Eigenlijk zijn we steeds grotere zelfkwellers geworden. Mensen die zichzelf pijnigen met onzekerheid, met tegenstrijdige adviezen, met regels, patronen en blauwdrukken. O, en met het aloude elkaar in de smiezen houden en de maat nemen. Vooral dát niet vergeten.
In mijn kudde stokpaarden is dit een belangrijk exemplaar. Alle levende wezens hebben zo hun eigen gewoontes, normen en waarden. Niet dat de eencelligen zich daarvan bewust zijn, maar ook zij worden de dupe van 'fout gedrag'. Hét grote verschil met ons mensen, naast dat bewustzijn, is dat de meeste andere levende wezens niet bepaald onderhandelen over de leefregels. Eten of gegeten worden, is, geloof ik, wel de bottom line waaraan alles wordt getoetst.
Maar wij vreten elkaar niet op. Sterker, er zijn zelfs mensen die denken dat we geneigd zijn tot het vermijden van geweld. Persoonlijk vind ik dat een linke houding, want in een geweldvermijdende omgeving is één geweldgebruikende idioot al snel de machtigste.
Groepen mensen hebben diverse manieren ontwikkeld om samen te leven. Die zijn niet per definitie gericht op vréédzame coëxistentie op basis van gelijkheid. Meer- en mindermachtigen zullen er altijd zijn. Hoe pijnlijk ook: zelfs in dictaturen kan het dagelijks leven vreedzaam zijn, terwijl de verhouding volledig zoek is. Omdat het draagvlak voor een dictator over het algemeen smal is, zal die toch altijd omvallen. Voor bestendiging is dat draagvlak nodig. Een gedeeld wereldbeeld is dan prima. Een geloof bijvoorbeeld kan heel goed machtsverdeling legitimeren.
In veel westerse landen wordt daar ietwat meewarig naar gekeken. Moslims, boeddhisten, animisten: ze zijn toch echt wel achterlijk ten opzichte van onze inzichten. Niet alleen is dat een enorm arrogante houding van iemand die meent een absolute wijsheid en waarheid in pacht te hebben; het roept ook de vraag op hoe het hier dan zo goed zit?
Slecht, denk ik.
Het was de zoveelste aanprijzing voor een cursus die me ertoe bracht dit op te schrijven. Het ging over een cursus hoe je meer klanten kunt binnenhalen door op de juiste manier de telefoon op te nemen. Het zal vast goed bedoeld zijn en het zal vast ook geen totale onzin zijn. Maar het tekent wel ons geloof.
Het lijkt wel alsof niets meer spontaan kan worden gedaan.
De afgelopen twintig, dertig jaar is er een hele industrie ontstaan van mensen die ons kunnen en willen vertellen 'hoe het moet'. Daarmee verdienen zij hun geld. Daarmee worden wij steeds onzekerder en steeds gedisciplineerder. Daardoor wordt ons (gedeeld) wereldbeeld steeds functioneler.
De sociologie heeft ons ondermeer het inzicht gebracht dat 'de maatschappij' alleen kan worden gezien als je 'm isoleert in verschillende perspectieven. Het is de waarde die jij toekent aan een perspectief die bepaalt hoe jij oordeelt. Maar je buurman kan daarover heel anders denken, met evenveel gelijk. Het gaat om daaraan ten grondslag liggende veronderstellingen en oordelen.
Maar langzamerhand fixeren wij onszelf. Niet eens aan meermachtige mensen, maar aan systemen en een geloof, in regels code. We ontwikkelen een seculier geloof. Een cijfermaatschappij (en, ja, dat is een conclusie op basis van een manier van kijken).
Eerlijk gezegd, zie ik de vooruitgang niet per sé als verbetering. Je moet dat woord code eens ruimer opvatten dan alleen softwarecode. Ook al die 10 regels naar geluk, naar rijkdom, naar succes; de 8 tips voor succesvol ondernemerschap, solliciteren, een goed huwelijk; de 20 geheimen voor een gezond dieet, een atletenlichaam of een stralend gebit: allemaal ontnemen ze je een stukje van je eigen intuïtie en gevoel. De RK-kerk schrijft op vrijdag vis voor? Welnu, methode Y schrijft deze stappen voor als je succes wilt hebben in ..... .
Snappu?
Als je het allemaal te serieus neemt, wordt je niet alleen angstig maar ook gemodelleerd, willoos. En de grootste grap is dat de meeste van die adviezen na verloop van tijd weer worden betwijfeld of, erger, aangetoond onjuist zijn. Want, tja, het ligt maar net aan het perspectief wat je kiest als waarheid.
Ik ben voor jóuw intuïtie en jouw eigen gezond verstand.
Posts tonen met het label macht. Alle posts tonen
Posts tonen met het label macht. Alle posts tonen
vrijdag 1 augustus 2014
donderdag 10 april 2014
Privacy en verzet: een mooi stel
Mij leek het waanzin.
Aan de ene kant van de fietsersoversteekplaats één meisje. Aan de andere kant: minstens tien fietsers van verschillende leeftijden en grootte, een snorfiets en een scootmobiel.
Omdat het meisje een illegale route had gekozen aan de verkeerde kant van de weg en dus zonder verkeerslicht, zou ze tegenover de massa komen te staan. Zo ergens halverwege de weg zou de confrontatie gaan plaatsvinden.
Groen!
Niks confrontatie. Ze is gewoon uitgeweken en fietste langs de meute. Die had meer interne problemen doordat niet iedereen even snel en volgens een rechte lijn naar de overkant bewoog. Het effect daarvan was dat de laatsten van de file nog op het wegvlak stonden toen het kruisend verkeer - wij - groen kreeg. 't kan verkeren...
Zo'n massa is een fenomeen.
Ken je dat gevoel? Dat je je in een massa machtig voelt? Haast onkwetsbaar? In de massa ben je 'onzichtbaar', anoniem, weg. Je bent onderdeel van een veel groter geheel. Dat betekent ook dat het verdraaid lastig is je te onttrekken aan de dynamiek van die massa. Probeer je maar 's te onttrekken aan die beweging.
Vooral in het verkeer is de massa terug te vinden. En eerlijk gezegd; het zijn vooral de fietsers en voetgangers die het ten toon spreiden. Zij 'gebruiken' hun massaliteit.
Mij doet het nog steeds denken aan mieren die een veel groter dier aanvallen: de fietsers voor Den Haag Centraal die, eenmaal in beweging, zich onverstoorbaar voor het station langs bewegen. Of er nu een voetganger over een zebra wil oversteken - mét voorrang - of een auto van rechts komend wil oversteken; die krijgen geen ruimte. De massa rolt eromheen.
De voetgangers op drukke verkeerspunten kunnen er ook wat van. Het zal je vast bekend voorkomen: oversteken, het tot de helft van de weg halen, en dan met z'n allen daar stoppend het kruisend verkeer op de aanpalende banen blokkeren. Dat die mensen daar, in theorie, helemaal niet kunnen staan, maakt niet uit. Ze staan er en hoe krijg je ze daar dan weg als eenzame automobilist? Niet. Berusten en wachten, rest als optie.
De macht van de massa is al vaak bestudeerd en beschreven. Het bestaan van massa leverde nogal wat (juridische) problemen op. Wie deed bewijsbaar wat? Wie gooide vanuit een grote groep mensen een baksteen? Wie van de rellende jongeren sloeg de winkelruit in? De logisch te volgen weg is dan de groep, de massa collectief aan te spreken. Maar ja, waar ligt de grens tussen de groep en de omstanders?
Da's allemaal nog veel saillanter in het licht van de afnemende anonimiteit als gevolg van de inzet van technologie.
Gekende individuen gedragen zich wezenlijk anders dan de anonieme. Ga maar eens na hoe veel moeite het je kost in een stampvolle congreszaal op te staan en een vraag te stellen; laat staan een kritische. Inderdaad, ondermeer daarom worden er relatief weinig vragen gesteld 'in het openbaar'.
In de digitale wereld werkt het op een vergelijkbare manier. Op het moment dat 'we' traceerbaar zijn, wordt het lastiger iets ongewoons te doen. De ellende - naar mijn idee - is dat die traceerbaarheid tóeneemt en de kans op anoniem reageren vermindert. Dat klinkt als een goede ontwikkeling.
Tot je je realiseert dat veel massa-gedrag verzét is - ook bij overtredingen - en dat verzet dús minder zal worden. Voor de heersers een prima ontwikkeling: meer technologie, meer doelmatigheid en minder kosten, meer kennis over individuen, én minder verzet.
Aan de ene kant van de fietsersoversteekplaats één meisje. Aan de andere kant: minstens tien fietsers van verschillende leeftijden en grootte, een snorfiets en een scootmobiel.
Omdat het meisje een illegale route had gekozen aan de verkeerde kant van de weg en dus zonder verkeerslicht, zou ze tegenover de massa komen te staan. Zo ergens halverwege de weg zou de confrontatie gaan plaatsvinden.
Groen!
Niks confrontatie. Ze is gewoon uitgeweken en fietste langs de meute. Die had meer interne problemen doordat niet iedereen even snel en volgens een rechte lijn naar de overkant bewoog. Het effect daarvan was dat de laatsten van de file nog op het wegvlak stonden toen het kruisend verkeer - wij - groen kreeg. 't kan verkeren...
Zo'n massa is een fenomeen.
