Muziek is belangrijk voor mij. Niet dat ik het kan máken. Niet dat ik onthoud wie wie is of wie met wie wat speelde. Af en toe twijfel ik er zelfs aan of ik wel goed hoor, of iets wel of niet vals klinkt. Muziek is voor mij iets heel primairs: ik moet het mooi vinden en de rest zal me een worst of een biet zijn en de spreekwoordelijke reet roesten.
Mijn 'muzieksmaak' weergeven, vind ik dan ook een onzinnige bezigheid. Die is nogal omnivorisch. Ik eet alles, zij het van sommige muzikale gerechten meer dan van andere. Je zult me niet betrappen op het mee blèren met André Hazes, maar zijn muziek op zijn tijd is wel degelijk een genot: Nederlandse blues. Van Wagner, van Madame Butterfly, van Le Sacre Du Printemps, of van Orffs Carmina Burana kan ik net zo goed genieten. Eerlijk gezegd wel iets minder lang. Een opera haal ik nooit helemaal tot het eind. Maar symfonische rock en minimal music ook. Vooral live-registraties kunnen bekoren. Ik zal het mezelf wel wijsmaken, maar ik heb de indruk dat daarin meer sfeer huist.
Omdat ik zo'n onuitgesproken smaak heb, is voor mij een dienst als Spotify ideaal. "Alle muziek binnen handbereik"; ietwat overdreven want King Crimson vind ik er al niet, maar toch: heel veel wel. Mijn lot is echter dat ik heel slecht ben in het onthouden. Hoe vaak ik wel niet meemaak dat ik muziek hoor 'die ik ken' en die, zo blijkt dan later, ook héb. Ik troost me met de gedachte dat ik, net als iemand die aan vergeetachtigheid leidt, verrast kan worden met iets wat ik al kende.
Om Spotify in huis te gebruiken, heb ik een paar jaar geleden zo'n Sonos-ding aangeschaft. Puik, maar duur, apparaatje. Niet dat we het gebruiken om in alle kamers eigen muziek te laten schallen. Dan zou het geheel nog veel duurder worden. Maar wel om Spotify-afspeellijsten te kunnen gebruiken alsof ze in de platen-/CDkast staan. Dat het niet alleen maar voordelen oplevert, heb ik al 's beschreven.
Sonos biedt je meer. De makkelijkste optie is internetradio. Duizenden kanalen geluid, van de inlanden van Borneo of de dorre woestenij van Midden Australië, van de tientallen New Yorkse kanalen tot en met... 'ach, bedenk het maar'. Een radio-dominee? Beschikbaar. Jazz, jazz en nog 's jazz? Beschikbaar. Nieuwszenders? Roep maar vanuit welk gat op deze aardkloot. En dan nog alle 'officiële' zenders.
Internetradio biedt je ook alle publieke omroep- en commerciële omroepzenders. Niet alleen de Nederlandse, ook de buitenlandse. Keuze te over, ook hier.
Dan ga je vergelijken. Ik ben toch uitgekomen op Studio Brussel, StuBru. De reden is vrij eenvoudig. StuBru is muzikaal stukken gevarieerder dan enig Nederlandse zender. Radio3 cum suis, inclusief het commerciële smaldeel, zijn veel te eentonig en eenvormig. Nog afgezien van het geouwehoer van Nederlandse platenbazelaars.
De Nederlandse aanpak leidt vooral tot een wangedrocht, waarin niet muziek en de luisteraar een centrale rol spelen. Die rol is toebedeeld aan de platenmaatschappijen en discjockey's. Programma's draaien om hen en hun muziekkeuze. En hang nu niet het verhaal op dat verkoop- en downloadcijfers dat bepalen. Het muziekspectrum is echt een heel stuk groter.
Het gevolg is wel dat ik nu al meer dan een jaar geen Nederlandse zender meer hoor. Dus ook geen Nederlands nieuws of file-informatie. Niet dat ik daardoor Belg word, maar het roept wel de vraag op wat een Nederlandse zender nog is. Of een Belgische, een Britse, een Franse.
En daarmee ook de vraag wie jij, de luisteraar, dan bent. Een Nederlander?! Steeds minder...
Posts tonen met het label vraaggeöriënteerd. Alle posts tonen
Posts tonen met het label vraaggeöriënteerd. Alle posts tonen
donderdag 9 januari 2014
zondag 10 november 2013
Weg met de doelgroep! Leve het doeldenken.
Eigenlijk is dit een logische verwant van de blogpost van gisteren over HEMA, die o zo goed zijn in relatiemanagement. Dat is niet (alleen) de leverancier; dat is vooral de klant. Zíjn tevredenheid over en vertrouwen in HEMA zijn de spil waarom alles draait; niet eens zozeer de producten of het assortiment.
Datzelfde zie ik gebeuren rondom het begrip doelgroep.
Dat doelgroepen niet belangrijk zijn, zal niemand beweren. Wat de posítie van doelgroepen is, is een andere vraag. Denken in termen van doelgroepen kan ook (bewustzijn)vernauwend werken.
Neem een politieke partij. In de politiek lijkt de situatie 180 graden gedraaid te zijn. Probeerde een partij in den beginne zoveel mogelijk medestanders voor zíjn standpunten te vinden; tegenwoordig is het van groter belang dat de standpunten en keuzes aansluiten bij de voorkeur van de kiezers en leden.
Da's vreemd, omdat het impliciet duidelijk maakt dat inhoud ondergeschikt is gemaakt aan kwantiteit, aan macht. Het is niet "ik vind dit en hoevelen zijn het met me eens?". Het doeldenken lijkt verzwakt.
Het is niet de politiek die me ertoe bracht dit te schrijven.
