Posts tonen met het label ervaring. Alle posts tonen
Posts tonen met het label ervaring. Alle posts tonen

zaterdag 6 september 2014

de les van de meerkoet

Eigenlijk wil ik je er vandaag op wijzen dat het best de moeite waard is eens op andere tijdstippen dan je normaal bent door je stad of dorp te wandelen of fietsen. Dat is een dooddoener, zul je zeggen. Dat weten we allemaal al lang. Mooi, maar waarom dóen zo weinig dat dan?

Het levert echt iets op. Het zijn geen urenlange en torenhoge 'experiences', maar het zijn wel mooie momenten. Gratis, voor niets, rustgevend, tot nadenken stemmend.

Ze zijn alleen zo lastig te verwoorden.

Zo fiets ik vaak langs het water van één van die Leidse grachten die er ieder seizoen, iedere dag bijna, anders uit zien. Vooral windstil weer maakt hem mooi. Met in de herfst een laag afgevallen lichtgele bladeren die als scheepjes ronddobberen. Of een spiegelglad wateropppervlak dat als kwikzilver oogt. Het zijn beelden die je raken en laten denken, mijmeren, associëren.

Vanochtend overkwam het me weer. Een aanloopje met de fiets, een bijna haakse bocht naar links en direct de klim het steile bruggetje op. Boven is dan de snelheid bijna weg. Vanochtend was er het zicht op een rimpelloos wateroppervlak op de driesprong van drie grachten. Uit één van de grachtjes waren blijkbaar de eerste herftsbladeren al aangedreven. Maar verder was het water stil en onberoerd naakt.

Alhoewel.

In het centrum van de driehoek zwom een watervogel. Een meerkoet, denk ik. Zachtjes piepend, kleine cirkels zwemmend. Het gepiep was afkomstig van een jong op haar rug. Na een paar seconden bleek het er niet één te zijn. In het water dobberden er nog twee of drie. Ook piepend. Waarschijnlijk wilden die ook 'aan boord bij mamma'.

Het is het totale beeld dat je even heel langzaam laat voortgaan over zo'n brug. Even kijkend naar dat plaatje. Je moet denken in seconden. Maar ze zijn er.

Ik ben eigenlijk altijd te laat om juist die momenten vast te leggen. Gelukkig heb ik een jaar geleden een interview met een vakfotograaf gelezen die over deze momenten zei dat die haast nooit worden vastgelegd: omdat ze zo kort zijn en zo onverwacht komen. Het zijn privé-ervaringen.

Op het moment dat de fiets de afdaling weer begon, besloot ma dat er voor géén van de kinderen plek was op haar rug en lagen ze allemaal in de gracht. Een Leidse grachtendriesprong op een nevelige zaterdagochtend met spiegelglad water. Niks bijzonders.

vrijdag 8 augustus 2014

Leesweer

Er zijn van die dingen die je blijven verbazen. Je stapt er makkelijk onbewust overheen. Tot je je er plots even bewust van bent.

De zomer lijkt er een seizoen bij uitstek voor.

Mij overkomt het vooral als ik op een warme dag een boek zit te lezen. Ik kan me één keer echt heel goed herinneren. Niet de titel van het boek, maar het gevoel. Het was een misdaadverhaal dat speelde in Amsterdam ergens in de 19de eeuw. In de winter. Dat is erg belangrijk, geloof ik.

Op die warme dag in een buitenland wás ik plots in koud Amsterdam. Een heel vreemde gewaarwording, die overigens alleen delen van seconden besloeg. Het flitst voorbij.

Echt snappen doe ik het niet. Het is niet dat ik dan echt in het verhaal ben verdwenen. Da's nogal moeilijk in een rumoerige, warme omgeving als een strand of zwembad, ook als je in de schaduw zit. En wat me opvalt: het zijn vrij vaak situaties die zich afspelen in een weer situatie die níet warm is.

Mij doet het nog het meest denken aan 'midden in de zomer denken aan Kerstmis'. Alsof je denkt aan het onbereikbare op dat moment. Op zomerdagen aan de koude van de winter of de storm en regen van de herfst. Dan zou je op koude winterdagen datzelfde effect moeten hebben in omgekeerde richting: tijdens vorstperiodes opgaan in beelden van warme zomerdagen. Soms heb ik het ook bij reclames of films, waarbij bij mij in de zomer reclames over het warmte of het warme weer daardoor averechts werken. Een soort overdosis warmte, terwijl de toekomst de komende maanden er een is van koelte, wind en sneeuw.

Eerlijk gezegd, denk ik dat dat zo ook gaat.

Ik vind het nog steeds een teken van een ideaal klimaat. Als het regent, kunnen we hunkeren naar droogte. Als het koud is, naar warmte. En als het warm is naar regen en wind. Het fijne is dat we ook echt kans maken op realisatie van die wens, want onze klimaatzone kent het hele spectrum (nog, want klimaatverandering schijnt dat te gaan veranderen). Voor mij is dat een vrij plausibele verklaring.