Ken je dat gevoel? Dat je je in een massa machtig voelt? Haast onkwetsbaar? In de massa ben je 'onzichtbaar', anoniem, weg. Je bent onderdeel van een veel groter geheel. Dat betekent ook dat het verdraaid lastig is je te onttrekken aan de dynamiek van die massa. Probeer je maar 's te onttrekken aan die beweging.
Vooral in het verkeer is de massa terug te vinden. En eerlijk gezegd; het zijn vooral de fietsers en voetgangers die het ten toon spreiden. Zij 'gebruiken' hun massaliteit.
Mij doet het nog steeds denken aan mieren die een veel groter dier aanvallen: de fietsers voor Den Haag Centraal die, eenmaal in beweging, zich onverstoorbaar voor het station langs bewegen. Of er nu een voetganger over een zebra wil oversteken - mét voorrang - of een auto van rechts komend wil oversteken; die krijgen geen ruimte. De massa rolt eromheen.
De voetgangers op drukke verkeerspunten kunnen er ook wat van. Het zal je vast bekend voorkomen: oversteken, het tot de helft van de weg halen, en dan met z'n allen daar stoppend het kruisend verkeer op de aanpalende banen blokkeren. Dat die mensen daar, in theorie, helemaal niet kunnen staan, maakt niet uit. Ze staan er en hoe krijg je ze daar dan weg als eenzame automobilist? Niet. Berusten en wachten, rest als optie.
De macht van de massa is al vaak bestudeerd en beschreven. Het bestaan van massa leverde nogal wat (juridische) problemen op. Wie deed bewijsbaar wat? Wie gooide vanuit een grote groep mensen een baksteen? Wie van de rellende jongeren sloeg de winkelruit in? De logisch te volgen weg is dan de groep, de massa collectief aan te spreken. Maar ja, waar ligt de grens tussen de groep en de omstanders?
Da's allemaal nog veel saillanter in het licht van de afnemende anonimiteit als gevolg van de inzet van technologie.
Gekende individuen gedragen zich wezenlijk anders dan de anonieme. Ga maar eens na hoe veel moeite het je kost in een stampvolle congreszaal op te staan en een vraag te stellen; laat staan een kritische. Inderdaad, ondermeer daarom worden er relatief weinig vragen gesteld 'in het openbaar'.
In de digitale wereld werkt het op een vergelijkbare manier. Op het moment dat 'we' traceerbaar zijn, wordt het lastiger iets ongewoons te doen. De ellende - naar mijn idee - is dat die traceerbaarheid tóeneemt en de kans op anoniem reageren vermindert. Dat klinkt als een goede ontwikkeling.
Tot je je realiseert dat veel massa-gedrag verzét is - ook bij overtredingen - en dat verzet dús minder zal worden. Voor de heersers een prima ontwikkeling: meer technologie, meer doelmatigheid en minder kosten, meer kennis over individuen, én minder verzet.
Labels:
Canetti,
disciplinering,
effect,
langetermijn,
macht,
massa,
technologie,
verzet
dinsdag 25 maart 2014
Mannelijke machts(wel)lust
Handig? Nee, dat ben ik niet. Dat klinkt een beetje alsof handigheid is aangeboren. Da's niet zo. Het is, denk ik, primair een kwestie van interesse. Het moet je boeien: dingen zélf doen of maken. Maar bovenal is het een kwestie van oefenen. Handigheid vereist oefening.
Handigheid beweegt mee met de samenleving. Mijn moeder, bijvoorbeeld, was handig met naald en draad, en in het stoppen van sokken. Heb jij ooit nog een sok gestopt? Ik nog nooit. En mijn handigheid met naald en draad - laat staan een naaimachine - is uitermate beperkt. Een knoop aanzetten; dat lukt. Maar pas geleden een gat in een broekzak herstellen... je wilt niet weten hoe dát uitpakte. De beste omschrijving is dat die zak nu half zo groot is. Met woorden ben ik dan weer wel handig(er); met computers ook wel. Dat zijn weer vaardigheden die m'n moeder minder beheerst. Die is dan ook 94.
Voor mannen heeft handigheid nog een extra dimensie: lust.
De grap is dat je handig bent met íets. Zeer zelden zul je iemand tegenkomen die vindt dat je 'handig denkt' of 'handig praat', en dat positief bedoelt. Handig ben je als je een instrument beheerst, goed beheerst in de ogen van anderen. Handig ben je met de pen, de boormachine, de vrachtwagencombinatie, met een apparaat.
En het is een mannendingetje. Handig met de stofzuiger?! Ík hoorde het nooit. Handig afwassen? Ook niet. Handig stoffen? Ramen lappen, heel misschien. Dat is zoiets als koken, waarbij - kunstmatig - sterren koken wordt onderscheiden van dagelijkse pot koken. Generaliserend zijn mannen dol op apparaten. Laat juist dat nu nodig zijn om 'handig' te zijn.
Binnenkort moet ik naar de bouwmarkt. Onze accu-boor/schroefmachine legde het loodje. Omdat ik niet meer van de generatie van m'n vader ben, die nog netjes voorboorde en daarna met de hand schroefde, ram ik zelfborende schroeven in hout. Met een apparaat.
Ik weet ook wat me daar gaat gebeuren. Ook als niet-handig mens overvalt me daar wellust. Mijn vrouw snapt dat niet, en ikzelf eerlijk gezegd ook niet goed. Maar als ik terecht kom tussen de boorhamers, klopboordingen, slijptollen en schaaf- en vijlmachines ontwaakt de begeerte. Dan liggen en hangen daar wellustig apparaten die er machtig en stoer uitzien.
Volslagen idioot, maar zo werkt het wel. Het geeft je blijkbaar een gevoel van controle, van macht. Controle over energie. In dat opzicht lijkt het als twee druppels water op al die andere krachtbronnen (en jongetjes): de diesellocomotief die, wolken walm uitstotend, kracht zet; de pletwals die dof dreunend voorbijdóndert; het aanzwellend gebrul van startende vliegtuigstraalmotoren; het witte schuim van de scheepsschroef; of de Hel van Dante in de smelterijen en platwalserijen van Hoogovens.
Die fascinatie kwam pas geleden op een heel andere manier voorbij.
Op de achtergrond deed de regionale televisie verslag van de aankomst van Obama in Den Haag. Frappant vond ik de man die ik hoorde zeggen dat-i eigenlijk niet had willen komen, nu toevallig langskwam en bleef staan. En dan zegt "het was tóch imponerender dan ik had gedacht". De verleidende macht. In vergelijkbare bewoordingen lieten in Amsterdam mensen zich uit over de helikopters die de president op het Museumplein zetten.
Imponerende macht: van accuboormachine tot presidentiële voertuigen.
Handigheid beweegt mee met de samenleving. Mijn moeder, bijvoorbeeld, was handig met naald en draad, en in het stoppen van sokken. Heb jij ooit nog een sok gestopt? Ik nog nooit. En mijn handigheid met naald en draad - laat staan een naaimachine - is uitermate beperkt. Een knoop aanzetten; dat lukt. Maar pas geleden een gat in een broekzak herstellen... je wilt niet weten hoe dát uitpakte. De beste omschrijving is dat die zak nu half zo groot is. Met woorden ben ik dan weer wel handig(er); met computers ook wel. Dat zijn weer vaardigheden die m'n moeder minder beheerst. Die is dan ook 94.
Voor mannen heeft handigheid nog een extra dimensie: lust.
De grap is dat je handig bent met íets. Zeer zelden zul je iemand tegenkomen die vindt dat je 'handig denkt' of 'handig praat', en dat positief bedoelt. Handig ben je als je een instrument beheerst, goed beheerst in de ogen van anderen. Handig ben je met de pen, de boormachine, de vrachtwagencombinatie, met een apparaat.
En het is een mannendingetje. Handig met de stofzuiger?! Ík hoorde het nooit. Handig afwassen? Ook niet. Handig stoffen? Ramen lappen, heel misschien. Dat is zoiets als koken, waarbij - kunstmatig - sterren koken wordt onderscheiden van dagelijkse pot koken. Generaliserend zijn mannen dol op apparaten. Laat juist dat nu nodig zijn om 'handig' te zijn.
Binnenkort moet ik naar de bouwmarkt. Onze accu-boor/schroefmachine legde het loodje. Omdat ik niet meer van de generatie van m'n vader ben, die nog netjes voorboorde en daarna met de hand schroefde, ram ik zelfborende schroeven in hout. Met een apparaat.
Ik weet ook wat me daar gaat gebeuren. Ook als niet-handig mens overvalt me daar wellust. Mijn vrouw snapt dat niet, en ikzelf eerlijk gezegd ook niet goed. Maar als ik terecht kom tussen de boorhamers, klopboordingen, slijptollen en schaaf- en vijlmachines ontwaakt de begeerte. Dan liggen en hangen daar wellustig apparaten die er machtig en stoer uitzien.
Volslagen idioot, maar zo werkt het wel. Het geeft je blijkbaar een gevoel van controle, van macht. Controle over energie. In dat opzicht lijkt het als twee druppels water op al die andere krachtbronnen (en jongetjes): de diesellocomotief die, wolken walm uitstotend, kracht zet; de pletwals die dof dreunend voorbijdóndert; het aanzwellend gebrul van startende vliegtuigstraalmotoren; het witte schuim van de scheepsschroef; of de Hel van Dante in de smelterijen en platwalserijen van Hoogovens.
Die fascinatie kwam pas geleden op een heel andere manier voorbij.
