maandag 4 augustus 2014
Hoeveel ben jij waard?
We hadden het over ambtenaren die 'voor zichzelf begonnen'. Zo werd dat toen genoemd, in de periode van zware bezuinigingen met namen als Bestek '81. Het zal vast zijn gegaan over VWS-ambtenaren zijn gegaan. Met hen hadden we heel veel van doen en het was (is) het ministerie dat bijna permanent in staat van reorganisatie verkeerde. Dat daar onder die omstandigheden nog íets uit kwam, is al een wonder op zich.
Wat ons toen verbaasde, is de gedachte van die ambtenaren dat zij als zelfstandige een mooie start zouden kunnen maken. Die verwachting was bijna altijd gebaseerd op hun netwerk. Dat was groot en invloedrijk.
Hoe zij zich vergisten. Dat netwerk verdampte waar ze bij stonden als zelfstandige. Immers, ze hadden niets meer te brengen, maar kwamen halen. En dat, lieve jongens en meisjes, is een fundamenteel andere positie zoals jullie weten.
Het was een situatie die enorm veel weg heeft van de kretologie die ons nu overspoelt als het gaat om het vinden van kansen, van banen of van opdrachten. Hol is het: "het gaat erom wie je kent". En dus netwerken we onszelf wezenloos, zonder een stap verder te komen.
Social media zijn wat dit betreft net een departement. Het zijn niet de personen die over een netwerk beschikken. Het zijn de medewerkers van een bedrijf die een netwerk hebben. Zo gauw je weg bent bij je adviesbureau, je ontwerpbureau, je gloeilampenfabriek, je onderzoeksinstituut, kalft je waarde enorm af. Niet jij, maar je positie bepaalt je waarde.
Maar al die invloedrijke zelfstandigen dan die via social media opmars maken en maakten? Welnu, de eerste vraag is maar één woord: 'invloedrijk'? Nou, dat valt te bezien. Ik denk dat jij erg veel moeite moet doen om één invloedrijke zelfstandige te vinden, laat staan eentje die invloed via social media verwierf. Bijna altijd is dat invloed binnen een beperkte kring.
Maar stel dat het wel zo is. De vraag die dan komt, is die naar de sterkte van die invloed, de vraag naar de bron ervan.
Je zult merken dat die net zo hard is gekoppeld aan imago als die van de werknemer aan het imago van z'n werkgever. Laat maar eens een discussie lopen waarin de identiteiten van deelnemers anoniem is. Een discussie waarin het alleen gaat om de kwaliteit van meningen, van gesprekvoering. Ik durf te wedden dat een aantal mensen dan enorm door de mand zal vallen; met een gebrek aan empathie, of een gebrek aan constructief denken, of (vooral?) vanwege een gebrek aan argumenten.
Het is een dood-ordinaire vaststelling dat je je enorm kunt vergissen in je eigen status, imago en invloed. Het is niet voor niets dat de ouden spreekwoorden hebben als dat je je echte vrienden pas leert kennen in tijden van crisis.
Dit blog bevat wel meer posts die rond het thema wentelen: wees jezelf en zorg dat je netwerk zich aan jou als persoon hecht. Dat impliceert dat je je ook als persoon moet (durven) presenteren. Ja, dat betekent ook 'boos', 'verdrietig' en 'niet-wetend'.
Want anders ben je niets meer dan een representant van net zoiets als een bedrijf: volslagen onnuttig als puntje bij paatje komt omdat de waarde dan ineens in de lucht blijkt te hangen.
maandag 14 juli 2014
Benauwende imago's
Als ik nu over nadenk en probeer een beeld terug te halen, dan schieten me idiote beelden binnen. Tijdloze, want ik zie ze vandaag de dag nog steeds bij jongeren. Vooral bij warm weer vallen ze me weer op.
Op een bepaalde leeftijd ga je je verzetten als weg om een eigen plek te krijgen in de sociale structuur. Puberteit!! Dan móet je onbedwingbaar dat doen wat anderen niet doen of afkeuren. Als je dan ook nog kind bent van een hele generatie opstandigen, dan weet je het wel.
Mijn herinnering is die aan lang haar, militaire (sic!) jasjes en pukkels, afghaanse jassen, zwarte of witte, strakke, heel strakke broeken, buttons tegen en over ik weet niet meer wat. Van de schoenen kan ik me vooral canvas bergwandelschoenen en Roots herinneren.
Het uniform van de onaangepaste. Heerlijk doorzichtig, maar dat wisten wij natuurlijk niet.
Omdat het feitelijk een uniform was, moest het ook iedere dag worden gedragen. In mijn herinnering zijn de schoenen en de jassen, tot op de draad versleten, gedragen. En toen kwam plots, echt in een moment, het eind; m'n sliertig lang haar ging er af. Zomaar. Zonder aanleiding.
