Geloof jij in parallelle werelden? Echt niet? Ook niet in een heel klein hoekje van je hersenpan waar de hoop is gehuisvest?
Niet dat ik er nú in geloof, maar ik zou het wel enorm leuk vinden als ze wél bestonden. Ikzelf zal er dus niet naar gaan zoeken. De opportunist in mij houdt wel de deur open. Vanwege de opwindende gevolgen van zo'n ontdekking.
Waar ik wél in geloof, zijn onzichtbare grenzen. Soms keihard, haast ondoordringbaar. Die suffe dingen zijn net zo onvoorstelbaar als parallelle werelden. Het zijn de sociale groepen. Wie hoort bij wie. Wie kent wie. Wie doet het met wie; zakelijk dan.
Sociologen zijn niet zo van de starre structuren. Sociale groepen zijn dan ook in hun ogen flexibel doordat mobiliteit bestaat. Je kunt jezelf op werken. Dan ga je van een lage sociaal-economische laag naar een hogere. Dat is echter een criterium dat eerder economisch is als sociaal. Of je echt wordt geaccepteerd in die nieuwe laag, is de vraag. Past dat 'nieuwe geld' wel bij de mores van het 'oude'? In Wassenaar kwam ooit de familie Van Breukhoven wonen. Die voldeed wel aan de financiële randvoorwaarde van 'rijk en ondernemend'. Maar Conny reed rond in een rose Bentley. Een rose! Kijk, dát is dus verkeerd. Da's vermomd plebs, da's 'die met die enorme borsten', Vanessa. Dat toenmalig minister Smit-Kroes 'nogal luidruchtig' een plek vooraan opeiste in de lokale Albert Heyn - en in mijn ogen dan minstens net zo 'plebs' is - bleek volgens ongeschreven regels van een andere orde.
Je snapt 'm vast. De glazen plafonds. De in- en out groups. De wij- en zij-cultuur. Old boys. Vrienden voor het leven.
'Voor het leven'.
Da's een interessante. We dénken dat we weten wie invloed heeft op de weg die het rollend balletje heeft. Dat zijn wijzelf, als kiezers. Dat zijn anderen, de groot-kapitalisten als het gaat om de economie. Dat zijn rechters, als het gaat om de rechtsregels. Dat zijn de 'mensen in functie', de zichtbaren.
De onzichtbaren zijn echter wellicht van grotere betekenis. Ik heb me weleens voorgesteld hoe dat gaat met de captains of industry, de politici, de maatschappelijke bovenlaag. Ik beweer dat mensen die werkloos worden niet van de ene op de andere dag nutteloos zijn geworden of niet meer over kennis beschikken. De werkloos geworden fotograaf kan een dag later nog steeds net zo goed fotograferen. Die gedachte bracht me na een paar jaar tot deze blogpost, en alles wat daaruit volgde.
Precies datzelfde gebeurt met de machthebbenden. Als zij 'pensioneren' veranderen ze niet plots in machtelozen. Het is niet zo dat ze er van de ene op de andere dag niet meer toe doen. Het verschijnsel zie je in de politiek soms terug als oud-politici zich gaan bemoeien met 'hun' partij. In het publieke deel wordt dat advies beleefd aangehoord, of soms bruut weggezet als 'commentaar van een dinosauriër'. Dat is echter helemaal niet relevant. Voor de bühne gebeurt wel zoveel dat dat overduidelijk toneelspel is. Dé vraag is hoe de hazen búiten beeld lopen.
Het is lastig, zo niet onmogelijk, in beeld te krijgen. De essentie van informele netwerken is immers dat ze informeel, ongrijpbaar, zijn. Wát wordt besproken tussen vrienden blijft tussen vrienden als zij dat willen.
Die onzichtbare wereld van afspraken en relaties is echter wel de wereld die bepaalt hoe de zichtbare er uiteindelijk uitziet.
Innovatie wordt vaak voortgestuwd door jonge, ambitieuze mensen; mensen met idealen en visie. Maar ook mensen met het niet-relevante netwerk. Dat is dan ook precies wat vaak gebeurt: de gevestigde orde wacht af, want de vernieuwers lopen zich dood op die onzichtbare obstakels. Alleen als vernieuwing past, zal ze kans maken. Het is dan wel de vraag waarín of waarbíj ze past. En het zijn meer dan we wellicht denken óude mensen die daarin bepalend zijn.
Posts tonen met het label netwerken. Alle posts tonen
Posts tonen met het label netwerken. Alle posts tonen
zaterdag 1 november 2014
dinsdag 6 mei 2014
Afscheid van een politicus: het moet.
Afscheid nemen, is een complexe emotie. Vandaag was ik bij een afscheidsreceptie om in artikelvorm daarvan verslag te doen. Daar sta je dan. Zoals altijd neem ik ruim tijd om de sfeer te proeven en de mensen te bekijken.
