Posts tonen met het label onzekerheid. Alle posts tonen
Posts tonen met het label onzekerheid. Alle posts tonen

maandag 19 november 2012

Het eind van het bedenkerstijdperk


Ergens in ons verleden stierven de sauriërs uit. Zo te lezen, is het ons nog niet helemaal helder waardoor. De beruchte meteoriet die insloeg op aarde op de plek die wij nu Rusland noemen, heeft er mee te maken. Maar of het dé verklaring is? Het blijft ietwat gissen.

Dat is eigenlijk een standaardprobleem van reconstructies. Als je ergens niet werkelijk bij was - en zelfs dán - wordt het verrassend moeilijk te reconstrueren op basis van de gegevens die je wél hebt. Zelfs als je er van mag uitgaan dat die kloppen, dan is het vaak nog maar de vraag hoe zij in het plaatje passen, hoe zij zijn gebruikt. Het aantal vrijheidsgraden is vaak vrij groot. In zo'n situatie redeneren wij dan, bijna automatisch, naar iets wat we kennen. Opties die we niet kennen, zijn ongeloofwaardig.

Een voorbeeld daarvan zijn de enorme beelden op Paaseiland. We weten waar ze zijn gemaakt, althans waar de steen vandaan komt waaruit ze bestaan. Maar het is een raadsel, vooralsnog, hoe die enorm zware beelden op hun plek kwamen. En met welk doel ze daarnaartoe werden gebracht.

Zo'n open einde is ideaal voor de fantasie. Die is ook echt nodig om meer opties na te creëren. Jammer genoeg worden die exercities vaak afgedaan als science fiction, of rondweg 'onzin'. In de jaren zeventig is <em>Waren de Goden kosmonauten?</em>een enorme hit. In diezelfde periode worden ook boeken gepubliceerd over de geheime betekenissen die in de Egyptische piramides verborgen zou zijn. Prachtig leesboek. Jammer genoeg niet bestand tegen falsificatie, zo ongeveer de wetenschappelijke term voor het lekschieten van een veronderstelling.

Maar middenin turbulentie is het óók moeilijk te bepalen wat er gebeurt en welke kant je opgaat. Iedereen die weleens een film heeft gezien van een schip in een vliegende storm, weet dat: geen oriëntatiepunt als gevolg van die huizenhoge bergen en dalen aan golven. En toch beweegt het schip.

Zoiets lijkt ons nu te gebeuren met de samenleving. Of we nu in een storm zitten, of in een windstilte; het is wel duidelijk dat we moeite hebben de koers te bepalen.

Ze worden nog teveel genegeerd, <em>startups</em>, maar het zou mij niet verbazen als daar de sleutel naar de oplossing ligt. Dan moet je niet al te nonchalant reageren. Alhoewel een mogelijk verklaring dáárvoor ook angst kan zijn; angst van de gevestigde grote bedrijven en instituten om hun positie kwijt te raken.

Want tot op heden was het bedenken van oplossingen, en problemen, een bedrijfstak. Waar we het vaak hebben over de <em>internetbubble</em>, de holle wereld van virtuele bedrijfswaarde, is het wellicht inmiddels ook zover dat de wereld van advies- en beleidsbureaus aan het eind van z'n levenscyclus is.

Jarenlang is het een financieel aantrekkelijke bedrijfstak geweest: die van de adviesbureaus die problemen konden oplossen. Problemen die eerst werden beschreven, waarna de oplossing werd beschreven. En om het geheel een zweem van onafhankelijke waarheid te geven, was er altijd wel onderzoeksmateriaal te vinden dat die oplossing steunt, vaak onderzoek naar nét iets anders. Maar goed.
Die tijd lijkt voorbij. Het lukt de onderzoeks-, advies- en beleidsmensen niet met oplossingen te komen, met een koers. Daarentegen zijn de <em>startups</em> in één opzicht wél succesvol: zij proberen iets, niet allemaal even succesvol - sterker: ze falen heel vaak - maar wel dóent in plaats van bedenkend. In kleine, snel wisselende coalities en met andere waarden dan de conservatieven. <em>Science fiction</em>?!

Het zou best kunnen zijn dat wij getuige zijn van het Einde van het Bedenkerstijdperk en het Aanbreken van het Doenerstijdperk. Of dat geweldloos zal gaan, is nog maar de vraag. Zoiets als de Franse machthebbers hadden ook te laat door dat de balans aan het verschuiven was en zaten toen plots middenin een koppenhakkende Franse Revolutie. Zo plastisch zal het niet meer toegaan.... maar pijn lijden is iets wat de klassieke, de huidige machthebbers weleens zou kunnen gaan overkomen. Evolutie is geen vloeiend proces. Het gaat schoksgewijs en is vaak ingezet door 'externe' factoren.

