Als ik naar mijn eigen geschiedenis en overwegingen terug kijk, dan zie je het al gebeuren. Verhuizingen en ziekte maakten dat ik precies tijdens de invoering van de Mammoetwet een nieuwe school tegemoet ging halverwege het laatste schooljaar oude stijl.
Een verloren jaar werd het. De nieuwe school vond het - niet onverstandig - beter als ik gewoon binnen de Mammoetwetschoolvormen zou beginnen. Het werd HAVO. Die heb ik gehaald, waarna de vraag opdoemde: en nu? Dat was dus echt 'waarna'. Het zou sociale academie kunnen worden, of HTS Bouwkunde. Ook leuk, zij het dat ik in beide gevallen geen idee had van de inhoud. Het werd HTS en binnen een maand of vier een fiasco. HAVO en HTS sloten op geen enkele wijze aan. De (noodsprong)zet was om 'dan maar VWO' te gaan doen.
In de twee jaar die dat kostte, werd me niet bepaald duidelijker wat ik moest met die 'prachtige toekomst vol kansen en mogelijkheden'. Uiteindelijk ben ik sociologie gaan studeren en tot op de dag van vandaag durf ik niet met 100% zekerheid te zeggen waaróm. Ik had een leraar Maatschappijleer die het vak boeiend maakte. Ik deed enorm veel in het jongerenwerk. En ik had een aangetrouwde neef die carrière maakte als socioloog. En dus werd dat het.
Nooit heb ik er spijt van gehad. Wel heb ik de keuze geregeld verdoemd op de momenten dat weer eens onbegrijpelijke Duitstalige boeken moesten worden gelezen of (onderzoeks)statistiek beoefend. Dat hoort erbij, weet ik nu. Uiteindelijk is het een echte klassieke studie; net als filosofie leidt het op tot niets, niet tot een beroep. Wel tot een levenshouding, een onconventionele manier van kijken en denken (dat, althans, probeer je).
Zo werkt dat dus. Je bent jong en je wilt wat. Maar wat?
Ik heb het bij mijn eigen kinderen gezien, en bij hun vrienden. Vooral jongens leken moeite te hebben met 'leren'. De een na de ander struikelde, haalde z'n studiepunten niet en stapte over naar een andere studie. Zonder zwaarwichtige overweging.
Mijn laatste werkgever zag wel kansen voor inkomsten uit die situatie. Daar werd de redenering gevolgd dat het mogelijk moest zijn, met behulp van techniek, de afwegingen die jonge mensen te rationaliseren. Laat zien wat de arbeidsmarktkansen van een opleiding zijn en jongeren zullen anders kiezen. Zelfs de overtuiging dat de overheid sommige onnutte - op dat momént onnutte - opleidingen zou moeten verbieden. Het zal website nummer zoveel worden als-i klaar is (ik werk er niet meer, maar ga ervan uit dat het project nog steeds bestaat).
In de komkommertijd komt er dan een saillant bericht voorbij van het ministerie van OC&W dat er geen succes wordt geboekt bij het bestrijden van 'verkeerde studiekeuzes'. Men lijkt helemaal verbaasd dat 'oefenstudiedagen'geen effect sorteren. Studenten blijven vasthouden aan hun voorkeur (maar waarderen de inspanningen van universiteiten wel).
In al die gevallen waarin wordt gewerkt naar een betere aansluiting van onderwijs en arbeidsmarkt of van studiekeuze, vraag ik me af wat dat voor mensen zijn.
Zijn ze hun eigen worstelingen vergeten (van sommige weet ik dat ze écht denken die nooit te hebben gehad)? Denken ze echt dat er een perfecte marktwerking en zien ze niet dat die volslagen imperfect is geworden? Hebben ze echt de illusie te kunnen voorspellen?
Of zouden ze een keer moeten toegeven helemaal niet te zijn geïnteresseerd in ónderwijs, maar vooral in het industrieel aanleveren van werknemers? Da's namelijk een principieel andere insteek. 'De arbeidsmarkt casu quo werkgevers vragen werknemers met deze vaardigheden en kennis, en wij leveren dat.'
Mevrouw de minister, er is geen sprake van een arbeids- of opleidingsmarkt die perfect is of zelfs maar kán zijn. Het streven daarnaar door apps, websites of (toelatings)beleid getuigt van enorme naïviteit. Al zet u honderden adviesbureaus in; geen van hen zal een tevredenstellende balans creëeren.
Het ís hard nodig dat de overheid zich eens realiseert dat in (al?) haar beleid het subject is verdwenen. Het gaat over mensen, niet dingen. Het gaat er om wat wíj met óns leven willen doen. Niet wat ánderen met ons willen.
Posts tonen met het label Studie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Studie. Alle posts tonen
dinsdag 5 augustus 2014
woensdag 6 november 2013
Leren kost móeite, doet pijn
Volgens mij wordt de plank mis geslagen.