Het verklaart overigens ook waarom ik nooit in bijvoorbeeld Florida zou willen wonen: altijd lente. Hoe vervelend wil je het hebben.

dinsdag 8 juli 2014

Ook de bijna-zestiger heeft geen oplossing

Het begint met een schokje als je krant openslaat. Op een dag zul je de krant doorbladeren en je oog laten vallen op de pagina die je niet eerder serieus in de gaten hield. De overlijdensberichten. Dat is het begin.

Die dag realiseer je je dat die berichten geboortejaren van overledenen bevatten die dicht bij de jouwe liggen. Veel meer is het niet. Maar dát is het begin, het begin van jezelf realiseren dat je ouder bent geworden en dat (dus) de dood nadert.

Zo absoluut gaat het uiteraard niet. Het gebeurt in een vreemde mengelmoes van actief en alert opletten en af en toe met de neus op de feiten gedrukt worden. Het overkomt je en langzaam verschuift je focus en perspectief.

Deze post gaat je niet gerust stellen, kán je niet gerust stellen. Er is niet echt een oplossing voor. Die fase komt onvermijdelijk en het enige wat ik kan doen, is vertellen. Mijn enige hoop is dat jij, lezer, je realiseert dat zoiets bestaat en dat het belangrijk is jezelf te verplaatsen in die fase. Ook ik ging er heel lang gedachteloos van uit dat, afgezien van tijdelijke ziektejes, niets kapot. Vanzelfsprekend. De gezonde mens als uitgangspunt.

En dan komt de periode van, laten we zeggen, 50 tot 60 jaar. De periode waarin de vanzelfsprekendheid als spiegelglas aan gruzelementen gaat.

Dat ouders en oudere familieleden, bekenden en buren overlijden, werkt anders door. In de meeste gevallen kun je je daarbij neerleggen. Normaal gesproken gebeurt dat op leeftijden waarvan je denkt: 'je hebt een lang leven gehad'. Of dat een rijk en gezond leven was, maakt in deze post even niet uit. Het gaat erom wíe uit je leven en omgeving verdwijnen.

Iedere keer dat iemand verdwijnt, krijg je even een moment waarop je stilstaat bij dat vertrek. Nee, dat is echt niet altijd een bewust nadenken, alhoewel die kans steeds groter wordt gaande je ouder worden. Het gáát je niet in de kouwe kleren zitten als die 'tikjes' elkaar steeds sneller opvolgen. In dat opzicht lijkt het op de onzinnige gedachte dat mensen elkaar voor rot kunnen schelden in context a om in context b, minuten later, daar afstand van te nemen. Dat bestaat niet.

Bewuster is de verkeerde term. Gevoeliger ook. Wat groeit, is relativeringsvermogen. Jij gaat dat ook doen (en zo niet, dan moet je tegen die tijd, te laat, toch eens in therapie). Denk vooral niet 'sentimenteel geneuzel van oude mensen'. Stel jezelf dan eerst de vraag hoe het kan dat het overgrote deel van 'die oude mensen' dit zo ervaren. Realiseer je dat die de fasen die jongeren meemaken ook meemaakten, maar de jongeren die van de ouderen niet kúnnen kennen!

Of het een fase is, weet ik niet. Maar sinds een paar jaar is de kwetsbaarheid van mensen heel zichtbaar dichtbij.

Een toenmalige buurman van een jaar of 45 die binnen drie weken overlijdt, de echtgenote van een ex-collega die ten prooi viel aan ALS, een ex-collega, begin vijftig, die je wéér naar een begraafplaats brengt. Ze liggen nog jaren uit elkaar en a-typisch. Denk je.

Maar ze gaan steeds meer en sneller komen. Niks a-typisch. De oorzaken zijn nooit 'ouderdom', maar ziekten (of ongelukken). In een steeds hoger tempo, zo lijkt het, vallen goede vrienden, goede en vage bekenden, weg. Plots zit je met de ontdekking dat dit een levensfase is waarin sterven niet meer kan worden afgedaan als een ziekte die je overkomt, pech. Dit is de leeftijd waarop 'ziekte' en 'leeftijd' samenspannen. En 'leeftijd', ouder worden, is iets wat ook jou onvermijdelijk gaat overkomen.

Eerlijk gezegd, heb ik (nog) geen idee hoe het mij beïnvloedt. Dat is eng als je gewend bent 'gewoon' te leven en alles min of meer onder controle te hebben. Wat ik wel merk, is dat er stevig aan allerlei fundamenten wordt gerammeld.

Sterkte, lezer.

maandag 26 mei 2014

De Verenigde Staten over big data en zijn gevolgen

Hmmm. Eigenlijk wilde ik deze blogpost besteden aan een in mijn ogen vreemd verschijnsel. Dat je in een wereld die aan verandering onderhevig is, toch nog steeds - en vaker? - tegen komt dat bedrijven op zoek zijn naar 'ervaren medewerkers'. Uiteraard zou ik het dan niet hebben over medewerkers in bestaande beroepen. Nee, je ziet het ook in de nieuwe functies. Vandaag nog een 'mooie': Top 7 Reasons Your Business Needs an Experienced Social Media Manager.  Een nogal rommelig stuk - in het begin wordt gesproken over "tien redenen" - maar vooral een waarvan de kop de lading weer 's half dekt. 

