Posts tonen met het label twitter. Alle posts tonen
Posts tonen met het label twitter. Alle posts tonen

donderdag 24 april 2014

Een onbeschofte

Hoe doe jij dat?

Je staat met iemand te praten. Degene met wie je spreekt, is iemand die je niet echt góed kent. Dat is wederzijds. Als je een vraag stelt, krijg je stomweg géén antwoord. Het Ik Praat Tegen Een Muur-effect.

Het ergste geval daarvan wat ík ooit meemaakte, is een hoge ambtenaar, die ik wel degelijk kende, die stomweg midden in een gesprek wegliep omdat-i een interessantere sociale relatie zag. Over fatsoen gesproken.

Dit soort mensen en hun gedrag, hoort in mijn mapje 'onbeschofte horken'. Ik vind het stuitend. Als iemand iets tegen je zegt in een context die je beiden vrijwillig koos in de wetenschap dat er met je kan worden gesproken, vind ik dit werkelijk buiten alle grenzen. Hautain-arrogant.

Ik ben dan best wel rancuneus. Iemand die zich zó gedraagt, wíl ik niet eens kennen. Die zal ik proberen straal te negeren. Gelukkig ken ik maar een paar van dergelijke idioten (vaak 'leidinggevenden', die inderdaad psychopatische trekjes (b)lijken te hebben).

Het vreemde aan mijn mapje is dat er relatief weinig echte mensen in zitten en relatief veel digitale vormen van echte mensen.

Zo langzamerhand begin ik me wat zorgen te maken over wat ik zie gebeuren. Ik denk dat op social media-platforms dit horkengedrag veel meer voorkomt, met Twitter als extreemste vorm.

Iedereen die in een of andere vorm 'aan social media doet', is bewust een wereld ingestapt waar het gesprek de kern is. Dat je uit jezelf niet in gesprek gaat met wildvreemden is tot daaraan toe. Niet reageren op een poging tot gesprek van een ander, is niet anders te karakteriseren als (misplaatste) hoogmoed. 'Jij spreekt met mij, maar wie bén je eigenlijk?'.

Begin nu niet met slappe excuses als 'maar ik heb veel te veel volgers en mensen die met me willen spreken'. Dan moet je je zorgen dat het wél behapbaar is. Wellicht zelfs jezelf afvragen wat je in vredesnaam aan het dóen bent als het zoveel is. Dat, immers, is dan een zinloze situatie, die - cynisch genoeg - anderen gebruikt om jóuw status op te baseren.

Ik temper m'n aantal volgers in de zin dat ik niet met alle geweld op zoek ben naar méér. In zeker opzicht trots ben ik op het feit dat ik altijd iedereen heb geantwoord, met uitzondering van maximaal tien gevallen waarin het niet kón.

Zoals ik een paar dagen terug blogde over de manier waarop groepen in- en uitsluiten: dit is precies dezelfde techniek. Geen antwoord geven, is het signaal afgeven dat je de ander niet van een niveau acht waardoor je antwoord zou moeten geven. Je verwaardigt je niet daartoe, tot dat niveau.

Aan beide zijden van een social media lijntje bevinden zich ménsen. Dat betekent dat daar echt nog steeds conventies bestaan die dit gedrag interpreteren als 'sociaal uitsluitend'. Dat dienen de niet-antwoorders zich terdege te moeten beseffen, in het bijzonder diegenen die zichzelf de status 'superieur' hebben aangemeten.

Twitter is een sociale puinhoop. Twitter is wellicht de openste van alle social mediaplatforms. 'Slotjes' op Twitter-accounts zijn nog steeds geen teken van de juiste mores kennen. Google+ en Facebook zijn al een stuk geslotener: daar hebben je vríenden zich om je heen verzameld. Het karakter van Twitter is anders; veel meer gericht op gesprekken met nieuwe onbekenden. En dan niet antwoorden?!