"Kennis willen we, net als winkelen, beleven", beweert Bakas hierboven. Hij transponeert onderwijs dan ook met alle gemak van de wereld naar de belevingseconomie. Het is niet Bakas die het begrip munt. Experience economy is een ouder begrip, bekend gemaakt door Joseph Pine II en James Gilmore.
Het woord gonsde al snel door de wereld. En nog steeds. Alles moet een belevenis worden. Da's een goed voornemen - omdat daarmee de eindgebruiker veel centraler wordt gesteld - maar mijn vraag is nog steeds of van alles een beleving ís te maken.
Mij doet het enorm denken aan het bijna dogmatisch denken dat alles in eenvoudig Nederlands moet kunnen worden uitgelegd. Daarvoor werd zelfs een OESOnorm - voor tweede talers - uit z'n verband gerukt en ingezet: B2. Volgens anderen moest het Jip en Janneketaalniveau zijn. Zeker voor overheidsinformatie die relevant is voor het dagelijks leven, is het een goed uitgangspunt dat de boodschap helder en duidelijk moet zijn. Dat vermindert de kans op misverstanden, wrevel en beroepszaken.
Maar niet alles is leuk en eenvoudig te maken.
Hoe je het wendt of keert: kennis en begrip spelen ook een belangrijke rol. Niet iedereen is even slim. Zo snap ik bar weinig van scheikunde. Toch ben ik niet bepaald dom. Je kunt niet alles weten (en het is een teken van wijsheid te wéten waar je beperkingen liggen). Aan mij iets scheikundigs uitleggen, betekent of dat ik chemie moet leren of dat de uitlegger zich beperkt tot hoofdlijnen. Dat heb jij ook. Dat heeft iedereen.
Om iets te leren, moet ik me inspannen. Alleen het gegeven dat je móe wordt van leren, geeft al aan dat het energie kost. Volgens sommigen is het zelfs vergelijkbaar met pijn lijden; leren is geen plezierige ervaring. Mijn ervaring is dat niet. Wel dat het vermoeiend is en zeker niet vanzelf gaat.
Dat is precies de schuiver die hierboven wordt gemaakt.
Bakas heeft het grootste gelijk van de wereld: als hij bedoelde dat er een hausse is aan amusement. Lichtvoetig, tijdelijk, en primair vermakend: dat zijn veel van die bijeenkomsten. Maar om daar nu termen als 'kennis', 'wetenschap' of 'onderwijs' aan te koppelen, gaat veel te ver.
Het begon ooit met radio-(!) en televisiequizzen: feiten en feitjes toetsen. Nieuw is het allemaal niet. Twee voor Twaalf, Kick Stokhuyzen: ze deden het allemaal. Ook saillant: het medium televisie komt beschikbaar en vrij rap daar op volgend ontstaan bijvoorbeeld de Televisie Academie (TELEAC) en lezingenprogramma's als Openbaar Kunstbezit; met een maatschappelijke impact waar je U tegen zegt.
Wat daarna wordt ontdekt, is het werk van de amanuensis: de proefjesbegeleider op je middelbare school. Persoonlijk heb ik erg goede herinneringen aan Wim T. Schippers die de Wetenschapsquiz presenteerde: natuur- en scheikundeproefjes op teevee. Daarvoor had je nog aardig wat kennis nodig. Of iedereen de uitleg heeft begrepen, waag ik ook te betwijfelen. Als je daar de diverse Nationale ....quizzen tegenover plaatst, dan zijn die toch wat bleekjes. Toch weer feitjes.
De vergelijking met de onderbouw op een middelbare school dringt zich sterk op, hoor. Dat is de periode dat je van de exacte vakken de praktische kant voor je kiezen krijgt. Man, man, man, wat een berg proefjes kreeg je te zien (je mocht niet alles zélf doen). En wat een koude douche als je daarna in de bovenbouw de theorie, de wetenschap erachter krijgt. Géén proefjes, minder demonstratieopstellingen, veel (saaie) berekeningen en theorie.
Voor mij is dát wat we zien.
Heel veel mensen zijn gefascineerd door proefopstellingen. Wat dat betreft, zijn de TEDx-en cum suis van deze wereld ook precies dát: onderbouwkennis voor iedereen. Niet dat het minder is, maar het ontbeert wel precies dat ene vervelende stuk: de theorie, de pijnlijke wetenschapsbeoefening. Maar die is ook niet sexy, niet verleidelijk te maken. Dan kom je als snel in de categorie Grappen Voor Wiskundigen, die niet-wiskundigen niet begrijpen.
Dat zijn de gedachten die bij mij opborrelen als ik dat relaas van Bakas lees, als ik De Wereld Draait Door de wetenschap zie simplificeren, als technofanaten zich vergapen aan 'proefjes'. Dan vraag ik me af wat de drijfveer is. Is dat echt wetenschappelijke nieuwsgierigheid? Waarom moet er dan altijd 'iets te bekijken' zijn?
Zonder afbreuk te willen doen, maar wel een andere blik aan te reiken: waar zit 'm dan die kennisvermeerdering in?! Of is het toch primair vermaak?
Abonneren op:
Posts (Atom)