Mij leek het waanzin.
Aan de ene kant van de fietsersoversteekplaats één meisje. Aan de andere kant: minstens tien fietsers van verschillende leeftijden en grootte, een snorfiets en een scootmobiel.
Omdat het meisje een illegale route had gekozen aan de verkeerde kant van de weg en dus zonder verkeerslicht, zou ze tegenover de massa komen te staan. Zo ergens halverwege de weg zou de confrontatie gaan plaatsvinden.
Groen!
Niks confrontatie. Ze is gewoon uitgeweken en fietste langs de meute. Die had meer interne problemen doordat niet iedereen even snel en volgens een rechte lijn naar de overkant bewoog. Het effect daarvan was dat de laatsten van de file nog op het wegvlak stonden toen het kruisend verkeer - wij - groen kreeg. 't kan verkeren...
Zo'n massa is een fenomeen.
Ken je dat gevoel? Dat je je in een massa machtig voelt? Haast onkwetsbaar? In de massa ben je 'onzichtbaar', anoniem, weg. Je bent onderdeel van een veel groter geheel. Dat betekent ook dat het verdraaid lastig is je te onttrekken aan de dynamiek van die massa. Probeer je maar 's te onttrekken aan die beweging.
Vooral in het verkeer is de massa terug te vinden. En eerlijk gezegd; het zijn vooral de fietsers en voetgangers die het ten toon spreiden. Zij 'gebruiken' hun massaliteit.
Mij doet het nog steeds denken aan mieren die een veel groter dier aanvallen: de fietsers voor Den Haag Centraal die, eenmaal in beweging, zich onverstoorbaar voor het station langs bewegen. Of er nu een voetganger over een zebra wil oversteken - mét voorrang - of een auto van rechts komend wil oversteken; die krijgen geen ruimte. De massa rolt eromheen.
De voetgangers op drukke verkeerspunten kunnen er ook wat van. Het zal je vast bekend voorkomen: oversteken, het tot de helft van de weg halen, en dan met z'n allen daar stoppend het kruisend verkeer op de aanpalende banen blokkeren. Dat die mensen daar, in theorie, helemaal niet kunnen staan, maakt niet uit. Ze staan er en hoe krijg je ze daar dan weg als eenzame automobilist? Niet. Berusten en wachten, rest als optie.
De macht van de massa is al vaak bestudeerd en beschreven. Het bestaan van massa leverde nogal wat (juridische) problemen op. Wie deed bewijsbaar wat? Wie gooide vanuit een grote groep mensen een baksteen? Wie van de rellende jongeren sloeg de winkelruit in? De logisch te volgen weg is dan de groep, de massa collectief aan te spreken. Maar ja, waar ligt de grens tussen de groep en de omstanders?
Da's allemaal nog veel saillanter in het licht van de afnemende anonimiteit als gevolg van de inzet van technologie.
Gekende individuen gedragen zich wezenlijk anders dan de anonieme. Ga maar eens na hoe veel moeite het je kost in een stampvolle congreszaal op te staan en een vraag te stellen; laat staan een kritische. Inderdaad, ondermeer daarom worden er relatief weinig vragen gesteld 'in het openbaar'.
In de digitale wereld werkt het op een vergelijkbare manier. Op het moment dat 'we' traceerbaar zijn, wordt het lastiger iets ongewoons te doen. De ellende - naar mijn idee - is dat die traceerbaarheid tóeneemt en de kans op anoniem reageren vermindert. Dat klinkt als een goede ontwikkeling.
Tot je je realiseert dat veel massa-gedrag verzét is - ook bij overtredingen - en dat verzet dús minder zal worden. Voor de heersers een prima ontwikkeling: meer technologie, meer doelmatigheid en minder kosten, meer kennis over individuen, én minder verzet.
Posts tonen met het label technologie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label technologie. Alle posts tonen
donderdag 10 april 2014
dinsdag 4 maart 2014
Vergeten!
Het is echt waar: iedere dag gebeurt je wel iets waarover je verbaast, of waarover je je kúnt verbazen.
Wat me de afgelopen weken echter steeds zwaarder valt, is die dingen onthouden. Dan zit ik, zoals nu, rond 19.13 uur achter (voor?) een tekstinvoer-apparaat en denk: Tja, wat nu?! Terugploegend in m'n herinneringen vind ik vaak m'n 'briljante ingeving' weer terug. Maar ook niet.