Mij zal het niet verbazen als (de opener) social media aan een neergang zijn begonnen, juist door dit soort van onderschatting. Ik hoop van harte van niet. Zeker in de beginjaren heb ik heel veel waardevolle contacten en waardevolle kennis opgedaan, maar ik zie ook de teloorgang bij Twitter: reclame-zender.

zaterdag 21 september 2013

Homophily

Voor zover ik me kan herinneren, kende ik het woord niet: homophily. Ik zag het staan in een Wired-artikel: Your Casual Acquaintances on Twitter Are Better Than Your Close Friends on Facebook.

Dat artikel is de aanbeveling een nieuw boek te lezen: Smarter Than You Think: How Technology is Changing Our Minds for the Better, geschreven door Clive Thompson. Of dat boek echt de moeite waard is, weet ik zo 1-2-3 nog niet. Zoals zoveel boeken uit, in en over deze sector, de digitale voorhoede zullen we maar zeggen, lijkt ook dit me weer casuïstiek. Ongetwijfeld zal het prima leesbaar zijn. Ongetwijfeld zullen de aangehaalde voorbeelden (aan)sprekend zijn. Maar of er iets wordt bereikt in de vorm van theorievorming of -toetsing; op voorhand betwijfel ik dat. Da's dus een te vroeg oordeel op basis van een flaptekst en ik kan er dus werkelijk heel erg naast blijken te zitten.

Hij wordt er weer bijgesleept: Granovetter, de man van de weak ties. Je weet (vast) wel; die van de ontdekking dat mensen via oppervlakkige kennis betere tips kregen voor (beter-betaalde ook nog) banen. Beter dan via hechte contacten. De verklaring: die mensen lijken enorm veel op jou, jouw interesses, voorkeuren en wellicht ook baanambities. Zie daar: homophily, de voorkeur om te gaan met gelijkgestemden.

Ik denk dat dat klopt.

Maar ik denk ook dat soms (geregeld?) een vertekend beeld wordt gehanteerd. Zo lijkt Thompson te stellen

In a pre-social-network world, there’s almost zero chance that Emily would have been in regular contact with the wife of a friend from years ago. One’s social circles rarely include that sort of distant connection.

Daarin zit een essentiële fout. Niet alleen is in dit geval het contact niet regelmatig, maar eerder lurkend. Ook is het maar de vraag of zonder social media zo'n contact niet mogelijk was geweest. Dat is namelijk precies de essentie van Granovetters ontdekking: de toevallige kennis is de beste bron. De beschrijving hier is een bestáánde relatie die anders zou verwateren (en nu nog steeds).

Wat gebeurt, is dat appels met peren worden vergeleken. De offline strong tie - familie of hartsvriend?-in bijvoorbeeld - lijkt aangevuld met intensieve digitale strong ties. Het is té snel, té eenvoudig te denken dat 'digitaal' zwakker is dan 'fysieke ontmoeting'. De aangehaalde 'Facebookvrienden', die sterker met je verwant zouden zijn dan Twitterrelaties. Zo werken mensen niet.

De relatie die Granovetter aantrof wordt bepaald door waardering, niet door enig medium. Het gaat, kortom, om de kwaliteit van het contact in combinatie met frequentie. Het medium speelt daarin geen rol. Wel hoe open de gesprekken kunnen worden, welke onderwerpen aan de orde komen, hoe vertrouwd men zich voelt.

Kun je dus niets met die theorie? Natuurlijk wel. Maar met, zoals heel terecht ook Thompson doet, een zelfkritische houding. Met social media heb je wellicht de hele wereld binnen je bereik. Maar dat was nooit anders, wel moeilijker om te doen. Denken dat het aanspreken van wildvreemden hetzelfde is als het 'cultiveren' van weak ties is toch echt verkeerd. Ook weak ties eisen iets van wederzijdsheid in de relatie.