Op de achtergrond deed de regionale televisie verslag van de aankomst van Obama in Den Haag. Frappant vond ik de man die ik hoorde zeggen dat-i eigenlijk niet had willen komen, nu toevallig langskwam en bleef staan. En dan zegt "het was tóch imponerender dan ik had gedacht". De verleidende macht. In vergelijkbare bewoordingen lieten in Amsterdam mensen zich uit over de helikopters die de president op het Museumplein zetten.
Imponerende macht: van accuboormachine tot presidentiële voertuigen.
Labels:
beast,
dhz,
eerlijkheid,
indruk,
macht,
manlijkheid,
obama
woensdag 12 februari 2014
Een ander pilletje, meneer?
Vandaag moest ik m'n voorraad medicijnen weer aanvullen. Op naar de apotheek. Daar staat altijd iedereen te wachten. Een prima moment om 's na te denken over die wereld.
Ik schreef al eerder over de verpakking-idioterie. Hoe zot het is dat medicijnen - steeds vaker - van verpakking en soms van vorm veranderen? Ik heb er twee die, als je niet goed oplet, makkelijk voor elkaar kunnen worden aangezien. Het verschil is dat tussen een bijna-identieke tweeling: pas als je ze naast elkaar ziet, zie je het onderscheid. Zoals ik een jaar geleden schreef: je zal maar slechtziend zijn, of vergeetachtig, of achterdochtig. Achterdochtig omdat je wéér andere verpakkingen ziet. Klopt dat wel???
Vandaag was het weer raak.
Eén medicijn kreeg ik altijd in een potje. Toen veranderde een jaar of twee terug de tekst op de potje in het Grieks. Altijd handig; áls je van plan was Grieks te gaan leren. En vorig jaar verdween het potje en verscheen de doordrukstrip. Nu leek die pil in elk geval weer meer op die andere in doordrukstrip. Maar daar eindigt het niet, want vandaag kwamen de potjes weer op de toonbank. Wel van een ander merk.
Nu ben ik niet een van de domste en evenmin lijdend aan vergeetachtigheid of wanen. Toch is het ook mij gelukt om die twee pillen te verwisselen. Dan sta je 's avonds te kijken met die ene vraag knagend: "Barst, ben ik nu die ene vergeten of heb ik nu twee keer die andere ingenomen?". Dus toen die potjes daar zo stonden, hoorde ik mezelf zeggen: "Gôh, de potjes zijn weer terug? Ik was net gewend aan de doordrukstrips.".
Dan staan en zitten er nog wel mensen te wachten in die apotheek, maar toch hebben we er een minuutje aan besteed. Die opmerking maakte nogal wat los namelijk.
"Meneer, ik snap het. Maar uw verzekering heeft preferente geneesmiddelen. Meestal zijn dat de goedkoopste. De kans is aanwezig dat u over drie maanden wéér andere krijgt, van een ander merk. Dat is de drijfveer van de verzekeraar: de kosten. Voor de patiënt is dat lastig. Voor ons is het ook lastig, want we maken echt mee dat zo'n preferente fabrikant in het begin niet voldoende kan leveren. En dan? Zoeken naar een collega-apotheek die ze wél heeft. Of andere verstrekken en maar zien hoe we die kosten dekken. Over de oudere mensen hier in de wijk die de kluts kwijtraken, hebben we het dan nog niet eens. Het kost enorm veel tijd. Maar de verzekeraar denkt alleen aan geld."
Dat gaat die verzekeraar natuurlijk met klem ontkennen. Daar krijg je dan van die antwoorden als 'de werkzame stof is écht hetzelfde'. Maar, meneer of mevrouw van de zorgverzekering, het gaat om de verpakking. En, tussen twee haakjes, inmiddels is ook aangetoond dat verschillende dragerstoffen wel degelijk effect (kunnen) hebben.

Maar goed; stel dat die verzekeraar zich enorm druk maakt over kosten (waarmee overigens niets anders wordt bedoeld dan de eigen portemonnee. De kosten van de totale zorg interesseren hen verder geen ene klap.): waarom zouden zij zich dan druk maken over míjn kosten, míjn portemonnee?
Terug lopend kauwde ik daar op door. Waarom doen die zorgverzekeraars niet wat iedere andere verzekeraar ook doet? Die keren een vastgesteld bedrag uit. Ook daarover kun je twisten. Maar als mijn auto wordt aangereden, krijg ik een bedrag uitgekeerd. Dat beruchte total loss. Mijn autoverzekeraar bepaalt níet welke auto ik nieuw aanschaf. (Misschien moet ik dat onzalige idee meteen afkloppen)
Waarom vergoed mijn zorgverzekeraar niet 'gewoon' een bedrag, ongeacht welk merk ik aanschaf bij de apotheek? Het systeem van huisarts-apotheker behoedt ons er echt wel van al te grote financiële misgrepen te doen. En wij klanten zijn ook niet gek. We zoeken al de voordeligste supermarkt en hebben onze voorkeursmerken. Een systeem van standaardvergoedingen zou daar goed bij aansluiten, een stuk eenvoudigere en goedkopere verzekering mogelijk maken én concurrentie op prijs in stand houden.
Maar de zorgverzekeraar vaart er minder wel bij. Die verliest macht. Ik win aan macht.
Ik schreef al eerder over de verpakking-idioterie. Hoe zot het is dat medicijnen - steeds vaker - van verpakking en soms van vorm veranderen? Ik heb er twee die, als je niet goed oplet, makkelijk voor elkaar kunnen worden aangezien. Het verschil is dat tussen een bijna-identieke tweeling: pas als je ze naast elkaar ziet, zie je het onderscheid. Zoals ik een jaar geleden schreef: je zal maar slechtziend zijn, of vergeetachtig, of achterdochtig. Achterdochtig omdat je wéér andere verpakkingen ziet. Klopt dat wel???
Vandaag was het weer raak.
Eén medicijn kreeg ik altijd in een potje. Toen veranderde een jaar of twee terug de tekst op de potje in het Grieks. Altijd handig; áls je van plan was Grieks te gaan leren. En vorig jaar verdween het potje en verscheen de doordrukstrip. Nu leek die pil in elk geval weer meer op die andere in doordrukstrip. Maar daar eindigt het niet, want vandaag kwamen de potjes weer op de toonbank. Wel van een ander merk.
Nu ben ik niet een van de domste en evenmin lijdend aan vergeetachtigheid of wanen. Toch is het ook mij gelukt om die twee pillen te verwisselen. Dan sta je 's avonds te kijken met die ene vraag knagend: "Barst, ben ik nu die ene vergeten of heb ik nu twee keer die andere ingenomen?". Dus toen die potjes daar zo stonden, hoorde ik mezelf zeggen: "Gôh, de potjes zijn weer terug? Ik was net gewend aan de doordrukstrips.".
Dan staan en zitten er nog wel mensen te wachten in die apotheek, maar toch hebben we er een minuutje aan besteed. Die opmerking maakte nogal wat los namelijk.
"Meneer, ik snap het. Maar uw verzekering heeft preferente geneesmiddelen. Meestal zijn dat de goedkoopste. De kans is aanwezig dat u over drie maanden wéér andere krijgt, van een ander merk. Dat is de drijfveer van de verzekeraar: de kosten. Voor de patiënt is dat lastig. Voor ons is het ook lastig, want we maken echt mee dat zo'n preferente fabrikant in het begin niet voldoende kan leveren. En dan? Zoeken naar een collega-apotheek die ze wél heeft. Of andere verstrekken en maar zien hoe we die kosten dekken. Over de oudere mensen hier in de wijk die de kluts kwijtraken, hebben we het dan nog niet eens. Het kost enorm veel tijd. Maar de verzekeraar denkt alleen aan geld."
Dat gaat die verzekeraar natuurlijk met klem ontkennen. Daar krijg je dan van die antwoorden als 'de werkzame stof is écht hetzelfde'. Maar, meneer of mevrouw van de zorgverzekering, het gaat om de verpakking. En, tussen twee haakjes, inmiddels is ook aangetoond dat verschillende dragerstoffen wel degelijk effect (kunnen) hebben.
Maar goed; stel dat die verzekeraar zich enorm druk maakt over kosten (waarmee overigens niets anders wordt bedoeld dan de eigen portemonnee. De kosten van de totale zorg interesseren hen verder geen ene klap.): waarom zouden zij zich dan druk maken over míjn kosten, míjn portemonnee?
Terug lopend kauwde ik daar op door. Waarom doen die zorgverzekeraars niet wat iedere andere verzekeraar ook doet? Die keren een vastgesteld bedrag uit. Ook daarover kun je twisten. Maar als mijn auto wordt aangereden, krijg ik een bedrag uitgekeerd. Dat beruchte total loss. Mijn autoverzekeraar bepaalt níet welke auto ik nieuw aanschaf. (Misschien moet ik dat onzalige idee meteen afkloppen)
Waarom vergoed mijn zorgverzekeraar niet 'gewoon' een bedrag, ongeacht welk merk ik aanschaf bij de apotheek? Het systeem van huisarts-apotheker behoedt ons er echt wel van al te grote financiële misgrepen te doen. En wij klanten zijn ook niet gek. We zoeken al de voordeligste supermarkt en hebben onze voorkeursmerken. Een systeem van standaardvergoedingen zou daar goed bij aansluiten, een stuk eenvoudigere en goedkopere verzekering mogelijk maken én concurrentie op prijs in stand houden.
Maar de zorgverzekeraar vaart er minder wel bij. Die verliest macht. Ik win aan macht.
vrijdag 10 januari 2014
We kunnen heel goed gewoon 'zijn'
Achter me ligt een spitskool te wachten om verwerkt te worden tot een avondmaal. Dat ga ik overlaten aan een ander gezindslid, want ik heb een idee voor deze blogpost dat ik nú moet opschrijven.