Grotendeels komt het doordat ik het bloggen te weinig prioriteit geef. Je kent het wellicht wel. Dat je iets bedenkt om te vertellen en dan 'eerst even' iets anders denkt te moeten doen. Daarna is het idee weg. Zoals je ook 's ochtends nooit meer die roman kunt reproduceren die je in je slaap, in je dromen al helemaal had geschreven.
Maar, zul je denken, er zijn toch zat van apparaten en mogelijkheden om je gedachten vast te leggen? Klopt. En omdat dat het probleem niet is, zijn die niet de oplossing. Ik heb altijd een iPhone bij me. Maar ik pak 'm níet om even snel in eéń van de daarop staande notitie-apps een notitie te maken. Sterker, die staan er vooral stoffig te worden. Zelden door me gebruikt.
Overigens is een belangrijke reden daarvoor dat de meeste van die registratie-toepassingen rust en gelegenheid eisen. Achter het stuur van een verpleeghuisbus heb ik er geen bal aan. Dan kan ik niet even rustig iets uit m'n broekzak vissen en de ingeving 'opnoteren'. Werkt niet. Dat geldt ook voor de dictafoon(-functie): niet te doen, in de meeste situaties.
Het enige wat werkt(e), is een snelle eerste uitwerking maken van het (blog-)idee. In het weekeinde gaat het daarom vaak een tikkie beter. O, en op Leiden Centraal een hele blogpost tikken op een iPhone; het idee was er, maar die 'toetsjes'... . Ik was blij dat het er na een half uur op stond.
Wat ik maar wil beweren, is dat de gedachte dat er voor alles een app-oplossing - een technologische - is, wat mij betreft veuls te kort door de bocht is. Het belangrijkste effect van die gedachte is dat mensen nog gaan denken dat het aan hén ligt als iets niet lukt. Je hebt immers álle mogelijkheden tot je beschikking?!
Misschien dat ik toch weer aan de slag ga met tientallen Post-It's, die de vraag oproepen wat je in vrédesnaam bedoelde met die cryptische omschrijvingen. Want hoe ik het ook draai en wentel: ondanks m'n ook voor mezelf haast oncijferbare handschrift-in-haast, is dat handschrijven toch echt de snelste manier om zoiets vluchtigs als een gedachte te vangen.
Wat me de afgelopen weken echter steeds zwaarder valt, is die dingen onthouden. Dan zit ik, zoals nu, rond 19.13 uur achter (voor?) een tekstinvoer-apparaat en denk: Tja, wat nu?! Terugploegend in m'n herinneringen vind ik vaak m'n 'briljante ingeving' weer terug. Maar ook niet.
Grotendeels komt het doordat ik het bloggen te weinig prioriteit geef. Je kent het wellicht wel. Dat je iets bedenkt om te vertellen en dan 'eerst even' iets anders denkt te moeten doen. Daarna is het idee weg. Zoals je ook 's ochtends nooit meer die roman kunt reproduceren die je in je slaap, in je dromen al helemaal had geschreven.
Maar, zul je denken, er zijn toch zat van apparaten en mogelijkheden om je gedachten vast te leggen? Klopt. En omdat dat het probleem niet is, zijn die niet de oplossing. Ik heb altijd een iPhone bij me. Maar ik pak 'm níet om even snel in eéń van de daarop staande notitie-apps een notitie te maken. Sterker, die staan er vooral stoffig te worden. Zelden door me gebruikt.
Overigens is een belangrijke reden daarvoor dat de meeste van die registratie-toepassingen rust en gelegenheid eisen. Achter het stuur van een verpleeghuisbus heb ik er geen bal aan. Dan kan ik niet even rustig iets uit m'n broekzak vissen en de ingeving 'opnoteren'. Werkt niet. Dat geldt ook voor de dictafoon(-functie): niet te doen, in de meeste situaties.
Het enige wat werkt(e), is een snelle eerste uitwerking maken van het (blog-)idee. In het weekeinde gaat het daarom vaak een tikkie beter. O, en op Leiden Centraal een hele blogpost tikken op een iPhone; het idee was er, maar die 'toetsjes'... . Ik was blij dat het er na een half uur op stond.
