Posts tonen met het label Revolutie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Revolutie. Alle posts tonen

maandag 20 oktober 2014

Zullen we ophouden over 'de digitale kloof'?

Een digitale kloof? Die bestaat niet.

Een wereld die we niet kunnen zíen, verbeelden we. Hemel en hel zijn populair, ook voor degenen die niet eens in het bestáán ervan geloven. Kwaad en goed spelen overal en altijd wel een rol in de media. In het laatste decennium van de vorige eeuw dook er een nieuw onzichtbaar fenomeen op: het internet. De metaforen uit die tijd weerspiegelen het denken: The Electronic Highway, De Digitale Stad. Vijfentwintig jaar later is het internet gewoon het internet. Het internet, als wereldwijd web, is een vanzelfsprekendheid geworden zoals nutsvoorzieningen en water en lucht dat zijn.

In het denken over het internet hebben toegankelijkheid en gebruik een belangrijke rol gespeeld, spélen die rol rol nog steeds. Wellicht het bekendst is het dramatisch sterke beeld van de digitale kloof, de waterscheiding tussen have's en have not's. Maar waarvan eigenlijk?

Om maar met de deur verder in huis te vallen. Er bestaat geen digitale kloof. Er bestaan talloze digitale kloven en kloofjes. Ondermeer Jen Schradie schreef daarover:

Scholars began to move away from even calling it a divide, per se. In academic parlance, we like to talk about digital inequality, rather than a divide, because of a range of multiple divides. The Pew Internet Project uses the term digital differences or disparity. It’s more than access. It’s also about variation of skill or confidence in using digital technologies. It’s also about whether or not you have one desktop computer shared among multiple households or if everyone in your household has multiple digital devices. How many do you have? Smart phone? Laptop? Desktop? Tablet? More? In my research, I found that what is more important than broadband access is the number of gadgets one has.

It’s also not a simple divide between those with consistent, high speed Internet connectivity and those without regular access to wired devices. These are questions of the consumption of digital content. Inequality is also prevalent based on producing online content. Production is about the creation of blogs, YouTube videos, and Tweets, for instance. While some see the blurring between production and consumption, this division is not so blurry for the poor and working class, who are much less likely to ever have “participated” in social media.


Eszter Hargittai noemt dat The Digital Reproduction of Inequality. Het wordt gezien als een proces waarin meerdere factoren een rol spelen (vandaar het meervoud 'kloven'). Inmiddels lijkt de oriëntatie te zijn verschoven van 'toegankelijkheid' en 'vaardigheid' naar 'producent/consument'. De vraag: hóe gebruik je het internet, je digitale vaardigheden?

Wat frappeert, is dat in veruit de meeste gevallen de kloof die wordt gevonden, wordt geduid vanuit de bestaande verhoudingen en waardes. Alsof er niet een geheel nieuw en onbekend speelveld is ontstaan, waar mogelijk oude normen en waarden geen of een andere rol spelen.

Het nadeel van het beeld van een kloof is dat je je kunt voorstellen dat die dieper of breder wordt, en verder niets. Dus als de ene kant steeds meer gaat profiteren van digitale kansen 'moet' de kloof verbreden. Waarom? Waarom zou er niet een precies hetzelfde proces gaande zijn aan de andere kant waardoor de kloofranden in een zelfde tempo verschuiven. De kloof groeit dan niet.

Wat dan wel moet gebeuren, is het bepalen van wat het voordeel is dat beide kanten behalen. En dan wordt het pas echt interessant. Want die voordelen hoeven helemaal niet dezelfde te zijn. Dat zou veronderstellen dat er universele waarden zijn. Maar mogelijk hebben beide heel duidelijk onderscheiden ideeën. Van gaming werd lang gedacht dat dat alleen slecht zou zijn, totdat werd gevonden dat het bepaalde digitale(!) vaardigheden stimuleerde.

Het is precies dát element wat wordt gemist, ook in onderzoek als van Van Dijk en Van Deursen, en van het CBS: wat is de waarde van het internet voor 'de andere kant van de kloof'? Wat doen zij, met welke vaardigheden, en hoe passen die mogelijk (beter) in een digitale toekomst? En: waarom zouden 'illegale' activiteiten niet de basis vormen voor een nieuwe economie? Kortom, verander eens van perspectief.

Overigens is de digitale samenleving een uiterst kwetsbare doordat de infrastructuur kwetsbaar is voor externe gebeurtenissen als zonnestormen en electriciteitstekorten/-uitval; het is maar de vraag welke groepen op die situatie beter zijn voorbereid, het minst afhankelijk zijn.

dinsdag 27 mei 2014

Waarin noch mensch noch machine heerscht

Het zijn gevaarlijke tijden. Letterlijk.

De idee heeft postgevat dat de turbulente periode waarin we ons bevinden, de overgang markeert van de ene maatschappelijke fase naar een andere. We hebben immers al 'revoluties' meegemaakt: de stoommachine, het wiel, de informatie, de elektriciteit, allemaal zijn het beelden, iconen geworden om de nieuwe grondslag te benoemen. En nu borrelt en bruist het weer. Dus is er vast weer een overstap gaande en is het de vraag waar we zullen uitkomen.

Vraag één is waarom we ergens zóuden moeten uitkomen? Alle revoluties in het verleden verliepen stukken trager. Niet voor niets waarschuwen sociologen al decennia voor het vertekenend effect van de beeldspraak revolutie. Die impliceert een snelle omwenteling. Maar snel ging het niet. Wel ingrijpend.

