Posts tonen met het label jeugd. Alle posts tonen
Posts tonen met het label jeugd. Alle posts tonen

maandag 14 juli 2014

Benauwende imago's

Om te beginnen: ook ik heb het ervaren. Ook ik heb uiteraard de ogen gesloten. En ook jij bent er mee in aanraking geweest: de vraag of je uiterlijk wel past bij je imago. Of andersom. Het is een vraag die iedere teenager, zo heetten wij ooit, bezighoudt, enórm bezighoudt.

Als ik nu over nadenk en probeer een beeld terug te halen, dan schieten me idiote beelden binnen. Tijdloze, want ik zie ze vandaag de dag nog steeds bij jongeren. Vooral bij warm weer vallen ze me weer op.

Op een bepaalde leeftijd ga je je verzetten als weg om een eigen plek te krijgen in de sociale structuur. Puberteit!! Dan móet je onbedwingbaar dat doen wat anderen niet doen of afkeuren. Als je dan ook nog kind bent van een hele generatie opstandigen, dan weet je het wel.

Mijn herinnering is die aan lang haar, militaire (sic!) jasjes en pukkels, afghaanse jassen, zwarte of witte, strakke, heel strakke broeken, buttons tegen en over ik weet niet meer wat. Van de schoenen kan ik me vooral canvas bergwandelschoenen en Roots herinneren.

full26196508_a

Het uniform van de onaangepaste. Heerlijk doorzichtig, maar dat wisten wij natuurlijk niet.

Omdat het feitelijk een uniform was, moest het ook iedere dag worden gedragen. In mijn herinnering zijn de schoenen en de jassen, tot op de draad versleten, gedragen. En toen kwam plots, echt in een moment, het eind; m'n sliertig lang haar ging er af. Zomaar. Zonder aanleiding.

Wat me vandaag de dag opvalt bij de moderne 'zestienjarige' is diezelfde uniformdrang en -dwang. Ik herken ze echt niet allemaal, maar eentje lijkt onveranderd.

Die laat zich heel makkelijk herkennen. Ondanks de hoge zomerse temperatuur weigert-i andere kleding. Een kórte broek? Onmogelijk! Een shirt met korte mouwen? Hoe haal je het in je hoofd. Zelfs in de grootste hitte zijn ze in staat hun favoriete (winter)jas, liefst zwart, aan te houden. Ze sjokken door het zand met een rood hoofd van hun veel te warme lichaam, maar wel met het uniform aan.

Ze zijn er nog steeds. Norsig en dwars. Zeker als je met je ouders wordt gezien. Onwetend van oudere mensen die je zien gaan of staan en die zichzelf herkennen in die verhitte, donkere wolk. Een wolk die zich op een naar eigen idee uníeke manier verzet. Zoals generaties daarvoor en generaties daarna vast ook zullen doen. Zó uniek.

Je moet vast wat ouder zijn om je iets voor te stellen bij de gedachten die rond wervelen in het brein van zulke uniformdragers. Persoonlijk vind ik dat ook het leukst. Het herkennen van alle uitingen van jeugdculturen is niet het belangrijkste. Dat is net zoiets als alle losse lemma in een encyclopedie kennen. Dat levert geen enkel begrip op.

Jeugd en -culturen zijn en blijven onderzocht. Als economisch fenomeen - ze hebben enorm veel te besteden -, als biologisch fenomeen - het puberbrein -, als criminologisch fenomeen - wat veroorzaakt crimineel gedrag in deze groep -, als sociologisch fenomeen - bestaat de groep wel of is het een beleidsindeling.

Wat ik echter nog nooit ben tegen gekomen - maar ik zóek ook niet meer zo actief - is het antwoord op de vraag hoe ze nu écht die periode beleven. Dus los van de invloed van de groep waartoe je wilt behoren of het antwoord dat het zo mooi is.

Misschien is het ook wel een vraag die je pas kunt en wilt beantwoorden als je die periode al lang weer uit bent. Als je denkt er vrijuit over te kunnen praten. Zoals je op steeds hogere leeftijd over steeds meer zaken des levens vrijuit kunt praten.

Dat, alleen dát al, is een belangrijk signaal voor onderzoekers en beleidsmakers: hoe werkelijk is de werkelijkheid?

dinsdag 24 december 2013

Cultiveer je jongheid...

Hoe vaak overkomt jou dat nog? Dat je een gevoel hebt dat je terugbrengt naar je jeugd. Een herinnering, dus.

Vaak?! Jôh, wees heel blij dat je dat hebt. Blijkbaar lukt het je een aanzienlijk deel van je jeugd vast te houden. Hopelijk ook de (onbevangen) creativiteit die daarbij hoort.

Vaak... zullen we, met die overdrachtelijke natte vinger, zeggen: zo'n één keer per maand?!