Wat ik maar wil beweren, is dat de gedachte dat er voor alles een app-oplossing - een technologische - is, wat mij betreft veuls te kort door de bocht is. Het belangrijkste effect van die gedachte is dat mensen nog gaan denken dat het aan hén ligt als iets niet lukt. Je hebt immers álle mogelijkheden tot je beschikking?!
Misschien dat ik toch weer aan de slag ga met tientallen Post-It's, die de vraag oproepen wat je in vrédesnaam bedoelde met die cryptische omschrijvingen. Want hoe ik het ook draai en wentel: ondanks m'n ook voor mezelf haast oncijferbare handschrift-in-haast, is dat handschrijven toch echt de snelste manier om zoiets vluchtigs als een gedachte te vangen.
Labels:
blog,
geheugen,
herinnering,
noteren,
onderwerp,
outline,
technologie,
thema,
trefwoorden
donderdag 28 november 2013
Progressief slaat rechtsaf
Natuurlijk. Ik kán het me verbeelden. We verrechtsen.
Een paar jaar geleden werd er vrij plots gesproken over "de onzinnigheid van de tegenstelling links-rechts". Terwijl de waterscheiding steeds meer de trekjes kreeg van Mozes' actie met de Dode Zee, probeerden steeds meer mensen een flexibele positie te krijgen; niet links, niet rechts.
De nieuwe nadenkende kiezer liet zich niet meer in die hokjes duwen. Populair was de D66-houding van 'pragmatisch, intellectualistisch en innovatief'. Dergelijke karakteristieken werden meer gebezigd en meer op prijs gesteld dan de aloude links-rechts-, socialist-kapitalisttegenstelling.
Tegenstellingen hadden afgedaan. Perspectief, de toekomst, en samenwerken aan een betere toekomst zouden de nieuwe idealen zijn. Vooral in de jonge, creatieve klasse hoorde ik die geluiden. Idealistisch en vol vertrouwen; een levenshouding die energiek en positief oogt.
Mijn indruk is dat daarvan weinig overeind blijft. Mijn indruk is dat veel van die jonge creatieven steeds meer zijn bekend tot klassieke kapitalistische waarheden als vrije markt, concurrentie en nadruk op het individu.
De PvdA is een partij in een spagaat door hun regeringsdeelname. Die spagaat is echter voor een deel ook toe te schrijven aan het verlaten van een ideologische basis. Op dat moment komen de 'oude partijleden en -bonzen' tegenover de 'jonge honden en vernieuwers van de partij' te staan.
Zorgwekkend is het dat die vernieuwing wordt ingegeven door eigenbelang. Daar waar D66 niets anders is dan een onderafdeling van de VVD, zo worstelt ook 'links' met een identiek dilemma: een sociaal gezicht willen hebben en toch de vrijheid van de marktwerking willen meepikken.
Om me heen zie ik ze heel veel. De (jonge) mensen die van zichzelf vinden dat ze sociaal zijn en tegelijk normen, waarden en een toekomstvisie hanteren die niet sociaal zíjn. Met name degenen die zich bewegen in de innovaties - of die nu sociaal, medisch of bestuurlijk zijn - blijken steeds vaker argumenten te gebruiken die ooit in 'het rechtse repertoire' thuishoorden.
Als ZZPer ís het van belang dat je ruimte hebt om te overleven. Een andere kwestie is of je die ruimte sámen bewerkstelligt of dat je vanuit concurrentie en eigenbelang redeneert. En, nee, beweren dat je toch in een gróep ZZPers opereert, is onvoldoende. Dat is niet meer dan een schaamlap, een rookgordijn. Ook een groep ZZPers kan zich heel goed gedragen als een commercieel bedrijf. Alleen de vorm is anders; moeilijker herkenbaar.
Mijn geloof in jonge mensen is nog niet versplinterd. Wel zie ik barsten in mijn hoop. De toekomstvaste mentaliteit - naar ík hoop - is nog wel te vinden op plaatsen en in concepten als Seats2meet. Jammer genoeg zie ik ook mensen succesvoller worden en zich tot andere paradigma's bekeren. Niets menselijkers dan dat. Overleven is wezenlijk.
