illegalen?

Deze blogpost eindigt met een verwijzing naar een Amerikaanse Tumblr-site: The Worst Room. Daar vind je een werkelijk stuitend overzicht van 'appartementen' en hun huurpijzen. Zoals dit, $1100 in New York City:
tumblr_mm88xhJC9f1spj6p2o1_400

Kamers zonder ramen. Kamers die eerder kast zijn dan iets anders. Kamers waarin een gedetineerde niet mág worden gehuisvest.

Daar zit je dan naar te kijken als de gedachte je bekruipt dat dit ook ons voorland kan zijn. Want laten we wel zijn; met de recessie die nog op z'n hardst moet uithalen naar ons individuen en een verdiepende kloof tussen arm en rijk, tussen 'grootgraaihebberds' en 'minder-hebbers', is dit echt geen fantasie. We hebben het al eerder gedaan. En met de 'aanpak scheefwonen', oftewel een extra huurverhoging - die wáár terecht komt?! - vergroten we de kans daarop. Want juist de scheefwoner is financieel interessant voor de verhuurder: die brengt voor hetzelfde product meer op!

Ik denk dat ik maar eens een bordje 'pension' op de schuur ga spijkeren.

zaterdag 23 juni 2012

Het uitbuiten van Soufi

Soufi heet mijn chauffeur. Eigenlijk is dat zijn echte naam niet. En is hij mijn chauffeur niet: we werken samen.

Om het beruchte ‘zwarte gat’ bij werkloosheid enigszins te ontlopen, ben ik vrijwilligerswerk gaan doen, bij een verpleeg- en verzorgingshuis. Iedere dag rijden drie personenbusjes door de stad en omliggende dorpen om patiënten thuis op te halen voor dagbesteding. Iedere dag zijn daar zes vrijwilligers mee bezig.

Soufi en ik doen dat ook. Soufi is een goede, een rustige, chauffeur. Dat is een belangrijke vaardigheid als je je realiseert dat er oude mensen in de bus zitten die slecht ter been zijn. En het is ook erg prettig omdat dan de rolstoellift achterin de bus minder rammelt en voor onrust zorgt.
Mijn taak is het de patiënten van en naar huis te begeleiden. Vooral dat thuisbrengen was even wennen omdat sommigen wel zéggen de weg te weten vanaf de bus, maar bij de eerste de beste bocht de weg alweer kwijt zijn. Tot ín huis begeleiden, dus; en soms pantoffels aan doen, verwarmingen opdraaien of telefoons klaarleggen.

Soufi is geen autochtone Nederlander. Dat zal zijn, door mij gefingeerde, naam wel hebben verraden. Hij komt, voor zover ik weet, uit Irak. Na omzwervingen die hem naar Nederland, Canada en weer terug naar Nederland brachten, is hij bij ons in de stad beland.
Soufi is er een van aanpakken. Hij is niet beroerd om te werken en heeft vanalles gedaan. Het laatst heeft hij als een soort manusje-van-alles gewerkt op een drukkerij. Maar de crisis, hè. En nu zijn we beiden als werkloze aan de slag als vrijwilliger.

Als we ‘s ochtends de eerste klant ophalen, hebben we even tijd wat bij te praten. Dat geeft je wel een ander beeld van Nederland. En niet een prettig. 

Omdat hij zonder werk in het land arriveerde en ook geen huisvesting meer had na al die tijd buitenland, meldde Soufi zich voor een huis. Dáár kon de gemeente geen rol in spelen. Hij moest zich inschrijven als woningzoekende. Dat leidde tot de conclusie dat hij achteraan de rij kwam te staan, een rij van zo’n vijf jaar wachten lang. Geen adres hebben, levert ook een probleem op voor een uitkering. Die kreeg Soufi niet. Pas toen hij kon worden ingeschreven bij de daklozenopvang kreeg hij een uitkering, een daklozenuitkering.

Soufi zoekt dus ondermeer huisvesting. Dat betekent zoeken naar een huurkamer, want andere opties zijn onbereikbaar.
Enig idee hoe Nederland omgaat met kansarmen die kamers zoeken? Je schaamt je de ogen uit je hoofd.

Hij heeft een kamer gezien van vijf, zes vierkante meter, zonder fatsoenlijk raam, voor €300 per maand. Naar zijn zeggen “een grote kast op een balkon”. Hij is zich ook aan het oriënteren op randgemeenten. Niet dat dat veel hoop geeft. In de stad die zich City of Justice noemt, zag hij een kamer in een huis met, laten we zeggen, gastarbeiders: vol, smerig en duur.
En van de week vertelde hij van een aanbod om in een buurgemeente een kamer te huren voor €400 per maand. Een mooie kamer in een huis dat, omdat de bewoner vaak bij zijn vriendin is, vaak leeg staat. Of hij dat zou kunnen doen, vroeg hij, “want een huurcontract kreeg hij niet en de verhuurder huurde het huis en had gezegd dat hij niets mocht zeggen over onderhuur”.

En dan zit je in een forensentrein. En hoort de mensen in de coupé praten over hun werk, hun vrienden en vriendinnen, hun vakantieplannen, hun uitgaven. Als we in Leiden aankomen, is de afstand tussen kansarm en kansrijk hemelsbreed 2 kilometer: de afstand tussen het station en de daklozenopvang.