Fotografen kennen een magisch moment. Zo tegen het vallen van de avond heb je een uurtje wonderbaarlijk mooi licht, mits zomer, mits onbewolkt, mits onbelemmerd. Nogal wat mitsen, waardoor je de echte magie slechts sporadisch ervaart. Overigens, ook 's ochtends gebeurt het. Maar ik ben om een of andere reden nimmer in staat bij het krieken van de dag wakker te zijn en met een camera de magie te vangen.
Nog steeds ben ik blij dat ik (ooit) fotografeerde en licht ben gaan waarderen. In de loop van de jaren is het versleten vaardigheid geworden: kíjken. Het terughalen daarvan blijkt niet eens zo eenvoudig. Je merkt hoe je geleidelijk steeds oppervlakkiger bent geworden.
Gelukkig kwam er toen een cursus mindfulness langs (om andere redenen overigens).
Mindfulness leert je 'in het moment te leven'. Dat vónd ik toch vaag. Inmiddels weet ik iets beter. Er wordt niets anders mee bedoelt dan dat je je bewust moet zijn van wat er op dít moment gebeurt, is te zien, is te ervaren. En hoe jij daarin staat, met welke gevoelens, welke pijnen, welke vreugde. Nog steeds heb ik het idee dat je daar ondermeer leert te kijken als een fotograaf.
Vandaag fietsten we van Leiden naar Wassenaar. Een weg waar niets valt te zien, zo langs de A44. Totdat je toch eens beter kijkt.
Dan zitten er futen te broeden in de sloten. Dan zijn de sloten eigenlijk wel enorm mooi helder. Dan staan er heel veel meer bloeiende planten. Dan is het ruisen van snelweg-autobanden ineens haast muziek. Dan voel je de zwakke wind in je rug. Dan zie je de haas, de vader en zoon die een skate-ramp bouwen (het ís Wassenaar), de familie op het terras. Dan zie je de narcissen in groepjes in het bos (wie zette die daar?!) en het licht dat met de nog kale takken speelt.
Dan zie je ineens meer.
Mijn mooiste moment was de boom die langs de A44 staat. Een berk, als ik eega geloof (en die heeft daar meer kijk op dan ik). Het eerste wat je ziet, is zo'n gouden moment. De boom staat in een groene waas. Over een paar weken is dat z'n bladerdak. Nu staat er een boom in pasteltint groen. Het blad kruipt de knop uit. Mooie naam voor de kleur: Kwetsbaar Groen.
Meestal is het slecht weer in deze tijd van het jaar en fiets je stug stug door. Nu was het stralend weer en kwamen we precies in de gouden periode van de boom langs.
Het tweede zag ik niet, maar zij zag het wel. Berken hebben een witte stam. Deze waren grijs. De snelweg?!
In één object: de belofte van nieuw leven en de grauwheid van vernietiging.
Posts tonen met het label concentratie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label concentratie. Alle posts tonen
zondag 30 maart 2014
woensdag 6 november 2013
Leren kost móeite, doet pijn
Volgens mij wordt de plank mis geslagen.
"Kennis willen we, net als winkelen, beleven", beweert Bakas hierboven. Hij transponeert onderwijs dan ook met alle gemak van de wereld naar de belevingseconomie. Het is niet Bakas die het begrip munt. Experience economy is een ouder begrip, bekend gemaakt door Joseph Pine II en James Gilmore.
Het woord gonsde al snel door de wereld. En nog steeds. Alles moet een belevenis worden. Da's een goed voornemen - omdat daarmee de eindgebruiker veel centraler wordt gesteld - maar mijn vraag is nog steeds of van alles een beleving ís te maken.
Mij doet het enorm denken aan het bijna dogmatisch denken dat alles in eenvoudig Nederlands moet kunnen worden uitgelegd. Daarvoor werd zelfs een OESOnorm - voor tweede talers - uit z'n verband gerukt en ingezet: B2. Volgens anderen moest het Jip en Janneketaalniveau zijn. Zeker voor overheidsinformatie die relevant is voor het dagelijks leven, is het een goed uitgangspunt dat de boodschap helder en duidelijk moet zijn. Dat vermindert de kans op misverstanden, wrevel en beroepszaken.
Maar niet alles is leuk en eenvoudig te maken.