Mijn verklaring is dat ook deze verwatering een direct gevolg is van technologie. Net als Janus heeft technologie twee koppen. Tegenover positieve gevolgen staan ook negatieve. Ik heb de indruk dat ook individuen zo'n spagaat ervaren. Een handige coping strategie is om het ongewenste af te zwakken of zelfs te ontkennen.
Dan krijg je dus situaties waarin we niet meer (willen) zien dat technologische ontwikkelingen ook dictatoriaal kunnen uitpakken. Dan wordt het lastig te erkennen dat er ook (grote?) groepen mensen buiten de boot gaan vallen.
Dan wordt het lastig.
Een paar jaar geleden werd er vrij plots gesproken over "de onzinnigheid van de tegenstelling links-rechts". Terwijl de waterscheiding steeds meer de trekjes kreeg van Mozes' actie met de Dode Zee, probeerden steeds meer mensen een flexibele positie te krijgen; niet links, niet rechts.
De nieuwe nadenkende kiezer liet zich niet meer in die hokjes duwen. Populair was de D66-houding van 'pragmatisch, intellectualistisch en innovatief'. Dergelijke karakteristieken werden meer gebezigd en meer op prijs gesteld dan de aloude links-rechts-, socialist-kapitalisttegenstelling.
Tegenstellingen hadden afgedaan. Perspectief, de toekomst, en samenwerken aan een betere toekomst zouden de nieuwe idealen zijn. Vooral in de jonge, creatieve klasse hoorde ik die geluiden. Idealistisch en vol vertrouwen; een levenshouding die energiek en positief oogt.
Mijn indruk is dat daarvan weinig overeind blijft. Mijn indruk is dat veel van die jonge creatieven steeds meer zijn bekend tot klassieke kapitalistische waarheden als vrije markt, concurrentie en nadruk op het individu.
De PvdA is een partij in een spagaat door hun regeringsdeelname. Die spagaat is echter voor een deel ook toe te schrijven aan het verlaten van een ideologische basis. Op dat moment komen de 'oude partijleden en -bonzen' tegenover de 'jonge honden en vernieuwers van de partij' te staan.
Zorgwekkend is het dat die vernieuwing wordt ingegeven door eigenbelang. Daar waar D66 niets anders is dan een onderafdeling van de VVD, zo worstelt ook 'links' met een identiek dilemma: een sociaal gezicht willen hebben en toch de vrijheid van de marktwerking willen meepikken.
Om me heen zie ik ze heel veel. De (jonge) mensen die van zichzelf vinden dat ze sociaal zijn en tegelijk normen, waarden en een toekomstvisie hanteren die niet sociaal zíjn. Met name degenen die zich bewegen in de innovaties - of die nu sociaal, medisch of bestuurlijk zijn - blijken steeds vaker argumenten te gebruiken die ooit in 'het rechtse repertoire' thuishoorden.
Als ZZPer ís het van belang dat je ruimte hebt om te overleven. Een andere kwestie is of je die ruimte sámen bewerkstelligt of dat je vanuit concurrentie en eigenbelang redeneert. En, nee, beweren dat je toch in een gróep ZZPers opereert, is onvoldoende. Dat is niet meer dan een schaamlap, een rookgordijn. Ook een groep ZZPers kan zich heel goed gedragen als een commercieel bedrijf. Alleen de vorm is anders; moeilijker herkenbaar.
Mijn geloof in jonge mensen is nog niet versplinterd. Wel zie ik barsten in mijn hoop. De toekomstvaste mentaliteit - naar ík hoop - is nog wel te vinden op plaatsen en in concepten als Seats2meet. Jammer genoeg zie ik ook mensen succesvoller worden en zich tot andere paradigma's bekeren. Niets menselijkers dan dat. Overleven is wezenlijk.
Mijn verklaring is dat ook deze verwatering een direct gevolg is van technologie. Net als Janus heeft technologie twee koppen. Tegenover positieve gevolgen staan ook negatieve. Ik heb de indruk dat ook individuen zo'n spagaat ervaren. Een handige coping strategie is om het ongewenste af te zwakken of zelfs te ontkennen.
Dan krijg je dus situaties waarin we niet meer (willen) zien dat technologische ontwikkelingen ook dictatoriaal kunnen uitpakken. Dan wordt het lastig te erkennen dat er ook (grote?) groepen mensen buiten de boot gaan vallen.
