Posts tonen met het label afscheid. Alle posts tonen
Posts tonen met het label afscheid. Alle posts tonen

zaterdag 11 oktober 2014

In de nabijheid van een naderende dood

De abonnees van dit blog merkten het al: geen posts de afgelopen dagen. De reden is niet een gebrek aan onderwerpen of een 'niet zo'n zin vandaag', maar een beroerte. Mijn hoogbejaarde moeder kreeg er acht, negen jaar na de eerste en een reeks TIA's weer een. Ze ligt nu in het ziekenhuis.

Er is best wel het een en ander op te merken rond zoiets. Bijvoorbeeld dat het ziekenhuis pas na een dag of twee erachter kwam dat ze staar heeft - en max. 20% ziet - en hardhorend is. Niet vreemd op je 94ste. Ik vraag me af of het ziekenhuis wist dat ze al min of meer halfzijdig verlamd was als gevolg van de eerste herseninfarct. Zij brachten dat als 'informatie': "Uw moeder is rechts volledig verlamd, heeft geen spraak en geen slikreflex.". De komende dagen worden dus spannend hoe ver zij zelf uit die diepe kuil omhoog kan komen.

De situatie is nogal slecht qua vooruitzicht. Als ze al hersteld, zal dat 'enigszins' zijn. Maar hoe enigszins is dat? Wat is dan de kwaliteit van leven? Plus dat de kans bestaat - groot is - dat ze een infectie oploopt. Die zal fataal kunnen zijn. Longontsteking is een bekende dooddoener, afmaker. Het klinkt cru, maar het is de realiteit nu: beroerde vooruitzichten.

(Overigens zijn er sinds een dag kleine tekenen van herstel. Ze lijkt wat bij te komen uit de diepe slaap en ietsje meer bewust te zijn van de omgeving; zowaar ons te herkennen. Een klein, klein stapje en nog lang niet voldoende)

Zo'n situatie confronteert je met een berg aan zaken, en dus discussie. Het is ook het moment dat ik me realiseerde dat het de vraag is wat patiëntvriendelijkheid en -gerichtheid eigenlijk inhouden. Maar vooral waarom dat iedere keer zonder vragen wordt gekoppeld aan de relatie patiënt-arts. Da's vreemd.

Mededogen, empathie, compassie: prachtige woorden, met een werkelijk belangrijke inhoud. In een ziekenhuis naast het bed van een werkelijk zwaar zieke realiseer je je dat het een mensenterm is, een sociale. Het is zeker niet iets wat exclusief is aan zorgprofessionals om meer empathie, mededogen of compassie te tonen. Het is evenzeer een aangelegenheid voor verwanten. Niet alleen de zorgverleners dienen zich bewust te zijn van hun dienstbaarheid aan de patiënt. Dat geldt ook familieleden. En dan blijkt dat het verdraaid lastig is om uit het belang van de patiënt te vertrekken en te redeneren in diens belang.

Wat ís dat belang? Net zoals de zorgverlener onnadenkend een eigen belang voorop dreigt te stellen en daardoor vergeet te luisteren, zo blijkt de verwante dat net zo te doen. De patiënt is in alle relaties de zwakste, de slechtst bedeelde en vooral: degene die object is geworden. Dat wordt het scherpst zichtbaar als moet worden besloten over behandeling of niet-behandeling. Hang je dan aan het leven? In wiens belang dan? Dat van jezelf om afscheid nemen uit te stellen? Of dat van de patiënt, die dan mogelijk een desolaat levenslandschap te wachten staat?

Ook familie moet anders denken.

zondag 5 oktober 2014

Voor als-i er niet meer is

Verjaardagsfeesten in Nederland hebben iets van een verrassing, of niets. Langzaamaan sterft het rondje stoelen met ooms, tantes, neven en nichten uit. De vervanging is een stáánd feest, voornamelijk in de keuken en de tuin, of op het balkon. Naar aanleiding van een vijfenzestigste verjaardag was ik op zo'n feestje, mét verrassing: de jarige lag op bed, aan een morfinepomp, in de verwachting de 66 níet te halen.

Een paar maanden geleden had-i me gebeld met het nieuws: "Snel uitzaaiende kanker. Geen hoop op herstel. Maar ik ga nog wel de mensen die me dierbaar zijn uitnodigen; voor m'n verjaardag én afscheid." Zo'n bizar, macaber, intiem gesprek heb ik nog nooit gevoerd.

Daar sta je dan begin oktober. Tussen mensen die je niet kent en toch ook weer wel, als ze hun naam zeggen. Dan blijkt iedereen wel flarden van de ander te hebben meegekregen via de jarige stervende. Het is geen verjaardagsfeestenvierder; en met een dosis morfine in je lijf ben je er toch niet helemaal bij. Na drie uur was de batterij dan ook aardig leeg.