Dat we op weg zijn naar een nieuwe fase kun je evengoed betwijfelen.

Sinds de laatste grote stap - de komst van het Internet - is er naast de verbondenheid nog iets verandert: de snelheid. Veranderingen, gepland en ongepland, gaan sneller dan ooit en met grotere invloed dan ooit. Het zou best kunnen dat die toenemende snelheid de essentie van de omwenteling is. Da's geen originele observatie. Dat we inmiddels zo snel gaan dat we de controle kwijt raken, is echter wel een verontrustende. Zoals een helling af rennen onvermijdelijk leidt tot je benen voorbij rennen, zo kan ook een samenleving onder druk volledig defragmenteren.

Ik moest er aan denken toen ik vandaag voor de zoveelste keer in het Leidse verkeer moest zijn. Wat een drama: wij, als verkeersdeelnemers. Met name de automobilist is een vreemd wezen. In andere blogposts hier is het terug te vinden: vooral mannen, als zij achter het stuur kruipen transformeren ze. In machtswellustigen. In karakters die zelf onfeilbaar zijn. In rare kwiebussen.

We zijn de controle kwijt, doordat we allemaal denken de controle te hebben (behouden).

Wat dat betreft, lijkt het verkeer wel op wat de samenleving doormaakt. De overeenstemming vermindert. Ook hier is technologie de as waarom dat draait.

Technologie zou het verkeer veiliger moeten maken. Dat lukt alleen als de mens voor honderd procent wordt uitgeschakeld. Nu is er een situatie waarin twee kapiteins een schip besturen. Een situatie waarin noch mens noch machine de baas is.

Zeker autorijden is steeds eenvoudiger geworden. Voor alles bestaat wel een technologische oplossing, van achteruit parkeren tot en met alcoholdetectie en anticiperen. Als bestuurder ben je geneigd te denken dat je het apparaat, en zijn omgeving, beheerst.

Veel verder van de werkelijkheid kun je niet af zitten. De hele dag vinden bijna-ongelukken plaats, véél. Doordat bestuurders zich niet aan regels houden, maar die bedoel ik niet. Wel degene die voertuigbeheersing vereisen: manoeuvreren en parkeren met name. Man, man, hoeveel chauffeurs dat niet meer kunnen en blijkbaar (onbewust) teveel vertrouwen op de auto. Maar de auto doet niet álles. Dan parkeren we dus maar dubbel of op een onmogelijke plaats.

In de statistieken vind je dat maar fractioneel terug. Terwijl de stap naar ongeluk vaak tien centimeter is, of een fractie van een seconde.

Het is, vind ik, een voorbeeld van de invloed van technologie-in-ontwikkeling. Niet dat het verleden per sé beter is. Maar zonder volledige realisatie van 'de toekomst' ontstaat een halfproduct dat vleesch noch visch is. Dat feitelijk vol gevaren zit, doordat sommigen zich teveel richten op wat nog moet komen en anderen niet.

Gevaar moet je leren herkennen; aan de hand van heel basale ervaringen. Fietsen in de regen, zónder paraplu voor je hoofd. Een voertuig parkeren, met slechts twee buitenspiegels. Sjórren aan een stuur, zonder stuurbekrachtiging. Navigeren, zónder navigatie-ondersteuning. Geen piepjes, niets.

Natuurlijk gaat het om de instelling. De toekomst mag mooi lijken; hij ís er nog niet. Er zijn nog kinderziektes te overwinnen. Ook maatschappelijk.

vrijdag 20 december 2013

Werkloosheid dáált?!

Weet je hoeveel definities van 'inkomen' we hebben? Niet één. Vele. Het is alweer jaren terug dat we met een onderzoeksgroep op dergelijke vervelende problemen stuitten. Vervelend, omdat ze vergelijking van cijfers lastig tot onmogelijk maakten en maken. 'Armoede' ook zo'n mooie; ook daarvan bestaan er verschillende. De grootste ellende en diepste triestigheid is dat alle definities alleen maar bestaan in het belang van de maker, niet van het subject, het onderwerp.

Mocht je me niet geloven. Zoek maar eens op "definities van inkomen". Je krijgt een waslijst te zien, met ondermeer een rapport van m'n ex-werkgever SCP over het begrip en een, veel beter leesbaar en recenter, van Regioplan. Dat laatste is tussen twee haakjes ook informatief over het begrip ZZP. Inderdaad; hebben we ook meerdere betekenissen voor.

Dan lees je van de week "werkloosheid daalt opnieuw".

Het is al lang een kafkaïaans gooi - en smijtwerk met cijfers geworden dat onderzoekers en (hun opdrachtgevende) beleidsambtenaren beoefenen. Het werkelijk diep- en dieptrieste is dat niemand door de bomen het bos meer ziet en snapt wat er gebeurt. Iedere band met de realiteit is, in beleid, verloren, doordat een 'realiteit' wordt gezocht die spoort met de beleidsvisie. Denk niet dat dat overdreven is. Vraag je af en toe maar eens af wát waarom werd gemeten en hoe het mogelijk is dat daarover controverse bestaat. Als het geen aperte meetfout was, is de waarschijnlijkste verklaring 'meerdere definities of interpretaties'.

