Posts tonen met het label zoeken. Alle posts tonen
Posts tonen met het label zoeken. Alle posts tonen

zaterdag 7 juni 2014

Fantaserend over Leiden

Een paar dagen geleden heb ik er een paar gedwongen op de bank doorgebracht, met ijs op m'n knie. Acute slijmbeursontsteking. Toen ik jong was, waren die dagen dat je ook genóót; van het feit dat alle anderen op school zaten, van de verzorging, van de dingen waarvoor je ineens tijd had. Op school zit ik al lang niet meer. Verzorgen moet ik zelf regelen. En inmiddels heb ik genoeg ervaring om te weten dat veel 'dingen waarvor je nooit tijd hebt' vaak héél weinig van doen hebben met beschikbare tijd.

Daar zit je dan.

Een beetje Reis door mijn kamer nadoen? Al 's gedaan. In deze tijd bieden social media en de vensters op het wereldwijde web de afleiding (en de vraag: wát als de electriciteit uitvalt, of als we op vakantie zijn?).

In elk geval. Op mijn bank heb ik zowaar weer papieren boeken gelezen, muziek geluisterd - het lukt me slecht om te lézen met muziek, maar wel te schríjven met muziek. Ook zoiets vreemds - en rondgezworven in de digitale wereld.

Daar stuitte ik op een plek waar ik ongelogen een paar uur heb rondgezworven. Een archief. Van kranten die in Leiden en omstreken zijn verschenen. We hebben hier een heel interessant Erfgoed Centrum Leiden en Omstreken, waar Archief, Monumenten en Acheologie worden samengebracht. De meerwaarde kom je nu al af en toe tegen doordat monumentenmensen informatie krijgen van archeologiemensen, en vice versa.

De websites en de bestanden zijn nog niet geïntegreerd en dus moet je voor 'mijn ontdekking' naar die van het Regionaal Archief. Daar bevindt zich die verzameling. Het is een krantenviewer, een zoekmachine en presentator van kranten van 1720 tot en met 2006. Mocht jouw gemeente ook zoiets hebben: neuzen en probeer je eens voor te stellen wat je leest.

Nogal ambitieus, en voorspelbaar, ben ik op zoek gegaan naar die eerste krant. Die is er inderdaad, de Leydse Courant van 14 juni 1720. Een krant van wel vier pagina's. En toch ben ik veel te ongeduldig om die te spellen.

a8049bd0-ace0-3f89-5a1b-4424d7e0f5b8

Het is opvallend hoe weinig lokáál het nieuws is in 1720. De krant, die blijkbaar alleen vrijdags verscheen, is een venster op de rest van de samenleving en geeft vooral de wereldgebeurtenissen elders weer; voor zover men denkt dat het belangrijke gebeurtenissen zíjn. In vergelijking met ons dagelijks nieuws, uit diverse bronnen, en nieuws op macro-, meso- en micro-niveau behandelend, is dit heel anders. Nadat wél het aantal paarden en rijtuigen van koninklijke hoogheden worden genoemd, wordt slechts een enkele regel gewijd aan lokaal nieuws: veilingen ende verkopingen.

Heel anders is dit.

148497d8-2a78-e9c3-f10f-a847e517a541

Het is het Leidsch Dagblad van 7 oktober 1940 en ik was eigenlijk op weg naar de hongerwinter(ervaringen). De krant bevat nu veel meer lokaal nieuws (naast de propagandateksten uit Duitsland).

Als je door dergelijke kranten 'bladert' ontvouwt het stadsleven je (een beetje). Enerzijds gaat het gewoon z'n gangetje en wordt er nog geadverteerd en gezocht naar baantjes, zoals 'dagmeisje'. Een groot deel van de informatie gaat ook over overleven. De meldingen welk bonnummer die week aan de beurt is. Recepten voor cake, van brood. Alles wat we op school hebben moeten leren, in grote trekken.

Zoals over de verduistering. Maar dat je dan de plomp in kan lopen; dát realiseer je je minder. Veel van de plekken die in dit artikeltje staan, kennen de meeste Leidenaars. Je kunt je zo goed als niet voorstellen dat het daar zo donker is geweest dat je de gracht in liep.