Een zelf-georganiseerd afscheid. Zou ik 't kunnen? Zou ik 't doen? Geen idee en ook een nutteloos vraagstuk. Het is de context die altijd alles bepaalt. Ook dit. Er zijn kortom veel te veel onzekerheden om iets zinnigs te voorspellen, zoals zo vaak in het leven.

In de afgelopen maanden is hij me (natuurlijk) veel door het hoofd geschoten. Dit is de man die me zonder nadenken bijstond toen een arbeidsconflict als een zweer openbarstte, die me de realiteit liet zien die ik toen niet meer zag, die me meesjouwde naar Frankrijk waar "hoognodig iets aan m'n huisje moest gebeuren en jij moet er toch echt uit, want je loopt anders vast".

Het is ook de man die ik geregeld de zin heb horen zeggen "Goed. Doen we. Dat ga ik in proces zetten." en dat ik wist dat er een klusje gedaan moest gaan worden. Waarbij moet worden aangetekend dat we dan weer 's iets voor de poorten van de hel hadden weggesleept, maar eigenlijk geen glashelder idee hoe we dat gingen dóen. Het voordeel van de directeur. Die 'zet in proces'.

Het is ook de man die verdomd eigenwijs was en pas na heel veel woorden vernieuwing echt toeliet in z'n denken. In tegenstelling tot het gros der managers is het ook de man die werkelijk open stond voor vernieuwing. Innovatie als wezenlijke verandering kon hij waarderen. Nog steeds zie ik mijn, sorry zíjn, ideeën terugkomen in voorstellen van collega's uit die tijd. Nog steeds is er zijn heel persoonlijke stijl van overtuigen. Nog steeds snap ik er niets van.

Da's dus het maffe aan zo'n bijeenkomst. Je hoofd zit vol met herinneringen, vol met 'dingen die je 'ooit' nog had willen zeggen'. Maar ze worden niet gezegd. Hoe goed je je ook voorbereidt; het zal altíjd tekort schieten. Twee levens, twee herinneringen, minstens. Plus dat wat de ene belangrijk vindt dat wellicht niet is voor de ander. Maar belangrijker: wie neemt afscheid van wie en hoe belangrijk is dat 'ik had nog willen zeggen...'.

Mijn moeder moet binnenkort ook overlijden. Ze is nu 94 en ik verwacht al een paar jaar met de jaarwisseling dat dit weleens de laatste kan zijn voor haar. Tijd zat dus om alles te zeggen wat nog had gemoeten. Toch gebeurt dat niet (ook omdat het maar de vraag is wat de effecten zijn).

Ik wil de komende weken nog minstens één keer langsgaan. Alleen. En voor zolang mogelijk is; ergens tussen 5 minuten en een uur waarschijnlijk. Om wat te doen? Afscheid nemen? Eerlijk, ik weet 't niet. Wel dat het over herinneringen gaat, over toekomst-ideeën en alles daartussenin gaat. Effe (proberen) niet ziek te zijn. Meer kan ik niet.

dinsdag 29 juli 2014

Geen doorsneedag

Dat zul je altijd zien. Een dag die begint als alle andere, maar uiteindelijk tot de nok vol zit met bijzonderheden en afscheid. En dat je pas om 22.30 uur de tijd hebt dat mee te delen.

Maandag 28 juli is een dag geworden die vol met blogposts bleek te (kunnen) zitten. En over geen komt er iets uitgebreids of doordachts, vanwege de tijd.

Het begon 's ochtends al met de regen op de ruiten. Zo'n ochtend dat je liefst nog eens omdraait om de boel de boel te laten. Maar ja, verplichtingen. Er zijn mensen van jouw werk afhankelijk. Een doorslaggevend argument; als je iets concreets doet voor anderen en die anderen anders de dupe worden van jouw luiheid.

Dat je ziet dat het regent, dat Buienradar voorspelt dat dat nog een uurtje gaat duren en dat het ook nog even harder zal gaan gieten.

Dat je nat aankomt bij je werk, je regenkleding achterlaat want 'het regent toch nog maar even en in de bus zit ik droog'. Dat je dan tóch nat regent op weg naar de bus, maar erger: het helemaal níet 'nog even' regent maar je midden in een traag boven de stad wentelend onweer verzeild raakt. En toch je bijrijder buiten de bus moet helpen.

Dan word je dus tot op de draad nat.

Op weg naar huis, natte kleding ónder je regenkleding nu, klettert het gezellig door om tegen de middag stil te vallen en plaats te maken voor de zon. Dan is het meteen broeierig warm. Nederland is hollen of stilstaan soms: kil en nat, en een paar uur daarna warm en klam. Het schijnt dat de klimaatverandering extreem weer tot gevolg heeft.