Wat me vandaag de dag opvalt bij de moderne 'zestienjarige' is diezelfde uniformdrang en -dwang. Ik herken ze echt niet allemaal, maar eentje lijkt onveranderd.
Die laat zich heel makkelijk herkennen. Ondanks de hoge zomerse temperatuur weigert-i andere kleding. Een kórte broek? Onmogelijk! Een shirt met korte mouwen? Hoe haal je het in je hoofd. Zelfs in de grootste hitte zijn ze in staat hun favoriete (winter)jas, liefst zwart, aan te houden. Ze sjokken door het zand met een rood hoofd van hun veel te warme lichaam, maar wel met het uniform aan.
Ze zijn er nog steeds. Norsig en dwars. Zeker als je met je ouders wordt gezien. Onwetend van oudere mensen die je zien gaan of staan en die zichzelf herkennen in die verhitte, donkere wolk. Een wolk die zich op een naar eigen idee uníeke manier verzet. Zoals generaties daarvoor en generaties daarna vast ook zullen doen. Zó uniek.
Je moet vast wat ouder zijn om je iets voor te stellen bij de gedachten die rond wervelen in het brein van zulke uniformdragers. Persoonlijk vind ik dat ook het leukst. Het herkennen van alle uitingen van jeugdculturen is niet het belangrijkste. Dat is net zoiets als alle losse lemma in een encyclopedie kennen. Dat levert geen enkel begrip op.
Jeugd en -culturen zijn en blijven onderzocht. Als economisch fenomeen - ze hebben enorm veel te besteden -, als biologisch fenomeen - het puberbrein -, als criminologisch fenomeen - wat veroorzaakt crimineel gedrag in deze groep -, als sociologisch fenomeen - bestaat de groep wel of is het een beleidsindeling.
Wat ik echter nog nooit ben tegen gekomen - maar ik zóek ook niet meer zo actief - is het antwoord op de vraag hoe ze nu écht die periode beleven. Dus los van de invloed van de groep waartoe je wilt behoren of het antwoord dat het zo mooi is.
Misschien is het ook wel een vraag die je pas kunt en wilt beantwoorden als je die periode al lang weer uit bent. Als je denkt er vrijuit over te kunnen praten. Zoals je op steeds hogere leeftijd over steeds meer zaken des levens vrijuit kunt praten.
Dat, alleen dát al, is een belangrijk signaal voor onderzoekers en beleidsmakers: hoe werkelijk is de werkelijkheid?
vrijdag 22 november 2013
Jouw stad, hun stad, geen stad
Ze doen me nog steeds aan lemmingen denken: amsterdammers. Iedere keer dat je er bent, verbaas je je over hun volstrekt idiote gedrag in het verkeer. Zoals lemmingen zich met ware doodsverachting van de rotsen storten, zo storten de amsterdammers zich in het verkeer. Daar waar de lemming het vanuit een collectief gevoel doet, lijkt de amsterdammer gedreven door hoge eigendunk. Verkeer, anderen, toeristen; het zijn hinderlijke bijverschijnselen in je leven. waarom zou je je er iets van aantrekken?
Het levert idiote taferelen op. Fietsers, brommers en voetgangers die maar doen wat hen goeddunkt. Nu ben ik nog steeds een groot voorstander van langzaam verkeer voorrang geven. Maar géven is toch echt iets anders dan némen. Nemen kan, als je dat verkeerd doet, heel slecht aflopen. Leukst zijn de automobilisten die menen dat in Amsterdam metropoolse allures en arrogantie gelden. Van die klungels die denken dat doordrukken om sneller op de plek van bestemming te komen, een goede weg is. Jammer; ik ben er dol op dergelijke aso's te dwarsbomen, zeker als ik een veel grotere bus bestuur. Dan blijf je netjes in je hok, hoe hard je ook claxonneert en naar je voorhoofd wijst.
Verbazingwekkend zijn ook de meningen van amsterdammers. Toeristen - dé kurk waarop de stad drijft - zijn een minderwaardig type mens. Die kunnen zich helemaal niet gedragen in het verkeer. Dan huren ze fietsen - of, erger, geruisloze electrische brommertjes - en schuiven ondoordacht door de stad. Een vreemd oordeel, want die toerist houdt de stad in leven. En de amsterdammers doen zelf wel voor hoe je moet fietsen in de stad: vanuit jezelf redenerend. Bijzonder raar dat je dan geërgerd kijkt naar vreemden die jouw voorbeeldgedrag volgen. Het is toch de mores van de straat? Zo leren Nederlanders toch ook te overleven in het Siciliaanse of Parijse stadsverkeer? Zo snel en goed mogelijk aanpassen. Dat dóen die toeristen ook.
Amsterdam blijft een gespleten stad. Ze teert heel erg op een imago uit het verleden, maar verloochent dat ook. Trots op de vrijgevochtenheid, op de vrijheid en de dynamiek. Dat is terecht, maar voor een groot deel gebaseerd op het verleden en de overgeleverde verhalen. Feitelijk is de stad een stuk burgerlijker dan het beeld dat amsterdammers cultiveren.