Mijn gok is dat het overgrote deel van de lezers van deze blogpost dat 'jeugdgevoel' zelden terugvindt. Mij overkomt het zo'n een, twee keer per jaar. Denk ik. Als ik het zou gaan bijhouden, kan het best weleens minder vaak zijn. Maar, inderdaad, ook meer. Wat ik het belangrijkst vind, is dat ik me steeds meer bewust word van die momenten.

In deze reeks heb ik al eens geschreven over de rol van geuren en geluiden die herinneringen oproepen. Vaak zijn dat een soort van flitsen. De geur is er soms maar heel even. Die momenten bedoel ik niet. Wel op de momenten die eigenlijk veel meer dan een momént zijn.

Vandaag woei het weer 's in Nederland. Tegenwoordig is stormachtige wind een storm en een storm zo ongeveer de aankondiging van het eind van de wereld. Een echte storm, strak boven 10Bft; die kennen we eigenlijk niet. Een 7-8Bft hebben we vandaag aan de westkust in de steden gehaald, misschien zelfs een magere 6-7Bft. Wat we wél erbij kregen, was de haast onvermijdelijke regen.

Dát zijn de condities voor zo'n reminiscentie-moment.

Dat je door de stad fietst. Een warme, waterdichte jas aan; een regenbroek; en waterdichte schoenen. Jou kan niets gebeuren: die diepe niet te ontwijken plas niet, zelfs een voorbijspattende auto niet.

Zo fietsend sluit je je af van de situatie. Niet dat je niet op het verkeer let. Het is meer dat je je immuun probeert te maken voor de natheid van de regen. De beste toestand is die waarin het je niet meer raakt; vijftien minuten later ben je thuis.

Een ideale conditie om je ineens je jeugd te herinneren.

Dat 'moment' duurt al snel een minuut of tien. De keren dat je met storm en regen naar school fietste. Dat je vóór de wind zeilend als een speer ging en haast de storm vergat. Zoals een zweefvlieger stilte ervaart omdat-i de snelheid van de wind heeft. De storm stuwt je voort. Af en toe een trap op de pedalen en daar ging je weer. In de wetenschap dat je 'm ook tegen zou gaan krijgen.

Met een capuchon op - wel áf zetten als je opzij moet kijken - komt daar ook nog eens het getik en gekletter van de regen bij. Nu je weet dat de regen je niet kan deren, krijgt dat geluid iets huiselijks. Alsof ze tegen de ruiten slaat en niet binnen kan komen. Alsof je in een slaapzak in een tent ligt en luistert naar het tentdoek dat door de regen wordt bespeeld.

Zulke momenten, dus. Wanneer iets onaangenaams als buiten moeten zijn in storm en regen, iets optimistisch krijgt. Omdat je ook op een andere manier, die van een jeugdige, kunt ervaren.

Goud waard.

maandag 23 december 2013

Vuurwerk!!!!!

Morgen ga ik het bestellen: een portie vuurwerk, bij de plaatselijke biljartshop die nu plots is gemetamorfoseerd tot vuurwerkwinkel(tje). Het is zo'n winkeltje waarvan ik me al jaren achtereen afvraag waarvan ze in vredesnaam de rest van het jaar leven. Mijn vermoeden is dat ze over een verholen netwerk van kopers beschikken. Langs de gevels scharrelenden mannetjes in beduimelde trenchcoats. Zoiets als De Vieze Man van Van Kooten&De Bie.

Een week per jaar is die winkel niet meer. Dan is alles er uit verdwenen en vervangen door leegte. En een toonbank. Ieder weldenkend mens zal het interieur bezien als volledig mislukt. Zeker vóór kerst is het een desolaat geheel.

De winkelbel doet het nog als je binnen gaat. Achter de winkel is een soort woonkamer. Daar is het warmer, staan ook echte (oude) fauteuils en daar bivakkeren de verkopers dan ook. Wie nu precies wie van wie is, is me na al die jaren nog niet helemaal duidelijk. Laten we het houden op vader, moeder, zoon en aanhang.

Je bestelling vul je natuurlijk thuis al in en je rekent daar ook al uit wat je kwijt zult zijn. Desalniettemin wordt ter plekke alles nog 's dunnetjes over gedaan. In een lege winkel met de moeder. Een beetje ouwehoerend over het weer, de drukte die er aan komt, de jochies die gevaarlijke dingen proberen met vuurwerk, de dag waarop we het pakket zullen afhalen.

Een pin-apparaat is er niet. Contact afrekenen aub. "En de bon goed bewaren, hè. Dat is meteen je lot voor een grote kleuren-tv.' Ik heb de winnende cijfers nog nooit gezien. Het bonnetje garandeert wel een snelle afhandeling tijdens de officiële verkoopdagen. Gewoon binnenlopen met je bon omhoog en binnen een minuut heb je de bestelling te pakken.