Waar ook geen aparte blogpost over komt, is het ongeluk dat aan het begin van de avond honderd meter verderop plaatsvond. Eén van de beruchtste spoorwegovergangen in Leiden eiste een slachtoffer. Een blijkbaar verwarde vrouw liep tegen een passerende trein aan. Veel politie, ambulances, ontzette mensen, en een traumahelikopter. Die heeft minstens vijf minuten gezocht (gewacht?) naar een landingsplek. Uiteindelijk, en voorspelbaar, bleek dat het brugdek aan de overkant te zijn.

Dat trekt toch aan. Niet het ongeluk. Maar wel de helikopter midden op straat.

Photo 28-07-14 19 26 22

Hoe het met de vrouw is afgelopen, weet ik niet. Wel dat de spoorwegovergang illegaal oversteken uitlokt. Een trein uit de richting Utrecht activeert de bomen minuten voordat de trein in beweging komt, waardoor je soms de pech hebt bijna tien minuten naar die slagbomen te kijken. Het mag niet, maar gebeurt wel omdat het menselijk is: ongeduld wint het dan van het verstand. 'Het is maar één spoor en waarom sta ik hier te wachten op niets?'

Ook het formele einde van mijn maatjesdienst was een bijzonder moment. Na twee jaar is daaraan nu een eind gekomen, alhoewel we wel hebben afgesproken de gesprekken als vrienden van elkaar voort te zetten. Hoe je het wendt of keert, na twee jaar ontstaat er een band. Om die, omdat het zo is afgesproken, abrupt af te breken - wat we overigens verleden jaar dan hadden moeten doen - is ook zo wat. Je ként elkaar. En dus gaan we elkaar in een andere frequentie toch blijven zien.

En tussen die laatste gebeurtenissen door is er ook nog degene die langskwam om te verhalen van dreigende werkloosheid en gestopte relatie. Die laatste ook dreigend, denk ik. Maar voor hem allebei al absoluut. Hoe we - ik ook - veel makkelijker de dreiging zien dan de kans. En dat we dan handelen naar het doemscenario.

Zo'n dag dus. Die je in bijna zeshonderd woorden en vijfentwintig minuten samenvat. Een gewone dag toen-i begon.

dinsdag 8 juli 2014

Ook de bijna-zestiger heeft geen oplossing

Het begint met een schokje als je krant openslaat. Op een dag zul je de krant doorbladeren en je oog laten vallen op de pagina die je niet eerder serieus in de gaten hield. De overlijdensberichten. Dat is het begin.

Die dag realiseer je je dat die berichten geboortejaren van overledenen bevatten die dicht bij de jouwe liggen. Veel meer is het niet. Maar dát is het begin, het begin van jezelf realiseren dat je ouder bent geworden en dat (dus) de dood nadert.

Zo absoluut gaat het uiteraard niet. Het gebeurt in een vreemde mengelmoes van actief en alert opletten en af en toe met de neus op de feiten gedrukt worden. Het overkomt je en langzaam verschuift je focus en perspectief.

Deze post gaat je niet gerust stellen, kán je niet gerust stellen. Er is niet echt een oplossing voor. Die fase komt onvermijdelijk en het enige wat ik kan doen, is vertellen. Mijn enige hoop is dat jij, lezer, je realiseert dat zoiets bestaat en dat het belangrijk is jezelf te verplaatsen in die fase. Ook ik ging er heel lang gedachteloos van uit dat, afgezien van tijdelijke ziektejes, niets kapot. Vanzelfsprekend. De gezonde mens als uitgangspunt.

En dan komt de periode van, laten we zeggen, 50 tot 60 jaar. De periode waarin de vanzelfsprekendheid als spiegelglas aan gruzelementen gaat.

Dat ouders en oudere familieleden, bekenden en buren overlijden, werkt anders door. In de meeste gevallen kun je je daarbij neerleggen. Normaal gesproken gebeurt dat op leeftijden waarvan je denkt: 'je hebt een lang leven gehad'. Of dat een rijk en gezond leven was, maakt in deze post even niet uit. Het gaat erom wíe uit je leven en omgeving verdwijnen.

Iedere keer dat iemand verdwijnt, krijg je even een moment waarop je stilstaat bij dat vertrek. Nee, dat is echt niet altijd een bewust nadenken, alhoewel die kans steeds groter wordt gaande je ouder worden. Het gáát je niet in de kouwe kleren zitten als die 'tikjes' elkaar steeds sneller opvolgen. In dat opzicht lijkt het op de onzinnige gedachte dat mensen elkaar voor rot kunnen schelden in context a om in context b, minuten later, daar afstand van te nemen. Dat bestaat niet.