Natuurlijk zijn er enclaves te vinden die afwijken. Die zijn in iedere grote stad te vinden. In Amsterdam dus ook. Maar wie nu de binnenstad bezoekt, zal dezelfde sfeer aantreffen als willekeurig welke binnenstad. De hele binnenstad is vergeven van de feestverlichting: rond de boomtakken geweven, aan de gevels geplakt, in de etalages. Op de Dam is het echt grandioos 'over the top normaal'. De De Bijenkorf is werkelijk behángen met die lichtjes en zelfs het paleis is niet ontkomen aan de lichtsnoeren. Het verplichte kerstdorp is hier - uiteraard, want Amsterdam waant zich een wéreldstad - groter en ligt als één lang lint tussen de Dam en het Centraal Station.
Als ik op dagen als deze door zo'n stad als Amsterdam reis, dan bekruipt me toch iedere keer weer die gedachte over die dubbelzinnigheid: rebels en uitzonderlijk willen zijn, maar zo burgerlijk zíjn. Koningsdag? Je zou haast verwachten dat de stedelingen daarover kritisch zijn, maar het grootste feest is in Amsterdam te vinden. Dat geldt net zo goed voor de Gezellige Decemberfeestdagen; de stad doet er zó hartstochtelijk aan mee.
Het aardige daaraan is wel dat het voor veel mensen reden is eventjes onder te duiken in die lichtjessfeer. Die, als de avond valt, zo rustgevend de ellende van de dag wegpoetst. Even is de stad een sprookje.
woensdag 9 oktober 2013
Geciviliseerd
Ook in Leiden hebben we van die jaren dertigwoningen, in verschillende formaten; wel allemaal opgetrokken uit dat 'gezellige rode baksteen'. Het zijn populaire huizen, vooral door de sfeer. Zeker voor degene die zich niet wil laten kennen als kneuterig, zijn ze ideaal. Hipstergezellig, zullen we maar zeggen. "Nee, zeg. Dit huis vráágt om deze inrichting. Moet je dat glas-in-lood zien. Daar móet toch een openhaard bij?!"
Het blijft me wat vreemd voorkomen; niet passende elementen. Wellicht het idiootst vind ik wat je in Wassenaar nogal eens zag, en waarschijnlijk ziet. Als je daar op een zaterdag in het dorp kwam of bij de plaatselijke supermarkt, dan waren ze in ruime mate voorhanden: de buitenmensen. Je kent ze vast wel; van die types die waxjassen dragen en liefst ook nog donkergroene laarzen. Wellingtons, uiteraard. Dat is een ensemble waar een terreinwagen bij hoort, een four wheel drive.
Wat het idioot maakt, is dat in het dorp geen enkele onverharde weg is te vinden en evenmin woest of onbegaanbaar buitengebied wat stevige buitenkleding vereist. Het is een gewoon dorp met asfaltwegen en gecultiveerde, zij het soms grote, tuinen. Wat zich op zaterdag op die manier in het dorp vertoont, is niet anders dan een modegril, een status statement. Het namaak druipt er ook van af. Het is toch allemaal niet hoe de koddebeier in de duinen of een jachtopziener er bij loopt.
Niet dat het hier in de stad principieel anders is. Wellicht minder landlevenkleding, maar toch ook hier, op het asfalt, te grote four wheel drives, suv's en grootwielige Amerikaanse pickup's. Overal gaat het om imago.
Bij huizen gaat dat wat lastiger in die zin dat die nogal plaatsgebonden zijn en je er niet mee kunt paraderen. Wat je wel kunt, is mensen in dat huis uitnodigen en dan nonchalant op de bijzondere details wijzen; zoals de open haard. Die er oorspronkelijk niet in zat. Maar die wel een leuk sfeertje geeft. Net als de kaarsen, de overheerlijke knoflook-olijven en de noten-tapenade op toast.
Een haard als (bij)verwarming kan ik me nog goed voorstellen. Een showhaard ook wel, maar ik geloof dat ik 'm zelf niet veel zou gebruiken. Je moet toch ergens goedkoop hout vandaan halen. Zoals ik ooit zag bij een goede kennis die een huisje in Frankrijk heeft. Die betaalde heel erg weinig voor droog, gekloofd hout. Maar dat werd dus wel zo uit de vrachtwagen in de tuin gestort. En wij maar sjouwen en stapelen. Kijk, dan lijkt me een haard wel zinvol.
Hier in Leiden reed ik van de week langs een huis waar in de voortuin openhaardhout lag; van die pakketjes met een netje er om heen, zoals je ze bij een tankstation kunt kopen. Voor te duur. Van die netjes voor mensen die hun hout bij het tankstation moeten halen omdat de winkels al zijn gesloten. Dat soort.
