Het verbaast me nog steeds dat er geen grote groepen ambtenaren, met knuppels en stokkend zwaaiend, optrekken naar de stadscentra. De reden: belediging.
Het is één van de ergerlijkste uitdrukkingen, vooral bij vacatures: 'wij zoeken medewerkers die geen 9tot5 mentaliteit hebben'. De werkgever die die zin bezigt, moet zich goed (gaan) realiseren wat-i zegt.
Hard aantonen dat het over ambtenaren gaat, zal me niet lukken. Maar er is genoeg ondersteunend materiaal. De tijd dat de uitdrukking opkwam, is het heel gewoon - en leuk, zeg - om grappen te maken over ambtenaren. Die gaan dan vooral over het nietsnuttig karakter van hun werk. Dat dat opgaat voor heel grote groepen medewerkers bij heel grote bedrijven wordt over het hoofd gezien.
Het beledigende zit 'm er in dat wordt gedaan alsof van 09.00 tot 17.00 werken inferieur is. Maar waaraan? En waarom zou het niet juist zijn?
Het is ook een gevolg van de doorbreking van allerlei conventies. Vakantiespreiding. Ontzuiling. En ook de gezamenlijke werktijd - ergens tussen 08.30 en 17.30 uur - zorgden voor uniformiteit. Nederland eet om 18.00 uur; het kantoorlijke deel dan. Want Nederland heeft een dan snelgroeiende formatie 'kenniswerkers', 'witte boorden' of 'kantoorklerken'.
Die mensen werkten netjes acht uur per dag (en waren dus 8,5 uur 'op kantoor'). Niets mis mee, want daarvoor werden ze betaald.
In de protestperiode zet je je uiteraard af tegen 'die burgermannetjes' als je enigszins vernieuwend meende te zijn. Man, man, de creatieve mensen van reclamebureaus; die moesten 'hun flow volgen' en die beperkte zich niet tot kantoortijden. Wetenschappers waren er ook erg goed in, zij het dat die vaak bijzonder laat in de ochtend aan de eerste koffie begonnen. Prima, die flexibiliteit.
Sinds decennia is die flexibiliteit ook ontdekt door werkgevers met mindere bedoelingen. De sociale druk om vooral geen 9tot5-mentaliteit er op na te houden, is sindsdoen enorm. Niemand wil burgerlijk of conservatief zijn. Iedereen doet aan witte voetjes.
En iedereen belazert zichzelf, als-t-i zich zo gedraagt.
Want niemand zal je complimenteren met je inzet. Niemand zal je herinneren als 'die ene die geen 9tot5 mentaliteit had'. Je wordt betaald voor je werk en in een dienstverband staan daarvoor uren per dag. Daarbuiten ligt je eigen leven, waarover je werkgever geen enkele zeggenschap heeft (alhoewel dat waanzinnig snel aan het veranderen is).
Voor flexibiliteit valt uiteraard iets te zeggen. De beste oplossing is als beide partijen een norm hanteren van 'gemiddeld 8 uur per dag', met bijvoorbeeld een bandbreedte van 7 tot 9 uur. Of zoiets. Maar met als uitgangspunt erkenning van wederzijdse belangen en 'dus' een in de gaten houden van een gezond gemiddelde.
Kijk, en daar wringt de schoen ook.
Pas geleden zag ik een personeelsadvertentie voor een, laak ik zeggen, pakjesbezorger. In de vacaturetekst stond, ongelogen, de verwachting dat dat iemand was zonder de infame 9tot5 mentaliteit. In een zwaar onderbetaald beroep, waar stuksbeloning nog een mooi woord is voor de salariëring, wordt dus verwacht dat je maar blijft doorgaan.
Waar de ambtenaren eigenlijk pisnijdig zouden moeten zijn over de - allang verouderde - basis voor de 'uitdrukking', zo zouden werknemers die ermee geconfronteerd worden alsof het een functie-eis is, ook heel pissig moeten zijn.
Jij kent de voorbeelden ook. Van werkgevers die vinden dat je wel langer moet werken, maar nooit korter. Die snappen he-le-maal niets van mensen en van commitment. Wederkerigheid als basis is een stuk verstandiger.