En toch gebeurde het. Dáárom was de verplichte retraite op de bank zo goed. Onverwacht had ik de kans een beeld te vormen, op basis van verslagen van stadsleven.

donderdag 9 januari 2014

StuBru

Muziek is belangrijk voor mij. Niet dat ik het kan máken. Niet dat ik onthoud wie wie is of wie met wie wat speelde. Af en toe twijfel ik er zelfs aan of ik wel goed hoor, of iets wel of niet vals klinkt. Muziek is voor mij iets heel primairs: ik moet het mooi vinden en de rest zal me een worst of een biet zijn en de spreekwoordelijke reet roesten.

Mijn 'muzieksmaak' weergeven, vind ik dan ook een onzinnige bezigheid. Die is nogal omnivorisch. Ik eet alles, zij het van sommige muzikale gerechten meer dan van andere. Je zult me niet betrappen op het mee blèren met André Hazes, maar zijn muziek op zijn tijd is wel degelijk een genot: Nederlandse blues. Van Wagner, van Madame Butterfly, van Le Sacre Du Printemps, of van Orffs Carmina Burana kan ik net zo goed genieten. Eerlijk gezegd wel iets minder lang. Een opera haal ik nooit helemaal tot het eind. Maar symfonische rock en minimal music ook. Vooral live-registraties kunnen bekoren. Ik zal het mezelf wel wijsmaken, maar ik heb de indruk dat daarin meer sfeer huist.

Omdat ik zo'n onuitgesproken smaak heb, is voor mij een dienst als Spotify ideaal. "Alle muziek binnen handbereik"; ietwat overdreven want King Crimson vind ik er al niet, maar toch: heel veel wel. Mijn lot is echter dat ik heel slecht ben in het onthouden. Hoe vaak ik wel niet meemaak dat ik muziek hoor 'die ik ken' en die, zo blijkt dan later, ook héb. Ik troost me met de gedachte dat ik, net als iemand die aan vergeetachtigheid leidt, verrast kan worden met iets wat ik al kende.

Om Spotify in huis te gebruiken, heb ik een paar jaar geleden zo'n Sonos-ding aangeschaft. Puik, maar duur, apparaatje. Niet dat we het gebruiken om in alle kamers eigen muziek te laten schallen. Dan zou het geheel nog veel duurder worden. Maar wel om Spotify-afspeellijsten te kunnen gebruiken alsof ze in de platen-/CDkast staan. Dat het niet alleen maar voordelen oplevert, heb ik al 's beschreven.

Sonos biedt je meer. De makkelijkste optie is internetradio. Duizenden kanalen geluid, van de inlanden van Borneo of de dorre woestenij van Midden Australië, van de tientallen New Yorkse kanalen tot en met... 'ach, bedenk het maar'. Een radio-dominee? Beschikbaar. Jazz, jazz en nog 's jazz? Beschikbaar.  Nieuwszenders? Roep maar vanuit welk gat op deze aardkloot. En dan nog alle 'officiële' zenders.

Internetradio biedt je ook alle publieke omroep- en commerciële omroepzenders. Niet alleen de Nederlandse, ook de buitenlandse. Keuze te over, ook hier.

Dan ga je vergelijken. Ik ben toch uitgekomen op Studio Brussel, StuBru. De reden is vrij eenvoudig. StuBru is muzikaal stukken gevarieerder dan enig Nederlandse zender. Radio3 cum suis, inclusief het commerciële smaldeel, zijn veel te eentonig en eenvormig. Nog afgezien van het geouwehoer van Nederlandse platenbazelaars.

De Nederlandse aanpak leidt vooral tot een wangedrocht, waarin niet muziek en de luisteraar een centrale rol spelen. Die rol is toebedeeld aan de platenmaatschappijen en discjockey's. Programma's draaien om hen en hun muziekkeuze. En hang nu niet het verhaal op dat verkoop- en downloadcijfers dat bepalen. Het muziekspectrum is echt een heel stuk groter.

Het gevolg is wel dat ik nu al meer dan een jaar geen Nederlandse zender meer hoor. Dus ook geen Nederlands nieuws of file-informatie. Niet dat ik daardoor Belg word, maar het roept wel de vraag op wat een Nederlandse zender nog is. Of een Belgische, een Britse, een Franse.

En daarmee ook de vraag wie jij, de luisteraar, dan bent. Een Nederlander?! Steeds minder...

dinsdag 17 december 2013

1.000.000 afbeeldingen

Afgelopen vrijdag zag ik de aankondiging voorbijkomen. Goed. Ik bén groot fan van 'oude plaatjes' en dus heb ik het bericht meteen de twitterwereld ingeslingerd. Zelf ben ik eigenlijk pas vandaag eens voor gaan zitten.