In die voortuin lagen dus naar schatting zo'n vijftig van die netjes. Dat gezicht doet me denken aan die kleding en die auto's: ergens klopt er iets niet in dat beeld.
maandag 26 augustus 2013
Aangepaste regels
Een deel van Nederland heeft zich verbaasd over wat een oprichter van Alpe d'Huzes deed: geld krijgen uit de opbrengsten. En dat terwijl de stichting die ondermeer hij oprichtte nu juist zo sympathiek oogde vanwege het antistrijkstokbeleid. Ik heb hem zijn verhaal vol verve horen vertellen op een Divosa-congres, een club waar - hoe klein is de wereld - de huidige voorzitter van de stichting werkte. Persoonlijk vond ik het een af en toe over the top verhaal. Gelet op de reacties deelde he gros van de aanwezige sociale dienstmedewerkers die mening niet.
Het heeft inmiddels iets van een verkeersovertreder die een bekeurende politieagent tracht te overtuigen: "Ik reed 150 omdat ik naar een bevalling moet". Dat soort. De rationalisering waarom nu juist jij en jouw situatie een uitzondering op de regel vormen. En, eerlijk gezegd, de eerlijkste die ik ooit op televisie zag, was een man die op een bekakte toon een agent toe beet "wie denk je dat ik ben? Ga toch achtef gewone mensen aan". Eerlijk is eerlijk; hij werd bekeurd.
Die ex post-argumenten kloppen niet vaak, omdat ze een soort van deus ex machina introduceren. Die kennen we allemaal uit de (televisie)detectives waarin de Miss Marple's of Hercule Poirot's onverwacht blijken te beschikken over meer informatie dan jij, de kijker. Dan wordt oplossen vooral een leuk kijkspel.
Het is ook precies wat ik in dit geval zie gebeuren. Een deel van de goegemeente valt over de betaling - "dat zou toch nooit gebeuren?!" - en een deel billijkt het - "de man stak er ongelooflijk veel tijd in". Dat is dus typisch ex post.
Natuurlijk is er veel tijd in gestoken. Vast en zeker is er kans op inkomensderving. Maar de ellende is dat da pas gaandeweg de rit blijkt en dat vóóraf beloften zijn gedaan. Beloften die je gestamd moet doen. Zeker als je actief bent in een circuit dat hoort te zijn gebaseerd op vertrouwen, filantropie en vrijwilligheid. De kleinste aantasting van da vertrouwen, kan desastreuze gevolgen hebben. De directeur van welk fonds kreeg een riant salaris? Met welk effect op de opbrengsten?
Ik snap de vergoeilijkers dan ook niet. Dat de man er veel in stak en inkomsten mis liep, akkoord. Maar zouden er elders in de organisatie niet óók vrijwilligers zijn die in die situatie zijn terecht gekomen? Die veel, té veel, tijd staken in de actie? Die daardoor in een gevarenzône terecht kwamen? Of is dat iets wat uitsluitend hogere echelons kan overkomen?
Haast beledigend voor de vrijwilligers zijn degenen die menen dat het allemaal zo'n vaart niet loopt want de man "haalde miljoenen binnen en in relatie daartoe is dit niks". Wíe haalde die miljoenen op? Wíe putte zich uit? Ik moet bekennen dat ik de indruk had dat dat werd gedaan door een gróep mensen.
En dan is er nog de reactie dat het aansturen en leiding geven aan zo'n organisatie een dergelijke beloning rechtvaardigen. Degene die dat meent, heeft werkelijk níets begrepen van de ophef over salarissen de afgelopen vijf jaar. Die denkt dat de graaicultuur mag blijven bestaan, onder het mom dat men 'er recht op heeft'. Dat recht bestáát niet. Het is een poging ons een illusie op te dringen.
Wat mij betreft, valt er niets goed te praten. Voor mij is dit een graaier.
Niet omdat hij niet hard werkte en veel deed. Wel omdat hij zichzelf een uitzonderingspositie toebedeelde en daarmee zijn eigen beloftes brak. Daarom is het iemand wiens woord mij geen stuiver meer waard is.
En het bestuur dan? Weet je. Dat is een goede vraag. Jezelf verschuilen achter 'wij wisten het niet' en tegelijk aangeven dat er 'stevige discussies' zijn gevoerd; wel de organisatie 'professionaliseren' door een nieuwe structuur - met betáálde mensen?! - en niet de mentaliteit: ach, het heet bestuur. Mijn indruk is dat dat evenveel boter op het hoofd heeft.
Hemelbestormers en wereldverbeteraars; op een gegeven moment stijgen ze zo ver op dat de zon hun vleugels er af doet vallen.
donderdag 22 augustus 2013
Leiden dynamisch digitaal
Wat doen toeristen in Leiden? Onder andere foto's maken; ter herinnering, omdat het mooie of pittoreske beelden oplevert. Als je veel door de stad fietst - ook in jouw eigen gemeente - zijn er gegarandeerd plekken die je geregeld passeert en die er iedere dag anders uitzien. Op sommige dagen stop je wellicht en kijk je wat langer. Naar de nevel die uit de gracht opstijgt of de zon die wonderlijk mooi strijk- of tegenlicht geeft in een klinkerstraat.