De werkloosheid dáált helemaal niet.

Het is een zuiver administratief fenomeen. In de registratie van het CBS daalt het cijfer. In de werkelijkheid van alledag neemt de ellende gewoon toe, hoor. Het inactief zijn, werkéloos, zonder baan, zonder baas, somber en sober thuis; het is geen steek verbeterd.
Het CBS geeft terecht aan: "(...) het aantal werklozen (daalt) vooral omdat meer mensen zich terugtrekken van de arbeidsmarkt."

De werkelijke werkloosheid is iets heel anders dan de geregistreerde. Niet voor niets rapporteert het UWV diezelfde dag een tóename van de WW-uitkeringen. Dat zijn helemaal geen tegensprekende cijfers. Het zijn bestandscijfers. Wie daarin niet is opgenomen, wordt niet meegeteld.

Het CBS legt, zoals vaak, de vinger op de juiste plek: de terugtrekking van de arbeidsmarkt. Tijdens de vorige crisis gebeurde dat ook. Ken je de termen nog? De informele economie, de zwartwerker, de overlevings-arrangementen (coping behaviour)?

Dat gebeurt nog steeds. Maar nu veel beter en krachtiger. Kon een informele economie nog worden weggezet als een half-criminele of als een waartoe je niet makkelijk toegang had als je er nog niemand kende; nu is dat anders. Eerlijk gezegd, hoor ik bij diegenen die er hoop uit put.

De huidige stand der techniek maakt die netwerkaanpak nu veel makkelijker. Nog oneindig veel belangrijker is dat ook de manier van denken en werken daarmee veranderd. Het gros van de werknemers sombert. De ZZPer, hoe moeilijk overeind blijvend ook, heeft in tegenstelling tot de freelancer van toen het imago van vrijbuiter, vrije geest, iemand die met plezíer werkt. Grote structuren vallen als zandkastelen uit elkaar. De enige grote zorg is dat dat niet te snel mag gebeuren.

Mijn interpretatie van de cijfers is dat steeds meer mensen zich áf keren van de klassieke arbeidsmarkt. Ik kén ze ook: mensen die geen uitkering meer willen en - hoog opgeleid - zichzelf wel redden. Vanaf dat moment zijn ze onzichtbaar voor de bestaande detectiesystemen. Als de overheid zelfredzaamheid propageert, dan krijgt ze dat ook; inclusief het verminderen van zicht op de samenleving.

De transitie nu gaande is, lijkt te zijn, zal voorlopig nog onduidelijk blijven. Beweren dat de werkloosheid daalt, is echter sovjetrussisch geloof in cijfers. De echte, informele wereld groeit. Ten goede? Ten kwade? In elk geval onbeheerst door anderen dan de mensen zélf.

vrijdag 22 november 2013

Jouw stad, hun stad, geen stad

Ze doen me nog steeds aan lemmingen denken: amsterdammers. Iedere keer dat je er bent, verbaas je je over hun volstrekt idiote gedrag in het verkeer. Zoals lemmingen zich met ware doodsverachting van de rotsen storten, zo storten de amsterdammers zich in het verkeer. Daar waar de lemming het vanuit een collectief gevoel doet, lijkt de amsterdammer gedreven door hoge eigendunk. Verkeer, anderen, toeristen; het zijn hinderlijke bijverschijnselen in je leven. waarom zou je je er iets van aantrekken?

Het levert idiote taferelen op. Fietsers, brommers en voetgangers die maar doen wat hen goeddunkt. Nu ben ik nog steeds een groot voorstander van langzaam verkeer voorrang geven. Maar géven is toch echt iets anders dan némen. Nemen kan, als je dat verkeerd doet, heel slecht aflopen. Leukst zijn de automobilisten die menen dat in Amsterdam metropoolse allures en arrogantie gelden. Van die klungels die denken dat doordrukken om sneller op de plek van bestemming te komen, een goede weg is. Jammer; ik ben er dol op dergelijke aso's te dwarsbomen, zeker als ik een veel grotere bus bestuur. Dan blijf je netjes in je hok, hoe hard je ook claxonneert en naar je voorhoofd wijst. 

Verbazingwekkend zijn ook de meningen van amsterdammers. Toeristen - dé kurk waarop de stad drijft - zijn een minderwaardig type mens. Die kunnen zich helemaal niet gedragen in het verkeer. Dan huren ze fietsen - of, erger, geruisloze electrische brommertjes - en schuiven ondoordacht door de stad. Een vreemd oordeel, want die toerist houdt de stad in leven. En de amsterdammers doen zelf wel voor hoe je moet fietsen in de stad: vanuit jezelf redenerend. Bijzonder raar dat je dan geërgerd kijkt naar vreemden die jouw voorbeeldgedrag volgen. Het is toch de mores van de straat? Zo leren Nederlanders toch ook te overleven in het Siciliaanse of Parijse stadsverkeer? Zo snel en goed mogelijk aanpassen. Dat dóen die toeristen ook.

Amsterdam blijft een gespleten stad. Ze teert heel erg op een imago uit het verleden, maar verloochent dat ook. Trots op de vrijgevochtenheid, op de vrijheid en de dynamiek. Dat is terecht, maar voor een groot deel gebaseerd op het verleden en de overgeleverde verhalen. Feitelijk is de stad een stuk burgerlijker dan het beeld dat amsterdammers cultiveren.