Hoe je het wendt of keert: kennis en begrip spelen ook een belangrijke rol. Niet iedereen is even slim. Zo snap ik bar weinig van scheikunde. Toch ben ik niet bepaald dom. Je kunt niet alles weten (en het is een teken van wijsheid te wéten waar je beperkingen liggen). Aan mij iets scheikundigs uitleggen, betekent of dat ik chemie moet leren of dat de uitlegger zich beperkt tot hoofdlijnen. Dat heb jij ook. Dat heeft iedereen.
Om iets te leren, moet ik me inspannen. Alleen het gegeven dat je móe wordt van leren, geeft al aan dat het energie kost. Volgens sommigen is het zelfs vergelijkbaar met pijn lijden; leren is geen plezierige ervaring. Mijn ervaring is dat niet. Wel dat het vermoeiend is en zeker niet vanzelf gaat.
Dat is precies de schuiver die hierboven wordt gemaakt.
Bakas heeft het grootste gelijk van de wereld: als hij bedoelde dat er een hausse is aan amusement. Lichtvoetig, tijdelijk, en primair vermakend: dat zijn veel van die bijeenkomsten. Maar om daar nu termen als 'kennis', 'wetenschap' of 'onderwijs' aan te koppelen, gaat veel te ver.
Het begon ooit met radio-(!) en televisiequizzen: feiten en feitjes toetsen. Nieuw is het allemaal niet. Twee voor Twaalf, Kick Stokhuyzen: ze deden het allemaal. Ook saillant: het medium televisie komt beschikbaar en vrij rap daar op volgend ontstaan bijvoorbeeld de Televisie Academie (TELEAC) en lezingenprogramma's als Openbaar Kunstbezit; met een maatschappelijke impact waar je U tegen zegt.
Wat daarna wordt ontdekt, is het werk van de amanuensis: de proefjesbegeleider op je middelbare school. Persoonlijk heb ik erg goede herinneringen aan Wim T. Schippers die de Wetenschapsquiz presenteerde: natuur- en scheikundeproefjes op teevee. Daarvoor had je nog aardig wat kennis nodig. Of iedereen de uitleg heeft begrepen, waag ik ook te betwijfelen. Als je daar de diverse Nationale ....quizzen tegenover plaatst, dan zijn die toch wat bleekjes. Toch weer feitjes.
De vergelijking met de onderbouw op een middelbare school dringt zich sterk op, hoor. Dat is de periode dat je van de exacte vakken de praktische kant voor je kiezen krijgt. Man, man, man, wat een berg proefjes kreeg je te zien (je mocht niet alles zélf doen). En wat een koude douche als je daarna in de bovenbouw de theorie, de wetenschap erachter krijgt. Géén proefjes, minder demonstratieopstellingen, veel (saaie) berekeningen en theorie.
Voor mij is dát wat we zien.
Heel veel mensen zijn gefascineerd door proefopstellingen. Wat dat betreft, zijn de TEDx-en cum suis van deze wereld ook precies dát: onderbouwkennis voor iedereen. Niet dat het minder is, maar het ontbeert wel precies dat ene vervelende stuk: de theorie, de pijnlijke wetenschapsbeoefening. Maar die is ook niet sexy, niet verleidelijk te maken. Dan kom je als snel in de categorie Grappen Voor Wiskundigen, die niet-wiskundigen niet begrijpen.
Dat zijn de gedachten die bij mij opborrelen als ik dat relaas van Bakas lees, als ik De Wereld Draait Door de wetenschap zie simplificeren, als technofanaten zich vergapen aan 'proefjes'. Dan vraag ik me af wat de drijfveer is. Is dat echt wetenschappelijke nieuwsgierigheid? Waarom moet er dan altijd 'iets te bekijken' zijn?
Zonder afbreuk te willen doen, maar wel een andere blik aan te reiken: waar zit 'm dan die kennisvermeerdering in?! Of is het toch primair vermaak?
zaterdag 22 juni 2013
Leiden in Twitter
Je moet er goede ogen voor hebben. Als bijziende zie ik details stúkken beter zonder bril dan met. Nou, dat heb ik goed kunnen gebruiken.