Overigens kun je dat ook de andere kant op verkeerd doen. Ik hoorde er dit weekeinde weer een. Van een werkgever die eiste dat zijn werknemers tijdens de uren dat ze werden betaald op hun werk bleven. Vrij logisch, maar wat-i blijkbaar niet zag, was dat zij loeihard hadden gewerkt als ze eerder weg mochten. Kijk, als je dat níet waardeert, kun je uittekenen wat er gebeurt: het tempo is weg. Want, tja, snel of langzaam werken heeft voor jou toch geen enkel gevolg. Als je er maar bent. Van 9 tot 5.
Posts tonen met het label flexibel. Alle posts tonen
Posts tonen met het label flexibel. Alle posts tonen
woensdag 6 augustus 2014
maandag 25 november 2013
moeders en dochters
Ik schat dat ze een jaar of achttien is. En haar moeder vijftig. Zoiets. Ze stonden voor me in de rij om geld te storten.
Dochter gebleekt haar met zwarte strengen erdoorheen. Een grijswitte ruimvallende trainingsbroek van de soort Kijk Mijn Strakke Fitnessbillen Eens. Maar dan net niet. Grote gouden oorringen, een decolleterend tshirt en een bontkraagjack maakten de outfit af.
Ook ma was iets van 1.60 meter hoog en vergelijkbaar gekleed. Een strakke witte legging met goudstiksels aan de zijkant. Godzijgeprezen was die legging ondoorzichtig, maar haar blauwe Croqs maakten dat meer dan goed. Geblondeerd en gepiekt haar, een tenger figuur en een gewatteerde knielange jas maakten het beeld af.
Zelfde soort kleding, zelfde bouw, dat moest haast wel die mannenvreemde verhouding zijn van moeders en dochters als vriendinnen. Een raadselachtig fenomeen waarin wij mannen toch enige jaloezie menen te bespeuren omdat het vaker de moeder is die zich richt op de jeugdmode dan andersom.
Hoe je je kunt vergissen.
"Ken je niet telluh, jeuh. Stomkop. D'r staat dertig euro op de rekening. Hoeveel moet er dan nog bij?". Dat was dus de dochter tegen de moeder.
In de vijf minuten dat ze in de weer waren met het apparaat ging dat op die manier door. Over de biljetten die gekreukt het apparaat in ging en 'dus' werden geweigerd. "Godver.". Over de totale hoeveelheid geld die nodig was en er in werd gelegd en weer er uit werd gehaald. "Kíjk dan effe op je telefoon hoeveel er nu op staat. D'r moest geen honderdtien maar negentig bij". Meteen weer een graai in de machine om er een paar biljetten uit te pakken. "Godver, trut, nou weet ik het niet meer.".
Half omgedraaid tegen de machine aanleunend en op haar telefoon kijkend, wachtte dochterlief uiteindelijk op het recuutje. "Pak die pas er nou uit!"... Nu mocht ik.
Het heeft iets vreemds: jonge mensen die zo tekeergaan tegen ouderen. Uit de manier praten en reageren kon je opmaken dat het voor hen de gewone manier van converseren was. Maar toch.
De woorden zijn bijna verdwenen, want de snotaap is tegenwoordig de gewoonste zaak van de wereld. Dat is niet de deugniet, de dondersteen of de Pietje Bell. De snotaap is het brutaaltje dat respectloosheid tot standaardreactie heeft gemaakt. Snotapen willen nogal eens uitgroeien tot kleine gezins-terroristen; van die krengen die hun zin doordrijven bij ouders die daar geen echt antwoord op hebben.
Soms denk ik dat de generaties na de mijne steeds verder zijn weggedreven van het idee dat samenleven en opvoeden balanceer-acts zijn. Er ís geen absolute waarheid of oplossing. Het is de omgeving, de situatie, de context die bepaalt wat een betere keuze is dan een andere. Nóóit straffen, áltijd belonen, áltijd praten; het bestaat niet in die absolute vormen. De uitersten zijn zelfs slecht; zoals alles wat té is, slecht is.
Op weg naar huis werd ik bijna omver gefietst door twee jongetjes die door de winkelstraat fietsten. Zij zeiden niets. Ik ook niet. Eigenlijk fout. Maar ik fietste vroeger ook zo over de stoepen.