Dan wordt het lastig.
donderdag 24 oktober 2013
Wat wil je nou, gemeente?
Het afgelopen jaar heb ik het vaker beweerd: technologie biedt geen oplossing voor ongewenst menselijk gedrag; hoe je ermee schudt of er in roert. De reden daarvoor is vrij simpel: ik zie te vaak een haast naïef geloof dat technologie ons gaat verlossen van allerlei ongemakken.
Dat is baarlijke nonsens.
Het is zo verleidelijk; de gedachte dat de inzet van technologie problemen gaat oplossen. Het is zo verleidelijk dat velen het ook wíllen geloven. En er zíjn ook voorbeelden te vinden van successen.
Een sector waar de aandacht voor technologie al jaren vrij groot is, is de thuiszorg. Niet dat die aandacht is gericht op het verhogen van de kwaliteit. De aandacht is vooral gericht op het reduceren van kosten. Da's iets wezenlijk anders.
In de thuiszorg was men er als de kippen bij om technologie in te zetten die tijdregistratie tot op de minuut nauwkeurig mogelijk maakt. Het beeld van dictatoriale registratiesystemen die zorgden voor in- en uit vliegende thuiszorgmedewerkers bij cliënten, is echt niet ver bezijden de werkelijkheid. Nog steeds niet. Dat voor bijna alle cliënten de thuiszorgmedewerker een essentiële levenslijn is naar de buitenwereld, doet in 'het plaatje' niet ter zake.
Dat zouden de ontwikkelaars van apps en andere toepassingen voor gebruik in de thuiszorg zich goed moeten afvragen: draag ik op deze manier bij aan een betere zorg? Of aan een goedkopere? Wie heeft baat bij die ontwikkeling?
Het klinkt zo mooi: technologie in zetten om mensen - jou en mij - langer thuis te laten wonen. Daar valt geld (aan) te verdienen. Dat gebeurt dan ook. Het ene na het andere registratie- of communicatiessysteem wordt ontwikkeld, is innovatiever dan het andere, en verdwijnt vaker in de vergetelheid dan dat het een nationaal succes wordt.
Want zorg is mensenwerk.
Dat kun je dus heel erg fout doen. We dienen ons dan af te vragen waarom dat fout ging. Twee voorbeelden van vandaag.
Vanaf 07.00 zit in Leiden een oudere alleenwonende mevrouw te wachten op een thuiszorgmedewerker die antipsychotica komt bezorgen en laten innemen. 's Middags hoor ik dit: de thuiszorgmedewerker had gebeld, maar er werd niet open gedaan: "De bel was stuk" (die doet het gewoon). Maar wat ernstig is, is het niveau van deze medewerker die blijkbaar niet in staat is te bedenken dat je: kunt bellen naar het huis, via de buren hulp kunt vragen en zeker niet er van mag uit gaan dat er níets ernstigs aan de hand is. Ik vind het stuitend stom. Geen ander woord voor. Voor hetzelfde geld ligt er iemand op de grond en 'doet de bel het niet'.
Dit is geen uitzondering. De bejegening en probleemoplossing zijn structurele problemen. Naar mijn waarneming ook samenvallend met het inkopen van goedkopere zorg; verleend door goedkopere medewerkers, met andere motivatie dan 'zorgen'. Dan kun je leuk apps maken, maar als de zorg die wordt geboden ver beneden de maat is, zet dat geen enkele zode aan de dijk; laat staan, zoden.
Dan belazer je als gemeente-inkoper jezelf. Dan ben je bezig met het creëren van excuussituaties.
Die fixatie op kosten in plaats van effecten zag ik vandaag ook terug komen in het bericht dat in het gecontracteerd taxibusjesvervoer de milieunormen niet worden gehaald. Al die busjes voor schoolvervoer, voor gehandicaptenvervoer, voor ziekenvervoer: de meeste daarvan rijden nog steeds op diesel.
Het is een mooi streven van de plaatselijke overheden om milieuvriendelijk vervoer aan te besteden. Jammer genoeg willen diezelfde aanbesteders ook voor een dubbeltje op de eerste rang zitten. Dat gaat niet werken, gemeente. Concentreren op kosten betekent dat er gereden wordt met goedkopere dieselbusjes. Je kunt er vergif op innemen dat er ook steeds oudere, oncomfortabele busjes worden ingezet. Kosten tellen. Niet de kwaliteit.