Overigens was juist dít het mooie en krachtige aan de eerste vormen van Twitter: de duik in netwerken van anderen, in de netwerken van netwerken van netwerken, in de gesprekken waardoor je plots interessante onbekenden tot je vage kennissenkring kon rekenen. Dát is Granovetters weak tie.

Eerlijk gezegd begin ik steeds tot de overtuiging te komen dat juist dát aspect van social media aan het verdwijnen is.

zaterdag 22 juni 2013

Leiden in Twitter

Je moet er goede ogen voor hebben. Als bijziende zie ik details stúkken beter zonder bril dan met. Nou, dat heb ik goed kunnen gebruiken.

Big data is nogal 'een dingetje'. We leggen vanalles vast. Daarin moeten we zelf toch verborgen zitten dan?! En, nog mooier, daarin moeten ook dingen te zien zijn die we zelf nog niet eens bedachten. Data mining heette dat een jaar of tien, vijftien geleden; het zoeken naar verbanden in grote databestanden.

Dat is link.

Zonder idee, zonder theorie data crunchen, data vermalen is precies hetzelfde als wat onwetende oermensen deden met natuurverschijnselen: er werd een verklaring bij gezocht. Nu zijn wij uiteraard véél geciviliseerder, véél slimmer en véél verstandiger en dús doen we dat niet. Toch?

Nou, mooi wel. Vooral hier in de wereld van de big data loert dat gevaar. Databestanden kun je draaien, wentelen en je kunt er berekeningen op loslaten totdat je systeem ineens piept: Significant Verband Gevonden! En dan blijkt dat kinderen inderdaad door ooievaars worden gebracht, want er is een significant verband vastgesteld tussen hun komst en de piek aan geboorten. Dat het geen causáál verband is... Tja, dát had die theorie moeten aanreiken.

Met de nodige voorzichtigheid zijn big data wel degelijk enorm interessant. Want ze kunnen ook theoretische noties genereren. Want zo werkt dat; je ziet iets, snapt het niet en probeert het te verklaren. Dat de oermens hogere machten de natuur lieten beheersen, had alles van doen met de toen beschikbare kennis. Ze begónnen pas. Net zoals wij nog steeds bar weinig snappen van zowel wat 'leven' nu feitelijk is, als van dat startpunt van alles, de oerknal. Dat er 'gewoon iets is begonnen op basis van toeval' - mijn idee erover - gaat er meestal niet in, want 'alles heeft een reden, een begin'.

Een mooi voorbeeld hoe dat werkt, gaf CNN me in handen in de vorm van dit artikel:

20130622-180133.jpg

Gelet op de in het artikel genoemde aantallen is dit wel big data. Maar het leukst vind ik dus de laatste zin. Als je in de resultaten ziet dat Engeland vooral iOS is - Apple-spul gebruikt dus - en Spanje android, en als je weet dat ze ongeveer dezelfde inkomensniveaus, dan is de vraag aan de orde waarmee je het verschil dan verklaard. Op basis van díe veronderstellingen kun je dan weer verder zoeken. Zijn de Spanjaarden anti-autoritair? En kiezen ze daarom voor open source? En heb je Nederland gezien? De randstad rood en de rest groen.

Uiteraard heb ik gedaan wat iedereen doet die een speeltje in handen heeft: effe proberen. En waar op? Op de plek waar ik woon. Je hebt er wél goede ogen voor nodig. In, slecht leesbare, letters staan de wijken in de kaart. Zelfs als bijziende was het een opgave.

Dit is Leiden:

20130622-175324.jpg

Echt enorm verrast ben ik niet. Zowel iOS als Androïd. En als je het zou kunnen zien, ook Blackberry en 'anders'. Redelijk wat 'anders' overigens.