Wat mij nu zo mooi lijkt, voor Leiden, is een groot aantal camera's in de stad die dergelijke plekken ontsluiten. De camera hoeft, mág, niet kunnen bewegen. Het is een stilstaand beeld wat je zoekt, geen surveillance. Via draadloos Internet - en Leiden krijgt dat over de hele stad. Toch? - zijn die beelden op te vragen.
Maak van die beelden een Leiden Dynamisch Digitaal: een permanente veranderend 'tijdschrift' bestaand uit beelden uit de stad. Heel veel beelden uit de stad en zeker niet alleen de toeristische trekpleisters.
LeidenDD laat je de stad dan zien zoals hij echt is: soms verregend-lelijk, soms indrukwekkend mooi. Dan komen de toeristen niet meer? Dan komen de toeristen júist, want we willen allemaal uiteindelijk toch het origineel ervaren. Weet je nog? Muziek zou ten dode zijn opgeschreven door al dat downloaden. Niets is minder waar: concerten en festivals floreren. Het echte ding zien.
Echt. Hang zo'n honderd camera's op en toon de stad. Mogelijk bedenkt iemand zelfs dat je foto's als Groeten Uit... kunt versturen. Of er een eigen route mee kunt samenstellen. Als de stad echt zulke sterke beelden heeft, dan maken we er zó gebruik van.
Geen oubollige verhalen over Rembrandt of de monumentale Pieterskerk. Geen obligaat verhaal over 'de mooiste gracht van Leiden' - dat bepalen we zélf wel - of de hoeveelheid water in Leiden - dat overzien we toch niet en blijft een 'feitje'. Geen exposé over 'de universiteit' of samenwerkingsrelaties, want die zijn op straat grotendeels onzichtbaar. Laat die informatie voor wat ze is: áchtergrondinformatie, de context.
Waar je de beelden vindt? Ga eens bij de voetgangersbrug staan op de Nieuwe Rijn en kijk naar de Hooglandse Kerk, liefst met heiïg weer. Of op de brug Nieuwe Rijn/Herengracht en kijk over de Herengracht naar de kerk aan de Herensingel. Of, ook op die plek, in het ochtendlicht naar de Rijnbrug. De stokoude boom op de begraafplaats aan de Groenesteeg. De Zuidsingel. De Haven. De bocht in de Haarlemmerweg, ná de spooronderdoorgang. De Besjeslaan. Park Cronesteyn. Zomaar wat plekken waar alleen ik al vaker dacht: whow, wat een mooi beeld. En dat een uur later alweer anders was.
Die Whow-momenten bereikbaarder maken, dat doet LeidenDD. In de vorm van een dynamisch plaatjesboek. Dat geen uur hetzelfde is; verandert met de lichtinval, met de seizoenen. Maar dat wel één van de gezichten van Leiden weergeeft. Leiden zoals Leidenaren de stad meemaken, niet de denkbeeldige stad uit de folders.
Wie biedt?
woensdag 10 juli 2013
Waarin de Waarheid de Leugen achterhaalt
Mocht je 'ja' hebben geantwoord, dan denk ik dat je in een illusie leeft. Mocht je 'nee' hebben geantwoord, dan ben je mogelijk een ietsepietsie te somber. Natuurlijk doe je er toe; mits je binnen de doeleinden van anderen bruikbaar bent.
Dit blog gaat over het dagelijks leven. En over innovatie. Eigenlijk zou ik moeten schrijven 'verandering', want innovatie heeft iets van vooruitgang, ontwikkeling ten goede. Bij innovaties moet je echter altijd ook de vraag stellen: ten goede van wie? Dat is dan ook wat in al die blogposts gebeurt, de vraag: wat zie je eigenlijk? Niet met de pretentie het antwoord te weten - dat bepaal jíj voor jezelf.
Dat de samenleving gelaagd is, weten jij en ik ook wel. Dat er mensen zijn die het beter hebben dan anderen, ook. Hopelijk heb je ook door dat het verhaal van de gelijke kansen een sprookje is; de startposities zijn om te beginnen al niet voor iedereen gelijk. Rangorde, onrecht en ongelijkheid zijn fundamentele onderdelen van een samenleving. Die bannen we nooit helemaal uit.
Maar hypocrisie viert hoogtij.