Je hebt geen ervaren social media manager nodig. Sterker, ik zou zeggen: die wíl je niet eens, omdat ervaring bijna altijd tunnelvisie betekent. Wat ik wél zie, is dat je mensen zoekt die verstand hebben van 'het sociale gedrag van mensen onderling'. Maar juist als het gaat om social media lijkt me juist een onderzoekende, experimenterende geest van het allergrootste belang. Al dat statistisch-berekende slaat juist dood waardoor sommige zo goed zijn in en met social media: vingertoppengevoel, intuïtie, weten wat mensen beweegt. Dat het zo werkt, bewijst, wat mij betreft, het staatje wat bij het artikeltje staat. Ik zie het nog steeds. Ook mijn laatste werkgever snapt het nog steeds niet: een gesprek voeren vereist de individuele klant kennen en spreken, niet de norm-klant, de niet-bestaande benchmark.

Maar toen zag ik dit: Inclusion in the information age redux: the new "digital divide"?.

Het gaat over een rapportage aan de regering van de Verenigde Staten over big data (Big Data: Seizing Opportunities, Preserving Values). Niet dat ik het heb gelezen. Twee citaten boeiden me, omdat ze - een 'foute' reden - mijn visie ondersteunen.

Just as neighborhoods can serve as a proxy for racial or ethnic identity, there are new worries that big data technologies could be used to "digitally redline" unwanted groups, either as customers, employees, tenants, or recipients of credit. A significant finding of this report is that big data could enable new forms of discrimination and predatory practices.

Het zijn de ongezochte, maar wél optredende, effecten die aandacht behoeven. Technologie, in dit geval big data, kán (en zál) discriminerend uitwerken. In deze tijden van  verwondering wat allemaal wel niet kan, van ongebreideld optimisme dat technologische oplossingen beschikbaar komen voor alle problemen, is een forse injectie technoscepsis dringend nodig. Twee benen op de grond en af en toe de lucht in achter de dromen aan, is een betere optie dan uitsluitend hoog in de lucht zijn.

Nu schreef ik al eerder dat het eigenlijk om meningen, argumenten en/of feiten moet gaan, maar dat status feitelijk bepalender is. En dan zijn geluiden als deze en de mijne sterk in het nadeel. We zijn als motten door de vlam gebiologeerd door de positieve effecten. Die zíjn er ook. Maar de techno-profeten vergeten bijna systematisch de negatieve (alhoewel dat enigszins lijkt bij te draaien).

Het Witte Huis maakte een blogpost over de situatie. Daaruit:

The big data revolution presents incredible opportunities in virtually every sector of the economy and every corner of society.

Big data is saving lives. (...)

Big data is making the economy work better. (...)

Big data is making government work better and saving taxpayer dollars. (...)

But big data raises serious questions, too, about how we protect our privacy and other values in a world where data collection is increasingly ubiquitous and where analysis is conducted at speeds approaching real time. (...)

Big data raises other concerns, as well. One significant finding of our review was the potential for big data analytics to lead to discriminatory outcomes and to circumvent longstanding civil rights protections in housing, employment, credit, and the consumer marketplace.

Ik weet 't. Ik heb het er vaker over. Maar er is een aspect aan technologische ontwikkeling waarvan ik denk dat het haast niet vaak genoeg kan worden benadrukt: de onbedoelde gevolgen. Niet alleen omdát ze er zijn - en vaak beschreven - maar ook omdat juist daarin de grote veranderingen, kansen én bedreigingen huizen.

Ergens in de onbedoelde effecten zit zonder twijfel die ene ontregelende (disruptive) die de werkelijke technologische ommekeer, revolutie zal markeren. En misschien horen de twee artikelen tóch in één post; hebben we behoefte aan alerte geesten mét experimenteerdrang.

woensdag 19 maart 2014

Zó voelt het dus.

Het is járen geleden dat ik 'besloot' geen boeken meer te lezen of films te gaan kijken over 'de oorlog'. Ik had er m'n buik van vol. Een overdosis helden en heldhaftigheid was me opgebroken. Op de een of andere manier werd het allemaal ongeloofwaardig.

Voor mijn gevoel klopte het allemaal niet. De verhaallijnen zullen vast ergens een kern van waarheid hebben (gehad). Waar ik niet uit kwam, is het beeld van de samenleving in die periode. Dat is decor, dat snap ik. Maar waar was eigenlijk de aandacht, als thema voor een speelfilm, voor dat leven? Nederland, zo lijkt het, zat vol met verzetstrijders en moedige mensen.

Ik geloof er geen barst van.

Natuurlijk zullen er Duitse militairen in het straatbeeld zijn geweest. Hoeveel zou het straatbeeld zijn afgeweken? Zou in 95% van de tijd en voor 95% van de mensen de wereld haast onveranderd hebben geleken? Met zonnige en regenachtige dagen, bomen en planten die in de lente uitlopen, de herfst die storm brengt en kortere dagen?

Dat was een bezetting. Da's wel een heel heftige. Zeker de interventies zullen indrukwekkend zijn geweest. De arrestaties, de verdwijningen, de aanslagen, de razzia's, de ge- en verboden. En toch blijft me de vraag bezighouden in hoeveel Nederlandse straten eigenlijk niet veel gebeurd is in die periode.