Deze kop en lead deden 't 'm.
Als ik het opschrijf, of jij wellicht al de hyperlink hierboven hebt gevolgd, zul je vast zeggen: wist ik al, dacht ik al. Da's mooi.
The Guardian schrijft over een fenomeen wat nog het best een paradox kan worden genoemd. Met de beschikbaarheid van steeds meer data, meer transparantie, keert een forse groep mensen zich tegelijkertijd áf van controleerbaarheid.
Dat ik het toch maar opschrijf, heeft alles te maken met mijn veronderstelling dat we geneigd zijn sommige groepen te veronachtzamen, of, erger, weg te zetten als domme onbenullen. Wilders-stemmers zijn een berucht voorbeeld. Het is hún mening, hún stem en er is geen enkele regel die een ander het recht geven daarover te oordelen. Daarmee tast je een democratisch beginsel aan. Terwijl veel van die critici zich 'verdedigers van de democratische waarden' achten. Kul.
Het is enorm interessant dat PEW, geciteerd door The Guardian, vaststelt dat een fors deel van de amerikanen niets gelooft van evolutie. Enig idee hoeveel? Zoveel:
(...) 33% of Americans believe that evolution is a vicious rumor, opining that "humans and other living things have existed in their present form since the beginning of time". Genesis is their story and they're sticking to it.
Not insignificantly, rejection of science over religious mythology is distinctly partisan: 48% of Republicans, versus 27% of Democrats, "just say no" to Darwin.
Dat kan reusachtig interessant worden. Ik ben, als je dit blog volgt, niet zo'n feitenmens. Natuurlijk spelen ze een rol. Maar wat veel discussies ontbeert, is emotie, visie en wereldbeeld. Dat kan best leiden tot discussies waarin feiten geen bepalende rol spelen.
Argumenten zijn veel belangrijker. En nog meer: de erkenning dat er niet zoiets bestaat als één waarheid. Als je al zoiets als Waarheid wenst te erkennen, kan die alleen maar bestaan uit de opgetelde, samengestelde waarheden van allen. Een belangrijke reden daarvoor is dat je anders onmondige mensen bestempelt tot minderwaardige. dat je mensen die slecht uit hun woorden komen, afserveert.
Het is duidelijk waarop The Guardian hier doelt:
De maatschappelijk-correcte reactie, een echte Pavlov-, is om dan te pleiten voor meer en beter onderwijs. De vraag zou echter moeten zijn wat voor samenleving we hebben gecreëerd. Als de krant gelijk heeft, keren mensen zich er van af omdat ze het overzicht van, de band met of de kennis erover kwijt zijn. Dan wordt de omgeving bedreigend.
Dat is alarmerend.
Waarheid en realiteit zijn niet absoluut noch waardevrij. Om een zo breed mogelijk beeld te hebben van die twee is het handig ook die onwelgevallige ideeën en opvattingen serieus proberen te snappen.
O. Mijn mening over evolutie of schepping? Ik snap niet waarom er meer zou moeten zijn dan een leven tussen geboorte en dood; waarom er iets vóór de conceptie zou moeten zijn, of iets na de dood. En al helemaal niet waarom we hier met 'een bedoeling' zouden moeten zijn.
We kunnen heel goed gewoon 'zijn'.
Deze kop en lead deden 't 'm.
Who needs facts? We appear to be in the Post-Information Age now
Evidence? Ha. That's for humanists, scientists and who knows what other dangerous–ists. It's all about how we feel now
Als ik het opschrijf, of jij wellicht al de hyperlink hierboven hebt gevolgd, zul je vast zeggen: wist ik al, dacht ik al. Da's mooi.
The Guardian schrijft over een fenomeen wat nog het best een paradox kan worden genoemd. Met de beschikbaarheid van steeds meer data, meer transparantie, keert een forse groep mensen zich tegelijkertijd áf van controleerbaarheid.
Dat ik het toch maar opschrijf, heeft alles te maken met mijn veronderstelling dat we geneigd zijn sommige groepen te veronachtzamen, of, erger, weg te zetten als domme onbenullen. Wilders-stemmers zijn een berucht voorbeeld. Het is hún mening, hún stem en er is geen enkele regel die een ander het recht geven daarover te oordelen. Daarmee tast je een democratisch beginsel aan. Terwijl veel van die critici zich 'verdedigers van de democratische waarden' achten. Kul.
Het is enorm interessant dat PEW, geciteerd door The Guardian, vaststelt dat een fors deel van de amerikanen niets gelooft van evolutie. Enig idee hoeveel? Zoveel:
(...) 33% of Americans believe that evolution is a vicious rumor, opining that "humans and other living things have existed in their present form since the beginning of time". Genesis is their story and they're sticking to it.
Not insignificantly, rejection of science over religious mythology is distinctly partisan: 48% of Republicans, versus 27% of Democrats, "just say no" to Darwin.
Dat kan reusachtig interessant worden. Ik ben, als je dit blog volgt, niet zo'n feitenmens. Natuurlijk spelen ze een rol. Maar wat veel discussies ontbeert, is emotie, visie en wereldbeeld. Dat kan best leiden tot discussies waarin feiten geen bepalende rol spelen.
Argumenten zijn veel belangrijker. En nog meer: de erkenning dat er niet zoiets bestaat als één waarheid. Als je al zoiets als Waarheid wenst te erkennen, kan die alleen maar bestaan uit de opgetelde, samengestelde waarheden van allen. Een belangrijke reden daarvoor is dat je anders onmondige mensen bestempelt tot minderwaardige. dat je mensen die slecht uit hun woorden komen, afserveert.
Het is duidelijk waarop The Guardian hier doelt:
(...) it is comforting to construct a personal reality when actual reality will not do. That is where astrology came from, and voodoo. Also Area 51 and supply-side economics. That's why we've slid into the Post-Information Age. It's going to be a rough patch for Darwin.
De maatschappelijk-correcte reactie, een echte Pavlov-, is om dan te pleiten voor meer en beter onderwijs. De vraag zou echter moeten zijn wat voor samenleving we hebben gecreëerd. Als de krant gelijk heeft, keren mensen zich er van af omdat ze het overzicht van, de band met of de kennis erover kwijt zijn. Dan wordt de omgeving bedreigend.
Dat is alarmerend.
Waarheid en realiteit zijn niet absoluut noch waardevrij. Om een zo breed mogelijk beeld te hebben van die twee is het handig ook die onwelgevallige ideeën en opvattingen serieus proberen te snappen.
O. Mijn mening over evolutie of schepping? Ik snap niet waarom er meer zou moeten zijn dan een leven tussen geboorte en dood; waarom er iets vóór de conceptie zou moeten zijn, of iets na de dood. En al helemaal niet waarom we hier met 'een bedoeling' zouden moeten zijn.
We kunnen heel goed gewoon 'zijn'.
Labels:
big data,
evolutie,
feiten,
Garfield,
guardian,
macht,
mening,
onderdrukking,
opstand,
Verelendung,
Visie,
weerstand
zondag 10 november 2013
Weg met de doelgroep! Leve het doeldenken.
Eigenlijk is dit een logische verwant van de blogpost van gisteren over HEMA, die o zo goed zijn in relatiemanagement. Dat is niet (alleen) de leverancier; dat is vooral de klant. Zíjn tevredenheid over en vertrouwen in HEMA zijn de spil waarom alles draait; niet eens zozeer de producten of het assortiment.
Datzelfde zie ik gebeuren rondom het begrip doelgroep.
Dat doelgroepen niet belangrijk zijn, zal niemand beweren. Wat de posítie van doelgroepen is, is een andere vraag. Denken in termen van doelgroepen kan ook (bewustzijn)vernauwend werken.
Neem een politieke partij. In de politiek lijkt de situatie 180 graden gedraaid te zijn. Probeerde een partij in den beginne zoveel mogelijk medestanders voor zíjn standpunten te vinden; tegenwoordig is het van groter belang dat de standpunten en keuzes aansluiten bij de voorkeur van de kiezers en leden.
Da's vreemd, omdat het impliciet duidelijk maakt dat inhoud ondergeschikt is gemaakt aan kwantiteit, aan macht. Het is niet "ik vind dit en hoevelen zijn het met me eens?". Het doeldenken lijkt verzwakt.
Het is niet de politiek die me ertoe bracht dit te schrijven.
Eigenlijk is het dat vermaledijde doelmatigheidsdenken wat weer een rol speelt. Doeldenken betekent ook dat je falen meerekent: het kán zijn dat onvoldoende mensen het met je eens zijn. Doeldenken is een manier van denken en werken die neerkomt op gelóven in je doel en je ook erbij neerleggen als dat onbereikbaar blijkt (of niet, als je een stijfkop bent).
Doeldenken is meer aanbodgericht, terwijl doelgroepdenken meer vraaggericht is. Of beter: lijkt. Want doelgroepdenken ís dat in feite helemaal niet. Doelgroepdenkers bepalen wat zíj zien als opinie, als behoefte van een doelgroep. Zij zijn ook degenen die de doelgroep definiëren. Feitelijk reduceert doelgroepdenken de ander tot een willoos individu.
Een goed voorbeeld hoe dat, naar mijn idee, fout kan uitwerken, is de wereld van werkloosheidbestrijding en reïntegratie.
