Posts tonen met het label rebel. Alle posts tonen
Posts tonen met het label rebel. Alle posts tonen

vrijdag 22 november 2013

Jouw stad, hun stad, geen stad

Ze doen me nog steeds aan lemmingen denken: amsterdammers. Iedere keer dat je er bent, verbaas je je over hun volstrekt idiote gedrag in het verkeer. Zoals lemmingen zich met ware doodsverachting van de rotsen storten, zo storten de amsterdammers zich in het verkeer. Daar waar de lemming het vanuit een collectief gevoel doet, lijkt de amsterdammer gedreven door hoge eigendunk. Verkeer, anderen, toeristen; het zijn hinderlijke bijverschijnselen in je leven. waarom zou je je er iets van aantrekken?

Het levert idiote taferelen op. Fietsers, brommers en voetgangers die maar doen wat hen goeddunkt. Nu ben ik nog steeds een groot voorstander van langzaam verkeer voorrang geven. Maar géven is toch echt iets anders dan némen. Nemen kan, als je dat verkeerd doet, heel slecht aflopen. Leukst zijn de automobilisten die menen dat in Amsterdam metropoolse allures en arrogantie gelden. Van die klungels die denken dat doordrukken om sneller op de plek van bestemming te komen, een goede weg is. Jammer; ik ben er dol op dergelijke aso's te dwarsbomen, zeker als ik een veel grotere bus bestuur. Dan blijf je netjes in je hok, hoe hard je ook claxonneert en naar je voorhoofd wijst. 

Verbazingwekkend zijn ook de meningen van amsterdammers. Toeristen - dé kurk waarop de stad drijft - zijn een minderwaardig type mens. Die kunnen zich helemaal niet gedragen in het verkeer. Dan huren ze fietsen - of, erger, geruisloze electrische brommertjes - en schuiven ondoordacht door de stad. Een vreemd oordeel, want die toerist houdt de stad in leven. En de amsterdammers doen zelf wel voor hoe je moet fietsen in de stad: vanuit jezelf redenerend. Bijzonder raar dat je dan geërgerd kijkt naar vreemden die jouw voorbeeldgedrag volgen. Het is toch de mores van de straat? Zo leren Nederlanders toch ook te overleven in het Siciliaanse of Parijse stadsverkeer? Zo snel en goed mogelijk aanpassen. Dat dóen die toeristen ook.

Amsterdam blijft een gespleten stad. Ze teert heel erg op een imago uit het verleden, maar verloochent dat ook. Trots op de vrijgevochtenheid, op de vrijheid en de dynamiek. Dat is terecht, maar voor een groot deel gebaseerd op het verleden en de overgeleverde verhalen. Feitelijk is de stad een stuk burgerlijker dan het beeld dat amsterdammers cultiveren.

Natuurlijk zijn er enclaves te vinden die afwijken. Die zijn in iedere grote stad te vinden. In Amsterdam dus ook. Maar wie nu de binnenstad bezoekt, zal dezelfde sfeer aantreffen als willekeurig welke binnenstad. De hele binnenstad is vergeven van de feestverlichting: rond de boomtakken geweven, aan de gevels geplakt, in de etalages. Op de Dam is het echt grandioos 'over the top normaal'. De De Bijenkorf is werkelijk behángen met die lichtjes en zelfs het paleis is niet ontkomen aan de lichtsnoeren. Het verplichte kerstdorp is hier - uiteraard, want Amsterdam waant zich een wéreldstad - groter en ligt als één lang lint tussen de Dam en het Centraal Station.

Als ik op dagen als deze door zo'n stad als Amsterdam reis, dan bekruipt me toch iedere keer weer die gedachte over die dubbelzinnigheid: rebels en uitzonderlijk willen zijn, maar zo burgerlijk zíjn. Koningsdag? Je zou haast verwachten dat de stedelingen daarover kritisch zijn, maar het grootste feest is in Amsterdam te vinden. Dat geldt net zo goed voor de Gezellige Decemberfeestdagen; de stad doet er zó hartstochtelijk aan mee.

Het aardige daaraan is wel dat het voor veel mensen reden is eventjes onder te duiken in die lichtjessfeer. Die, als de avond valt, zo rustgevend de ellende van de dag wegpoetst. Even is de stad een sprookje.