Zo'n afscheidsreceptie is een ritueel. De afscheidnemende staat ergens in de ruimte en vóór hem of haar vormt zich een rij om hem of haar de hand te schudden. Die handschudding is meteen ook het moment om een geschenk te overhandigen. Dat wordt overigens snel afgevoerd door een speciaal daarvoor aangewezene, die meteen een naamsticker plakt.
Vandaag namen twee politici afscheid.
Het was druk - of de zaal was te klein; dat kan ook - en afgaand op de lengte van beide rijen waren de heren qua populariteit aan elkaar gewaagd. Ze zullen ook nog wel het een en ander moeten gaan uitpakken, want velen in beide rijen hadden iets in de handen.
Zo'n receptie bekijkend, bekruipt mij de vraag wat ik nu eigenlijk zie.
Die rij is wel duidelijk. Maar verder?
Bekenden die elkaar groeten. De mensen die gezien en gesproken móeten worden, worden toegeknikt. De mensen die er niet toe doen, worden genegeerd. Je haalt de incrowd, de zelfbenoemde elite, er zó uit. Da's best wel leuk om te bekijken: hoe als satellieten de wannabe's rond de top dogs cirkelen. Hoe mensen langs elkaar heen om zich heen spieden wie nog meer interessant is om de hand te schudden. De ietwat over de top reacties. De gesprekken die, als je er flarden van oppikt, vooral gaan over Belangwekkende Zaken: het netwerken en lobbyen.
Eerlijk gezegd, vind ik dat wat bevreemdend. Op de receptie is de aandacht voor degene die onderwerp van de feestelijkheid is, eigenlijk minimaal. In essentie is die terug gebracht tot een handtekening in een gastenboek en een geschudde hand. Daarna gaat het over andere zaken. Zeker in dit geval waar de receptie ook een zeker blijk van waardering zou moeten zijn voor een levend persoon, is dat magertjes.
Niet dat iedereen anekdotes moet ophalen of klungelig in elkaar gezette liedjes zingen, maar toch. Waar is dat eerbetoon? Waar is zijn palmares benoemd? Ondanks de drank en de - erg lekkere - hapjes, is zo'n receptie een kale, zakelijke bedoening.
Het is, vind ik, een teken van tijdelijke belangrijkheid. Het hóórt blijkbaar en dus laat men zijn neus zien. Het ritueel toont de tijdelijkheid van ambten en functies. Waar op begrafenis- en bruidsrecepties de gasten vaak lang blijven, zag je het gros hier al rap verdwijnen. Hand, kado, bekenden, en weg: de werktijd zit er op. Wat zou er gemeend zijn van de aanwezigheid?
Na drie kwartier heb ik besloten weg te gaan. Het artikel is een voor mijn doen erg kort stuk geworden.
Zo'n afscheidsreceptie is een ritueel. De afscheidnemende staat ergens in de ruimte en vóór hem of haar vormt zich een rij om hem of haar de hand te schudden. Die handschudding is meteen ook het moment om een geschenk te overhandigen. Dat wordt overigens snel afgevoerd door een speciaal daarvoor aangewezene, die meteen een naamsticker plakt.
Vandaag namen twee politici afscheid.
Het was druk - of de zaal was te klein; dat kan ook - en afgaand op de lengte van beide rijen waren de heren qua populariteit aan elkaar gewaagd. Ze zullen ook nog wel het een en ander moeten gaan uitpakken, want velen in beide rijen hadden iets in de handen.
Zo'n receptie bekijkend, bekruipt mij de vraag wat ik nu eigenlijk zie.
Die rij is wel duidelijk. Maar verder?
Bekenden die elkaar groeten. De mensen die gezien en gesproken móeten worden, worden toegeknikt. De mensen die er niet toe doen, worden genegeerd. Je haalt de incrowd, de zelfbenoemde elite, er zó uit. Da's best wel leuk om te bekijken: hoe als satellieten de wannabe's rond de top dogs cirkelen. Hoe mensen langs elkaar heen om zich heen spieden wie nog meer interessant is om de hand te schudden. De ietwat over de top reacties. De gesprekken die, als je er flarden van oppikt, vooral gaan over Belangwekkende Zaken: het netwerken en lobbyen.
Eerlijk gezegd, vind ik dat wat bevreemdend. Op de receptie is de aandacht voor degene die onderwerp van de feestelijkheid is, eigenlijk minimaal. In essentie is die terug gebracht tot een handtekening in een gastenboek en een geschudde hand. Daarna gaat het over andere zaken. Zeker in dit geval waar de receptie ook een zeker blijk van waardering zou moeten zijn voor een levend persoon, is dat magertjes.