Natuurlijk zijn er enclaves te vinden die afwijken. Die zijn in iedere grote stad te vinden. In Amsterdam dus ook. Maar wie nu de binnenstad bezoekt, zal dezelfde sfeer aantreffen als willekeurig welke binnenstad. De hele binnenstad is vergeven van de feestverlichting: rond de boomtakken geweven, aan de gevels geplakt, in de etalages. Op de Dam is het echt grandioos 'over the top normaal'. De De Bijenkorf is werkelijk behángen met die lichtjes en zelfs het paleis is niet ontkomen aan de lichtsnoeren. Het verplichte kerstdorp is hier - uiteraard, want Amsterdam waant zich een wéreldstad - groter en ligt als één lang lint tussen de Dam en het Centraal Station.

Als ik op dagen als deze door zo'n stad als Amsterdam reis, dan bekruipt me toch iedere keer weer die gedachte over die dubbelzinnigheid: rebels en uitzonderlijk willen zijn, maar zo burgerlijk zíjn. Koningsdag? Je zou haast verwachten dat de stedelingen daarover kritisch zijn, maar het grootste feest is in Amsterdam te vinden. Dat geldt net zo goed voor de Gezellige Decemberfeestdagen; de stad doet er zó hartstochtelijk aan mee.

Het aardige daaraan is wel dat het voor veel mensen reden is eventjes onder te duiken in die lichtjessfeer. Die, als de avond valt, zo rustgevend de ellende van de dag wegpoetst. Even is de stad een sprookje.

  

dinsdag 5 november 2013

Microscopisch kleine baantjes

Het is een advertentietekst geweest, die aan de datumstempel te zien, ergens rond 5 november van het afgelopen jaar in de dagbladen stond.

20131105-180934.jpg

De aantekening die erbij staat, is niet meer dan de koptitel: microscopisch kleine baantjes.

Dat is precies wat bij mij werd opgeroepen. Postbezorger is een baantje dat je niet kunt zien als een volwaardige baan waarvan je kunt leven. Nee, hij wordt zo slecht betaald dat er andere banen nodig zijn om een acceptabel inkomen te krijgen.

Maar dat je dan als bedrijf ongelooflijk domme grapjes maakt óver die aanvulling, kan er bij mij niet in. Da's geen lolligheid meer. Da's zelf aantonen hoe a-sociaal je als werkgever bent: je betaalt te weinig en je waardeert je medewerkers ook nog 's als niet serieus te nemen door ze op één lijn te plaatsen met fictieve sprookjes- en vertelselbaantjes als 'schoenvuller' of 'kerstboomoptuiger'.

Maar goed, over PostNL hoef je niemand meer iets wijs te maken. De post wordt met de dag slechter en minder bezorgd. Het personeel wordt niet laag betaald, maar uitgebuit. Van de nationale trots PTT is niets, maar dan ook helemaal niets meer over.

De zalvende woorden van de dames en heren politici zijn inmiddels ranzig geworden. Nederland zou niet de weg inslaan die leidt tot verslechtering van de infrastructuur. De broekriem moest worden aangetrokken en het zou voor iedereen een stukje minder worden. Maar "na het zuur komt het zoet" zo sprak de christen-democraat Balkenende.

Als je maar lang genoeg wacht, is dat nog waar ook. Dat je daarbij wel de vraag zou moeten stellen wíe dan wel dat zoet gaan krijgen, is ook waar.

Want Nederland is definitief weg van de positie als Verstandig Land met Echt Sociale Voorzieningen. In minder dan vijf jaar hebben CDA, VVD en PvdA die onherstelbaar afgebroken. De vazallen D66, SGP en CU stonden erbij.

Het is een voldongen feit.

De afbraak is te ver om te worden gecorrigeerd. Eerlijk is eerlijk: er zitten ook goede kanten aan. Het opvallendst is echter dat de stapeling van negatieve effecten niet willekeurig is. Vooral de lage en midden-inkomens krijgen klap op klap.

Met name de structuurveranderingen zijn verontrustend. Zorg? Het is nú zo dat je die moet kunnen betalen. Dat aanvullende verzekeringen afnemen, is geen bewijs voor zakelijk handelen. Het is ook en vooral een noodzaak voor velen. In de Verenigde Staten zijn ze juist op de terugweg van die situatie omdat onverzekerdheid een gróót probleem is.

Werk? Dat gaat flexibel worden. Leuk voor mensen met vrije beroepen, die zich vroeger als free lancer verhuurden. Het is een eufemisme voor een garantie op een onzeker, stressvol, ongezond bestaan voor de ondersten in de pikorde die arbeidsmarkt heet. En, inderdaad, dat heeft gevolgen voor de zorg die je nodig hebt. Raad eens wie de beperktste toegang heeft.

Onderwijs? Stokpaard van de vijfde colonne van de VVD, D66 dat zich op de borst slaat voor zijn pleidooi voor meer ruimte voor onderwijs. Jammer dat dat zelden over het lagere beroepsonderwijs gaat, anders dan als rituele tegenhanger voor pleidooien voor prestatie-onderwijs, "verlaten van 'de zesjescultuur'" of excellerende universiteiten.