Wat dit allemaal te maken heeft met innovatie?
Alles! Het tekent een volledig gebrek aan doelbepaling. Het enige wat er uit blijkt is dat een weifelende opdrachtgever die álles wil. Het tekent een opdrachtgever die spijtig genoeg ook in de illusie verkeert dat dat kán.
Het tekent ook de zoveelste situatie waarin de opdrachtgever veel te kwetsbaar is voor het argument dat 'hiermee al uw problemen worden opgelost'.
Dat is baarlijke nonsens.
Het is zo verleidelijk; de gedachte dat de inzet van technologie problemen gaat oplossen. Het is zo verleidelijk dat velen het ook wíllen geloven. En er zíjn ook voorbeelden te vinden van successen.
Een sector waar de aandacht voor technologie al jaren vrij groot is, is de thuiszorg. Niet dat die aandacht is gericht op het verhogen van de kwaliteit. De aandacht is vooral gericht op het reduceren van kosten. Da's iets wezenlijk anders.
In de thuiszorg was men er als de kippen bij om technologie in te zetten die tijdregistratie tot op de minuut nauwkeurig mogelijk maakt. Het beeld van dictatoriale registratiesystemen die zorgden voor in- en uit vliegende thuiszorgmedewerkers bij cliënten, is echt niet ver bezijden de werkelijkheid. Nog steeds niet. Dat voor bijna alle cliënten de thuiszorgmedewerker een essentiële levenslijn is naar de buitenwereld, doet in 'het plaatje' niet ter zake.
Dat zouden de ontwikkelaars van apps en andere toepassingen voor gebruik in de thuiszorg zich goed moeten afvragen: draag ik op deze manier bij aan een betere zorg? Of aan een goedkopere? Wie heeft baat bij die ontwikkeling?
Het klinkt zo mooi: technologie in zetten om mensen - jou en mij - langer thuis te laten wonen. Daar valt geld (aan) te verdienen. Dat gebeurt dan ook. Het ene na het andere registratie- of communicatiessysteem wordt ontwikkeld, is innovatiever dan het andere, en verdwijnt vaker in de vergetelheid dan dat het een nationaal succes wordt.
Want zorg is mensenwerk.
Dat kun je dus heel erg fout doen. We dienen ons dan af te vragen waarom dat fout ging. Twee voorbeelden van vandaag.
Vanaf 07.00 zit in Leiden een oudere alleenwonende mevrouw te wachten op een thuiszorgmedewerker die antipsychotica komt bezorgen en laten innemen. 's Middags hoor ik dit: de thuiszorgmedewerker had gebeld, maar er werd niet open gedaan: "De bel was stuk" (die doet het gewoon). Maar wat ernstig is, is het niveau van deze medewerker die blijkbaar niet in staat is te bedenken dat je: kunt bellen naar het huis, via de buren hulp kunt vragen en zeker niet er van mag uit gaan dat er níets ernstigs aan de hand is. Ik vind het stuitend stom. Geen ander woord voor. Voor hetzelfde geld ligt er iemand op de grond en 'doet de bel het niet'.
Dit is geen uitzondering. De bejegening en probleemoplossing zijn structurele problemen. Naar mijn waarneming ook samenvallend met het inkopen van goedkopere zorg; verleend door goedkopere medewerkers, met andere motivatie dan 'zorgen'. Dan kun je leuk apps maken, maar als de zorg die wordt geboden ver beneden de maat is, zet dat geen enkele zode aan de dijk; laat staan, zoden.
Dan belazer je als gemeente-inkoper jezelf. Dan ben je bezig met het creëren van excuussituaties.
Die fixatie op kosten in plaats van effecten zag ik vandaag ook terug komen in het bericht dat in het gecontracteerd taxibusjesvervoer de milieunormen niet worden gehaald. Al die busjes voor schoolvervoer, voor gehandicaptenvervoer, voor ziekenvervoer: de meeste daarvan rijden nog steeds op diesel.