Onder het mom van 'klantgerichtheid', 'algemeen belang' of 'maatschappelijke relevantie' wordt veel nonsens verkocht. Dat adviesorganisaties dat doen, is nog begrijpelijk. Die leven van hielenlikkerij en hovaardij. Zo snap ik nog steeds niet waarom gemeenten niet doorhebben dat ze binnen hun eigen gemeentegrenzen vaak minstens zo goede adviezen kunnen vinden als die waarvoor ze nu goudgeld betalen aan ingehuurde adviseurs. Blijkbaar gáát het helemaal niet om het advies.
Storend is het als je weet dat je wordt belogen waar je bij staat.
De post is er zo een. PostNL om precies te zijn: een fantasie-verhaal, waarvan je toch niet gelooft dat zij er zélf iets van geloven?
Dat je postbodes de laan uitstuurt om die direct te vervangen door - toevallig hoor - goedkopere postbezorgers. Omdat het werk eenvoudiger is geworden. Dat er sindsdien slechter wordt bezorgd en post verdwijnt; terloops detail.
Of die ongelooflijke redenering rond de betaling van pakketbezorgers. Omdat er weer meer pakketten per straat (kunnen) worden bezorgd, is het volgens PostNL logisch dat je per straat niet meer gaat verdienen. Terwijl de grondslag voor de betaling een pakketprijs is. Als je wordt geschoren, log je stil. Als je achteraf teleurgesteld bent over je eigen onderhandelingsresultaat, moet je niet kinderachtig de spelregels veranderen tijdens het spel. Als je vindt dat je met zelfstandige onderaannemers werkt, moet je die ook zo behandelen en niet alsof het verkapte werknemers zijn. Dat gelooft niemand én het riekt naar oplichting en fraude.
PostNL is er best wel goed in: onzin verkopen. Post bezorgen ze niet meer op maandag, omdat het aanbod dan zo laag is. Nee, die is mooi. Dat is een redenering die honderd procent is gebaseerd op en ingegeven door bedrijfsbelang. De klant, de geadresseerde speelt nul en generlei rol.
Jij en ik doen gewoon niet mee.
Dit is ook wel een mooie. De beloning van bestuurders. Vandaag kwam in het Twitterwereldje ondermeer dit langs:
Of het juist is, maakt niet eens uit. Het gaat om het waandenken wat steeds vaker wordt ontmaskerd. Het idee van heel veel mensen dat ze hun hoge salaris wáárd zijn. Want anders verdwijnen ze. Anders worden er lagere winsten gemaakt. Want het is 'marktconform'. Mijn hemel, hoe krom moet je wel niet praten om jezelf iets wijs te maken. 'Marktconform'?! Terwijl je zelf deel uitmaakt van die prijszetting? Dat kán niet eens, idioten! Je hebt een ónafhankelijk referentiunt nodig. Maar wie meent récht te hebben op veel, redeneert daar naartoe. En dat kan vooral goed als je jezelf als ijkpunt ziet.
Dat ABP-citaat is een voorbeeld daarvan. Natúúrlijk is het schandalig. Het ABP beheert andermans geld en garandeert inkomens op hogere leeftijd. Natúúrlijk bepaalt de missie van een organisatie de salarissen. Als iemand graag veel wil verdienen, dan bij een private onderneming. Stuitend was ook de dame die - ik meen - marketingmanager is bij ABN. Zij vond het haar récht een exorbitant salaris te krijgen en ook dat spaarders daar niets over te zeggen hebben. Ik heb een dag later al ons spaargeld bij de ABN weg gehaald. Met zo'n asociale, egoïstische geldwolf wil ik liefst niets van doen hebben. De rekeningcourant mogen ze beheren.
Wat nu zo bijzonder is aan bedrijven - en zeker al die in of voortkomend uit het semi-publieke segment - is dat ze inmiddels wél doorhebben dat (werken aan) je imago belangrijk is. Het zingt rond: aanwezig zijn op social media, webcare, storytelling, authenticiteit, maatschappelijk verantwoord ondernemen. En allemaal vergeten ze dat je dat niet kunt manipuleren: de waarheid komt op den duur altijd langszij en gaat er overheen. Dan knapt de zeepbel.
Het is niet eens cynisch. Van dichtbij heb ik meegemaakt hoe een organisatie intern haar klanten vooral zag als bron van inkomsten, maar naar buiten deed alsof alles 'door en voor' hen werd gedaan. Intern werd een administratieve werkelijkheid gefabriceerd voor subsidiegevers, terwijl extern fraudebestrijding werd verkocht. Zulke organisaties kunnen uiteraard een poos een imago in elkaar knutselen. De ellende voor hen is echter dat de boodschap van de succesvolle inzet van social media direct is gekoppeld aan een mentaliteit, een cultuur, aan de genen van de organisatie. Authenticiteit, het belangrijkste begrip, heeft ook alles te maken met eelijkheid.