Bewuster is de verkeerde term. Gevoeliger ook. Wat groeit, is relativeringsvermogen. Jij gaat dat ook doen (en zo niet, dan moet je tegen die tijd, te laat, toch eens in therapie). Denk vooral niet 'sentimenteel geneuzel van oude mensen'. Stel jezelf dan eerst de vraag hoe het kan dat het overgrote deel van 'die oude mensen' dit zo ervaren. Realiseer je dat die de fasen die jongeren meemaken ook meemaakten, maar de jongeren die van de ouderen niet kúnnen kennen!

Of het een fase is, weet ik niet. Maar sinds een paar jaar is de kwetsbaarheid van mensen heel zichtbaar dichtbij.

Een toenmalige buurman van een jaar of 45 die binnen drie weken overlijdt, de echtgenote van een ex-collega die ten prooi viel aan ALS, een ex-collega, begin vijftig, die je wéér naar een begraafplaats brengt. Ze liggen nog jaren uit elkaar en a-typisch. Denk je.

Maar ze gaan steeds meer en sneller komen. Niks a-typisch. De oorzaken zijn nooit 'ouderdom', maar ziekten (of ongelukken). In een steeds hoger tempo, zo lijkt het, vallen goede vrienden, goede en vage bekenden, weg. Plots zit je met de ontdekking dat dit een levensfase is waarin sterven niet meer kan worden afgedaan als een ziekte die je overkomt, pech. Dit is de leeftijd waarop 'ziekte' en 'leeftijd' samenspannen. En 'leeftijd', ouder worden, is iets wat ook jou onvermijdelijk gaat overkomen.

Eerlijk gezegd, heb ik (nog) geen idee hoe het mij beïnvloedt. Dat is eng als je gewend bent 'gewoon' te leven en alles min of meer onder controle te hebben. Wat ik wel merk, is dat er stevig aan allerlei fundamenten wordt gerammeld.

Sterkte, lezer.

dinsdag 6 mei 2014

Afscheid van een politicus: het moet.

Afscheid nemen, is een complexe emotie. Vandaag was ik bij een afscheidsreceptie om in artikelvorm daarvan verslag te doen. Daar sta je dan. Zoals altijd neem ik ruim tijd om de sfeer te proeven en de mensen te bekijken.

Zo'n afscheidsreceptie is een ritueel. De afscheidnemende staat ergens in de ruimte en vóór hem of haar vormt zich een rij om hem of haar de hand te schudden. Die handschudding is meteen ook het moment om een geschenk te overhandigen. Dat wordt overigens snel afgevoerd door een speciaal daarvoor aangewezene, die meteen een naamsticker plakt.

Vandaag namen twee politici afscheid.

Het was druk - of de zaal was te klein; dat kan ook - en afgaand op de lengte van beide rijen waren de heren qua populariteit aan elkaar gewaagd. Ze zullen ook nog wel het een en ander moeten gaan uitpakken, want velen in beide rijen hadden iets in de handen.

Zo'n receptie bekijkend, bekruipt mij de vraag wat ik nu eigenlijk zie.

Die rij is wel duidelijk. Maar verder?

Bekenden die elkaar groeten. De mensen die gezien en gesproken móeten worden, worden toegeknikt. De mensen die er niet toe doen, worden genegeerd. Je haalt de incrowd, de zelfbenoemde elite, er zó uit. Da's best wel leuk om te bekijken: hoe als satellieten de wannabe's rond de top dogs cirkelen. Hoe mensen langs elkaar heen om zich heen spieden wie nog meer interessant is om de hand te schudden. De ietwat over de top reacties. De gesprekken die, als je er flarden van oppikt, vooral gaan over Belangwekkende Zaken: het netwerken en lobbyen.

Eerlijk gezegd, vind ik dat wat bevreemdend. Op de receptie is de aandacht voor degene die onderwerp van de feestelijkheid is, eigenlijk minimaal. In essentie is die terug gebracht tot een handtekening in een gastenboek en een geschudde hand. Daarna gaat het over andere zaken. Zeker in dit geval waar de receptie ook een zeker blijk van waardering zou moeten zijn voor een levend persoon, is dat magertjes.

Niet dat iedereen anekdotes moet ophalen of klungelig in elkaar gezette liedjes zingen, maar toch. Waar is dat eerbetoon? Waar is zijn palmares benoemd? Ondanks de drank en de - erg lekkere - hapjes, is zo'n receptie een kale, zakelijke bedoening.

Het is, vind ik, een teken van tijdelijke belangrijkheid. Het hóórt blijkbaar en dus laat men zijn neus zien. Het ritueel toont de tijdelijkheid van ambten en functies. Waar op begrafenis- en bruidsrecepties de gasten vaak lang blijven, zag je het gros hier al rap verdwijnen. Hand, kado, bekenden, en weg: de werktijd zit er op. Wat zou er gemeend zijn van de aanwezigheid?

Na drie kwartier heb ik besloten weg te gaan. Het artikel is een voor mijn doen erg kort stuk geworden.