Hoe ziet het dagelijks leven er uit? Persoonlijk is dat de vraag die míj boeit. Dat je voor een landschap staat, geschilderd tijdens de Kleine IJstijd, en je je afvraagt hoe dat die dagen voelde. Hoe kóud was het? Die schaatsende mensen: wat deden en dachten ze? Hoe was het leven in een middeleeuwse stad? Ik schreef er al eerder over. Echt heel mooi zijn De Gekaapte Brieven. Ik vind het zo gaaf dat je een beeld krijgt van het alledaagse in een bepaalde periode.

Eigenlijk zou je het ook eens moeten doen; liefst bij ons in Leiden. Zoek een stukje stad wat nog 'ongerept' is. De kans is heel groot dat het misschien maar tien meter zijn. Zoek een plek waar je niet de hedendaagse samenleving ziet. Stop dan. Kijk héél aandachtig om je heen, vooral ook naar boven. Probeer je nu eens voor te stellen dat hier, op deze plek, heel lang geleden óoḱ mensen keken naar wat jij nu ziet. Wat deden ze? Hoe zagen zij het?

Dat fascineert me (het alledaagse vandaag de dag ook, hoor).

In Den Haag liep ik pas geleden een smal straatje uit toen ik het ineens realiseerde. Ik lóóp nu in een historische periode. Dat heeft geen bal met dat straatje te maken. Wat ik me realiseerde is dat de geschiedenisboekjes over een paar jaar gewag zullen maken van een forse wereldcrisis als gevolg van het annexeren van de Krim. Met een beetje pech gaat het ook nog eens verder dan 'een crisis'.

Zo voelt het dus. Wellicht.

Den Haag bleef Den Haag. Het lentelicht het lentelicht. De trein naar Leiden de trein naar Leiden (maar: op tijd!). Kortom, niks veranderd. De dreiging en de crisis waren nergens tastbaar. Ze zijn, voor ons!, virtueel; nieuwsberichten in krant en op tv. Een wereldwijde dreiging zoals de Cubacrisis (Varkensbaai, schepen met raketten, atoombomaanvalsdreiging), leerden wij, hield de wereld in zijn greep. De Koude Oorlog met z'n Wapenwedloop ook.

Het zijn geen oorlogen in jóuw vaderland. Maar toch: een historische periode - 'waar was jij, toen ...'- en je merkt het niet.

zondag 2 maart 2014

De waarde van ervaring

Wellicht heb jij je rijbewijs? Zo niet, dan moet je eens proberen je verkeerslessen op school terug te halen.

Dat zijn wellicht nog de tekenendste voorbeelden van de afstand tussen theorie en praktijk. Mijn rijbewijs haalde ik ergens halverwege de jaren zeventig van de vorige eeuw. Inmiddels zijn de lessen en het examen gemoderniseerd. De essentie is niet anders.

Nooit of te nimmer ben ik zo'n autootje, fietser, tram, bus of voetganger tegen gekomen, zoals ze werden getekend gebruikt in het theorieboekje. En nooit ben ik een verkeerssituatie tegen gekomen die zo lekker rustig was als die in dat boekje. In werkelijkheid was het altijd net anders, was het altijd een stuk rommeliger en onoverzichtelijker. Met de komst van dia's en daarna video is dat al een stuk beter. Maar nog steeds... om te kunnen toetsen op regelkennis heb je simulaties nodig.

Zoals iedere goede instructeur en examinator je na het slagen op het hart drukte: 'Autorijden ga je pas nú echt leren. Overschat jezelf niet en onderschat vooral andermans gedrag niet.' En daar gíng je; het verkeer in, vol met anderen die het helemaal niet zo nauw nemen met de geleerde regels.

En inderdaad, pas na jaren snap je wat ze daarmee bedoelden. Pas als je kennis toepast, wordt ze waardevol voor je: praktijkervaring. Dat wordt exponentieel belangrijker in 'sociale' beroepen, iedereen die met mensen omgaat. Van de politieagent in blauw op straat tot en met de psychiatrisch verpleegkundige en de gemeentelijke beslisser. Allemaal hebben ze hun regels geleerd en weten ze, in theorie, hoe het moet, in elkaar steekt of waar je recht op hebt.

Maar pas na jaren ervaring kunnen ze die regels adequaat toepassen.

Na jaren zie het verschill - wellicht - tussen iets met opzet doen, bij toeval doen of niets aan kunnen doen. Ik durf te wedden dat ook jij daarvan voorbeelden hebt meegemaakt. En dat je in die situaties eigenlijk niet goed uit de voeten kon met 'de regels'.

De reden dat ik dit alles - "wisten we al lang!" - zo opschrijf, is dat het verbazingwekkend en verontrustend is dat we steeds meer de nadruk leggen op die formele kennis. Om een baan te krijgen, moet je een bepaald niveau halen: afgemeten aan formele kennis. Pas geleden zocht een organisatie een 'excellente kracht'.