Je kunt daar de positie innemen dat alle activiteiten die jouw organisatie ontwikkelt, moeten zijn gericht op het vinden van werk. Prima te verdedigen standpunt (zij het dat ik er nogal anders tegenaan kijk. Maar dat terzijde).
De belangrijkste vraag komt daarna. Voor wie doe je dat? Ik zou verwachten dat je daarbij dat doel voorop stelt. In mijn voorbeeld: het zijn zeker niet alleen werklozen die werk zoeken. Werk zoeken doen ook tal van mensen die nu al in loondienst zijn, doen ZZPers die toch een veilige(r) haven zoeken, doen bijna-afgestudeerden. Toch?
Doelgroepdenken doet me iedere keer heel erg denken aan een winkel waar de winkelier van bepaalt wíe z'n winkel mag binnen komen én wie daar dan mag kopen. Een rare situatie.
Veel verstandiger is het ópen te staan en te weten wat je klantengroep is. Dat is net anders dan doelgroepdenken. Dat is gebruikersdenken.
Als ik dan hoor dat een kennis informatie over een ongedwongen bijeenkomst plaatste bij de De Broekriem en dat die werd geweigerd omdat 'hij niet in overeenstemming is met ons doel werk vinden begeleiden', dan denk ik: da's klassiek doelgroepdenken. Dat is iemand anders die weet wat goed is voor mij.
Datzelfde zie ik gebeuren rondom het begrip doelgroep.
Dat doelgroepen niet belangrijk zijn, zal niemand beweren. Wat de posítie van doelgroepen is, is een andere vraag. Denken in termen van doelgroepen kan ook (bewustzijn)vernauwend werken.
Neem een politieke partij. In de politiek lijkt de situatie 180 graden gedraaid te zijn. Probeerde een partij in den beginne zoveel mogelijk medestanders voor zíjn standpunten te vinden; tegenwoordig is het van groter belang dat de standpunten en keuzes aansluiten bij de voorkeur van de kiezers en leden.
Da's vreemd, omdat het impliciet duidelijk maakt dat inhoud ondergeschikt is gemaakt aan kwantiteit, aan macht. Het is niet "ik vind dit en hoevelen zijn het met me eens?". Het doeldenken lijkt verzwakt.
Het is niet de politiek die me ertoe bracht dit te schrijven.
Eigenlijk is het dat vermaledijde doelmatigheidsdenken wat weer een rol speelt. Doeldenken betekent ook dat je falen meerekent: het kán zijn dat onvoldoende mensen het met je eens zijn. Doeldenken is een manier van denken en werken die neerkomt op gelóven in je doel en je ook erbij neerleggen als dat onbereikbaar blijkt (of niet, als je een stijfkop bent).
Doeldenken is meer aanbodgericht, terwijl doelgroepdenken meer vraaggericht is. Of beter: lijkt. Want doelgroepdenken ís dat in feite helemaal niet. Doelgroepdenkers bepalen wat zíj zien als opinie, als behoefte van een doelgroep. Zij zijn ook degenen die de doelgroep definiëren. Feitelijk reduceert doelgroepdenken de ander tot een willoos individu.
Een goed voorbeeld hoe dat, naar mijn idee, fout kan uitwerken, is de wereld van werkloosheidbestrijding en reïntegratie.
Je kunt daar de positie innemen dat alle activiteiten die jouw organisatie ontwikkelt, moeten zijn gericht op het vinden van werk. Prima te verdedigen standpunt (zij het dat ik er nogal anders tegenaan kijk. Maar dat terzijde).
De belangrijkste vraag komt daarna. Voor wie doe je dat? Ik zou verwachten dat je daarbij dat doel voorop stelt. In mijn voorbeeld: het zijn zeker niet alleen werklozen die werk zoeken. Werk zoeken doen ook tal van mensen die nu al in loondienst zijn, doen ZZPers die toch een veilige(r) haven zoeken, doen bijna-afgestudeerden. Toch?
Doelgroepdenken doet me iedere keer heel erg denken aan een winkel waar de winkelier van bepaalt wíe z'n winkel mag binnen komen én wie daar dan mag kopen. Een rare situatie.
Veel verstandiger is het ópen te staan en te weten wat je klantengroep is. Dat is net anders dan doelgroepdenken. Dat is gebruikersdenken.
Als ik dan hoor dat een kennis informatie over een ongedwongen bijeenkomst plaatste bij de De Broekriem en dat die werd geweigerd omdat 'hij niet in overeenstemming is met ons doel werk vinden begeleiden', dan denk ik: da's klassiek doelgroepdenken. Dat is iemand anders die weet wat goed is voor mij.
woensdag 23 oktober 2013
de onverzekerden
Het is een intrigerend idee.
Stel dat quantified self en met name gentechnologie over een paar decennia in staat zijn ons leven in kaart te brengen, en zelfs te voorspellen. Stel dat DNAonderzoek gaat uitwijzen voor welke aandoeningen iemand bevattelijk is, welke hij zeker gaat krijgen, en welke niet. Stel dat je jaar van overlijden vrij adequaat kan worden bepaald.
Waarom zou je je dan nog verzekeren?
Ja, tegen inbraak, autoongelukken en andere ellende. Alhoewel: met auto's die binnenkort stukken veiliger zijn dan een gemiddeld huis... Het enige echte risico wat je uiteindelijk nog lijkt te lopen, is een financieel. Niet vanwege astronomische ziekenhuiskosten, maar om je auto te vervangen en mogelijk die van de tegenpartij. Echte (zwaar)gewonden lijken er steeds minder voor te gaan komen.
Verzekeren doe je tegen een onbekend risico. Dat 'onbekende' zit 'm niet in één factor. Je kunt immers te maken krijgen met iets wat we allemáál niet kennen - de aanval van buitenaardsen - of met iets wat door anderen wordt gecontroleerd. Maar in alle gevallen verzeker je je tegen zaken die buiten jouw regelmacht gaan, tegen ongeluk.
Maar ja. Nu nadert het moment waarop je weet welke ziektes je wel en welke je niet gaat krijgen. Niet misschien niet; zéker niet. Waarom zou je dan premie betalen? Als het iets is wat je niet gaat krijgen, heeft het geen zin. En als het iets is wat je wel zult gaan krijgen, dan doe je er volgens alle consumentenadviesorganisaties veel verstandiger aan de premiebedragen apart te zetten op een eigen spaarrekening. Sparen voor de behandeling, dus.
Uiteraard zal het verhaal niet helemaal op gaan. Er zijn ongetwijfeld aandoeningen die té kostbaar zijn om bij elkaar te sparen. Daarbij moet je je dan wel realiseren dat het maar de vraag is wat de verzekeringsmaatschappij doet als ook zij daarvan weet: weigeren? De premie fors verhogen? Bedenk dat dat onbekende risico immers ook voor de verzekeraar is verdwenen.
Waar blijft die verzekeraar eigenlijk?
Da's een uitermate belangrijke vraag. De kans is groot dat verzekeraars geen verzekeraars meer zullen zijn in de klassieke betekenis van het woord: degene die, in ruil voor premiebetaling, het risico over nam. Maar ja, met een langzaam verdwijnend risico.... Wat dan?
De beweging is al een beetje zichtbaar. En ik ben daar helemaal niet blij mee. Wat je ziet gebeuren, is dat ziektekostenverzekeraars steeds steviger op de positie van de overheid plaatsnemen en gaan bepalen wat wel en wat niet wordt vergoed. Feitelijk betekent dat dat zij de zorg aansturen en regelen. Totdat zich binnen de zorg alternatieve circuits ontwikkelen, die buiten de huidige financiële circuits om opereren. Of en wanneer dat gebeurt? Koffiedik.
Het lijkt er op dat verzekeraars zich proberen te profileren als bewakers van doelmatigheid, als moderne versies van controlerende pennenlikkers uit Dickens' verhalen. Namens ... ja, namens wie eigenlijk... namens hun verzekerden, hun leden bepalen zij wat goed(koop) voor hen is. Klinkt logisch. Minder logisch is dat het maar de vraag is wiens belang hiermee is gediend: de verzekerde of de verzekeringsmaatschappij. Eén ding is duidelijk: de premies schommelen slechts marginaal. En, o toeval, de premies van de verschillende maatschappijen liggen binnen een relatief smalle bandbreedte. Aan het positief effect voor de consument in de vorm van of betere of goedkopere zorg moet worden getwijfeld.
Want: een particuliere onderneming die gaat bepalen wat 'gezond' en 'gezondheid' zijn?!
Stel dat quantified self en met name gentechnologie over een paar decennia in staat zijn ons leven in kaart te brengen, en zelfs te voorspellen. Stel dat DNAonderzoek gaat uitwijzen voor welke aandoeningen iemand bevattelijk is, welke hij zeker gaat krijgen, en welke niet. Stel dat je jaar van overlijden vrij adequaat kan worden bepaald.
Waarom zou je je dan nog verzekeren?
Ja, tegen inbraak, autoongelukken en andere ellende. Alhoewel: met auto's die binnenkort stukken veiliger zijn dan een gemiddeld huis... Het enige echte risico wat je uiteindelijk nog lijkt te lopen, is een financieel. Niet vanwege astronomische ziekenhuiskosten, maar om je auto te vervangen en mogelijk die van de tegenpartij. Echte (zwaar)gewonden lijken er steeds minder voor te gaan komen.
Verzekeren doe je tegen een onbekend risico. Dat 'onbekende' zit 'm niet in één factor. Je kunt immers te maken krijgen met iets wat we allemáál niet kennen - de aanval van buitenaardsen - of met iets wat door anderen wordt gecontroleerd. Maar in alle gevallen verzeker je je tegen zaken die buiten jouw regelmacht gaan, tegen ongeluk.
