Posts tonen met het label commercie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label commercie. Alle posts tonen

vrijdag 31 oktober 2014

Halloweenwanen

Vanavond hebben we in onze buurt weer Halloween gevierd; een echt import-feest uit de door mij niet bepaald geïdealiseerde Verenigde Staten. Toch is iedere keer weer enorm leuk.

Mij doet het denken aan de Zwarte Pietdiscussie.

Ik kan me goed herinneren dat Halloween hier voor het eerst is gevierd. En dat ik twijfelde of het wel zo'n goede ontwikkeling was: 'zo'n Amerikaans feest. We worden een aftreksel als we niet opletten, alsof alles wat daar gebeurt per sé goed is". Een goed voorbeeld vin dik het niet. Een land met waanzinnige aantallen gedetineerden én de hoogste criminaliteitscijfers. Een land met de makkelijkste toegang tot krediet en de hoogste particuliere schuldenlasten. Een land met de technisch beste zorg en de meeste inwoners die géén toegang hebben tot fatsoenlijke zorg. Geen ideaal voorbeeld, rolmodel, dat icoon van het vrije marktdenken.

Ik beken. Ook ik dacht dat álles daar wordt gedomineerd door de kapitalistische Mammon: winst. Je ontwikkelt dan, min of meer onbewust, een beeld, een vooroordeel dat in die situatie niemand iets belangeloos doet. Rationeel wéét je dat dat nooit zo absoluut kan bestaan. Maar toch.

Halloween kón dus niets zijn, niets anders dan een poging om ons weer meer geld af te troggelen. Net als Moederdag, Vaderdag, Secretaressedag of al die andere ...dagen is Halloween alleen maar geïntroduceerd om aan te verdienen. In de Verenigde Staten zíjn het ook grote feesten, met de allure van carnaval. Groot en uitbundig.

Bij ons is het een kinderfeest. Dat is ook het allermooiste eraan: die kinderen die in het donker door de buurt lopen op zoek naar griezels, die zichzelf zo griezelig mogelijk verkleden. Dat het rond 19.00 is, zal ze bommen: het is donker en eng. En je krijgt snoep. Dat snoep is wel belangrijk. Het gebeurt vaker dan je verwacht dat er jochies (ook 14/15-jarigen) voor je deur staan die het spel niet snappen omdat ze het blijkbaar nooit meekregen in hun culturele traditie. Die staan dan voor je deur met niet meer dan de zin: "Geef me snoep". Maar de kleintjes overheersen nog steeds.

Wat ik van Halloween meemaak, is evenmin een feest dat wordt opgedrongen door 'de commercie'. Eerder is het zo dat de grootgrutters en snoephandels aansluiten bij een kans die zij zien ontwikkelen. Vreemd is het ook niet. Vaderdag is iets wat je in gezinsverband kunt vieren. Dát kun je als marketeer makkelijker beïnvloeden. Maar de essentie van Halloween is het straatgebeuren. Dat maakt het moeilijker. Want je kunt wel snoepjes in huis halen voor Halloween, maar als er geen kinderen langskomen is dat toch ietwat ridicuul. Andersom: langsgaan en nergens iets krijgen gaat evenmin stimulerend werken om het volgend jaar nog eens te proberen.

Halloween - en het Noordhollandse Sint Maarten - gedijen alleen als de groep, de buurt meedoet. De kinderen moeten door de buurt kunnen gaan en een reële kans hebben op snoep (of een vuile onderbroek, want dat alternatief bestaat). Daar ligt de basis.

Natuurlijk ontwikkelt Halloween zich. Winkeliers zíen kansen en proberen die te pakken. Feest-organisaties zien kansen en proberen die te pakkken. In dat opzicht komen de Verenigde Staten weer een stap verder ons land binnen. Ongetwijfeld gaan zich actiegroepen daartegenaan bemoeien. Want alles uit de VS is verfoeilijk.

Maar als ik eerlijk probeer te zijn dan is Halloween een anderhalf uur durend kindermoment. Niets meer, niets minder. Ik blijf sceptisch over die "grote broer" en zijn invloeden. Maar of dat reden mag zijn om kínderen iets leuks te ontzeggen? Nee. Dan moet ik even over mijn volwassenen-zienswijze heen stappen en me verplaatsen in 'het kind'.

vrijdag 22 november 2013

Jouw stad, hun stad, geen stad

Ze doen me nog steeds aan lemmingen denken: amsterdammers. Iedere keer dat je er bent, verbaas je je over hun volstrekt idiote gedrag in het verkeer. Zoals lemmingen zich met ware doodsverachting van de rotsen storten, zo storten de amsterdammers zich in het verkeer. Daar waar de lemming het vanuit een collectief gevoel doet, lijkt de amsterdammer gedreven door hoge eigendunk. Verkeer, anderen, toeristen; het zijn hinderlijke bijverschijnselen in je leven. waarom zou je je er iets van aantrekken?