Niet dat iedereen anekdotes moet ophalen of klungelig in elkaar gezette liedjes zingen, maar toch. Waar is dat eerbetoon? Waar is zijn palmares benoemd? Ondanks de drank en de - erg lekkere - hapjes, is zo'n receptie een kale, zakelijke bedoening.
Het is, vind ik, een teken van tijdelijke belangrijkheid. Het hóórt blijkbaar en dus laat men zijn neus zien. Het ritueel toont de tijdelijkheid van ambten en functies. Waar op begrafenis- en bruidsrecepties de gasten vaak lang blijven, zag je het gros hier al rap verdwijnen. Hand, kado, bekenden, en weg: de werktijd zit er op. Wat zou er gemeend zijn van de aanwezigheid?
Na drie kwartier heb ik besloten weg te gaan. Het artikel is een voor mijn doen erg kort stuk geworden.
woensdag 15 januari 2014
Mensen als magneten
Zeggen wat je denkt; transparantie, als het gaat over (bedrijfs)relatienetwerken en gegevens; ik ben vóór. Eerlijkheid en openheid zouden een heleboel misverstanden en ellende voorkomen. Dit blog bevat op verschillende plekken columns waarin wordt gepleit voor openheid.
In sociale netwerken gedragen de elementen, de mensen, zich als magneten. Afstoten en aantrekken. Maar ook zo sterk dat de delen vastklemmen, of met geen mogelijkheid vlak bij elkaar kunnen komen. Die kracht kun je goed voelen als je twee gelijke polen tegen elkaar probeert te drukken; alsof er 'iets vervormbaars' tussen zit. Met geen mogelijkheid druk je de polen tegen elkaar. Sterker, het kost je verdomd veel moeite om twee magneetjes recht naar elkaar te duwen.
Gelukkig zijn mensen geen magneten. Daarom klopt de vergelijking niet. Bepaalde verschijnselen lijken er wel op. Die magneten die aan elkaar gekleefd zijn, verbeelden toch ook wel de kracht die soms heel benauwend kan werken in gesloten gemeenschappen; de plekken waar iedereen alles van iedereen weet. Netwerken waarin een (ogenschijnlijk) natuurlijke orde heerst.
Sociologen hebben ooit zo'n 'natuurkracht' benoemd: distantie en betrokkenheid. Het is een verschijnsel dat ook enorm relevant is in transparantie-discussies en -meningen. De kern is dat we een voorkeursafstand hebben tot elkaar. Distantie en betrokkenheid duiden op het zo dicht bij je toelaten van anderen, dat ze je wel kennen - op je betrokken zijn - maar ook weer niet zó dichtbij dat het benauwend wordt. Die afstanden wisselen per rol. De buren, je partner of vage (internet)kennissen; het maakt uit.
Volkomen transparantie gaat dus nooit lukken. Er zal altijd een zekere mate van geheim zijn. Volkomen gekend zijn, betekent ook dat er geen afstand meer (mogelijk) is. Hoe ik het wend of keer; afstand heeft ook voordelen. Autoriteit is er op gebaseerd. Als je niet alles weet, rest je niet veel dan gezag, autoriteit accepteren. Andersom: als het internet alle informatie voor iedereen beschikbaar maakt, zal autoriteit daaronder lijden.
Da's ook precies wat gebeurt.
Het is behoorlijke kul te denken dat dús het internet de oorzaak daarvan is. Nee, dat is die veranderende distantie-betrokkenheid. Natuurlijk speelt het internet een opvallende rol. Het wereldwijde karakter, de snelheid (van informatiedeling), de (ogenschijnlijke) gelijkwaardigheid en toegankelijkheid tot vakkennis, de platte organisatie: het maakt het wel makkelijker. Als het internet de bepalende factor was geweest, dan hadden de roerige jaren zestig nooit ontstaan. Toch gebeurde het. Een eigen pers, muziek, radiostations... En daar kwam Oóm agent, de langharige dienstplichtige soldaat en de meesters Tom.
Inmiddels zijn veel mensen gewend aan de mogelijkheid zich te mengen in zowat alles. De basisschool die schoolplannen en -resultaten online zet, kan zich voorbereiden op ouders die zich óók gaan bemoeien met de lessen. Data beschikbaar stellen, zal onvermijdelijk leiden tot initiatieven die níet voldoen aan het oorspronkelijk verzamelingsdoel. Combineren en visualiseren is in potentie net zo misleidend als onjuiste statistiek waarin causaliteit wordt gesuggereerd.
Gecombineerd met snelheid wordt het pas echt leuk. Dat is het moment waarop reflectie en bezinning onder druk komen. Dat is het moment waarop het ongeduld van de leek het wint van de ingebouwde(!!) traagheid van de vakman. Dat is het moment waarop - terecht wanhopige - patiënten zoeken, vinden en eisen dat nog-niet-vrijgegeven medicijnen worden vrijgegeven. Dat is het moment waarop het nog maar helemaal de vraag is of transparantie voordelig uitpakte.