Maar ja. Nu nadert het moment waarop je weet welke ziektes je wel en welke je niet gaat krijgen. Niet misschien niet; zéker niet. Waarom zou je dan premie betalen? Als het iets is wat je niet gaat krijgen, heeft het geen zin. En als het iets is wat je wel zult gaan krijgen, dan doe je er volgens alle consumentenadviesorganisaties veel verstandiger aan de premiebedragen apart te zetten op een eigen spaarrekening. Sparen voor de behandeling, dus.
Uiteraard zal het verhaal niet helemaal op gaan. Er zijn ongetwijfeld aandoeningen die té kostbaar zijn om bij elkaar te sparen. Daarbij moet je je dan wel realiseren dat het maar de vraag is wat de verzekeringsmaatschappij doet als ook zij daarvan weet: weigeren? De premie fors verhogen? Bedenk dat dat onbekende risico immers ook voor de verzekeraar is verdwenen.
Waar blijft die verzekeraar eigenlijk?
Da's een uitermate belangrijke vraag. De kans is groot dat verzekeraars geen verzekeraars meer zullen zijn in de klassieke betekenis van het woord: degene die, in ruil voor premiebetaling, het risico over nam. Maar ja, met een langzaam verdwijnend risico.... Wat dan?
De beweging is al een beetje zichtbaar. En ik ben daar helemaal niet blij mee. Wat je ziet gebeuren, is dat ziektekostenverzekeraars steeds steviger op de positie van de overheid plaatsnemen en gaan bepalen wat wel en wat niet wordt vergoed. Feitelijk betekent dat dat zij de zorg aansturen en regelen. Totdat zich binnen de zorg alternatieve circuits ontwikkelen, die buiten de huidige financiële circuits om opereren. Of en wanneer dat gebeurt? Koffiedik.
Het lijkt er op dat verzekeraars zich proberen te profileren als bewakers van doelmatigheid, als moderne versies van controlerende pennenlikkers uit Dickens' verhalen. Namens ... ja, namens wie eigenlijk... namens hun verzekerden, hun leden bepalen zij wat goed(koop) voor hen is. Klinkt logisch. Minder logisch is dat het maar de vraag is wiens belang hiermee is gediend: de verzekerde of de verzekeringsmaatschappij. Eén ding is duidelijk: de premies schommelen slechts marginaal. En, o toeval, de premies van de verschillende maatschappijen liggen binnen een relatief smalle bandbreedte. Aan het positief effect voor de consument in de vorm van of betere of goedkopere zorg moet worden getwijfeld.
Want: een particuliere onderneming die gaat bepalen wat 'gezond' en 'gezondheid' zijn?!
Labels:
concurrentie,
macht,
marktwerking,
onheus,
overheid,
risico,
verzekering,
zorg
maandag 14 oktober 2013
Misplaatste arrogantie
Het ís mogelijk dat ik alles verkeerd zie. Dat zal ze tijd wel leren.
Afgelopen weekeinde is er in Nederland een begrotingsakkoord gesloten. Dat is een vreemd gedrocht. Vreemd omdat het niet een begroting is van een regering die in alle openheid in de Tweede Kamer is bediscussieerd. Dat zou je verwachten in de post-Fortuynperiode, waarin achterkamertjes zouden zijn verbannen. Niets is minder waar: de achterkamertjes zijn te klein en de spil waar omheen alles draait, zo blijkt.
Om zich te vergewissen van voldoende steun in Eerste en Tweede Kamer is er door de regering over de uitruil van wensen voor die steun. In theorie zal niemand zijn uitgesloten van dat overleg. Maar sommige dingen zijn uitsluitend voor de bühne bedoeld; alsof de slagers gaan overleggen met vegetariërs, mits die vlees gaan eten. Nee, dit was zeer doelgericht met uitsluiting van bepaalde partijen.
Dat is een vorm die we nog niet kenden; die van partijen die op voorhand steun betuigen aan een begroting. Niet voor niets dat de landelijke kranten er maandag veel aandacht aan besteden. In de De Volkskrant bijvoorbeeld een reconstructie van het onderhandelingsproces; met citaten.
Die maken het verhaal interessant, want juist daarin schuilen de aanwijzingen voor de verhoudingen (en daarmee de bestendigheid van dit bouwwerk).
Dat er eerst op korte termijn 70.000 banen verdwijnen voordat er op lange termijn wellicht 50.000 bij komen; da's een oude truc. Naast 'beloven' is het zaak die 70.000 en de termijnen waarop te verzwijgen.
Dat geldt ook voor de toon waarmee wordt gebracht dat de zelfstandigenaftrek voor zzp'ers niet wordt afgeschaft. Da's identiek aan de trots van iemand die geld bespaart door iets níet te kopen wat-i ook niet nodig had. In dit geval: anders dan paniek heeft het niet opgeleverd en dus is het per saldo een slécht plan.
Mooier zijn de reconstructie en citaten van het proces zelf. Tekenend is de wijze waarop D66 zich opstelt. Het zal de opzet van de journalist zijn, daar niet van, maar hier profileert zich een dwingeland. Voor een partijtje trekt D66 een grote jas en zet een grote mond op. Met succes, voor henzelf.

Mij doet het allemaal wel erg veel denken aan van die veel voorkomende situaties op middelbare (en basis-) scholen waar jochies de boel zo verziekend domineren dat leerkrachten er eindeloos tegenaan blijven praten. Er zit toch een eind aan? Op enig moment is de machtsbalans toch helemaal omgeslagen? Ergens in dit proces is toch je ruggengraat gebroken? Ben je toch je doelen aan het uitruilen geweest tegen 'de macht en het pluche'?
Hier hebben volwassen mensen zich door de schooldwingeland laten gijzelen.
Dat het proces dat schoolniveau niet echt is ontstegen, en tekenend voor de pikorde, getuigt onderstaande scene.

Ook dit is weer typerend gedrag. Dit is de manier waarop op school een groep jongens die ene zwakkere, maar wel essentiële, probeert te overtuigen toch mee te doen: "Je moeder komt het nooit te weten, jôh". Als puntje bij paaltje komt, zal niemand zijn nek voor hem uitsteken.
Nee, dit gaat (al lang?) niet meer om het landsbelang, of om het 'verantwoordelijkheid nemen' - een idiote gedachte - of samenvallende ideeën. Dit gaat om macht.
Het gedrocht waar we tegenaan kijken, is niet bij machte te reageren op veranderende omstandigheden. De omhelzing is zo krachtig dat de buitenwereld is buitengesloten.
Daar kan nog grote ellende uit voortkomen, in een wereld die snel verandert.
Afgelopen weekeinde is er in Nederland een begrotingsakkoord gesloten. Dat is een vreemd gedrocht. Vreemd omdat het niet een begroting is van een regering die in alle openheid in de Tweede Kamer is bediscussieerd. Dat zou je verwachten in de post-Fortuynperiode, waarin achterkamertjes zouden zijn verbannen. Niets is minder waar: de achterkamertjes zijn te klein en de spil waar omheen alles draait, zo blijkt.
Om zich te vergewissen van voldoende steun in Eerste en Tweede Kamer is er door de regering over de uitruil van wensen voor die steun. In theorie zal niemand zijn uitgesloten van dat overleg. Maar sommige dingen zijn uitsluitend voor de bühne bedoeld; alsof de slagers gaan overleggen met vegetariërs, mits die vlees gaan eten. Nee, dit was zeer doelgericht met uitsluiting van bepaalde partijen.
Dat is een vorm die we nog niet kenden; die van partijen die op voorhand steun betuigen aan een begroting. Niet voor niets dat de landelijke kranten er maandag veel aandacht aan besteden. In de De Volkskrant bijvoorbeeld een reconstructie van het onderhandelingsproces; met citaten.
Die maken het verhaal interessant, want juist daarin schuilen de aanwijzingen voor de verhoudingen (en daarmee de bestendigheid van dit bouwwerk).
Dat er eerst op korte termijn 70.000 banen verdwijnen voordat er op lange termijn wellicht 50.000 bij komen; da's een oude truc. Naast 'beloven' is het zaak die 70.000 en de termijnen waarop te verzwijgen.
Dat geldt ook voor de toon waarmee wordt gebracht dat de zelfstandigenaftrek voor zzp'ers niet wordt afgeschaft. Da's identiek aan de trots van iemand die geld bespaart door iets níet te kopen wat-i ook niet nodig had. In dit geval: anders dan paniek heeft het niet opgeleverd en dus is het per saldo een slécht plan.
Mooier zijn de reconstructie en citaten van het proces zelf. Tekenend is de wijze waarop D66 zich opstelt. Het zal de opzet van de journalist zijn, daar niet van, maar hier profileert zich een dwingeland. Voor een partijtje trekt D66 een grote jas en zet een grote mond op. Met succes, voor henzelf.
Mij doet het allemaal wel erg veel denken aan van die veel voorkomende situaties op middelbare (en basis-) scholen waar jochies de boel zo verziekend domineren dat leerkrachten er eindeloos tegenaan blijven praten. Er zit toch een eind aan? Op enig moment is de machtsbalans toch helemaal omgeslagen? Ergens in dit proces is toch je ruggengraat gebroken? Ben je toch je doelen aan het uitruilen geweest tegen 'de macht en het pluche'?