Dochter gebleekt haar met zwarte strengen erdoorheen. Een grijswitte ruimvallende trainingsbroek van de soort Kijk Mijn Strakke Fitnessbillen Eens. Maar dan net niet. Grote gouden oorringen, een decolleterend tshirt en een bontkraagjack maakten de outfit af.
Ook ma was iets van 1.60 meter hoog en vergelijkbaar gekleed. Een strakke witte legging met goudstiksels aan de zijkant. Godzijgeprezen was die legging ondoorzichtig, maar haar blauwe Croqs maakten dat meer dan goed. Geblondeerd en gepiekt haar, een tenger figuur en een gewatteerde knielange jas maakten het beeld af.
Zelfde soort kleding, zelfde bouw, dat moest haast wel die mannenvreemde verhouding zijn van moeders en dochters als vriendinnen. Een raadselachtig fenomeen waarin wij mannen toch enige jaloezie menen te bespeuren omdat het vaker de moeder is die zich richt op de jeugdmode dan andersom.
Hoe je je kunt vergissen.
"Ken je niet telluh, jeuh. Stomkop. D'r staat dertig euro op de rekening. Hoeveel moet er dan nog bij?". Dat was dus de dochter tegen de moeder.
In de vijf minuten dat ze in de weer waren met het apparaat ging dat op die manier door. Over de biljetten die gekreukt het apparaat in ging en 'dus' werden geweigerd. "Godver.". Over de totale hoeveelheid geld die nodig was en er in werd gelegd en weer er uit werd gehaald. "Kíjk dan effe op je telefoon hoeveel er nu op staat. D'r moest geen honderdtien maar negentig bij". Meteen weer een graai in de machine om er een paar biljetten uit te pakken. "Godver, trut, nou weet ik het niet meer.".
Half omgedraaid tegen de machine aanleunend en op haar telefoon kijkend, wachtte dochterlief uiteindelijk op het recuutje. "Pak die pas er nou uit!"... Nu mocht ik.
Het heeft iets vreemds: jonge mensen die zo tekeergaan tegen ouderen. Uit de manier praten en reageren kon je opmaken dat het voor hen de gewone manier van converseren was. Maar toch.
De woorden zijn bijna verdwenen, want de snotaap is tegenwoordig de gewoonste zaak van de wereld. Dat is niet de deugniet, de dondersteen of de Pietje Bell. De snotaap is het brutaaltje dat respectloosheid tot standaardreactie heeft gemaakt. Snotapen willen nogal eens uitgroeien tot kleine gezins-terroristen; van die krengen die hun zin doordrijven bij ouders die daar geen echt antwoord op hebben.
Soms denk ik dat de generaties na de mijne steeds verder zijn weggedreven van het idee dat samenleven en opvoeden balanceer-acts zijn. Er ís geen absolute waarheid of oplossing. Het is de omgeving, de situatie, de context die bepaalt wat een betere keuze is dan een andere. Nóóit straffen, áltijd belonen, áltijd praten; het bestaat niet in die absolute vormen. De uitersten zijn zelfs slecht; zoals alles wat té is, slecht is.
Op weg naar huis werd ik bijna omver gefietst door twee jongetjes die door de winkelstraat fietsten. Zij zeiden niets. Ik ook niet. Eigenlijk fout. Maar ik fietste vroeger ook zo over de stoepen.
Labels:
bejegening,
cultuur,
flexibel,
jeugd,
kwaadaardig,
mentaliteit,
mores,
opvoeden,
opzet,
publiek
vrijdag 22 juni 2012
Pleidooi voor voorspelbaarheid
Het viel me gisteren pas op: de postbode – of is het al een slechter betaalde postbezorger? – mikte de post pas om 17.45 uur door de bus. En een paar dagen geleden was dat zelfs pas om een uur of zeven ‘s avonds. Nu kómt er niet zoveel post meer, dus zo belangrijk is het allemaal niet meer. Maar toch.
We zijn nogal geïndoctrineerd met de gedachte dat flexibiliteit een groot goed is. De ideale werknemer is dewelke – prácht woord – zonder veel moeite inzetbaar is. Software moet ‘adaptief’ zijn: een volslagen kul-term voor ‘makkelijk aanpasbaar’.