Transparantie en kórte termijndoelen: ook zij passen als een handschoen.
In sociale netwerken gedragen de elementen, de mensen, zich als magneten. Afstoten en aantrekken. Maar ook zo sterk dat de delen vastklemmen, of met geen mogelijkheid vlak bij elkaar kunnen komen. Die kracht kun je goed voelen als je twee gelijke polen tegen elkaar probeert te drukken; alsof er 'iets vervormbaars' tussen zit. Met geen mogelijkheid druk je de polen tegen elkaar. Sterker, het kost je verdomd veel moeite om twee magneetjes recht naar elkaar te duwen.
Gelukkig zijn mensen geen magneten. Daarom klopt de vergelijking niet. Bepaalde verschijnselen lijken er wel op. Die magneten die aan elkaar gekleefd zijn, verbeelden toch ook wel de kracht die soms heel benauwend kan werken in gesloten gemeenschappen; de plekken waar iedereen alles van iedereen weet. Netwerken waarin een (ogenschijnlijk) natuurlijke orde heerst.
Sociologen hebben ooit zo'n 'natuurkracht' benoemd: distantie en betrokkenheid. Het is een verschijnsel dat ook enorm relevant is in transparantie-discussies en -meningen. De kern is dat we een voorkeursafstand hebben tot elkaar. Distantie en betrokkenheid duiden op het zo dicht bij je toelaten van anderen, dat ze je wel kennen - op je betrokken zijn - maar ook weer niet zó dichtbij dat het benauwend wordt. Die afstanden wisselen per rol. De buren, je partner of vage (internet)kennissen; het maakt uit.
Volkomen transparantie gaat dus nooit lukken. Er zal altijd een zekere mate van geheim zijn. Volkomen gekend zijn, betekent ook dat er geen afstand meer (mogelijk) is. Hoe ik het wend of keer; afstand heeft ook voordelen. Autoriteit is er op gebaseerd. Als je niet alles weet, rest je niet veel dan gezag, autoriteit accepteren. Andersom: als het internet alle informatie voor iedereen beschikbaar maakt, zal autoriteit daaronder lijden.
Da's ook precies wat gebeurt.
Het is behoorlijke kul te denken dat dús het internet de oorzaak daarvan is. Nee, dat is die veranderende distantie-betrokkenheid. Natuurlijk speelt het internet een opvallende rol. Het wereldwijde karakter, de snelheid (van informatiedeling), de (ogenschijnlijke) gelijkwaardigheid en toegankelijkheid tot vakkennis, de platte organisatie: het maakt het wel makkelijker. Als het internet de bepalende factor was geweest, dan hadden de roerige jaren zestig nooit ontstaan. Toch gebeurde het. Een eigen pers, muziek, radiostations... En daar kwam Oóm agent, de langharige dienstplichtige soldaat en de meesters Tom.
Inmiddels zijn veel mensen gewend aan de mogelijkheid zich te mengen in zowat alles. De basisschool die schoolplannen en -resultaten online zet, kan zich voorbereiden op ouders die zich óók gaan bemoeien met de lessen. Data beschikbaar stellen, zal onvermijdelijk leiden tot initiatieven die níet voldoen aan het oorspronkelijk verzamelingsdoel. Combineren en visualiseren is in potentie net zo misleidend als onjuiste statistiek waarin causaliteit wordt gesuggereerd.
Gecombineerd met snelheid wordt het pas echt leuk. Dat is het moment waarop reflectie en bezinning onder druk komen. Dat is het moment waarop het ongeduld van de leek het wint van de ingebouwde(!!) traagheid van de vakman. Dat is het moment waarop - terecht wanhopige - patiënten zoeken, vinden en eisen dat nog-niet-vrijgegeven medicijnen worden vrijgegeven. Dat is het moment waarop het nog maar helemaal de vraag is of transparantie voordelig uitpakte.
Transparantie en kórte termijndoelen: ook zij passen als een handschoen.
Labels:
aantrekken,
balans,
netwerken,
risico,
sociaal
vrijdag 21 juni 2013
Een Stadslab: wat is dat eigenlijk?
De naam is nog steeds ijzersterk. Toen ik die - ik denk ruim drie jaar geleden - voor het eerst hoorde, was de allereerst reactie: "Dáár wil ik bij horen". Als je die reactie losmaakt, zit je wel goed. Met de naam.
Stadslab.
Het bekt nog steeds lekker. En het associeert nog steeds sterk met experimenten met de stad. Voor iedereen die dol is op experimenteren of vooruit wil met een stad, een plek om te zijn. Het is dan ook niet opzienbarend dat zoiets mensen aanspreekt. Over zijn of haar omgeving heeft iedereen wel ideeën. Niet dat die allemaal parallel of synchroon lopen. Ik heb dat wel meer betoogd: belangen en interesses conflicteren vaker wél dan niet. Dat hoeft geen ramp te zijn - práten en geven-en-nemen werken echt - maar overschat eenheid suggereren niet.