Heb je je weleens afgevraagd wat er gebeurt als je een team hebt van dat soort van medewerkers? Die allemaal worden gepositioneerd als 'excellent zo ook worden verkocht aan de klanten, zo ook worden benaderd? Als excelleren uitblinken is; hoe doe je dat dan onder gelijken? Zou zoiets uiteindelijk niet ongelooflijk slecht uitpakken?

Dat pákt slecht uit. De best presterende teams en bedrijven zijn de gemêleerde. Ook bekend: combineer de creatieve geest met de zakelijke, slim met ervaren, analyticus met pragmaticus. Voeg daaraan dan wel de vereiste toe dat men elkaar in diens capaciteiten waardeert en respecteert; da's wel noodzakelijk. De slimmerik die meent dat-i meer waard is dan een ongeschoolde, is feitelijk de zandkorrel in de machinerie.

Wat rest, lezer, is de vraag: als je dat allemaal (al) weet, hoe is het dan in vredesnaam mogelijk dat we al die ervaring door het gootsteenputje laten verdwijnen? Want hoe je het wendt of keert, ervaring is leeftijdgebonden. En juist de ouderen raken we nu kwijt.

woensdag 26 februari 2014

Hoogtevrees

De kop tikkend, realiseer ik me dat ik nu twee kanten op kan. Ik zou kunnen doorgaan op hoogtevrees in overdrachtelijke zin en je iets voorhouden uit de interviews die ik momenteel doe met Leidse politici over het politiek bedrijf. Daar zitten best leuke dingen in.

Ik kan ook naar de letterlijk betekenis van hoogtevrees. de vrees om op hoogte te zijn. Dat hoeft niet eens echt hoog te zijn, hoorde ik ooit. Een echte hoogtevrezer heeft daar al last van op een meter hoogte, bij wijze van spreken. Ik stond op vijftien meter.

Die eerste optie zal ik vast nog 's uitwerken; zo tegen de tijd dat het mogelijk is 'conclusies over de hele populatie' te trekken. Da's gebrabbel om aan te geven dat ik niet wil bloggen over individuen. Daarover wordt in de lokale pers al teveel en te sturend verslag gedaan. Vind ik. En met de komst van amateur-verslaggevers, zoals ik, is dat alleen maar erger geworden. Ik snap niet waarom bepaalde partijen níet aan het woord zouden mogen komen. Een soort van onuitgesproken cordon sanitaire?

Maar goed. Ik sta dus op vijftien meter hoogte.

Niet dat ik echt hoogtevrees heb, maar om te beweren dat ik me gelukkig voel op zo'n steiger? Nee. Hij zit met haken aan de muur vast. Voor me loopt een architect - een dame die ook nog 's een paar jaar ouder is dan ik - en een restauratieschilder. Achter me de uitvoerder en verderop zit een restauratiemetselaar te metselen. Maar wat er in vredesnaam aan muziek uit z'n stoere bouwradio, met ketting aan de steiger vastgehaakt, komt?! Geen idee. Da's vast bewustzijnsvernauwing.

We zijn boven omdat de architect me wil laten zien hoe dit pand is gerestaureerd. Da's echt enorm interessant, verhalen van restauratievakmensen. Zowel vanwege de vaktechnische aspecten als vanwege de projecties naar vandaag de dag.

Vijftien meter boven de Leidse Oude Vest wijst de schilder me op de timpanen. Die zijn voorzien van houtsnijwerk, zoals je hieronder ziet.

Photo 25-02-14 10 54 29

Het bijzondere is dat dat houtsnijwerk is gerestaureerd. De schilder vertelt dat met branders laag voor laag de verf is afgepeld op zoek naar de oorspronkelijke kleur. In dat proces kwam het houtsnijwerk tevoorschijn. In de afgelopen eeuwen was 'vol en vet' geschilderd en waren ze weggeschilderd. Bij deze restauratie wordt geprobeerd zo dicht mogelijk bij de oorspronkelijke vorm te komen. Dat op zich is al de moeite waard.

Maar wat me nog het meest frappeert: dit is een mooi voorbeeld van de omslag in kosten. In de zeventiende eeuw - als dit werk wordt uitgevoerd - zijn materiaalkosten bepalender dan arbeidskosten. Arbeid was goedkoop. Wat je dan ziet, is dat details worden gemaakt op plekken die je met het blote oog niet - ik neem toch aan van niet?! - ziet.

Het lijkt zo onbenullig: wat maakt het uit dat ze toen op die hoogte, onzichtbaar, die details aanbrachten?

Nou, omdat het ook een weergave is van de aandacht die ze voor het geheel hadden. Het feit dat die details zo zijn uitgewerkt, maakt de aanblik van het hele gebouw net anders. Als alles zou worden gladgestreken, verdwijnt het karakter van het pand.

Maf, toch, iets wat je 'niet ziet' bepaalt toch de emotie, de kwaliteit.

dinsdag 24 december 2013

Cultiveer je jongheid...

Hoe vaak overkomt jou dat nog? Dat je een gevoel hebt dat je terugbrengt naar je jeugd. Een herinnering, dus.

Vaak?! Jôh, wees heel blij dat je dat hebt. Blijkbaar lukt het je een aanzienlijk deel van je jeugd vast te houden. Hopelijk ook de (onbevangen) creativiteit die daarbij hoort.