Wat me wél frappeerde, is dat de concentraties niet willekeurig zijn. Als ik het goed zie, zijn het bijvoorbeeld de beide stations, het stadscentrum en de snelwegen. Dat vind ik toch best opvallend. Zeker de stations en het centrum kunnen nogal druk zijn. Maar toch

tweeten we dan vooral als we onderweg zijn?!

maandag 19 november 2012

Rot toch 's op met je lijstjes!


Lijstjes; ik heb er zo'n hekel aan. Freudiaans geduid ongetwijfeld omdat ik nooit een lijstje heb aangevoerd en dus gewoon jaloers ben. Maar als ik er zelf antwoord op mag geven, dan is het eerder zo dat ik de overtuiging ben toegedaan dat ranglijstjes iets proberen te ordenen dat veel te dynamisch is of te complex om te ordenen. De enige uitzondering, en daar komen ze dus ook vandaan, zijn de sportwedstrijden; daar kun je op basis van de wedstrijduitslagen en de spelregels een redelijke lijst maken. Alhoewel.... het is ook wel weer tekenend als voetballiefhebbers het hebben over de verliezer die 'toch wel het mooiste voetbal liet zien'. Kortom, rangordes zijn nogal ingewikkeld. Zoals zoveel.

Afgelopen vrijdag barstte Twitter weer 's haast uit z'n voegen. In de wereld van de dode bomen - de schrijvende en gedrukte media - heeft de De Volkskrant zich vergaloppeert aan een lijstje: dat van de twitteraars onder de invloedrijken. In de zaterdagbijlage Magazine gaat daaraan de nodige aandacht worden besteed. Op de digitale versie van de De Volkskrant stond dit
<br /><a href="http://medunkt2011.files.wordpress.com/2012/11/20121116-165221.jpg"><img src="http://medunkt2011.files.wordpress.com/2012/11/20121116-165221.jpg" alt="20121116-165221.jpg" class="alignnone size-full" /></a>

In de jaren zestig deed een onderzoek naar netwerken stof opwaaien. In zijn studie toont Mertens aan dat Nederland feitelijk wordt geleid door tweehonderd personen: de 200 van Mertens, een netwerk van <em>old boys and girls </em>in bestuursfuncties. In <em>Graven naar Macht</em> doen Mokken en Stokman dat nog eens, breder, over; met vergelijkbaar resultaat. Netwerkanalyse is in beeld, als indicator voor het hebben van mácht. Wat ik niet wist - nu wel - is dat Twentse Courant Tubantia in samenwerking met TU Twente in 2011 een onderzoek is begonnen naar de machtstructuur in Twente: <em>Macht in Twente</em>, met een <a href="http://www.utnieuws.nl/nieuws/netwerkanalyse-over-macht-twente">rapport</a> en een mooie <a href="http://data.wegenerweb.nl/tctubantia/machtintwente/index.html">visualisatie</a>. Wat Mertens nog 'met de hand' moest doen, gebeurt nu in een spreekwoordelijke oogwenk, en mooier!

Lidwien van de Wijngaert, de onderzoekster, zegt over het onderzoek
<blockquote>‘Het project van de Twentsche Courant Tubantia is voor mij een middel om het denken in termen van netwerken onder de aandacht te brengen. Ik hoop zo een mind set te realiseren waarbij het kijken naar relaties centraal staat. We denken nu nog vaak in termen van groepen.’</blockquote>

Dat is eigenlijk wat in de reacties op Twitter op het lijstje van de De Volkskrant ontbreekt: het besef dat macht in relaties zit opgesloten en dat daarmee invloed niet is beperkt. Wil je invloedrijke mensen identificeren, dan is zo'n overzicht als de De Volkskrant blijkbaar maakte wel degelijk relevant.

Al is het maar om duidelijk te maken dat in het dagelijks leven invloedrijke mensen niet per sé veel twitteren, dat invloedrijke twitteraars iets anders zijn dan invloedrijke mensen in het dagelijks leven, en dat de invloed van Twitter er wel ís maar moet worden gerelativeerd.