Soms gaat het mis. Je bestelde iets wat er niet meer is. Eén van de inpakkers maakte een fout. Da's nog nooit een probleem geweest. Eén belletje en een fietstochtje verder is alles opgelost met een vervangend stuk.

Helemaal prachtig.

Het blijft me boeien, dat vuurwerk. Gaat het voldoen aan de verwachting? Wij geven niet zoveel geld eraan uit. Dan is de keuze nogal bepalend vanwege een gebrek aan alternatieve oplossingen als het tegenvalt. Maar om nu honderden euro's aan dat pleziertje te besteden. Zo'n €50/€60 is een mooi, risicoloos 'verliesbedrag'. Per slot van rekening is het vergelijkbaar met gokken in het casino: één keer inzetten en wég is het geld.

Moet je iets wat 'slecht is voor de mens' verbieden? De open deurwedervraag is uiteraard wie dat dan wel bepaalt voor mij. Afgezien daarvan is het leuk zélf vuurwerk af te steken. Natuurlijk is het effect belangrijk - daarop selecteerde je immers - maar dat gevoel van 'die vuurpijl daar, die stak ík af' is minstens zo belangrijk. Even mag je kind zijn en fikkie stoken.

Als jochie stak je kerstbomen in de fik (ik niet, hoor). Hier in Leiden is dat op een gegeven moment gereglementeerd. Opgehaalde kerstbomen leverden een lot op en een enorme brandstapel. Toen die brandstapel als milieubelastend werd betiteld, is het een kerstbomenversnipperaar geworden. En een lot. En een voorgoed verdwenen charme. Alleen de loterij bleef over. De zakelijkheid - het gaat om het winnen - wéér die verdoemde zakelijkheid.

Alhoewel ik me goed kan voorstellen dat er mensen zijn die vinden dat vuurwerk afsteken alleen mag gebeuren door deskundigen, ben ik er toch mordicus tegen. Juist omdat het de samenleving saai, doodsaai maakt. Het 'ik heb er last van' geeft geen ruimte voor 'ik gun iemand anders z'n lol, ook als dat niet mijn idee van lol is'. De norsen, de sombermensen en de bange mensen; je moet ze niet volledig negeren.

Maar om nu alles wat we doen te laten afhangen van hen. Soms moet je gewoon even niet zanikken.

maandag 25 november 2013

moeders en dochters

Ik schat dat ze een jaar of achttien is. En haar moeder vijftig. Zoiets. Ze stonden voor me in de rij om geld te storten.

Dochter gebleekt haar met zwarte strengen erdoorheen. Een grijswitte ruimvallende trainingsbroek van de soort Kijk Mijn Strakke Fitnessbillen Eens. Maar dan net niet. Grote gouden oorringen, een decolleterend tshirt en een bontkraagjack maakten de outfit af.

Ook ma was iets van 1.60 meter hoog en vergelijkbaar gekleed. Een strakke witte legging met goudstiksels aan de zijkant. Godzijgeprezen was die legging ondoorzichtig, maar haar blauwe Croqs maakten dat meer dan goed. Geblondeerd en gepiekt haar, een tenger figuur en een gewatteerde knielange jas maakten het beeld af.

Zelfde soort kleding, zelfde bouw, dat moest haast wel die mannenvreemde verhouding zijn van moeders en dochters als vriendinnen. Een raadselachtig fenomeen waarin wij mannen toch enige jaloezie menen te bespeuren omdat het vaker de moeder is die zich richt op de jeugdmode dan andersom.

Hoe je je kunt vergissen.

"Ken je niet telluh, jeuh. Stomkop. D'r staat dertig euro op de rekening. Hoeveel moet er dan nog bij?". Dat was dus de dochter tegen de moeder.

In de vijf minuten dat ze in de weer waren met het apparaat ging dat op die manier door. Over de biljetten die gekreukt het apparaat in ging en 'dus' werden geweigerd. "Godver.". Over de totale hoeveelheid geld die nodig was en er in werd gelegd en weer er uit werd gehaald. "Kíjk dan effe op je telefoon hoeveel er nu op staat. D'r moest geen honderdtien maar negentig bij". Meteen weer een graai in de machine om er een paar biljetten uit te pakken. "Godver, trut, nou weet ik het niet meer.".

Half omgedraaid tegen de machine aanleunend en op haar telefoon kijkend, wachtte dochterlief uiteindelijk op het recuutje. "Pak die pas er nou uit!"... Nu mocht ik.

Het heeft iets vreemds: jonge mensen die zo tekeergaan tegen ouderen. Uit de manier praten en reageren kon je opmaken dat het voor hen de gewone manier van converseren was. Maar toch.

