In de jeugd van mijn moeder heetten ze volontairs. De Depressie heeft dan grote delen van het Westen in zijn greep, waardoor het vinden van werk een hele opgave is. Zoals nu nog steeds, wordt dan een heel scala aan methoden aangesproken. De advertenties in de couranten, met hun geheimtaal om ruimte te winnen, lijken als twee druppels water op de SMScodes die we nu kennen. 'b.b.h.h.'; enig idee wat dat betekent? Inschrijven bij de Arbeidsbeurs: bekend?! Rondlopen met een sandwichbord: goed, die zul je niet snel meer zien in die vorm. En dan waren er de werkervaringsplaatsen.
Volontairs waren onbetaalde werknemers. Denk niet dat 'wij' nu plots het netwerken hebben uitgevonden. Die wetenschap is al lang aanwezig en in gebruik. Dit was de periode waarin andere termen voor precies hetzelfde werden gebezigd. De 'kruiwagen' die je nodig hebt om ergens 'te worden geïntroduceerd'. In de kern is dat niets anders dan de aanbeveling, al dan niet via een social network.
Toch is er iets anders: de volontairs meldden zichzelf meestal aan.
Vandaag de dag menen werkgevers over min of meer ongebreidelde vrijheid te beschikken. Werknemers worden benaderd als sukkelige, rechtelozen, die zelf maar achter hun recht aan moeten (dé reden om vakbonden in ere te houden!). Gelukkig hoor ik nog vaak hoe werkgevers daarna een veelvoud aan kosten kwijt is dan ingeval men in normaal sociaal acceptabel overleg kwijt was geweest.
In dat 'marktdenken' past de gedachte dat arbeid zo goedkoop mogelijk moet zijn. Da's een intrigerende, want op dat punt wordt op twee gedachten gehinkt. Bij het ontslaan is de basis - naast de misbruikte 'bedrijfseconomische resultaten' - vaak een minder goed functioneren vanwege achterblijvende kwaliteit. Hoe huichelachtig dat is, wordt duidelijk als diezelfde werkgever daarna geen enkel probleem heeft met mindere kennis, ervaring en kwaliteit als men bijstandsgerechtigden 'een kans biedt' of stagiaires 'ervaring laat opdoen'.
Stagiaires zijn in meerdere opzichten een fenomeen. Een gezonde redenering zou zijn dat een stage een plek is om in de praktijk uit te vinden of je beroepskeuze inderdaad de juiste was. Of voor de opleiding om te bepalen of er voldoende kennis is opgedaan om in de beroepspraktijk te kunnen functioneren.
Als dat zo is, is het vanzelfsprekend dat de opleiding zorg draagt voor stageplaatsen. het is immers een noodzakelijk onderdeel van het curriculum en dat is waarvoor de opleiding verantwoordelijk is.
De realiteit is dat ook opleidingen steeds meer zijn geperverteerd in hun marktdenken. Feitelijk is het zót dat studenten zélf een stageplaats moeten zien te vinden. En als dat niet lukt, niet kunnen afstuderen. Waarvoor wordt dan nog betaald? De stapeltjes kopieën? De huisvesting? De gast(!)docent? Het is idioot iets te éisen en dat niet aan te bieden in het curriculum. Kom nu niet aan met 'goed voor de sollicitatie-ervaring'; solliciteren is geen opleiding.
De werkgevers hebben zichzelf ook helemaal klem gezet. De stageplaatsen díe er zijn, zijn maar minimaal beschikbaar voor afstudeerders. Toch worden er veel stagiaires ingezet.
Wat feitelijk gebeurt, weten we allemaal: stagiaires worden nu onverholen ingezet als uitgebuite werknemers. Het jarenlang door de vingers zien van de praktijk van de stagiaire als goedkoop hulpje, heeft nu de vormen aangenomen van systematische uitbuiting. Jonge mensen die werkervaring nodig hebben, kun je het best inzetten op een 'stageplaats'. Dan werken ze hard voor een bedrag dat vaker minder dan meer dan de helft van het minimumloon is!