Lijstjes zijn dan té eenvoudig, alhoewel leuk tijdverdrijf. Jammer genoeg betekent het relativeren ook nuanceren en de meeste mensen willen dat niet. Die zoeken: "wie is nu de beste, belangrijkste, grootste, dikste, rijkste, invloedrijkste?", waarbij het antwoord keer op keer zou moeten zijn "Nou, dat hangt er dus maar net vanaf hoe je dat wilt zien en meten".

Lullig, maar waar: lijstjes zijn meestal niets meer waard op het moment dat ze zijn gemaakt.

woensdag 26 september 2012

Hoe word je beïnvloeder

Antwoord ligt echt in de datawolk die nu big data heet. Maar dat antwoord vinden, is een heel andere zaak.

Ik heb het over het meten van 'invloed'.

Twitter is bezig met de vraag. Aantallen volgers bepalen je status als beïnvloeder. Toch? Klout is ermee bezig. Aantal gecombineerd met retweets: dat is het. Toch? Er bestaat een (goed) boek over die nieuwe beïnvloeders: The New Influencers. Want zeker voor verkoopmensen, marketing, is dit een soort heilige graal.

Wat zijn beïnvloeders eigenlijk?

Ze zijn helemaal niet nieuw. Sterker, in alle tijden zijn ze wel te vinden. Stijliconen, trendsetters, smaakmakers, toonzetters, rolmodellen: ze zijn er altijd geweest. Wat wel veranderde, zijn de instrumenten die (iedereen) ter beschikking staan. Het mechanisme is mooi te zien op middelbare scholen. De populairste mensen in de klas, in de groep zijn degenen die worden nagedaan. Daar kun je heel directief mee omgaan en proberen planmatig een groep te beïnvloeden. Vaker zal het 'min of meer toevallig' gebeuren.

20120926-183400.jpg

Planmatig wordt het als wordt geprobeerd het gedrag te beïnvloeden door het effect van voorbeelden gericht in te zetten. Reclame, dus. Een beetje zoals 'zó wil ik er ook uit zien en als ik dat koop, is dat ook zo'. Beïnvloedingstechnieken zijn daarin de crux. Hoe ver dat kan gaan, laten discussies zien over graatmagere fotomodellen die worden nageaapt, of over 'verkoopstimulerende geuren en muziek' en - wellicht de mooiste - subliminale boodschappen in televisiereclame.
En, ja, het kan ook een richting opgaan die 'we' niet willen. Ook groepen voetbalvandalen hebben hun eigen beïnvloeders. De kleding van amerikaanse street gangs overnemen in nederlandse steden, lijkt bedoeld om iets van hun gewelddadig imago mee te nemen.

20120926-183349.jpg

Waar het om gaat, is dat die beïnvloeders gedrag beïnvloeden.

Niet aantallen volgers, niet aantallen retweets zijn de sleutel. De sleutel is of iemand een ander tot een actie kan bewegen. En natuurlijk neemt die kans toe als er grote aantallen volgers zijn in de social media. Maar ja, zonder actie wordt het verdraaid lastig vast te stellen wie wat in welke mate beïnvloedt.

Feitelijk is het probleem voor Twitter dat het bedrijf maar een deel van de oplossing in handen heeft: het communicatiekanaal en de berichten die daarin rondgaan. Maar pas als de koppeling kan worden gemaakt met daadwerkelijke actie, kun je vaststellen wie de beïnvloeders zijn. De tweep met grote aantallen volgers kan best weleens minder invloed hebben dan iemand met een hechte groep volgers. Overigens is een interessante die van de invloed op meningen omdat die nog een stuk moeilijker is vast te stellen.

Het is een eenvoudige voorstelling van zaken. Desalniettemin: wie wil bepalen wat de beïnvloeders zijn, zal moeten kunnen bepalen wie beïnvloed ís. En, tja, dát weten de social media niet... nóg niet, want wat de toekomst brengt....