Vaak... zullen we, met die overdrachtelijke natte vinger, zeggen: zo'n één keer per maand?!

Mijn gok is dat het overgrote deel van de lezers van deze blogpost dat 'jeugdgevoel' zelden terugvindt. Mij overkomt het zo'n een, twee keer per jaar. Denk ik. Als ik het zou gaan bijhouden, kan het best weleens minder vaak zijn. Maar, inderdaad, ook meer. Wat ik het belangrijkst vind, is dat ik me steeds meer bewust word van die momenten.

In deze reeks heb ik al eens geschreven over de rol van geuren en geluiden die herinneringen oproepen. Vaak zijn dat een soort van flitsen. De geur is er soms maar heel even. Die momenten bedoel ik niet. Wel op de momenten die eigenlijk veel meer dan een momént zijn.

Vandaag woei het weer 's in Nederland. Tegenwoordig is stormachtige wind een storm en een storm zo ongeveer de aankondiging van het eind van de wereld. Een echte storm, strak boven 10Bft; die kennen we eigenlijk niet. Een 7-8Bft hebben we vandaag aan de westkust in de steden gehaald, misschien zelfs een magere 6-7Bft. Wat we wél erbij kregen, was de haast onvermijdelijke regen.

Dát zijn de condities voor zo'n reminiscentie-moment.

Dat je door de stad fietst. Een warme, waterdichte jas aan; een regenbroek; en waterdichte schoenen. Jou kan niets gebeuren: die diepe niet te ontwijken plas niet, zelfs een voorbijspattende auto niet.

Zo fietsend sluit je je af van de situatie. Niet dat je niet op het verkeer let. Het is meer dat je je immuun probeert te maken voor de natheid van de regen. De beste toestand is die waarin het je niet meer raakt; vijftien minuten later ben je thuis.

Een ideale conditie om je ineens je jeugd te herinneren.

Dat 'moment' duurt al snel een minuut of tien. De keren dat je met storm en regen naar school fietste. Dat je vóór de wind zeilend als een speer ging en haast de storm vergat. Zoals een zweefvlieger stilte ervaart omdat-i de snelheid van de wind heeft. De storm stuwt je voort. Af en toe een trap op de pedalen en daar ging je weer. In de wetenschap dat je 'm ook tegen zou gaan krijgen.

Met een capuchon op - wel áf zetten als je opzij moet kijken - komt daar ook nog eens het getik en gekletter van de regen bij. Nu je weet dat de regen je niet kan deren, krijgt dat geluid iets huiselijks. Alsof ze tegen de ruiten slaat en niet binnen kan komen. Alsof je in een slaapzak in een tent ligt en luistert naar het tentdoek dat door de regen wordt bespeeld.

Zulke momenten, dus. Wanneer iets onaangenaams als buiten moeten zijn in storm en regen, iets optimistisch krijgt. Omdat je ook op een andere manier, die van een jeugdige, kunt ervaren.

Goud waard.

vrijdag 6 december 2013

De idioterie van stages

In de jeugd van mijn moeder heetten ze volontairs. De Depressie heeft dan grote delen van het Westen in zijn greep, waardoor het vinden van werk een hele opgave is. Zoals nu nog steeds, wordt dan een heel scala aan methoden aangesproken. De advertenties in de couranten, met hun geheimtaal om ruimte te winnen, lijken als twee druppels water op de SMScodes die we nu kennen. 'b.b.h.h.'; enig idee wat dat betekent? Inschrijven bij de Arbeidsbeurs: bekend?! Rondlopen met een sandwichbord: goed, die zul je niet snel meer zien in die vorm. En dan waren er de werkervaringsplaatsen.

Volontairs waren onbetaalde werknemers. Denk niet dat 'wij' nu plots het netwerken hebben uitgevonden. Die wetenschap is al lang aanwezig en in gebruik. Dit was de periode waarin andere termen voor precies hetzelfde werden gebezigd. De 'kruiwagen' die je nodig hebt om ergens 'te worden geïntroduceerd'. In de kern is dat niets anders dan de aanbeveling, al dan niet via een social network.

Toch is er iets anders: de volontairs meldden zichzelf meestal aan.

Vandaag de dag menen werkgevers over min of meer ongebreidelde vrijheid te beschikken. Werknemers worden benaderd als sukkelige, rechtelozen, die zelf maar achter hun recht aan moeten (dé reden om vakbonden in ere te houden!). Gelukkig hoor ik nog vaak hoe werkgevers daarna een veelvoud aan kosten kwijt is dan ingeval men in normaal sociaal acceptabel overleg kwijt was geweest.

In dat 'marktdenken' past de gedachte dat arbeid zo goedkoop mogelijk moet zijn. Da's een intrigerende, want op dat punt wordt op twee gedachten gehinkt. Bij het ontslaan is de basis - naast de misbruikte 'bedrijfseconomische resultaten' - vaak een minder goed functioneren vanwege achterblijvende kwaliteit. Hoe huichelachtig dat is, wordt duidelijk als diezelfde werkgever daarna geen enkel probleem heeft met mindere kennis, ervaring en kwaliteit als men bijstandsgerechtigden 'een kans biedt' of stagiaires 'ervaring laat opdoen'.