Zou Castells toch gelijk krijgen? Dat er een klasse onstaat van nuttelozen, mensen die ook nergens mee worden geholpen en eigenlijk alleen maar ballast zijn.

dinsdag 3 september 2013

Het leven bestaat niet

Het was de zitting van de klachtencommissie die 't 'm deed. Jammer genoeg mag ik niets over de inhoud vertellen. Maar de geagegreerde waarneming wel. Die is onherleidbaar.

Het gaat over realiteit. Waar we tegenaan liepen, was iemand die een eigen interpretatie gaf aan begrippen en verhoudingen. Da's gewoon een waan, zul je zeggen. Zoals een schizofreen in z'n psychoses leeft totdat medicijnen dat stoppen. Zulke mensen zijn 'gewoon raar' omdat je ze niet kunt volgen.

Om iemand te kunnen volgen, zul je 'm moeten begrijpen. Een dooddoener. Hoe vaak die dooddoener - met andere woorden: 'n algemeen bekend gegeven - tot verwarring leidt, weten we allemaal. Subtiliteit uit je taal halen, is de kans op ellende vergroten. E-mail, flame wars, tweets: steeds korter, sneller en confronterender. Als je die wereld goed begrijpt, realiseer je je dat en waak je voor lange tenen.

Het zijn dus niet 'alleen maar rare mensen' die afwijken. We leven allemaal in onze eigen definitie.

Vandaag ging dat even mis omdat de werelden geen kontakt maakten. Gelijke begrippen werden van een andere, soms tegengestelde, inhoud voorzien. Dat zou je ook kunnen terugbrengen tot een machtsvraag: wie bepaalt hier de orde?

Veel leuker is het eens stil te staan bij dat beeld van eigen werelden.

Grote delen van onze werelden zijn immers constructen, door onszelf bedacht-gemaakte systemen. Maar als je iets construeert, kun je het ook deconstrueren!

En als dat zo is, is de vraag aan de orde hoe onwankelbaar 'werkelijkheid' is. Die is 'gewoon' aanpasbaar. Dat opent de mogelijkheid van gedachtenexcercities over de mogelijkheden.

Waarom dénken we problemen niet weg?

Een variant op het Ethisch Reveille van Lubbers en Balkenende of de oproep tot uitgeven van Rutte. Hoe je het wendt of keert; die ideeën hébben een kern van waarheid. Het zíjn constructen en beïnvloedbaar. Maar niet 'op commando'.

Da's jammer.

Er is een fysieke wereld en een in je hoofd. Ofwel: als je om je heen kijkt, zie je geen crisis, geen spanning, want die zijn niet zichtbaar. En als je die denkbeelden kunt beïnvloeden?! Bijvoorbeeld door níet mee te gaan in de schets van je baas hoe slecht het gaat en jij dus harder moet werken. Dat is een projectie van een eigen interpretatie -slecht gaan- op de fysieke wereld -jij moet harder werken. In de fysieke wereld hebben we te maken met gevolgen van dénkbeelden.

Je moet je eens voorstellen wat we allemaal zouden kunnen oplossen door en masse een andere positie te kiezen, 'gewoon' van denkbeeld veranderen.

Wat zou er veranderen als we allemaal gaan doen waar we zélf energie uit putten, bevredigend vinden? Wat als we niet meer 'voor een salaris, voor geld' werken, maar voor waardering?

Zal onze energie in een soort stabiele balans komen waarin al het werk dat móet worden gedaan, wordt gedaan? Zal het dan geen nut meer hebben om van alles en nog wat te hébben, omdat dat wat je nodig hebt al beschikbaar is? Zal autarkie en kleinschaligheid de norm worden?

Of zullen de 'wolven', de 'haviken' en 'bloedzuigers' hun kans zien en de samenleving nog meer oorlog bezorgen en leegzuigen?

dinsdag 9 juli 2013

De pitloze samenleving

Laat ik beginnen met:
mijn overtuiging is dat het idee van een stuurbare samenleving een illusie is.

Alleen al onze taal geeft weer dat we zoveel facetten en dimensies kennen, dat het beheersen van alles ondoenlijk is. In hun fysieke vorm lopen onder- en bovenwereld in dezelfde fysieke omgeving. Maar verder zijn het eigen werelden.
Verkeer dat zich niet houdt aan de voorgekookte routes, heet sluipverkeer. Alsof daar een wat sinister aura omheen moet hangen. Verkeer plannen we over het algemeen toch al vrij slecht. Pas sinds enkele jaren dringt het besef door dat het weleens slim kan zijn wandelpaden aan te leggen die de natuurlijke loop volgen. De olifantepaadjes geïnstitutionaliseerd!

We regelen ons een slag in de rondte. Zonder noemenswaardig effect. Verkeersdeelnemers bepalen zelf wel wat wel en wat niet mogelijk is. En dus rijden de fietsers op fietspaden beide kanten op en staan auto's op 'onbenutte plekjes weg' geparkeerd.

Wat me intrigeert, is de opkomende netwerksamenleving en -economie. Die zal pitloos zijn.

map-of-internet

Het is niet niks als je 'overheid' bent, om te ontdekken dat je invloed snel afneemt. Toch is dat wat momenteel gebeurt. Het is ook zo voorspelbaar dát het gebeurt. Inmiddels is wel duidelijk dat andere verhoudingen ontstaan; op de arbeidsmarkt, maar ook in het openbaar bestuur. De veelgezochte Mondige Burger staat op, zij het anders dan gedacht.

