Posts tonen met het label trauma. Alle posts tonen
Posts tonen met het label trauma. Alle posts tonen

dinsdag 29 juli 2014

Geen doorsneedag

Dat zul je altijd zien. Een dag die begint als alle andere, maar uiteindelijk tot de nok vol zit met bijzonderheden en afscheid. En dat je pas om 22.30 uur de tijd hebt dat mee te delen.

Maandag 28 juli is een dag geworden die vol met blogposts bleek te (kunnen) zitten. En over geen komt er iets uitgebreids of doordachts, vanwege de tijd.

Het begon 's ochtends al met de regen op de ruiten. Zo'n ochtend dat je liefst nog eens omdraait om de boel de boel te laten. Maar ja, verplichtingen. Er zijn mensen van jouw werk afhankelijk. Een doorslaggevend argument; als je iets concreets doet voor anderen en die anderen anders de dupe worden van jouw luiheid.

Dat je ziet dat het regent, dat Buienradar voorspelt dat dat nog een uurtje gaat duren en dat het ook nog even harder zal gaan gieten.

Dat je nat aankomt bij je werk, je regenkleding achterlaat want 'het regent toch nog maar even en in de bus zit ik droog'. Dat je dan tóch nat regent op weg naar de bus, maar erger: het helemaal níet 'nog even' regent maar je midden in een traag boven de stad wentelend onweer verzeild raakt. En toch je bijrijder buiten de bus moet helpen.

Dan word je dus tot op de draad nat.

Op weg naar huis, natte kleding ónder je regenkleding nu, klettert het gezellig door om tegen de middag stil te vallen en plaats te maken voor de zon. Dan is het meteen broeierig warm. Nederland is hollen of stilstaan soms: kil en nat, en een paar uur daarna warm en klam. Het schijnt dat de klimaatverandering extreem weer tot gevolg heeft.

Waar ook geen aparte blogpost over komt, is het ongeluk dat aan het begin van de avond honderd meter verderop plaatsvond. Eén van de beruchtste spoorwegovergangen in Leiden eiste een slachtoffer. Een blijkbaar verwarde vrouw liep tegen een passerende trein aan. Veel politie, ambulances, ontzette mensen, en een traumahelikopter. Die heeft minstens vijf minuten gezocht (gewacht?) naar een landingsplek. Uiteindelijk, en voorspelbaar, bleek dat het brugdek aan de overkant te zijn.

Dat trekt toch aan. Niet het ongeluk. Maar wel de helikopter midden op straat.

Photo 28-07-14 19 26 22

Hoe het met de vrouw is afgelopen, weet ik niet. Wel dat de spoorwegovergang illegaal oversteken uitlokt. Een trein uit de richting Utrecht activeert de bomen minuten voordat de trein in beweging komt, waardoor je soms de pech hebt bijna tien minuten naar die slagbomen te kijken. Het mag niet, maar gebeurt wel omdat het menselijk is: ongeduld wint het dan van het verstand. 'Het is maar één spoor en waarom sta ik hier te wachten op niets?'

Ook het formele einde van mijn maatjesdienst was een bijzonder moment. Na twee jaar is daaraan nu een eind gekomen, alhoewel we wel hebben afgesproken de gesprekken als vrienden van elkaar voort te zetten. Hoe je het wendt of keert, na twee jaar ontstaat er een band. Om die, omdat het zo is afgesproken, abrupt af te breken - wat we overigens verleden jaar dan hadden moeten doen - is ook zo wat. Je ként elkaar. En dus gaan we elkaar in een andere frequentie toch blijven zien.

En tussen die laatste gebeurtenissen door is er ook nog degene die langskwam om te verhalen van dreigende werkloosheid en gestopte relatie. Die laatste ook dreigend, denk ik. Maar voor hem allebei al absoluut. Hoe we - ik ook - veel makkelijker de dreiging zien dan de kans. En dat we dan handelen naar het doemscenario.