Het is een mooi streven van de plaatselijke overheden om milieuvriendelijk vervoer aan te besteden. Jammer genoeg willen diezelfde aanbesteders ook voor een dubbeltje op de eerste rang zitten. Dat gaat niet werken, gemeente. Concentreren op kosten betekent dat er gereden wordt met goedkopere dieselbusjes. Je kunt er vergif op innemen dat er ook steeds oudere, oncomfortabele busjes worden ingezet. Kosten tellen. Niet de kwaliteit.
Wat dit allemaal te maken heeft met innovatie?
Alles! Het tekent een volledig gebrek aan doelbepaling. Het enige wat er uit blijkt is dat een weifelende opdrachtgever die álles wil. Het tekent een opdrachtgever die spijtig genoeg ook in de illusie verkeert dat dat kán.
Het tekent ook de zoveelste situatie waarin de opdrachtgever veel te kwetsbaar is voor het argument dat 'hiermee al uw problemen worden opgelost'.
Labels:
app,
doel,
doelbepaling,
geld,
gemeente,
inkoop,
kosten,
technologie,
thuiszorg,
Visie
vrijdag 1 maart 2013
Het eind van Het Nieuwe Werken
Ze hebben het allemaal natuurlijk allang voorspeld: dat <a href="http://het-nieuwe-werken.startpagina.nl/">Nieuwe Werken</a> kón niet lukken. Dat idee dat mensen lokatie- en tijd-onafhankelijk productiever zouden zijn dan gewoon iedere werkdag op vastgestelde tijden op kantoor verschijnen. En nu bewijst een internetbegrip als Yahoo dat dat inderdaad ook niet kan. De nieuwe topman, sorry -vrouw, van het bedrijf verordonneerde dat medewerkers zich ook op geregelde tijden op kantoor laten zien.
<a href="http://allthingsd.com/20130225/survey-says-despite-yahoo-ban-most-tech-companies-support-work-from-home-for-employees/">AllThingsD </a>(Wall Street Journal) stuitte op dit interne memo van Yahoo-topvrouw Marissa Meyer en bracht het van de week naar buiten:
<a href="http://medunkt2011.files.wordpress.com/2013/02/photo-28-02-13-18-07-50.jpg"><img src="http://medunkt2011.files.wordpress.com/2013/02/photo-28-02-13-18-07-50.jpg?w=300" alt="Photo 28-02-13 18 07 50" width="300" height="287" class="alignnone size-medium wp-image-3513" /></a>
Het verhaal laat zich raden. Yahoo - een bedrijf onder druk - probeert vereende krachten te verzamelen en op die manier (weer) een positie in de kopgroep van het veld te verwerven. Dan heb je dus weer sprankelende ideeën nodig. Die krijg je niet als mensen elkaar te weinig zien. Die werkwijze past goed bij solistisch werk, maar niet bij groepswerk. Logisch, toch?
In het kielzog van Yahoo zag je de afgelopen week meer directeuren, voorzitters van raden van bestuur én hun medewerkers ineens <a href="http://www.volkskrant.nl/vk/nl/2680/Economie/article/detail/3400832/2013/02/27/Nine-to-five-en-dan-de-kroeg-in-dat-is-zo-slecht-nog-niet.dhtml">'uit de kast'</a> komen over Het Nieuwe Werken. Opvallend genoeg bleken de medewerkers vooral problemen te hebben met het gevoel buiten de organisatie en vooral buiten de bedrijfspolitiek te staan. Zorgen, dus, over de kansen op promotie en zorgen over dat beroemd-beruchte 'witte voetje bij de baas'.
En dus is het aftakeling van Het Nieuwe Werken ingezet.
Níet. Vind ik.
Want het is behoorlijk inflattoir dat begrip Het Nieuwe Werken. Inmiddels lijkt het zo dat alle thuiswerk-activiteit onder Het Nieuwe Werken wordt geschaard. Ook wordt het concept ge- en misbruikt om flexibeler kantoorgebruik te rechtvaardigen. Dat dat, heel toevallig, ook leidt tot flexibeler, lees: kwantitatief beperktere, kantoorinrichting, is mooi meegenomen in deze tijden van economisch zwaar weer.
Het Nieuwe Werken is echter iets heel anders.