Stadslab is een vreemde organisatie.
Ze laat zich graag voorstaan om haar open karakter, maar heeft wel een bestuur en balloteert ideeën. Dat lijkt een obligate opmerking en kritiek die je op alle organisaties kunt uiten. Klopt. Maar er is meer.
Als je (de zeggenschap over) de omgeving aan de bewoners wilt geven, moet je dat ook dóen. Dat heeft een naam: place making. De essentie daarvan is niet eens buurtbehéér, maar de idee dat bewoners het best weten wat goed is voor hen en hun buurt. Daar zit een onvermijdelijke spanning tussen dé stad en de buurten. Waar de buurten haast organisch zouden moeten (kunnen) zijn, vereist de schaal en functie van de stad sturing. Stadslab heeft stedelijke ambities en staat dan ook verder van dé burgers af dan ze wellicht wil. Dat de leden afkomstig zijn uit de stad, betekent nog niet dat het draagvlak stadsbreed is.
Moet je zoiets als Stadslab dus niet waarderen?
Maar natuurlijk wel. Zonder was er heel zeker één platform minder geweest voor mensen om elkaar te ontmoeten. Was er minder energie vrijgemaakt in de stad.
Anderzijds moet je ook realistisch kijken. Twee jaar geleden, verleden jaar en dit jaar was ik bij de jaarlijkse zomerreceptie van Stadslab: Stadszomernachtdroom - wéér zo'n prima naam!. Drie keer op rij en heel langzaam lijkt de kaars uit te gaan. Lijkt. In mijn ogen.
Meer en meer overheerst vorm boven inhoud. Of is het zo dat de aanvoer van nieuwe inhoud minder is? Met die vorm zit het namelijk wel snor. Dat er een grote voorliefde is voor goede, effectieve en vooral ook mooie vormgeving, straalt van alles af.
Drie jaar geleden was er een overzicht van projecten en wat ermee gebeurde, in een immens transformatorhuis. Dit jaar in een echt theater, met een show. Wat weg was, was het overzicht van nieuwe projecten en standen van zaken. Wat kwam, is een overzicht van meningen van Stadslab over dé stad. Onze geluksindex, onze eerste indruk als stad op de toerist. Dé oplossing voor het meeuwenprobleem - zie erg leuke filmpje.
http://www.youtube.com/watch?v=-p4NLejDTwM&feature=youtube_gdata_player
Het tekenendst is wellicht de brochure Tussenstand juni 2013.
Het eerste wat je ziet als je die openslaat, is 'Waar sprak Stadslab?". Ja, hallo zeg. Daarmee plaatst Stadslab als organisátie zich voorop. Het is echt een mooi vouwblad geworden - serieus - maar er staan vooral al jaren lopende initiatieven in. En tot mijn enorme verrassing The Community Lover's Guide, waarvan de Leidse start op 18 maart 2013 was. Toen echt nog zónder Stadslab, maar in het kader van GroenIdeeCafé.
Een stad van ons allemaal: dat moet het zijn. Da's lastig. Ik zal de laatste zijn om dat te ontkennen. Keuzes maken, is dan altijd jezelf kwetsbaar maken. Goed doe je het nooit. Maar open en eerlijk kiezen, is al een belangrijke stap. Je bewust zijn van de o zo menselijke neiging gelijkgestemden te prefereren.
Ik blijf voorlopig nog fan van Stadslab.
Het enige wat ik écht hoop, is dat Stadslab open is voor alle Leidenaars en alle ideeën. Zonder dat het de bedoeling is of was en zonder dat het wordt opgemerkt, is het Stadslab inmiddels toch een vehikel geworden voor een inner circle. Dan moet je je toch afvragen hoe groot je draagvlak écht is. Hoe je al die hopelijk bestaande nieuwe projecten onder de aandacht van heel Leiden brengt. Je niet verweren met 'dat is heilloos, want niet iedereen is geïnteresseerd in de stad'. Oppassen dat de naam de lading niet meer dekt.
Toch?!
Stadslab.
Het bekt nog steeds lekker. En het associeert nog steeds sterk met experimenten met de stad. Voor iedereen die dol is op experimenteren of vooruit wil met een stad, een plek om te zijn. Het is dan ook niet opzienbarend dat zoiets mensen aanspreekt. Over zijn of haar omgeving heeft iedereen wel ideeën. Niet dat die allemaal parallel of synchroon lopen. Ik heb dat wel meer betoogd: belangen en interesses conflicteren vaker wél dan niet. Dat hoeft geen ramp te zijn - práten en geven-en-nemen werken echt - maar overschat eenheid suggereren niet.
Stadslab is een vreemde organisatie.