Big data is nogal 'een dingetje'. We leggen vanalles vast. Daarin moeten we zelf toch verborgen zitten dan?! En, nog mooier, daarin moeten ook dingen te zien zijn die we zelf nog niet eens bedachten. Data mining heette dat een jaar of tien, vijftien geleden; het zoeken naar verbanden in grote databestanden.
Dat is link.
Zonder idee, zonder theorie data crunchen, data vermalen is precies hetzelfde als wat onwetende oermensen deden met natuurverschijnselen: er werd een verklaring bij gezocht. Nu zijn wij uiteraard véél geciviliseerder, véél slimmer en véél verstandiger en dús doen we dat niet. Toch?
Nou, mooi wel. Vooral hier in de wereld van de big data loert dat gevaar. Databestanden kun je draaien, wentelen en je kunt er berekeningen op loslaten totdat je systeem ineens piept: Significant Verband Gevonden! En dan blijkt dat kinderen inderdaad door ooievaars worden gebracht, want er is een significant verband vastgesteld tussen hun komst en de piek aan geboorten. Dat het geen causáál verband is... Tja, dát had die theorie moeten aanreiken.
Met de nodige voorzichtigheid zijn big data wel degelijk enorm interessant. Want ze kunnen ook theoretische noties genereren. Want zo werkt dat; je ziet iets, snapt het niet en probeert het te verklaren. Dat de oermens hogere machten de natuur lieten beheersen, had alles van doen met de toen beschikbare kennis. Ze begónnen pas. Net zoals wij nog steeds bar weinig snappen van zowel wat 'leven' nu feitelijk is, als van dat startpunt van alles, de oerknal. Dat er 'gewoon iets is begonnen op basis van toeval' - mijn idee erover - gaat er meestal niet in, want 'alles heeft een reden, een begin'.
Een mooi voorbeeld hoe dat werkt, gaf CNN me in handen in de vorm van dit artikel:

Gelet op de in het artikel genoemde aantallen is dit wel big data. Maar het leukst vind ik dus de laatste zin. Als je in de resultaten ziet dat Engeland vooral iOS is - Apple-spul gebruikt dus - en Spanje android, en als je weet dat ze ongeveer dezelfde inkomensniveaus, dan is de vraag aan de orde waarmee je het verschil dan verklaard. Op basis van díe veronderstellingen kun je dan weer verder zoeken. Zijn de Spanjaarden anti-autoritair? En kiezen ze daarom voor open source? En heb je Nederland gezien? De randstad rood en de rest groen.
Uiteraard heb ik gedaan wat iedereen doet die een speeltje in handen heeft: effe proberen. En waar op? Op de plek waar ik woon. Je hebt er wél goede ogen voor nodig. In, slecht leesbare, letters staan de wijken in de kaart. Zelfs als bijziende was het een opgave.
Dit is Leiden:

Echt enorm verrast ben ik niet. Zowel iOS als Androïd. En als je het zou kunnen zien, ook Blackberry en 'anders'. Redelijk wat 'anders' overigens.
Wat me wél frappeerde, is dat de concentraties niet willekeurig zijn. Als ik het goed zie, zijn het bijvoorbeeld de beide stations, het stadscentrum en de snelwegen. Dat vind ik toch best opvallend. Zeker de stations en het centrum kunnen nogal druk zijn. Maar toch
tweeten we dan vooral als we onderweg zijn?!
Big data is nogal 'een dingetje'. We leggen vanalles vast. Daarin moeten we zelf toch verborgen zitten dan?! En, nog mooier, daarin moeten ook dingen te zien zijn die we zelf nog niet eens bedachten. Data mining heette dat een jaar of tien, vijftien geleden; het zoeken naar verbanden in grote databestanden.
Dat is link.
Zonder idee, zonder theorie data crunchen, data vermalen is precies hetzelfde als wat onwetende oermensen deden met natuurverschijnselen: er werd een verklaring bij gezocht. Nu zijn wij uiteraard véél geciviliseerder, véél slimmer en véél verstandiger en dús doen we dat niet. Toch?
Nou, mooi wel. Vooral hier in de wereld van de big data loert dat gevaar. Databestanden kun je draaien, wentelen en je kunt er berekeningen op loslaten totdat je systeem ineens piept: Significant Verband Gevonden! En dan blijkt dat kinderen inderdaad door ooievaars worden gebracht, want er is een significant verband vastgesteld tussen hun komst en de piek aan geboorten. Dat het geen causáál verband is... Tja, dát had die theorie moeten aanreiken.