Op korte termijn lijkt het, voor werkgevers, winstgevend. Op langere termijn krijgen ze de klap nog te verwerken. Al die nieuwe werknemers die nu opleidingsstages zoeken en niet meer vinden; als die de eindstreep niet kúnnen halen, ontstaat er een fors tekort.
Hier faalt een markt. Hier faalt een overheid.
Dan gaan we vast, net zoals de sociale werkplaatsen ooit 'beschermd' waren, stagebedrijven krijgen. Mij lijkt dat een prachtbeeld: dat die stagebedrijven gaan concurreren met bedrijven vol stagiaires.
Posts tonen met het label stage. Alle posts tonen
Posts tonen met het label stage. Alle posts tonen
vrijdag 6 december 2013
donderdag 20 september 2012
Onzin: een dag arm zijn
Wat is eigenlijk zwaar werk? Natuurlijk fysiek zwaar werk is zwaar. Het moeten sjouwen met stukken ijzer, met zakken cement of met tassen stenen is niet voor niets beperkt. Een opperman is inmiddels vervangen door een bouwlift. En een theatertechnicus mag niet meer omhoog op een losstaande ladder of trap met in iedere hand een vrij zware spot. Hij heeft, als het goed is, een schaarkraantje tot zijn beschikking.

Inmiddels zijn we er achter dat fysiek zwaar ook alles te maken heeft met tijdsduur. Een stratenmaker zit jaar in, jaar uit, seizoenenlang gebogen patronen te straten. Dat sloopt je rug. En gelukkig is er voor de grote oppervlakken nu ook mechanische hulp waarmee in één vierkante meters kunnen worden gelegd. Maar het fijnere werk moet nog steeds geknield worden gedaan, hoor. En de gemeentelijke tuinman die onkruid schoffelt, doet dat nog steeds dagen achter elkaar. Of de buschauffeur; het is al stukken beter, maar temperatuurwisselingen en schokken zijn er nog steeds. En dan hebben we het nog niet eens over de stress die wij als altijd-vriendelijke passagiers oproepen.
Maar het ergerlijkst is het idee dat er ook beroepen zijn die iedereen wel kan omdat ze niet zo zwaar zijn. Misschien lichamelijk niet, maar emotioneel wel degelijk.
Het is een pure farce als mensen 'een dagje meedraaien om het werk te ervaren'. Politici, directeuren, televisie'persoonlijkheden': als je echt wilt ervaren hoe zwaar sommig werk is, hoe moeilijk sommige situaties zijn, dan moet je het lef hebben je er helemaal in onder te dompelen. Dan moet je proberen een jaar op bijstandsniveau te leven met de wérkelijke dreiging je huis te verliezen of gas, water of licht afgesloten te zien. Dan moet je minstens een half jaar gaan werken in een verzorgingshuis.
Je kunt natuurlijk óók eindelijk eens goed luisteren naar wat mensen die dit werk doen, eigenlijk zeggen, uitschreeuwen. Dat het zwaar is. Dat het slopend is. Dat er meer mensen en geld nodig zijn. Dat er véél te eenvoudig over wordt gedacht.

Toen ik studeerde heb ik vier weken gewerkt als verpleeghulp op een afdeling patiënten met het Syndroom van Korsakow. De eerste dag was het leuk: mensen die twee broeken over elkaar aantrekken, die in verkeerde bedden gaan liggen, die na 2 meter - echt - al zijn verdwaald. Na een week werd het al wat minder: die handelingen werden iedere dag op precies dezelfde manier hethaald. En na vier weken ben je blij dat je die 'grappige situaties' niet voor de zoveelste keer hoeft mee te maken. Je hebt engelengeduld nodig, heel veel engelengeduld.
Vandaag moest ik daar weer aan denken toen één van de mensen die ik ophaalde voor de dagbehandeling me hetzelfde vertelde als vorige week, en de weken ervoor. Dan schiet ineens door je hoofd dat 'in de politiek' nog wel het beeld bestaat dat deze vorm van zorg 'door veel meer mensen kan worden gedaan'. En je hoort ze er bij denken 'dat kan toch niet zwaar zijn: koffie geven, dagbestedingsactiviteiten, dagjes uit'.