Ze laat zich graag voorstaan om haar open karakter, maar heeft wel een bestuur en balloteert ideeën. Dat lijkt een obligate opmerking en kritiek die je op alle organisaties kunt uiten. Klopt. Maar er is meer.
Als je (de zeggenschap over) de omgeving aan de bewoners wilt geven, moet je dat ook dóen. Dat heeft een naam: place making. De essentie daarvan is niet eens buurtbehéér, maar de idee dat bewoners het best weten wat goed is voor hen en hun buurt. Daar zit een onvermijdelijke spanning tussen dé stad en de buurten. Waar de buurten haast organisch zouden moeten (kunnen) zijn, vereist de schaal en functie van de stad sturing. Stadslab heeft stedelijke ambities en staat dan ook verder van dé burgers af dan ze wellicht wil. Dat de leden afkomstig zijn uit de stad, betekent nog niet dat het draagvlak stadsbreed is.
Moet je zoiets als Stadslab dus niet waarderen?
Maar natuurlijk wel. Zonder was er heel zeker één platform minder geweest voor mensen om elkaar te ontmoeten. Was er minder energie vrijgemaakt in de stad.
Anderzijds moet je ook realistisch kijken. Twee jaar geleden, verleden jaar en dit jaar was ik bij de jaarlijkse zomerreceptie van Stadslab: Stadszomernachtdroom - wéér zo'n prima naam!. Drie keer op rij en heel langzaam lijkt de kaars uit te gaan. Lijkt. In mijn ogen.
Meer en meer overheerst vorm boven inhoud. Of is het zo dat de aanvoer van nieuwe inhoud minder is? Met die vorm zit het namelijk wel snor. Dat er een grote voorliefde is voor goede, effectieve en vooral ook mooie vormgeving, straalt van alles af.
Drie jaar geleden was er een overzicht van projecten en wat ermee gebeurde, in een immens transformatorhuis. Dit jaar in een echt theater, met een show. Wat weg was, was het overzicht van nieuwe projecten en standen van zaken. Wat kwam, is een overzicht van meningen van Stadslab over dé stad. Onze geluksindex, onze eerste indruk als stad op de toerist. Dé oplossing voor het meeuwenprobleem - zie erg leuke filmpje.
http://www.youtube.com/watch?v=-p4NLejDTwM&feature=youtube_gdata_player
Het tekenendst is wellicht de brochure Tussenstand juni 2013.
Het eerste wat je ziet als je die openslaat, is 'Waar sprak Stadslab?". Ja, hallo zeg. Daarmee plaatst Stadslab als organisátie zich voorop. Het is echt een mooi vouwblad geworden - serieus - maar er staan vooral al jaren lopende initiatieven in. En tot mijn enorme verrassing The Community Lover's Guide, waarvan de Leidse start op 18 maart 2013 was. Toen echt nog zónder Stadslab, maar in het kader van GroenIdeeCafé.
Een stad van ons allemaal: dat moet het zijn. Da's lastig. Ik zal de laatste zijn om dat te ontkennen. Keuzes maken, is dan altijd jezelf kwetsbaar maken. Goed doe je het nooit. Maar open en eerlijk kiezen, is al een belangrijke stap. Je bewust zijn van de o zo menselijke neiging gelijkgestemden te prefereren.
Ik blijf voorlopig nog fan van Stadslab.
Het enige wat ik écht hoop, is dat Stadslab open is voor alle Leidenaars en alle ideeën. Zonder dat het de bedoeling is of was en zonder dat het wordt opgemerkt, is het Stadslab inmiddels toch een vehikel geworden voor een inner circle. Dan moet je je toch afvragen hoe groot je draagvlak écht is. Hoe je al die hopelijk bestaande nieuwe projecten onder de aandacht van heel Leiden brengt. Je niet verweren met 'dat is heilloos, want niet iedereen is geïnteresseerd in de stad'. Oppassen dat de naam de lading niet meer dekt.
Toch?!
Labels:
gesloten groep,
innovatie,
inspiratie,
Leiden,
living city,
netwerken,
stadslab
Locatie:
Leiden, Nederland
vrijdag 7 juni 2013
En de eerste drie regels zíjn...
Vandaag is zo'n dag dat de blogpost een makkie is. Ik kan me er vanaf maken door je te wijzen op een artikel in Slate, want alles wat hieronder gaat komen, is daar uit gehaald.
Het is typisch zo'n onderwerp waarvan ik vond dat het goed is als het geregeld terugkeert in de aandacht: de vluchtige manier van lezen, van informatieverwerken. Ik zou eens moeten zien te turven hoe vaak ik dat verwijt voorbij zie komen op Twitter: dat iemand niet goed las. Ik heb er zelf ook last van, hoor. Soms laat je je helemaal meeslepen in die ongrijpbare drang ook eens ergens de eerste mee te zijn of de spitsvondigste van het stel. Maar als je dat wilt worden, moet je het juist níet nastreven.