Man, man, man, moet je eens zien wat die British Library doet op Flickr: 1.019.991 foto's neerzetten (rechtsboven in afbeelding hieronder).

20131217-170248.jpg

Het is dat m'n iPad Classic zoals een oud mannetje af en toe last heeft van geheugenproblemen, maar anders kun je úren ronddwalen tussen de prenten. Als je overigens vanaf het eind terug bladert: daar vind je veel friezen en lettertypes. Niet mijn ding.

Het bijzondere is dat alles publiek bezit en gebruik is. Dat betekent dus naar hartelust knippen en plakken. Mocht je hoge kwaliteit afdrukken wensen, dan kan dat ook. In dat geval gaat er wél een tellertje lopen.

De British Library, begrijp ik, is nog lang niet klaar. Zo is het zoeken op z'n zachtst gezegd beroerd: het is er niet. Dat is wel een forse makke. De foto's zijn dan wel ge-metadateerd door de bibliothecarissen, maar selecties zijn er nog niet veel. En ook de commentaarvelden zijn maagdelijk leeg.

Dat belooft nog wat (te worden) dus.

Er is wel het een en ander voor je er uit gepikt. Hieronder de de selectie op basis van de Mechanical Curator. Die pikt er at random ieder uur een andere set afbeeldingen uit. Het is geen serendipiteit, maar dat neemt niet weg dat ook a-selecte trekkingen tot onverwachte resultaten kunnen leiden.

20131217-170227.jpg

Heb je die foto's linksboven gezien? De inmiddels veelgeciteerde foto's van een amerikaanse jongere met studentikoze trekjes. Welke dat zijn mag je zelf ontcijferen. Of die tijger, twee foto's naar rechts. Het beest ziet er zó dieptreurig uit.

Het zijn dergelijke plaatjes die mij boeien. Ze geven je een beeld van een tijd, van een wereldbeeld of van een mentaliteit. Ze kunnen je ook gewoon even wijzen op het alledaags leven. Zoals onderstaand reclame voor een veelgebruikt kantoormateriaal rond de eeuwwisseling naar de twintigste eeuw: lijm of gom, maar dan wel van die witte die je ooit op de basisschool gebruikte.

20131217-170239.jpg

Ergens in de verzameling - rond de zesde pagina - vind je ook nog iets over Amsterdam, blijkbaar beweerd door Erasmus: de stad waar de bewoners als roeken in de toppen van bomen wonen. Inderdaad, een grapje van de wijsgeer. Hij doelde op de talloze houten palen waarop de stad is gebouwd.

Dan gaat serendipiteit toch een rol spelen: wáár zei Erasmus dat?

20131217-185955.jpg

zondag 10 november 2013

Weg met de doelgroep! Leve het doeldenken.

Eigenlijk is dit een logische verwant van de blogpost van gisteren over HEMA, die o zo goed zijn in relatiemanagement. Dat is niet (alleen) de leverancier; dat is vooral de klant. Zíjn tevredenheid over en vertrouwen in HEMA zijn de spil waarom alles draait; niet eens zozeer de producten of het assortiment.

Datzelfde zie ik gebeuren rondom het begrip doelgroep.

Dat doelgroepen niet belangrijk zijn, zal niemand beweren. Wat de posítie van doelgroepen is, is een andere vraag. Denken in termen van doelgroepen kan ook (bewustzijn)vernauwend werken.

Neem een politieke partij. In de politiek lijkt de situatie 180 graden gedraaid te zijn. Probeerde een partij in den beginne zoveel mogelijk medestanders voor zíjn standpunten te vinden; tegenwoordig is het van groter belang dat de standpunten en keuzes aansluiten bij de voorkeur van de kiezers en leden.

Da's vreemd, omdat het impliciet duidelijk maakt dat inhoud ondergeschikt is gemaakt aan kwantiteit, aan macht. Het is niet "ik vind dit en hoevelen zijn het met me eens?". Het doeldenken lijkt verzwakt.

Het is niet de politiek die me ertoe bracht dit te schrijven.