Het eerst zijn de graaiers eraan gegaan. De komende jaren zullen we zien of klanten en consumenten gaan kiezen voor eerlijke bedrijven die zij vertrouwen of blijven volharden in het leegschudden van hun portemonnee in de zakken van zakkenvullers.
zaterdag 6 juli 2013
Het Leids waterweb
Wellicht is het de bedoeling dat 'ontdekking' een verwijzing is naar 'de ontdekking die om de hoek ligt'. Het onverwachte vergezicht. Of dat indrukwekkende gebouw. Dat klopt al meer. Leiden heeft bijzondere gebouwen, heeft mooie doorkijkjes, heeft verstilde hofjes, heeft plaatsen met een verhaal. Je moet ze wel zoeken. De stad als geheel ademt dat 'stad van ontdekkingen' helemaal níet uit. Da's ook niet verbazingwekkend. Hoe in godesnaam verbeeld je 'stad van ontdekkingen' in de publieke ruimte? En zeg nu niet 'door te verwijzen naar musea'.
Soms ligt het antwoord voor je neus, maar zie je het niet. Zelf heb ik de indruk dat Leiden te hoogdravend inzet. Natuurlijk, de stad heeft beroemde kunstenaars en wetenschappers gehuisvest. De stad hééft een turbulente geschiedenis. Leiden hééft de oudste universiteit en de mooiste Hortus Botanicus (vind ik). We hebben hier de oudste betonnen draagbalkconstructie van Nederland, in de meelfabriek. En een heel uniek raam in de Breestraat.
Maar dat zijn allemaal feiten, feitjes en voetnoten bij de geschiedenis. Als de je de stad zíet, zie je dat niet. Inderdaad, ik heb er al 's iets over gezegd.
Wat je wél ziet, is al het water in Leiden. Het barst hier van de kanalen, singels en rivieren. Zeker de binnenstad is ermee vergeven. En we hebben dus ook bruggen: oude, nieuwe, lelijke, mooie, fotogenieke.
Water is bijzonder. Het leeft. Je hebt maar een zuchtje wind nodig en het beweegt. Het kan spiegelend glad zijn, maar ook dampend. Het kan veranderen in ijs! Er leeft van alles op en in water. En in een stad ligt er ook nog eens van alles in het water, of drijft er rond. Maar: het lééft!
Niet voor niets zie je veel toeristen foto's maken van Leiden met een wateroppervlak er op. Doorkijkjes onder bruggen door. Zonsondergangen of imposante wolkenpartijen vanaf de Hoogstraat, met molen De Put op de achtergrond.
Dat waterweb van Leiden heeft minstens zoveel kracht als 'stad van ontdekkingen'. Als in de stad iets wordt georganiseerd, is daar vaak het water bij betrokken, zeker in de zomer. De Peurbakkentocht en de Dragon Boatwedstrijden. Op het water. Terrassen en podia? Op het water. En dan moeten we vooral mijn favoriete zomervermaak niet vergeten: bootjes kijken op de Nieuwe Rijn(man, man, wat kunnen wij Nederlanders varen, zeg).
Zeker met mooi weer geeft het de stad iets extra's. 'Ben even boodschappen doen. Met de sloep naar Leiden, Hendrik-Jan'. In file-formatie parade-varen langs de terrassen (en, fantaseer ik daar dan vaak bij, maar hopen dat je geen stuurblunder begaat).
Vandaag was zo'n dag. Zaterdag. Markt. Mooi weer. En dus bootjes, heel veel bootjes. Daartussen de schuiten waarop een aantal bands muziek uit de Woodstocktijd ten gehore bracht. Zolang je maar geen top-uitvoeringen verwacht, is het prima. Schippers die moeite hebben de schuiten voor een drijvend terras stil te leggen, een band die heel erg z'n best doet, de zon die straalt, de markt die als achtergrond dient. Momenten.
Die momenten... dát zijn de ontdekkingen. Voor de gelukkigen.
vrijdag 7 juni 2013
En de eerste drie regels zíjn...
Het is typisch zo'n onderwerp waarvan ik vond dat het goed is als het geregeld terugkeert in de aandacht: de vluchtige manier van lezen, van informatieverwerken. Ik zou eens moeten zien te turven hoe vaak ik dat verwijt voorbij zie komen op Twitter: dat iemand niet goed las. Ik heb er zelf ook last van, hoor. Soms laat je je helemaal meeslepen in die ongrijpbare drang ook eens ergens de eerste mee te zijn of de spitsvondigste van het stel. Maar als je dat wilt worden, moet je het juist níet nastreven.
Een nieuwtje is maar een deel van het verhaal. Veel belangrijker is wie degene ís die het brengt. Want de (status van de) brenger van het nieuws, bepáált meteen (of) het nieuws (is). Dan kun jij nog alle gelijk van de wereld hebben, als een BN-er precies dezelfde boodschap later brengt, is dát waarschijnlijk het bericht dat wordt gezien als het eerste. Lullig. Maar waar. En niets nieuws onder de zon, want zo werkt de werkelijke wereld ook. Inhoud is veel minder belangrijk dan we denken (wat dus echt anders is dan: inhoud doet er niet toe).