Met de nodige voorzichtigheid zijn big data wel degelijk enorm interessant. Want ze kunnen ook theoretische noties genereren. Want zo werkt dat; je ziet iets, snapt het niet en probeert het te verklaren. Dat de oermens hogere machten de natuur lieten beheersen, had alles van doen met de toen beschikbare kennis. Ze begónnen pas. Net zoals wij nog steeds bar weinig snappen van zowel wat 'leven' nu feitelijk is, als van dat startpunt van alles, de oerknal. Dat er 'gewoon iets is begonnen op basis van toeval' - mijn idee erover - gaat er meestal niet in, want 'alles heeft een reden, een begin'.
Een mooi voorbeeld hoe dat werkt, gaf CNN me in handen in de vorm van dit artikel:
Gelet op de in het artikel genoemde aantallen is dit wel big data. Maar het leukst vind ik dus de laatste zin. Als je in de resultaten ziet dat Engeland vooral iOS is - Apple-spul gebruikt dus - en Spanje android, en als je weet dat ze ongeveer dezelfde inkomensniveaus, dan is de vraag aan de orde waarmee je het verschil dan verklaard. Op basis van díe veronderstellingen kun je dan weer verder zoeken. Zijn de Spanjaarden anti-autoritair? En kiezen ze daarom voor open source? En heb je Nederland gezien? De randstad rood en de rest groen.
Uiteraard heb ik gedaan wat iedereen doet die een speeltje in handen heeft: effe proberen. En waar op? Op de plek waar ik woon. Je hebt er wél goede ogen voor nodig. In, slecht leesbare, letters staan de wijken in de kaart. Zelfs als bijziende was het een opgave.
Dit is Leiden:
Echt enorm verrast ben ik niet. Zowel iOS als Androïd. En als je het zou kunnen zien, ook Blackberry en 'anders'. Redelijk wat 'anders' overigens.
Wat me wél frappeerde, is dat de concentraties niet willekeurig zijn. Als ik het goed zie, zijn het bijvoorbeeld de beide stations, het stadscentrum en de snelwegen. Dat vind ik toch best opvallend. Zeker de stations en het centrum kunnen nogal druk zijn. Maar toch
tweeten we dan vooral als we onderweg zijn?!
Labels:
big data,
concentratie,
data-analyse,
Leiden,
statistiek,
twitter,
verkeersgegevens
Locatie:
Leiden, Nederland
vrijdag 7 juni 2013
En de eerste drie regels zíjn...
Vandaag is zo'n dag dat de blogpost een makkie is. Ik kan me er vanaf maken door je te wijzen op een artikel in Slate, want alles wat hieronder gaat komen, is daar uit gehaald.
Het is typisch zo'n onderwerp waarvan ik vond dat het goed is als het geregeld terugkeert in de aandacht: de vluchtige manier van lezen, van informatieverwerken. Ik zou eens moeten zien te turven hoe vaak ik dat verwijt voorbij zie komen op Twitter: dat iemand niet goed las. Ik heb er zelf ook last van, hoor. Soms laat je je helemaal meeslepen in die ongrijpbare drang ook eens ergens de eerste mee te zijn of de spitsvondigste van het stel. Maar als je dat wilt worden, moet je het juist níet nastreven.
Een nieuwtje is maar een deel van het verhaal. Veel belangrijker is wie degene ís die het brengt. Want de (status van de) brenger van het nieuws, bepáált meteen (of) het nieuws (is). Dan kun jij nog alle gelijk van de wereld hebben, als een BN-er precies dezelfde boodschap later brengt, is dát waarschijnlijk het bericht dat wordt gezien als het eerste. Lullig. Maar waar. En niets nieuws onder de zon, want zo werkt de werkelijke wereld ook. Inhoud is veel minder belangrijk dan we denken (wat dus echt anders is dan: inhoud doet er niet toe).
In Slate, dus, las ik vandaag een artikel met de titel You Won’t Finish This Article; Why people online don’t read to the end. Het antwoord op de why-vraag komt niet echt uit de verf, maar het artikel is desalniettemin lezenswaardig en informatief.
M'n advies is nú de vorige hyperlink te gebruiken en het originele artikel te lezen. Ik pik er twee citaten uit voor de overblijvers.