Zo'n dag dus. Die je in bijna zeshonderd woorden en vijfentwintig minuten samenvat. Een gewone dag toen-i begon.

zaterdag 30 november 2013

Het busje van de schooltandarts

De angst verspreidde zich als een verlammend gas door de school. Gebruikmakend van het geroezemoes door de leerlingen: "Hij is er weer!". Beginnend op de begane grond werd, dat wisten we, heel systematisch het hele gebouw afgewerkt. Dan kwam-i de klas in en nam een stuk of zes klasgenoten mee.

Het busje van de schooltandarts.

Mijn eigen kinderen kennen het al niet meer. Maar in mijn jeugd was dit een angstbeeld: het busje van de schooltandarts dat voor de school verscheen. In kleine groepen werden we dan van school weggehaald en naar de wachtkamer van de schooltandarts, in een andere school, gebracht. Kinderen bij elkaar; dat zijn mooie ingrediënten om elkaar angst aan te praten. Tel daarbij op dat de tandartszorg toen nog lang niet zo goed was als nu - en de schooltandarts niet bepaald de vriendelijkste mens op aarde - en je snapt waarom sommige vijfenvijftigplussers zo hun bedenkingen hebben bij tandzorg.

images

Je was blíj dat je op een gegeven moment naar je eigen tandarts mocht. Wég van die enge geluiden uit de behandelkamer, alhoewel ook onze eigen tandarts er eentje was van "even flink zijn, hoor". Maar híj had tenminste een papegaai in de behandelkamer staan. Serieus.

Zo'n schooltandarts wekt de indruk dat er meer aandacht voor tanden kwam. Dat was zeker zo. Maar toch anders dan nu. Scheefstaande tanden bij jongetjes werden bijvoorbeeld minder problematisch geacht dan bij meisjes. Wellicht niet door de tandartsen, amar wel door de ouders. En die moesten betalen. Meisjes moesten 'aan de man' en er dus goed uitzien. Blijkbaar gold dat voor jongetjes minder. Beugels waren verschrikkelijk zeldzaam. Wolf en andere tandziekten niet.

Mijn huidige tandarts heeft niet zo veel meer te doen aan m'n gebit. Het wachten is op het verval.

Op een gegeven moment consolideren je gebitselementen. De kwetsbaarheid komt dan vooral voort uit de veroudering van eerdere reparaties en het beruchte 'terugtrekkend tandvlees'. Mijn generatie is voldoende geplombeerd om tal van kansen te hebben op gescheurde of gebroken vullingen en op afbrekende tanden vanwege zwakte door grote vlakken amalgaam.

"Mooi. Geen gaatjes" levert mij vijftig jaar later nog steeds een zekere opluchting op. En dat terwijl er een hele ervaring is opgedaan met 'extracties', wortelkanaalbehandelingen en het recht-op-en-neer boor- en vulwerk. Mijn grootste vriendin zal ze nooit worden, mijn tandarts, alhoewel het echt een vriendelijke dame is en we het over vanalles en nog wat hebben. Als zij niet in m'n mond wroet met haar apparaatjes.

Pas had ze een goed idee. Tandenragertjes. Die zouden nóg beter zijn dan tandenstókertjes. Nou, gék word je ervan. Die ragertjes blijk je makkelijk te kunnen buigen. Handig om tussen kiezen waar je moeilijk bij komt, te porren en te raggen. "Dat maakt beter schoon en de stokers gebruik je ook. Voor je tandvlees.".

Ze liggen hier nog steeds. Precies drie stuks heb ik er gebruikt. Toen werd ik woest. Die rotragertjes buigen óók als ze niet móeten buigen. Je kunt net zo goed met een sliert al dente gekookte spaghetti werken. Die is ook zo lekker hanteerbaar. Ik ben ermee gestopt. M'n zelfvertrouwen en vooral m'n psychische gesteldheid begonnen te lijden onder al die mislukte pogingen zo'n ragertje tussen twee kiezen door te persen.

Wat rest, zijn de tandenstokertjes. Die breken nog weleens af tussen je tanden of kiezen. Dan kun je aan de slag met pincetten om dat stukje 'hard hout' tussen je tanden vandaan te trekken of duwen.

Nee, echt, tandartsen zijn een bijzonder slag mensen dat er lol in ziet ons op te schepen met onmogelijk goed uit te voeren opdrachten.