Een nieuwtje is maar een deel van het verhaal. Veel belangrijker is wie degene ís die het brengt. Want de (status van de) brenger van het nieuws, bepáált meteen (of) het nieuws (is). Dan kun jij nog alle gelijk van de wereld hebben, als een BN-er precies dezelfde boodschap later brengt, is dát waarschijnlijk het bericht dat wordt gezien als het eerste. Lullig. Maar waar. En niets nieuws onder de zon, want zo werkt de werkelijke wereld ook. Inhoud is veel minder belangrijk dan we denken (wat dus echt anders is dan: inhoud doet er niet toe).
In Slate, dus, las ik vandaag een artikel met de titel You Won’t Finish This Article; Why people online don’t read to the end. Het antwoord op de why-vraag komt niet echt uit de verf, maar het artikel is desalniettemin lezenswaardig en informatief.
M'n advies is nú de vorige hyperlink te gebruiken en het originele artikel te lezen. Ik pik er twee citaten uit voor de overblijvers.
Het is en blijft un peu onthutsend: vijftig procent van de lezers haalt de helft van een artikel niet. Ernstiger is dat een grote groep eigenlijk niet verder komt dan de eerste regels, het eerste schermbeeld. Heel terecht stelt Farhad Manjoo dan ook de vraag wat die mensen eigenlijk wél lazen en opnamen.
En wat ze (dan dus ) doorgaven via social media.
Het is typisch zo'n onderwerp waarvan ik vond dat het goed is als het geregeld terugkeert in de aandacht: de vluchtige manier van lezen, van informatieverwerken. Ik zou eens moeten zien te turven hoe vaak ik dat verwijt voorbij zie komen op Twitter: dat iemand niet goed las. Ik heb er zelf ook last van, hoor. Soms laat je je helemaal meeslepen in die ongrijpbare drang ook eens ergens de eerste mee te zijn of de spitsvondigste van het stel. Maar als je dat wilt worden, moet je het juist níet nastreven.
Een nieuwtje is maar een deel van het verhaal. Veel belangrijker is wie degene ís die het brengt. Want de (status van de) brenger van het nieuws, bepáált meteen (of) het nieuws (is). Dan kun jij nog alle gelijk van de wereld hebben, als een BN-er precies dezelfde boodschap later brengt, is dát waarschijnlijk het bericht dat wordt gezien als het eerste. Lullig. Maar waar. En niets nieuws onder de zon, want zo werkt de werkelijke wereld ook. Inhoud is veel minder belangrijk dan we denken (wat dus echt anders is dan: inhoud doet er niet toe).
In Slate, dus, las ik vandaag een artikel met de titel You Won’t Finish This Article; Why people online don’t read to the end. Het antwoord op de why-vraag komt niet echt uit de verf, maar het artikel is desalniettemin lezenswaardig en informatief.
M'n advies is nú de vorige hyperlink te gebruiken en het originele artikel te lezen. Ik pik er twee citaten uit voor de overblijvers.
I’m going to keep this brief, because you’re not going to stick around for long. I’ve already lost a bunch of you. For every 161 people who landed on this page, about 61 of you—38 percent—are already gone. You “bounced” in Web traffic jargon, meaning you spent no time “engaging” with this page at all.
So now there are 100 of you left. Nice round number. But not for long! We’re at the point in the page where you have to scroll to see more. Of the 100 of you who didn’t bounce, five are never going to scroll. Bye!
OK, fine, good riddance. So we’re 95 now. A friendly, intimate crowd, just the people who want to be here. Thanks for reading, folks! I was beginning to worry about your attention span, even your intellig … wait a second, where are you guys going? You’re tweeting a link to this article already? You haven’t even read it yet! What if I go on to advocate something truly awful, like a constitutional amendment requiring that we all type two spaces after a period?
Wait, hold on, now you guys are leaving too? You’re going off to comment? Come on! There’s nothing to say yet. I haven’t even gotten to the nut graph.
Het is en blijft un peu onthutsend: vijftig procent van de lezers haalt de helft van een artikel niet. Ernstiger is dat een grote groep eigenlijk niet verder komt dan de eerste regels, het eerste schermbeeld. Heel terecht stelt Farhad Manjoo dan ook de vraag wat die mensen eigenlijk wél lazen en opnamen.
En wat ze (dan dus ) doorgaven via social media.
There’s a very weak relationship between scroll depth and sharing. Both at Slate and across the Web, articles that get a lot of tweets don’t necessarily get read very deeply. Articles that get read deeply aren’t necessarily generating a lot of tweets.
(...)