Het levert idiote taferelen op. Fietsers, brommers en voetgangers die maar doen wat hen goeddunkt. Nu ben ik nog steeds een groot voorstander van langzaam verkeer voorrang geven. Maar géven is toch echt iets anders dan némen. Nemen kan, als je dat verkeerd doet, heel slecht aflopen. Leukst zijn de automobilisten die menen dat in Amsterdam metropoolse allures en arrogantie gelden. Van die klungels die denken dat doordrukken om sneller op de plek van bestemming te komen, een goede weg is. Jammer; ik ben er dol op dergelijke aso's te dwarsbomen, zeker als ik een veel grotere bus bestuur. Dan blijf je netjes in je hok, hoe hard je ook claxonneert en naar je voorhoofd wijst. 

Verbazingwekkend zijn ook de meningen van amsterdammers. Toeristen - dé kurk waarop de stad drijft - zijn een minderwaardig type mens. Die kunnen zich helemaal niet gedragen in het verkeer. Dan huren ze fietsen - of, erger, geruisloze electrische brommertjes - en schuiven ondoordacht door de stad. Een vreemd oordeel, want die toerist houdt de stad in leven. En de amsterdammers doen zelf wel voor hoe je moet fietsen in de stad: vanuit jezelf redenerend. Bijzonder raar dat je dan geërgerd kijkt naar vreemden die jouw voorbeeldgedrag volgen. Het is toch de mores van de straat? Zo leren Nederlanders toch ook te overleven in het Siciliaanse of Parijse stadsverkeer? Zo snel en goed mogelijk aanpassen. Dat dóen die toeristen ook.

Amsterdam blijft een gespleten stad. Ze teert heel erg op een imago uit het verleden, maar verloochent dat ook. Trots op de vrijgevochtenheid, op de vrijheid en de dynamiek. Dat is terecht, maar voor een groot deel gebaseerd op het verleden en de overgeleverde verhalen. Feitelijk is de stad een stuk burgerlijker dan het beeld dat amsterdammers cultiveren.

Natuurlijk zijn er enclaves te vinden die afwijken. Die zijn in iedere grote stad te vinden. In Amsterdam dus ook. Maar wie nu de binnenstad bezoekt, zal dezelfde sfeer aantreffen als willekeurig welke binnenstad. De hele binnenstad is vergeven van de feestverlichting: rond de boomtakken geweven, aan de gevels geplakt, in de etalages. Op de Dam is het echt grandioos 'over the top normaal'. De De Bijenkorf is werkelijk behángen met die lichtjes en zelfs het paleis is niet ontkomen aan de lichtsnoeren. Het verplichte kerstdorp is hier - uiteraard, want Amsterdam waant zich een wéreldstad - groter en ligt als één lang lint tussen de Dam en het Centraal Station.

Als ik op dagen als deze door zo'n stad als Amsterdam reis, dan bekruipt me toch iedere keer weer die gedachte over die dubbelzinnigheid: rebels en uitzonderlijk willen zijn, maar zo burgerlijk zíjn. Koningsdag? Je zou haast verwachten dat de stedelingen daarover kritisch zijn, maar het grootste feest is in Amsterdam te vinden. Dat geldt net zo goed voor de Gezellige Decemberfeestdagen; de stad doet er zó hartstochtelijk aan mee.

Het aardige daaraan is wel dat het voor veel mensen reden is eventjes onder te duiken in die lichtjessfeer. Die, als de avond valt, zo rustgevend de ellende van de dag wegpoetst. Even is de stad een sprookje.

  

zaterdag 29 juni 2013

Een woekerend onkruid

Er is iets wat organisatoren goed zouden moeten bewaken: het hárt en de géést van hun evenement. Daar loert een veelkoppig monster op. De koppen hebben eigen namen: Sponsor, Reclame, Marketing, Sales, Branding, PR, Promotie. Aan het lijf zie je dat er vast nog meer koppen gaan komen. Het monster Commercie heeft de mentaliteit van het beroemde Rupsje-Nooit-Genoeg en de vorm van een zwam, onzichtbaar woekerend met af en toe een zichtbare paddestoel.