Stagiaires zijn in meerdere opzichten een fenomeen. Een gezonde redenering zou zijn dat een stage een plek is om in de praktijk uit te vinden of je beroepskeuze inderdaad de juiste was. Of voor de opleiding om te bepalen of er voldoende kennis is opgedaan om in de beroepspraktijk te kunnen functioneren.

Als dat zo is, is het vanzelfsprekend dat de opleiding zorg draagt voor stageplaatsen. het is immers een noodzakelijk onderdeel van het curriculum en dat is waarvoor de opleiding verantwoordelijk is.

De realiteit is dat ook opleidingen steeds meer zijn geperverteerd in hun marktdenken. Feitelijk is het zót dat studenten zélf een stageplaats moeten zien te vinden. En als dat niet lukt, niet kunnen afstuderen. Waarvoor wordt dan nog betaald? De stapeltjes kopieën? De huisvesting? De gast(!)docent? Het is idioot iets te éisen en dat niet aan te bieden in het curriculum. Kom nu niet aan met 'goed voor de sollicitatie-ervaring'; solliciteren is geen opleiding.

De werkgevers hebben zichzelf ook helemaal klem gezet. De stageplaatsen díe er zijn, zijn maar minimaal beschikbaar voor afstudeerders. Toch worden er veel stagiaires ingezet.

Wat feitelijk gebeurt, weten we allemaal: stagiaires worden nu onverholen ingezet als uitgebuite werknemers. Het jarenlang door de vingers zien van de praktijk van de stagiaire als goedkoop hulpje, heeft nu de vormen aangenomen van systematische uitbuiting. Jonge mensen die werkervaring nodig hebben, kun je het best inzetten op een 'stageplaats'. Dan werken ze hard voor een bedrag dat vaker minder dan meer dan de helft van het minimumloon is!

Op korte termijn lijkt het, voor werkgevers, winstgevend. Op langere termijn krijgen ze de klap nog te verwerken. Al die nieuwe werknemers die nu opleidingsstages zoeken en niet meer vinden; als die de eindstreep niet kúnnen halen, ontstaat er een fors tekort.

Hier faalt een markt. Hier faalt een overheid.

Dan gaan we vast, net zoals de sociale werkplaatsen ooit 'beschermd' waren, stagebedrijven krijgen. Mij lijkt dat een prachtbeeld: dat die stagebedrijven gaan concurreren met bedrijven vol stagiaires.

zaterdag 7 september 2013

Overheid, stop met innoveren en ga exploiteren

Omdat ik het een prachtig idee vind, heb ik verleden week een app geïnstalleerd op mijn iPhone. De naam is Human. Overigens, een Nederlands produkt. Na een dag heb ik 'm er weer afgehaald. Maar niet omdat-i slecht is.

Human is een app die het waard is breed te worden gebruikt. Ik vind het zó mooi: Human houdt bij hoeveel de telefoon, jij, per dag beweegt. De reden? We moeten minstens dertig minuten per dag bewegen. Maar doen we dat? Human kan het voor je volgen. De app registreert alle bewegingen. En tot mijn stomme verbazing weet-i vanaf moment nul ook al vrij goed wat welke beweging is. Fietsen is sneller dan lopen en langzamer dan autorijden. Natuurlijk, je moet de eerste tijd nog wel correcties toepassen. Maar toch: knap.

Wat Human - uiteraard, zou'k zeggen - níet kan, is vaststellen wat je doet als je de telefoon niet bij je hebt. dat ik donderdag een half uur zwom, weet-i niet want mijn iPhone is niet waterdicht. Twintig minuten crosstrainen brengt je geen meter vooruit, volgens Human. En daarin heeft-i nog gelijk ook.

Maar ik verwijderde 'm toch. Want de app heeft één - door de makers erkende - tekortkoming: de accu wordt leeg geslúrpt. Binnen een dag was de accu leeg. Ik heb dus maar besloten even te wachten op een oplossing voor dit probleem.

O. Die ene gebruiksdag heb ik wel van Human een pluim gekregen omdat ik minimaal dertig minuten bewoog.

Naar aanleiding van mijn ervaring met Human schoot me een voorstel te binnen wat ik de afgelopen jaren een paar keer aan ambtenaren heb voorgesteld. Het gaat over innovatie (what else?): de innovatie-verkenner.

Waarom ondersteunt de overheid eigenlijk de ontwikkeling van innovaties en stimuleert zij innovatiekracht? De ervaring leert dat dat mondjesmaat zoden aan de dijk zet. De stevigste vernieuwingen komen 'als vanzelf' tot stand, niet door subsidie.

Waarom richt de overheid zich niet op de kwetsbare periode van een innovatie? Die van de exploitatie?

Waarom zouden we geen situatie kunnen hebben waarin de overheid de markt af stroopt op zoek naar toepassingen die 'in het algemeen belang' zijn? Zoals gas. Zoals water. Electriciteit. Wegen. En bijvoorbeeld Human.