Het zou dus best wel eens zo kunnen zijn dat wij getuige zijn van het Einde van het Bedenkerstijdperk en het Aanbreken van het Doenerstijdperk.

vrijdag 22 juni 2012

Pleidooi voor voorspelbaarheid

Het viel me gisteren pas op: de postbode – of is het al een slechter betaalde postbezorger? – mikte de post pas om 17.45 uur door de bus. En een paar dagen geleden was dat zelfs pas om een uur of zeven ‘s avonds. Nu kómt er niet zoveel post meer, dus zo belangrijk is het allemaal niet meer. Maar toch.


We zijn nogal geïndoctrineerd met de gedachte dat flexibiliteit een groot goed is. De ideale werknemer is dewelke – prácht woord – zonder veel moeite inzetbaar is. Software moet ‘adaptief’ zijn: een volslagen kul-term voor ‘makkelijk aanpasbaar’.
Dat er grenzen zijn aan flexibiliteit weten we al lang. Rond de eeuwwisseling van de vorige eeuw is een multi-apparaat ontwikkeld dat als kern een motor had, waaraan diverse hulpstukken konden worden gekoppeld. Van een stofzuiger tot een verfspuit en een keukenmixer. De belangrijkste les die je kunt trekken, is dat consumenten niet zitten te wachten op het mixen van voedsel met een apparaat dat ook verf kan spuiten. Aan multifuctionaliteit zít een grens. Aan flexibiliteit zit een grens.
Het summum van flexibiliteit is feitelijk vormloosheid. Iets vormloos kan immers naar believen worden gekneed, geboetseerd, gevormd. Daaraan zijn limieten, meestal gesteld door het gebruikte materiaal. Op een gegeven moment is ‘de rek’ er uit en valt er niets meer te kneden. Op een gegeven moment is de werknemer kapot en valt er niet meer te werken. Op een gegeven moment …
Mensen zijn, denk ik, niet zo idioot flexibel als (sommige werkgevers) weleens denken. Niet alleen zijn er de materiaalkenmerken die bij mensen karaktertrekjes en vaardigheden heten – de een is sneller in paniek dan de ander en de een is stukken handiger dan de ander – maar veel belangrijker zijn de omgevingsfactoren.
Waar machines dom zijn en niet op veranderingen in hun omgeving reageren als ze dat niet is ‘verteld’, reageren mensen daar wel degelijk op. Een stofzuiger begint welgemoed aan een zuigklus zonder enig idee te hebben van de hoeveelheid vuil die moet worden verwerkt. Een mens begint aan een klus met een idee van de aard en omvang. Dat lijkt een kinderachtig vergelijk.
Maar maak nu alles eens flexibel. Dan vallen je piketpaaltjes, je oriëntatiepunten weg. Die postbode die plots ‘s avonds komt: wat als hij belangrijke officiële post moet bezorgen? Wat als die post op een bepaalde dag binnen móet zijn? Kun je dan vanaf nu dus in spanning blijven zitten tot middernacht, want ‘misschien komt de post vanaf nu ‘s avonds’?
Of wat te denken van ‘flexibele salarisbetalingen’? Is het handig als je niet kunt rekenen op bepaalde betaaldagen? Hoe gaat dat dan met andere, wel vast terugkerende betalingen? Niet voor niets worden salarissen over het algemeen op vaste momenten betaald. En niet voor niets is er geregeld ophef over de uitbetaling van uitkeringen. De WW, bijvoorbeeld, kent geen vast terugkerende betaaldag in de maand: die wordt per periode van vier weken uitbetaald, waardoor uitbetalingsdagen schuiven.
Wat doe je met ‘flexibele collega’s'? Wie is dan degene die je nodig hebt? Wat is je eigen positie eigenlijk? Waaraan ontleen jij je houvast in het netwerk? Oók in de nieuwe netwerk-samenleving wn -economie zullen die bakens nodig zijn.
Flexibiliteit is inderdaad erg prettig, mits met mate en met menselijke maat. Dat betekent toch echt dat we áltijd een zekere mate van houvast, van inflexibiliteit nodig zullen hebben. Anders verloochen je niet alleen jezelf en je eigen kracht, maar reduceer je jezelf ook tot een klassiek-kapitalistisch arbeidsmiddel. Een apparaat zonder wil.