Eigenlijk is het dat vermaledijde doelmatigheidsdenken wat weer een rol speelt. Doeldenken betekent ook dat je falen meerekent: het kán zijn dat onvoldoende mensen het met je eens zijn. Doeldenken is een manier van denken en werken die neerkomt op gelóven in je doel en je ook erbij neerleggen als dat onbereikbaar blijkt (of niet, als je een stijfkop bent).
Doeldenken is meer aanbodgericht, terwijl doelgroepdenken meer vraaggericht is. Of beter: lijkt. Want doelgroepdenken ís dat in feite helemaal niet. Doelgroepdenkers bepalen wat zíj zien als opinie, als behoefte van een doelgroep. Zij zijn ook degenen die de doelgroep definiëren. Feitelijk reduceert doelgroepdenken de ander tot een willoos individu.
Een goed voorbeeld hoe dat, naar mijn idee, fout kan uitwerken, is de wereld van werkloosheidbestrijding en reïntegratie.
Je kunt daar de positie innemen dat alle activiteiten die jouw organisatie ontwikkelt, moeten zijn gericht op het vinden van werk. Prima te verdedigen standpunt (zij het dat ik er nogal anders tegenaan kijk. Maar dat terzijde).
De belangrijkste vraag komt daarna. Voor wie doe je dat? Ik zou verwachten dat je daarbij dat doel voorop stelt. In mijn voorbeeld: het zijn zeker niet alleen werklozen die werk zoeken. Werk zoeken doen ook tal van mensen die nu al in loondienst zijn, doen ZZPers die toch een veilige(r) haven zoeken, doen bijna-afgestudeerden. Toch?
Doelgroepdenken doet me iedere keer heel erg denken aan een winkel waar de winkelier van bepaalt wíe z'n winkel mag binnen komen én wie daar dan mag kopen. Een rare situatie.
Veel verstandiger is het ópen te staan en te weten wat je klantengroep is. Dat is net anders dan doelgroepdenken. Dat is gebruikersdenken.
Als ik dan hoor dat een kennis informatie over een ongedwongen bijeenkomst plaatste bij de De Broekriem en dat die werd geweigerd omdat 'hij niet in overeenstemming is met ons doel werk vinden begeleiden', dan denk ik: da's klassiek doelgroepdenken. Dat is iemand anders die weet wat goed is voor mij.
Datzelfde zie ik gebeuren rondom het begrip doelgroep.
Dat doelgroepen niet belangrijk zijn, zal niemand beweren. Wat de posítie van doelgroepen is, is een andere vraag. Denken in termen van doelgroepen kan ook (bewustzijn)vernauwend werken.
Neem een politieke partij. In de politiek lijkt de situatie 180 graden gedraaid te zijn. Probeerde een partij in den beginne zoveel mogelijk medestanders voor zíjn standpunten te vinden; tegenwoordig is het van groter belang dat de standpunten en keuzes aansluiten bij de voorkeur van de kiezers en leden.
Da's vreemd, omdat het impliciet duidelijk maakt dat inhoud ondergeschikt is gemaakt aan kwantiteit, aan macht. Het is niet "ik vind dit en hoevelen zijn het met me eens?". Het doeldenken lijkt verzwakt.
Het is niet de politiek die me ertoe bracht dit te schrijven.
Eigenlijk is het dat vermaledijde doelmatigheidsdenken wat weer een rol speelt. Doeldenken betekent ook dat je falen meerekent: het kán zijn dat onvoldoende mensen het met je eens zijn. Doeldenken is een manier van denken en werken die neerkomt op gelóven in je doel en je ook erbij neerleggen als dat onbereikbaar blijkt (of niet, als je een stijfkop bent).
Doeldenken is meer aanbodgericht, terwijl doelgroepdenken meer vraaggericht is. Of beter: lijkt. Want doelgroepdenken ís dat in feite helemaal niet. Doelgroepdenkers bepalen wat zíj zien als opinie, als behoefte van een doelgroep. Zij zijn ook degenen die de doelgroep definiëren. Feitelijk reduceert doelgroepdenken de ander tot een willoos individu.
Een goed voorbeeld hoe dat, naar mijn idee, fout kan uitwerken, is de wereld van werkloosheidbestrijding en reïntegratie.
Je kunt daar de positie innemen dat alle activiteiten die jouw organisatie ontwikkelt, moeten zijn gericht op het vinden van werk. Prima te verdedigen standpunt (zij het dat ik er nogal anders tegenaan kijk. Maar dat terzijde).
De belangrijkste vraag komt daarna. Voor wie doe je dat? Ik zou verwachten dat je daarbij dat doel voorop stelt. In mijn voorbeeld: het zijn zeker niet alleen werklozen die werk zoeken. Werk zoeken doen ook tal van mensen die nu al in loondienst zijn, doen ZZPers die toch een veilige(r) haven zoeken, doen bijna-afgestudeerden. Toch?
Doelgroepdenken doet me iedere keer heel erg denken aan een winkel waar de winkelier van bepaalt wíe z'n winkel mag binnen komen én wie daar dan mag kopen. Een rare situatie.
Veel verstandiger is het ópen te staan en te weten wat je klantengroep is. Dat is net anders dan doelgroepdenken. Dat is gebruikersdenken.
Als ik dan hoor dat een kennis informatie over een ongedwongen bijeenkomst plaatste bij de De Broekriem en dat die werd geweigerd omdat 'hij niet in overeenstemming is met ons doel werk vinden begeleiden', dan denk ik: da's klassiek doelgroepdenken. Dat is iemand anders die weet wat goed is voor mij.
Abonneren op:
Posts (Atom)