De woorden zijn bijna verdwenen, want de snotaap is tegenwoordig de gewoonste zaak van de wereld. Dat is niet de deugniet, de dondersteen of de Pietje Bell. De snotaap is het brutaaltje dat respectloosheid tot standaardreactie heeft gemaakt. Snotapen willen nogal eens uitgroeien tot kleine gezins-terroristen; van die krengen die hun zin doordrijven bij ouders die daar geen echt antwoord op hebben.

Soms denk ik dat de generaties na de mijne steeds verder zijn weggedreven van het idee dat samenleven en opvoeden balanceer-acts zijn. Er ís geen absolute waarheid of oplossing. Het is de omgeving, de situatie, de context die bepaalt wat een betere keuze is dan een andere. Nóóit straffen, áltijd belonen, áltijd praten; het bestaat niet in die absolute vormen. De uitersten zijn zelfs slecht; zoals alles wat té is, slecht is.

Op weg naar huis werd ik bijna omver gefietst door twee jongetjes die door de winkelstraat fietsten. Zij zeiden niets. Ik ook niet. Eigenlijk fout. Maar ik fietste vroeger ook zo over de stoepen.

dinsdag 19 november 2013

de jeugd heeft de toekomst

Zoals jij denkt dat het hoort te zijn, is niet hetzelfde als zoals het ís. Een open deur, zul je zeggen. Toch is het wellicht het meest voorkomende misverstand.

Ooit werkte ik bij een club die alles wist van zorg en welzijn. De mensen die er werkten, waren allemaal deskundigen op hun terrein(tje). Voor het gros van hen betekende dat, dat je ook de klant van zorg en welzijn serieus neemt. Da's helemaal niet zo vanzelfsprekend als je denkt nu je het zo leest.

Dienstverleners zullen moeten snáppen wat hun klanten willen. Onderzoekers proberen dat te snappen en hun kennis over te dragen. Een echte deskundige snapt drijfveren en gedrag; ook als dat onwelgevallig is.

Jongeren zijn een bijzonder slag mensen, waarin je je danig kunt vergissen. Als je stopt met school of werk, krijg je niet direct een uitkering. Die 'wachtperiode' is bedoeld om de jongere 'te prikkelen' werk te gaan zoeken. Ik heb collega's gehad die geloofden dat het zo ook werkt.

Het hele systeem is gebaseerd op het idee dat jongeren een uitkering aanvragen om te kunnen leven. Dat doet een hele categorie niet. Het concept 'calculerende burger' heeft kinderen voortgebracht. Kinderen die op een heel andere manier in de wereld staan; voor wie die uitkering helemaal níet vanzelfsprekend is.

Aan gemeenten die zich inspannen om jongeren naar de arbeidsmarkt te leiden, wordt verdiend. Die adviesorganisaties en die gemeenten stellen zich zelden de vraag wat jongeren beweegt, terwijl dat nogal relevant is.

Het pad zoals de overheid dat voor zich ziet, ís helemaal niet vanzelfsprekend. Een gemeente die denkt alle niet-werkende jongeren goed in beeld te hebben, draait zichzelf een rad voor ogen. Een (groot?) deel van 'de jongeren' onttrekt zich heel bewust aan hun waarneming. Die leven van kleine baantjes, vrij sober - met uitzondering van de feesten - en vooral van dag tot dag. Deels is dat de levensfase, maar deels ook iets nieuws: een bewust vermíjden van een overheid, "een bemoeizuchtige gemeente" die "niets met mijn leven heeft te maken".

Wat je als gemeente dus vangt, zijn degenen die in het patroon (willen) passen of daar heel tegenaan schurken. Over ontwijkers hoor je zelden iemand.

Precies datzelfde hoor ik ook over zorggebruik. Dat is een zorgwekkend(er) verhaal.

Waargebeurd: een middentwintiger die een hoofdwond oploopt en daarmee lópend naar de eerste hulp gaat omdat 'de ambulance anders door mij betaald moet worden'. Die overigens chagrijnig wordt als hij vrienden hoort vertellen dat de vier hechtingen bij de huisartsenpost gratis waren en hij bij de búren, ziekenhuis-eerstehulp, €230 moest betalen. Het is geen grap als die jongens zeggen de volgende keer zelf wel iets te bedenken.

Dát is zorgwekkend. Niet dat mensen zorg mijden. Iedereen die daarvoor de ogen nog sluit, leeft in een fantasiewereld. Zorgwekkend is dat deze jongeren iets verwoorden dat óók mogelijk is geworden: zelfzorg.

Om kosten te besparen zelf medicijnen inzetten. Om kosten te besparen zélf kleine ingrepen doen (dat 'ik hecht zelf wel' is echt niet zo imaginair als jij nu denkt). Om kosten te besparen, wordt de medicus verwijderd. DoeHetZelf-zorg.

De jeugd heeft de toekomst. Maar past die in de plannen?