Het is net zo schandalig als denken dat 'arm zijn in Nederland' hetzelfde is als 'niet met (weinig) geld kunnen omgaan'.
Misschien hoor jij ook wel bij de mensen die er zo over denkt. Dan moet je eens proberen of je het meer dan een jaar volhoudt iedere dag dezelfde verhalen te horen of het doodsklamme gevoel te hebben dat je geen geld hebt om te overleven, laat staan om nog andere mensen te zien.
Want dáárin schuilt de zwaarte: in de tijd en de slopende effecten daarvan.
Inmiddels zijn we er achter dat fysiek zwaar ook alles te maken heeft met tijdsduur. Een stratenmaker zit jaar in, jaar uit, seizoenenlang gebogen patronen te straten. Dat sloopt je rug. En gelukkig is er voor de grote oppervlakken nu ook mechanische hulp waarmee in één vierkante meters kunnen worden gelegd. Maar het fijnere werk moet nog steeds geknield worden gedaan, hoor. En de gemeentelijke tuinman die onkruid schoffelt, doet dat nog steeds dagen achter elkaar. Of de buschauffeur; het is al stukken beter, maar temperatuurwisselingen en schokken zijn er nog steeds. En dan hebben we het nog niet eens over de stress die wij als altijd-vriendelijke passagiers oproepen.
Maar het ergerlijkst is het idee dat er ook beroepen zijn die iedereen wel kan omdat ze niet zo zwaar zijn. Misschien lichamelijk niet, maar emotioneel wel degelijk.
Het is een pure farce als mensen 'een dagje meedraaien om het werk te ervaren'. Politici, directeuren, televisie'persoonlijkheden': als je echt wilt ervaren hoe zwaar sommig werk is, hoe moeilijk sommige situaties zijn, dan moet je het lef hebben je er helemaal in onder te dompelen. Dan moet je proberen een jaar op bijstandsniveau te leven met de wérkelijke dreiging je huis te verliezen of gas, water of licht afgesloten te zien. Dan moet je minstens een half jaar gaan werken in een verzorgingshuis.
Je kunt natuurlijk óók eindelijk eens goed luisteren naar wat mensen die dit werk doen, eigenlijk zeggen, uitschreeuwen. Dat het zwaar is. Dat het slopend is. Dat er meer mensen en geld nodig zijn. Dat er véél te eenvoudig over wordt gedacht.
Toen ik studeerde heb ik vier weken gewerkt als verpleeghulp op een afdeling patiënten met het Syndroom van Korsakow. De eerste dag was het leuk: mensen die twee broeken over elkaar aantrekken, die in verkeerde bedden gaan liggen, die na 2 meter - echt - al zijn verdwaald. Na een week werd het al wat minder: die handelingen werden iedere dag op precies dezelfde manier hethaald. En na vier weken ben je blij dat je die 'grappige situaties' niet voor de zoveelste keer hoeft mee te maken. Je hebt engelengeduld nodig, heel veel engelengeduld.
Vandaag moest ik daar weer aan denken toen één van de mensen die ik ophaalde voor de dagbehandeling me hetzelfde vertelde als vorige week, en de weken ervoor. Dan schiet ineens door je hoofd dat 'in de politiek' nog wel het beeld bestaat dat deze vorm van zorg 'door veel meer mensen kan worden gedaan'. En je hoort ze er bij denken 'dat kan toch niet zwaar zijn: koffie geven, dagbestedingsactiviteiten, dagjes uit'.
Het is net zo schandalig als denken dat 'arm zijn in Nederland' hetzelfde is als 'niet met (weinig) geld kunnen omgaan'.
Misschien hoor jij ook wel bij de mensen die er zo over denkt. Dan moet je eens proberen of je het meer dan een jaar volhoudt iedere dag dezelfde verhalen te horen of het doodsklamme gevoel te hebben dat je geen geld hebt om te overleven, laat staan om nog andere mensen te zien.
Want dáárin schuilt de zwaarte: in de tijd en de slopende effecten daarvan.
Abonneren op:
Posts (Atom)