Het is en blijft un peu onthutsend: vijftig procent van de lezers haalt de helft van een artikel niet. Ernstiger is dat een grote groep eigenlijk niet verder komt dan de eerste regels, het eerste schermbeeld. Heel terecht stelt Farhad Manjoo dan ook de vraag wat die mensen eigenlijk wél lazen en opnamen.
En wat ze (dan dus ) doorgaven via social media.
Het is typisch zo'n onderwerp waarvan ik vond dat het goed is als het geregeld terugkeert in de aandacht: de vluchtige manier van lezen, van informatieverwerken. Ik zou eens moeten zien te turven hoe vaak ik dat verwijt voorbij zie komen op Twitter: dat iemand niet goed las. Ik heb er zelf ook last van, hoor. Soms laat je je helemaal meeslepen in die ongrijpbare drang ook eens ergens de eerste mee te zijn of de spitsvondigste van het stel. Maar als je dat wilt worden, moet je het juist níet nastreven.
Een nieuwtje is maar een deel van het verhaal. Veel belangrijker is wie degene ís die het brengt. Want de (status van de) brenger van het nieuws, bepáált meteen (of) het nieuws (is). Dan kun jij nog alle gelijk van de wereld hebben, als een BN-er precies dezelfde boodschap later brengt, is dát waarschijnlijk het bericht dat wordt gezien als het eerste. Lullig. Maar waar. En niets nieuws onder de zon, want zo werkt de werkelijke wereld ook. Inhoud is veel minder belangrijk dan we denken (wat dus echt anders is dan: inhoud doet er niet toe).
In Slate, dus, las ik vandaag een artikel met de titel You Won’t Finish This Article; Why people online don’t read to the end. Het antwoord op de why-vraag komt niet echt uit de verf, maar het artikel is desalniettemin lezenswaardig en informatief.
M'n advies is nú de vorige hyperlink te gebruiken en het originele artikel te lezen. Ik pik er twee citaten uit voor de overblijvers.
I’m going to keep this brief, because you’re not going to stick around for long. I’ve already lost a bunch of you. For every 161 people who landed on this page, about 61 of you—38 percent—are already gone. You “bounced” in Web traffic jargon, meaning you spent no time “engaging” with this page at all.
So now there are 100 of you left. Nice round number. But not for long! We’re at the point in the page where you have to scroll to see more. Of the 100 of you who didn’t bounce, five are never going to scroll. Bye!
OK, fine, good riddance. So we’re 95 now. A friendly, intimate crowd, just the people who want to be here. Thanks for reading, folks! I was beginning to worry about your attention span, even your intellig … wait a second, where are you guys going? You’re tweeting a link to this article already? You haven’t even read it yet! What if I go on to advocate something truly awful, like a constitutional amendment requiring that we all type two spaces after a period?
Wait, hold on, now you guys are leaving too? You’re going off to comment? Come on! There’s nothing to say yet. I haven’t even gotten to the nut graph.
Het is en blijft un peu onthutsend: vijftig procent van de lezers haalt de helft van een artikel niet. Ernstiger is dat een grote groep eigenlijk niet verder komt dan de eerste regels, het eerste schermbeeld. Heel terecht stelt Farhad Manjoo dan ook de vraag wat die mensen eigenlijk wél lazen en opnamen.
En wat ze (dan dus ) doorgaven via social media.
There’s a very weak relationship between scroll depth and sharing. Both at Slate and across the Web, articles that get a lot of tweets don’t necessarily get read very deeply. Articles that get read deeply aren’t necessarily generating a lot of tweets.
(...)
Schwartz tells me that on a typical Slate page, only 25 percent of readers make it past the 1,600th pixel of the page, and we’re way beyond that now. Sure, like every other writer on the Web, I want my articles to be widely read, which means I want you to Like and Tweet and email this piece to everyone you know. But if you had any inkling of doing that, you’d have done it already. You’d probably have done it just after reading the headline and seeing the picture at the top. Nothing I say at this point matters at all.
Labels:
attentie,
beeldscherm,
betrouwbaarheid,
concentratie,
imago,
lezen,
netwerken,
oppervlakkig,
snelheid,
social media,
vluchtig
Locatie:
Leiden, Nederland
Abonneren op:
Posts (Atom)