Dat er grenzen zijn aan flexibiliteit weten we al lang. Rond de eeuwwisseling van de vorige eeuw is een multi-apparaat ontwikkeld dat als kern een motor had, waaraan diverse hulpstukken konden worden gekoppeld. Van een stofzuiger tot een verfspuit en een keukenmixer. De belangrijkste les die je kunt trekken, is dat consumenten niet zitten te wachten op het mixen van voedsel met een apparaat dat ook verf kan spuiten. Aan multifuctionaliteit zít een grens. Aan flexibiliteit zit een grens.
Het summum van flexibiliteit is feitelijk vormloosheid. Iets vormloos kan immers naar believen worden gekneed, geboetseerd, gevormd. Daaraan zijn limieten, meestal gesteld door het gebruikte materiaal. Op een gegeven moment is ‘de rek’ er uit en valt er niets meer te kneden. Op een gegeven moment is de werknemer kapot en valt er niet meer te werken. Op een gegeven moment …
Mensen zijn, denk ik, niet zo idioot flexibel als (sommige werkgevers) weleens denken. Niet alleen zijn er de materiaalkenmerken die bij mensen karaktertrekjes en vaardigheden heten – de een is sneller in paniek dan de ander en de een is stukken handiger dan de ander – maar veel belangrijker zijn de omgevingsfactoren.
Waar machines dom zijn en niet op veranderingen in hun omgeving reageren als ze dat niet is ‘verteld’, reageren mensen daar wel degelijk op. Een stofzuiger begint welgemoed aan een zuigklus zonder enig idee te hebben van de hoeveelheid vuil die moet worden verwerkt. Een mens begint aan een klus met een idee van de aard en omvang. Dat lijkt een kinderachtig vergelijk.
Maar maak nu alles eens flexibel. Dan vallen je piketpaaltjes, je oriëntatiepunten weg. Die postbode die plots ‘s avonds komt: wat als hij belangrijke officiële post moet bezorgen? Wat als die post op een bepaalde dag binnen móet zijn? Kun je dan vanaf nu dus in spanning blijven zitten tot middernacht, want ‘misschien komt de post vanaf nu ‘s avonds’?
Of wat te denken van ‘flexibele salarisbetalingen’? Is het handig als je niet kunt rekenen op bepaalde betaaldagen? Hoe gaat dat dan met andere, wel vast terugkerende betalingen? Niet voor niets worden salarissen over het algemeen op vaste momenten betaald. En niet voor niets is er geregeld ophef over de uitbetaling van uitkeringen. De WW, bijvoorbeeld, kent geen vast terugkerende betaaldag in de maand: die wordt per periode van vier weken uitbetaald, waardoor uitbetalingsdagen schuiven.
Wat doe je met ‘flexibele collega’s'? Wie is dan degene die je nodig hebt? Wat is je eigen positie eigenlijk? Waaraan ontleen jij je houvast in het netwerk? Oók in de nieuwe netwerk-samenleving wn -economie zullen die bakens nodig zijn.
Of wat te denken van ‘flexibele salarisbetalingen’? Is het handig als je niet kunt rekenen op bepaalde betaaldagen? Hoe gaat dat dan met andere, wel vast terugkerende betalingen? Niet voor niets worden salarissen over het algemeen op vaste momenten betaald. En niet voor niets is er geregeld ophef over de uitbetaling van uitkeringen. De WW, bijvoorbeeld, kent geen vast terugkerende betaaldag in de maand: die wordt per periode van vier weken uitbetaald, waardoor uitbetalingsdagen schuiven.
Wat doe je met ‘flexibele collega’s'? Wie is dan degene die je nodig hebt? Wat is je eigen positie eigenlijk? Waaraan ontleen jij je houvast in het netwerk? Oók in de nieuwe netwerk-samenleving wn -economie zullen die bakens nodig zijn.
Flexibiliteit is inderdaad erg prettig, mits met mate en met menselijke maat. Dat betekent toch echt dat we áltijd een zekere mate van houvast, van inflexibiliteit nodig zullen hebben. Anders verloochen je niet alleen jezelf en je eigen kracht, maar reduceer je jezelf ook tot een klassiek-kapitalistisch arbeidsmiddel. Een apparaat zonder wil.
Labels:
ankerpunten,
flexibel,
multi-inzetbaar,
onzekerheid,
Productiefactor
Locatie:
2321 Leiden, Nederland
Abonneren op:
Posts (Atom)