Niet dat ik pretendeer dé of een definitie te hebben van Het Nieuwe Werken, wil ik wel een poging wagen de geest ervan te benoemen. Die zou wat mij betreft moeten zijn dat niet het wérken centraal staat, maar de atmosfeer, de cultuur, de omgeving. Het Nieuwe Werken is werken in een veilige omgeving. Die omgeving voelt als thuis, net zo veilig en net zo flexibel. Dát is Het Nieuwe Werken: je thuisvoelen.
Thuis is vooral een kwestie van geborgenheid. Dat is een kernbegrip in het Nieuwe Denken, zoals ik dat maar ven noem. Onder verschillende namen en in verschillende gedaanten en variaties zie je het terug: in de idee van een <em>tribe</em>, in de nieuwe organisatievormen, in verdienmodellen op basis van 'geven, en later innen', in begrippen als gunfactor.
Dat is wat veel ondernemers die 'aan Het Nieuwe Werken beginnen' niet snappen. Het Nieuwe Werken is geen kunstje met laptops, mobiele telefoons of thuiswerkplekken. Het Nieuwe Werken is ontastbaar.
Het Nieuwe Werken is niet ontstaan binnen grote, bestaande bedrijven. De eerste aanzetten komen heel ergens anders vandaan; uit de wereld van de kleine, beginnende bedrijven. De ondernemers die, niet per sé zelf gekózen, samenhokten en later huisvesting vonden in omgevingen als Seats2Meet. Dát is het begin: mensen die hun eigen ding deden, maar ook aanspraak zochten. Die gelijkgestemden klonterden in nieuwe vormen van bedrijfsvoering.
Voor mij is er ook reden aan te nemen dat grote bedrijven niet aan Het Nieuwe Werken kúnnen doen anders dan de cosmetische versie. Kom maar op. Eén van de problemen waar grote bedrijven mee worstelen, is nu juist die samenhangende cultuur, is nu juist (het ontbreken van) geborgenheid. Hoe identificeer je je met een werkgever die slechts een losvaste relatie met jou heeft? Vergis je niet: dát is wel een verschil met (ooit) bijvoorbeeld PTT. Dat bedrijf had een levenslange relatie met personeel en personeel vond zichzelf lid van de postfamilie.
In een groot bedrijf één samenhangende cultuur bewerkstelligen eist nogal wat. Een gemiddeld bedrijf gaat niet doen wat bijvoorbeeld Apple doet: hoe je het wendt of keert een stevig gesloten (angst)cultuur scheppen. Het Nieuwe Werken maakt iets anders noodzakelijk: een huiselijke sfeer bijna. Dat betekent dat werk en privé minder strikt zijn gescheiden. Dat is niet hetzelfde als de geslepen directeur die slinks meer arbeidsuren te krijgen door te stellen "dat we hier geen negen tot vijf-mentaliteit hebben". De kans is groot dat dat gewoon ouderwetse uitbuiting is. In Het Nieuwe Werken is er oprechte interesse.
Gaat Het Nieuwe Werken het redden? Da's dus een heel lastige.
In de meeste bedrijven is het inmiddels al zo gedevalueerd tot synoniem voor slechtere arbeidsomstandigheden en klassiek thuiswerken dat de kansen op cultuuraanpassing gering zijn. Die kansen zijn er wel bij de startende ondernemers: de eenpersoons tot max. vijfpersoons bedrijven om de schaalgrootte te bepalen. Maar veel essentiëler is de opstelling van íedereen in die onderneming. Het Nieuwe Werken lukt alleen als iedereen ook het idee heeft volwaardig deel te nemen. Ik geloof er niets van dat de huidige generatie leidinggevende daartoe in staat is. Ook van de nieuwe ondernemers zal een deel door de mand vallen als het bedrijf groeit: dan ontpopt zich de klassieke directieve directeur.
Maar zolang we onze startende ondernemers koesteren - zeker de idealistische - is er hoop op verandering. Die tegenkracht is alleen maar positief.
In afwachting van die ontwikkelingen moeten we maar accepteren dat Het Nieuwe Werken devalueert en dat met name overheden nog steeds denken dat 'programma's' en 'plannen van (huisvestings)eisen' zoden aan de dijk zetten. Dat doen ze níet!
Labels:
bazen,
familie,
gezin,
nieuwe werken,
samenwerken,
technologie,
thuiswerken,
vertrouwen,
yahoo
Locatie:
Leiden, Nederland
Abonneren op:
Posts (Atom)