Schwartz tells me that on a typical Slate page, only 25 percent of readers make it past the 1,600th pixel of the page, and we’re way beyond that now. Sure, like every other writer on the Web, I want my articles to be widely read, which means I want you to Like and Tweet and email this piece to everyone you know. But if you had any inkling of doing that, you’d have done it already. You’d probably have done it just after reading the headline and seeing the picture at the top. Nothing I say at this point matters at all.
Labels:
attentie,
beeldscherm,
betrouwbaarheid,
concentratie,
imago,
lezen,
netwerken,
oppervlakkig,
snelheid,
social media,
vluchtig
Locatie:
Leiden, Nederland
maandag 19 november 2012
Rot toch 's op met je lijstjes!
Lijstjes; ik heb er zo'n hekel aan. Freudiaans geduid ongetwijfeld omdat ik nooit een lijstje heb aangevoerd en dus gewoon jaloers ben. Maar als ik er zelf antwoord op mag geven, dan is het eerder zo dat ik de overtuiging ben toegedaan dat ranglijstjes iets proberen te ordenen dat veel te dynamisch is of te complex om te ordenen. De enige uitzondering, en daar komen ze dus ook vandaan, zijn de sportwedstrijden; daar kun je op basis van de wedstrijduitslagen en de spelregels een redelijke lijst maken. Alhoewel.... het is ook wel weer tekenend als voetballiefhebbers het hebben over de verliezer die 'toch wel het mooiste voetbal liet zien'. Kortom, rangordes zijn nogal ingewikkeld. Zoals zoveel.
Afgelopen vrijdag barstte Twitter weer 's haast uit z'n voegen. In de wereld van de dode bomen - de schrijvende en gedrukte media - heeft de De Volkskrant zich vergaloppeert aan een lijstje: dat van de twitteraars onder de invloedrijken. In de zaterdagbijlage Magazine gaat daaraan de nodige aandacht worden besteed. Op de digitale versie van de De Volkskrant stond dit
<br /><a href="http://medunkt2011.files.wordpress.com/2012/11/20121116-165221.jpg"><img src="http://medunkt2011.files.wordpress.com/2012/11/20121116-165221.jpg" alt="20121116-165221.jpg" class="alignnone size-full" /></a>
In de jaren zestig deed een onderzoek naar netwerken stof opwaaien. In zijn studie toont Mertens aan dat Nederland feitelijk wordt geleid door tweehonderd personen: de 200 van Mertens, een netwerk van <em>old boys and girls </em>in bestuursfuncties. In <em>Graven naar Macht</em> doen Mokken en Stokman dat nog eens, breder, over; met vergelijkbaar resultaat. Netwerkanalyse is in beeld, als indicator voor het hebben van mácht. Wat ik niet wist - nu wel - is dat Twentse Courant Tubantia in samenwerking met TU Twente in 2011 een onderzoek is begonnen naar de machtstructuur in Twente: <em>Macht in Twente</em>, met een <a href="http://www.utnieuws.nl/nieuws/netwerkanalyse-over-macht-twente">rapport</a> en een mooie <a href="http://data.wegenerweb.nl/tctubantia/machtintwente/index.html">visualisatie</a>. Wat Mertens nog 'met de hand' moest doen, gebeurt nu in een spreekwoordelijke oogwenk, en mooier!
Lidwien van de Wijngaert, de onderzoekster, zegt over het onderzoek
<blockquote>‘Het project van de Twentsche Courant Tubantia is voor mij een middel om het denken in termen van netwerken onder de aandacht te brengen. Ik hoop zo een mind set te realiseren waarbij het kijken naar relaties centraal staat. We denken nu nog vaak in termen van groepen.’</blockquote>
Dat is eigenlijk wat in de reacties op Twitter op het lijstje van de De Volkskrant ontbreekt: het besef dat macht in relaties zit opgesloten en dat daarmee invloed niet is beperkt. Wil je invloedrijke mensen identificeren, dan is zo'n overzicht als de De Volkskrant blijkbaar maakte wel degelijk relevant.
Al is het maar om duidelijk te maken dat in het dagelijks leven invloedrijke mensen niet per sé veel twitteren, dat invloedrijke twitteraars iets anders zijn dan invloedrijke mensen in het dagelijks leven, en dat de invloed van Twitter er wel ís maar moet worden gerelativeerd.
Lijstjes zijn dan té eenvoudig, alhoewel leuk tijdverdrijf. Jammer genoeg betekent het relativeren ook nuanceren en de meeste mensen willen dat niet. Die zoeken: "wie is nu de beste, belangrijkste, grootste, dikste, rijkste, invloedrijkste?", waarbij het antwoord keer op keer zou moeten zijn "Nou, dat hangt er dus maar net vanaf hoe je dat wilt zien en meten".
Lullig, maar waar: lijstjes zijn meestal niets meer waard op het moment dat ze zijn gemaakt.
Locatie:
Leiden, Nederland
Abonneren op:
Posts (Atom)