In essentie is er aan de netwerken niet eens zo heel veel verandert. Het hebben van veel (losse) contacten was en is nog steeds lucratief. Wat wél veranderd, is de bereikbaarheid van die contacten. Sociale poortwachters worden gepasseerd. Ideeën en meningen overlijden niet langer 'in de pijplijn'. Allicht, het - tijdelijke - nadeel is dat soms ook teveel doorkomt. Met de gewenning aan korte lijnen zal - net als met een nieuw speeltje - de nieuwigheid worden vervangen door zelfkritisch gebruik.

Mondige Burgers zijn niet alleen degenen die goed weten van rechten en plichten. Het zijn óók degenen die de mores van een tegencultuur dragen waarin niet geld ruilmiddel is. Het zijn ook de jongeren die uit het zicht van de overheid leven; helemaal níet bézig met 'werk of opleiding'. Het zijn ook degenen die - al of niet uit nood geboren - op een andere manier met 'bezit' omgaan. Het zijn ook degenen voor wie duidelijk werd dat zij zélf hun toekomst moeten veiligstellen. Het zijn ook degenen die zelf stroom opwekken in een grid delen met de wijk.

feat2-1009-smartgrid-sys-fig01

De bouwstenen zijn misschien niet nieuw. De anarchisten en de anarcho-syndicalisten voorzagen een dergelijke dynamica al, zij het met andere intenties en gevolgen. Maar de zelfsturende kracht van groepen in de samenleving flakkert momenteel op. Of dat een vuurtje, een vuur of een uitdovend brandje zal zijn, moet nog blijken. De technologie maakt echter meer dan ooit mogelijk. Eigen banken? Ja, maar vooral ook eigen géldsystemen als LETS en Bitcoin. Hébben? Delen! Van slaapplaatsen tot kamers, van auto's tot gereedschappen.

Zoiets als het Internet heeft duidelijk gemaakt wat een kernloos netwerk vermag. Natuurlijk heeft het nog geen fundamentele verandering teweeg gebracht; dat gebeurt als de open netwerkvorm ook in de reële wereld neerslaat. De eerste stappen in die richting zijn gezet.

In een kernloos netwerk is geen sturend orgaan aanwezig. Connecties en verkeer ontstaan naar gelang de behoefte. Sluipverkeer bestaat niet. Een knooppunt kan hoogstens niet meer 'mee doen' en zichzelf buitenspel plaatsen.

Dat is de verandering: enkele grote monopolisten worden aangevuld met (vervangen door?) vele kleinschalige leveranciers. Zoals bekend van school: kleine eenheden zijn moeilijker te beïnvloeden van buitenaf.

In dat licht bezien is het interessant waar zometeen de overheid blijft. De discussie binnen de wereld van ambtenaren wekt de indruk dat men daar nog steeds denkt een regelende positie te behouden.

De kans is veel groter dat zij één van velen worden.

dinsdag 2 juli 2013

Vernielen: een verzetsdaad?!

Een paar keer per week kom ik er langs. En iedere dag ziet het er anders uit, afhankelijk van de lichtvaardig. Die wisselt per uur en per jaargetijde, van het bleke winterlicht tot het snoeiharde zomerlicht. Wat er precies staat, heeft me nogal wat tijd gekost. In die halve minuut dat je er op af fietst, moet je ontcijferen en op het verkeer letten (ik moet daar linksaf).

20130702-172032.jpg

'Ik vind het altijd zo heerlijk als dingen niet doorgaan' staat er. Eerlijk gezegd, is het een heel goede spreuk. Iedere keer dat ik er langs fiets, probeer ik 'm weer te ontcijferen en onthouden. Dat is me nog niet gelukt, dat onthouden. Ook de diepere betekenis van de zin is mij nog niet duidelijk. Gelukkig ben ik niet de enige.

Maar vandaag zag het er zó uit: 20130702-173221.jpg

Gesloopt. Vernield. Kapot gemaakt. Aan stukken gescheurd.

Wat moet je daar nu mee? Ik weet alles van waarde is weerloos. Maar toch. De plek is er een waar je het niet direct verwacht dat er zo gericht wordt vernield. Als je aangeschoten of dronken bent, kom je van de andere kant. Dan zie je dit alleen als je je omdraait.

Nee, hoe langer ik erover denk, hoe minder het me stom toevallige vernielzucht van een zatlap lijkt. Dat betekent niet dat ik denk dat er géén alcohol in het spel was. Dat zit er dik in van wél, want zoveel bravoure hebben we meestal niet dat we bij ons volle verstand aan het vernielen slaan. Daarvoor moeten we toch echt een drempeltje over, dat dunne laagje dat beschaving heet doorbreken.

Het lijkt me meer een statement alhoewel ik betwijfel of de dader dat woord kent. Mijn generatie is die van het begrip. Dat is ietwat uit de hand gelopen, vind ik. Begrip is best, maar grenzen stellen is toch ook verstandig wil je jezelf niet verloochenen. Onder mijn generatiegenoten kun je dan ook vrij veel mensen aantreffen die diepere betekenissen zien in 'zinloos geweld'. Nu kan ik daar wel heel zwartgallig over doen, maar er schuilt wel degelijk een kern van waarheid in.

De vernielzucht ís niet willekeurig. Ze richt zich altijd tegen 'de ander', of dat een iets of een iemand is. Bushokjes gaan vaker aan diggelen dan ruiten van huizen. Waarom? Alleen omdat die bushokjes alleen en weerloos zijn en in die woningen mensen zijn? Natuurlijk speelt die lafheid een grote rol. Maar ook dan.