Eigenlijk is het dat vermaledijde doelmatigheidsdenken wat weer een rol speelt. Doeldenken betekent ook dat je falen meerekent: het kán zijn dat onvoldoende mensen het met je eens zijn. Doeldenken is een manier van denken en werken die neerkomt op gelóven in je doel en je ook erbij neerleggen als dat onbereikbaar blijkt (of niet, als je een stijfkop bent).

Doeldenken is meer aanbodgericht, terwijl doelgroepdenken meer vraaggericht is. Of beter: lijkt. Want doelgroepdenken ís dat in feite helemaal niet. Doelgroepdenkers bepalen wat zíj zien als opinie, als behoefte van een doelgroep. Zij zijn ook degenen die de doelgroep definiëren. Feitelijk reduceert doelgroepdenken de ander tot een willoos individu.

Een goed voorbeeld hoe dat, naar mijn idee, fout kan uitwerken, is de wereld van werkloosheidbestrijding en reïntegratie.

Je kunt daar de positie innemen dat alle activiteiten die jouw organisatie ontwikkelt, moeten zijn gericht op het vinden van werk. Prima te verdedigen standpunt (zij het dat ik er nogal anders tegenaan kijk. Maar dat terzijde).

De belangrijkste vraag komt daarna. Voor wie doe je dat? Ik zou verwachten dat je daarbij dat doel voorop stelt. In mijn voorbeeld: het zijn zeker niet alleen werklozen die werk zoeken. Werk zoeken doen ook tal van mensen die nu al in loondienst zijn, doen ZZPers die toch een veilige(r) haven zoeken, doen bijna-afgestudeerden. Toch?

Doelgroepdenken doet me iedere keer heel erg denken aan een winkel waar de winkelier van bepaalt wíe z'n winkel mag binnen komen én wie daar dan mag kopen. Een rare situatie.

Veel verstandiger is het ópen te staan en te weten wat je klantengroep is. Dat is net anders dan doelgroepdenken. Dat is gebruikersdenken.

Als ik dan hoor dat een kennis informatie over een ongedwongen bijeenkomst plaatste bij de De Broekriem en dat die werd geweigerd omdat 'hij niet in overeenstemming is met ons doel werk vinden begeleiden', dan denk ik: da's klassiek doelgroepdenken. Dat is iemand anders die weet wat goed is voor mij.

woensdag 11 juli 2012

De komst van Blekko


Het eind van Google? Je zou het haast denken als je de kritieken op de Google zoekresultaten ziet. Het is in elk geval een interessante lijn zoals die ook in Business Insider was te vinden.
Het is een intrigerende gedachte die wordt neergelegd: dat de ontsluiting van het Internet (het Web) in eerste aanleg een zaak van mensenhanden en -werk is geweest, daarna is geautomatiseerd door ondermeer Google en ... nu door massale inzit van curatie weer in mensenhanden komt.
Het blijft een fascinerende wereld: hoe wij mensen omgaan met informatie. En hoe complex dat blijkbaar is, want het lukte ook een miljardenbedrijf als Google niet goed die informatie te ontsluiten. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat het Google voor een deel - een gróót deel, volgens sommigen - niet lukte omdat men verdronk in de eigen soep aan algoritmen en types zoekresultaten. Als zoekresultaten té veel worden gemanipuleerd, ontstaat er iets oneigenlijks: die resultaten worden onbetrouwbaar. In het artikel wordt daar ook op gewezen. En op het bestaan van een zoekmachine die begint waar Google struikelde: Blekko. Een mooie oplossing.
Nog helemaal los van de Google of zoekmachines, is wat mij betreft ook dit een voorbeeld van dat beroemde sociale web. Het begint er op te lijken dat de belangrijkste engine voor het web heel eenvoudig de mens, de gebruiker is.
Zo vreemd is dat ook eigenlijk niet. Want als het web barstensvol zit met informatie, dan is de volgende logische stap volgens de leerboekjes die naar kennis. Pas dan worden data, na informatie te worden, waardevol. En dat doen mensen door betekenis toe te voegen en nieuwe combinaties te vormen.
Het web als informatiesysteem klopt nog steeds. Het ontstaan van een kennissysteem is nu gaande. Vooral in de vorm van de dynamische social media. De kracht zal zitten in het gebruik maken van de menselijke denkkracht. En met de grote hoeveelheden gebruikers is dat nu ineens een interessante optie: vergelijkbaar met de wisdom of the crowds. Daar zullen andere, nieuwe spelers de rol van Google gaan overnemen. Welke? Geen idee. Dat Blekko?! Quora?!