Hier hebben volwassen mensen zich door de schooldwingeland laten gijzelen.
Dat het proces dat schoolniveau niet echt is ontstegen, en tekenend voor de pikorde, getuigt onderstaande scene.
Ook dit is weer typerend gedrag. Dit is de manier waarop op school een groep jongens die ene zwakkere, maar wel essentiële, probeert te overtuigen toch mee te doen: "Je moeder komt het nooit te weten, jôh". Als puntje bij paaltje komt, zal niemand zijn nek voor hem uitsteken.
Nee, dit gaat (al lang?) niet meer om het landsbelang, of om het 'verantwoordelijkheid nemen' - een idiote gedachte - of samenvallende ideeën. Dit gaat om macht.
Het gedrocht waar we tegenaan kijken, is niet bij machte te reageren op veranderende omstandigheden. De omhelzing is zo krachtig dat de buitenwereld is buitengesloten.
Daar kan nog grote ellende uit voortkomen, in een wereld die snel verandert.
Labels:
begroting,
beledigend,
crematorium,
idealen,
macht,
mediageil,
regeren,
Ruilen
donderdag 1 augustus 2013
De kussende agent
Midden op het pleintje in La Roche Bernard kust een stoere Franse biker-agent een minstens één generatie oudere dame. Een keer, twee keer. Daarna staan ze een poos midden op het plein te praten. Hij met zijn crossfiets tussen de benen vastgezet. Zij met een handtas.
Fransen kussen elkaar vaker twee keer, ter begroeting. En toch viel me pas later in dat ik had zitten kijken naar een officiële gezagsdrager die heel informeel te werk ging. Gedag zeggen tegen bekenden, een hand geven; veel verder komen wij niet in Nederland. Ik ben benieuwd wat er gaat gebeuren als een Nederlandse politiebeambte een hi five of een stevige hug zou geven aan een goede bekende. Zijn positie vereist toch afstandelijkheid, neutraliteit, emotieloosheid?
Hoe zit dat toch met gezag? Macht, hebben we geleerd, is vaak functiegebonden. Macht wordt uitgeoefend door machthebbers: degene met de wapens, met het geld, met de beslissingsbevoegdheid. Dat macht ook heel eenvoudig in verkeerde handen kan vallen, laat zich wellicht nog het sprekendst illustreren door 'het kind dat met vuur speelt'. Het beschíkken over macht(smiddelen) - lucifers, vuur - betekent niet vanzelfsprekend ook verstándig gebruik ervan.
Macht is een enorme verleider, werkelijk vergelijkbaar met sex. Niet voor niets maken liefde én macht blind. Dat doet ze ook. De invloed, die met macht gepaard gaat, verandert verhoudingen. Gepaai en gekonkel worden belangrijk om te herkennen. En juist dát is moeilijk voor mensen. Dat anderen het met je eens zijn, is toch logisch? Als je het verkeerd deed, had je de machtspositie niet. Toch? Een gaaf voorbeeld van een drogredenering.
Macht is in een bepaald opzicht ook een volslagen oninteressante factor. Macht geeft iemand de mogelijkheid iets af te dwíngen. Dat is net zo beklijvend als een dunne laag klatergoud: niet echt lang. Je móet excuses aanbieden? Geen probleem, want de enige echt relevante vraag is of je het ook méénde, de betekenis deelde: intensionality.
Heel veel mensen hebben macht. Heel veel mensen leven in een illusie dat ze ook richtinggevend zijn. Heel veel mensen worden geregeld belazerd door hun eigen illusie.
Vele malen interessanter is gezag. Machthebbers - directeuren, leidinggevenden, regel- en wetshandhavers, gewapenden, bij voorbeeld - leiden een bestaan dat is gebaseerd op drang en dwang. Een bestaan van constante dreiging, conflict en toneelspel. Het is dit wat heel veel verklaringskracht biedt voor werkplekgedrag. De pispaalpositie van bazen? Logisch. Want ze leggen een besluit op. Geklets op de werkvloer? Logisch. Want alleen in die gesprekken komt (een deel van) het echte oordeel boven.
Even terzijde: denk je - dit zo ziend - écht dat Het Nieuwe Werken ook werkelijk Het Nieuwe Werken wordt? De situatie waarin de werkgever het personeel - niet: zíjn personeel - zoveel vrijheid geeft dat ze zelf mogen en kunnen invullen hoe doelen te bereiken? Ik geloof er níets van. Niet omdat het idee slecht is - integendeel - maar omdat de tegenkracht enorm is: de illusie waarin velen zijn gaan gelóven.
Nogmaals, gezag is dan interessanter. Dat is een kwaliteit die aan een persoon beklijft. Belangrijker nog: het is een waardering die ánderen aan iemand toe delen. Gezag kríjg je. Waar macht top down functioneert, is gezag bottom up gebaseerd.
In de moderne manier van kijken en denken naar verhoudingen is gezag dan ook vele malen belangrijker geworden dan macht. Misschien niet onder die naam. Maar als je vanuit een ietwat andere hoek kijkt naar concepten user generated..., naar groundswell, naar influencers, naar ideeën over netwerken en over werknemers als ambassadeurs, dan staat er een iets ander beeld. Een beeld waarin de beweging van onderop toch echt belangrijker wordt gevonden.
Op dat terras in La Roche Bernard zat ik me - eventjes - af te vragen of de aanpak van die biker ook leidt tot een andere verhouding, veel meer gebaseerd op gezag dan op strepen op het uniform, op macht. En, zo ja, moet onze wijkagent dan ook gaan 'zoenen'? Maakt het lijflijk contact de relatie toch nét anders?
Fransen kussen elkaar vaker twee keer, ter begroeting. En toch viel me pas later in dat ik had zitten kijken naar een officiële gezagsdrager die heel informeel te werk ging. Gedag zeggen tegen bekenden, een hand geven; veel verder komen wij niet in Nederland. Ik ben benieuwd wat er gaat gebeuren als een Nederlandse politiebeambte een hi five of een stevige hug zou geven aan een goede bekende. Zijn positie vereist toch afstandelijkheid, neutraliteit, emotieloosheid?
Hoe zit dat toch met gezag? Macht, hebben we geleerd, is vaak functiegebonden. Macht wordt uitgeoefend door machthebbers: degene met de wapens, met het geld, met de beslissingsbevoegdheid. Dat macht ook heel eenvoudig in verkeerde handen kan vallen, laat zich wellicht nog het sprekendst illustreren door 'het kind dat met vuur speelt'. Het beschíkken over macht(smiddelen) - lucifers, vuur - betekent niet vanzelfsprekend ook verstándig gebruik ervan.
Macht is een enorme verleider, werkelijk vergelijkbaar met sex. Niet voor niets maken liefde én macht blind. Dat doet ze ook. De invloed, die met macht gepaard gaat, verandert verhoudingen. Gepaai en gekonkel worden belangrijk om te herkennen. En juist dát is moeilijk voor mensen. Dat anderen het met je eens zijn, is toch logisch? Als je het verkeerd deed, had je de machtspositie niet. Toch? Een gaaf voorbeeld van een drogredenering.
Macht is in een bepaald opzicht ook een volslagen oninteressante factor. Macht geeft iemand de mogelijkheid iets af te dwíngen. Dat is net zo beklijvend als een dunne laag klatergoud: niet echt lang. Je móet excuses aanbieden? Geen probleem, want de enige echt relevante vraag is of je het ook méénde, de betekenis deelde: intensionality.
Heel veel mensen hebben macht. Heel veel mensen leven in een illusie dat ze ook richtinggevend zijn. Heel veel mensen worden geregeld belazerd door hun eigen illusie.
Vele malen interessanter is gezag. Machthebbers - directeuren, leidinggevenden, regel- en wetshandhavers, gewapenden, bij voorbeeld - leiden een bestaan dat is gebaseerd op drang en dwang. Een bestaan van constante dreiging, conflict en toneelspel. Het is dit wat heel veel verklaringskracht biedt voor werkplekgedrag. De pispaalpositie van bazen? Logisch. Want ze leggen een besluit op. Geklets op de werkvloer? Logisch. Want alleen in die gesprekken komt (een deel van) het echte oordeel boven.
Even terzijde: denk je - dit zo ziend - écht dat Het Nieuwe Werken ook werkelijk Het Nieuwe Werken wordt? De situatie waarin de werkgever het personeel - niet: zíjn personeel - zoveel vrijheid geeft dat ze zelf mogen en kunnen invullen hoe doelen te bereiken? Ik geloof er níets van. Niet omdat het idee slecht is - integendeel - maar omdat de tegenkracht enorm is: de illusie waarin velen zijn gaan gelóven.
Nogmaals, gezag is dan interessanter. Dat is een kwaliteit die aan een persoon beklijft. Belangrijker nog: het is een waardering die ánderen aan iemand toe delen. Gezag kríjg je. Waar macht top down functioneert, is gezag bottom up gebaseerd.
In de moderne manier van kijken en denken naar verhoudingen is gezag dan ook vele malen belangrijker geworden dan macht. Misschien niet onder die naam. Maar als je vanuit een ietwat andere hoek kijkt naar concepten user generated..., naar groundswell, naar influencers, naar ideeën over netwerken en over werknemers als ambassadeurs, dan staat er een iets ander beeld. Een beeld waarin de beweging van onderop toch echt belangrijker wordt gevonden.
Op dat terras in La Roche Bernard zat ik me - eventjes - af te vragen of de aanpak van die biker ook leidt tot een andere verhouding, veel meer gebaseerd op gezag dan op strepen op het uniform, op macht. En, zo ja, moet onze wijkagent dan ook gaan 'zoenen'? Maakt het lijflijk contact de relatie toch nét anders?