Volgens jou is het niet zo erg?

Goed dan. Drie voorbeelden, twee uit Leiden en één wereldwijde. We beginnen in Leiden.

Het beroemdste aan Leiden is, denk ik, Drie Oktober. Als je het in quizzen tot vraag schopt, als je gerecht van de dag, hutspot, in kookboeken wordt gekoppeld aan díe dag, en als tienduizenden naar je stad reizen om er bij te zijn; dan héb je iets met nationale allure. Leiden zelf ziet het nóg groter en wil de traditie Leidens Ontzet op de Unesco Werelderfgoedlijst zien.

Het is een raar feest, dat Leidens Ontzet. Je moet er echt iets mee hebben, want anders is het niks. Een Taptoe 2 Oktober 's avonds die geen taptoe is, maar een optocht van sportverenigingen - en waarbij de ene helft van Leiden uren staat te kijken of ze hun eigen kind of bekenden, de andere helft, voorbij zien komen. Een kermis en warenmarkt die al járen hetzelfde zijn en waar je ook al járen hetzelfde doet: 'een rondje kermis lopen'. En snacken, bier drinken, suikerspin 'eten', druiven, banaan met slagroom, churros, saté of oliebol; de combinatie is, net als wat je die dag tegenkomt, multiculinair willekeurig. En op 3 Oktober dan de Grote Optocht; ook ieder jaar min of meer hetzelfde. Belgische figuranten en schoolkinderen, fanfare's, praalwagens, de onvermijdelijke 'gaten' en de reclamewagens. Onbedorven echt zijn nog de koraalzang, haring en wittebrood en het reveille, maar die laatste is op 3 oktober om 07.00.

Dat is Leidens Ontzet, als je je er niet in laat opgaan.

Want de essentie is eigenlijk dat Leiden die anderhalve dag gewoon 'de straat opgaat'. We zijn zélf het feest. Alles eromheen is alleen maar een excuus. Twee Oktober 's avonds is De Gezelligste Avond Van Het Jaar: zowat alle café's hebben bandjes spelen en het bier vloeit rijkelijk. Op 3 Oktober is die muziek iets minder dominant. De grap is dat de horeca-ondernemers doorhebben dat muziek de omzet verhoogt. En dus spelen óók op Koninginnedag de bandjes, net als op Drie Oktober.

Maar dan die reclame. Vooral tijdens de Grote Optocht valt die uit de toon. Wat moeten in godesnaam al die luxe-auto's met een bloemstuk op de motorkap in de optocht? Geen idee wat die uitbeelden, anders dan een rijdende commercial break. En op zo'n break zit ik nu net níet te wachten.

Photo 29-06-13 12 09 17

Maar het kan erger, hoor. In de zomer heeft Leiden een zelfbedachte traditie, de Lakenfeesten. Daarin de eveneens zelfbedachte Peurbakkentocht. De eerste was grandioos; de schuitjes waarmee ooit op paling werd gevist in de grachten, het peuren, waren werkelijk een varend carnaval. En nu? Nu is het een stoet bootjes met reclameborden. De lol is er af. Ook de voetgangersbruggen worden gedegradeerd tot reclamebord. En de naam peurbakkentocht wordt tegenwoordig ook al voorafgegaan door een bedrijfsnaam.

97e1d4b3-d17e-4ad6-935a-ba4c65ab6007

Toppunt is ongetwijfeld de sport, met daarin voetbal als koning. Een koning die wordt geheerst door de commercie. Waar spandoeken moeten wijken om het zicht op reclameborden niet te belemmeren. Waar drank Y niet in het stadion te koop mag zijn omdat X het alleenrecht heeft. Voorwaar, bij het voetbal bracht de commercie de middeleeuwen terug, tot en met de spelershandel die trekjes heeft van de koehandel lijfeigenschap.

De vraag is waar de grens ligt. Als het oorspronkelijk doel zo ver raakt ondergesneeuwt door andere belangen, afgekocht door gratis ijsmutsen, vlaggetjes of toeters; wat blijft er dan aan geloofwaardigheid over? Steeds minder toch?

Dat hoor je dan ook op de walkant geïrriteerd mompelen tijdens de peurbakkentocht: "Het is allemaal reclame".