Waarom zou de overheid zich niet afwenden van het stimuleren van innovaties met subsidies, en richten op het herkennen en in stand houden van maatschappelijke toepassingen? Waarom niet de exploitatie ondersteunen? Of, een stap verder, waarom de ontwikkelaar niet alle eer geven en uitkopen om zijn idee daarna gratis aan te kunnen bieden?

Lijkt me, tussen twee haakjes, een leuke baan: het continue zoeken naar toepassingen waarvan je denkt dat die iets toevoegen aan de kwaliteit van het leven.

Ik zou Human er onmiddellijk voor in aanmerking laten komen.

vrijdag 23 augustus 2013

De komst van Jiayu

De postorderbedrijven waren wat, zeg. Voor ons, kinderen, waren het plaatjesboeken; met een vreemde status. Op een of andere manier wilden sommige ouders er niet aan. Postorder kopen was voor hen blijkbaar vreemd of wellicht ook te risicovol. Je zag immers pas wat je kocht als het in huis stond of lag.

'De Wehkamp-gids' was in elk geval goed tijdverdrijf. De jaren zestig en zeventig hebben wel het label gekregen van de jaren van de rebellie en bevrijding, maar dat ging toch echt geleidelijk door de samenleving. De Wehkampgids met z'n damesondergoed showende modellen was smikkelwaar voor teenagers. Dat kun je je nu niet meer voorstellen. Of de stille trom waarmee, jaren later, de 'massagestaaf' zijn intrede deed in de gids.

De tussenkomst van de postbode maakte de aankoop van 'gevoelige producten' een stuk eenvoudiger. De goedkoopte speelde een rol, maar de anonimiteit ook. Zo maakte de handelaren in 'erotiek' reclame met de leuze dat de bestelde catalogus en producten onherkenbaar bezorgd zouden worden. Want verbeeld je dat de postbode of de buren iets zouden zien.

Die tijden zijn voorbij.

De lol van de gidsen doorbladeren is weg. Het kopen is een rationeel proces geworden, inclusief de aanbeveling dat 'anderen óók kochten...'. De plaatjes zijn er nog steeds. Maar de charme is er een beetje van af.

De charme is helemaal weg.

Vandaag hebben we een nieuwe smartphone gekocht. De HTC van één van onze zoons werd gloeiend heet en gaf toen de geest. Kortsluiting in de batterij, dacht pa (ik) wel even te kunnen constateren. Op afstand en tijden ná de gebeurtenis. Nieuwe batterij besteld. En inderdaad, dat was het probleem niet. Mocht je dus een accu nodig hebben voor een HTC HD2; binnenkort is er een te koop. Minder dan vijftien minuten gebruikt.

Er moest een nieuwe telefoon komen. En aangezien de koper permanent geldgebrek heeft, moest het ook nog 's goedkoop. Een Wolfgang van Aldi, dus?! Want die is volgend weekeinde in de aanbieding.

Dan blijkt de nieuwe generatie. Die is een partij ongeduldig. Een week wachten en dan nóg geen zekerheid hebben dat-i beschikbaar is? Nee, hoor. Eerst maar 's een iPhone4 bij Ben bestellen. Zoals op fora voorspeld: een mailtje dat 'de provider de aanvraag weigerde'. Exit Ben.

Dan toch maar de Wolfgang?

In de zoektocht naar de beoordelingen daarvan - je kinderen zijn verstandiger dan je denkt - dook echter een nieuwe naam op. Een alternatief. Een Jiayu. Uit China.

Het leidde tot een dag zoeken en doen. Jiayu blijkt een serieus alternatief: goedkoop en met indrukwekkende specificaties. En goede beoordelingen. Het is dan wel geen iPhone met iOS, maar wel een krachtpatser met Android. En dat voor €200, inclusief verzending. Maar wel alleen te koop direct uit China.

Hij is vandaag besteld en zou eind volgende week moeten (kunnen) arriveren.

Er is helemaal niet zo veel veranderd. Dezelfde huiver die de eerste Wehkampkopers moeten hebben gevoeld, hebben wij nu. Wordt er echt geleverd wat daar zo mooi en geduldig op papier staat? Kopen uit een gids, is ook kopen zonder de emotie van de aanraking. Zal die eerste aanraking de vonk doen overslaan? Komt het bestelde, of ben ik het geld kwijt? (geen zorgen. We kochten via Paypal en dus met terugstortingsmogelijkheid bij wanprestatie)

Ik zie mezelf evolueren. De postorderbedrijven hebben wij eigenlijk nooit gebruikt. Maar kopen op en via het Internet zie je wel geaccepteerd worden. Eerst 's wat kleine aankopen als boeken. Bij gerespecteerde bedrijven. Dan de experimenten met onbekenden: tweedehands boeken, iPhone-accessoires en zo. De derde stap zijn de grote aankopen als een vaatwasser of een inbouwmagnetron. Nu gaat het over serieuze bedragen. Maar nog steeds wel bij winkelketens van steen (eentje ging overigens pas geleden failliet).

En nu een sprong in het duister: een paar honderd euro bij een volslagen onbekende onderneming in China. Op basis van een beschrijving.

10.000 Kilometer verder en in een andere tijdzone... Je bent je eigen im- en exportbedrijf.