Labels:
autoriteit,
geven,
gezag,
hi five,
kus,
la roche,
leiding geven,
lucifers,
macht,
overheid,
wapens
Locatie:
Leiden, Nederland
maandag 19 november 2012
Rot toch 's op met je lijstjes!
Lijstjes; ik heb er zo'n hekel aan. Freudiaans geduid ongetwijfeld omdat ik nooit een lijstje heb aangevoerd en dus gewoon jaloers ben. Maar als ik er zelf antwoord op mag geven, dan is het eerder zo dat ik de overtuiging ben toegedaan dat ranglijstjes iets proberen te ordenen dat veel te dynamisch is of te complex om te ordenen. De enige uitzondering, en daar komen ze dus ook vandaan, zijn de sportwedstrijden; daar kun je op basis van de wedstrijduitslagen en de spelregels een redelijke lijst maken. Alhoewel.... het is ook wel weer tekenend als voetballiefhebbers het hebben over de verliezer die 'toch wel het mooiste voetbal liet zien'. Kortom, rangordes zijn nogal ingewikkeld. Zoals zoveel.
Afgelopen vrijdag barstte Twitter weer 's haast uit z'n voegen. In de wereld van de dode bomen - de schrijvende en gedrukte media - heeft de De Volkskrant zich vergaloppeert aan een lijstje: dat van de twitteraars onder de invloedrijken. In de zaterdagbijlage Magazine gaat daaraan de nodige aandacht worden besteed. Op de digitale versie van de De Volkskrant stond dit
<br /><a href="http://medunkt2011.files.wordpress.com/2012/11/20121116-165221.jpg"><img src="http://medunkt2011.files.wordpress.com/2012/11/20121116-165221.jpg" alt="20121116-165221.jpg" class="alignnone size-full" /></a>
In de jaren zestig deed een onderzoek naar netwerken stof opwaaien. In zijn studie toont Mertens aan dat Nederland feitelijk wordt geleid door tweehonderd personen: de 200 van Mertens, een netwerk van <em>old boys and girls </em>in bestuursfuncties. In <em>Graven naar Macht</em> doen Mokken en Stokman dat nog eens, breder, over; met vergelijkbaar resultaat. Netwerkanalyse is in beeld, als indicator voor het hebben van mácht. Wat ik niet wist - nu wel - is dat Twentse Courant Tubantia in samenwerking met TU Twente in 2011 een onderzoek is begonnen naar de machtstructuur in Twente: <em>Macht in Twente</em>, met een <a href="http://www.utnieuws.nl/nieuws/netwerkanalyse-over-macht-twente">rapport</a> en een mooie <a href="http://data.wegenerweb.nl/tctubantia/machtintwente/index.html">visualisatie</a>. Wat Mertens nog 'met de hand' moest doen, gebeurt nu in een spreekwoordelijke oogwenk, en mooier!
Lidwien van de Wijngaert, de onderzoekster, zegt over het onderzoek
<blockquote>‘Het project van de Twentsche Courant Tubantia is voor mij een middel om het denken in termen van netwerken onder de aandacht te brengen. Ik hoop zo een mind set te realiseren waarbij het kijken naar relaties centraal staat. We denken nu nog vaak in termen van groepen.’</blockquote>
Dat is eigenlijk wat in de reacties op Twitter op het lijstje van de De Volkskrant ontbreekt: het besef dat macht in relaties zit opgesloten en dat daarmee invloed niet is beperkt. Wil je invloedrijke mensen identificeren, dan is zo'n overzicht als de De Volkskrant blijkbaar maakte wel degelijk relevant.
Al is het maar om duidelijk te maken dat in het dagelijks leven invloedrijke mensen niet per sé veel twitteren, dat invloedrijke twitteraars iets anders zijn dan invloedrijke mensen in het dagelijks leven, en dat de invloed van Twitter er wel ís maar moet worden gerelativeerd.
Lijstjes zijn dan té eenvoudig, alhoewel leuk tijdverdrijf. Jammer genoeg betekent het relativeren ook nuanceren en de meeste mensen willen dat niet. Die zoeken: "wie is nu de beste, belangrijkste, grootste, dikste, rijkste, invloedrijkste?", waarbij het antwoord keer op keer zou moeten zijn "Nou, dat hangt er dus maar net vanaf hoe je dat wilt zien en meten".
Lullig, maar waar: lijstjes zijn meestal niets meer waard op het moment dat ze zijn gemaakt.
Locatie:
Leiden, Nederland
Het eind van het bedenkerstijdperk
Ergens in ons verleden stierven de sauriërs uit. Zo te lezen, is het ons nog niet helemaal helder waardoor. De beruchte meteoriet die insloeg op aarde op de plek die wij nu Rusland noemen, heeft er mee te maken. Maar of het dé verklaring is? Het blijft ietwat gissen.
Dat is eigenlijk een standaardprobleem van reconstructies. Als je ergens niet werkelijk bij was - en zelfs dán - wordt het verrassend moeilijk te reconstrueren op basis van de gegevens die je wél hebt. Zelfs als je er van mag uitgaan dat die kloppen, dan is het vaak nog maar de vraag hoe zij in het plaatje passen, hoe zij zijn gebruikt. Het aantal vrijheidsgraden is vaak vrij groot. In zo'n situatie redeneren wij dan, bijna automatisch, naar iets wat we kennen. Opties die we niet kennen, zijn ongeloofwaardig.
Een voorbeeld daarvan zijn de enorme beelden op Paaseiland. We weten waar ze zijn gemaakt, althans waar de steen vandaan komt waaruit ze bestaan. Maar het is een raadsel, vooralsnog, hoe die enorm zware beelden op hun plek kwamen. En met welk doel ze daarnaartoe werden gebracht.
Zo'n open einde is ideaal voor de fantasie. Die is ook echt nodig om meer opties na te creëren. Jammer genoeg worden die exercities vaak afgedaan als science fiction, of rondweg 'onzin'. In de jaren zeventig is <em>Waren de Goden kosmonauten?</em>een enorme hit. In diezelfde periode worden ook boeken gepubliceerd over de geheime betekenissen die in de Egyptische piramides verborgen zou zijn. Prachtig leesboek. Jammer genoeg niet bestand tegen falsificatie, zo ongeveer de wetenschappelijke term voor het lekschieten van een veronderstelling.
Maar middenin turbulentie is het óók moeilijk te bepalen wat er gebeurt en welke kant je opgaat. Iedereen die weleens een film heeft gezien van een schip in een vliegende storm, weet dat: geen oriëntatiepunt als gevolg van die huizenhoge bergen en dalen aan golven. En toch beweegt het schip.
Zoiets lijkt ons nu te gebeuren met de samenleving. Of we nu in een storm zitten, of in een windstilte; het is wel duidelijk dat we moeite hebben de koers te bepalen.
Ze worden nog teveel genegeerd, <em>startups</em>, maar het zou mij niet verbazen als daar de sleutel naar de oplossing ligt. Dan moet je niet al te nonchalant reageren. Alhoewel een mogelijk verklaring dáárvoor ook angst kan zijn; angst van de gevestigde grote bedrijven en instituten om hun positie kwijt te raken.
Want tot op heden was het bedenken van oplossingen, en problemen, een bedrijfstak. Waar we het vaak hebben over de <em>internetbubble</em>, de holle wereld van virtuele bedrijfswaarde, is het wellicht inmiddels ook zover dat de wereld van advies- en beleidsbureaus aan het eind van z'n levenscyclus is.
Jarenlang is het een financieel aantrekkelijke bedrijfstak geweest: die van de adviesbureaus die problemen konden oplossen. Problemen die eerst werden beschreven, waarna de oplossing werd beschreven. En om het geheel een zweem van onafhankelijke waarheid te geven, was er altijd wel onderzoeksmateriaal te vinden dat die oplossing steunt, vaak onderzoek naar nét iets anders. Maar goed.
Die tijd lijkt voorbij. Het lukt de onderzoeks-, advies- en beleidsmensen niet met oplossingen te komen, met een koers. Daarentegen zijn de <em>startups</em> in één opzicht wél succesvol: zij proberen iets, niet allemaal even succesvol - sterker: ze falen heel vaak - maar wel dóent in plaats van bedenkend. In kleine, snel wisselende coalities en met andere waarden dan de conservatieven. <em>Science fiction</em>?!
Het zou best kunnen zijn dat wij getuige zijn van het Einde van het Bedenkerstijdperk en het Aanbreken van het Doenerstijdperk. Of dat geweldloos zal gaan, is nog maar de vraag. Zoiets als de Franse machthebbers hadden ook te laat door dat de balans aan het verschuiven was en zaten toen plots middenin een koppenhakkende Franse Revolutie. Zo plastisch zal het niet meer toegaan.... maar pijn lijden is iets wat de klassieke, de huidige machthebbers weleens zou kunnen gaan overkomen. Evolutie is geen vloeiend proces. Het gaat schoksgewijs en is vaak ingezet door 'externe' factoren.
Het zou dus best wel eens zo kunnen zijn dat wij getuige zijn van het Einde van het Bedenkerstijdperk en het Aanbreken van het Doenerstijdperk.
Labels:
Franse revolutie,
macht,
onzekerheid,
opstand,
paradigmawisseling,
Revolutie,
volk
Locatie:
Leiden, Nederland
Abonneren op:
Posts (Atom)