Je zou dat zinloos vernielen ook kunnen zien als gericht vernielen. Die kwetsbaar aanwezige spreuk deed me daar weer aan denken. Wie doet dat? Ik denk dat iemand toch - bewust of onbewust - heeft geprobeerd mensen te kwetsen die hij, of zij, haat, maar niet kán of dúrft aan te pakken. Ik denk dat het kunstwerk is gezien als iets wat 'zij' mooi vinden en dus raak ik 'hun' als ik het verniel. Want 'zij' zullen daardoor geschokt zijn. En het maakt geen bal uit wie 'zij' precies zijn. Het zijn diegenen die meer geld hebben, wel werk, een mooier huis, een betere baan, beter eten, leukere vakanties, die alles meer en beter hebben. 'Zij', dus.

Je moet eens opletten of het klopt. Vaak gaat het ook om provocaties, in de trant van 'zie je wat ik durf te doen?'. En heel vaak gaat het om het beschadigen van iconen. De dure winkel, de mooie kunst, de overheids-eigendommen (waaronder ook de abri's worden gerekend), de auto's in een betere buurt; het is niet allemaal altijd zo ongericht. Het is, denk ik, dan ook geen dronkemanstoeval dat juist dít van de muur werd gescheurd.

Begrip is goed, maar laat dat niet ten koste gaan van het weerloze.








Je vindt het werk in Leiden en wel hier:
20130702-174130.jpg

zaterdag 4 mei 2013

Collega's: vriend of vijand?

Dit is de verklaring:
The workplace is not a collection of friends and family sharing personal updates, rumors, and the like, so labeling business tools as social simply doesn't make sense.


In Infoworld schrijft Galen Gruman dit artikel - Social business apps' weakness: Being social - waarin dit citaat voorkomt.

Het klinkt logisch: jouw werk is niet jouw vrienden- of familienetwerk. Dat wordt door heel andere factoren en criteria bepaald. En dus is het ook niet verwonderlijk dat het kopiëren van social media naar bedrijfsomgevingen niet (goed) werkt.

Toch waag ik dat te betwijfelen. Niet dat ze niet werken. Maar wel de verklaring. Alhoewel degene die ík eerder als verklaring zou zien, wel wordt genoemd: "Be open with us and your colleagues, and note everything you say is recorded and subject to disciplinary action.".

Gruman schrijft zijn artikel over bestaande bedrijven die social media implementeren. Wat ik met hem eens ben, is dat zonder visie gebeurt. Maar dat geldt voor het najagen van veel. Dat is in het (moderne) bedrijfsleven met z'n fixatie op korte termijn, onbetwist. Dat gaat fout. Heel terecht wijst Gruman er op dat het van het grootste belang is te weten hoe mensen samenwerken en welke toepassingen dat ondersteunen.

Dat betekent wel dat de onderneming ook dát wíl doen: de samenwerking tussen medewerkers centraal stellen. Jammer genoeg zal een gemiddeld manager eerder denken in termen die neerkomen op 'leiding geven aan zijn ondergeschikten'. Dat is de diametraal tegengestelde positie. Serieus luisteren en gehoor geven aan die samenwerking, impliceert ook eigen idee en oordeel terzijde plaatsen. Als ik één vraagteken zou mogen plaatsen bij de LEAN-aanpak is dat precies dit.

In die klassieke, verouderde termen denkend, klopt het wel dat social media niet passen. Dat is ook wat ik de afgelopen jaren keer op keer van collega's hoorde: 'Ja, ik ga me daar sociaal zijn met collega's', 'Wat zou ík nu moeten delen met de rest?', 'Als ik ze vertel wat ik doe en denk, krijg ik dat op m'n bordje'. En dat is dus een club die zichzelf probeert te afficheren als 'innovatief'. Mij is het nooit gelukt daar tussen de oren te krijgen dat dat een valse claim is en dat het management een klassieke uitvoeringscultuur maakten.

Wat ik bijzonder vind aan Grumans betoog, is dat-i begint met de idee dat social media gaan over het publiceren van persoonlijke berichten, roddel en geruchten én dat dát geen (directe) relatie heeft met werk. Zoals het hoort; zó absoluut stelt hij het niet:

Businesses don't need social tools, but they need collaboration and communications tools. Businesses don't need to reinvent human interplay at work as if it were a virtual party, but they need to help people work together to achieve the desired creative, efficiency, and other results from that collaboration.

Of course, human interactions by definition are social, and you get more useful collaboration if you encourage constructive dialog -- that is, get people to engage. Call that human factor "engagement," not "social," and focus on what you really want. Engagement is critical to collaboration, but engagement for its own sake is not critical at all.


Kijk. Daar wijk ik af. Want als betrokkenheid - en vertrouwen, veiligheid - belangrijk zijn, dan zijn juist die sociale processen van het allergrootste belang. In tijden van oorlog zal ik vertrouwen op mensen die ik goed kén. Klinkt dramatisch, maar het is wel een goede graadmeter voor die hechtheid. En dan is het juist góed meer te weten en doen dan alleen werkgerelateerde informatie uitwisselen. Dat maakt een veilige omgeving.