In Slate, dus, las ik vandaag een artikel met de titel You Won’t Finish This Article; Why people online don’t read to the end. Het antwoord op de why-vraag komt niet echt uit de verf, maar het artikel is desalniettemin lezenswaardig en informatief.
M'n advies is nú de vorige hyperlink te gebruiken en het originele artikel te lezen. Ik pik er twee citaten uit voor de overblijvers.
I’m going to keep this brief, because you’re not going to stick around for long. I’ve already lost a bunch of you. For every 161 people who landed on this page, about 61 of you—38 percent—are already gone. You “bounced” in Web traffic jargon, meaning you spent no time “engaging” with this page at all.
So now there are 100 of you left. Nice round number. But not for long! We’re at the point in the page where you have to scroll to see more. Of the 100 of you who didn’t bounce, five are never going to scroll. Bye!
OK, fine, good riddance. So we’re 95 now. A friendly, intimate crowd, just the people who want to be here. Thanks for reading, folks! I was beginning to worry about your attention span, even your intellig … wait a second, where are you guys going? You’re tweeting a link to this article already? You haven’t even read it yet! What if I go on to advocate something truly awful, like a constitutional amendment requiring that we all type two spaces after a period?
Wait, hold on, now you guys are leaving too? You’re going off to comment? Come on! There’s nothing to say yet. I haven’t even gotten to the nut graph.
Het is en blijft un peu onthutsend: vijftig procent van de lezers haalt de helft van een artikel niet. Ernstiger is dat een grote groep eigenlijk niet verder komt dan de eerste regels, het eerste schermbeeld. Heel terecht stelt Farhad Manjoo dan ook de vraag wat die mensen eigenlijk wél lazen en opnamen.
En wat ze (dan dus ) doorgaven via social media.
There’s a very weak relationship between scroll depth and sharing. Both at Slate and across the Web, articles that get a lot of tweets don’t necessarily get read very deeply. Articles that get read deeply aren’t necessarily generating a lot of tweets.
(...)
Schwartz tells me that on a typical Slate page, only 25 percent of readers make it past the 1,600th pixel of the page, and we’re way beyond that now. Sure, like every other writer on the Web, I want my articles to be widely read, which means I want you to Like and Tweet and email this piece to everyone you know. But if you had any inkling of doing that, you’d have done it already. You’d probably have done it just after reading the headline and seeing the picture at the top. Nothing I say at this point matters at all.
donderdag 6 juni 2013
Ellende en misère horen erbij
Zulke dagen, dus. Vaak nog verscherpt doordat je de indruk hebt dat anderen nóóit miserabel zijn. Dat laten ze in elk geval niet merken. Social media zijn er sterk in: het vertekenen van emoties. Eigenlijk natuurlijk klinkklare onzin, want social media dóen niets. Dat doen we zelf. We maken zelf een imago, een publiek beeld. En blijkbaar passen negatieve emoties daar niet in.
Onzin. En niet zo'n beetje ook.
Jij bent een rijk gedetailleerd karakter, met emotionele toppen en dalen. Dat heeft iederéén. De extremen zijn niet voor niets ziektebeeld. De bi-polairen die wel enórme wisselingen meemaken en de emotielozen. Maar het gros van ons bengelt er tussen: wisselende emoties. Dat je dat in social media-omgevingen slecht terugziet, vind ik nog steeds bijzonder. Blijkbaar willen we mooi, sprankelend, vrolijk en positief over komen.
Alles leuk en aardig, maar da's dan dus een nepbeeld.
In Scientific American vond ik een artikel dat hier op in gaat: sombere emoties hebben een functie. Effetjes: dat betekent dus niet dat die emotionele staat een prettige is of nagestreefd moet worden, maar wél dat het een signaal is.
In recent years I have noticed an increase in the number of people who also feel guilty or ashamed about what they perceive to be negativity. Such reactions undoubtedly stem from our culture's overriding bias toward positive thinking. Although positive emotions are worth cultivating, problems arise when people start believing they must be upbeat all the time.
In fact, anger and sadness are an important part of life, and new research shows that experiencing and accepting such emotions are vital to our mental health. Attempting to suppress thoughts can backfire and even diminish our sense of contentment.
Een goede manier om met emoties om te gaan, is ze te herkennen en vooral érkennen. Ze zijn er. Accepteer ze. Druk ze niet weg. Ontken ze niet. Maar ja, da's wat ik er van weet. Als je het artikel leest, moet je vooral ook even door de reacties bladeren. Daar vind je dan de discussie wel of niet accepteren terug.
Kennen we onszelf nu echt zo slecht? Of vertellen we via social media, vertellen we altíjd, maar een deel van het verhaal? Dat deel waarvan we denken dat anderen daar positief op zullen reageren. Dan rest de vraag waar we dan blijven met die 'andere' emoties.