  

zaterdag 26 oktober 2013

Groei, tot de dood erop volgt

Vraagtekens. Lastig.

Je zult maar ermee zijn opgezadeld: de neiging bij alles vraagtekens te plaatsen. Is dat wel zo, zoals die ander zegt? Klopt het wel wat ik zie? Eeuwige twijfel lijkt dan je lot. Niets is minder waar. Vraagtekens plaatsen is niet identiek met continue twijfel, maar wel met een kritische houding. Niet dat je dat tot in het absurde moet doorvoeren, want dan loop je meer dan een risico op stijfkoppige volharding. Dan kom je in de categorie Gelovigen: onwrikbaar onwerkbaar.

Voor mij is dat vraagteken een groot goed. Het is een beveiliging tegen ondoordachtzaamheid. Ik heb het afgelopen jaar een paar keer vrij snel een conclusie getrokken en ook een paar keer gemerkt dat dat de foute was. Stomweg omdat ik even niet lang genoeg dacht. Het nadeel van nadenken is wel dat je in een wereld die steeds sneller wordt, achterop raakt. Dit herken je misschien wel: dat je tijdens een overleg een slim idee krijgt op het moment dat 'de vergadering' alweer drie agendapunten verder is. Snelle doortastendheid, geïdealiseerd in beelden als 'goede managers kunnen snel beslissen' of 'beter snel minder goed beslissen dan langzaam'.

Het is allemaal vooruitgangsdenken en -streven, waarbij bij vaak het beeld tevoorschijn plopt van Drs. P. die dicht-zingt over trojka's die, achtervolgt door wolven, door het besneeuwde bos raast. Onder druk beslissend gaat het ene na andere kind overboord. Toch worden allen verorberd: Dodenrit.

Onvermijdelijk het (nood)lot tegemoet; dat was wat me te binnen schoot toen ik dit artikel - Ketters in de economie - las in de De Volkskrant:
Photo 26-10-13 14 18 11

Het zijn drie, korte, portretten dwarsdenkende economen. Uit de maat lopende mensen zijn vaak de interessantste. Dat geldt hier ook. Maar bij eentje, Alfred Kleinknecht, sloeg bij mij wat twijfel toe. Dat kwam door deze twee citaten:

Als innovatie-econoom vind ik dat je soms doelgericht marktwerking moet uitschakelen.


(...) loonmatiging en flexibilisering zijn uitingen van defensief beleid. Dat is funest voor innovatie, bijvoorbeeld omdat bij groot personeelsverloop kennis weglekt.


Ik kan ze niet verenigen.

De eerste spreekt me aan: je móet inderdaad marktwerking soms (vaak?) uitschakelen. Maar de tweede past, wat mi betreft, er niet logisch achteraan.

Innovatie wordt impliciet neergezet als vooruitgang, als groei. Deels komt dat tot uiting in beloning.

Maar waarom zou innovatie niet ook versobering kunnen zijn? Waarom denken zovelen bijna Pavloviaans dat gróei het doel is? Dat vooruitgang niet beweging is, maar beweging voorúit?

Kleinknecht neemt feitelijk een uitermate klassieke positie in als hij stelt dat salaris en zekerheid noodzakelijke voorwaarden zijn om personeel te binden. In de huidige context heeft-i daarin geen ongelijk.

Maar er ontstaat tegelijkertijd ook iets nieuws. Grote groepen in de samenleving hebben de buik meer dan vol van graaiers, van bonus- en baantjes-najagers, en van 'sneller, groter, beter, duurder'.

Nu ben ik dus wel benieuwd of Kleinknecht ook mogelijkheden ziet om innovatie tot stand te brengen die is gericht op duurzaamheid, soberheid en solidariteit. Anders geformuleerd: waarom zou innovatie altijd groei moeten betekenen?

Waarom zou loonmatiging funest zijn voor innovatie? Waarom zou flexibilisering dat zijn (alhoewel ik me op dit punt meer verwant voel met hem)? Waarom wordt idealistische innovatie, zoals veel startups in de creatieve sector najagen, niet gezien en de klassieke wél? Waarom zou je de mammoet van 'meer, meer, meer' niet kunnen stoppen? Waarom zouden innovaties niet veel meer gebaseerd kunnen (moeten!) zijn op overtúiging?

Als jij het weet: hieronder bevindt zich een reactieveld.