Eigenlijk krijg ik ook wel gelijk. Want als er één plek is waar ik die manier van samenwerken vaker dan elders zag, dan is het deze waar ook Gruman op wijst:
(...) focusing on specific collaboration needs and identifying technologies that truly support them. A good place to start is to "look for scenarios where people are working differently, then seeing what tools they are using." People, especially those engaged in creative work, are good at finding tools. Rather than impose tools on such people, see if you can grow from what they find useful or at least use them as a starting model.


Het begint en eindigt met mensen. De komst van social media heeft ons nieuwe instrumenten gegeven. Die met alle geweld in oude keurslijven persen, gaat niet werken.

maandag 19 november 2012

Het eind van het bedenkerstijdperk


Ergens in ons verleden stierven de sauriërs uit. Zo te lezen, is het ons nog niet helemaal helder waardoor. De beruchte meteoriet die insloeg op aarde op de plek die wij nu Rusland noemen, heeft er mee te maken. Maar of het dé verklaring is? Het blijft ietwat gissen.

Dat is eigenlijk een standaardprobleem van reconstructies. Als je ergens niet werkelijk bij was - en zelfs dán - wordt het verrassend moeilijk te reconstrueren op basis van de gegevens die je wél hebt. Zelfs als je er van mag uitgaan dat die kloppen, dan is het vaak nog maar de vraag hoe zij in het plaatje passen, hoe zij zijn gebruikt. Het aantal vrijheidsgraden is vaak vrij groot. In zo'n situatie redeneren wij dan, bijna automatisch, naar iets wat we kennen. Opties die we niet kennen, zijn ongeloofwaardig.

Een voorbeeld daarvan zijn de enorme beelden op Paaseiland. We weten waar ze zijn gemaakt, althans waar de steen vandaan komt waaruit ze bestaan. Maar het is een raadsel, vooralsnog, hoe die enorm zware beelden op hun plek kwamen. En met welk doel ze daarnaartoe werden gebracht.

Zo'n open einde is ideaal voor de fantasie. Die is ook echt nodig om meer opties na te creëren. Jammer genoeg worden die exercities vaak afgedaan als science fiction, of rondweg 'onzin'. In de jaren zeventig is <em>Waren de Goden kosmonauten?</em>een enorme hit. In diezelfde periode worden ook boeken gepubliceerd over de geheime betekenissen die in de Egyptische piramides verborgen zou zijn. Prachtig leesboek. Jammer genoeg niet bestand tegen falsificatie, zo ongeveer de wetenschappelijke term voor het lekschieten van een veronderstelling.

Maar middenin turbulentie is het óók moeilijk te bepalen wat er gebeurt en welke kant je opgaat. Iedereen die weleens een film heeft gezien van een schip in een vliegende storm, weet dat: geen oriëntatiepunt als gevolg van die huizenhoge bergen en dalen aan golven. En toch beweegt het schip.

Zoiets lijkt ons nu te gebeuren met de samenleving. Of we nu in een storm zitten, of in een windstilte; het is wel duidelijk dat we moeite hebben de koers te bepalen.

Ze worden nog teveel genegeerd, <em>startups</em>, maar het zou mij niet verbazen als daar de sleutel naar de oplossing ligt. Dan moet je niet al te nonchalant reageren. Alhoewel een mogelijk verklaring dáárvoor ook angst kan zijn; angst van de gevestigde grote bedrijven en instituten om hun positie kwijt te raken.

Want tot op heden was het bedenken van oplossingen, en problemen, een bedrijfstak. Waar we het vaak hebben over de <em>internetbubble</em>, de holle wereld van virtuele bedrijfswaarde, is het wellicht inmiddels ook zover dat de wereld van advies- en beleidsbureaus aan het eind van z'n levenscyclus is.

Jarenlang is het een financieel aantrekkelijke bedrijfstak geweest: die van de adviesbureaus die problemen konden oplossen. Problemen die eerst werden beschreven, waarna de oplossing werd beschreven. En om het geheel een zweem van onafhankelijke waarheid te geven, was er altijd wel onderzoeksmateriaal te vinden dat die oplossing steunt, vaak onderzoek naar nét iets anders. Maar goed.
Die tijd lijkt voorbij. Het lukt de onderzoeks-, advies- en beleidsmensen niet met oplossingen te komen, met een koers. Daarentegen zijn de <em>startups</em> in één opzicht wél succesvol: zij proberen iets, niet allemaal even succesvol - sterker: ze falen heel vaak - maar wel dóent in plaats van bedenkend. In kleine, snel wisselende coalities en met andere waarden dan de conservatieven. <em>Science fiction</em>?!

Het zou best kunnen zijn dat wij getuige zijn van het Einde van het Bedenkerstijdperk en het Aanbreken van het Doenerstijdperk. Of dat geweldloos zal gaan, is nog maar de vraag. Zoiets als de Franse machthebbers hadden ook te laat door dat de balans aan het verschuiven was en zaten toen plots middenin een koppenhakkende Franse Revolutie. Zo plastisch zal het niet meer toegaan.... maar pijn lijden is iets wat de klassieke, de huidige machthebbers weleens zou kunnen gaan overkomen. Evolutie is geen vloeiend proces. Het gaat schoksgewijs en is vaak ingezet door 'externe' factoren.

Het zou dus best wel eens zo kunnen zijn dat wij getuige zijn van het Einde van het Bedenkerstijdperk en het Aanbreken van het Doenerstijdperk.